HERKENT U DEZE MELODIE?
DRAAG EEN LIEDJE, ‘LUISTER’ EEN PARFUM
Alles wat door de mensheid is gedacht en (misschien daardoor ten gevolge wellicht) bedacht, zijn variaties op een thema. Religie, hoge kunst, lage kunst, politiek, haat, liefde, cultuur – you name it. Opgelet: daar kom je meestal pas achter met het klimmen der jaren. Van de ene kant kan dat resulteren in teleurstelling, van de andere kant in berusting. Van de ene kant: reageren, van de andere kant accepteren. Laatste is vooral prettig voor je gemoedsrust, het eerste zorgt voor ‘Unruhe’.
Kun je deze gedachte toepassen op parfum? Jazeker, alleen dan wel met de teleurstellende uitkomst dat het allemaal nogal plat en ordinair wordt. In de zin van gewoon, in de zin van: ’What’s new?’, ‘Quoi de neuf?’ Het is decennia al een komen en gaan van variaties op een thema. Wat ik me steeds vaker afvraag bij een nieuw label: ‘Hoe durf je het nú nóg wéér een keer te doen?’
Zo ook bij L’Orchestre Parfum. Want a: de link tussen geur en muziek is ‘zo oud als de weg naar Rome’ – we spreken niet voor niets van een parfumorgel waarachter de neus plaatsneemt om zijn composities te spelen – inmiddels vervangen door een computertoetsenbord verbonden met kunstmatige intelligentie. Want b: is zo’n interpretatie van parfum anno nu niet ouderwets, ook al combineer je het niet met klassieke componisten, maar ga je ‘verbindingen’ aan met hedendaagse musici met een moderne muziekbenadering. En die gaan dan, afgaande op site, overal en anywhere optreden om de geuren live op te luisteren: http://www.tismewat.nl.
De bedenker – muzikant en parfumeur – Pierre Gugue omschrijft het zo: ‘L’Orchestre Parfum biedt polyzintuiglijke concerten waarin muziek, parfum en tekeningen worden gemengd om de live-ervaring te versterken en onvergetelijk te maken’. Verder deelt hij met ons: ‘Mijn meest intense herinneringen worden gekenmerkt door de dialoog tussen muziek en parfum – unieke momenten waar ze een perfecte harmonie creëren.’
Hij filoso-babbelt door: ‘Ik heb L’Orchestre Parfum uitgevonden om deze emoties nieuw leven in te blazen en te delen. Draag een liedje, luister naar een parfum. Ik heb veel ateliers van gitaarbouwers bezocht en heb met de beste Franse vakmensen gewerkt om de geur van muziekinstrumenten te begrijpen en te voelen: essences van gitaarhout, trombone koper, kora-leer. Twee grote parfumeurs combineerden deze essences vervolgens met de mooiste parfumtonen: néroli, roos, kruiden.’
Is het echt? ‘Vervolgens namen vijf getalenteerde muzikanten de tijd en zorg om voor elk parfum een origineel lied te componeren. Vijf luxegeuren uitgevoerd in muziek door vijf virtuozen van alle horizonten. Onze parfums zijn ontworpen in Parijs en gemaakt in Grasse van 100 procent natuurlijke alcohol. Elke flacon is handmatig gelakt door een Frans ambachtsman. Ik beschouw parfum als kunst en geloof dat de kunsten moeten samenwerken om nieuwe emoties te creëren. Het is dit handgemaakte werk, deze uren van creatie van ambachtslieden, parfumeurs en muzikanten die deze droom mogelijk hebben gemaakt.’
Sorry, maar bij die een-na-laatste zin, haak ik af – nou eigenlijk al eerder. Alsof wat door hem wordt beschreven al niet decennia/eeuwen/millennia gebeurt in de wereld van de schone kunsten. Boeien… de niche-clichés waarmee hij de parfumpromotiepraat volpropt – vakmensen, handmatig, ambacht, zorg, aandacht. Om de prijs te verantwoorden? € 140,00 100 ml.
Ook L’Orchestre Parfum is puur marketing in de hoop dat deze ‘andere kijk’ wordt opgepikt door welke potentiële klant dan ook. Begrijp me goed, L’Orchestre Parfum zal het zeker goed doen tijdens een muzikale happening: ‘een keer wat anders’ na de tientallen presentaties waarin ter kennismaking van nieuwe geuren de hoofdingrediënten ervan zijn verwerkt in ‘lekkere hapjes’.
Wat ik me afvraag, ruiken de geuren anders als je ze zonder muzikale ‘live’-omlijsting de eerste keer ervaart? Ik denk van niet. De enige toegevoegde waarde is dat je bij het opspuiten van een van de geuren je je deze ‘live’-omlijsting zult herinneren. Zonder dit ervaar je zes mainstreamnichegeuren. Instapniche in feite, voor mensen die wel eens wat anders willen dan de kassakrakers uit de ketenparfumerie. Ook handig: via de geuren krijgt de gebruiker en leuke indruk van een aantal ‘basiscomposities’ populair in de (niche)parfumerie.
