KASSAKRAKER ZOEKT VERDIEPING
WANHOPIGE FAN ZOEKT CONTACT MET KASSAKRAKER IN THE MAKING
Jaar van lancering: 2018
Laatst aangepast: het is lente!
Neus: Olivier Polge
Wat begon als geschreven tekst, eindigt als online-parfumpraat met een geurengek die een voorliefde voor Chanel heeft. Toen ik www.parfumaria.com vertelde dat Coco Mademoiselle Eau De Parfum Intense was gearriveerd, begon ze me te stalken. Terwijl je denkt ‘Mens, als er iemand is die wat geur betreft niet hoeft te klagen en te zoeken heeft, is u het wel’. Anyway, van het een kwam het ander, via Coco Mademoiselle Eau De Parfum passeerden andere Chanels de revue tijdens onze online-parfumpraat. Allure Sensuelle (2006), Coromandel (2007), Coco Noir (2012)…
WAT COCO MADEMOISELLE EAU DE PARFUM INTENSE IK EIGENLIJK?
In 2001 – toen Coco Mademoiselle door Chanel werd gelanceerd als ‘tussendoortje’ – was ik wat ingrediëntenkennis betreft nog behoorlijk blue. Ik liet me nog te veel inpakken door de geschiedenis, de rijkdom en de ‘la grande vie’-glamour waar de parfumwereld sinds jaar en dag mee wordt geassocieerd (en tijdens talloze ‘champagne-infuus’-persreisjes bevestigd).
Nu denk ik weleens: hoe minder je interesseerde voor de inhoud, des te beter de marketing/pr het vond. ‘Erique, ne t’en fais pas!’ En waarom eigenlijk: de ambassadrice is een veel leukere invalshoek voor een artikel, toch? En de creaties zijn zonder meer vanzelfsprekend… adembenemend, beautiful, creatief, daring, exceptioneel, fantastisch… maak indien gewenst het alfabet verder af.
Toch groeide bij mij de interesse alleen maar: willen weten hoe het komt waarom een geur nu zo en zo ruikt, wat je daarvoor moet doen, en vooral met wat voor een ingrediënten. Kortom, wat resteert als je alle toeters en bellen weghaalt?
Dus nu valt mijn oog in het Franstalige persbericht op bij een asterix: fraction de patchouli*, ik scroll naar beneden waar in het klein geschreven staat, nu Google-vertaald: ‘Chanel had 20 jaar geleden het idee patchoeli te her-distilleren om een fractie te verkrijgen die nieuwe mogelijkheden bood die nu op grote schaal wordt gebruikt in de wereld van de parfumerie’. Maar hier zeg je heel veel en tegelijkertijd heel weinig mee. Wordt hier blanke patchoeli bedoeld, de nieuwe heldere variatie zonder de kenmerkende kamfer- en aardenoot?
Het blijft gissen, of toch niet? Niet, want even later lees ik: ‘Hout van een nieuw tijdperk, bestrooid, gespleten, gezuiverd, alleen zijn hart huiverend op de huid achterlatend’. Maar hoe ruikt dat dan exact? Daar ben ik bij gezuiverde patchoeli nog niet achter gekomen. De geur – die ik ken – die tot nu toe voor mij het beste heeft gedaan, niet geheel ontoevallig: Patchouli Blanc (2015) van Reminiscence.
Hoe het ook zij, in Coco Mademoiselle Eau De Parfum Intense voegt Olivier Polge aan de door zijn vader bedachte Coco Mademoiselle extra hoeveelheden van deze fraction de patchouli toe. Eerlijk gezegd: ik ruik dat niet echt. Wat ik wel ruik: een verhoogde ambernoot (waarachter zich ‘zacht hout’ ophoudt) die op een elegante, niet-opdringerige manier nijgt naar gourmand. Tenminste ik meen een noot-noot te herkennen zwevend tussen amandel en walnoot. Licht gekruid, mooi, subtiel. En toen de walnoot zich in mijn gedachten had genesteld, kwam die er ook niet meer uit, werd eigenlijk bewaarheid puur om het feit dat Olivier Polge in 2006 Bvlgari’s Eau Parfumée au Thé Rouge – een van mijn all time favorites door de innoverende kijk op geur – walnoot als houtbasis van deze cologne opvoert.

