Dat had ik dus eigenlijk niet van Patricia de Nicolaï verwacht. Traan, traan. Dat zij ook meegesleept zou worden door de oud-verslaving waar bijna alle niche-parfumhuizen aan lijden – bestaat er zoiets als een Betty Ford-kliniek voor oud-addicts? Of moet Geurengoeroe hem openen? Naam van zijn fantastische en broodnodige therapie: Get oud of it!
Vreemd: ze heeft het eigenlijk niet nodig, door haar intrigerende eigen en eigenzinnige kijk op parfum. Maar het schijnt dus zo te zijn – heb het al te vaak vermeld – dat je als huis mee moet gaan om ‘serieus’ te worden genomen, om aan te tonen dat je heel goed weet wat er nu speelt. Maar om dan exact dezelfde namen te gebruiken die haar (in)directe concurrent gebruikt (By Kilian), doet je afvragen of Patricia de Nicolaï er wel echt zin had, maar louter conform de eisen van de markt hier op inhaakt: ‘oudblesse oblige’.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Rose Oud opent als een barok boeket losjes geschikt zoals je die koopt bij de betere bloemenwinkel. Patricia plaatst, zoals we van haar gewend zijn een, onverwachte noten bij elkaar: overrijpe framboos (zonder ‘plat rood fruit’-effect) met een fluwelige ‘perzik-rozijn’-osmanthus die een donker ondertoontje krijgt door alsem. Vervolgens begint de roos te bloeien die in het begin moeilijk afscheid kan nemen van de framboos.
En deze roos is zoet, fruitig maar niet ‘honderd procent’ roos doordat ze verzacht wordt door lelietje-van-dalen. En dan heel langzaam en heel bescheiden begin je oud te ruiken. Maar het is meer een idee van oud, zonder zijn apothekers-link, zonder zijn verbrand hout-effect. Komt door dat het adelaarshout is getemd door patchoeli, sandelhout die een vloeibare, warme souplesse krijgt door amber en vanille.
Waar ik direct van opveerde was toen ik las dat in de basis ook castoreum zit verwerkt. Maar die neem ik niet echt waar. Ik ruik niets viezigs, niets wat maar ook in de buurt komt van Obsessive Oud van Al Haramain. Rose Oud is geconfectionneerd oud naar westerse smaak – is meer roos dan oud. En mist de eigenzinnigheid (die vaak zo aangenaam gewoon en helder is) die ik gewend ben van Patricia de Nicolaï.
Amber Oud bevalt me daarentegen veel meer en dat terwijl ik niet echt een amberfan ben. Een prachtige strakke klassieke groene cologne-opening (tijm, salie en alsem) die knispert en prikkelt en gelardeerd wordt met de zonnige zoetheid van lavendel.
Boeiend wat ze nu doet. Lavendel koppelt Patricia aan saffraan en kaneel, waardoor de lavendel droger en strakker wordt en een perfecte opmaat is voor de basis. Oud dus.
Ook in Amber Oud getemd en geconfectioneerd door patchoeli, ceder- en sandelhout. Maar toch iets geprononceerder dan in Rose Oud, en vloeit mooi samen met de amber op basis van vanille, tonkaboon en musk. Ook hier weer castoreum (die ik heel, heel vaagjes bespeur) én styrax om de amber-oudcombi een lichte leernoot te geven.
Maar wat mij betreft mag Patricia de Nicolaï met een parfumextract komen die de onderlinge verhouding van de ingrediënten meer op scherp stelt, waardoor je tevreden kunt constateren: ‘Typsich Patricia!’
Beetje overdreven gesteld: ik heb een haatliefde-verhouding met Creed. Het huis waarschijnlijk niet met mij. De reden: het mag van mij wel iets uitgesprokener. De geuren zijn elegant, kwalitatief niets op aan te merken, maar missen vaak verwondering waardoor je denkt: ‘Wow, zo kan een bloem, een bloemencombi, hout dus ook ruiken!’ Ik was dus benieuwd of één van de vijf geuren (of allemaal) uit het kwintet – Aberdeen Lavander, Asian green tea, Cèdre blanc, Iris tubéreuse, Vetiver geranium – dit effect zou hebben.
Het uitgangspunt van Acqua originale: ‘Een ode aan plezier, geluk, de natuur, puur water, bos en graslanden. Indrukwekkend en toch subtiel, licht en geraffineerd. Gecombineerd met een hang naar perfectie, traditionele productieprocessen en de karakteristieke signatuur van meesterparfumeur Olivier Creed. Hij verwerkte natuurlijke parfumessences en liet hout-, bloemen-, suiker- en specerijnoten uit het oosten en het westen op verrassende wijze samensmelten’.
Na Acqua Originale te hebben geroken, blijf ik bij mijn standpunt. Verfijnd, in sommige opzichten verrassend, maar toch te vertrouwd. En ondertussen droom ik van een Creed-lijn die de neus echt uitdaagt, waarvan je echt ‘creedy’ wordt.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
De geur die waarnaar ik het meest benieuwd was: Aberdeen Lavander. De reden: lavendel is herontdekt door de niche-branche. Niet als een eenvoudige zachtzonnige bloemengeur, maar als een donker-sensuele ervaring. Olivier Creed omschrijft de geur als een oriëntaals varenwater.
Ofwel, ‘de geur van het ochtendgloren in de zomer. Van bloemen in een zee van goud. Het oosten (patchoeli, vetiver) in perfecte symbiose met het westen (lavendel, rozemarijn, iris, roos, absint). Kleuren dicht op de huid, gestreeld door puur water en de zuurstof van de planten laat het geheel bruisen’. Maar het duurt even voor je dat ervaart, want eerst is er een sierlijke frisse opening van bergamot en citroen die wordt begeleid door een krachtige bittergroene noot van alsem (absinth) verlevendigd door rozemarijn.
Hierachter verbergt zich de lavendel die zijn zonnige noot ziet geïntensiveerd door lelie, tuberoos en roos. Met een prachtige sensueel effect tot gevolg die in de basis een stoere finish heeft door patchoeli, leer en vetiver zonder al te smeuïg (het leer dan) te worden, want patchoeli en vetiver zorgen voor een houtachtige ‘strakheid’. Opvallend hoe alsem ook de basis weet te bereiken.
Vetiver geranium wordt omschreven als een houtig bloemenwater. Het idee: ‘Loodrechte schaduwen van de bomen jagen ons het bos in – de ogen nog prikkend van het hete zonlicht – tussen geraniums, cederbomen en wilde appelbomen die een betoverende open plek omringen waar geuren en smaken, vennetjes en wilde rozen zich vermengen met herinneringen. Een plek om eindeloos te blijven, dagdromend in deze koele, mysterieuze geur’.
Dit vind ik een ‘intikker’: makkelijk en fris, en met een mooie, warme diepgang. Granny Smith kan in een opening nogal hard-synthetisch overkomen, maar door het te mengen met bergamot en citroen, krijgt het een natuurlijke toets die snel de weg vrijmaakt voor, kan het niet anders omschrijven, sprankelend en knisperend geraniumblad.
