‘ZEVEN VERSE BLOEMEN SAMEN EEN NIEUWE BLOEM VORMEND’
LANG LEVE DE JEUGD!
Jaar van lancering: 2018
Laatst aangepast: 19/12/19
Neus: Mathilde Laurent
Een gunstig voorteken voor een goede verkoop, het zal u niet verbazen: een naam die lekker in de mond ligt en nog makkelijker – allitereert met de naam van producent. Nou en dat doet Carat. Het heeft me ‘altijd’ verbaasd dat dit woord nooit-niet eerder door Cartier of andere juwelier, of welk luxemerk dan ook op een parfumetiket werd geplakt. Want de link met chic – en dat is volgens velen parfum nog steeds – is direct gelegd. Een old fashioned bewijs: het gelijknamige parfum maar dan van 4711 uit 1935, populair tot ver in de jaren zeventig. Toen parfum nog echt, maar dan ook echt een soort van chic was.
Dit kom ik zoal tegen op www: ‘Carat bottelt de zeven kleuren van een prisma die samenkomen in een enkele zuivere geur, verwant aan een diamant.’ Verder: ‘De diamanten fles, geïnspireerd op art deco, vangt het licht, buigt de kleuren van een prisma en weerspiegelt hun reflecties in de glazen vierkante facetten.’
Carat volgens Mathilde Laurent: ‘Ik wilde een geur creëren die glinstert met al het vuur van een diamant. Het kwam bij me op om het diffractieprincipe op de geur toe te passen: verspreid licht verschijnt als flitsen van regenboogkleuren in een diamant. En dus koos ik zeven mooie verse bloemen die samenkomen om een nieuwe bloem te vormen, abstract maar levend, zoals het licht van de diamant’. Diffractieprincipe? Google het maar en fel uw oordeel.
Laurent is natuurlijk niet de eerste die het ‘prisma-principe’ hanteert. Staat interessant en gecombineerd met een fonkelende, geslepen edelsteen die hetzelfde met kleuren doet, dan heb je een goede narratief zoals tegenwoordig ‘het verhaal achter’ heet.
Opvallend: in de begeleidende promotieclip wordt geen enkele link gelegd met de geschiedenis en waar de naam Cartier in juwelierskringen voor staat. Wel is de doelgroep über-duidelijk. Hoe die te omschrijven? Zonder neerbuigend te zijn: de ‘Instagram’-millennial. Jong, hip, fris en life is beautiful (vreemde schoenen draagt ze by the way, en pruik?). Geef ze eens ongelijk zou ik zeggen. Ben dus wel benieuwd hoe deze, op dit moment meest gezochte consument in de luxesector, de geur en de naam Cartier ervaart. Als een nieuw merk zonder verleden?
WAT CARAT IK EIGENLIJK?
Karaat is een term in de juwelierswereld: een eenheid waarin het massagehalte aan edelmetalen (zoals goud) in legeringen wordt aangeduid. Eén karaat is dus 24ste massadeel zuiver edelmetaal voor een massahoeveelheid legering. 24 karaat is dus zuiver goud, bij 12 karaat is 50 procent van de massa zuiver goud, enzovoort. Dit wetende, vraag je je af waarom de geur zelf zo licht en luchtig is. Puur afgaand op de naam zou je dus eerder een zwaar en vol parfum verwachten, of zie ik dat nu verkeerd?
In ieder geval, dit waren mijn eerste indrukken toen ik de geur voor het eerst opspoot: ‘Limoenachtige frisheid in de opening ondersteund door iets tropisch: passievrucht? Groene noot. Eerder frisfruitig dan frisbloemig. Kan geen enkele bloem voor de geest halen. Lichtpoederig vervolgens, witte musk ingekapseld in een klaterende waternoot.
Beetje vage associatie met de waterige muskgeuren van Narciso Rodriguez gebaseerd op zijn klassieker For Her (2004) maar dan bloemiger. Sterkere associatie met Versace’s Bright Crystal (2006). En mijn indrukken die hierna volgden verschillen niet veel, wel begon me de frisheid meer op te vallen. Geen citrus-, maar aquafrisheid. En dan de bloemen. Moet je echt voor gaan zitten. Ik meen een mix van zoet (viooltje) en sensualiteit (ylang-ylang) te herkennen.
Nader onderzoek wijst uit dat ‘de zeven mooie verse bloemen’ viooltje, iris, de hyacint, ylang-ylang, narcis, kamperfoelie en tulp zijn die samen als het ware een regenboog/prisma vormen. Maar, het is niet de bedoeling dat je deze zeven geuren apart, stuk voor stuk, opeenvolgend kunt ruiken, want het idee is een abstracte bloemencompositie.
