NICHE-INGREDIËNTEN FRIS & ‘VERLICHT’ GEPRESENTEERD
CONTRASTERENDE NOTEN MODERN & EIGENZINNIG GEBOTTLED
Jaar van lancering: 2018
Laatst aangepast: 21/10/18
Hoelang is het geleden dat ik in Keulen aan de Glockengasse was voor een bezoek aan 4711? Tien, vijftien jaar geleden? Wat me altijd is bij gebleven: wat ik al wist van het merk werd toen me ter plekke nog eens bevestigd. Wat een rijke geschiedenis en wat een potentie die niet voldoende werd gebruikt! Next thing you know (weliswaar een paar jaar later) zette de toenmalige eigenaar Proctor & Gamble in de etalage.
Ik had het graag willen kopen, alleen het al even Duitse Mäurer & Wirtz bekend van de midprice-klassieker Tabac Original (1955) was me voor in 2007. En die deed wat ik ook zou hebben gedaan: 4711 het nieuwe millennium inloodsen, hiermee inhakend op de groeiende populariteit van de eau de cologne als brenger van instant frisheid. En wel met Acqua Colonia in 2009. Van de eerste vijf zijn er twee me bij gebleven en bij me gebleven, want ik heb en draag ze nog steeds: Lemon & Ginger (nog steeds te koop) en de mooiste voor mij, en achteraf gezien eigenlijk niche Royal Riesling. Niet echt begrepen toen wellicht – een echte nieuwe sensatie weten op te roepen en ‘oh zo lekker’ Duits – niet meer te koop.
Afgelopen week was ik er weer. Ik zeg het niet vaak, maar het was alsof ‘een droom uitkwam’. In de zin van dat nieuwe eigenaren goed op weg zijn om 4711 als eau de cologne en als merk – weer de status terug te geven die het verdient: als grondlegger van de moderne parfumindustrie. Dat zie je in de nieuwe flagship store-inrichting: modern en ‘open’ waarin op creatieve wijze het verleden, heden en toekomst samenvloeit.
Helemaal leuk: een parfumfontein waar constant ’s werelds beroemdste eau de cologne zijn boeket verspreidt. Pas als je je handen ‘wast’ met 4711, dan begrijp je direct de essentie van de eau de cologne weer: klaterend ‘parfumplezier’ – opwekkend, verkwikkend en verfrissend.
Inmiddels zijn we vele Acqua di Colonia-versies verder waarin een aantal dingen opvallen. De nieuwe edities doen in feite wat Guerlain met zijn Aqua Allegoria niet meer doet: twee basis-ingrediënten laten samenkomen waarvan je in eerste instantie denkt ‘kan dat wel?’, maar na ruiken wonderwel werken. En natuurlijk geleverd met een eau de cologne-kick.
Laatste vormt ook een ‘probleem’: veel mensen weten de oorspronkelijke werking, bedoeling van een eau de cologne (nog steeds) niet. Het effect is kortstondig en dat is ook de bedoeling. Want geen eau de toilette en helemaal geen eau de parfum. En dat effect bereik je het beste door te splashen. Mijn 1 literflacon van 4711 heeft dus deze zomer zijn inhoud behoorlijk zien slinken. Ik raad het iedereen aan na bezoek aan zwembad, sportschool of welke lichamelijke inspanning dan ook: na het douchen je lichaam volgooien en je voelt je nóg beter.
Een ander aspect: door deze nieuwe versies komt 4711 als merk in de buurt van het merk dat – als je het goed bekijkt – aan de haal is gegaan met de erfenis van kölnisches Wasser: Atelier Cologne (anno 2010). Maar moet gezegd: de bedenkers van deze formule (inmiddels gekocht door L’Oréal) deden wat 4711 als huis naliet: eau de cologne, water uit Keulen, vanzelfsprekend 2.0 te maken. Het echte verschil natuurlijk: Atelier Cologne levert eau de cologne in eau de parfum-sterkte. Dus niet echt een eau de cologne.
Nog steeds leuk in deze: het inmiddels bestverkopende eau de parfum van Tom Ford – Neroli Portofino uit 2007 – is in feite een intense, uitgepuurde versie van 4711met inmiddels verschillende flankers waaronder Neroli Portofino Acqua (2016), ofwel in a way 4711.
WAT SAFFRON & IRIS, MYRRH & KUMQUAT IK EIGENLIJK?

