Soms schaam ik me dood als ik de naam van een bekende/autoriteit/pionier ‘in het veld’ tegenkom waar ik nog nooit van heb gehoord. Onlangs overkwam het me toen ik in de Volkskrant las dat prof.dr.E.P. Köster (1931-2022) was overleden. Wat een interessant leven – dichter, zat in het verzet, was bevriend met de dichtersgroep De Vijftigers en bracht (leuk detail) als modelkampeerder ANWB-leden de vereisten bij voor een kampeerbewijs – dat ik oppik als de Tweede Wereldoorlog voorbij is.
Hij gaat psychologie en chemie in Utrecht studeren waar hij in 1971 promoveert en hoogleraar wordt in ‘fundamenteel en toegepast onderzoek der chemische zintuigen’. Zijn proefschrift luidt: Adaption and cross-adaptation in olfaction. An experimental study with olfactory stimuli at low levels of intensity.
Köster, internationaal gerenommeerd, wordt gezien als pionier, als voorvechter van een realistische en pragmatische benadering van geur- en smaakonderzoek, bouwer van olfactometers voor specifiek geur(belevings)onderzoek. Voor hem was de neus een van de minst begrepen zintuigen: ‘Reuk behoedt ons vóór alles voor gevaar. Je weet ogenblikkelijk of je een goedje mag vertrouwen of moet maken dat je wegkomt’, zei ooit hij in de NRC.
Toch bevat een goed parfum zweetlucht, fecale, urineachtige en vaginale geuren, in zeer lichte mate. ‘Met potjestrainingen in de peutertijd leren we die vies te vinden. Heimelijk blijven we waarschijnlijk naar ze verlangen, mits niet te bewust waargenomen. Rozen en jasmijn, de belangrijkste bloemengeuren in parfums, bevatten duidelijke fecale geurnoten.’ Ook fijn om te lezen dat hij niet geloofde in het feit dat geuren kooplust zouden bevorderen, je blijft hooguit langer in een fijn ruikende winkel hangen.
het ereparfum kreeg geen naam
Interessant ook: bij de behandeling van de Zaanse paskamermoord, medio jaren tachtig, trok hij als getuige-deskundige de geurproef in twijfel op basis waarvan een verdachte terechtstond. Zijns inziens reageerde speurhond Tim bij een sorteerproef, twee jaar na het misdrijf, op zijn geleider. Onbewust had deze de Duitse herder het verwachte resultaat geduid. Vrijspraak volgde.
In 2019 organiseerde NOSE (Netherlands Olfactory Science Exchange) een sessie tijdens de bijeenkomst van de Nederlandse Vereniging van Hersenen en Cognitie (NVP) om de bijdrage van Köster aan de olfactorische wetenschap te eren en hem te bedanken voor zijn inspiratie voor de wetenschappelijke studie van de relatie tussen reuk, cognitie en gedrag. Hierbij ontving hij een olfactorische prijs: een parfum speciaal voor hem ontworpen door Spyros Drosopoulos. Het is geïnspireerd op zijn werk, zijn persoonlijkheid en enkele van de geurnoten die hij in zijn werk gebruikte. Het was de allereerste prijs die alleen kan worden gewaardeerd door middel van het reukvermogen, en dus deelde het publiek dat de sessie bijwoonde het plezier gezien de prijs tijdens de bijeenkomst door de kamer werd verspreid.
TELEURSTELLING: EEN SPONTAAN BREKENDE DOP + HAPERENDE SPRAYS
VREUGDE: DE ANDERE KANT VAN LEER; SUÈDE
DE OORSPRONG VAN SPAANS LEDER
Een van de Parijse winkels van Oriza L. Legrand
Peau d’Espagne, scent of sex, that brings
To mind those ways wherein I went,
Perhaps I might forget these things
But for that infamy, your scent!
Uit het gedicht Knave of Nightsvan de Britse dichter Arthur Symons (1913)
Gewichtigdoenerij
Was ik in net zo’n blije bui over het bericht van Oriza L. Legrands nieuwste ‘hereditie’, Peau d’Espagne (waarover later meer), pakte mijn geregistreerde (parfum)partner thuis van zijn nachtkastje-tafel (ik was er niet, waarover later meer) Vétiver Royal. Krijg nou wat: hij maakt de dop los van de flacon, valt die in drieën.
En dan, ziet die in enen een rond cirkeltje uit de hals-flacon vallen. Blijkt een gewicht te zijn die de dop zwaarder moet laten zijn, want – een van de eerste nichevoorwaarden: een dop moet stevig in de hand liggen. Fuck a duck wat een nep! Zo zie je maar weer, dat je op alle manieren in de wereld van parfums voor de gek wordt gehouden.
Alsof dat niet genoeg is, blijkt bij thuiskomst het pompsyteem van Foin Fraîchement Coupé (en Jardins d’Armide) niet meer te werken. Hoe ik ook drukte – van zacht, steviger, tot gefrustreerd hard – de geuren van vers geknipt hooi wou maar niet tot leven komen, terwijl ik het juist aan vrienden ter vergelijking wou laten ruiken. Want het weer was mooi, onze grastuin was een en al wildernis. Zo ja van: ‘Wat mooi hè, dat parfumeurs zo’n gedroogd gras/hooi-gevoel weten te vangen in een geur’. Dikke doei!
Verstopt, wat ik ook doe
Nu een stap terug in de tijd: ik ging afgelopen donderdag depressief naar bed. De reden: na, pak hem beet, twee jaar (corona & zo) bezocht ik de salon van www.parfumeria.com. Want, eenmaal binnen, werd het met zwaar te moede en schreeuwde ‘in mezelf’ (we blijven netjes): ‘Overproductie, overproductie, hold your horses!’ Vervolgens toeterde ik het na verloop van tijd, toch soort van, in haar gezicht. Maria van Geuren beaamde het, maar – je bent een verkoper of niet – ze vindt het heerlijk.
Ik viel van de ene verbazing in andere – logisch als je steeds meer vanaf de zijlijn naar de geurenwereld kijkt. De grootste: Spirit of Dubai. De (voor mij in verhouding te dure) geuren, blijken volgens haar een aanzuigende werking te hebben. Heb je als (www)winkel dit über-nichelabel, dan volgen andere most wanted-merken vanzelf.
Ook best wel schrikken volgens Maria (en mij): de prijsverhoging vanwege de stijgende grondstofprijzen. Hold your horses: Andy Tauer 40 procent omhoog! Zijn de grondstoffen echt zo gestegen? Ik heb op www nog niet gehoord van mislukte oogsten en dergelijke. We wachten af. Wel interessant om te zien in het aanbod: de scheiding tussen less-is-more en more-is-better-merken. Anders gezegd: Europese veilige minimal chic versus oosterse overdaad. Tussenstand: Europa Arabië 3 – 5.
En nu eindelijk hooggeëerd publiek: Peau d’Espagne – www je deze naam dan kom je vanzelfsprekend bij die van Santa Maria Novella terecht. Graaf je wat dieper, dan verschijnt de naam George William Septimus Piesse (1820-1882). Nog nooit van gehoord. En dat moet eigenlijk erg zijn, want volgens Wikipedia een toonaangevend en innovatief Engels chemicus en parfumeur – boeken van hem zijn zelfs te koop op www.bol.com – die het concept van ‘noten’ in parfumerie bedacht en – nu wordt het historisch gezien interessant – mede-eigenaar was van Lubin.