Waarvan de bloemigheid wordt versterkt door roos en een mooie, zoetige specerij-nuance krijgt door kaneel. De basis laat de houtnoten (patchoeli, cederhout) evenwichtig balanceren met musk en amber. Toch blijft Vetiver geranium licht van toon, een ‘acqua’.
Voor mij de lekkerste uit het kwintet: Iris tubéreuse. Olivier Creed: ‘Dit zachte bloemenwater is teder en licht als een kus, diep en bedwelmend als de liefde. Herkenbaar voor hen die het meegemaakt hebben, voor de anderen een bron van kolkend verlangen. Lelietje-van-dalen en lelie volop bloeiend tussen sinaasappelbomen, viooltje en vanille’.
Prachtig hoe de tuberoos zich eerst al heel even aankondigt door de opening van met name het fris-sensuele galbanum waarvan de groenheid wordt benadrukt door viooltjesblad. De sinaasappel neem ik niet echt waar, omdat de tuberoos zo krachtig begint te bloeien. Niet zo über-sensueel als we van haar gewend zijn, alhoewel de lelie dat wel versterkt, maar het lelietje-van-dalen een zekere luchtigheid garandeert. De tuberoos gaat onder in een soort van ‘irisboter’ gelardeerd met vanille en musk, maar heel interessant en verrassend een aquafrisheid behoudt door oranjebloesem.
Cèdre blanc wordt eveneens omschreven als een houtig bloemenwater, waarvan de ‘fruitige bergamot mild reageert op de kalmerende en verzachtende golven van de diepe vetiverwortels, de dunne wortelstokken van de kardemon, en het tweeslachtige galbanum, om de koele en licht troebele wateren van een verfijnde bron richting delicaat groene toppen te dirigeren. Het geel van de met ochtenddauw beparelde gele lis smelt samen met sandelhout en versterkt de enorme hoogte van de red cedar (reuzen levensboom). De witte ceder (een cipres-soort) verrijst boven het rood geaderde geraniumblad en witte jasmijn’.
Wat een heerlijke opening, zo zwevend tussen fris en groen. Komt door de enorm zuivere bergamot en galbanum die doet denken zonlicht en warm-groen wordt door laurier en kardemon. In het hart valt vooral de jasmijn op die dan weer fris lijkt door geranium, dan weer iets meer sensueel door lelie…
En het cederhout (begeleidt door sandelhout en vetiver), die je vanaf het begin al waarneemt, zuigt al deze frisse en bloemige noten op, waardoor het hout begint te stralen. Het ‘citruswater’ Asian green tea bespreek ik binnenkort – ik kan het proefje niet meer vinden…
‘Best wel’ vaak is de eerste geur van een ontwerper geïnspireerd op jeugdherinneringen – waar gebeurd of fictief. De onschuldige levensfase, waarin terugblikkend, de zon altijd leek te schijnen, alles pais en vree was en hij nog geen benul had van wat er nu zo’n beetje helemaal mis is met de mensheid (ouders bijvoorbeeld) en daardoor met de wereld.
Opvallend: het zijn voornamelijk Franse ontwerpers die graag ‘olfactieverwijs’ een wandeling langs memory lane maken. Zo ook Thierry Mugler. De originele Angel (1992) loopt er van over, en in de nieuwste variatie Angel Eau Sucrée doet hij het nog een keer dunnetjes over: ‘Ik wilde altijd een geur creëren die nauw verbonden is met jeugdherinneringen en tederheid. Ik wilde een uiterst sensuele aanraking, zodat je bijna zin krijgt om de persoon die je lief hebt op te eten’.
Vreemd dat het niet zijn eigen jeugdherinneringen, maar meer ‘de algemene, door iedereen beleefde’ zijn. Bestaan die als zodanig? De een begin te lachen bij het ruiken van vanille, de ander zet het op een huilen. Maar we hebben tóch met elkaar ‘afgesproken’ dat vooral zoete en poederige noten het vermogen hebben lang vergeten, prettige herinneringen wakker te schudden – heel cliché dus.
Komt wellicht door Zwitsal en andere per land van naam verschillende talkpoeders, die baby’s’ billetjes beschermen tegen allerlei jeukende onhebbelijkheden. Die zijn vaak samengesteld uit rijst, amandel en vanille. En als je doorgroeide, dan ging je naar de snoepwinkel of kermis waar de toverballen, kaneelstokken, popcorn, suikerspinnen en reuzenspekkies je tegemoet glimlachten.
Dat zie je terug op de verpakking: ‘Is geïnspireerd op traditioneel luxe snoepgoed’. Dat ‘voel’ je terug op de flacon: ‘Bestrooid met suiker lijkt die veranderd in een onweerstaanbare lekkernij’. Ik heb begrepen dat Thierry Mugler, om tot deze variatie te komen, ook de hulp heeft ingeroepen van een van de meest beroemde patisseurs van Parijs: Fauchon. Die heeft voor de gelegenheid de klassieke éclair een Angel-behandeling heeft gegeven.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Het idee: ‘Ingrediënten met provocerende en contrasterende effecten met een overdaad aan smaaksensaties: warm en koud, zoet en pittig, verfrissend en warm’. Nou, dat is overdreven gesteld: provocerend en contrasterend. Want: we zijn inmiddels (onder meer door Mugler himself) gewend geraakt aan fruitige gourmands – raken er zelfs op uitgekeken.
Angel Eau Sucrée kun je omschrijven als een lichtere, meer ‘hapklare’ versie van Angel. Minder stoutmoedig, ‘aardiger’ en toegankelijker door de poederige noten die worden opgeroepen met een gekarameliseerd meringue-akkoord. En dat verantwoordelijk is voor het snoepwinkeleffect en je een ‘crush’ laat krijgen op alle uitgestalde candy (ik zie nu voor het eerst dat candy bijna hetzelfde is als het Nederlandse kandij…). Dat ruik je met name als het rood fruit (zongerijpt uiteraard) begeleid door een frisse noot (die verantwoordelijk is voor het sorbeteffect – denk een aquanoot) is vervlogen. En de meringue (foto) moet je niet helemaal letterlijk nemen. Is een combinatie van poederige zoetigheden die samen doen alsof ze het zijn.
Ofwel, een melange van amandel, vanille, heliotroop en poederige musk (althans dat denk ik te ruiken) die in de basis wordt vastgehouden door patchoeli en vanille, en je nog duidelijker het verschil met de originele Angel laat proeven door het weglaten van karamel en chocolade.
Elegant en très Parisienne, maar het vreemde is: Angel Eau Sucrée doet mij eerder denken aan Angel verdwaald in een Parijs boudoir, dan aan Angel op bezoek in Thierry Muglers favoriete snoepwinkel uit zijn jeugd.
