OH VALENTIJN HOU’S OP MET DIE GEUR-ONGEIN!
EN: STERREN KIJKEN IN MAROKKO (BIJ DE ZEE)
Jaar van lancering: 2017
Laatst aangepast: 13/02/18
Neus: Pierre Guillaume (op de foto)
Ik weet dat ik hier geen vrienden mee maak in de parfumeriebranche, maar ik vind het jammer/dom dat een ‘geurtje’ tegenwoordig bij de promotie voornamelijk als cadeautje wordt neergezet door de aanbiedende partij. Kerst net achter de rug om een geurtje voor je lief te kopen, staat Valentijn alweer te trappelen om ons er een door de neus boren. Weliswaar ‘met liefde ingepakt’. Zegt Douglas tenminste nu tijdens Valentijn-promotiecommercials op de televisie.
Inside barf: kun je een geurtje ook níet liefdevol inpakken? En wat heeft inpakken überhaupt met liefde te maken? Outside barf: ik word zo langzamerhand gek van die 50m-flacons die worden ‘gemummificeerd’ in een ellenlange rollen cellofaan met nog langere feestelijke, krullende slierten. Afgaande op de grootte verwacht je een enorme chocoladepaashaas uit te pakken. De Pasen – weer zo’n leuk cadeaumoment! En ik maar denken dat de parfumbusiness zo begaan was met het milieu…
Mijn punt: koppel geur los van de feest- dus verkoopdagen. Want zo neem je parfum nooit zo echt serieus. Hoeft natuurlijk niet, en waar maak ik me druk om; ik vind het altijd heerlijk ontnuchterend als iemand totaal geen affiniteit met geur heeft. Bij navraag is de favoriet meestal de laatste die zij/hij gekregen heeft. Maar toch. Mijn allergrootste bezwaar: een geur cadeau doen (als iemand er niet om gevraagd heeft) kan ook als een belediging worden opgevat: ‘Stink ik zo?’ En je neemt desbetreffend ‘feestvarken’ ook niet serieus.
WAT NEROLI AD ASTRA IK EIGENLIJK?
Anyway, hoe leuk is dat, wanneer je – puur omdat je zin hebt – any given day ‘live’ op zoek gaat naar een nieuwe geur(ervaring). Je bent getipt, leest een review, raakt getriggerd door een bloggerparfumpraatje of gewoon nog meer benieuwd naar een merk aan hand van een sample.
Of je bent verbaasd – zoals ik nu – dat oranjebloesem wéér de hoofdrol speelt. Welke nichelijn van de mainstreammerken je ook neemt, één is er altijd wel gewijd aan oranjebloesem. De ‘echte’ nichemerken doen er niet voor onder. Zoals ook Parfums Générale. Ik had een proefje gekregen van Neroli ad Astra (van the Perfume Lounge in Amsterdam). De inhoud bleef me achtervolgen doordat ik die in eerste instantie niet kon betrappen op ware originaliteit en daardoor voor mij niet echt nichewaardig.
Lag het aan mij? Dus onlangs in Parijs weer even aan de geur geroken toen ik langs parfumerie Sens Unique liep. En, waarom ook niet, je leeft maar een keer, de geur gekocht. Want zo wonderlijk aan oranjebloesem en neroli (kreeg onlangs twee flinke flacons beide uit Marokko) en petitgrain: in pure vorm ruikt het al ‘af’, word je getrakteerd op een geur met diverse lagen, is het vanzelf eigenlijk al een solifleur.
Hoe wonderlijk eveneens: dat er zoveel geurkracht in dit kleine ‘eau-de-cologne-krakende’ bloemeke schuilt. Dat ervaar je ook in Neroli ad Astra. Eerste indruk: honingzoetig, pittig, zomer, fruitig, groen. Nog niet echt fris. Dat komt daarna, het bloemige effect ook. Dan heel snel voor mijn gevoel witte musk.
Ruik ik over een aantal dingen heen? Is dat alles? Had ik dus een paar keer. Dwalend door de straten, hangend in een bank, liggend in bed me verder verdiepend. Verdomd: ik haal nu de peer eruit in de opening en eveneens de zurige frisheid van de clementine – net iets pittiger (versterkt door roze peper volgens mij) en minder zoet dan mandarijn.
