EEN VOOR VELEN, GEWEND AAN DE BEKENDE GUCCI-GEUREN, HEFTIGE ERVARING
CHIC-STOER
Jaar van lancering: 2018
Laatst aangepast: 31/04/18
Neus: Alberto Morillas
Tis me ook wat. Word je toch maar even met je onderscheidende, door velen gewaardeerde neus op de feiten gedrukt. Ik wou dus Guilty Absolute Pour Femme vers van de pers ruiken, ik dus Gucci mailen met vriendelijke, edoch dringende verzoek: ‘Waar blijft-ie?’ Krijg antwoord, per direct dat wel: ‘We mogen de geur alleen sturen naar een paar influencers die ‘Gucci FH’ selecteert’. Wat the f*ck betekent FH? Forgotten Hope, Full House, Future Husband, F*cking Hell of iets in de zin van ‘business and institutions?
Maar ik was dus ‘FH’ echt benieuwd, als was het alleen maar vanwege het persbericht. Niet zozeer om de storytelling maar vanwege de toelichting wat geuropbouw betreft – boeiend, nieuwsgierig makend. De storytelling in de kern samengevat: ‘De revolutie van bevrijde liefde, van beminnen in absolute vrijheid. Je eigen liefdesverhouding definiëren, vrij van maatschappelijke regels en gendernormen’.
WAT GUILTY ABSOLUTE POUR FEMME IK EIGENLIJK?
Kreeg’m uiteindelijk begin deze week persoonlijk overhandigd. En de geur stelt niet teleur. De opening: een explosie van rood fruit. Ben zelf niet zo’n zoetekauw, maar moet gezegd: in Guilty Absolute Pour Femme is die heerlijk en dat komt omdat het effect, zoals Gucci terecht opmerkt, ‘puur, sappig en succulent’ is én je op de achtergrond al een hint ruikt van de donkere basis.
Gucci noemt de vrucht verantwoordelijk voor deze rode verfrissing mysterieus. Dat is de braam niet want al zo vaak in geuren gestopt dus bekend. Wat de braam wel in zich heeft, omschrijft de neus als ‘een droombeeld, prachtige, grote, sappige bramen in een bos – je krijgt onmiddellijk het gevoel dat je ze wilt eten. Het maakt het parfum warm en figuratief’. En dat gaat heel mooi samen met bergamot die de braam wat zacht-frisser maakt.
Het hart is ook rood, met dien verstande dat veel mensen zich bij een roos de kleur rood voorstellen. Opgevoerd wordt de Bulgaarse variant en dat ruik je! Overvloedig, ook lichtjes fruitig. Staat garant voor het bloemrijke effect.
Geleidelijk aan laat de basis zich gelden: een denk ik, voor velen gewend aan de bekende Gucci-geuren, heftige ervaring. Komt door de hoofdrolspeler goldenwood: een – nieuw – natuurlijk extract van de nootka-cipres (bij ons bekend als gele cipres en Alaska-cederhout). Dat is dus een intense houtnoot (denk een mix van vetiver, sandelhout en patchoeli) met accenten van leer en rook die samen met patchoeli en ambergris het effect van oudh oproepen – het steringrediënt in parfums de afgelopen tien à vijftien jaar. Het effect: gloeiend, daadkrachtig – alsof de roos wordt verbrand door goldenwood – dat wellicht als mannelijk kan worden opgevat.
Wat krijg je dan volgens Gucci: ‘Een niet-traditionele vrouwengeur gecreëerd voor een moderne vrouw’. Dat klopt plus mijn toevoeging: niche. Dit dan weer niet: ‘Guilty Absolute Pour Femme breekt met de geijkte vorm van traditionele vrouwengeuren, door een klassieke bloemige chypre te laten evolueren tot de eerste fruitige chypre. Ik kan er zo tien opnoemen, te beginnen met Yvresse (1994) van Yves Saint Laurent, Jo Malone’s Blackberry & Bay (2012) en Sì (2013) van Giorgio Armani.
Frontrow-darling du jour, van dit moment – Alessandro Michele – tijdens de introductie: ‘Er is niet een absolute manier om geur te dragen, niet een absolute manier om te beminnen, niet een absolute manier van verbinden. Als hulde aan dat idee presenteert Gucci Guilty Absolute Pour Femme, de ultieme partner voor Guilty Absolute Pour Homme’.
Vat je dit letterlijk op, dan draagt zij Guilty Absolute Pour Femme, hij Guilty Absolute Pour Homme. Gaan die samen in elkaar op dan ontstaat een nieuwe geur, maar hoe moet je die nu noemen…
![]()

Volgens mij heeft Karl Lagerfeld schijt aan alles. Aan namen, aan reputaties, aan smaak, aan heersende opvattingen, aan zichzelf als ontwerper, aan zichzelf als persona, als cliché van de excentrieke modeontwerper. Mark my words: als na zijn overlijden – zijn leeftijd wordt nu geschat op 187 – of na zijn aftreden bij Chanel/Fendi/Karl de wel of niet geautoriseerde biografieën verschijnen, zullen die heel wat stof doen opwaaien. Smullen heet dan dan.