What you read (on the bottle) is what you get. Maar waarom ben ik zo enthousiast? Na lang, lang, lang nadenken weet ik het: veronderstelde niche-ingrediënten worden onder een koude douche gestopt met als resultaat dat de kenmerkende aroma’s níet in het putje verdwijnen, maar een soort regen van jeugdigheid over zich krijgen.
Men neme Saffron & Iris. Beter was volgens mij Iris & Saffron geweest, want ik ruik meer iris dan saffraan. Maar, hoe leuk is dat, je ruikt echte iris (denk aan de standaard-iris-nichegeur Iris Silver Mist (1992) van Serge Lutens. Saffron & Iris heeft dezelfde kilte, maar dan afgezwakt. Wil zeggen: in eau de cologne-sterkte eigen aan de filosofie van Acqua di Colonia. Saffraan legt er een elegante sluier van zachte, ‘stoffige’ zoetheid over. Ik raak des te meer enthousiaster, puur om het feit dat de rondom de pure iriswortel geconcentreerde ‘comeback’-geur van Tiffany & Co (2017) mij tot nu toe geen pure iris-sensatie heeft gegeven, terwijl dat de bedoeling zou moeten zijn.
Myrrh & Kumquat doet ook iets vreemds. Talloos zijn de geuren in het nichecircuit waarin van mirre de millenniumoude kwaliteiten – warm, kruidig, zoetig, rokerig met lactone-achtige nuances – van deze hars worden benadrukt. Denk: richting oriënt en vol.
Ik vind het grappig/boeiend/interessant dat Acqua di Colonia het koppelt aan een voor veel westerlingen nog steeds exotische sinaasappelvariant: kumquat. Merkwaardige luchtje verspreidt dit vruchtje. Ik kan het weten want ik gebruik het weleens als topping voor mijn klassieke met kweepeergelei doordrenkte cake. Bitter, zoet, fluwelig met een vreemd scherp kruidig nootje (ik moet aan nootmuskaat denken) vaag op de achtergrond.
Ook nieuw (althans voor mij): de limited editions zoals Vanille & Chestnut en Blackberry & Cacoa (beide 2018). Met andere woorden (in dit geval): Jo Malone eat your heart out (als je’m vat). En ook hier weer: slim en leuk gedaan voor een eau de cologne op eau de cologne-sterkte. De eerste geeft een luchtig vanille-effect gedragen door een aangenaam houtnuance die ik alleen niet als ‘typisch’ kastanje ervaar. En hebben we het dan over paardenkastanje en of de tamme variant? De tweede heeft het gourmandprincipe als uitgangspunt: bramen drijvend in cacaowater.
Vreemd: bij Saffron & Iris, Myrrh & Kumquat zien we ‘droomtekeningen’ van vrouwen, terwijl Acqua di Colonia toch duidelijk als androgyn wordt neergezet en dat zeker voor deze twee opgaat. De limited editions van 2018 zijn daarentegen eerder ‘vrouwelijk’ – alhoewel mannen ook al lang niet meer schrikken van gourmand.


Ik krijg net van Facebook te horen dat mijn volgers al een tijdje niets van me vernomen hebben. Ja, jeetje, gewoon te drukdoende met het klassieke ‘brood-op-de-plank’- verdienmodel. En dan is er ook nog zoiets als elderly flower-siroop en kersenjam maken. Nou wil het toeval dat ik vandaag er tijdens het strijken – het nieuwe onthaasten – aan zat te denken. Werd er gisteravond ook nog aan herinnerd. Zag de commercial van Bleu de Chanelop televisie: moet je mooi vinden (ik meende David Bowie op de achtergrond te herkennen. Starman… zou dat de symboliek zijn?)





Droomde ik nu dat ik mocht aanschuiven bij Tijd voor Max, of was het gewoon een bad trip in verband met het 75jarig bestaan van L(ucy in the)S(ky with)D(iamonds)? Oordeel zelf.
André: ‘Wanneer heb je voor het laatst een Avongeur gekocht?’ ‘Dat is leuk dat je daarnaar vraagt, want heel toevallig onlangs nog, in Hoogeveen – of all places. Om precies te zijn in Het Goed, een tweedehandswinkelketen. In een gesloten vitrinekast gevuld met dingen, objecten en parafernalia die moeten doorgaan voor duur en zeldzaam maar het niet zijn, zag ik een parfumflescollectie ‘afgestaan’ naar ik vermoed door (klein)kinderen van een net overleden very old geworden, dat wel, (groot)oma. De verkoopster vroeg of ik ze allemaal wou kopen tegen een schappelijke prijs. Maar dat vond ik way too much. Want de meeste flacons, uitgezonderd een, vielen voor mij nu toch in de categorie heftige kitsch.’ Martine: ‘Jeetje wat gaat de tijd nog snel en we zouden nog uren met je kunnen praten, maar Karin Bloemen moet ook nog een door haar net ontdekt maatschappelijk probleem onder de aandacht brengen en Willeke Alberti wil nog een niet echt door zijn familie gemiste, maar toch gevonden opa toezingen, dus dat kom je, hoop ik, in een andere aflevering met ons delen.’ Geurengoeroe: ‘Hé, wat jammer nou, want ik had naast deze geur nog een ander aspect willen belichten…’.
Geurengoeroe bedoelt maar. En die heb ik dus voor € 9,00 gekocht. In die ‘Originalfassung’ verpakt in een glazen leeuw met plastic dop. Is het kunst, is het kitsch? Ik vind het, laat ik het zo zeggen, knap gedaan. Als het geen parfumflacon was geweest, dan was het gewoon een leuk deco-dingetje voor in je interieur. Had je ook nu nog zo maar op een inspiratiepagina kunnen vinden in een interieurglossy. Maar het gaat dus om de inhoud.
Volgens mij heeft Karl Lagerfeld schijt aan alles. Aan namen, aan reputaties, aan smaak, aan heersende opvattingen, aan zichzelf als ontwerper, aan zichzelf als persona, als cliché van de excentrieke modeontwerper. Mark my words: als na zijn overlijden – zijn leeftijd wordt nu geschat op 187 – of na zijn aftreden bij Chanel/Fendi/Karl de wel of niet geautoriseerde biografieën verschijnen, zullen die heel wat stof doen opwaaien. Smullen heet dan dan.
Als Karl Lagerfeld de verantwoording van zijn nieuwe twee geuren – zag ze toevallig voorbijkomen op internet, toch benieuwd – heeft gelezen, moet hij vervolgens na het ruiken, er het zijne van hebben gedacht en gelachen, heel hard.