En nu we toch met eau de colognes bezig zijn (zie mijn vorige post)…. we’re going to Ibiza. Het 24/7/365-party-eiland staat in mijn gedachten nu vooral synoniem met door toeval rijk geworden urban hippies die samen met andere hippe vogels de dag al cokesnuivend, pilslikkend en champagne achteroverslaand doorbrengen in hun resorts. Ver verwijderd van het klootjesvolk dat het met goedkope vokda, breezers en bier moet doen, de ene na de andere danceparty onveilig maakt (met of zonder pilletjes) en bij terugkomst in het hotel – ‘wie zegt dat ik niet durf!’ – vanaf hun balkon in het gemeenschappelijke zwembad – probeert te – duiken. Lukt niet altijd zo’n bommetje.
‘Hè, wat ben je toch negatief!’ Zei een broer van me, die er bijna jaarlijks vakantie viert met vrouw- en zoonlief en, voor zover ik weet, geen verwoestende verslaving (zoals zoveel voormalige profvoetballers naar nu steeds meer blijkt) heeft op wat voor een genotsgebied dan ook. ‘Ibiza heeft ook nog een andere kant. Rust, prachtige natuur, interessante lokale keuken’. En toen liet hij mij wat foto’s op zijn iPhone zien, en inderdaad… ik vertrek nu!
En als ik eerlijk ben, weet ik dat hij gelijk heeft. Ik heb ook mooie verhalen gelezen hoe het eiland midden jaren zestig van de vorige eeuw werd ontdekt door de allereerste hippies. Ibiza.nl meldt hierover ‘dat mensen bij elkaar kwamen om te dansen, te zingen, te eten en te roken in de natuur. Het was een plek voor kunstenaars en mensen die contact zochten met buitenaards leven (‘ET phone home!’). Bijeenkomsten werden georganiseerd waar men zich kon inzetten voor duurzame energie, gezond voedsel zonder vlees en een goede toekomst voor de kinderen’. Nu gemeengoed.
Ibiza werd een alternatief cultureel paradijs waar ook Nederlandse kunstenaars inspiratie opdeden. Zouden Cees Noteboom en Harry Mulisch er de broers Antonio en Pele Torres hebben ontmoet? Ook twee kunstenaars, want juwelenontwerpers die als eersten volgens mij ‘uit’ hun begroepsgroep, een geur koppelden aan hun sieraden?
En dus Acqua Colonia Fresca hebben geroken en gekocht? Zou zo maar kunnen… Feit is: de geur wordt inmiddels als een klassieker gezien die door de volgende generatie Torres is verbeterd en uitgebreid zonder de familieroots te vergeten. Want hun op Ibiza geboren opa Antonio Torres Molines – een zeeman die op het schip Matilde vanaf 1915 de zeven wereldzeeën overstak – blijft de inspiratiebron vormen. Maar vergeet niet dat met terugwerkende kracht, Acqua Colonia Fresca eigenlijk standaard blijkt te zijn voor een klassieke niche-cologne. Knap.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Dit noem ik nu een rijke cologne, want het geeft meer dan alleen ‘citruspret’. Eigenlijk is het een ‘volwaardige’ geur in cologne-vorm door zijn gelaagdheid. De opening: als een echte cologne door knisperende noten van citroen en sinaasappel. Is even, maar wel overdonderend aanwezig om later terug te komen.
Want wat vervolgens opvalt: de sterke verbena-injectie (foto) die in dit geval en sterk groene zeep-effect heeft zonder hinderlijk te worden. Dus clean en schoon, maar geleidelijk aan letterlijk wordt verbloemd door geranium (strak, groen en bloemig) en iets minder door (zonnig) jasmijn waardoor de rustgevende kwaliteit van verbena (en de groen-kruidige eigenschap) ervan wordt benadrukt. Tussendoor neem ik een zuchtje waar van lavendel. Maar wat zo leuk is: de citrusnoot komt zoals gezegd weer terug in de basis en wel in de vorm van oranjebloesem. De frisse cirkel is rond.
Terwijl wanneer Acqua Colonia Fresca langer op de huid zit je heel subtiel een zoet-sensuele nuance ‘proeft’ van kaneel en vanille. Hierbas de Ibiza claimt alleen te werken met natuurlijke parfumoliën en dat geen kunstmatige ‘geurversterkers’ zijn toegevoegd. Ik geloof het. Alleen kan voor sommigen de verbena-noot als synthetisch overkomen door de link die het heeft met schoonmaakmiddelen. Wordt vaak als onnatuurlijk ervaren terwijl het juist honderd procent puur natuur is.
RUIK&VERGELIJK
En wat gaat gebeurde er nog meer op geurengebied in het jaar dat Acqua Colonia Fresca op de markt werd gebracht?
Je kunt bijna niets tegen de persberichten van Guerlain inbrengen. Alles klopt, alles wordt altijd in een breder poëtisch parfumperspectief geplaast. Zo ook wat betreft de bewieroking van de 31ste (!) Aqua Allegoria: ‘Bedauwde bloemblaadjes, zonovergoten fruit, ruisende bladeren, teergroen gras… De levensvreugde van de zonnige dagen spat uit Aqua Allegoria, een collectie geurende gedichten losjes samengesteld door een dichter verliefd op zowat alle tuinen. De lichte, heldere en opgewekte geuren zijn klaar om geplukt te worden bij de eerste lentedagen – zoals een boeket bloemen. Een droom onder een prieel of een mooi tropisch avontuur…Elke Aqua Allegoria is een ode aan de natuur in al haar facetten’.
Nu meer specifiek wat betreft Limon Verde: ‘Het groen van een weelderige tropische tuin. De heerlijke frisheid van een waterval in de jungle. De dansende uitbundigheid van een Braziliaans feest. Deze lente geniet u van een caipirinha onder de citroenbomen op de oevers van de Amazone… Het geheim is een onverwachte, onweerstaanbare combinatie van natuurlijke en van nature feestelijke toetsen’.
En dan ‘vergeef je’ deze constatering, want boven alle twijfel verheven, toch: ‘Enkel uitzonderlijke grondstoffen kunnen de essentie van het Latijns-Amerikaanse continent tot leven brengen’. De ware Guerlain-adept moet door voorafgaande toch direct denken aan – ik doe het althans – aan Homme uit 2008, de derde geur die Wasser voor Guerlain maakte. Het verschil: Limon Verde is zoeter, dus minder mannelijk als je zo wilt.