Dan full blast neroli indrukwekkend begeleid door jasmijn – gaan hand in hand. Alleen ruikt deze witbloemige noot nu hetzelfde of anders door de toevoeging van agave-bloesem? Verspreidt die überhaupt een geur? De indruk blijft toch van good old neroli – fris, bloemig, groen, cologne-kick – mooi gebalanceerd, dat zeker, door warm jasmijn. Maar dan die cleane nasweep van witte musk. En wel heel erg clean. Niet irritant scherp, maar toch behoorlijk dicht in de buurt komend van laundry-fresh.
Sinds enkele dagen ervaar ik Neroli ad Astra anders. Komt het door de ijzige kou die nu in de lucht hangt, de zon die je achter het venster ervaart? Ik blijf bij mijn opening- en hartindrukken, alleen ervaar ik de witte musk anders doordat ik de vetiver nu ook ruik – voegt een soort droogte toe. Maar wat vreemder is: ik meen een lichte, ziltachtige noot te ruiken waarop de neroli op meewiegt.
En daardoor moet ik denken aan Azemour les Orangers (2011) van Parfum d’Empire, maar die wordt in vergelijk meer geschraagd door de chyprebasis. Neroli ad Astra is luchtiger, meer ephemerisch (‘Louis Couperus-oudhollands’ voor kortstondig, vervliegend). En in vergelijk met Azemour les Orangers daardoor cleaner. Moet wel gezegd: een klassieke chypre is mijn favoriete tak aan de parfumboom.



Ik was een paar dagen in Amsterdam en gelukkig nog wat tijd over voor de Albert Cuypmarkt. Daar zit aan het begin nummer 84, Grimme Drogisterij, is een soort parfumweeshuis en -hemel ineen, want het heeft zich gespecialiseerd in geuren die het niet gered hebben in aanhoudende strijd om aandacht in de ketenparfumerie. En dat zijn er dus heel veel.
Maar toch, eerst denk je nog: dit is echt nep door die Acqua di Parma-associatie, maar al ruikende moet je bekennen dat het een echt goede geur is; een geslaagd ‘me too’-luchtje. Een begrip dat voor de #metoo-discussie al bestond: een populair thema van de concurrentie anders verpakt onder eigen naam verkopen. In dit geval: ‘Dit is onze Montale’.





Zeg je pirates dan denken de meesten volgens mij aan de filmreeks The Pirates of the Carabbean met Johnny Depp als Jack Sparrow. Een rol die hem beter bij past dan het karakter dat hij verbeeldt in de quasi diepgaande promotieparfumclip van Sauvage (2015) van Dior. Als Sparrow is hij subversief-humoristisch, als ‘Sauvage’ gespeeld-getormenteerd wat moet doorgaan voor serieus, diepgaand – noem het kunst.
Terzijde: zijn ze bij het luxe conglomeraat wel een beetje laat achter gekomen. Daarnaast zijn deze fonteinen geen garantie voor goede, ‘serieuze’ geuren. En in een dergelijk prestigieus project schuilt ook een gevaar: het verhoogt de verwachtingen bij de consument, die verwacht perfectie bij elke volgende geur. Voldoet J’Adore in Joy (2017) hieraan? Ga je dan huilen of lachen, of op zoek naar merken die niet door hun eigen ambities en ‘serieusheid’ heen zakken, geur vanuit een andere hoek bekijken zonder aan kwaliteit in te boeten.

Het antwoord daarop is op dit moment anders dan pak’m beet vijftien jaar geleden. Toen werd ik vooral gedreven door het ontdekken en het analyseren van families (mijn eerste onderzoek: tuberoos) én de verbazing over het feit dat voor mij zoveel voor de hand liggende combinaties niet werden gemaakt. Zoals: galbanum, vijg en wierook – dat moet toch in een heel interessant effect resulteren. Doet het ook. Of hoe komt het dat een melange van diverse nichegeuren (proefjes waarvan ik de restanten na het testen in een 100 ml flacon stopte tot dat die vol is) een prachtige sandelhoutgeur oplevert terwijl in geen van de geuren dit edele hout als ingrediënt werd opgevoerd.
