ZONSVERDUISTERING
Jaar van lancering: 2016
Laatst aangepast: 02/01/17
Neus: Quentin Bisch
Concept & realisatie: Etienne de Swardt
Volgens mij een van de merkwaardigste dingen die je als mens kan overkomen – ik hoop het ooit mee te maken. Alleen heb je er meestal geen weet van, gebeurt meestal wanneer je het tijdelijke met het eeuwige verwisselt: dat je familienaam een wereldwijd begrip wordt. Het kan staan voor een techniek. Zoals silhouette, genoemd naar Étienne de Silhouette (1709–67). Voor een scherp flitsend maar niet zo prettig levenseinde met de guillotine, genoemd naar Joseph-Ignace Guillotin (1738-1814). En bijvoorbeeld voor een levensbeschouwing, zoals sadisme. Vernoemd naar Donatien Alphonse François de Sade (1740–1814).
Hij was van adel: een markies. De ruïnes van het kasteel waar hij heeft gewoond bevindt zich in de gemeente Lacoste (Vaucluse Frankrijk). En hoewel het begrip sadisme vaak in de verkeerde context wordt gebruikt – de meeste mensen weten wat het betekent, maar niet waar het vandaan komt – moet de invloed van De Sade niet onderschat worden: hij heeft de geschiedenis van en de kijk op literatuur en kunst volledig veranderd.
Eerst als ondergronds schrijver, later als levende legende. In zijn werken zet hij een aantal vast geslipte ideeën totaal op zijn kop, verlegt en tart hij maatschappelijke afgesproken grenzen en conventies door vragen te stellen over verhoudingen, buitensporigheden, schoonheid v/s lelijkheid en het ‘sublieme’. Vond de gevestigde orde toen en ook nu nog niet prettig omdat hij hiermee al onze religieuze, ideologische, morele en sociale vooronderstellingen liet kantelen. En dat is dus heel wat meer dan ‘wat een sadist’.
Etat Libre Orange eert de De Sade met een geur. De tweede keer dat hem deze ‘eer’ te beurt valt (de eerste keer was in 2004 met 1704 van Histoires des Parfums). Naam: Attaquer Le Soleil. Was ook – toeval of niet – de naam van een tijdelijke tentoonstelling (in 2014) in het Musée d’Orsay (Parijs) waarin zijn ‘ontaarde’ en ‘decadente’ filosofie aan de hand van werken van Goya, Géricault, Ingres, Rops, Rodin en Picasso eigenlijk helemaal niet zo vreemd en onbekend blijkt te zijn in ons denken als verondersteld.
De naam is goed getroffen: De Sade werpt met zijn desoriënterende en disruptieve blik een dikke deken over het westerse vrijheidsdenken van de Verlichting, laat de zon verdwijnen. Wat resteert: de mens zoals hij in werkelijkheid is. Vul al je geheime, gevaarlijke en maatschappelijk niet conforme gedachten maar in die je meestal voor jezelf houdt om je familie, vrienden en familie niet de stuipen op het lijf te jagen.
Dat het leven van markies de Sade nog steeds tot de verbeelding spreekt, blijkt wel uit de hilarische aflevering The Portrait uit de Engelse comedyserie Let them eat Cake.
HOE ATTAKEER IK DE ZON EIGENLIJK?
De compositie voldoet helemaal waaraan een nichegeur van nu volgens mij moet voldoen: krachtig, present, donker met een viezig randje en niet al te veel crowd pleasing. Met cistus labdanum (tekening) als hoofdrolspeler. Ik weet niet of het toedoet, maar de neus, Quentin Bisch, deinsde altijd terug voor het gebruik van deze hars.
Gebruikte hij het al, dan verborg hij dit aardse, ‘muskindentieke’ ingrediënt onder lagen van vanille en amber. Nu doet hij het tegenovergestelde. Hiervoor gebruikte hij een door Givaudan geleverd extract dat niet alleen de hars, maar ook de bloemetjes, de bladeren en de takken die hij zowel in de opening, hart en drydown verwerkt.
