WAT KAN KLASSIEK TOCH LEKKER ZIJN
EENVOUD EN DIEPGANG GECOMBINEERD
Jaar van lancering: 2017
Laatst aangepast: 11/03/18
Neus: Carla Chabert, Karine Dubreuil
Concept & realisatie: Bruno Truchon Bartès
Dat was een verrassing afgelopen nazomer bij de ‘portes ouvertes’ van distributeur Via K & Co in de buurt van Brussel: de ontmoeting met Bruno Truchon Bartès van La Manufacture. Twee redenen: het feit dat iemand het aandurft nóg een merk in de markt te zetten gewijd aan eau de cologne en de klassieke kwaliteit die het uitstraalt en waarmaakt.
Lang verhaal kort: Bruno Truchon Bartès werkte meer dan 20 jaar in de parfumbusiness, hij noemt geen namen, waarin hij – en nu volgt een marketing message – ‘zijn compromisloze passie voor de zeldzame ingrediënten die meesterparfumeurs gebruiken om geuren te creëren kon cultiveren’. Dat zal wel. Interessanter, zijn hobby, nou vooruit, passie: historisch behoud van belangrijke, oude gebouwen die de daaraan verbonden herinneringen levend houden.
Nog interessanter: deze filosofie van behoud en bewustwording koppelde hij aan zijn eigen huis dat in zijn gedachten al in de stijgers stond. Zijn creativiteit hiervoor wordt gedreven door – deze tekst wordt wederom onderbroken door een marketing message – ‘schoonheid, een gevoel van uitzonderlijkheid en vakmanschap van traditionele ambachtslieden dat welsprekend uitdrukking geeft aan de kunst van de Franse stijl. Hij gaf zijn huis een naam die handwerk en de spirit van de traditionele ambachtsman oproept: La Manufacture Parfums’. Moet gezegd: treffend en leuk gevonden.
We zien u terug na de volgende door marketing-message: ‘La Manufacture Parfums is een workshop ‘sans frontières’ voor ambachtelijke kunstenaars die grondstoffen transformeren en zich laten inspireren door kunst, emoties en persoonlijke ervaringen. Wat de geuren van La Manufacture Parfums hun elegantie en diepte geeft, is de poëzie van het verleden en de minutieuze aandacht voor de grondstoffen…
… Bruno doet een beroep op beeldhouwers, porselein- en kandelaarsmakers, meesterparfumeurs, en glasblazers met een passie voor hun vak, die volgens zijn esthetische normen en verfijning werken. Hij maakt gebruik van hun gecombineerde talenten om luxe te creëren die bekend staat als eenvoud. De parfums van La Manufacture Parfums zijn bedoeld om te worden gedragen of als geurkaarsen te worden gebruikt. De ingrediënten in de parfums met karakter en de geurkaarsen van La Manufacture des Châteaux worden met de grootste zorg geselecteerd. Ze worden precies en met emotie uitgeprobeerd door meesterparfumeurs door een passie voor kwaliteit te pareren en worden gebruikt om parfumconcentraten te produceren in Grasse, de bakermat van de Franse parfumindustrie’. Einde van de marketing-message.
WAT LA MANUFACTURE IK EIGENLIJK?
Zoals eau de colognes horen te ruiken, voor mij althans. Dus niet zoals de talloze, inmiddels van de markt verdwenen versies van Marc Jacobs of bijvoorbeeld Dior Homme Cologne (2013). Die zijn mat en tam, verkwikken niet echt. Doen die van La Manufacture wel. In een zin: klaterende frisheid op een subtiele basis van hout. En dus geen witte musk en geen calone of ander letterlijk supercool ingrediënt als finish.
Maar dat maakt deze colognes niet ouderwets: tussen de ‘degelijke’ noten spelen moderne accenten mee die het geheel minder ‘zwaar’ – klinkt raar in relatie tot cologne – maken. Zo barst Cologne Rare – hiervoor tekende Carla Chabert – open met zeer zuivere bergamot die snel ‘vergroend’ door basilicum die hier flink gepeperd optreedt. Deze citrusprikkeling continueert omdat rabarber – alsof je een steel even na de opening breekt – het stokje overneemt.
En dan zonder dat de frisheid verloren gaat, manifesteert zich de basis: heel donker, rokerig vetiver vermengd met de warmte van patchoeli. In de verte doet Cologne Rare denken aan de vintage-versie van Diors Eau Fraîche (1953). Frisheid en warmte gecombineerd zonder klam te worden.
Gaat eigenlijk ook op voor Cologne Impatiente – signé par Karine Dubreuil. Is qua compositie verrassender. Of anders gezegd: ik ben blij dat ik goudsbloem weer eens ruik: groen, bitter en ook licht gepeperd die hier ongeduldig lijkt te schuilen onder rabarber met hetzelfde effect en munt: tintelend groen. En daarboven prikkelt een citruscocktail de zintuigen. Het effect: frisgroen, groenfris. Net zoals Cologne Rare geldt ook hier: in der Beschränkung zeigt sich der Meister. Ofwel, met minder heel veel oproepen. Dit alles wordt vastgehouden door vetiver. Hier minder rokerig, maar zoals we ‘hem’ kennen van vroeger – een elegante mix tussen fris en hout.