Maar tegelijkertijd is deze Aqua Allegoria eigenlijk de eerste van Wassers’ hand met een meer androgyn karakter en komt daardoor dichter in de buurt van het oorspronkelijk uitgangspunt van deze lijn. Terzijde: dit jaar wordt ook gevierd dat Terracotta dertig jaar bestaat. Wordt onder meer gevierd met de limited edition Terracotta le Parfum die – nu komt het – níet te koop is in Nederland en nauwelijks in België. Toch vreemd in de huidige online-wereld.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
De meest exotische Aqua Allegoria tot nu toe. En dit klopt: ‘Het akkoord van cachaça (rum gemaakt van witte rietsuiker), rietsuiker en limoen is van een ontwapenende eenvoud’. Die wonderwel werkt en net anders citroenfris is. En dat komt dus door de limette. Een limoensoort die, aldus het persbericht, door Thierry Wasser in Mexico werd ontdekt. Geloof ik niet echt. De geur van de limette is in professionele parfumkringen namelijk al lang bekend. Moet hem vertrouwd in de neus hebben geroken toen hij vanille aan het verzamelen – ook zoiets – was voor Shalimar Ode à la Vanille sur la Route du Mexique … ? Werd door hem in ieder geval bewerkt om de levendigheid en explosiviteit ervan aan te scherpen en daardoor meer geparfumeerd lijkt. En dat ruik je goed. Want de opening is als een knallende hesperide-ontploffing, die iets scherper en groener is dan gemiddeld.
Maar snel ruik je het ‘rietsuiker-idee’ dat zich hier achter schuilhoudt: zoet, maar niet té doordat de opening lang blijft resoneren en samengaat met een ondefinieerbare fruitnoot die zweeft tussen vijg en tropisch fruit. En als geurcomponent ‘zelfstandig’ blijft bestaan, zelfs wanneer de zoetzwoele tonkaboon (foto) uit de basis tot ontwikkeling komt. Samen doet het, met een flinke scheut fantasie weliswaar, denken aan een caipirinha-cocktail. Laat je deze ‘drank-link’ los, dan is Limon Verde een tropische mist van citroenfrisse, groene en zoete noten die nooit ‘sensueel-plakkerig’ wordt, die zijn klaterende frisheid behoudt.
RUIK&VERGELIJK
Van de 31 Aqua Allegoria-geuren die sinds 1999 zijn verschenen, groeiden vier uit tot klassiekers, dus nog steeds te koop en met dien verstande dat Pamplune en Herba Fresca door Thierry Wasser iets zijn aangepast.
En: onderstaande geur lijkt – ondanks de verschillen in details – bijna een fotokopie van Limon Verde. Maar je kunt natuurlijk ook beweren: Limon Verde is een fotokopie van:
‘GEESTELIJK’ GELUK: ABSOLUTE EN VOLLEDIGE SERENITEIT
‘GEURIG’ GELUK: EEN (NIET ZO) VREEMD, MAAR BUITENGEWOON WATER
Jaar van lancering: 2014
Laatst aangepast: 04/04/14
Neus: Véronique Nyberg, Dominique Ropion
Ambassadrice: Alexandrina Turcan
Artistic direction: Christophe de Lataillade
Fotografie: Floria Sigismondi
Alien kwam in 2005 tot ons uit het heelal – ‘afkomstig uit de oertijd én de verre toekomst’ – met een heel goed plan: alle pechvogels op onze planeet – ook wel mensen genoemd – weldaad, vrede en kracht schenken. Ik heb Alien altijd een ‘vreemde vogel’ gevonden ondanks haar vredelievende boodschap. Dat had meer te maken met haar verschijning dan met het parfum dat ze bracht. De laatste jaren was ze voor mij – in de hoedanigheid van Anna Jagodzinska – toch meer een über-parodie op buitenaardse vrouwelijkheid.
Ze deed me denken aan de ‘alienne fatale’ uit de hilarische film Mars Attacks (1996). Afstandelijk, eng, vreemd (alien dus) met een prettig vilein gestoord randje. Iemand waar ik me kapot van zou schrikken als ik haar zo maar op straat zou tegenkomen (karnavalsdagen uitgezonderd). Niet iemand die je waarvan je denkt: ‘Daar zou ik wel eens een beschuitje mee willen eten, een glaasje mee willen klinken’.
Anno 2014 denk ik er iets anders over. Want Alien is geïncarneerd – als ‘wezen’ en voor de zoveelste keer als parfum. ‘Als een nieuwe godin ontwakend in het zonlicht, herboren door de bron van het leven op aarde, de zon. Zij vangt het licht en verspreidt het. Dit is het beeld van het goddelijke standbeeld dat verandert in een vrouw, haar hart begint te kloppen in symbiose met het licht’.
Zegt Christophe de Lataillade, huidig creatief directeur van de parfums van Thierry Mugler. En verdomd, het is waar wat hij beweert: ‘Zij is toegankelijker, vrouwelijker’. Want hoewel nog steeds behoorlijk afstandelijk – ‘ze vangt het licht van de zonnegodin en verspreidt dat in een gebaar van absolute overgave met welwillende energie’ – zie ik in haar nu een meer aardse vorm van leven… voorwaar is het wel Alexandrina Turcan en niet de hoofdredactrice van de Nederlandse Vogue Cécile Narinx (soon to be the supreme goddess of Hollands Harper’s Bazaar) die ons tegemoetreedt?
En deze ‘realiteitszin’, proef ik ook in Alien Eau Extraordinaire. De ‘oer-versie’ uit 2005 heb ik altijd een beetje een ‘harde’ jasmijn-ambergeur gevonden die in de loop der jaren diverse, meer fijnzinnige interpretaties heeft gekregen. Het hoogtepunt voor mij in deze: Alien Liqueur de Parfum (2009). Deze variatie ging meer de diepte in, terwijl Alien Eau Extraordinaire voor mijn gevoel zonniger, zachter, ‘vrijer’ en dus minder hard is.
De bedoeling van Alien Eau Extraordinaire: ‘Geluk als gevoel van absolute en volledige sereniteit vertaald in een positieve, stralende en optimistische geur’. En dat wordt door Véronique Nyberg en Dominique Ropion tot leven gewekt met een zonnig boeket van bergamot, neroli, tiaré en heliotroop wiegend in de parfumsignatuur – witte amber en kasjmierhout – van de oorspronkelijke Alien.
Wat ik vooral mooi vindt, is de achter hesperide-regenboog bloeiende tiaré en heliotroop. De eerste exotisch bloemig met warme ondertoon wordt zoeter en poederig gemaakt door de naar amandel-vanille ruikende heliotroop.
Maar, ik ken eigenlijk maar één persoon die deze transformatie treffender onder woorden kan brengen: Maria van Geuren van http://www.parfumaria.com. Ik verbaas me nog steeds hoe ‘buitenaards’ enthousiast zij is van Alien en de variaties – ze heeft ze allemaal. En dat terwijl zij zelf de meest exclusieve en uitzinnige nicheparfums verkoopt. Het woord is aan haar.
Maar, voor ik het vergeet: de campagne werd geschoten/gefilmd in de in Moorse stijl opgetrokken ‘pauwenkamer’ van Castello di Sammezzano (op 40 kilometer van Florence) waarvan de eerste steen in 1605 werd gelegd door Ximenes van Aragon. Na de Tweede Wereldoorlog was het een luxe hotel dat in midden jaren negentig van de vorige eeuw sloot. Sinds 2012 is het een cultureel erfgoed en is het kasteel ondergebracht in een stichting.