Het effect: eerst een groene, bijna dennenharsfrisse explosie met kruidige accenten die geleidelijk bruiner en balsamachtiger wordt zonder mooi en elegant te willen zijn. Als ik niet van tevoren niet geweten had dat het een ‘meervoudige’ cistum labdanum betrof, dan had ik naast de hars ook komijn, vetiver, leer, wierook en musk als ingrediënten vermeld. Want die meen ik ook te ruiken. Want Attaquer Le Soleil heeft zowel iets zweterigs (komijn), donkergroen houtachtigs (vetiver), stroefs (leer), rokerigs (wierook) en viezigs (musk). Goed gedaan, maar ik kan me heel goed indenken dat mensen de geur te intens, te somber en ‘te basis’ vinden. Maar dat is dus de bedoeling.
En als Attaquer Le Soleil langer op de huid zit, valt het allemaal nogal mee, dan valt op dat groene, hout-hooiachtige noten goed in balans zijn met het ‘overrompelende’ donkere effect. Alleen: je moet ervan houden. Wat ik prijzenwaardigs vind: ELO is niet in de verleiding gekomen om dé moneymaker in de parfumerie, oudh, als donkere speler als ‘zonsverduistering’ te gebruiken. Met een beetje fantasie kun je deze kijk op cistus labdanum als alternatief oudh zien. Want het heftige effect is er niet minder om.


Ach ja, die goede oude tijd toen een chypre nog een chypre was. Je nog zeker wist dat bergamot in de opening die vanzelfsprekende connectie zocht met eikenmos, patchoeli en cistus labdanum in de basis zocht, opgefleurd met bloemen in het hart en her en der in de compositie voorzien van accenten die elke chypre, nèt even een anders maakte.
To name a few: Sonia Rykiel met haar Le Septième Sens (1979), Jean Louis Scherrer met zijn Scherrer (idem), Armani met zijn Giorgio (1982), Niki de Saint Phalle met haar gelijknamige geur (idem), Paco Rabanne met zijn La Nuit (1985), Catherine Deneuve met haar gelijknamige geur (1986). Alleen werden die nogal behoorlijk überpowered door heftige bloemenparfums. Men ruike: Giorgio of Beverly Hills (1982) en Poison van Dior (1985) en Beautiful (1986) van Estée Lauder. Not forget de zwaar-oosterse melanges zoals Coco (1984) van Chanel, Obsession (1985) van Calvin Klein, Roma (1987) van Laura Biagiotti en Byzance van Rochas (idem).
Dankzij de fresia dus, die nu gezelschap krijgt van de luchtige waterlelie (een fantasie-ingrediënt by the way). Gaat allemaal mooi over in de basis – zonder eikenmos en cistus labdanum. En toch denk je die te ruiken. Heel slim: de combi patchoeli en perzik – is bijna chypre. Warme aardheids gecombineerd met fruitige sensualiteit. Tenminste als je uitgaat van twee klassiekers. Mitsouko van Guerlain (1919) en Rochas’ Femme (1945). De eerste met zijn beroemde perziknoot, de tweede met zijn beroemde perzik- en pruimtoevoeging. Musk geeft een zwoel, warm behaaglijk randje. Maar ik drink de hele flacon van Avenue Montaigne leeg (100ml in dit geval, zoveel goedkoper in vergelijk met 50ml) als er niet meer ingrediënten in Avenue Montaigne zitten. En is de jasmijn geen hedione? Ik ben geen chemicus – word ik in een volgende leven. Tanja Deurloo even bellen.
Via K & Co had ook een nieuw huis meegenomen waarvan ik weleens gehoord had. Werd me een tijdje geleden gepresenteerd door een parfumerie die het overwoog te verkopen: La Parfumerie Moderne. Waar ik het merk toen bij de eerste kennismaking totaal nevernooitjamaisniet mee associeerde was de wereld die ‘ons’ als zó begerenswaardig wordt voorgeschoteld, en waarvan ‘we’ weten dat die voor weinig mensen is weggelegd: de met vijf, soms wel met zes sterren gedoteerde hotels met legendarische status. Of zoals La Parfumerie Moderne het zelf omschrijft: ‘Het tijdperk van glamour, de legendarische hotels met hun tijdloze elegantie en hun chique reizigers uit heel de wereld’. Wat kenmerkt deze – tijdelijke – vijfsterrenverblijven? La Parfumerie Moderne: ‘Sommige oorden hebben een ziel, alsof ze verlicht worden door een onzichtbare maar sterk voelbare aanwezigheid’. Wordt vervolgd met: ‘Dat geldt ook voor de parfums van La Parfumerie Moderne. Met heldere lijnen en mooi getekende vormen onthult elke creatie andere texturen van grondstoffen, die de sfeer aankleden en vullen. Een elegante structuur en speelse verwijzingen naar de grote klassiekers van het begin van de twintigste eeuw. Ook dat is La Parfumerie Moderne’.