En dat is goed gelukt. Grappig of toeval: het lijkt wel of Carat fluïde is, in de zin van: elk van de zeven bloemen die je je voorstelt, presenteert zich als het ware als eerste. Ik had het vooral bij hyacint en kamperfoelie, maar dit is volgens mij meer een kwestie van wishful smelling.
Conclusie. Nee niet echt. Misschien alleen dat de Carat wel heel toegankelijk, dus young & girly is – ‘Hé, Geurengoeroe zit niet zo te zeuren!’ Ik bedoel wat draagt de volwassen Cartier-vrouw nu als parfum, de nichelijn niet meegerekend? Best veel keuze; jeetje die Laurent maakt volgens mij overuren, of heeft het vak helemaal onder de knie óf maakt inmiddels gebruik van een assistent.
L’Envol uit 2016? Mooie naam, goed verhaal en interessante ingrediënten-combi. Nog niet geroken. Baiser Fou uit 2017? Ook niet geroken. Ik zeg: toedeloe, bored als ik ben van in roze verpakt gourmand-snoepgoed.
De enige van de recente lanceringen die voor mij in aanmerking komt is Baiser Volé (2011) – door de lelie, een moeilijke bloem in haar puurheid. En een echte juweliersbloem ook door zijn volheid en opeisende présence. Maar als ik heel eerlijk ben – ben ik au fond niet – dan ‘toch maar’ Le Baiser du Dragon (2004). Alles is lekker aan die geur: verhaal, presentatie en de compositie of course. Volle kruidenbom met een voor een vrouw een gewaagd ingrediëntenprogramma – deze geur was zijn tijd ver vooruit. Een soort van ‘hidden’ niche.
Anyway, genoeg gegeurzeurd. En misschien komt er wel een intensere versie die de bloemen nog meer lekker laat shinen als een diamant. Niet, zoals nu, waterdruppels die direct van je huid vallen, maar als ‘aldehyden’ lekker lang blijft plakken.


Was even uit de lucht. Waarom? Algemene overkoepelende gedachte bij de verschillende ‘minor issues’ die nu spelen binnen uit buiten de grenzen: welke kant gaat het met de wereld op, en aan welke kant van de geschiedenis wil Geurengoeroe eigenlijk staan?
Yes I know: ik ben de laatste tijd behoorlijk negatief over de mainstreamgeuren die luxe merken op de markt brengen. Maar dan op eens verschijnt er een zonnestraaltje achter deze donkere luchtjes, een ray of light die je blij maakt en iets van hoop biedt, dat het ook anders kan. Het zonnestraaltje in dit geval: Toy Boy.
Door toy boy te koppelen aan een teddybeer – vaak gezien als symbool van een prettige jeugd die eenmaal cadeau gekregen de rest van je leven wordt gekoesterd en meeneemt – maakt Moschino er weer ‘speelgoed’ van. De cirkel is rond. Door de beer van Toy 2 in zwart onder te dompelen, wordt zijn artistieke waarde verhoogd en overstijgt het het gadget-gehalte.
Ga maar na: de opening is als zuchtje van rode bes en groene peer die snel plaats moeten maken voor een ‘spicebomb’: warm-kruidig elemihars omringd door nootmuskaat en kruidnagel in overdose die ervoor zorgen dat het bloemenakkoord van magnolia en roos een donker randje krijgt (versterkt door vetiver).
Nu ben ik toch heel benieuwd hoe een geur als deze door inkopers van parfumerieën wordt gezien? En wat me het meest verbaast: hoe kun je Mademoiselle als managing operator (of hoe je functie dan ook omschreven mag worden) van Azzaro Parfums in hemelsnaam goedkeuren? Ik zou zeggen: je huiswerk overdoen. Want van welke kant je het ook bekijkt: het is geleend van de concurrent. Maar dat heet dan waarschijnlijk slim.
Met als treurig hoogtepunt: de promotieclip – valt er nu echt niet uit een vaatje te tappen? Oh-la-la zus, oh-la-la zo. Paris je t’aime. Me too hier, me too daar, waar je maar kijkt. Voor dat deze hashtag wereldberoemd werd, was dit begrip in de parfumerie al bekend als een geur van de concurrent in een ander jasje presenteren – ‘This is our Blue de Chanel’, ‘This is our Mademoiselle’.