Het doel: de rijke geschiedenis ervan bekend(er) maken bij een groter publiek. Thierry Mugler helpt hierbij een handje door de campagne. Opvallend: door deze middeleeuwse setting krijgt Alien op de een of andere manier voor mij, nog meer dan voorheen, een gothic chic-allure.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Maria van Geuren: ‘Al Jaren ben ik fan van de originele versie van Alien. De donkerpaarse flacon die nogal futuristisch en science fictionachtig oogt, doet me denken aan Darth Vader uit de film Star Wars. Ik vond de flacon eerst eng, sprak me totaal niet aan. Tot ik Alien per ongeluk opgespoten kreeg en totaal in de war raakte van deze eigenzinnige geur.
Al jaren verzamel ik elke Alien-versie die op de markt komt. Ook begrijp ik goed dat mensen deze geur níet begrijpen – zelfs penetrant en zwaar vinden. Maar voor mij is Alien een uitgaansgeur: donker, gevaarlijk, zwoel. Stikbenieuwd was ik toen ik Alien Eau Extraordinaire – een ‘cadeaurecensie’ van Geurengoeroe – opdeed.
Nu, ik ga hier geen ingewikkelde noten kraken en de twee geuren qua noten vergelijken. Alien Eau Extraordinaire deed me meteen glimlachen. Er zijn al vele zomerversies gemaakt van Alien, de een nog zonniger dan de andere met telkens weer andere spelers in het blijspel. Alleen, viel Alien Eau Extraordinaire me direct op door de enorme daadkracht. Alien is nog steeds erg herkenbaar, maar presenteert zich nu stralender en tropischer.
Tiaré (foto) en oranjebloesem dwarrelen door mijn hoofd, en ik denk al mijmerend aan de gouden zonnestralen die door een donker wolkendek heen breken. Thee, bergamot en oranjebloesem zorgen voor de zonnige sfeer zonder in te boeten op de kracht waar Alien om bekendstaat. Het hart van de geur omarmt je met warmte en tropische zachtheid. Onmiskenbaar Alien maar blijer en zonniger: van Star Wars met Darth Vader in de hoofdrol naar Back to the Future. Zelfde sferen, andere spelers. Nog steeds niet geschikt voor muurbloempjes, maar wel toegankelijker’.
Dit begrijpt Geurengoeroe niet helemaal: ‘Darth Vader zonder gewaad. Darth Vader in zijn ondergoed die zijn kwetsbare delen ons toont. Ach… het is maar science fiction’. Maria van Geuren geeft als antwoord: ‘Ja, heel weird, Alien is voor mij een man op de een of andere manier. De geur heeft iets stoers door de flacon, maar dat zit in mijn eigen brein verankerd. Maar… vrouwen kunnen ook vallen voor enge duistere mannen, dus ach… de dame was bang voor Darth Vader, maar ook verliefd op hem door zijn angstaanjagende voorkomen. Mijn zoon Julius draagt Alien trouwens vandaag naar school – hij vindt het een geur voor jongens. Grappig hè?’
RUIK&VERGELIJK
Geurengoeroe en Alien:
Thierry Mugler Alien (2005)
Thierry Mugler Alien Eau Luminescente (2008)
Thierry Mugler Alien Liqueur de Parfums (2009)
Thierry Mugler Alien Sunessence Amber Gold (2011)
Thierry Mugler Alien Aqua Chic (2012)
Thierry Mugler Alien Essence Absolue (2012)
Thierry Mugler Alien Les Parfums de Cuir (2012)
Thierry Mugler Alien Les Liqueur de Parfums (2013)
TROPISCHE EUFORIE: EEN ZOMERSE FRUITCOCKTAIL MET ROMIGE ONDERTOON
Jaar van lancering: 2014
Laatst aangepast: 31/03/14
Neus: onbekend
Voor veel westerlingen is en blijft Frans-Polynesië met zijn 128 eilanden het symbool voor een ongerepte, niet door industrie en techniek geregeerde wereld waar de mens – zoals ooit de Franse schilder Paul Gauguin, zoals ooit de Belgische chansonier Jacques Brel – in harmonie leeft met de natuur. Maar of ze het daadwerkelijk dag in, dag uit tot de dood ze van ons scheidt in deze ongerepte staat willen leven is nog maar zeer de vraag.
Nee, af en toe een duidelijk geplande vakantie er naar toe voldoet, mits het drie-, vier- of vijfsterren-resort van alle moderne westerse gemakken is voorzien. Zoals een hippe bar – in het hotel, op het strand – waar je de bartender en/of gediplomeerde cocktailshaker bijna op ieder uur van de dag kunt vragen om nóg een tropische melange op basis van alcohol die je verder laat dromen, terwijl je staart naar de azuurblauwe zee en een local je lichaam masseert met tiaré-olie en kokosboter…
Maar waarom alleen oraal van deze tropische smaken genieten? Zonde! Waarom geen geur die dit genot iets langer weet vast te houden? Vond Escada ook. Vandaar de lancering van Born in Paradise: ‘Een betoverende cocktail van exotische geuren perfect voor warme zomerdagen en heerlijk lange, lome avonden die gevoelens van plezier, warmte en lichtzinnigheid oproept, en je vervoert naar de tropische havens van Frans-Polynesië.
Ruikend aan Born in Paradise, dan moet je volgens Escada direct denken aan ‘prachtige, felgekleurde bloemen, schitterende stranden, kristalhelder, azuurblauw water en overheerlijk tropisch fruit’. Niet zo vreemd: Born in Paradiseis is geïnspireerd op de beroemde piña colada cocktail. Daarom ruikt ‘de uitbundige geur naar verrukkelijk vers fruit en geeft je onmiddellijk een heerlijk vrij gevoel dat doet denken aan tropische oorden’.
Hier sluit de presentatie naadloos op aan, want ‘felle kleuren, bloempatronen en tropische thema’s domineren de lente- en zomertrends van 2014′. Zie je aan de illustratie: ‘Een meisje met haar in de kleur van een zonsondergang, dat met grote ogen terugkijkt op de wereld die ze achter zich heeft gelaten. Te midden van een weelde aan tropisch fruit en exotische bloemen raakt ze vervuld van geluk, vrijheid en tropische euforie. Ze straalt blijheid uit en haar glimlach verraadt zelfverzekerdheid. Ze kijkt ons verleidelijk aan: zij weet wat het is om te vliegen als een vogel in het paradijs en de warme bries van de oceaan door het haar te voelen. Op haar schouder zit een grote papegaai met felgekleurde veren. Hij hoort bij haar; samen doorkruisen zij het paradijs’.
