OLFACTORISCHE HOLOGRAMMEN
Jaar van lancering: 2017
Laatst aangepast: 21/08/18
Neus: Dorothée Piot, Karine Vinchon-Spehner (Woman)
Neus: Annick Menardo (Man)
Ik zat te grabbelen in mijn ‘geurenton’ – verzamelplaats van proefjes – voor een nieuwe recensie en trok Figment Man. Wel zo makkelijk: ook Figment Womanerbij gepakt. Eerste waarschuwing: don’t be fooled by the name. Want de geur heeft dus niets, maar dan ook niets met vijg te maken (wat op zichzelf wel leuk geweest zou zijn). De ongebruikelijke/originele naam – had er nog nooit van gehoord – betekent: sprookje, bedenksel, hersenspinsel, fabel(tje), verzinsel, inventie, fictie en verdichting.
Dit wordt gecombineerd met een ver voor de meeste stervelingen onder ons onbereikbare vakantiebestemming: koninkrijk Bhutan. Door de gelukkigen onder ons die er ooit mochten verpozen omschreven als de naam van de geur. Creative director Christopher Chong ziet het duo als ‘an expression of the Bhutan of my imagination. Neither fantasy nor reality, it is an olfactory hologram’.
Tuurlijk. Zet dat maar eens om in een geur! Onbegonnen werk. En waarom denk ik tegelijkertijd – ‘zal wel!’ Iets wat mij in het begin van mijn landelijk bovengemiddelde parfumbelangstelling nooit voortkwam. Sterker, ik kon ‘ooit’ ontroerd raken wanneer een parfumhuis een ‘ver weg’-geur lanceerde – Fidji (1966) van Guy Laroche. Zelfs nog bij de herlancering van een ontsnappingsparfum, zoals Sous le Vent (1933) van Guerlain. Nu komt het mij vooral ongeloofwaardig over, in de zin van dat nu nog bijna iedereen parfum als een ‘figment’ verkoopt. Cliché dus. Verzin eens wat anders! Gebeurt natuurlijk wel, alleen op zeer kleine schaal.
Heb jij dat nu ook? Bijna ontroerd zijn als een blogger een geur analyseert als betrof het een retroperspectief van een belangrijk kunstenaar. Pagina, na pagina worden de indrukken en observaties gedeeld. Maar hoe meer hij/zij zich erin verdiept des te meer bij mij het figment-gevoel verdwijnt – nog iets aan de verbeelding overlaten bij de lezer wordt gekaapt door kille analyse. Voorbeeld: www.kafkaesque.com. Besteedt meer dan #pak’mbeet 4000 woorden aan Figment Woman en Figment Man. Moet je toch een echte vakidioot zijn. Ik ben dat in ieder geval niet meer.
WAT FIGMENT IK EIGENLIJK?
Is het dat ik een man ben dat ik Figment Man lekkerder/interessanter vindt, ondanks het feit dat Figment Woman gedreven wordt door tuberoos (toch wel een van mijn favo ingrediënten). Grappig, interessant, boeiend of hoe je het ook noemen wilt, in Figment Man meen ik het fetish-ingrediënt van Amouage – wierook – te herkennen, maar die schittert door afwezigheid.
Letterlijk een prikkelende opening. Lekker groenig (varenachtig, citroenachtig in een halo van roze peper). En dan, en dan, nog lekkerder: een vies, een stinkachtige noot die doet denken aan civet gecombineerd met aardse, minerale en kalkachtige noten. Goed gedaan. Voor mij nu een ‘vereiste’ hoe een goede geur moet ruiken. En tegelijkertijd iets zachts, vloeiends – sandelhout dus en verdomd, ik detecteer het, de in dit geval stroeve houtachtige noot van vetiver.
De ‘stink-noot’ uit het hart, wordt in de basis versterkt door cistum labdanum. Denk aarde, denk recente bosbranden. In a way doet de geur me denken aan Bracken Man (2016). Dezelfde stugheid, het idee van iets ruws en ongekunsteld vangen in een ‘gekunstelde’, samengestelde geur. Alleen de afronding is nogal tam en mat, nikseg.