Etalage Oriza L. Legrand Parijs
Een ander wapenfeit in dit verband: hij was de eerste parfumeur die het begrip peau d’Espagne heeft genoemd als omschrijving van een soort geur. Interessant ook, maar meer voor later: in zijn magnus opus The Art of Perfumery (1862) legt hij, naast de popularisering van synthetische werkstoffen, een link tussen synesthesie (een zintuigelijke waarneming die ongewild een of meerdere andere zintuiglijke indrukken oproept) en geluid.
Oorspronkelijk werd de compositie gebruikt om leer aangenaam te laten ruiken (tik voor meer info ‘leer’, ‘neroli’ en ‘Grasse’ op mijn zoekmachine). De originele formule noemt roos, neroli, sandelhout, lavendel, verbena, bergamot, kruidnagel, kaneel, musk en civet.
Hieraan refereert ook Oriza L. Legrand: ‘Van Florence tot Grasse, van Corboda tot Versailles, sinds de renaissance was het mode om leer te versieren met luxueus geurende essences. Onder het bewind van Louis XIV beleeft het bedrijf van gantiers-parfumeurs zijn piek. Maison Oriza L. Legrand roept met Peau d’Espagne de voormalige glorie van deze meester handschoenmakers-parfumeurs op’.
Verschijningsdatum: 1872. Herlancering: 2022. Omschreven als een poederachtige, houtachtige leergeur. Leuk om te zien dat de ingrediënten bijna overeenkomen. Musk en civet zijn weggelaten, maar ‘ter compensatie’ toegevoegd: anjer, berkenteer, styrax en benzoïne.
Over peau d’Espagne – net zoals een chypre een soortnaam – gaan nogal wat clichés rond: het is volgens sommigen het equivalent van een vrouwenhuid. De Britse seksuoloog Havelock Ellis (1859-1939) bevestigt het: ‘Een zeer complex en luxueus parfum, vaak favoriet van ‘sensuele personen dat de vrouwenhuid het meest benadert’.
Winkel Oriza L. Legrand Parijs
Wel grappig om te zien dat dit parfum verschijnt aan de vooravond van de belle époque – gekenmerkt door haar hang naar schoonheid, frivoliteit, luxe en lust – waarin strak gecorsetteerde courtisanes en demi-mondaines – in feite influencers avant la lettre – ook wel bekend als ‘grandes horizontales’ – in hun Parijse salons ‘hele’ mondaine gangmakers ontvingen.
Mijn indruk: die van Oriza L. Legrand komt langzaam op gang. De geur moet als het ware eerst contact maken met de huid. Maar dan zet de trein, auto, nee toch maar de paardentram – het oorspronkelijke lanceringsjaar indachtig – zich in gang. Eerst een lichte siddering, vervolgens een intens, voortdravend leerspoor (denk berkenteer en styrax) ‘stofwolken’ achter zich latend vol bloemen.
Peau d’Espagne
Het is allemaal zo lekker subtiel, die bloemetjes die elkaar als het ware afwisselen om vervolgens samen weer verder te gaan – ik ontwaar tenminste de zoete roos, de zoete lavendel, de pittige die anjer lijken bepoederd met de kruidige noten. De geur eindigt, komt tot rust op een mooie, zachte houtbasis die alle hangende noten in zich opzuigt. En toch blijf je het leer ruiken.
Beter gezegd: ik moet nu meer denken aan suède, en vervolgens heb ik de associatie met Hermès’ Kelly Calèche en ook de geurkaars Le Sac de ma Mère van Annick Goutal. Leuk detail in romantisch-luxe kringen is de inhoud van mamma’s leren luxe tas (en dus dergelijke bloemige leergeuren) symbool geworden voor een prettige en vertrouwde jeugd.
Moet gezegd: de geur komt snel tot stilstand, alsof de koetsier de paarden plots ment tot stoppen. Het ‘nahangen’ had wat langer gemogen. Ben trouwens benieuwd welke andere oude huizen Peau d’Espagne ook in hun collectie, archieven blijken te hebben. Guerlain? Even googelen en ja hoor: Arôme Synthetique Peau d’Espagne uit 1883. Even bellen?
Het hing al een tijdje in de lucht: in de niet aflatende operatie van de parfumindustrie om ook op andere terreinen ruimte te winnen, heeft na de geurkaars en -‘stokjes-in-olie-dopen-en-dan-niet-vergeten-om-te-draaien’-trend de industrie sinds een tijdje een ander interieur in het vizier: de auto.
Decennialang waren we van deze behoefte afhankelijk van Little Trees – ‘The global leader in automotive air fresheners’, anno 1952 dat dan weer wel – respect! In Duitsland bekend als Wunder-Baum, in Ierland als Magic Tree. En het noemt zich Arbre Magique in Frankrijk, Italië en Portugal.
Maar er is hoop voor diegenen die olfactorisch op een hoger niveau in hun droom op wielen willen genieten. Ben je helemaal gek geworden! Een autogeur mag natuurlijk niet naar een ‘lichaamsgeur’ ruiken, want daarmee ‘verlaag’ je het niveau van laatstgenoemde.
Ik zeg: dat was ‘in het begin’ ook zo met geurkaarsen, totdat men tot het inzicht kwam dat een minikaarsje van een populaire geur het zo schattig doet in een Moederdag- en/of feestdaggeschenkset. Tot dat Acqua die Parma (met in zijn kielzog tig anderen) met 1 kilokaarsen (en soms nog zwaarder) aan kwam zetten, die als nadeel hadden (persoonlijk ondervonden) dat ze weigerden om tot op de bodem op te branden.
Cartouche Dyptique
Een geur speciaal ontwikkelen voor auto’s – ze heten officieel car diffusers, cartouches op z’n Frans – wil tonen dat er speciale aandacht aan is besteed: overleg met neuzen en zo, misschien wel een leuk ‘making of’-bericht op Instagram. Maar feitelijk is het niet meer dan op een paar toetsen drukken en het vervolgens doorsturen naar de machine die de geuren maakt. Deze ‘opdrachten’ lijken me ook echt iets voor neuzen in opleiding (die voorheen meestal starten met het maken van geuren voor de (af)wasmiddelindustrie.
Inmiddels worden ze geleverd door ‘niet de minsten’ zoals dat heet: Rituals, Mille Fiori en Maison Berger. Een trede hoger: Acqua di Parma, Jo Malone en Dyptique. Prada & consorti zal wel volgen. Mijn idee: het zal allemaal wel. Wat ik eerder ‘teleurstellend’ vind: waarom zijn de betere automerken zelf niet in deze niche gesprongen of samenwerkingen aangegaan. Porsch met Acqua di Parma, Dyptique met Citroën natuurlijk. De laatste had zelf ook een cartouche-lijn; schijnt te zijn geflopt.
Jo Malone? Hiervoor kan ik niet zo snel een automerk verzinnen gezien de recente, zogenaamd ontzettend grappig en vervreemdende reclameuitingen door Shona Heath. Misschien CCCC? Ja, inderdaad voormalig mevrouw Freerecordshop-Witteman die met haar Conny Creative Car Concepts de markt van stadskarretjes openbreken wil. Gratis advies: Conny, doe er gewoon gratis en voor niets een lekker geurtje bij cadeau. Treffende namen? No probleem: Free Spirit, Ageless Beauty, Classic Conny, Conny Creative.
Never leave home with Jo Malone
Mijn idee: als je je eigen favoriete geur wel als kaars wordt geleverd, waarom die dan niet sprayen in je eigen auto? Zit net te denken: niemand die je ervan weerhoudt, je geurkaars met sfeerverhogend vermogen in je auto aan te steken. Can I get there by candlelight?
But more frightening: welk nieuw gebied gaat de parfumindustrie binnenkort in kaart brengen? De uitvaartbranche? Een geur voor doodskisten? Toch ook een soort van interieur. Als je niet oppast, begint het al snel te… (hint wat rijmt er op interieur behalve geur?)