WAT L’ORCHESTRE PARFUM IK EIGENLIJK?
Zoek op de homesite uit wat je allemaal kunt/moet ervaren bij de diverse geuren en welke compositie als muzikale omlijsting worden voorgesteld. Flamenco Néroli. Ja, jeetje hoe vaak al niet geroken? Hoe vaak hebben een bezoek aan de Tuinen van Alcazar niet geleid tot een frisse, citrusnoten spuitende fontein? De geur klopt qua familie. Gewoon lekker en de sterke basis van cederhout houdt het zonachtige aspect van de geur goed vast. Als je niet van witte musk als ‘geur-uitgeleider’ houdt in een citrusgeur, dan is dit een aanrader.
De leukste en mafste: Electro Limonade. Het is volgens mij voor de eerste keer dat ‘techno-sfeertje’ opschrijf. Tussen elektrisch en ‘zeepbellerig’. Ik vermoed een kille(r) aldehyde die als het ware de rest een beetje ‘scheeftrekt’. Nadat de neon-lichten zijn gedempt – voor mijn gevoel opgeroepen met rabarber en een scherpe muntnoot – wordt de geur warm, warm hout met rokerige accenten. Voor laatste is zowel de vetiver als wierook verantwoordelijk. Grappig: ook moet ik aan Ginn Fizz van Lubin denken en de op de mojito-cocktails geïnspireerde geuren zoals Guerlains Homme (2008) en Cédrat Envirant (2013) van Atelier Cologne.
Rose Trombone – stelt niet teleur als klassiek rozenparfum. Vol, ‘vloeibaar’ en toch helemaal nu want ook clean én met de zoete zweem van rijpe peer. Lekker ‘ouderwets’ daarentegen: de aldehyde-flits. Maar alles voelt vertrouwd door vanille. Nou nog eentje dan, en dan puur om de naam: Bouquet Encore. En helemaal nu, want dit jaar gelanceerd. Op papier: een killer door tuberoos en jasmijn. On the dance floor:
Dit olfactief: iets wat zoveel nieuwe tuberoosgeuren kenmerkt; het overrompelende, boterachtig-geile, dierlijke gevoel ontbreekt. En dat kan zo mooi versterkt worden door jasmijn. Tenminste als je die niet ontdoet van zijn dierlijke indolen die de indolen van de tuberoos juist weer versterkt. Gebeurt hier dus niet. Hierdoor: in plaats van een geel bloemengevoel, eerder een beige sfeer. Dus zacht, lief, cocon-achtig versterkt door musk en ambroxan die als som der delen ook een lichte gourmand-noot verspreiden.
Ja, als je goed ruikt neem je peper waar. En dat is mooi gedaan en geeft de tuberoos-jasmijncombi pit, maar geen über-sensualiteit. En het is niet dat ik sinds twee dagen snipverkouden ben – voor een tuberoos-totaal-gevoel kun je me wakker maken als het ware – waardoor wellicht de geur vlakker en ‘vager’ zou kunnen overkomen. Nee, want na een mand vol eikels naar de biovarkens te hebben gebracht bij Het Zwien in mijn dorp, is mijn neus weer vrij en blij, en moet ik – had het liever niet gedaan – denken aan de tuberoos van Martin Margiela (de ergernis over de verantwoording wint het van de compositie). En aan een klassieker die alleen aan de naam herinnert en in het geheel niet aan de compositie: de no brainer L’Interdit.
De geur die ik het liefst had geroken, zat niet in het kennismakingssetje: Cuir Kora. Maar je kunt niet alles hebben.





















Er zijn van die merken – het worden er steeds meer – waar ik niets mee heb. Wat staat me tegen? De uitstraling, de arrogantie, de exorbitante prijzen, het hoge geblaas van de parfumtoren? Van mijn kant is het geen dedain of arrogantie, maar mijn guts ‘zeggen’ mij het; zorgen ervoor dat mijn over het algemeen goedgemutste geurgemoed overslaat in parfumtoorn. Het is natuurlijk niet eerlijk, temeer omdat ik ook geen moeite – meer – neem om me in dergelijke huizen te verdiepen, om bevestigd te zien dat ik gewoon genadeloos gelijk heb – ben inmiddels dat stadium voorbij.
