HA-HA-HA: ‘DEDICATED TO FRENCH PERFUMERY ARTISANAL KNOW-HOW’
VERY EASY COME, VERY EASY GO
Jaar van lancering: 2017
Laatst aangepast: 30/03/18
Neus: Émile Coppermann, Christophe Raynaud
Volgens mij heeft Karl Lagerfeld schijt aan alles. Aan namen, aan reputaties, aan smaak, aan heersende opvattingen, aan zichzelf als ontwerper, aan zichzelf als persona, als cliché van de excentrieke modeontwerper. Mark my words: als na zijn overlijden – zijn leeftijd wordt nu geschat op 187 – of na zijn aftreden bij Chanel/Fendi/Karl de wel of niet geautoriseerde biografieën verschijnen, zullen die heel wat stof doen opwaaien. Smullen heet dan dan.
Volgens mij maakt het der Karl ook niet uit welke kleding (H&M op niveau volgens een verbijsterde zwager die onlangs met zijn dochter/mijn nichtje ging verjaardagshoppen) en geuren onder zijn eigen naam verschijnen – gezien het magere succes van zijn geuren en de wisselende parfumpartners de afgelopen decennia. Als hij gevraagd zou worden om voor Etos of Boots een geurenlijn te ontwerpen, antwoordt hij vast en zeker ‘Gern gescheh’n!’ inclusief een passende en ludieke verantwoording (ooit ontwierp hij een jeans voor C&A).
Als Karl Lagerfeld de verantwoording van zijn nieuwe twee geuren – zag ze toevallig voorbijkomen op internet, toch benieuwd – heeft gelezen, moet hij vervolgens na het ruiken, er het zijne van hebben gedacht en gelachen, heel hard.
Het klinkt nogal hoogdravend: een ‘olfactorische avant-garde visie op mode opgevoerd met kostbare parfumingrediënten waarvan de typische geurfacetten opnieuw worden geïnterpreteerd’. Het nieuwe duo wordt bovendien onder een noemer gebracht – Les Parfums Matières – die niche en exclusiviteit doet vermoeden maar het niet is. Kan er ook nog wel bij: ‘dedicated to French perfumery artisanal know-how’.
Het zijn gewone, zeer toegankelijke girls- and boysgeuren helemaal in lijn met zijn girls- en boysmode maar zonder de ‘parfummaterie’, zonder de essentie van respectievelijk abrikoosbloesem en vetiver te bevatten en die twee zeker niet in een nieuw licht presenteert. Het meest opvallende: de prijs. Helemaal de 100ml-variatie: € 49,00.
WAT FLEUR DE PÊCHER & BOIS DE VÉTIVER IK EIGENLIJK?
Mijn vermoeden wordt bevestigd bij bezoeken aan www.karl.com. Fleur de Pêcher – neus Émilie Coppermann – Google-vertaald: ‘Puur en schoon, deze frisse eau de parfum combineert citrusachtige tonen van yuzu, nashi-peer met perzikbloesem, jasmijnthee en katoenmusk. Geïnspireerd door de delicate aanraking van fluweel, is het hart van de geur luchtig en licht, als een abrikoosachtige zijden sluier op de huid’.
In gedachten ruik ik een Guerlain Aqua Allegoria, de realiteit toont wat anders: een zeer, zeer lichte bloemengeur met hint van zacht fruit. Het is net of de neus te zachtjes op de knoppen in zijn atelier heeft gedrukt waaronder zich de verschillende ingrediënten bevinden. Het is een aanzet, een schets. Eerst een whiff van citrusfris, dan de lichte, diffuse bloemennoot een beetje gekieteld door thee. Wat uiteindelijk overblijft: een zachtfluwelige muskgeur met abrikoos (de vrucht en niet de bloesem voor mijn gevoel) in een aura van frisheid. Maar very easy come, very easy go. Eerder een eau de toilette dan een eau de parfum.

Geldt ook voor Bois de Vétiver: ‘Geïnspireerd door de musk van een bos bij zonsopgang, heeft deze eau de parfum een mannelijke, aantrekkelijke aantrekkingskracht. Intense basistonen van vetiverhout en patchoeli worden gecombineerd met bloedsinaasappel, munt en geranium, voor een subtiel maar krachtig resultaat. Langdurig op de huid verrast de omhullende geur met zijn warme en koele contrasten’. Maar ook een ‘frisse houtachtige vetiver bedoeld als ‘een ode aan de vetiver en zijn contrasten’.
Was het maar waar. Ik heb Bois de Vétiver – gemaakt door Christophe Raynaud – nu al tig keer op mijn polsen gespoten en het wonder wil maar niet geschieden. Ik blijf een ozonfrisse opening ruiken lichtjes groen aangezet. Als je je neus er echt hard inzet dan misschien het bloed van de sinaasappel – het zal de gemiddelde koper in ieder geval ontgaan. Maar ‘vetiverhout’ (vetiver is geen hout, maar wortel): ‘ech nie!’ Patchoeli? Ja, een die sinds Karls geboortejaar in de zon heeft gelegen en waaruit de houtachtige noot is verbleekt. Ik ruik zelfs geen ‘heldere patchoeli’. Wel: een idee van hout wiegend in water waarover een ozonwind waait.
