‘BLAME IT ON THE (WORD) SUNSHINE’
EAU DE SUD BOEKT EEN VLUCHT NAAR HET MIDDEN-OOSTEN
Jaar van lancering: 2015
Laatst aangepast: 06/04/16
Neus: Pierre Negrin, Fabrice Pellegrin
Concept & realisatie: Christopher Chong
Soms kan een naam in combinatie met een merk me tegenhouden – geen zin de geur te testen. Doei! Sunshine is zo’n naam. Niet bijster origineel. Gaap, gaap, gaap. En dan bedacht door Amouage. Helemaal vreemd als je de bedoeling van Christopher Chong kent – straks meer hier over. Nu is het wel zo: Sunshine als naam is merkwaardigerwijze nog weinig gebruikt, maar toch. Ik vreesde dus dat de geur onderdeel zou worden van een Amouage-campagne om een bredere doelgroep te bereiken, en Sunshine Men dus toegankelijker en een instap- kennismakingsprijs zou krijgen. Helemaal niet dus. Chapeau (hoedje af vrij vertaald)!
Geurengoeroe heeft zich laten misleiden door zijn arrogantie: blame it on the (word) sunshine. Mea culpa, mea ultima culpa! Geurengoeroe heeft dus pas een jaar later kunnen genieten van weer een voortreffelijke Amouage-geur. Sunshine Men is geen Europees ‘simpel-even-mengen-even-roeren’-zomergevalletje waarmee veel masstige-merken ons nog steeds voorjaar in, voorjaar uit, zomer in, zomer uit verblijden, lastig vallen – maak uw keuze. Het is krachtig-fascinerende compositie die ons de zinderende warmte geeft van de zon hoog stralend boven het firmament van het Midden-Oosten.
En Chongs idee wordt helemaal waar gemaakt: een eclips. Ofwel, het verschijnsel waarbij een ster en twee of meer andere hemellichamen in één lijn komen te staan, waardoor de schaduw van het ene hemellichaam het andere verduistert.
In dit geval de maan die tijdelijk voor de zon stilstaat en ervoor ‘zorgt’ dat de eerste, ingenieuze geassembleerde frisse akkoorden geleidelijk aan donkerder en warmer worden.
Interessant: op www.amouage.com lees je dat Sunshine Men ‘a retro-chic interplay of freshness and sensuality’ is. Ik moet qua ‘voel-je-wat-ik-bedoel’ dan denken Annick Goutals Eau du Sud (1996) die op vakantie gaat naar het Arabische schiereiland om zich in te schrijven voor de cursus ‘Hoe geef ik een Euro-citrus geur een intens, doordringende oosters-kruidige warmte. Want Sunshine Men verenigt Europese ‘lavendel-citrus’-geklater met oriëntaalse diepte die anders is dan de Europese interpretatie hiervan. En jeetjemina, wat kent de compositie een lang traject, en wat houdt die enorm lang aan – gelijk een Flying Emirates-toestel over de afstand Marseille-Abu Dhabi doet.
Gisteravond om acht voor het laatst op mijn pols gespoten, vanochtend tijdens het uitlaten van de als maar doof wordende hond (‘ach, gossie’), rook ik nog een vaag spoor van Sunshine Men: uitgedroogd hout waarvan de warmte van de ‘woestijnzon’ nog steeds in de kerf ligt opgeslagen.
WAT SUNSHINE IK EIGENLIJK?
Bij zonsopgang een blast van lavendel begeleid door een citrusflits die niet zoet-wee bloemig is, maar eerder groen, koel, aards met een scherp medicinaal randje. Zo is lavendel wel aangenaam! De zon wordt geleidelijk warmer – op zijn reis naar de verduistering – vergezeld door in ‘sinaasappelbrandy’ gedrenkte strobloem. Megazoet zou je denken, maar niet echt want begeleid door een ‘andere groenheid’ van ijl-ijl-ijl-jeneverbes en een enorme krachtige salie-concentraat (foto).
Alsof de verse bladeren ter plekke worden uitgewrongen. Vreemd, eigenaardig, niet echt ‘logisch’ voor mijn gevoel, maar… frappant goed werkend. Ik heb het gevoel of ik even zit opgesloten in een drankkabinet waarin gin (jeneverbes) en brandy (amberachtige noten ‘met sinaasappelsmaak’) met elkaar in een gelag zijn verzonken.
Dan weer een flits van de een, dan weer van de ander, dan weer halfdronken tegen elkaar opbotsen – ‘Hè, hallo, jij ook hier?’ Wat blijft hangen is een gedroogde, bittergroene strobloem. Zonder katergevoel, want nu treedt de zonsverduistering op. Als je zo wilt: de maan schuift voor de zon, gehuld in een brandend, vuurspuwend aura van heel vanille en heel veel tonkaboon. Hierdoor even de voortzetting van het drankeffect, maar extreem droog cederhout zorgt voor de juiste strak-mannelijke balans. Met af een toe een vleug van wierook en leer – althans dat meen ik te bespeuren. En als dit alles één wordt, blijft er een ‘soort van’ mastieknoot hangen: groen, fris, menthol, maar ook warm, zalvend, zacht.
Tjonge, tjonge wat een prachtexercitie. Je start fris opgewekt de dag in Provence om uiteindelijk in de droogte van de zandvlakten van Arabië rond te dolen waar af en toe amberdruppels sissend op de bodem vallen. Is dit een fata morgana? Zie ik daar bedoeïenentent? Ik hoop het. De gebruikers staan bekend om hun gastvrijheid. Ik bekeer me desnoods: Assalaamoe alaikoem! Ik vraag of ik mag overnachten, om de geur van alpha tot omega nog eens op me te laten doordringen.