Wat ik wel echt ruik: het fruitige aspect spettert nog meer in de opening, maar heel even als een zuchtje wind om zich direct te nestelen in de warm-oosterse basis (vanille, tonkaboon – zie foto) die van zichzelf al luchtig is. Je zou hierdoor bijna de bloemen in het hart vergeten, maar roos en jasmijn zijn direct meegenomen door de Siciliaanse sinaasappel en Calabrese bergamot. Want Coco Mademoiselle Eau De Parfum Intense is eigenlijk een circulaire geur. In plaats van kop, hart, basis en dan afgelopen gaat het daarna weer opnieuw en door elkaar heen. Want het is toch boeiend dat de felle frisheid van de opening warmer wordt zonder haar koelte verliezen. De geur in twee woorden: sensuele (dus warm) golf (dus fris).
Coco Mademoiselle heeft echt school gemaakt, zijn talloze variaties op verschenen, zelfs in de onderste regionen van de markt – we love Lidl because with Suddenly (2011) it made Coco Mademoiselle affordable for everyone! Nog zoiets: ik moest een paar jaar geleden een parfumpraatje houden voor een grote groep ‘moeders en dochters’. Toen ik bij introductie vroeg wie van de dochters Coco Mademoiselle gebruikte, gingen er heel handen in de lucht, en niet alleen die van de dochters.
En Keira Knightley blijft mooi, aantrekkelijk, een lekker ding. Mag ik dat nog wel zeggen in Nederland. Anno nu, gezien #metoo enzo? Catharine Deneuve doet in la douce France ieder geval voor mij thumbs up. Ik voel het.
Wil je nóg meer weten: zie de parfumpraat-blogboodschap. Ik doe daar terugkijkend ‘toch wel’ een interessante constatering: Coco Noir had voor mij eigenlijk een vrouwelijke interpretatie van Antaeus (1981) moeten zijn. Ik duik zo mijn privé-lab in om te kijken hoe ik dat ga doen… Antaeus mengen met vanille en veel hout, of gewoon beginnen door het te blenden met Coromandel en Sycomore (2008).





Ik ben de laatste tijd om verschillende redenen in een chypre-stemming. Waarom? Het blijft toch mijn meest geliefde tak aan de parfumboom. Neem daarbij het feit dat recent de parfumindustrie er steeds beter in slaagt om zonder en/of met zo weinig mogelijk gebruik te maken van het ‘signatuuringrediënt’ – eikenmos – chypres weten te creëren die bijna een getrouwe kopie zijn van de klassieke formule. En hierdoor – praise the lord! – roze chypres overbodig maken.
WAT WHIP IK EIGENLIJK?
Eén van mijn favoriete merken, valt nog niet zo makkelijk te verkopen, vertelde
Zoveel. Dit zijn de ingrediënten: ‘wilde’ munt, salie, ‘wilde’ venkel, ‘groene scheuten’, galbanum, engelwortel, hooi, ‘wilde’ klaver’, viooltjesblad, vetiver, dennennaalden, eikenmos, paddestoelen, humus, geroosterde kastanje, leer en cistus labdanum. Ik plaats wild tussen aanhalingstekens omdat het geureffect volgens mij niet anders is dan de ‘getemde’ en ‘geconfectioneerde’ varianten. En ik ga er vanuit dat geroosterde kastanje (foto), paddestoel en humus bij de lancering in 1914 nog niet als ingrediënt als zodanig bestonden. Het is meer het idee dat met allerlei geurmoleculen – nu en toen – wordt/werd opgeroepen.
Nog vijf jaar te gaan en dan:
Dit klopt zoals vermeld in het persbericht: ‘Dankzij aldehyden konden parfumeurs voortaan rijke en edele parfums creëren die symbolen van klassieke vrouwelijkheid werden’. Want dat is de essentie van dit synthetische ingrediënt dat van ‘zichzelf’ stinkt maar bloemen een enorme opwaardering kunnen geven waardoor een vol en diffuus boeket ontstaat dat wordt geassocieerd met luxe, rafiennement en rijkdom. Het allerbeste bewijs: 
De dagen; dat zijn dus gevangen kapellen (vlinders) – dierenbeul! Prikkebeen vertrekt vervolgens in het door Rob de Nijs in 1974 gezongen Zuster Ursula naar Amerika waar het volgens hem beter kapellen vangen is: ‘Dag lieve rest van Nederland, dag lieve allemaal. Blijf maar rustig zitten in het Land van Maas en Waal. Ik kan alleen maar lachen, ik stap eruit, ik ga, mijn rugzak en mijn tentje mee, de vlinders achterna’ – driedubbele dierenbeul!