Karl, moet dit nu? En hebben Emilie Coppermann en Christophe Raynaud geen werkethos? De eerste kan het wel: Floriental (2015) van Comme des Garçons. De tweede ook best, waarvan getuigt: Tubéreuse de Madras (2017) van Boucheron en om in de categorie populaire schoolpleingeuren te blijven: 1 Million (2007) van Paco Rabanne. Misschien had Raynaud even Copperman moeten contacteren: ze maakte ook Ferrari’s Vetiver Essence (2015).


En ik er maar altijd van uitgaan dat Laura Biagiotti – ken je haar nog die knitwearkoningin uit bella Italia of was ze nu de queen of cashmere? Kweetunietmeer – na Venezia (1992) en Roma (1988) wel een keer op de proppen zou komen met Milano of op zijn minst Florence (die zij natuurlijk op z’n Italiaans had geschreven gewoon omdat ‘we’ dat over het algemeen chiquer vinden). Als ze (of de marketingafdeling) slim was geweest had ze zich heel Italië geurgeografisch toegeëigend en dus getrademarket, was ze de concurrentie met hun honderden naar al die in de Middellandse ronddrijvende pittoreske eilandjes ruikende geurtjes vóór geweest.
Laura Biagiotti is een goed voorbeeld dat je het als merk met heel veel inzet max twintig jaar uithoudt. De weg naar vergetelheid/niet meer serieus worden genomen gaat nog sneller als marketing het helemaal van de oprichter overneemt – wie kent nu nog Guy Laroche, Ted(je) Lapidus. Laroche? Lapidus? Wie of eerder wat is dat inmiddels voor een nieuwe generatie.
Ondertussen in Florence ‘gaat de zon onder met een laatste explosie van karmozijn en goud. Als zij de tuin vol delicate geuren inloopt, lijkt die haar te volgen – het verlicht het pad dat ze betreedt. De door de nacht versterkte geuren van de natuur strelen haar fluwelen huid en ravenzwarte haar…’.
Maar waar zijn de bloemen in de geur die een stad eert met een ‘bloemrijke’ geschiedenis – ik meen een lichte hint van witte bloemen te bespeuren. Eigenlijk is Florence als een stroom, een glijden van fruitige en zoete nuances die in de basis wordt verwarmd door amber, ‘bepoederd’ door musk en geschraagd door patchoeli (die je pas later op de huid iets van zijn ware karakter laat zien: een lichte, kamferachtige noot). Beetje braaf voor mijn gevoel, beetje onbestemd, beetje te weining Cavalli-overdaad.
Préparation Parfumée (2001) is waarschijnlijk een van de eerste ‘arti-farty’-parfums. Hiermee bedoel ik mee: geuren van mensen die beroepsmatig weinig tot niets met geuren te maken hebben, maar juist in de loop der decennia door hun werk een vanzelfsprekende status – ook buiten hun vakgebied – hebben gekregen, en waarvan sommige lucky devils al tijdens hun leven met het etiket icoon zijn onderscheiden. Eén ding zijn ze niet: celebs in de parfumerie. Voor eendagvliegprutparfums – gedenk Lady Gaga’s
Door haar werk voor hotels in Amerika, werd ze vanaf de jaren tachtig door iedereen in Parijs gevraagd die hielden van minimal chic of vonden dat het tijdelijk goed was voor hun naam: Karl Lagerfeld, Guerlain, Alaïa, Balenciaga, Bally – zelfs mocht ze enkele musea verbouwen in Parijs. Dat deed ze vanuit haar Studio Putman.
Erg leuk en voor velen wellicht vreemd aandoend: de opening van Formidable Man. Ik ruik geen citroen, geen bergamot, en als daar al sprake van is dan hebben die een tijdje liggen weken in de terpentijn. Scherp, medicinaal, etherisch waar je neus een beetje scheef van gaat staan. Dat is wat ik ruik, en dat vind ik aangenaam – deze natuurlijke hars (afkomstig van de conifeer) ruik je tegenwoordig nog maar zelden. En dan gebeurt er iets wonderlijks – deze etherisch-frisse noot wordt doorgegeven aan de osmanthus die hierdoor niet lieflijk, maar eerder een karaktervolle, pittige uitstraling krijgt.
WAT TAN D’ÉPICES IK EIGENLIJK?
Nee, ik ga het niet hebben over Scarlett Johanssons’ parfumpromotieclipparodie in Saturday Night Live op ‘the first daughter’ van de Verenigde Staten afgelopen weekend. Te flauw voor woorden. Intikkertje.