Als Karl Lagerfeld de verantwoording van zijn nieuwe twee geuren – zag ze toevallig voorbijkomen op internet, toch benieuwd – heeft gelezen, moet hij vervolgens na het ruiken, er het zijne van hebben gedacht en gelachen, heel hard.


Genomineerden Parfums Dames
Genomineerden Parfums Heren
Genomineerden Parfums Uniseks
Naam van de expositie: Magische Miniaturen. Ik zou miniaturen (en manuscripten) eerder omschrijven als magnifiek. Dus in de zin van fantastisch, fenomenaal, geweldig, glansrijk, grandioos, illuster, luisterrijk, oogverblindend, prachtig, schitterend, subliem, voortreffelijk. De reden: daardoor leg je meer nadruk op de werkwijze en totstandkoming in plaats van de – veronderstelde – werking. Tenminste als je magisch naar de letter interpreteert, want magische is afgeleid van magie, dus ‘de vermeende kunst van het manipuleren van de werkelijkheid met behulp van speciale objecten, spreuken en rituelen op basis van verborgen krachten’. Niet bepaald ‘ons’ christelijke erfgoed uitdragend, lijkt me.
Om een cliché te gebruiken: je komt ogen te kort. Elk middeleeuws miniatuur is eigenlijk een ‘tentoonstelling’ op zichzelf, een venster op de wereld. Sterker, slechts twee perkament vellen uit een getijdenboek (handschrift gebruikt door leken voor privédevotie) brengen je al in een andere wereld. Prachtig al die ‘zwier en zwaai’ in het aanzetten van hoofdletters, ‘encadreringen’ en de mini én minutieuze tekeningen met duizelingwekkende details die bij achteloos kijken gewoon over het hoofd worden gezien. Altijd leuk: het dagelijkse leven van toen uitgebeeld: ‘De manuscripten tonen een wereld vol bloemen, dieren en glooiende akkers. Behalve bijbelse taferelen en heiligen zijn ook afbeeldingen te vinden van dagelijkse, en minder dagelijkse activiteiten, zoals boeren op het land en hertogen tijdens de jacht’.
Elke tentoonstelling moet tegenwoordig een multi-zintuiglijke ervaring zijn. Gewoon alleen kijken en gewoon ondergaan en interpreteren is er niet meer bij. Dus ook bij Magische Miniaturen niet. Je kunt zelf manuscripten maken met plakplaatjes, stempels en nog wat andere hulpmiddelen. Tijdens mijn bezoek alleen maar uitgevoerd door – hoe omschrijf je de belangrijkste doelgroep van musea, waartoe ik inmiddels zelf ook behoor, op een leuke manier – actieve, midden in het leven staande vijftigplussers. Maar moet dat nou? Hiermee doe het je het letterlijke en figuurlijke monnikenwerk echt tekort, maak je het tot ‘een even voor de leuk’-tijdverdrijf. Of moet je als bezoeker hierdoor juist ondervinden dat het nog niet zo makkelijk is. Maar dan kun je bij elke tentoonstelling een publieksatelier inrichten waar afhankelijk van het geëxposeerde werk naar hartenlust kan worden geschilderd, gebeeldhouwd, geborduurd, geëtst, gefilmd, gemonteerd etc. etc.
Wat je niet vaak kunt in musea: bewust ruiken. Dus speciaal voor een expo gemaakte geuren. Is vaak een kwestie van het beschermen van kunstwerken tegen ‘negatieve invloeden van buitenaf’ – iets wat geurmoleculen in dit geval kunnen zijn. Daarom zitten de, naar ik aanneem, speciaal voor Magische Miniaturen gemaakte geuren in kastjes opgeslagen. Magische Miniaturen stelt de vraag ‘Hoe ruikt een miniatuur?’ Ik dacht zelf: een beetje muf, oude verf (gemaakt van, hoe hip nu, natuurlijke ingrediënten), leer, kortom alles wat je je bij oude boeken en oude bibliotheken voorstelt.
Daar stond ik in 1986 nog helemaal niet bij stil: niche. Moest als begrip op geur nog toegepast worden, stond pas in de steigers. Wie had er buiten Parijs al van Annick Goutal gehoord? Hoefde ook niet direct per se, want de klassieke leveranciers hadden allemaal nog een ‘soort van’ beroepseer. Dus vanzelfsprekende kwaliteit leveren zonder pochere borstklopperij, constante zelffelicitaties en te mooi uitgegeven persberichten die je lange tijd maar niet durfde weg te gooien.