Tot slot een al eerder gegeven fijne puur natuur, ecologisch verantwoorde tip: koop bij de Turk (als jezelf niet over een boom/struik beschikt) een paar kweeperen, leg die in de auto. En dan. Wacht maar af
How to diffuse volgens Rituals
1. Verwijder het rooster aan de achterkant van de autoparfumhouder.
2. Verwijder het lege geurmembraan uit de houder.
3. Plaats het nieuwe geurmembraan in de houder met de aluminiumzijde boven, trek de aluminiumstrip door de opening van het rooster en klem het rooster vast aan de houder.
5. Verwijder voorzichtig het folie (zonder het membraan te beschadigen).
6. Klik de klem in de gewenste positie aan de houder.
7. Klik de houder op de blower van uw auto.
8. Stel de blower in voor de gewenste geurintensiteit.
Volgens The New York Times (een krant) neemt de belangstelling voor long reads toe. Zit ik even goed. Hier is er een. Ook zegt deze krant dat je nu moet schrijven alsof je een podcast presenteert. Zit wel goed bij mij, I suppose. Enjoy!
Ik gun iedereen een gul en (financieel) rijk leven. Maar sommigen hoeven dat niet aan parfum te danken te hebben. De reden: ze hebben er door hun beroep niets mee vandoen. Velen vinden/denken door begripsverwarring van wel. Lastig, want je kunt ook zeggen ‘Who cares!’ Ik zeg: ‘I do, I do, I do!’
‘Deze ‘sommigen’ maken het voor mensen die uit – nu volgt een vreselijke typering; kan even niet iets anders vinden – pure passie het vak parfumeur uitoefenen wel een stuk moeilijker.
Want het voordeel van deze ‘sommigen’; hun naamsbekendheid. Dat hebben ‘pure passie parfumeurs’ meestal niet. Deze ‘sommigen’ hebben vaak een link met mode, lifestyle en beauty. En parfum wordt – logisch – vaak in een adem genoemd met deze bedrijfstakken. Helaas.
En iedereen – lees: de lifestyle- en modewereld – vindt het natuurlijk geweldig wanneer deze ‘sommigen’ een parfumlijn aan hun naam verbinden: ‘Wat creatief!’, ‘Ongelofelijk!’, ‘Een verrijking voor de parfumwereld’ en meer van dat soort plichtmatige huldetaal, eigen aan glamour-lifestyle-journalistiek, zie je dan op de socials verschijnen.
Geuren van deze ‘branchevreemde’ begonnen me voor het eerst te irriteren bij Terry de Gunzburg – is dat alweer tien jaar geleden? Zij is/was een beroemd visagiste die voor zichzelf begon. Eerst een cosmeticamerk. De beautywereld was dol op haar. Logisch: altijd leuk om een nieuw, nog niet door de ‘grote jongens’ opgekochte merk te steunen.
Een van de ‘sommigen’
‘Maakt ze ook geuren?’ Yep. Première in 2012 met een kwintet, inmiddels kan ze een ‘bar à parfums’ openen. In 2019 verscheen haar achttiende: Be Mine. Corona gooide roet – zoals bij de meeste brands – in het parfumorgel, maar ik verwacht dat De Gunzburg de pijpen binnenkort weer laat fluiten van plezier.
Nog een voorbeeld. Ik ga nu mensen tegen het zere been trappen: By Kilian. Is dat alweer dertien jaar geleden? Categorie: verondersteld mooie geschoren jongen met de juiste vinkjes belegd met bladgoud (kleinzoon van de oprichter van Hennessy cognac). Hij stapelt cliché op cliché met zijn (in 2007 al) boudoir-boring en bla-bla-bla-forbidden love geïnspireerde geuren. Hij geeft ze als extraatje bling bling-allure. Precies op tijd dat wel. Natuurlijk zijn de geuren goed, mag voor die prijs. Natuurlijk is hij gekocht door een Estée Lauder. Ga zo door. Wat alleen ontbreekt; bezieling. You want proof: meer dan 70 geuren inmiddels.
Nu we toch bezig zijn met branchevreemd-gelieerde geuren. Diana Vreeland. Is dat alweer zeven jaar geleden? Komt geen zoon, maar een kleinzoon van haar erachter dat omalief ooit een meedogenloze influencer was – een Anna Wintour avant la lettre. Bekend om haar in kleine kring legendarische opmerkingen die hij als naam passend vond om op parfumflacons te plakken: Smashingly Briljant, Simply Divine en Outrageously Vibrant. Tis leuk, de flacons zijn letterlijk kleurrijk en de geuren tóch inwisselbaar; die tappen allemaal uit hetzelfde nichevaatje. Dus vol, je ruikt echt wel wat, maar in the end voorspelbaar: amber this, tuberoos that, neroli zus, oudhje zo.
Ik weet natuurlijk ook dat het om de poppetjes gaat, niet op de parfummetjes. En ieder decennium heeft zijn populaire protagonisten. Maar met dit parfumpoppetje heb ik echt moeite: Carine Roitfeld – inmiddels een parodie op een belangrijke modestilist, en geloof ik de uitvindster van de chic heroine-look. Dat zie je.
Een van de ‘sommigen’
Juicy: ik zat een keer naast haar tijdens een parfumlanceringdiner in Parijs (Jil Sander geloof ik) toen ze nog hoofdredacteur was van Vogue Paris. Ik heb nog nooit zo’n verveelde ‘ik-voel-me-hier-te-goed-voor-maar-de-advertenties-hè’-modegeval ontmoet. Als ik iets geanimeerder was geweest, had ik waarschijnlijk dit stukje niet getikt. Maar ik durfde niet, voelde me heel onprettig, ongemakkelijk en ongelukkig met haar in de buurt.
In ieder geval, met 2.3 miljoen volgers op Instagram – op een post staat ‘I breathe fashion’ – is de rekensom snel gemaakt. Stel dat drie procent daarvan een van haar geuren koopt, heb je 69.000 flacons verkocht – genoeg om een producent te interesseren. Lukte. Vreemd dat die haar niet hebben geadviseerd om eerst met make-up te komen (zwarte eyeliner en zwarte nagellak; toch trademarks van heroine chic). Maar nee hoor, hupsakee, zeven geuren in een keer op de plank. Vernoemd naar haar lovers – hoe origineel! – en onlangs nog een. Die heet gewoon, zeg maar Carine. En natuurlijk gemaakt door een van de beste neuzen – Dominique Ropion. Met onder andere haar ‘fetish’-ingrediënt: patchoeli. Zal wel niet, ouwe Ab Fab-hippie.
Kijk, deel een: voor Tom Ford maak ik een uitzondering. Ook een beetje ‘branchevreemd’, maar hij heeft de nicheparfumerie wel naar een breder publiek gedirigeerd zonder goedkoper (in prijs en compositie) te worden. Laat dat maar aan de licentiehouder The Estée Lauder Companies over: die weet van bijna elk merk dat het opneemt in hun portofolio, de eigen-gereid-heid aan te scherpen, uit te vergroten. Alleen, Tom Ford maakt ook too fucking fabulous much geuren: ook al meer dan 70. Ik zou wel de persoon willen ontmoeten die ze allemaal heeft.
‘Too fucking fabulous much’
En tot voor kort had ik ook een zwak voor Agent Provocateur. Alles klopte voor mijn gevoel. De eerste: een chypre zonder eikenmos en toch een authentiek chypre-gevoel. De volgende drie ook, inclusief de humoristische ‘kinky’ extensies. Maar sinds Fatale Pink (de naam alleen al) één en al treurigheid.