En het ‘in elkaar overlopende blauw en groen van de flacon weerspiegelt de dieptes van de oceaan en de glans staat voor de belofte van een exotische ontsnapping’. Dit keer zit er aan de flaconhals ‘een elegante, zilverkleurige dop met roze hibiscusbloem die je als ring of in je haar kunt dragen’. Deze hibiscus ‘staat voor eenvoud, escapisme, plezier en doet denken aan tropische avonden waarop je in het maanlicht nipt van – ‘ober doe er nog maar een, ik begin nu pas echt de smaak te pakken te krijgen en de charme te begrijpen van’ – een piña colada.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Misschien denk je: ‘Weer zo’n tropi-exoti gevalletje waarin je getrakteerd wordt op een inwisselbaar scherp-synthetische fruity-musky splash’. Inwisselbaar: ja. Maar welke geur is dat door de aanhoudende stroom tegenwoordig niet? Scherp-synthetisch? Niet, echt… het is niet zo dat je het verwerkte fruit in al zijn natuurlijkheid ruikt, maar het komt aardig in de buurt. Vind ik.
En we moeten maar eens af van het vooroordeel synthetisch. Vervang het door ‘natuurindentiek’ en het klinkt direct geruststellender en prettiger in de oren. By the way: als er één puur natuur-ingrediënt ronddrijft in Born in Paradise, dan eet ik een rauwe kokosnoot inclusief de harige bast (waar ook bezemstelen van worden gemaakt). Ik vind het nog steeds knap dat je de geur van bijvoorbeeld appel, watermeloen en ananas kunt nabootsen in het laboratorium… omdat het ‘in het echt’ niet lukt of omdat het niet meer mag: de lijst van verboden natuurlijke ingrediënten in parfums wordt steeds langer; zelfs jasmijn wordt bedreigd…
De charme van het snel vervliegende Born in Paradise is dat er geen enkele bloem in bloeit maar dat je die toch op een bepaalde manier ervaart… Is een kwestie van verschillende geurmoleculen die dat samen – bewust of onbewust – oproepen. Zo ervaar ik in het hart een hele licht-smeuïge gardenia-toets die misschien het resultaat is van het fuseren ananas- en kokosmoleculen en die de top en de basis met elkaar verbinden. Maar eerst een explosie van (exotische) vruchten ingedikt tot een siroop: prikkelend-zonnig ananas en guave die een superfrisse ondertoon.
Prettig ondersteund door een aqua-noot vermengd met watermeloen en (groene) appel. En dan dus ‘een vermoeden van gardenia’ dat nog eens versterkt wordt door een crèmeachtige basis opgeroepen met een sterke lactone-noot met daarin accenten van ceder- en sandelhout en musk. Lekker, zonnig en relaxed. Maar ik laat heel gauw een pina colada-cocktail voor me shaken om te ervaren of Born in Paradise er nu echt naar ruikt.
RUIK&VERGELIJK
Nog meer geurencocktails, nog meer paradijselijke sferen, nog meer exotische frisheid deze zomer met:
Guerlain – Aqua Allegoria – Limon Verde (2014)
Sisley Eau de Paradis (2014)
En iets dichter in de buurt wat het paradijs betreft:
Acqua di Parma – Blu Mediterraneo – Ginepro di Sardegna (2014)
AMARA BETEKENT BITTER; SLAAT NIET OP DE INHOUD WEL OP DE SINAASAPPEL
Een man in zijnelement met de elementen
Jaar van lancering: 2014
Laatst aangepast: 27/04/14
Neus: Jacques Cavallier
Hedendaagse held: Jon Kortajarena
Fotografie: Mario Sorrenti
Wat een verhalen weer voor een geur die niets meer en niets minder doet dan een fris en energiek gevoel oproepen. Sterker, de verantwoording van Aqva Amara lijkt wel een collegetour over ‘notre mare’. Want naast dat het – gelijk Aqva – een hommage is aan de ongeëvenaarde creatieve en vitale kracht van de Middellandse Zee, verkent Bulgari met Aqva Amara de kracht van zijn Griekse-Romeinse wortels.
Daarnaast: een terugkeer naar de elementen: water, lucht, aarde, mineraal. Daarnaast: een herontdekking van het hedonisme – toe maar! – uit de klassieke oudheid. Daarnaast: een terugkeer naar de oorsprong, naar de ‘oermoeder’ via die zelfde Middellandse Zee – in those good old roman days lokaal bekend als ‘mare internum’. Bulgari pakt er een historicus bij: ‘Als we denken aan de menselijke verworvenheden, van de trots en het geluk van het mens-zijn, wendt onze blik zich tot de Middellandse Zee’. Aldus Georges Duby. Daarnaast: Aqva Amara is gemaakt voor de man van nu die zich (dag)dromend af en toe een antieke Griekse held waant. Zoals Hercules die monsters en draken bestreed om zijn stad te redden. Maar ook om de roem die deze heldendaad hem zal verlenen en hem – misschien – onsterfelijk maakt.
Over de elementen gesproken: zee- en bronwater werd volgens Bulgari door de oude Grieken en Romeinen beschouwd als ‘het blauwe goud’; de ultieme luxe dat zij bevochten in de vier (?) hoeken van hun rijk. Nu wordt Bulgari poëtisch: water verzadigd met mineralen waarin het vuur van de vulkanen de zuiverheid van sneeuw beantwoordt. Nu moeilijk: water dat leven geeft en de ‘ether van de ziel’ behoudt – het onderliggende principe van de geneeskunde waarop Hippocrates zijn fundamenten van de moderne hydrotherapie (?) bouwde. Eigenlijk heel holistisch: de Romeinen geloofden in de heilzame werking van koud water ter eliminatie van het lichamelijke en geestelijke kwaad.
Nu nog wat geschiedenis volgens Bulgari: Alexander de Grote veroverde de oostelijke en westelijke kusten van de Middellandse Zee waardoor de elite van die tijd toegang had tot een geurenparadijs. Kanttekening van Geurengoeroe: via handelscontacten was de elite al verzekerd van regelmatige aanvoer van parfumingrediënten – goddelijke talismannen volgens de Italiaanse juwelier. En citrusvruchten (een door goden meegebracht geschenk uit Zuid-Oost Azië) waren – toen ook al – geliefd om hun geur, smaak en geneeskrachtige eigenschappen die – weer wat geleerd – in gescheiden parten de verbinding tussen het Westen en het Oosten symboliseert.
Dan de flacon is van ‘rood metaal’. Met reden. Het refereert aan een andere belangrijke schat uit die goede oude Romeinse tijd die – nieuw voor mij – angstvallig werd bewaakt door de godin Venus: koper. Doordat het bestand is tegen corrosie werd dit metaal – nieuw voor mij – geassocieerd met jeugd en liefde, en heeft het – wederom nieuw voor mij – zowel mannelijke als vrouwelijke kwaliteiten als twee helften van – nu komt de link met de geur – een bittere sinaasappel die met een beetje fantasie zo oranje, zo goud is als koper.