Désarmant is een ode op een bloem die al een tijdje uit de gratie is: sering. De bedoeling van deze ontwapende geur wordt mooi omschreven: ‘Schenkt de sering haar adelbrieven en haar raffinement terug’. Ook hier: elegantie ten volle uit. Je ziet de volle trossen van de sering zachtjes in de wind bewegen. Maar wel geplaatst in een verwilderde tuin omdat de sering niet lieflijk is, maar een onstuimig randje vertoont door styrax en enorm verrijkt wordt door een boeket weelderige noten opgebouwd uit ylang-ylang, roos en osmanthus. Niet als zodanig stuk voor stuk te ruiken. Het is meer de totaalimpressie.
Hoe vrouwelijk is gourmand eigenlijk? Tenminste als je nog gelooft in de klassieke verkoopverdeling tussen vrouwen- en mannengeuren. En hoe zoet ‘mag’/’moet’ een gourmand zijn? Er zijn geen regels die dit hebben vastgelegd. Ik ken vrouwen voor wie banketbakkersgeuren niet zoet genoeg aangeboden kunnen worden. En voor mannen geldt dat inmiddels blijkbaar ook (alhoewel ik die niet persoonlijk ken). Dat wordt bevestigd door A*Men Pure Tonka. In vergelijk daarmee is Lolita Lempicka’s
Ik ben zelf een beetje ‘uitgeroken’ op gourmand – heb in het begin wel drie flacons van A*Men leeg gespoten – maar ik begrijp de heerlijkheid en het aangename effect nog steeds. Warm, rijk, vol, ‘troostend’ en zwoel tegelijkertijd. De geur wordt omschreven als ‘de pure verleiding van een oriëntaalse gourmand’. Ik zou zeggen: über-gourmand. Ik zou zeggen: modern-oriëntaalse varengeur, Dat laatste door de groene opening. Hoofdbestanddeel munt met niet bij nader naam genoemde frisse noten – een zuchtje ‘hesperide’. Dat laatste door lavendel. Mooi aan A*Men Pure Tonka: lavendel gecombineerd met ‘oosters zoet’ is vaak clean en plakkerig. De lavendel is schel, ‘wit gewassen’, de (vaak) vanille te vet die de hele compositie dichtplakt en strak trekt gelijk Botox. Alle finesse verdwijnt.
Door de fris-bittere en tegelijkertijd roodfruitige opening van sprankelende grapefruit en rode bes (behoorlijk zoet) heen denk ik dus eerst Angel (ofwel de patchoeli-cacaonoot) te ruiken, maar als je even goed door ruikt ervaar je een andere gourmandsensatie. Het verschil minder chocolade (cacao) die wordt ‘gecompenseerd’ door een hazelnootcrème. En die is smeuïg, likkebaardend. Denk Nutella gecombineerd met een romige ondertoon. De beloofde verrassing laat even op zich wachten, want die zit in de basis. Mugler noemt het zelf een noviteit: de verwerking van een krachtig vetiver-akkoord (op de kar geladen), voor het eerst verwerkt in een damesgeur.
‘En Geurengoeroe, kóópt u nog wel eens een parfum?’ Hij antwoordde: ‘Zelden, geen beginnen meer aan. Er verschijnt ook zoveel verdomd schoons. Maar ze allemaal sniffen? Geen tijd voor. Soms word ik echter als door een magneet aangetrokken – door de naam en wat de inhoud van een geur op papier belooft’. De naam: anders en voor kenners reeds een hint gevend: Afrika Olifant. Op z’n Hollands geschreven! Hoe komt dat, hoe kan dat? En dat voor een huis met Turks-Duitse wortels.
Te meer, gezien de kapster in Artis werkt, een soort van geurengek is en ik dus benieuwd was naar haar reactie. Artis was namelijk ook wat ik in mijn gedachten had. Gewoon dierentuin ruiken: mest en urine opgedroogd in stro opgeroepen met civet en bevergeil. Even terzijde: wil je niet dat de katten van de buren je mooie tuin als wc gebruik: tijgerpoep geplaatst op strategische plekken – scares the shit out of them. Bij Artis kon je het ooit kopen, weet niet of het deze service nog biedt.