Mijn punt: Terry de Gunzburg, Diana Vreeland, Carine Roitfeld, By Kilian en al die andere ‘sommigen’ verminderen de kans dat de gemiddelde de consument ooit in contact komt met ‘pure passie-parfumeurs’ zoals Andy Tauer, Hiram Green, Parfum d’Empire, Gorilla Perfume, Bruno Acampora, 4160TuesDays, Pierre Guillaume, Etat Libre Orange (for that matter), Humiecki & Graef, Kerosine en al die andere (tientallen inmiddels) die ik natuurlijk vergeet (scroll even door mijn blog en je komt ze tegen).
De omvangrijkste groep die het verpest voor de echte vakmensen zijn natuurlijk de celebs met hun overbodige geuren die vaak een belediging voor de branche zijn. Misschien wel de aller-aller-ergste: Beyoncé. Of was het nu Lady Gaga? Of Paris Hilton? Of Jessica Simpson? Christina Aguilera? Antonia Banderas? Enrique Iglesias? Lionel Richie? Michael Jackson? Michael Jordan? Noem me één geur die na een paar seizoenen nog te koop was. Nou vooruit Britney Spears. De eerste blijkt in dit geval toch weer de beste: Elizabeth Taylor met haar Passion in 1987. Nog steeds te koop. Niet verder vertellen: toch mis ik Celine Dion een beetje.
VOOR DE ZOVEELSTE KEER BEVESTIGD: SCHADELIJKE CHEMICALIËN IN PARFUMS
R.I.P: REST IN PEACE PERFUME OF WORDT HET REST IN PERFUME?
Tijd voor gezelligheid rondom de kerstboom. Heb je van de goed heilig man geen geur cadeau gekregen, misschien heeft de kerstman wel aan je gedacht. Maar zonder de pret te bederven, hier een waarschuwing. Achter de wereld van retro-romantiek, dromerige storytelling en poëtische prietpraat, loert het gevaar. Want in de als helder water ogende parfumflacons drijven niet alleen ‘geluksmoleculen’. Heel veel ‘flowerbombs’ blijken in potentie ‘toxic bombs’
Dit nieuws is in feite oud nieuws, want het wordt in de media om de zoveel tijd opgepikt. Zo deelden onlangs BNN/Vara, NPO, Radar (AVROTROS), Margriet, het persbericht van Stichting Tegengif in samenwerking met de Deense consumentenbond en Kom op tegen Kanker uit België. De kop van het artikel: ‘Schadelijke chemicaliën gevonden in populaire parfums’ – de conclusie van een recent onderzoek.
De crux van het probleem is dat de huidige regelgeving volgens deze organisaties niet toereikend is om kopers te behoeden voor blootstelling aan schadelijke chemicaliën. De onderzoekers selecteerden, op basis van populariteit, twintig parfums en toetsten de bestanddelen op zorgwekkende stoffen. In het rapport lees je welke er in de parfums zijn aangetroffen. Het gaat om Carolina Herrera, Chanel, Chloé, Dior, Armani, Givenchy, Hermès, Hugo Boss, Gaultier, Kenzo, Lancôme, Marc Jacobs, Paco Rabanne, Ralph Lauren, Mugler, Viktor & Rolf, Yves Saint Laurent, Zadig & Voltaire, Zarkoperfume. Nou, dan kun je er gif op innemen dat ook andere merken (inclusief niche) een gevaarlijk spel spelen.
In totaal betreft het 26 problematische chemicaliën die worden geassocieerd met onder andere een verstoring van de hormonen, verminderde vruchtbaarheid en allergieën – én ze zijn moeilijk afbreekbaar in het milieu. Bijvoorbeeld: ethylhexyl methoxycinnamate, een uv-filter die lange houdbaarheid van geuren garandeert. Bijvoorbeeld: de geurstof butylphenyl methylpropional die is reproductietoxisch, dus schadelijk voor de voortplanting of het nageslacht. Zegt Annelies den Boer, voorzitter van Stichting Tegengif: ‘Gelukkig geldt er per 1 maart 2022 een verbod op het gebruik van deze stof in cosmetica op de Europese markt. Helaas geldt dat niet voor andere chemicaliën die wij aantroffen.’
De organisaties zijn verontrust over de bij elkaar opgetelde blootstelling aan gevaarlijke stoffen die consumenten binnenkrijgen via cosmetica en parfums. Veel mensen gebruiken volgens de onderzoekers dagelijks twaalf tot zestien van zulke producten, wat neerkomt op meer dan 160 gevaarlijke stoffen.
‘Langdurige blootstelling aan hormoonverstorende stoffen, zelfs in lage doses, kan bijdragen aan het ontstaan van sommige borstkankers,’ zegt Ann Gils, directeur van Kom op Tegen Kanker, ‘daarom is het cruciaal blootstelling aan hormoonverstorende stoffen te minimaliseren. Het gebruik van persoonlijke verzorgingsproducten zonder schadelijke chemische stoffen kan hierbij helpen.’
De Europese Commissie erkent in ‘Strategie voor Duurzame Chemische Stoffen’ dat consumenten in het alledaagse leven aan een breed assortiment schadelijke stoffen worden blootgesteld. Stichting Tegengif is blij met deze erkenning, aldus Den Boer: ‘Toch kan het nog jaren duren voordat dit leidt tot een daadwerkelijk betere bescherming van consumenten. Tot die tijd blijven wij dagelijks blootgesteld aan deze stoffen. Daarom vinden wij het belangrijk om consumenten hiervan bewust te maken en hen te wijzen op alternatieven. Er zijn voldoende consumentenartikelen zonder schadelijke chemische stoffen voorhanden. Ecologische labels zoals het EU Ecolabel of the Nordic Swan Ecolabel kunnen consumenten helpen bij het maken van een gifvrije keuze.’
Alleen, wat consumenten nogal eens vergeten is dat ook puur natuur-ingrediënten allergisch en, afhankelijk van de dosering, zelfs gevaarlijk kunnen zijn bij een te veel blootstelling aan. Dat viel me een tijdje geleden op tijdens een door mij georganiseerde parfumworkshop. Sommige deelnemers waren zo overtuigd van hun gelijk – de teneur: wat Moeder Natuur heeft gemaakt is goed. Ze kwamen met voorbeelden waardoor ik ging geloven dat ze in een parallel universum leefden.
Toen vertelde ze ik de anekdote van Parvez Haris, biomedisch wetenschapper aan de Montfort University (Leicester). Hij beweert dat Napoleon Bonaparte werd vergiftigd door de essentiële oliën in zijn geliefde geur. Hij gebruikte jarenlang elke dag meerdere flessen eau de cologne. ‘Wat nu als een obscene hoeveelheid zou worden beschouwd’, zegt hij grappigerwijsten overvloede. Maar, het is een bevestiging volgens hem wat eerdere studies in de Verenigde Staten hebben aangetoond: essentiële oliën kunnen werken als hormoonontregelaars die hormonen aantasten, wat leidt tot ontwikkelingsstoornissen en tumoren. Volgens Haris verklaart langdurige overmatige blootstelling aan deze oliën veel van de afnemende gezondheid van Napoleon in zijn laatste jaren – en zelfs zijn fatale maagkanker. Ja, ja, ja,’ zag ik ze denken.
Trouwens, ook op www wemelt het sowieso van artikelen die verwijzen naar het vermeende gevaar van synthetische werkstoffen. Opvallend is dat deze berichten vaak worden geïllustreerd door zogenaamde prachtige foto’s die eerder associaties oproepen met ‘romantisch’ en ‘dromerig’ in plaats van te kiezen voor beelden die stemmen tot nadenken en waardoor je geprikkeld raakt het artikel te lezen.