Want, het moge inmiddels duidelijk zijn: de bittere – amaro in het Italiaans – sinaasappel speelt de hoofdrol in Aqva Amara. Het beoogde effect: aanschouwt de knappe, zongebruinde en Griekse 2.0-held uit de campagne. Onverzettelijkmoedig en met statige kalmte trotseert hij de koude zee door zich er in te storten voor een verjongende en revitaliserende ervaring. Een man in zijn element met de elementen die de onzichtbare band tussen hem en natuur wil versterken. Een pure uitdrukking van mannelijkheid, een primitieve band geïnspireerd door water…
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
… een overvloedig en natuurlijk ‘oranje water’ door Jacques Cavallier omschreven als ‘een luxe water verrijkt met de edelste materialen van de beste oogsten… een fris-aquatisch universum vol energie, badend in licht’.
Verklaard voor burgers, boeren en buitenlui: aan de signatuur van Aqva werden extra hoeveelheden citrus-bloemige nuances toegevoegd die in de basis worden verwarmd door een ondergaande zon schijnend over het water.
Dus zoetfrisse en Siciliaanse mandarijn en groen-knisperend neroli (met haar cologne-achtige effect) voor een citrusachtige bite. Dit wordt vermengd met aquatische noot – dat heilzaam bronwater met zijn minerale eigenschappen in al zijn sprankelende glorie nabootst – door Cavallier omschreven als ‘rijk lentewater’.
Ik gok op een mix van hedione en cascalone. De eerste wordt wel omschreven als een jasmijn drijvend in door zon verlicht water, de tweede als een cascade van waterige en bloemige toetsen. Het effect: klassieke citrus-bloemige frisheid die voor een schoon en ‘verzorgd’ gevoel zorgt.
De basis (Indonesische patchoeli en wierook) zorgt voor een zekere warmte, zonder dat de frisheid verloren gaat. Denk hierbij niet aan patchoeli in al zijn aardsheid, denk hierbij niet aan wierook in al zijn stikkende rokerigheid. Het is eerder een laagje die de frisheid verankert en vasthoudt.
Terzijde: Bulgari beweert van zowel mandarijn als neroli dat die een bittere geurnoot hebben, maar dat is dan bitter in de zin van scherp en zurig niet in de zin van wrang en past meer bij de styling van het ‘oranje bitter’-verhaal van Aqva Amara.
RUIK&VERGELIJK
Leuk om het verschil te ruiken: onderstaande geur (en zijn tijdelijke variaties) is meer zee, terwijl Aqua Amara meer zon, meer ‘op het land’ is.
WELISWAAR WEER EEN PURE AMBER, MAAR WEL STRAK-ELEGANT
Jaar van lancering: 2010
Laatst aangepast: 15/03/14
Neus: Emilie Bouge
Model: onbekend
Fotografie: onbekend
Het is vaak verhelderend om oog in oog, neus in neus te staan met de mensen achter een parfummerk, in plaats via een sec persbericht of tijdens een strak georchestreerd persevent het hoe en waarom van een parfum op moeten te snuiven. Ik had gisteren in Brussel – bij www.parfumdambre.com – het genoegen om te kunnen praten met Emilie Bouge van Brecourt. Al vertellende, de parfums werden stuk voor stuk uitgelegd, begonnen ze te leven en kwam ik er achter dat mijn vooroordeel niet helemaal gegrond en terecht was.
Maar dat kwam misschien door de ‘valse start’ die ik bij Brecourt heb genomen: Mauvais Garçon en Eau Libre (beide 2010) vond en vind ik nog steeds geen geuren om over naar huis te schrijven. Ik ben niet de enige. Op diverse internationale parfumblogs worden deze twee ook veelal afgedaan als niet bepaald ‘stout’ en ‘vrij’. Maar dan Ambre Noir (2010) een geur – merkwaardigerwijze – gepositioneerd alleen voor de vrouw. Prachtig. Vol. Rijk. Warm. Niche dus. Met dien verstande dat het weliswaar de zoveelste ‘pure’ ambergeur is en ik die meer associeer met geurkaars, openhaard en security blanket dan met parfum voor de huid. Maar ook binnen de nicheparfumerie ontkom je er ook blijkbaar niet aan dat je moet meegaan met de heersende trends.
Consumenten verwachten als het ware van een nichehuis zijn eigen visie op klassieke parfumconcepten. Maar dat wil niet zeggen dat je klakkeloos elke trend achterna moet hollen. Vindt Emilie Bouge. Zou ze dat doen, dan zou ze nu de ene na de andere oud-geur moeten lanceren. Dat doet ze niet. Eén volstaat: Agaressence (2010). En haar chypre is ook de moeite van het ruiken waard – zo mooi statig en klassiek. Heet Avenue Montaigne (ook 2010) en bespreek ik binnenkort. Om maar – niet – te zwijgen van haar pièce de la résistance voor mij – Rose Gallica (2012).
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Voor Emilie is de sensualiteit van amber zo ‘mysterieus als een liefdeselixer door zijn magnetische en zonnige kracht’. Cliché maar ok. Voor haar was het belangrijk om het ‘algemene’ amberakkoord – de ‘usual suspects’ cistus labdanum, musk en vanilla-absoluut (uit Madagaskar) – te verfijnen en te ‘versensualiseren’ door het te koppelen aan iris en sandelhout. Als het goed is, moet dat de amber respectievelijk poederiger en aardser, romiger en zachter maken.
Maar heel eerlijk: dat ervaar ik niet – omdat je heel snel in het amber-aura zit. Warm, ‘troostend’ met een lichtkruidige toets, zwevend tussen kaneel, steranijs en kruidnagel. Niet meer en niet minder en niet echt anders. De verrassing zit voor mij in de opening. Die is ongewoon in combinatie met amber, ongewoon in welke combinatie dan ook. Want eerst fris-bloemig door bergamot te koppelen aan magnolia, de bloem die als je goed doorruikt naast haar fragiele-vervliedende bloemige toets, ook een frisse, dauwachtige noot verspreidt. Deze twee gaan heel mooi samen en krijgen een eigenzinnige, etherische ondertoon door – origineel – mirre. Deze verrassing is wel van korte duur – omdat zoals gezegd – de amber snel begint te stralen.
DRIE NICHE-TRENDS GEBOTTELD IN DRIE SUPERBE PARFUMEXTRACTEN
Jaar van lancering: 2011
Laatst aangepast: 12/03/14
Neus: James Heeley
Concept & realisatie: James Heeley
Doet het altijd goed en staat zogenaamd chic om je eigen visie op ‘de dingen des levens’ te onderstrepen met een observatie van een personality geliefd om zijn elitaire, snobby, cynische en humoristische kritiek. Dan heb je aan Oscar Wilde een goede. Elke denkbare karaktertrek (met name in de categorie ‘ijdelheid’) zette hij om in treffende constatering. ‘It is only the shallow who do not judge by appearences’, zei hij ooit en vormt de leidraad voor de Extrait de Parfum-collectie uit 2011 van James Heely dus.
