TERUG NAAR DE ENGELSE ROOTS
Coty, de grootste parfumproducent ter wereld, is blij dat het vorig jaar Burberry aan zijn parfumportofolio heeft kunnen toevoegen (gekocht van Beauty Prestige International, de Europese tak van Shiseido, die het kort daarvoor van Procter & Gamble had overgenomen). De reden: het luxe merk heeft alles in huis uit wat wereldwijd ‘fancy followers of fashion’ leuk vinden: very British, dus niet Frans, en daardoor minder ‘oh la la’ chic maar des te meer relaxed, meer cool en meer ‘happening’.
Blij is Coty eveneens met het feit dat Burberry met zijn geuren een voorwaartse beweging heeft gemaakt. Dat wil zeggen: van masstige (samentrekking van massa en prestige) naar prestige. Om te garanderen dat het nieuwe niveau gegarandeerd blijft, heeft Burberry een parfumeur in vaste dienst genomen: Francis Kurkdjian. Ik ontmoette hem onlangs in Parijs voor Coty en voor Geurengoeroe voor een interview.
Jouw positie bij Burberry is eigenlijk uniek voor een neus. Vertel.
‘Ja, dat klopt. Ik maak sinds vier jaren de geuren voor Burberry. Mijn debuut was My Burberry, mijn meest recente Mr. Burberry Indigo. Hoewel ik nu officieel hun in house creator ben, mag ik ook voor andere merken geuren blijven ontwikkelen. En daarnaast heb ik natuurlijk mijn eigen huis Maison Francis Kurkdjian. Dat is ongewoon in de business – als je in vaste dienst treedt, wordt verwacht dat je andere klanten opgeeft.’
Wat was de uitdaging voor je bij Burberry?
‘Het is sowieso bijzonder dat een luxe confectiemerk gekozen heeft voor een ‘vaste’ neus – dat zie je alleen nog bij de couturehuizen in Parijs. Het zegt iets over de ambities – Burberry wil met zijn geuren een nieuw hoofdstuk openslaan – meer verfijning, meer eigenheid, een meer een Engelse benadering van geuren.’
Niet logischer dan voor een Engelse neus te kiezen?
‘Misschien logischer, maar Burberry kon niet een geschikte ‘local’ kandidaat vinden. Het Verenigd Koninkrijk heeft geen traditie op dit gebied – de meeste neuzen hebben nog steeds een Franse oorsprong. Terwijl het land wel een rijke geurgeschiedenis heeft. Wereldberoemd is nog steeds English Lavender. En vergeet ook niet dat de oprichter van Guerlain in de 19de eeuw naar Engeland ging om er het vak te leren. Veel parfums werden vroeger aangeboden bij de barbershops. Maar met de teloorgang van dit metier, verdwenen ook veel van deze merken uit het straatbeeld. Maar ze bestaan nog steeds die oude klassieke parfummerken zoals Penhaligon’s, Floris, Grossmith en Atkinsons die door de opkomst van niche en de belangstelling voor ‘heritage’ en ‘authenticity’ weer in de belangstelling staan, zelfs een renaissance beleven. Maar deze typische, direct herkenbare English brands werken meestal samen met internationale geurproducenten, zoals IFF en Takasago.’
Waarom wilde Burberry met jou werken?
‘Ik denk omdat ik ze bewust kon maken van deze rijke Engelse geschiedenis. Het leek mij fantastisch om in het verleden te duiken en daar inspiratie op te doen.’
Wat vond je?
‘Mooie tradities, ruige natuur, bloemenvelden, rituelen en natuurlijk de Engelse countrygarden die je ook vaak nog in de grote steden, zoals Londen, op onverwachte plekken aantreft, dat vormde onder andere mijn inspiratie voor My Burberry Blush.’
Bestaat er dan een verschil tussen Engelse en Franse tradities op dit gebied?
‘Zeker. Ik ontdekte dat de rauwheid en puurheid die geuren vroeger hadden, nog steeds geldt in Engeland, en nog steeds geliefd zijn. Het zijn geuren vol drama, leven en natuur. Daar houden de Engelsen van en dat is heel wat anders dan de over het algemeen, lichte, etherische parfums waar de Fransen zich graag in hullen.’

Hoe verklaar je dat?
‘Ik denk dat een van de redenen is dat de Britten op een eiland wonen omringd door water en daardoor wellicht meer vasthouden aan oude waarden en tradities. Niet voor niets, spreken de Engelsen als ze het over Europa hebben over het vaste land, the continent.’
Zag je dat ook bij Burberry?
‘Ja en nee. Uiteraard is het verleden nog steeds een onuitputtelijke bron van inspiratie voor Burberry, maar Burberry is ook avant garde, edgy en upbeat. Dat zie je bijvoorbeeld goed aan de Prorsum-collectie. Creatief directeur Christopher Bailey – dit jaar opgevolgd door Riccardo Tisci – heeft duidelijk gemaakt dat het merk meer is dan een trenchcoat, een paraplu en ’s werelds meest beroemde ruit. Door hem groeide het uit van een middle-of-the-road merk tot een van de invloedrijkste en meest gekochte luxe labels wereldwijd.’
Wat is er typisch Burberry aan jouw geuren?
‘Misschien klinkt het vreemd, maar de mannelijkheid. Ja, ook voor de vrouwenparfums! Juist het militaire verleden van het merk inspireerde me tot het gebruik van meer peperige bloemen zoals geranium, ook wel de mannelijke roos genoemd, die maken een geur nèt iets stoerder dan bijvoorbeeld roos en jasmijn.’
Burberry en niche dat is wel heel bijzonder!
‘Burberry Bespoke, zoals de lijn heet, was de kans om de Engelse, oorspronkelijke en ‘ruwe’ parfumgeschiedenis optimaal voor het voetlicht te brengen. Ik denk dat de namen van de zeven geuren direct the British spirit tot leven brengen – High Tide, Hawthorn Bloom, Amber Heath, Antique Oak en Wild Thistle. Natuurlijk mag de wereldberoemde Engelse tuinroos niet vergeten worden, die heb ik tot leven gebracht Tudor Rose en Garden Roses.”
Hoe houd je je werk voor je eigen parfumhuis en Burberry gescheiden?
‘Door volledig in de rijke geschiedenis van Burberry en Great Britain te duiken, me daar alleen op te focussen. Juist door het verleggen van mijn blikveld, werk ik op maximale scherpte.’