Kun je fruit elegant koppelen aan eikenmos? Voor echte echte chypre-liefhebbers vanzelfsprekend. Twee klassiekers: Mitsouko (1917) met zijn beroemde perziknoot, Rochas’ Femme (1945) doet het met abrikoos. Beide elegant en vol, met een warme basis die doet denken aan bos, vochtig gebladerte, ‘vies’.
Nomade moet de nieuwe pijler worden, naast Chloé Signature (2008). Iets wat met Love, Chloé (2010), See by Chloé (2013) en Love Story (2014) maar niet schijnt te lukken. Dat Nomade hier meer slaagkans mee heeft, komt doordat het qua feel, uitstraling en geur van het zoetsappige ‘love-me-forever-aime-moi-toujours’-Chloé-pad is afgestapt. Praise the lord!
Voor de geur? Omschrijving: ‘De facetten van deze bloemige, bedwelmende chypre zijn een ontmoeting tussen kracht en zachtheid in een bries van vrijheid’. Opmerking: bedwelmend is behoorlijk overdreven. Chypre eveneens. Ik weet niet wat neuzen de laatste tijd bezielt: steeds meer geuren worden zo getypeerd terwijl ze deze etikettering gewoon niet waard zijn.
En ik er maar altijd van uitgaan dat Laura Biagiotti – ken je haar nog die knitwearkoningin uit bella Italia of was ze nu de queen of cashmere? Kweetunietmeer – na Venezia (1992) en Roma (1988) wel een keer op de proppen zou komen met Milano of op zijn minst Florence (die zij natuurlijk op z’n Italiaans had geschreven gewoon omdat ‘we’ dat over het algemeen chiquer vinden). Als ze (of de marketingafdeling) slim was geweest had ze zich heel Italië geurgeografisch toegeëigend en dus getrademarket, was ze de concurrentie met hun honderden naar al die in de Middellandse ronddrijvende pittoreske eilandjes ruikende geurtjes vóór geweest.
Laura Biagiotti is een goed voorbeeld dat je het als merk met heel veel inzet max twintig jaar uithoudt. De weg naar vergetelheid/niet meer serieus worden genomen gaat nog sneller als marketing het helemaal van de oprichter overneemt – wie kent nu nog Guy Laroche, Ted(je) Lapidus. Laroche? Lapidus? Wie of eerder wat is dat inmiddels voor een nieuwe generatie.
Ondertussen in Florence ‘gaat de zon onder met een laatste explosie van karmozijn en goud. Als zij de tuin vol delicate geuren inloopt, lijkt die haar te volgen – het verlicht het pad dat ze betreedt. De door de nacht versterkte geuren van de natuur strelen haar fluwelen huid en ravenzwarte haar…’.
Maar waar zijn de bloemen in de geur die een stad eert met een ‘bloemrijke’ geschiedenis – ik meen een lichte hint van witte bloemen te bespeuren. Eigenlijk is Florence als een stroom, een glijden van fruitige en zoete nuances die in de basis wordt verwarmd door amber, ‘bepoederd’ door musk en geschraagd door patchoeli (die je pas later op de huid iets van zijn ware karakter laat zien: een lichte, kamferachtige noot). Beetje braaf voor mijn gevoel, beetje onbestemd, beetje te weining Cavalli-overdaad.

