BLOEMETJESGORDIJN, BLOEMETJESFONTEIN, BLOEMETJESFESTIJN
BIJNA NATUURINDENTIEK GEURGENOT
Jaar van lancering: 2016
Laatst aangepast: 10/02/16
Neus: Annie Buzantian, Richard Herpin
Concept & realisatie: Marc Jacobs
Was ik gisteren nu wel of niet een beetje doorgeschoten met het gerstenat? Was ik nu wel niet verkleed als xxxxl-neus? ‘Mien waar is mijn feestneus… door de regen weggedreven… ?’ Waar zijn me nieuw gemaakte vrienden, of vonden ze de rap-adaptie van mijn all time carnavalsclassic toch niet zo leuk? Was ik niet ritme- en woordvast genoeg? ‘Weet je wel wat ik zou willen zijn, een bloemetjesgordijn, of – nog fijner – een bloemetjesfontein. Elke dag verspreidt ik een geur zo fijn, echt een festijn, niet terpentijn maar serpentijn voor de neus. Heus, ik heb geen andere keus’.
Nu kun je bloemetjesgordijn melig interpreteren, maar ook serieus. Serieus in de zin prettig en aangenaam, als beeld voor iets schoons. Hierop kom ik door Daisy Blush, Daisy Eau so Fresh en Daisy Dream Blush. Want sinds ik me beter in de geuren ben gaan verdiepen, verwonder ik me toch weer eens over hoe boeiend composities kunnen zijn. Dat ‘beter’ komt door de verwachting die ik – ongeroken – van de geuren had. Ik dacht: ‘Marc Jacobs zal wel weer in zijn privéfruitgaard aan alle rode vruchtendragende struiken en planten hebben geroken, gesnuffeld en geplukt ter inspiratie. Want dat is wat nu jonge meisjes willen, wensen volgens de industrie. Toch? Wat schetst mijn verbazing: rood fruit schittert door afwezigheid. Alaaf! Hiervoor in de plaats: luchtige, bijna natuurindentieke bloemengeuren die haaks staan op de ‘plastic fantasic’-uitstraling van de doppen.
Knap dat neuzen met grotendeels synthetische ingrediënten je het gevoel geven alsof je in – gedroomde – zomerse weiden, langs zomerse beekjes wandelt. Dit keer niet alleen begroeid met madeliefjes, maar met bloemen die het gevoel geven van: nu is het lente. En dat is wel ‘net zo handig’ heden ten dage, want deze rustgevende plekken dreigen – ook ik in Nederland en in België – het onderspit te delven voor nog een vinex-wijk, kantorenconglomeraat, industrieterrein die uit een soort van gewetenswroeging en/of cynisme van de uitvoerenden namen krijgen met nostalgische insteek: ‘Floriande’, ‘Waterakkers’, ‘Kersenboogerd’.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Vooropgesteld: dit Blush-trio is geen niche. Heeft ook niet de pretentie. En dat is maar goed ook. Waarom moeilijk doen als het met ‘minder’ ook kan? Wat volgens mij bewust ontbreekt is de verdieping, die je zoals bij een klassieke Guerlain, maar door en door en door kunt ruiken, telkens nieuwe aspecten. Nee, deze drie geuren zijn momentopnames, foto’s, selfies als een herinnering aan prettige belevenissen.
Daisy Blush – door Annie Buzantian – wordt omschreven als ‘een boeket van vers geplukte bloemen, sprankelend en vrolijk’. Bij peer begin ik altijd te schrikken, want dat geeft meestal een mierzoet-kleverig, zogenaamd sappige aroma. Wordt in deze geur goed gecompenseerd door waterlelie en bergamot, waardoor je eerder het idee hebt van waterdruppels die van een rijpe vrucht vallen.
Het hart: een onverwachte combi: lelietje-van-dalen (1), kamperfoelie (2) en mimosa (3) die samen een tussen voorjaar- en aankomend zomergevoel geven. Zwevend tussen groen-fris (1), lente (2) en een warme, honingachtige gloed (3). De afronding ondersteunt dit natuurlijke bloemengevoel zonder dat je het in de gaten hebt: skinmusk (denk aan schoongewassen huid) en edele houtsoorten – bestaan er ook onedele?
Daisy Blush eau so Fresh (door Richard Herpin) is frisser van aard. Moet ook. Ligt in de naam besloten. Steekwoorden: zorgeloos, levendig, warm, stralend, bruisend. Opent behoorlijk fris-fruitig: mandarijn, appel en roze grapefruit voorbij drijvend in koel beekje. Het hart combineert de fruitige roos met de ‘knisperende’ frisheid van fresia en lelietje-van-dalen. Ofwel, een licht bloemenwater-effect. De fruitigheid van de opening wordt in de onderstroom gecontinueerd door abrikozennectar – fluweelzacht met een honingachtig accent dat er voor garant staat dat het cederhout en musk niet al te clean en hard kunnen ‘uitwasemen’.