Als je als Geurengoeroe al millennia in het vak zit, kom je er op een gegeven moment na eeuwen achter dat – met zoals bijna alles in het leven – bepaalde trends, modes, verschijnselen en vooral wishfull thinkings weer terugkomen met de regelmaat van het nieuwe jaar. In de parfumwereld vooral het laatste. Neem de man: daar worden allerlei stickers op gedrukt, wordt in diverse mallen geperst hopende dat hij in het echte leven zich er naar gaat gedragen:
Om aan te tonen, dat Dolce & Gabbana maatschappelijke ontwikkelingen goed aanvoelen, hebben ze als ‘woordvoerder’ een echte, echte man ingehuurd, de Italiaanse influencer Mariano di Vaio: ‘Husband, father, businessman and king of his everyday life’. Voor je het weet wordt Di Viao aanstuurder van een nieuwe politieke beweging, want het kan in Italië snel gaan wat dat betreft – men neme Mateo Salvini, Mateo ‘Selfini’. En om het geheel muzikaal te omlijsten, hebben Dolce & Gabanna zelfs Ennio Morricone weten te strikken voor een gelegenheidscompositie.
Na het platgeslagen parfumgepruttel van de laatste twee posts, tijd voor een geur die hopelijk iets meer met me zal doen. Dus grijp ik in mijn geurproefjesgrabbelton (categorie niche) en vis er Narcotic Flowers uit. Toeval, of wil een hogere macht (Moeder Natuur zelve?) me erop wijzen dat er ook nog bloemengeuren worden gemaakt die écht werken. En noem een geur Narcotic Flowers die, na ruiken, zijn naam niet waar lijkt te maken, than you are in real trouble.
Ook onderdeel van de filosofie: ‘Alle geuren worden in eigen huis samengesteld, in kleine hoeveelheden geproduceerd en in ons Grasse-atelier gebotteld. Alle geuren worden gemengd in een basis van 100 procent gecertificeerde organische Franse graanalcohol’.
Anno 2019 weer. Is het een tussendoortje, terwijl ondertussen wordt gewerkt aan een nieuw groots parfum? De laatste in deze is toch echt 
De een vindt het zaligmakend, de ander wordt per direct misselijk als die bij het passeren van een coffeeshop wordt getrakteerd op een wolk van wiet/cannabis/marihuana/hennep/ hasjiesj kringelend uit tevreden opgestoken stickies. Ik behoor tot de laatste categorie – krijg er direct scheurende koppijn van.
Mark Buxton vertelde mij ooit in 2014 tijdens de presentatie het boek Famous City Amsterdam (waarvan de opbrengst ging naar de non-profit stichting gelijknamige stichting voor kankeronderzoek) dat in de geur die hij speciaal voor deze gelegenheid had gemaakt – Amsterdam – ook cannabis zat, want daar associeert hij de hoofdstad direct mee (hij is niet de enige). Niet de echte cannabis, maar een combinatie van bergamot- en zwarte bes-moleculen (en nog een ingrediënt die me maar niet te binnen wil schieten). Met een effect dat voor mijn gevoel heel dicht in de buurt van de real stuff komt.
Leuke naam. Toch? Ik heb het persbericht niet gezien, maar kan me bijna niet indenken dat geur níet meedrijft op de feministische golf (denk #metoo) die sinds kort ook door de parfumerie waait.
Nog even over de naam. In 1975 lanceerde Yves Saint Laurent Eau Libre, de eerste naoorlogse commerciële ‘fluid’-geur voor man en vrouw, en toen zeker bijzonder, voor alle rassen. Een flopperdeflop van de eerste orde. Jammer, en dat terwijl toen het hippy love & peace-gedachtegoed op zijn hoogtepunt was. De master himself merkte achteruit blikkend ooit op: ‘Als couturier moet je de tijd niet vooruit zijn, maar op tijd zijn’.
Het is triest maar waar: een bloemenparfum kan niet meer opnieuw uitgevonden worden. De reden: de mogelijkheden van de parfumeur zijn gewoon beperkt. De enige die dit nog zou kunnen bewerkstelligen is kunstmatige intelligentie volgens mij. Waar ik dus met smart op wacht.
Járen geleden toen het begrip niche geleidelijk aan in mijn hersenen begon door te sijpelen – wil zeggen: ik naam het voor notie aan; deed er niet echt veel mee – ontdekte ik 1920. Ik was toen ‘best wel’ onder de indruk, want ik rook meer dan ik gewend was. Wat dan?
Net zoals 1920 komt die zeer natuurlijk over, maar dan niet zozeer extremer maar eerder intenser, wat natuurlijk eigenlijk hetzelfde is. Alleen staat intenser in mijn beleving meer voor verfijning, terwijl extreme meer marketing driven is.