Nou, neem dit maar mee, als je voor het kerststressdiner nog even snel ‘een geurtje opdoet.’ Zalig Kerstfeest.
Door toeval, niet door mijn algoritme (die sucks by the way), kwam ik bij Douglas terecht. Tot mijn verbazing, zag ik tussen het bekende monotone aanbod, een naam die daar eigenlijk niet thuishoort: Jean Patou.
Grappig-treurig weer om te zien hoe weinig ‘inzicht’ en kennis aanwezig is bij de huidige generatie ‘tekstschrijvers’. Of ligt het aan de slechte vertalers, of aan Google-translate, of aan de ingeschakelde kunstmatige intelligentie?
De geur in kwestie betreft het letterlijke legendarische Joy. Ik lees onder meer: ‘De geur is bloemig en dierlijk (laatste behoeft uitleg lijkt me, maar dit terzijde) en werd voor het eerst gelanceerd in 1935. Sindsdien zijn er enkele flacons van Joy verschenen.’ Enkele? Zullen we het op z’n minst over honderdduizenden hebben?
En op welke compositie is de huidige formule gebaseerd? Op het origineel, op de remake toen Jean Patou eigendom van Proctor & Gamble werd (de erven van Jean Patou verkochten het bedrijf in 2001 aan deze multinational). Op de formule van Designer Parfums Ltd aan wie P&G het in 2011 verkocht? Iets waar P&G, volgens mij, nu spijt van zal hebben gezien de aanwezige expertise bij Jean Patou, en het feit dat oude, vergeten couturehuizen het ‘voor de tweede keer’ weer goed doen.
En hier komt de link met Douglas. Want zonder al te veel rumoer, blijkt LVMH, ‘s werelds grootste luxeconcern (met merken als Kenzo, Guerlain, Fendi, Acqua di Parma, Dior) Jean Patou te hebben gekocht. Zo ongeveer een jaar voor de lancering van Diors nieuwe geur – inderdaad Joy, die de grote opvolger van J’adore moest worden maar waarvoor niet eens de moeite werd genomen een nieuwe flacon te ontwikkelen. En de inhoud: gaap-gaap-geur.
Het is natuurlijk vreselijk wat LVMH doet. Een belediging dit niet serieus nemen van de parfumgeschiedenis, iets waar de luxegroep zich juist altijd op laat voorstaan met zijn marketinggekeuvel over heritage, patrimonium, traditie. Eerst de verkwanseling van Miss Dior, vervolgens het uitmelken van Poison (met Poison Girl als het summum van slettebakke cheap-chic) en zoveel ander pure marketingproducten zoals Sauvage – voor een verkwanseling van ja, die beroemde, bekende, geliefde mannenklassieker: Eau Sauvage.
Nee, de nichelijn maakt dan niet veel goed, en die heeft trouwens weinig vandoen met niche. En er verschijnen gewoon te veel – neem de laatste: Vanille Diorama, waar het weer mee aan de haal met een klassieker van Dior. Voor heel wat minder geld koop je kwalitatief betere vanillegeuren.
Je vraagt je wel af waarom Douglas Jean Patou heeft ingekocht – de naam staat toch voor oude meuk? En de verhipping is door LVMH nog niet ingezet. Althans nog niet bij de parfums. De jonge generatie koopt toch liever de zoveelste variatie van Givenchy’s Interdit – ook LVMH? Maar wie koopt er bij Douglas een limited edition van Joy 15 ml voor € 1540,46.
Of voor € 1166,95. Want u krijgt maar liefst 24 procent, ja u leest het goed, 24 procent korting. Dat bedrag geeft de gemiddelde Douglasklant volgens mij nog niet uit in drie jaar. Of ben ik nu aan het ‘shamen& blamen’. En misschien koopt Douglas deze limited edition alleen in als er een bestelling volgt.
Waarom zou dit zo maar kunnen? Nou www.beslist.nl biedt de geur voor dezelfde prijs aan. Wat ik vermoed, gezien de Jean Patou-aanbiedingen op internet: het betreft de oude voorraad van Designer Parfums Ltd waar LVMH zo snel mogelijk vanaf wil. Want op alle flacons staat de naam nog voluit geschreven. Als dat niet lukt, dan is er nog altijd het Kruidvat. Ik sta dan voor in de rij (kocht er onlangs voor € 24,95 200ml van de eerste geur van Agent Provocateur). Ben benieuwd hoe LVMH de eerste Patou zonder Jean in het label gaat lanceren. Moet het na Dior, de nieuwe melkkoe worden?
Nog een laatste geur-zeuropmerking: de beautywereld is in de ban van storytelling. Krijg je een mooi kant en klaar verhaal aangereikt, pik je die vervolgens niet op. Zoveel ‘leuke weetjes’ wat Joy betreft. Zoals dat Jean Patou voor de oorlog zijn eigen roos- en jasmijnvelden rondom Grasse bezat. Nog een: een concurrent kwam met een geinig antwoord op Joy. Nou, nog eentje: Joy is uitgeroepen tot de beste geur van de twintigste eeuw. Maar dit wordt dan ook echt de allerlaatste: de geur verscheen in 1930, niet vijf jaar later Douglas!
ARTISTIEKE INTELLIGENTIE + DOE HET ZELF = JE EIGEN PARFUMMERK
Het beroep neus is zogenaamd nog steeds met veel mysterie omgeven dat door de vertegenwoordigers van de oude garde met liefde in stand wordt gehouden. Zie de recente documentaire Nose – made and produced by Dior en ondermeer te zien op AppleTV en Netflix – waarin ter zelfpromotie van het huis, parfumeur in vaste loondienst François Demachy de hoofdrol speelt.
Wat zal het zich altijd iets bescheidener opstellende huis – Chanel – hiervan vinden vraag ik me zo af: ‘This film unveils the fascinating role of the nose at Dior; the most prestigious fashion and perfume brand in the world’. Of Guerlain, net zoals Dior onderdeel van LVMH. Of komen die binnenkort met hun eigen neusdocumentaire?
De kijker kan niets anders, althans dat is de bedoeling lijkt me, vol bewondering Demachy’s doen en laten aanschouwen. Alleen wat je te zien krijgt, afgaande op cuts en teasers op Youtube, heb je als meer dan gemiddelde geïnteresseerde leek al zo vaak gezien: dus Grasse, focus op handwerk, mooi weer en veel lachende mensen op exotische plekken waar natuurlijke ingrediënten worden geoogst, gewikt en gewogen en geroken.
Maar zal de ‘onwetende’ kijker die bij toeval deze docu ziet, de passage verrassen waarin je ziet dat vakmensen citroen/bergamotschillen aan het ruiken zijn – waarom gebeurt dat zo vaak in slow motion? De ‘onwetende’: ‘Jeetje, ik wist niet dat die zo’n heerlijke geur verspreiden; nee, ik ken het principe van een citruspers niet; bestaat er dan een citrusrasp, echt waar?’ En dan wetende, dat de meeste geuren – ook bij Dior, behalve de nichegeuren dan – grotendeels synthetisch zijn.
Ook gaap-gaap: de old school-link tussen geur en muziek: noten, ja ‘the secrets of a craft’, hè. Deze ‘exclusieve’ parfumwereld van Dior zit blijkbaar gevangen in zijn eigen bubbel, want een ontwikkeling schijnt hier nog niet echt te zijn doorgedrongen, of is misschien een taboewoord, waar ik het al vaker over heb gehad: DIY. Do It Yourself. In correct Nederlands: DHZ. Doe Het Zelf.