Dan Figment Woman. Ik word bijna gek van de zogenaamde ‘gefragmenteerde tuberoosgeuren’. Stella McCartney heeft er een. Reminiscence heeft er een. Gucci heeft er een. Miu Miu volgt binnenkort. Wat doet deze variant? Is heel simpel: minder naar tuberoos ruiken. Eerder het boterachtige, melkachtige gevoel versterken in plaats van het overweldigende bloemeneffect. Natuuurlijk – bijna verplicht – wordt ze begeleid door gardenia en ook nog veel andere witte bloemen: sambacjasmijn, oranjebloesem en ylang-ylang. En helemaal hip: de toevoeging van saffraan, gecombineerd met peper.
Alleen ervaar ik beide slechts un petit peu. Figment Woman presenteert zich als een getemperde tuberoos. Ik associeer het enigszins met Gabrielle (2017) van Chanel. Ook opgebouwd rondom witte bloemen, maar de ware kracht die ze samen kunnen oproepen – nee dat dan weer niet. Eerder clean, dan gevaarlijk. Dat ‘accepteer’ ik wel van masstige-geuren, niet van een huis dat zich duidelijk neerzet als niche en verondersteld überchic.
De afronding vind ik het meest verrassend. Lekker droog, stug en verlaten, tot leven gewekt door iris, papyrus, patchoeli en wierook maar minder heftig dan Figment Man. Maar ook hier: clean en safe.
Opvallend: in de drydown lijken Figment Man en Figment Woman te synchroniseren. Met andere ingrediënten eenzelfde soort van milky-earthy-gevoel. Alleen te ‘verzorgd’ en te geraffineerd (in de zin van dat alle ingrediënten door een safe wasprogramma zijn gehaald). In plaats van de kracht van de natuur te onderstrepen, is het eerder een synthetische-cleane kijk op puur natuur-ingrediënten.


Is de parfumwereld aan het doordraaien? Kun je een boom over opzetten of misschien wel zelfs een seminar/congres aan wijden met internationale sprekers die vanuit verschillende invalshoeken een positief toekomstperspectiefgericht licht laten schijnen, dan wel een aanzwellende, onheilspellende onweersbui laten plenzen over de toehoorders. En alles wat zich daar aan meningen tussen beweegt.
Als extraatje een très plastique armband-broche-combi die je om je pols kunt hangen of op je trui kunt spelden die je normaliter op de kermis bij de schiettent als troostprijs krijgt. Het accessoire is trouwens van een beledigende shitkwaliteit, na een paar keer ‘spelen’ begaf een, van de twee armbanden het al. Bevestigd wederom mijn vooroordeel over dit soort gratis cadeautjes bij geuren. Niet doen. Is voor mij hetzelfde dat je bij de slager gratis bearnaisesaus krijgt bij je gekochte chateaubriand. Laat maar. Gratis bestaat niet. Leuker zo het zijn wanneer het vice versa gebeurde.
Als ik goed heb geteld heeft Bond No 9 – anno 2003 – 129 geuren in zijn collectie. Ja, ik heb echt tde ijd niet, en zelfs als ik die had, om me in alle te verdiepen. Grote kans dat er een tussen zit die écht beantwoordt aan mijn voorkeur. Trouwens, ik heb geen olfactorische voorstelling van dit gedeelte van Central Park en of die anders ruikt, zou moeten ruiken dan het oostelijke of welk gedeelte van New Yorks groene long dan ook.
Beetje overdreven gesteld: zonder eau de colognes (of is het nu eaux de cologne in het Nederlands taalgebied?) kom ik de zinderende hitte van nu niet door. Trouwens ook tijdens lauwe zomers bewijzen ze me een goede dienst. Op strategische plekken staan ze in mijn tot woning omgebouwde Saksische boerderij in Drenthe klaar als ik behoefte heb aan instant-verfrissing.