Toch een minpuntje: de dop. De uitstulping erop suggereert een drukspray-mogelijkheid die al gebruikend, de geur verspreidt uit het Swaroviksi-kristal die zich daaronder bevindt. Lijkt me logisch en chic. Maar nee, je moet de hele dop van de flacon trekken waaronder zich een doodgewone spray-knop bevindt. Voor het geld dat gevraagd wordt, had ik… (vul maar in).
Iets anders: het is tegenwoordig bijna onmogelijk een geur een ‘eeuwigheidswaarde’ te verlenen, in welke categorie dan ook. Maar Sunshine Men reken ik in ieder geval tot Klassieker van de Toekomst.


WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Het nadeel én risico van de constante stroom aan geuren is dat de composities an sich, inhoudelijk, minder serieus worden genomen (soms vraag ik me af hoeveel procent van de parfumgebruikers hier hun koop op baseren). Komt natuurlijk voor een groot deel door het inmiddels te voorspelbare traject dat een geur uit de ketenparfumerie aflegt.
Zo ontstond een nieuwe sensuele, bloemeninterpretatie door het viooltje aan de tuberoos – foto – te koppelen’. Alleen, schrik niet (als tuberooshater) of verheug je niet teveel (als tuberoosliefhebber) want deze van geilheid uit elkaar spattende bloem houdt zich hier behoorlijk op de vlakte, blijft nogal ‘simply’. Durft niet met haar meest erotische kant te lonken.
Ik ken eigenlijk maar één klassieke componist die een rivier treffend op muziek heeft gezet – en ik kan me er iets voorstellen bij deze Music for the Milions-melodie die bijna iedereen bij het horen van de eerste noten kan meeneuriën: de Moldau (1874) van Bedřich Smetana. Volgt het ‘klassieke ‘traject’ van een rivier: hoog in bergen komen ‘uit het niets’ de eerste druppels samen, kabbelen naar beneden. In hun poëtische, lichte val nemen ze andere druppels mee, vormen een vriendelijke sliert, wordt een steeds bredere, wildere en onstuimiger stroom die uiteindelijk tot rust komt in… ja waar eigenlijk? Praag of toch de Noordzee? Zoek maar op.
Ik hoor sommige denken, maar ‘die is toch van Johan Strauss?’ Inderdaad, maar daar heb ik geen stromend, eerder een constant ronddraaiend gevoel bij. Het is niet voor niets een romantische wals die aanvangt bij zonsopgang, je in een draaikolk, een wervelwind golvend meevoert samen met je geliefde om tijdens de finale – de nacht is reeds gevallen, smachtende blikken worden gewisseld – weer in juiste banen wordt geleid. Bezegeld door een kus die een bond smeedt voor eeuwig en altijd… excuses ik liep me even meeslepen.
En wat leveren deze omzwervingen op? Nou heel simpel: een prachtig sextet met een overdonderend effect. Door de volheid ontmoet je parfums met een vierde dimensie. Dat wil zeggen: achter de basis lijkt zich nog een extra laag op te houden die als het parfum langer op de huid zit opnieuw met de hoofdlijnen aan de gang gaat, ze uitdiept een nieuwe blik op de compositie werpt.
Ten eerste: ik vermeld alleen de belangrijkste ingrediënten anders ben ik over twee uur nog aan toelichten en uitwijden.
Sagami: wat een ongekende opening na een enorme zoet ‘ach vaderlief toe drink niet meer’-recept van rum-, likeur- en whiskyachtige noten verschijnt daar… wierook die lijkt te wiegen in een marine-akkoord. Onverwacht, maar het werkt voor enkele tientallen meters.
Ook in Yacuma, zo blijkt nu, brengt Galardi een van zijn favoriete openingsakkoorden onstuimig tot leven. En hoe joyeus en vrijgevig: pruim die oranje-fris wordt opgelicht door mandarijn, die oranje-sensueel wordt opgelicht door saffraan.
Heeft de International Fragrance Foundation al de MON Price in het leven geroepen: Most Original Name? Zo ja, dan gaat die wat mij betreft voor 2015 in ieder geval naar Selfie. Actueel met een knipoog en in sync met het huidige tijdsbeeld én de belangstelling voor moderne fotografie van Olfactive Studio.
Het tegendeel ruik je: donker, kruidig en gourmandzoet uitmondend in een elegante suèdenoot (styrax) met animaal randje ‘gevolgd’ door – de overgang van zacht naar kracht – veel, veel hout gecombineerd met patchoeli en eikenmos.

Het idee: waterstromen oproepen – rivieren, beekjes, meren – die vanuit de Zwitserse bergen hun weg zoeken naar het dal. De geur is zowel koud als warm: alsof je tijdens zomer kijkt naar de bergen, de toppen bekleed met ‘eeuwige sneeuw’. Wat me altijd bij is gebleven: de slimme toepassing van de toen net ontdekte groene thee – op de foto, zien we David Bowie in retreat? – als vernieuwend ingrediënt in geuren. Die begeleidt de compositie fris-klaterend als een cascade van top naar dal – geeft een groen-waterige onderstroom. Heb het ‘bodempje’ er weer even bij gepakt. Weer valt me op: de ontspannen chic van het geheel. De mandarijn verspreidt zijn zoet-zonnige noten nog steeds even frivool, dartel lichtjes aangetikt door bergamot.