Ik was een paar dagen in Amsterdam en gelukkig nog wat tijd over voor de Albert Cuypmarkt. Daar zit aan het begin nummer 84, Grimme Drogisterij, is een soort parfumweeshuis en -hemel ineen, want het heeft zich gespecialiseerd in geuren die het niet gered hebben in aanhoudende strijd om aandacht in de ketenparfumerie. En dat zijn er dus heel veel.
Maar toch, eerst denk je nog: dit is echt nep door die Acqua di Parma-associatie, maar al ruikende moet je bekennen dat het een echt goede geur is; een geslaagd ‘me too’-luchtje. Een begrip dat voor de #metoo-discussie al bestond: een populair thema van de concurrentie anders verpakt onder eigen naam verkopen. In dit geval: ‘Dit is onze Montale’.
Ik weet niet of de überüberüberdreven aandacht voor Gucci’s recente succesvolle modemetamorfose (in gang gezet door Alessandro Michele) van strak-kille chic naar vintage verkleedkist-glamour al te merken is in de parfumerie. Of de Gucci-geuren dus ook in de lift zitten.
Tuin, niet echt origineel. Dan die languissante ‘lesbo-chic’ uitwasemde promoclip ‘gedreven’ door de gezongen slogan die ik echt niet begrijp: ‘Wild horses couldn’t drag me away’. Een strofe uit een popklassieker van The Rolling Stones volgens mij. Of is dit een inside joke van Michele en al zijn lieve vriendinnen die natuurlijk ook zijn muzes/modellen voor Bloom zijn: Dakota Johnson, Hari Nef, Petra Collins.
WAT BLOOM IK EIGENLIJK?

Zal wel aan mijn liggen, maar Bracken doet me denken aan fracking – een ‘nieuwe’, controversiële manier van aardolie winnen in vooral Amerika met een funeste invloed op de omgeving en de natuur als je de tegenstanders onder aanvoering van Leonardo di Caprio mag geloven.
Wat een verschil met de geurprofessor-parfumchemicusanalyticus van 
Je ziet ze regelmatig door de straten van Amsterdam fietsen, en vast en zekers ook in andere steden: vrolijke vrouwen op vrolijke geverfde omafietsen waarvan de frames bijna helemaal volgroeid zijn met guirlandes vrolijke plastic bloemen van Kitsch Kitchen.
En dat mag dus niet meer van ‘bovenaf’. De boosdoener heeft men inmiddels eruit weten te zeven, met het gevolg dat de geur minder complex – vol, zon, bloemig, fris, spannend als je zo wil – is. Thierry Wasser weet dit aardig te omzeilen door de ‘schoongemaakte’ bergamot te omringen met gember, roze peper en kardemon. De eerste twee zorgen voor prikkeling, accentueren de citrus- en sinaasappelkant van bergamot, de laatste het groene aspect terwijl je de bloemige noot ook blijft waarnemen. Het effect: een zuurtje (Napoléon) die geleidelijk overloopt in een macaron voor mijn gevoel. Hier voor verantwoordelijk vanille en witte musk, die maken Bergamote Calabria pluizerig en poederachtig.
Mona di Orio had van zichzelf een bohemienne uitstraling. Maar dan wel ‘à la facon parisienne’, beetje fin de siècle vorige eeuw. Dus eigenzinnig, maar bestudeerd. Maar niet aanstellerig gecultiveerd. Verfijnd met een rafelig beau chic, beau genre-randje. Dat was/is ook het dna van haar meeste geuren: ruw, ongeciviliseerd, aards maar toch in connectie met ‘het hemelse’; creaties niet gladgestreken door interventies van marketingpiepeltjes en testpanels. Wat krijg je dan? Geuren die door velen ‘best wel’ als moeilijk worden ervaren omdat ze net iets meer vragen van de consument.
Men neme: 