Normaliter wanneer ik een geur als siroop omschrijf, bedoel ik dat negatief. Toch komt die gedachte bij Cologne Extra Vieilleook direct naar boven borrelen, maar dàn heerlijk fris zoals luchtbellen in een glas zich een weg naar de oppervlakte banen, wanneer ze worden overgoten door ijs en water.
In Nederland leeft het niet echt, of beter gezegd is het nog niet zichtbaar: luxe die eraf vanaf spat, blingbling in überdrive trots getoond. Waar ze er geen moeite mee hebben: Amerika, Arabië en Azië. De redenen zijn meestal hetzelfde: ze hebben er keihard voor gewerkt en/of geluk gehad op de beurs en/of in het casino en/of weet ik wat niet al. Op parfumgebied is het daar dus ook hoe duurder hoe beter. Geldt natuurlijk alleen voor de oude en nieuwe elite en de social wannabe’s/climbers. Want de ‘deplorables’die ervoor zorgden dat de man die niets maar dan ook niets met deze laagopgeleiden – gemeen – heeft, de 45stepresident van de Verenigde Staten werd.
De verantwoording: ‘Na drie jaar intensief onderzoek en exclusieve selecteren van materialen lanceerde Xerjoff Oud Stars op de Esxence Milan Exibition 2012, bestaande uit zes parfums gebaseerd op de XJ Shooting Stars-lijn uit 2005’. Zal wel niet: ‘Uitgevoerd volgens de Arabische parfumtraditie en geïntegreerd met de luxe stijl en creativiteit van Xerjoff, is de collectie gemaakt met – lijkt me nogal logisch dus waarom vermelden – prestigieuze distillaties van puur oud uit de plantages van Laos, India en Borneo’.
Volgens mij kun je nu in de parfumerie een kanon afschieten, of een voetbal. Want daar is nu wel het laatste waaraan je denkt. Toch? ‘Tis nog lang niet voorbij die mooie zomer die begon zowat in mei, ha je dacht dat er…’ En ander dingetje: WK in Rusland. Ik kijk zelf bijna naar elke wedstrijd, en dat wil wat zeggen. Of zou het komen omdat Nederland niet meedoet en ik helemaal meeleef met De Rode Duivels. Ik heb elf jaar in Brussel gewoond. Dat doet wat met je.
Het overkomt me af en toe dat ik bij het spuiten van een geur op mijn (meestal) linkerpols, ik spontaan begin te ‘niche’-niezen: is meestal een kwestie van de frisse, knetterende opening. In Subversif een uitbarsting van in vijg en zwarte bes gekapseld bergamot met een frisgroen, zoet-wrang effect tot gevolg. Met andere woorden: de toon wordt gezet van dit oosterse georiënteerde parfum.
‘Heeft u dat nou ook?’ Dit is geen cabaretconference by the way, maar hoe meer ik me in de huidige tsunami van nieuwe geuren verdiept, hoe treuriger mij om het hart wordt. ‘Heeft u dat nou ook?’ Wat mij vooral stoort, irriteert en in me gedachten doet meppen naar deze en gene: de über-storytelling die een doorsneegeur – geleverd door zowel überniche-, niche en massniche-huizen – moet goedpraten.


Dit is de bedoeling van de oprichter Cindy Guillemant: ‘Moresque is de harmonieuze synthese tussen vorm en inhoud, tussen esthetiek en essentie. Gemaakt om de oude oosterse traditie van parfums met tijdloze Italiaanse stijl aan te kleden, is Moresque een eerbetoon aan de pracht van de Moorse kunst. Het is ook een lofzang op de verfijning van oriëntaalse parfums en de knowhow van ‘made in Italy’.’
Mijn eerste totaalimpressie blind geroken: een intens poederige geur – musk, vanille, en vooral tonkaboon – die in het begin een fris-prikkelend, zoet-kruidig accent heeft. Ik gok op steranijs. Sorry, een intens poederig parfum met ‘lichtvonken’, want het betreft een extract, waar je door de poederregen heen af en toe verschillende bloemen oplichten.