Maar wat hij hier precies mee wilt zeggen? Ik heb geen zin om hem te mailen. Zal wel. Ter verduidelijking voegt Heeley er aan toe dat ‘hoewel onzichtbaar, parfum over stemmingen, seizoenen, houding, textuur, kleur en context gaat. Het is onderdeel van onze persoonlijkheid en verschijning’. Open deur voor drie geuren die enkele van zijn favoriete ingrediënten ‘in een hoge concentratie presenteren voor een meer intens en luxueus gevoel’, eindigend met een voor mij eveneens geheel onbegrijpelijk ‘er is tijd en plaats voor alles’. En dan te bedenken dat James Heeley een voormalig filosofiestudent is…
In ieder geval Agarwoud, L’Amandière en Bubblegum Chic geven een mooi, actueel overzicht van de ‘de staat van de niche-parfumerie’ omdat het drie geurconcepten vertegenwoordigt die het nu goed doen. Respectievelijk – here we go again – oud, ‘licht gourmand in het voorjaar’ en het witte bloemenparfum.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Ik had me voorgenomen om 2014 uit te roepen tot ‘oud-vrij’-jaar. Maar dat staat eigenlijk gelijk aan politieke parfumzelfmoord… Mijn ‘narrow escape’-excuus bij Heeley: Agarwoud verscheen in 2011. Om in de stemming te komen moet je volgens hem denken aan ‘extrait de devotion, serenity, eagle, prayer, space, meditation, temple, prince, Siddhartha, gold, dark, wood, forest, power, mind, fertility, mist, rising, control, wealth, poverty, spirit, forever’. Voor mij is het geen puur oud, maar eerder ‘rozenhout’ (voorafgegaan door een ‘soort van’ zoete, melkachtige noot). Dus meer roos dan oud. Het is een volle en zoete Bulgaarse roos geënt op de stam van de aquilaria-boom. Je ruikt het oud door de rozenblaadjes heen.
Hierdoor is het oud ook minder meeslepend en verzengend Arabisch, wat nog eens versterkt wordt door een, ik kan het niet anders omschrijven, zeer elegant-zachte amberbasis met een nadruk op benzoïne waardoor de afronding helder en open blijft. Warm zonder te smeulen. Zon zonder verbrandingsgevaar. Met andere woorden: Agarwoud is oud prêt-à-porter zonder ‘bang’ te moeten zijn dat de hele wereld naar je kijkt als je voorbijloopt – iets waar de kans groot op is als je met de ouds van Montale op pad gaat.
L’Amandière is heel mooi, heel delicaat. Een fantasienaam (ik hou het op amandelplukster) voor een fantasierijk parfum en tegelijkertijd ‘a portrait of spring’ aldus Heeley. I couldn’t agree more. Dit is precies wat je je voorstelt bij het voorjaar: onschuldig fris en bloemig, en ogenschijnlijk simpel van structuur. Not dus. Want deze amandelplukster loopt door een prachtige, beetje verwilderde tuin annex boomgaard waar je die typische geur van vruchtenboombloesems kunt ruiken. Beetje weeïg, beetje zoet, beetje fris.
Het ‘gevoel’ van groene amandelbloesem ruik je heel goed; het vormt als het ware het poederig-zoete geraamte van de geur. En neemt de fris-groene hyacint en dito wilde hyacint (bluebell) die onder de amandelboom bloeien heel elegant in zich op. Eveneens het gras, want er zit heel even een hele subtiel groene, niet-bloemige noot in de opening. Om het bloemige karakter te versterken ruik je ‘in de verte’ ook een nog een verwilderde roos en boerenjasmijn.
En om het groene, zonnige voorjaarsgevoel verder te accentueren, dwarrelt boven dit alles een regen van pollen- en honingachtige lindebloesem. Van een basis is nauwelijks sprake. L’Amandière is er eigenlijk in één keer vanaf het begin. Maar ik vermoed een delicaat poeder van witte musk, amandel en vanille. De sfeer die James Heeley wil oproepen: ‘Kissing in a French country orchard’. En dat is hem heel goed gelukt.
De naam ligt in de lijn van Frédéric Malle Lipstick Rose (2000) en ook moet ik denken aan de humoristische namen van Etat Libre Orange. Bubblegum Chic combineert de genoegens van het kindvrouwtje Lolita die in haar Barbie-boudoir wacht (verveeld kauwgombellen blazend) op haar verboden amant die ook de amant van mama blijkt te zijn. Maar dat weet de laatste nog niet. Hopelijk heeft hij Bubblegum Chic alleen aan dochterlief geschonken, want als ‘moeders’ deze geur ook bij haar ruikt dat zijn de rapen gaar.
Want deze tuberoos laat niets aan de verbeelding over, ervan uitgaand dat je gelooft in het erotiserende karakter van deze fatale bloem – I do. Vol, sensueel, warm, zongekuste huid en ‘lekker romig’ -alsof de tuberoos in de boter is gelegd om het parfum ervan te extraheren. Opvallend is de scherpe, medicinale opening. Groen als je zo wilt. Weliswaar als een flits, maar toch. Ik vind dat aangenaam, anders zit je direct in de geile, erogene zone van de geur, het hart.
Tuberoos dus. Eerst fel, alle aandacht opeisend om vervolgens zachter en bloemiger te worden door een gulle dosis frisse jasmijn. En die komen na verloop van tijd in een elegant-erotische balans. Opvallend en aangenaam: de witte musk in de basis is weliswaar scherp en linkt mooi met de opening, maar wordt geleidelijk aan katoenpluiziger en blijft – hoera! – gelukkig gevrijwaard van een te cleane laundry-finish.
Dit is natuurlijk de zoveelste tuberoosgeur in een rij en ik zal Bubblegum Chic waarschijnlijk verwarren met de concurrentie tijdens een blindtest. Maar het is gewoon goed gemaakt. Wat ik vooral leuk vind: de sluier van rood fruit die zich door de hele geur fluisterend manifesteert. Hier geldt hetzelfde als voor de witte musk: gedoseerd zonder een ‘explosie’-effect. Iets wat tegenwoordig zo vaak gebeurt met framboos, lychee, aardbei, veenbes en rode bes. James Heeley heeft bij Bubblegum Chic één soort vrouw in gedachten: een drop dead gorgeous. Wie dat is? Laten moeder en dochter er maar om vechten…
RUIK&VERGELIJK
Ik denk er over om te stoppen met Ruik&Vergelijk, want daar is tegenwoordig eigenlijk geen beginnen meer aan. Voor je het weet beledig ik iemand door te vergelijken. Iedereen die mij volgt weet inmiddels dat de meeste geuren variaties op een thema zijn. En dan is het meer een kwestie van of je vindt dat of wel God, of wel de duivel ‘in the details’ zit.