Dat laatste wordt dus steeds moeilijker, bijna onmogelijk, om dat te beoordelen gezien de parfumindustrie er alles aandoet om het cliché in stand te houden dat geuren juist garanderen dat je seksuele aantrekkingskracht in de vijfde versnelling gaat met een geur. Het effect wordt voornamelijk in beeld en boodschap gepresenteerd. Met de mooiste modellen en duurste actrices en acteurs. In scene gezet door regisseurs waarvan ik me afvraag waarom ze in hemelsnaam meedoen met dit circus afgaande op hun staat van dienst. Neem de nieuwe mallotige campagne van Diors Miss Dior begeleid door de (nu verplichte hashtag) #whatwouldyoudoforlove? Neem het The Scent-duo van Hugo Boss.
Maar voor ‘hetzelfde geld’ zou je deze zoektocht kunnen laten gezien de kans dan op het vinden van de ware wordt verkleind, want het aller merkwaardigste in deze kwestie is dat geuren die de seksuele aantrekkingskracht volgens parfumpromovideo’s in gang zouden moeten zetten, daar zijn nu juist alle dierlijke noten zo goed als uitgezeefd en – nu komt het ergste – leggen over het lichaam een ondoordringbare laag waarmee alle erotische boodschappen verspreidende lichaamseigen moleculen resoluut een halt worden toegeroepen. Met andere woorden: je denkt iemand met een ‘gelaagde’ geur aantrekkelijk te vinden, denkt daardoor #you’retheone, legt vervolgens het parcours van verleiden, verloven, trouwen af en dan… en dan… blijkt dat zij/hij #nottheone is omdat dat haar/zijn eigen geurdna bij ‘nadere inspectie’ toch niet matched met die van jou.
Het leuke, het eerlijke bij de uitleg van de geuren van Versace: het maskeert de synthetische ingrediënten niet door er ‘natuurlijke’ namen aan te geven. Over het algemeen zijn mainstreammerken hier huiverig voor, doen alles om bij de koper maar de indruk te wekken dat de composities zijn uitgebouwd uit honderd procent zuivere, natuurlijke bronnen. Sterker, trots vermeldt het huis – specifiek in geval van Pour Femme Dylan Blue – dat ‘kostbare, natuurlijke ingrediënten samenvloeien met de nieuwste generatie geurmoleculen’.
Valt wat voor te zeggen. De opening van de dans start goed: de van zichzelf al frisse zwarte bes (met fluwelige afdronk) wordt gestrooid over een sorbet van Granny Smith die de sprankeling van de zwarte bes opstuwt. Ruik je goed. Lekker. Dan het hart – een ‘love dance’ zoals je wilt. Hier vloeien dus natuur en synthetisch samen. Niet makkelijk, eigenlijk niet te doen, om het lelietje-van-dalen, egelantier (wilde roos) en de jasmijn te onderscheiden van shisolia (omschreven door producent Givaudan als een molecuul met shisoblad als uitgangspunt uitmondend in kruidig, groen met een diepe muskbasis), petalia (volgens Givaudan roosachtig, bloemig met nuances van lelietje-van-dalen) en rosyfolia (idem).
Ben ik nou een verwend nest? Eis ik te veel van geuren in vergelijk met diegenen waarvoor mijn alter ego Geurengoeroe het allemaal doet? Moet ik mijn verwachtingen niet bijstellen, terugvoeren naar de tijd toen ik als een jong en dartel bokje debuteerde in de wereld van het parfum?
Dit spookt dus allemaal door mijn hoofd bij het ruiken van Champaca en Osmanthus. Beide in hun pure staat prachtige bloemen met een eigen, duidelijke signatuur. De eerste (exotisch, zoet, een mix tussen jasmijn en ylang-ylang met een lichtgroen randje) ruik je minder in geuren dan de tweede (bloemig-zoet, zwevend tussen rozijn en abrikoos in haar zuiverste vorm, in ‘verdunde’ versie helder, zonnig en ‘open’).
Trussardi introduceert zijn nieuwe herenparfum Riflesso, Italiaans voor reflectie. Het wil olfactorisch de mogelijkheden onderzoeken wat tradities kunnen bieden om het heden te begrijpen in het algemeen en meer in het bijzonder het erfgoed van het merk in relatie met de wereld van nu. Dat is me nogal wat. Ik bedoel daar kun je een thema-avond aan wijden op tv.
Familie: houtachtig-oriëntaals. Ik zou willen toevoegen: klassiek, bijna te klassiek voor mijn gevoel, gezien de hippe status van de protagonist. Vanaf de opening word je meegezogen in een oosterse zwoele zachtheid, want door de citrusfrisse opening heen ruik je al vaagjes de door tonkaboon (foto) geleide basis van Riflesso.