Issey Miyake kwam als eerste op het idee – of beter gepreciseerd: Chantal Roos de vrouw achter de successen van Yves Saint Laurent, Jean Paul Gaultier, Narciso Rodriguez – om met een zomerse variatie van een populaire geur te komen. Het zette een stroom in gang, positief en negatief ontvangen door zowel aanbieders als eindgebruikers, die pas sinds een paar jaar in kalmere wateren terecht is gekomen. Ook dit jaar verschijnt er een dergelijke kijk op L’Eau D’Issey (1992), gevolgd door volgens mij de nummer 2 op de lijst van zomerversies: CK One (1994).
… de geuren eveneens in de zin dat met een beetje fantasie paarse bloemen worden opgevoerd of wanneer je alle ingrediënten per geur in een blender stopt, de jus in een paarse gloed zal komen bovendrijven.


Ik zag twee haaks op elkaar staande reacties op Coven op 
Als je als modeliefhebber vindt dat ‘your own initials are enough’ en je houdt van understated, ‘labelloze’ chic dan moet je volgens Tomas Maier – hij preekt voor eigen parochie gezien zijn creatieve directeurschap bij het Italiaanse luxemerk – je kleding en accessoires kopen bij… Bottega Veneta.
Alle smartsmalltalk op een stokje: ik moet bij Knot Eau Absolue ‘constant’ aan denken Guerlain. Want gul en rijk. Zo had 

Een vaag-oosterse ambergeur aangenaam voortkabbelend die klassiek zijn boodschap onthult. Wat wel opvalt: de frisse opening van bergamot, citroenbloesem en jeneverbes houdt lang aan. Eerst als een paar schalkse druppels die vervolgens doorsijpelen naar de basis en lang bespeurbaar blijven. Ondanks de bloemen in het hart – fresia, roos. Ondanks het hout in de basis, een melange van patchoeli, ceder- en sandelhout, musk en amber.
Een van de aantrekkelijke kanten van Nicolaï? Ze levert geuren al vanaf 30ml. Combineer dit met het aller-aller-aantrekkelijkst: de composities. Klasse. Ik kende Patchouli Intense al: zat nog als een herinnering op mijn vaste schijf die direct werd geactiveerd bij de eerste snuif. En weer die vreemde gewaarwording: ruik ik nu aldehyden of is het de combinatie van laurier, wierook en leer die voor dit klassieke ‘Chaneleffect’ zorgt? Want er ligt een chique, volle (beetje frisse) glans over de compositie – de overige ingrediënten niet verstikkend maar veredelend.

Typisch voorbeeld van beroepsdeformatie onlangs. Ik zie in een tweedehandswinkel (Lelystad) In de schaduw van mijn geluk, de autobiografie van Brook – former topmodel – Shields. Lees, ondertussen verbaasd over het feit dat het boek überhaupt in het Nederlands is vertaald, op de achterkant ‘met veel kennis van zaken beschrijft ze het diepe dal van haar postparfumdepressie’. Hè, ik ben niet alleen. Eindelijk erkenning van een vergeten groep. I knew it, I knew it. Staat het er echt? Nog een keer lezen. Niet dus. Wel: postpartumdepressie. Één letter verschil – geen t maar een f – die vormgeverstechnisch veel overeenkomsten heeft.
En toen kreeg ik Kaff cadeau van The Scent Company. Weg postparfumdepressie. Niet dat de zon begon te schijnen – daar is de compositie niet naar – maar ik zat als een kat tevreden spinnen en kopjes te geven. En was het nou toeval of niet? De geur deed me heel sterk denken aan een van de beste irisgeuren ooit gemaakt maar niet meer in de handel vanwege de schaarste aan, kostprijs van en verbod op bepaalde ingrediënten en het feit dat het merk ‘niet meer echt bestaat’: Iris Gris van Jacques Fath uit 1947. Slechts korte tijd op de markt en daardoor omringd met een mystieke status. Iris Gris achtervolgde mij ook op een bepaalde manier, bleef in mijn gedachten rondhangen.
Misschien wel want Kaff maakt heel veel goed, stelt de irisgeuren die couturehuizen hebben in hun nichelijnen in de schaduw. De makke van deze groep: in negen van de tien keer wordt de frisse, poederige kant benadrukt – schoongewassen, helder, clean, lucht. Geen aarde, geen natte klei.
De ruigheid, maar nu gepolijst, wordt in het hart voortgezet met leer en amber. Meer leer dan amber… en komt allemaal prachtig samen in de sterke houtbasis – een strakke mix van ceder- en sandelhout een ietsiepietsie sensueel gemaakt door tonkaboon. En het lijkt hoe langer de geur zich ontwikkelt de kruidige noten van de opening doorsijpelen naar de basis en dat de iris eigenlijk plaatsneemt naast het hout in plaats van erin te verdwijnen.