Die persberichtschrijvers op de hoofdkantoren van de luxe merken toch. Die verliezen zichzelf steeds meer in lyriek en quasi literaire omschrijvingen. Alsof ze dingen naar de Pullitzer Prijs terwijl bij – ook vluchtige – analyse slechts met één speldenprik… Die van Etro kan er ook wat van: ‘De samensmelting van landen en culturen vormt de basis voor een verrassend esthetisch parfum dat volledig trouw is aan zichzelf’. Ik bedoel: klinkt indrukwekkend maar tegelijkertijd zeg je niets. En hoe kan een parfum ‘dat nog maar net komt kijken’ trouw aan zichzelf zijn. Het is toch geen levende entiteit met een ziel die kan reflecteren?


Daar stond ik in 1986 nog helemaal niet bij stil: niche. Moest als begrip op geur nog toegepast worden, stond pas in de steigers. Wie had er buiten Parijs al van Annick Goutal gehoord? Hoefde ook niet direct per se, want de klassieke leveranciers hadden allemaal nog een ‘soort van’ beroepseer. Dus vanzelfsprekende kwaliteit leveren zonder pochere borstklopperij, constante zelffelicitaties en te mooi uitgegeven persberichten die je lange tijd maar niet durfde weg te gooien.
Het is voor hem een schok. Zo kunnen parfums dus ook ruiken. Hij neemt ontslag, gaat terug naar zijn wortels (Bretagne) en koopt daar in Dinard een petite parfumerie én creëert er zijn eerste parfum Divine dat in de smaak valt ‘bij veel vrouwen die niet willen dragen wat iedereen al draagt’. Door het succes van het parfum Divine werd de naam ook de naam van het huis met een inmiddels mooi assortiment. Mooi wil zeggen: niet te veel en overzichtelijk. Zes voor haar, zes voor hem volgens de homesite
Goddelijk? Ach ja, waarom niet. Divine komt ‘zo gezellig vertrouwd’ binnen. Want klassiek in alle vezels, geen spoor van synthetische ingrediënten terwijl… Alles glijdt zo lekker in elkaar over. Als je niet oppast, verval je in clichés. Zoals: alle bloemen lijken met gelakt met goud en andere edele metalen (doet aldehyden vermoeden). Zoals: present zonder opdringerig te zijn. Zoals: ik zie een chique geklede dame voor me met gehaarlakt kapsel. En toch is de geur niet tuttig.
Kennen jullie dat? Dat je bepaalde geuren niet durft te ruiken omdat je bang dat je teleurgesteld raakt en/of bevestigd wordt in je vooroordeel? Deze tegenzin heb ik de laatste jaren vooral met nichehuizen, gezien de masstige merken (de Armani’s, de Diors, de Hugo Bosses onder ons) de moeite van het ruiken meestal niet meer waard zijn. Afgezien van hun bijdrages aan de nichesector die weliswaar ook steeds meer ‘inwisselbaarder’ worden. Voorbeeld: de nichelijn van Roberto Cavalli – word ik niet echt geil van afgaande op de namen. Nog een oudh, nog een musk, nog een roos, nog een… kun je blind ruiken.
En dan is er nog Mona di Orio. Hors concours. Het blijft bizar dat ze met een klein oeuvre (bij haar spreek je niet van werk) zo’n overall impact heeft gemaakt. In ieder geval op mij. Ik dacht na haar onverwachte overlijden: fondé 2005, fermé 2011. En dan dat over 50 jaar iemand op een rommelmarkt een flacon van haar vindt, under haar spell raakt en besluit het huis te heropenen.
Even terzijde: leuke naam als je de op de hoogte bent van de ontstaansgeschiedenis van suède en helemaal leuk gezien de herkomst van Fredrik Dalman. Het hout (patchoeli en cederhout) neem je lichtjes, bescheiden waar, maar indien weggelaten zou het suède zo van je huid wegglijden. En de musk is idem dito aanwezig, lijkt door het suède opgezogen.