Mijn favoriet: Daisy Dream Blush (door Annie Buzantian). Zacht, lieflijk. Als een zomerse wolk – gezien ‘vanuit’ een roze (zonne)bril – waaruit bloemen sierlijk druppelen. Hoewel inhoudelijk deze geur veel overeenkomsten vertoont met de vorige twee – waterlelie, roos, lelietje-van-dalen, fresia, musk – is het eindresultaat anders.
Na de fris-zachte-groene bries (opgegeven: viooltjesblad, waterlelie, bergamot) ervaar ik nog meer de afdruk van de ware natuur. Het effect is wat warmer, meer richting zomer. Komt door het samenspel van de bloemen, die merkwaardigerwijze mij doet denken aan sering. Zonnig-fris. Lijkt wel alsof ze beplakt zijn met de – in dit geval poederige – musk. Verder vetiver. Eerlijk gezegd: ruik ik niet. Wat me wel bijblijft, de onbekommerdheid en de ‘vanzelfsprekendheid’.


Wat hebben maison Dior en Madonna (niet ‘de madre di dio’ maar de popster) gemeen? Ze zijn beide ‘fifty/sixty something’ en, als je goed kijkt, beide in wezen heel klassiek. Dior door het als maar benadrukken van de coupe- en vakmanschap-clichés van haute couture, Madonna door alle clichés die plakken aan seks en verleiding als uitgangspunt te blijven nemen voor haar werk.
Wat krijg je dan? Dior die door de statige en te perfectionistische ‘couture chic’ van J’adore (1999), de ‘couture girl next door’ Miss Dior (2004) en de neo-nichelijn La Collection de Christian Dior (2010) van ‘zichzelf’ in slaap valt, vervolgens met schrik wakker wordt en het op de heupen krijgt – la crise de la ‘quarantaine’! Wil weer jong, rellerig-dellerig en shock-shock zijn.
Ici Paris XL omschrijft de compositie als ‘het heerlijke en toxische parfum van het moderne meisje. Een sensuele hartenbreker die als een vergifiting (staat er echt – zou het de compositie zijn… ) werkt waardoor plezier een verslaving wordt. Een bitterzoete bloemige geur met tonkabonen van Venzuela en een vleugje sinaasappel om je te laten meeslepen door de sensualiteit van de rose de Grasse’. 
Ken je de french expression: derrière chaque grand homme, se cache une grande femme? Niet? Goed geantwoord – omdat it isn’t een Franse expression. But I was thinking of it while interviewing Gérald Ghislain during his stay last december in the hoofdstad of modern tourist industry of Europe, Amsterdam.
Maar wat vreemd: de teleurstellende opkomst van ‘beautyredacteuren’: ook een soort van diva-houding – diegene die de moeite hadden genomen waarin in no time vertrokken. Gemiste kans. En stom. En dom: heb je een keer la possibilité om ‘in de buurt’ een connaisseur te ontmoeten, laat je die kans liggen.
QU’EST-CE QUE JE SENS EN FAIT?

Toen ik voor het eerst naar New York ging, werd in Amsterdamse ‘welingelichte kringen’ de van waterbuffelmelk gemaakte porseleinwitte mozzarella geīntroduceerd als diner-entrée. Kocht je in van die authentieke, pittoreske toen nog niet als ‘lifestyle’ geclassificeerde winkeltjes. Lekker snob. Echt keuze had je niet: meestal van één ‘adresje’. Loop ik in the Big Apple een grocery binnen: mozzarellahemel – meer dan twintig merken. Maar om die nu allemaal te kopen voor een vergelijkend warenonderzoek in nuanceverschillen?
Doet 27 Février 1950. Maar toch. Is een ‘eaubade’ op Reynier Pozzo di Borgo. Wat de exacte familieband met Pozzo di Borgo’s oprichtster is, wordt me niet geheel duidelijk. Oomlief? Zijn ‘biografie’ op de homesite van het merk is nogal vreemd opgesteld so to speak: ‘On February 27, 1950 was born Reynier Pozzo di Borgo. This lover of French heritage has spent his life raising and maintaining the old stones as an architect’. Liefhebber van Frans erfgoed? Ben ik ook! Wie niet? Oprichten en onderhoud van oude stenen? Kan het vager? Even gegoogeld. Wat blijkt? Eerst graaf, vervolgens sinds 2008 zesde hertog Pozzo di Borgo is een in Tunesië geboren architect. Zelfs zijn Parijse adres wordt vermeld – geen ‘verkeerd’ arrondissement. Ik ben erg blij dat hij ‘now focuses on renewable energies and creates a collection of citrus in Corsica that he appreciates the sweet flavors and fragrances’. Het staat er echt. Renewable energies, klopt volgens
… maar niet zo eigenzinnig als verwacht. Valentine Pozzo di Borgo laat zich er nog al op voorstaan dat ze van adellijke alternatief-chic komaf is. Maar dat ruik je niet echt in 27 Février 1950. Maar al haar geuren ‘wrijven en schuren’ trouwens niet – figuurlijk. Zijn niet onderscheidend. Zo ook 27 Février 1950: niche voor beginners. Maar die wrijft en schuurt gelukkig wel – letterlijk. Zoals al gezegd: verplicht voor een eau de cologne. Je ruikt door de eclatante frisheid direct de kwaliteit van de ingrediënten. Pierre Bourdon zegt over de compositie, alleen weer zo krom Engels genoteerd: ‘created this fragrance especially for him – Reynier dus – as a ballad in family Corsican lands’. En eindigt met een gaap-gaap-nog-een-keer-gaap ‘27 Février 1950 is a powerful fragrance that leaves a present wake and assures a silhouette as a character trait’.