Het is voor hem een schok. Zo kunnen parfums dus ook ruiken. Hij neemt ontslag, gaat terug naar zijn wortels (Bretagne) en koopt daar in Dinard een petite parfumerie én creëert er zijn eerste parfum Divine dat in de smaak valt ‘bij veel vrouwen die niet willen dragen wat iedereen al draagt’. Door het succes van het parfum Divine werd de naam ook de naam van het huis met een inmiddels mooi assortiment. Mooi wil zeggen: niet te veel en overzichtelijk. Zes voor haar, zes voor hem volgens de homesite
Goddelijk? Ach ja, waarom niet. Divine komt ‘zo gezellig vertrouwd’ binnen. Want klassiek in alle vezels, geen spoor van synthetische ingrediënten terwijl… Alles glijdt zo lekker in elkaar over. Als je niet oppast, verval je in clichés. Zoals: alle bloemen lijken met gelakt met goud en andere edele metalen (doet aldehyden vermoeden). Zoals: present zonder opdringerig te zijn. Zoals: ik zie een chique geklede dame voor me met gehaarlakt kapsel. En toch is de geur niet tuttig.
In het jaar dat Guerlain zijn 190 jarig jubileum viert, wordt de in 1999 gestarte Aqua Allegoria opnieuw gepresenteerd. Wil zeggen: de negen populairste van de tig in de loop van de jaren verschenen edities, worden opnieuw in het assortiment opgenomen. Eén daarvan verandert van naam: Grosselina uit 2006 heet nu Rosa Rossa.
Nieuw voor mij: volgens Guerlain speelt bergamot uit Calabrië de hoofdrol in alle Aqua Allegoria’s – nou dat klopt dus niet. In sommige variaties ruik ik ze helemaal niet en in Passiflora moet ze het opnemen tegen citroen en grapefruit. En die winnen sans problème, want de opening is behoorlijk citrus-scherp, mist de bloemige elegantie van pure bergamot.
Dus nu valt mijn oog in het Franstalige persbericht op bij een asterix: fraction de patchouli*, ik scroll naar beneden waar in het klein geschreven staat, nu Google-vertaald: ‘Chanel had 20 jaar geleden het idee patchoeli te her-distilleren om een fractie te verkrijgen die nieuwe mogelijkheden bood die nu op grote schaal wordt gebruikt in de wereld van de parfumerie’. Maar hier zeg je heel veel en tegelijkertijd heel weinig mee. Wordt hier blanke patchoeli bedoeld, de nieuwe heldere variatie zonder de kenmerkende kamfer- en aardenoot?

Kennen jullie dat? Dat je bepaalde geuren niet durft te ruiken omdat je bang dat je teleurgesteld raakt en/of bevestigd wordt in je vooroordeel? Deze tegenzin heb ik de laatste jaren vooral met nichehuizen, gezien de masstige merken (de Armani’s, de Diors, de Hugo Bosses onder ons) de moeite van het ruiken meestal niet meer waard zijn. Afgezien van hun bijdrages aan de nichesector die weliswaar ook steeds meer ‘inwisselbaarder’ worden. Voorbeeld: de nichelijn van Roberto Cavalli – word ik niet echt geil van afgaande op de namen. Nog een oudh, nog een musk, nog een roos, nog een… kun je blind ruiken.
En dan is er nog Mona di Orio. Hors concours. Het blijft bizar dat ze met een klein oeuvre (bij haar spreek je niet van werk) zo’n overall impact heeft gemaakt. In ieder geval op mij. Ik dacht na haar onverwachte overlijden: fondé 2005, fermé 2011. En dan dat over 50 jaar iemand op een rommelmarkt een flacon van haar vindt, under haar spell raakt en besluit het huis te heropenen.
Even terzijde: leuke naam als je de op de hoogte bent van de ontstaansgeschiedenis van suède en helemaal leuk gezien de herkomst van Fredrik Dalman. Het hout (patchoeli en cederhout) neem je lichtjes, bescheiden waar, maar indien weggelaten zou het suède zo van je huid wegglijden. En de musk is idem dito aanwezig, lijkt door het suède opgezogen.
Had Geurengoeroe als blog in 19018 bestaan, dan was hij very very enthousiast geweest over de ontvangst. Qua naam dan. Tuinen, die werden toen nog nauwelijks aangelegd in de parfumerie. Alleen die van Guerlain was geopend: Dans le Jardin de mon Curé (1895). Nu struikel je erover. De meeste tuinen hebben dezelfde soort entrée en er groeien en bloeien meestal dezelfde bomen, struiken en planten in dezelfde perkjes.