Laatste is nu nóg een stap dichterbij gekomen voor mensen die overwegen een eigen geurlijn te lanceren, maar geen zin hebben zelf eerst een officiële of do-it-yourself-cursus te gaan volgen. Want Firmenich introduceert Scentmate: het eerste AI-geactiveerde platform dat co-creatie stroomlijnt en vereenvoudigt voor ondernemers en onafhankelijke merken. Scentmate wil deze snelgroeiende markt bedienen door direct toegang te geven tot ‘toegewijde’ parfumeurs – ik zo graag een keer een niet-toegewijde willen ontmoeten – experts en hun parfumproposities gedurende het hele traject.
Achter deze service schuilt vanzelfsprekend weer een missie. Ilaria Resta, president global perfumery, verwoordt het zo: ‘Als scheppers van positieve emoties en al meer dan 125 jaar innovatie-aanvoerder in de branche, is het onze missie elke consument geuren van hoge kwaliteit te bieden. Met Scentmate lanceren we een baanbrekende, op maat gemaakte scent solution. In minder dan een jaar gingen we van concept naar uitvoering – gebruikmakend van Firmenichs beste capaciteiten waaronder meer dan 50 jaar ‘geurgegevens’ die deze revolutionaire ontwikkeling heeft mogelijk gemaakt.’
Hoe werkt het? Het eenvoudige, digitale briefingproces stelt klanten in staat om alle relevante parameters te definiëren. Scentmate beveelt vervolgens de beste door parfumeurs samengestelde geuren aan, waardoor een voorheen wekend durend proces wordt verkort tot minuten. Het concept stroomlijnt de bestelling en afhandeling om de toeleveringsketen te vereenvoudigen: online monsteraanvragen, digitale bestelling, flexibele hoeveelheden en online betaling. Monsters komen binnen 48 uur aan en bestellingen worden binnen vijf dagen uitgevoerd. Bijkomende voordelen: advies over veiligheid en regelgevende wetgeving, afgestemd op specifieke categorieën en geografische markten. Scentmate is nu verkrijgbaar in Europa.
Ik ben benieuwd wat er voor geur eruit zal komen, als François Demachy er gebruik van zou maken. Waar hij zogenaamd jaren over doet, levert zijn nieuwe geurvriend in real time…. misschien J’adore Homme?
PERFUME PROFILING: THE WAY TO DADDY’S HAPPIER LIFE
Net zoals bij moeders, krijgen ook veel vaders tijdens hun jaarlijkse, traditionele herdenkingsdag een verkeerde geur cadeau. De reden: de meeste gekochte geurgeschenken zijn eveneens voor hem gebaseerd op foutieve informatie. Tenminste als hij zijn duidelijk omschreven olfactorische preferenties niet van te voren heeft doorgegeven aan de diverse familieleden.
Zit zo: als vader – via welk online-mediakanaal dan ook – advertenties voorbij ziet komen gebaseerd op zijn zoekgedrag en algoritme, dan wil dat nog niet zeggen dat die geur bij hem past. De gemiddelde advertentie van de luxemerken – Armani, Boss, Chanel, Dior, Dolce & Gabanna, Givenchy, Gucci, Yves Saint Laurent; zo nu heb ik de grootste jongens uit de business wel gehad – kiest nog steeds voor een boodschap waarin de man in zijn beste hoedanigheid wordt gepresenteerd. Natuurlijk al naar gelang van de op dat moment heersende hippe conventies – aspiratieniveau heet zoiets.
Of ze kiezen voor the oldest trick in the book: parfum als lokmiddel die de drager onweerstaanbaar zal maken. In het huidige tijdsgewricht wil dat dus zeggen bij de luxemerken die de ‘l’air de temps’ nauwlettend in de gaten houden: voor welke (inter)sekse dan ook. Het grappige is eigenlijk om te huilen: welke miljoenen verslindende mediacampagne gebaseerd op je online-zoekgedrag ook op je screen verschijnt, niets wordt vrijgegeven met wat voor een soort geur zo’n goede sier wordt gemaakt.
Er zijn nog te weinig vaders die durven zeggen dat ze een geschonken geur niet echt lekker vinden. Vreemd vinden veel vaders iets anders misschien wel: afgaand op ‘hun advertentie’ hadden ze eigenlijk een andere geur verwacht. Dat vindt Geurengoeroe jammer en – een beetje drama op zijn tijd mag ook wel – betreurenswaardig en zonde. En dat betekent ‘uiteindelijk’: de dag minder opgewekt beginnen dan in feite had gekund – onderschat niet de werking van geur op onbewust niveau.
Om dit ‘je-kunt-zoveel-meer-genieten’ van een geur die bij je past toe te lichten, gebruik ik mijn inmiddels klassieke voorbeeld. Ik heb een zwager waarvan ik weet dat hij meer dan gemiddeld gek op geuren is. Dat bleek wel uit het feit dat van de honderden geuren die ik in der loop der jaren onder mijn familie, vrienden, kennissen en buren heb gedistribueerd, hij een van de weinigen was die veel geschonken geuren teruggaf. Voor hem was een ‘klinkende naam’ geen garantie voor ‘lekker’.
Hij uitte dan zijn kritiek: ‘Te zoet!’ ‘Te laf!’ ‘Wat ruik ik eigenlijk?’ ‘Onbegrijpelijk!’ ‘Ronduit vies!’ Tot ik hem Gucci Pour Homme – 2003 alweer – gaf. Wat hem daaraan beviel: de donkere houtachtige, smeulende basis. Opgeroepen met – dat wist hij toen natuurlijk nog niet – wierook, cistus labdanum en leer. Als ervaringsdeskundige heb ik hem ‘in de leer’ laten gaan. Een schot in de roos, want wat blijkt: mijn zwager blijkt een leergeur-aficionado. Zo heb ik hem ook aan de Knize Ten (1924), Serge Luten’s ‘copycat’ van voorgaande geur – Cuir Mauresque uit 1998 – en Cuir van Mona di Orio (2010) gekregen.
Zelf ontdekte hij zelf op een gegeven moment Cuir Fauve (2012) van Keiko Mecheri – hij belde me op vanuit de winkel toen hij de aankoop deed. Opvallend: Cuir de Russie (1924) van Chanel daar heeft hij weinig mee. Zelfs het extract kon hem niet overtuigen. Tussen ons gesproken en gezwegen: ik heb hem een paar jaar geleden warm gemaakt voor oudh. Werkte direct: hij heeft al één fles (een rip off van Acqua di Parma voor 1/5 of van de prijs) leeggespoten waarop ik hem attendeerde. En toen ik hem vertelde dat er ook geuren zijn die oudh en leer vermengen – ‘Hou me vast!’
Maar nu komt het: mijn zwager is zo blij dat hij (door mij) weet welke soort geur hem in een prettige(r) stemming brengt. Hij gaat zelfs een stap verder: als iedereen alleen maar de geuren of geurfamilie draagt, waarbij zij/hij/het zich het meest prettig bij voelt – zij het door toeval, gedegen (zelf)onderzoek of advies – dan komt de wereldvrede weer een stukje dichterbij omdat je dag begint in harmonie met jezelf. Ik zeg: valt wat voor te zeggen.
Dus – hier volgt de kwintensens van mijn pleidooi: moeders, vaders, dochters, zoons of hoe de familieconnectie en-constructie ook mag zijn: als je ècht van je allerliefste pappie ter wereld houdt en deze kei van een vader houdt ook nog eens van geuren: doe hem en jezelf (en de rest van je familie) een groot plezier: geef hem voor Vaderdag geen geur. In plaats daarvan: een cadeaubon/voucher voor een afspraak bij een professionele parfumerie – dus geen Douglas, Ici Paris XL, Mooi of DA – waar hij ‘live’ een consult krijgt. Iedere professionele adviseur houdt er zo zijn eigen ‘leitmotief’/school op na met als doel – naast geld verdienen – ervoor zorgen dat je als vader de geur krijgt die hij echt verdient.