Jullie weten het allemaal – hoop ik: je moet ‘tegenswoordigs’ heel veel, maar dan ook echt heel veel uit de kast halen om de ‘verwende’ parfumconsument nog te prikkelen. Alles is al gedaan. Extreem seksueel en
Het persbericht: ‘ck2 is een nieuwe categorie: urban, woody, fresh. Vernieuwend: het gaat er niet om of je de geur als man of vrouw lekker vindt, maar als individu – zonder vooroordelen, zonder verwachtingen ‘open’ de geur ervaren’. Interessant: de compositie is er wel en ook weer niet.
Er bestaat een wereld waar wij – lees: de gemiddelde burgerman – geen weet van heeft. Af en toe glipt in zijn bestaan iets binnen: tijdens een mallotige gossip-rubriek op tv – denk: zijne roddel- en achterklap hoogheid Albert Verlinde. Of zie je bij toeval op Facebook dat een Arabische wereldburger uit zijn – op maat gemaakte – sloffen schiet omdat zo’n parkeerwachterloser een bon op zijn – how very dare you! – Lamborghini heeft geplakt. Soms denkt hij dat een ronkende advertentie – denk: Flying Emirates – een tip van de sluier licht.

Strange: still no mention of Blue Noir at 
Toen ik ongeveer vijftien jaar geleden na een vakantie uit Nieuw Zeeland terugkwam in het vaderland, werd ik ondanks mijn xxl-lengte niet direct herkend: was mijn baard (nee, niet de eerste maar laatste foto). Had ik een kwartaal laten staan. Neem daarbij de andere haren die ik op mijn hoofd welig had laten voort woekeren: ‘Hé baardaap, terug uit de rimboe?’
Daarnaast zie ik een duidelijke invloed van andere mannen wat ‘baardschap’ betreft. Maar hoe omschrijf je in deze verwarrende tijden ‘vrij en onverveerd’ deze bevolkingsgroep die gelooft dat Moehammad ibn ‘Abd Allah ibn ‘Abd al-Moettalib ibn Hasjim ibn ‘Abd Manaf al-Koeraisji (ca. 570 -632), the one and only profeet en boodschapper van God is. Deze mannen hebben sinds millennia een overdreven aandacht voor de baard gecultiveerd – als detail van hun niet onderhandelbare mannelijkheid. Vandaar in groei en in onderhoud letterlijk tot in de puntjes verzorgd. Geldt ook voor de daarboven trots prijkende snor – nu vaak gepommadeerd comme Hercule Poirot. Wat de hipster hier aan toevoegt: up to date styling. Casual ruig dus: tatoeages, stoere sieraden ter ondersteuning van een strak pak, skinny look of een zorgvuldig samengestelde urban nomad-outfit. Een voorbeeldig exemplaar: Menno de Koning winnaar van Nederland Bakt anno 2015.
Niets nieuws eigenlijk onder de horizon, want ‘bij de Arabieren’ – daar doelde ik zonet op – is deze barbershop-functie altijd levend gebleven. Daar is het vanzelfsprekend dat je gezicht tijdens een behandeling (knippen, trimmen en/of, scheren) in de watten (eigenlijk ‘vers’ gestoomde hete handdoeken) wordt gelegd. Vervolgens wordt je gezicht opgeschrikt met een pittige, schurende cologne – hoe heerlijk is dat? En dan ligt het in de lijn der commerciële verwachting dat je die als klant koopt. Ook hier: dat was ‘vroeger’ normaal. Mijn vaste Amsterdamse kapper – ‘Cor’ – die drie jaar geleden helaas zijn scharen en scheermessen aan de wilgen hing, had ook een mini-parfumerie in zijn etablissement.
Culminerend in de bijna letterlijk niet te vermijden wereld van ‘ordinaire producten’-reclame: bijvoorbeeld die van de schoonmaakmiddelenindustrie. Zeefdrukte Andy Warhol dat verdomde handige keukenhulpje Brillo, Jeremy Scott transformeert een ‘Glassex-spuitfles’ – ‘Handig, maar wat jammer van de strepen die het achterlaat op de ramen’ – tot een echt parfum. De ironische boodschap is duidelijk en wordt versterkt door de naam – Fresh Couture. Kun je tegelijkertijd interpreteren als een frisse kijk op mode en geur. Én slaat natuurlijk op de inhoud.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?