En ik was dus ook behoorlijk teleurgesteld hoe Olivier Polge
Ik meldde haar ook dat hij ooit voor Guerlain (20 jaar) heeft gewerkt – in welke hoedanigheid werd me niet duidelijk. Dus even, pfff, naar Wikipedia, die meldt dat ‘after a number of years he was given the position of global ambassador, the first non-Guerlain family member to be given the role’. Ik denk inmiddels: ‘Wie niet?’ En is dat inmiddels een aanbeveling of een contra-indicatie? Hoe het ook zij: in 2004 opende hij op de zesde verdieping van Harrods Londen Roja Dove Haute Parfumerie waar hij exclusieve merken verkoopt, en zoals dat vaker gaat, vroegen klanten waarom er geen creaties onder zijn naam werden verkocht. Zo geschiedde, de rest is …
Iets anders: voor mij ontbreekt de subtiele perziknoot van Mitsouko die de chypre-diepte in a way luchtig maakt en – ‘Is het mogelijk?’ ‘Ja?’- ook diepte geeft; met andere woorden de kop met de basis in harmonie. Wat verder opvalt aan de geur: Diaghilev is helemaal anno nu door de übervolle laag die onder het geheel ligt en ook veel andere ‘pats-boem-binnen’-nicheparfums van nu kenmerkt. Een houtinjectie zwevend tussen oudh en cistus labdanum en andere harsen, met in dit geval een dierlijke touch.
Grappig: in zijn Chypré Extraordinaire (2018 duurder dan Diaghilev by the way), ruik ik de karakteristieke fruitnoot van Mitsouko geprononceerder; verdwijnt die niet zo snel in de rest van de overvolle compositie; krijgt tijd om te rijpen om zich langzaam maar zeker aan de – in dit geval – strakke, bijna kille-cleane houtbasis te hechten. Langer op de huid, doet het denken aan Yves Saint Laurents 
Het zal niemand verbazen, maar door de coronacrisis zit de parfumomzet in een dipje, very big dip in feite. Goed voorbeeld: Interparfums – producent van o.a. Abercrombie & Fitch, Anna Sui, Boucheron, Coach, Dunhill, Jimmy Choo, Karl Lagerfeld, Kate Spade MCM, Montblanc, Oscar de la Renta, Repetto, Van Cleef & Arpels – rapporteerde vorige week een netto-omzetdaling van 70,2 procent gedurende het tweede kwartaal van 2020. In cijfers: van 166,2 (2019) naar 49,5 miljoen dollar. De tweede kwartaal-cijfers van LVMH (o.a. Acqua di Parma, Dior, Guerlain, Francis Kurkdjian, Kenzo, Loewe) en Kering (o.a. Balenciaga, Bottega Veneta, Boucheron, Gucci, Saint Laurent) tonen dezelfde neerwaartse spiraal. Respectievelijk: een omzetdaling van 43,5 en 84 procent.
Iets anders, lees: wishful thinking. Zal deze ceisuur – ‘moeilijk’ maar chique woord voor ‘een ingrijpende wijziging in een handelwijze, ontwikkeling of proces, waardoor een bestaande situatie definitief eindigt en een nieuwe fase begint’ – een omdenken in gang zetten. Bijvoorbeeld minder geuren produceren, minder water bij de composities en meer focussen op kwaliteit. De meeste bedrijven doen alsof. Al decennia.
Cyclamen, Oeillet en Héliotrope van Gourdon A. M maken hun naam meer dan waar. Want zoveel jaar na dato (ik schat jaren zestig van de vorige eeuw) ruiken de namen naar wat je ‘verlangt’. Ik ben vooral gecharmeerd van de eerste omdat die dat mierzoete van de cyclaam in zich heeft, iets wat je tegenwoordig maar zelden ruikt, zonder gourmand te worden en toch bloemig blijft. Ze lijkt gekoppeld aan het viooltje (ook zo’n bloemetje die voordat je het weet te patisserie wordt). Mooi in balans. Ruikende aan Oeillet, geeft het gevoel alsof de anjers in de jaren dertig van de vorige eeuw zijn geplukt. Mooi die melange tussen kruidnagel en roos, en lekker vol. En Héliotrope kan de concurrentie aangaan met bijvoorbeeld de gelijknamige geur van Etro. In vergelijk glijden veel van de huidige populaire geuren – een vaker geuite klacht mijnerzijds – af naar het shampoo- en wasverzachtergehalte wat geurconcentratie en -ervaring betreft.
Lanvin: voor mij en andere parfumprofessionals en -liefhebbers een merk met een terecht klassieke status. De onzingeuren sinds de modernisering –
Er is diverse malen geprobeerd het merk nieuw leven in te blazen. Op geurengebied: vanaf 2000 zo’n 20 stuks. De meest domme, marketing technisch gezien dan: Mini Jupe (2018). Op modegebied: ik zag onlangs wat erg vermoeiende ‘neo space age’-ontwerpen voorbijkomen met een ‘echo’ van de filosofie van de ontwerper. Het deed voor mij gedateerd en tegelijkertijd derdejaars studenten modeacademie aan (zie de ‘oh-la-la’-Paris-foto).
Tijdens de oorlog schijnt ze te hebben doorgewerkt en wordt niet duidelijk – in tegenstelling tot Chanel – of ze nu goed of fout was. Na de oorlog was Dormoy wel een van de eerste couturiers die haar ontwerpen aan Amerikaanse warenhuizen wist te verkopen. In 1950 sluit ze haar business.