Ben je helemaal vrij van dit soort hunkeringen, dan is Amorvero de moeite waard. Het is een full blown-bloemeneuforie in de meest klassieke denkbare zin van het woord. Ladylike, intens, elegant met eigenzinnig karakter. Ik had nog nooit van de goede man, de goede neus gehoord, maar Lorenzo Dante Ferro verstaat zijn vak.
Vandaag was het eindelijk duidelijk bespeur- en begeurbaar in de lucht: de lente deed zijn ‘stinkende’ best om de eerste bloesems nu echt aan te wakkeren – ‘werken, dames en heren, en snel een beetje, het volk vraagt er om’ – hun delicate geuren te verspreiden. En het lukte al aardig. Ik liep naar het Duden-park ‘bij mij’ in Brussel en op weg rook ik al een vaag bloemenspoor. Heel pril, heel voorzichtig ontspruitende bloesems, maar heel trefzeker de magnolia.
Ik ben vaak in Barcelona geweest. Als lanterfanterende toerist, als lanterfanterende journalist maar aan Santa Eulalia – gelegen aan de Passeig de Gràcia – ben ik blijkbaar voorbij gelopen. Zit er al sinds 1843. En dit warenhuis is helemaal met de tijd meegaan. Het interieur voldoet aan de strakke, hightech glimmende spiegel-inrichtingstrend van nu afgaande op de foto’s op de homesite.
Schakel je Google translate in, dat geeft albis albis. Google je gewoon, dan krijg ‘in albis’. Betekent in het wit begraven. Zou dit refereren wat naam betreft naar de martelares? Niet echt denk ik. Misschien één ding: de puur- en ongeschondenheid van de compositie.
Anyway, vol verwachting klopte mijn hart op weg naar de voorjaarspersconferentie van Guerlain in Brussel om kennis te maken met Ambre Éternel. Hoewel ik vind dat Guerlain met deze op één geïnspireerde ‘matière première’-geur achter de trends aanloopt – Guerlain must lead the way in the world of perfume for me – werd ik niet teleurgesteld. Temeer omdat het geen pure ambergeur betreft – dat kennen we nu wel – maar een – bijna – puur ambergris-parfum.
De geur zit nu vier uur op mijn rechterpols en nog steeds resoneert hij na, zelfs bij thuiskomst door het hele appartement, terwijl dat reukvrij is (vanochtend gelucht en nog niet gekookt). Bij de opening herkende ik de kruidige noten van kardemom en koriander niet direct. De reden, logisch: ambergris. Die ontvouwt zich als een zachte, golvende door de zon belichte oceaanstroom: warm, grof, zilt, ‘inkt-achtig’, beetje animaal-weeïg, maar zonder de scherpe ‘afdronk’ die zoveel synthetische ambergris-geuren kenmerken. En dan in eens wordt deze 40/60-combinatie gewikkeld in leer. Vol, tussen ruig en soepel, en persistent, en voor mij herinneringen oproepend aan de vintageversie van Habit Rouge (1965). Nu ruik ik ook de kruidige noot waar die heel langzaam overgaat in een prachtige sensuele droog-strakke houtbasis die af en toe zoete nootjes verspreidt – de invloed van oranjebloesem veronderstel ik.
Ja, dames en heren, uit verschillende hoeken hoor ik dat groene geuren bezig zijn met een comeback. Of het nu wel of niet te maken heeft met de media-hippe über-aandacht voor eco, puur natuur, biologisch en andere gentifrication ‘think green’-kreten, ik vind het een prettige ontwikkeling. Geeft je namelijk de mogelijkheid je weer eens te verdiepen in ‘vraiment’ groen geurgeluk. Dus ook in Aliage.
Deze ontwikkeling zal ongetwijfeld te maken hebben gehad met het hippie-denken dat zich sinds het midden van de jaren zestig als een vlek over de westerse wereld verspreidde. Wellicht zette de hierdoor zich manifesterende tweede feministische golf – ter herinnering de eerste vond plaats na de Eerste Wereldoorlog; boegbeeld Coco Chanel – de parfumhuizen aan het denken.
Sterk naar eikenmos ruikende geuren worden bijna niet meer gemaakt. De opening begint met ‘overdosis’ aan galbanum – wat de associatie met Vent Vert direct duidelijk maakt. Dus: een ongekend en opvallend fris-groen karakter. Typisch voor klassiek-groene chypres.