Check je directe omgeving op internet of er een parfumerie in de buurt zit die deze service levert – je kunt Geurengoeroe ook zelf inschakelen, moet je wel naar Gees, Drenthe komen – hij gelooft zelf niet zo in online-consulting. Maar – hier volgt een onbetaalde reclameboodschap – voor welke speciaal parfumerie je ook kiest, je verlaat de winkel gelukkiger dan dat je die betrad.
HET WESTERSE OPTIMISME VAN DE JAREN ZEVENTIG GEBOTTELD
Zeg nooit nooit. Maar, ik zie zo een, twee, drie geen backer bereid om het couturehuis Molyneux weer leven – Vivre! – in te blazen. Alhoewel, niemand geloofde eind jaren negentig nog in Lanvin… en je weet wat daarvan de uitkomst is geweest. Mocht je het niet weten – want dit is geen modeblog: Alber Elbaz (onlangs aan de gevolgen van covid overleden) maakte het huis weer hip, hot & happening zoals dat heet. Jammer alleen dat de geuren niet meegingen in deze creatieve revival: behalve Éclat d’Arpègeéén en al treurnis, één al ergernis (daar bemoeide Elbaz zich duidelijk niet mee, jammer).
Maar zeg dus nooit nooit. Ik zie nu ook weer ‘onbegrijpelijke-opa-je-wordt-ouder’-collecties van het voor de zoveelste keer wakker gekuste Patou voorbijkomen. Dus. En bij Schiaparelli (met Molyneux en Patou een grote concurrent van Chanel tijdens het interbellum) zijn de recente spectaculaire ‘op-de-rode-loper-wéér-een-prijs-ophalen-tijdens-belangrijke-uitreiking’-couture volgens mij de opmaat voor het weer lanceren van haar legendarische geuren (een poging die in 1998 jammerlijk flopte).
Nu Vivre. Wie wil dat niet en zo lang mogelijk? Leven. Ja. Vivre! En als je dat genotsgevoel, het besef dat je lééft door een zogenoemde geur kunt versterken, leuk toch? Doodgaan kan altijd nog en schuiven we (in ieder geval in gedachten) zoveel mogelijk voor ons uit. Sterven, mourir, nou liever niet, maar als het echt niet anders kan… bel me maar terug over een tijdje. Je kunt er trouwens gif op innemen, dat als nu een iemand een geur Mourir zou noemen en daarmee de vergankelijkheid van alles zou verbeelden – van de mens, van de natuur, van het besef dat het leven niet oneindig is en al het overige bla-bla-bla-gemijmer – met een compositie die richting bederf gaat… kan zo maar een succes worden. Mooie foto erbij van een ‘nature morte’ – bingo!
Wie wat/was Molyneux? Hij was een succesvol couturier van Ierse komaf geboren in 1889 in Londen, die na de Eerste Wereldoorlog (waarin hij als kapitein diende vandaar dat hij ook le captain couturier werd genoemd, knappe vent by the way) zijn eigen salon in Parijs in 1919 opende aan de rue Royale. Hij was voor de oorlog de mode ingerold na het winnen van een ontwerpwedstrijd; hij had zijn schetsen als kunstschilder ingestuurd, want dat was zijn eigenlijke beroep – zijn hele modecarrière bleef hij schilderen en verkocht zijn doeken ook aan zijn modeklanten, zoals Greta Garbo en de hertogin van Windsor.
Edward Henry Molyneux was al snel geliefd om zijn sober-modernistische benadering van de understated Engelse upperclass-look. Binnen een paar jaar had hij winkels in Monte Carlo, Cannes, Biarritz en Londen. Niet voor niets dat hij ook snel ‘in parfums ging’. Allemaal even chic en ‘strak’ gepresenteerd zoals zijn kleding. De eerste drie verschenen in 1925 en waren geïnspireerd op de directe omgeving van rue Royale: Parfum 3 (naar het eens fameuze restaurant Maxim’s gevestigd op nummer 3), Parfum 14 (het eerste adres van Molyneuxs salon) en Numéro Cinq.
En ik ‘altijd’ maar denken dat dit een knipoog en/of commerciële marketingtruc was vanwege het toen alsmaar in faam groeiende N°5 van Chanel (dat dit jaar zijn eeuwfeest viert). De wetenschappers zijn er nog niet over uit gezien het feit dat Molyneux van nummer 14 naar nummer 5 was verhuisd: hetgeen Numéro Cinq verklaart. Ik weet niet of het tot een rechtszaak is gekomen, maar in Amerika werd dit parfum verkocht onder de naam Le Parfum Connu. 1932: Le Chic. 1962: Fête.
Of hij nog betrokken was bij Vivre (1971), zou zo maar kunnen. Hij overleed in 1974. Na zijn dood deed Quartz uit 1977 het een tijdje goed; een van de eerste keren dat een parfum de ‘opkomende’ zakenvrouw – derde feministische golf? – als inspiratiebron had.
Gauloise uit 1981 is lekker marketing driven, want slimme naam gezien erfgoed en identiteit als hoofdattractie – toen al! Gepromoot door Sylvie Vartan (ooit vrouw van het Franse antwoord op Elvis Presley, Johnny Halliday, die in zijn nadagen al even ‘erfgoedelijk’ was in zijn rol als ambassadeur voor Eau Sauvage). Gauloise kreeg buiten Frankrijk de slogan ‘The essence of France’ mee. Ik bedoel maar. Voor mannen ‘eindelijk’ in 1974 Captain Molyneux en in 1984 Lord Molyneux, maar die hebben qua uitstraling weinig van doen met ‘le chic’ van de oprichter – ‘imagineer’ eerder Yves Rocher.
En zoals de traditie het voorschrijft, bakken de nieuwe eigenaren – na diverse omzwervingen nu in het bezit van Parfums Berdoues – er weinig van: waarvan de namen getuigen. Drie maal gaap: Quartz Pure Red (2008), Quartz Je T’aime (2012), Quartz Addiction (2013). Qua naam leek Rue la Boëtie (2014) veelbelovend, maar afgaande op de presentatie: ‘alle dertien gaat wel’ in een dozijn.
Maar we hadden het over Vivre: back to the seventies so to speak! Een hybride-geur met een enorme sprankeling. Wil zeggen: Vivre zweeft tussen een (bloemige) chypre en (bloemige) aldehyde resulterend in een heerlijk, ja levendig som-der-delen-geur: een bruisend boeket van ‘typische’ parfumbloemen: Bulgaarse roos, jasmijn, iris, ylang-ylang, lelietje-van-dalen en hyacint.
De laatste twee maken er een fris voorjaarsgeheel van. Ylang-ylang geeft een warme ondertoon. Bulgaarse roos, jasmijn, iris doen wat ze moeten doen: een prettig klassiek bloemgevoel oproepen. Laten we de frisgroene opening niet vergeten – opgegeven ingrediënten: bergamot, sinaasappel, theebloesem (lijkt me onwaarschijnlijk), koriander, groen gebladerte, engelenzaad – die het boeket als een groene guirlande omlijsten.
De aldehyden veredelen, de chypre-ingrediënten verdiepen het geheel (de eau de toilette-versie doet een beetje denken aan Yvresse Eau Légèreuit 1997 maar dan minder fruitig). En dat laatste ruik je natuurlijk in de nasleep: eikenmos, vetiver en mirre voorzien van een laagje leer. Die verdieping ruik je nog beter in het parfumextract – beide kwamen door toeval in mijn bezit. De noten van leer en zoet-rokerig mirre nemen je in het extract vanaf het begin mee, alsof er een schaduw wordt getrokken over de bloemen.