Ik lees de geur als Fleur en Flammes omdat je op elegante wijze een hoogzomers bloemenboeket krijgt aangereikt waar langzaam maar zeker de zon op begint in te werken. Eerst strelend, uiteindelijk de bloemen bijna uitdrogend, lichtjes verbrandend waardoor er een zeker hooi-effect ontstaat zonder dat de zachtheid die de bloemen oproepen verloren gaat.
Het lijkt er steeds meer op dat nieuwe nichehuizen de plaats innemen van beroemde persoonlijkheden met een parfumlijn. De laatste mega-über-celeb die met veel bombarie werd gelanceerd in 2012 – voor haar werd zelfs een virtueel, in real life niet te traceren parfumhuis opgericht -, Lady Gaga verdween met haar
Hij besluit Maison Incens op te richten als eerbetoon aan zijn vader die hem een manuscript schenkt: ‘tekeningen op leer en geparfumeerde verhalen’. Sterker, Maison Incens is de olfactorische handtekening van dit manuscript. De collectie is geïnspireerd op een ‘fantasiemaatschappij waarin de communicatiecodes zijn gebaseerd op parfums en het leven wordt bepaald geuren’.
Ze vormen de perfecte tussenschakel die garandeert dat het oudh niet al te pats-boem explodeert – zoals zo vaak het geval is bij oudh-geuren. Nee deze oudh is beschaafd en laaft zich aan de vijg. Waardoor een spannend contrast ontstaat die goed samengaat: groen en de hier zich licht apothekersachtige gedragende oudh die ‘op het einde’ omringd wordt door sandelhout, amber en musk. Met bijna hetzelfde effect als in Cuir Erindil.
Cuir Erindil, Figue Aoudii en Figue Eleii worden gepresenteerd als genderfree. Dat geldt dan wel voor mannen en vrouwen die niet denken in de stereotype indeling in de parfumerie. Want Cuir Erindil kun je als mannelijk interpreteren, Figue Eleii als vrouwelijk. Tabac Licorii daarentegen wordt ‘puur voor de vrouw’ gepresenteerd.
Ook ‘alleen’ voor de vrouw: Musc Kalirii. Is de meest klassieke van de vijf. Wat een heerlijke beschaafde geur! Waarvan je hoopt dat de draagster hem zonder schroom voluit opspuit, waardoor Musc Kalirii als een aura schijnt. Prettig om dat in de directe omgeving te ruiken. Nog prettiger: in haar hals te verdwijnen. Niets aanstellerigs.
Mijn ogen werden in eerste instantie misleid door de nieuwe dop, waardoor ik automatisch dacht dat de inhoud mee was gegaan in deze verandering. Niet dus. Maar begrijpen doe ik deze verandering niet. Het statige-sensuele karakter van de originele Femme-flacon verliest aan kracht en wordt voor mijn gevoel onbedoeld grappig en te tijdsgebonden trendy.
En toen nam het verhaal een heel andere wending. Zit zo: ik had met een vriend/collega, collega/vriend afgesproken in een restaurant met een collega van hem om te praten over een parfumproject. Zegt die vriend, een echte old school hetero en, fervent parfumliefhebber (deze combinatie komt meer voor dan je denkt, kwestie van even doorpraten): ‘Erik, wat ruik je lekker, wat heb je op?’
Alleen is de ‘Femme 1989’, minder ruig, minder voluptueus, minder ‘bont’ door een sterke nadruk op sandelhout en amber. Maakt het geheel gladder, zachter, meer ‘huid’, ‘makkelijker’. En dan natuurlijk de komijn, die legt over de basis dat zweterige nootje die de ‘onderdosering’ van eikenmos, leer en civet in vergelijk met ‘Femme Vintage’ mooi maskeert. En vergeet niet: het is een eau de toilette.
Culminerend in de bijna letterlijk niet te vermijden wereld van ‘ordinaire producten’-reclame: bijvoorbeeld die van de schoonmaakmiddelenindustrie. Zeefdrukte Andy Warhol dat verdomde handige keukenhulpje Brillo, Jeremy Scott transformeert een ‘Glassex-spuitfles’ – ‘Handig, maar wat jammer van de strepen die het achterlaat op de ramen’ – tot een echt parfum. De ironische boodschap is duidelijk en wordt versterkt door de naam – Fresh Couture. Kun je tegelijkertijd interpreteren als een frisse kijk op mode en geur. Én slaat natuurlijk op de inhoud.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Als je je in sommige lifestyle- en luxe merken verdiept (niet te vaak doen), dan blijken die helemaal niet zo hip-cool-chill te zijn als vermoed; krijgt de boodschap door het checken van feiten iets intens triests, wrangs.
Genoeg ge-zeur-geurd. Fierce is persistent: gisteren om half zes op een blotter gespoten en deze morgen 10.30 nog steeds present. En, ik was rondom 12.30 weer in de buurt, nog een keer getest. Als beginner op de parfummarkt, koop je niets verkeerds, want inmiddels ‘geaccepteerd’: een fris-kruidige geur die geen vragen oproept bij klasgenoten.