Wel aan een vleugje poëzie in ruime hoeveelheid. Zeg nou zelf: Diors J’adore, Yves Saint Laurents Baby Doll – alle twee in hetzelfde jaar gelanceerd en nu ook nog te koop – spreken minder tot de verbeelding dan La Chasse aux Papillons. De tegelijkertijd gelanceerde Dzing! en Passage d’Enfer idem dito. Geldt ook voor Goutals Ce Soir ou Jamais en Tiempe Passate van Antonia’s Flowers (ook beide 1999). Nu zijn dergelijke namen schering en inslag en daardoor ook bijna inwisselbaar geworden.
Mijn ogen werden in eerste instantie misleid door de nieuwe dop, waardoor ik automatisch dacht dat de inhoud mee was gegaan in deze verandering. Niet dus. Maar begrijpen doe ik deze verandering niet. Het statige-sensuele karakter van de originele Femme-flacon verliest aan kracht en wordt voor mijn gevoel onbedoeld grappig en te tijdsgebonden trendy.
En toen nam het verhaal een heel andere wending. Zit zo: ik had met een vriend/collega, collega/vriend afgesproken in een restaurant met een collega van hem om te praten over een parfumproject. Zegt die vriend, een echte old school hetero en, fervent parfumliefhebber (deze combinatie komt meer voor dan je denkt, kwestie van even doorpraten): ‘Erik, wat ruik je lekker, wat heb je op?’
Alleen is de ‘Femme 1989’, minder ruig, minder voluptueus, minder ‘bont’ door een sterke nadruk op sandelhout en amber. Maakt het geheel gladder, zachter, meer ‘huid’, ‘makkelijker’. En dan natuurlijk de komijn, die legt over de basis dat zweterige nootje die de ‘onderdosering’ van eikenmos, leer en civet in vergelijk met ‘Femme Vintage’ mooi maskeert. En vergeet niet: het is een eau de toilette.
Jane Birkin had al haar tas – dé Hermès’ Birkin Bag; een uitvergrote versie van de Kelly-tas – maar nog niet haar geur. Ach, gossie. Even Hermès misschien nog een keer bellen? Niet dus. Ze moest wachten tot het moment dat ze Lyn Harris ontmoette. Tot 2006 konden alleen mensen die erg intiem met Birky (moi?) waren ervan genieten, daarna ging de geur in de brede verkoop onder de naam l’Air de Rien. Dit lees ik op de site van Milller Harris: ‘Challenging the conventional, Jane sought to evoke the nostalgia of dusty libraries and old books. Lyn masterfully conjures this essence with rich notes of oak moss, Tunisian neroli, sweet musk, amber and vanilla. As indefinable as it is alluring, l’Air de Rien captures the essence of Jane’s inimitable style’.
Interessant: l’Air de Rien is vanaf het ‘iedereen-kan-ervan-genieten’-moment un succès fou en geleidelijk aan een moderne klassieker geworden. Logisch. De naam is natuurlijk een understatement pur sang én een trucje voor het oproepen van een voorspelbare verbazing: l’Air de Rien betekent letterlijk vertaald de Schijn van Niets. Maar beoogt natuurlijk het tegenovergestelde: het is alles! Voor mij blijft de geur zeer aangenaam tussen beide hangen. Want deze schijnbaar, nietszeggende en eenvoudige compositie heeft een waarlijk wonderlijke diepgang.
En die is dus, dus, dus niet, niet, niet fris crisp en cologne-knetterend maar eerder beetje viezig – de indolen van de neroli/oranjebloesem gaan mooi hun gang met de ambernoten. Ik moet niet aan oude huizen denken. Eerder aan een ongewassen lichaam, beetje bezweet ter ‘maskering’ besprenkeld met talkpoeder in plaats van afgedroogd met een schone handdoek. Je moet eigenlijk onder de douche maar vindt het eigenlijk wel lekker zo.