Ongecompliceerd maar geraffineerd. Een soort van vanzelfsprekend: achter ogenschijnlijke eenvoud gaat karakter schuil. Op eBay wordt de geur nog steeds aangeboden – ook ongeopend, grote kans dat de geur nog niet aan kracht heeft ingeboet. Die van mij waren voor een gedeelte gebruikt maar altijd in de doos verborgen en ‘doen’ het nog steeds.
Vivre is echt tijdsgebonden, want in lijn met de easy going groene trend eind jaren zestig, begin jaren zeventig die volgens sommigen ook een uitvloeisel was van de tweede feministische golf waardoor parfum so to speak de paleistrappen afdaalde op zoek naar de klanten in de nieuwbouwwijken die rondom de steden werden uit de grond werden getrokken: de grootmoeders van de desperate housewives.
Denk Ô de Lancôme (1969), Chanel N° 19 (1970), Givenchy III (1970), Eau de Rochas (1970), Diorella (1972), Aliage (1972). Om de (nu nog) bekendste en nog verkrijgbare (weliswaar aangepaste) te noemen. Maar Vivre schenkt nu nog even veel levenszin.
Verder wil ik nog even wijzen op de moderne verpakking: heel mooi en simpel het extract van Vivre. De vorm van de flacon is uitgesneden een plastic rechthoekige omdoos, de flacon plaats je erin. That’s it. Een treffend voorbeeld dat je met plastic ook ‘modern artistiek verantwoord design’ kunt verenigen met de klassieke esthetiek die het parfum over het algemeen kenmerkt.
HOE ‘ANDERS’, HOE ‘MOEILIJK’ OF ‘MAKKELIJK’ MOETEN ‘INTERDISCPLINAIRE GEUREN’ RUIKEN?
Vraag ik me de laatste tijd steeds vaker af bij het zien van de aanhoudende stroom nieuwe parfummerken en nieuwe geuren van de klassieke aanbieders: wat betekent creativiteit anno nu? Bestaat het nog wel in de ware zin van het woord; is het niet meer dan een (innovatieve) variatie op een (klassiek) thema dat – fingers crossed – zijn weerklank zal vinden bij een van tevoren duidelijk in kaart gebrachte doelgroep?
Wat dat betreft is parfumland op dit moment een tweestromengebied voor nieuwkomers. Of je gaat mee met de heersende clichés en trends – dus parfum als old school summum van chic, verleiding en mysterie. Of je kiest voor een aanpak die daar juist tegen ingaat. Laatste betekent dat geur vanuit een ‘andere’, meer artistieke en intellectuele invalshoek wordt benaderd.
Vervelend: als de klassieke aanbieders, om de boot niet te missen en om zichzelf een aura van millennial chic te geven, eveneens meegaan in ‘andere’ geuren. Yves Saint Laurent bijvoorbeeld vertaalde in 2016 vinyl in geur: Vinyle, Balmain kwam in 2010 al met Carbon (inderdaad koolstof). Dan moet je, wil je opvallen als ‘new brand on the shelf’, met nóg iets ‘andere’ uitgangspunten komen.
En dan is dat vaak ‘iets met kunst’. En dat blijft toch verwonderlijk, dan lijkt het net of geur dan wordt opgetild – auf Flügeln des Gesanges -, dat het een meerwaarde krijgt en daardoor anders wordt ervaren. Terwijl het olfactieve resultaat vaak weer een variatie op een thema is, omdat ondanks het uitgebreide palet van de parfumeur de werelden/associaties die je met geuren kunt oproepen én wat je als ‘consument’ allemaal kunt opnemen toch beperkt is.
Ik heb het zelf gemerkt met mijn eerste collectie upcycle-geuren: 26 stuks, want gevormd naar het alfabet. Tien jaar geleden alweer. Naam: Parfumclichés. In bepaald opzicht is deze lijn geflopt omdat a: het te veel geuren waren, b: het als enthousiaste verkoper – in dit geval het team van Annindriya Perfume Lounge Amsterdam – bijna niet uit te leggen is en omdat c: de gemiddelde, potentiële koper bij een vierde geur meestal letterlijk afhaakt. Ook al waren de namen nog zo prikkelend – F: Flop! – ook al waren sommige composities écht goed geslaagd: A: Animale (Thank You For Smoking).
Ik moest hieraan denken bij het ‘interdisciplinair ontwerpproject’ Glyphs The Alphabetic Perfume Collection. Nicheparfums – samengesteld door Mark Buxton – gebaseerd op de historische oorsprong van het Latijns alfabet. De gedachte erachter: Rob Stolte en Maarten Dullemeijer van ontwerpstudio Autobahn vinden dat iedereen die kan schrijven moet weten waar onze letters vandaan komen – op zichzelf al een rondetafelconferentie waard. Daarom publiceerden ze in 2018 een inmiddels bekroond boek over de oorsprong van ons alfabet: A is van Os (ook verschenen in het Frans, de Engelse uitgave wordt dit najaar verwacht). Dat is een.
Dit is twee: Autobahn bedacht ook hoe een letter moet ruiken – op zichzelf al een open forum-discussie waard – door terug te gaan naar de historische vorm ervan. De oorspronkelijke, visuele vorm van bijvoorbeeld de A is afgeleid van een tekening van een ossenkop. Wil je deze letter in een geur vangen, dan moet je benaderen hoe een os ruikt – op zichzelf al een international all inclusive symposium waard.
Dit is drie: de eerste drie letters van het alfabet zijn nu te koop. Aleph – A is for Ox, Beth – B is for House en Gimel – C is for Boomerang. Geleverd in spray en een rollerball-flesje (zodat je er mee kunt ‘schrijven’) en verpakt in een stenen artefact ‘waaruit de ontwikkeling van de letter met de hand wordt uitgesneden’.
En nu vier: het mooiste zou natuurlijk één parfumerie zijn – Glyphs genaamd – waar je alleen alle letters zou kunnen ruiken en kopen, waardoor het als concept als het ware onontkoombaar is en je hierdoor ook niet naar een andere parfumerie hoeft te gaan omdat het hele parfumspectrum – clean, fris, bloemig, hout, oriëntaals, gourmand, oudh – in het Glyphs-alfabet zit verwerkt.
Was het maar zo ver. Want – zo valt te lezen in het persbericht – om de geuren daadwerkelijk in grote aantallen te kunnen produceren en te distribueren, zoekt Autobahn investeerders. En hoe meer mensen over Glyphs weten, hoe groter de kans op een succesvolle inzamelingsactie. Dus als je het een interessant project vindt, vraagt Autobahn of je wilt participeren of in ieder geval wil helpen om het verhaal in jouw netwerk te verspreiden. Meer weten: www.glyphs.nl en @glyphsperfume.
Toch eens overwegen, want op papier klinken de gebruikte ingrediënten in ieder geval nieuwsgierig makend. Mark Buxton-waardig so to speak, want typisch ‘anders’ niche. Neem Aleph – A is for Ox. De opening: absoluut van brem (wist niet dat dat nog gemaakt werd), frangipane en hooi (coumarine I presume?) – dat moet iets zoetbloemigs zijn maar dan ruw en droog verpakt. Hart: roos, rabarber, vetiver, waterjasmijn (hedione I presume?) – dat moet iets zoetzurigs zijn met een frisgroen spoor. Basis: animale noten (civet en/of komijn?), musk en patchoeli – dat moet een beetje, het liefst heel veel vies zijn.