Het zal nog wel even duren voor Repetto een mannengeur op de markt zet, het is de vraag of het überhaupt zal gebeuren, tot die tijd kunnen jonge meisjes en vrouwen jong van hart nog meer in de wereld van ballet opgaan met Dance with Repetto.
Beetje vreemd natuurlijk om een lekkernij te associëren met een bepaalde beroepsgroep, maar de fragiele en verfijnde opbouw van een macaron – niet die van de Hema en de markt! – lijken gemaakt voor in tule gehulde danseressen op spitzen.

Tis me ook wat. Word je toch maar even met je onderscheidende, door velen gewaardeerde neus op de feiten gedrukt. Ik wou dus Guilty Absolute Pour Femme vers van de pers ruiken, ik dus Gucci mailen met vriendelijke, edoch dringende verzoek: ‘Waar blijft-ie?’ Krijg antwoord, per direct dat wel: ‘We mogen de geur alleen sturen naar een paar influencers die ‘Gucci FH’ selecteert’. Wat the f*ck betekent FH? Forgotten Hope, Full House, Future Husband, F*cking Hell of iets in de zin van ‘business and institutions?
Kreeg’m uiteindelijk begin deze week persoonlijk overhandigd. En de geur stelt niet teleur. De opening: een explosie van rood fruit. Ben zelf niet zo’n zoetekauw, maar moet gezegd: in Guilty Absolute Pour Femme is die heerlijk en dat komt omdat het effect, zoals Gucci terecht opmerkt, ‘puur, sappig en succulent’ is én je op de achtergrond al een hint ruikt van de donkere basis.
Volgens mij heeft Karl Lagerfeld schijt aan alles. Aan namen, aan reputaties, aan smaak, aan heersende opvattingen, aan zichzelf als ontwerper, aan zichzelf als persona, als cliché van de excentrieke modeontwerper. Mark my words: als na zijn overlijden – zijn leeftijd wordt nu geschat op 187 – of na zijn aftreden bij Chanel/Fendi/Karl de wel of niet geautoriseerde biografieën verschijnen, zullen die heel wat stof doen opwaaien. Smullen heet dan dan.
Als Karl Lagerfeld de verantwoording van zijn nieuwe twee geuren – zag ze toevallig voorbijkomen op internet, toch benieuwd – heeft gelezen, moet hij vervolgens na het ruiken, er het zijne van hebben gedacht en gelachen, heel hard.


Genomineerden Parfums Dames
Genomineerden Parfums Heren
Genomineerden Parfums Uniseks
Naam van de expositie: Magische Miniaturen. Ik zou miniaturen (en manuscripten) eerder omschrijven als magnifiek. Dus in de zin van fantastisch, fenomenaal, geweldig, glansrijk, grandioos, illuster, luisterrijk, oogverblindend, prachtig, schitterend, subliem, voortreffelijk. De reden: daardoor leg je meer nadruk op de werkwijze en totstandkoming in plaats van de – veronderstelde – werking. Tenminste als je magisch naar de letter interpreteert, want magische is afgeleid van magie, dus ‘de vermeende kunst van het manipuleren van de werkelijkheid met behulp van speciale objecten, spreuken en rituelen op basis van verborgen krachten’. Niet bepaald ‘ons’ christelijke erfgoed uitdragend, lijkt me.
Om een cliché te gebruiken: je komt ogen te kort. Elk middeleeuws miniatuur is eigenlijk een ‘tentoonstelling’ op zichzelf, een venster op de wereld. Sterker, slechts twee perkament vellen uit een getijdenboek (handschrift gebruikt door leken voor privédevotie) brengen je al in een andere wereld. Prachtig al die ‘zwier en zwaai’ in het aanzetten van hoofdletters, ‘encadreringen’ en de mini én minutieuze tekeningen met duizelingwekkende details die bij achteloos kijken gewoon over het hoofd worden gezien. Altijd leuk: het dagelijkse leven van toen uitgebeeld: ‘De manuscripten tonen een wereld vol bloemen, dieren en glooiende akkers. Behalve bijbelse taferelen en heiligen zijn ook afbeeldingen te vinden van dagelijkse, en minder dagelijkse activiteiten, zoals boeren op het land en hertogen tijdens de jacht’.
Elke tentoonstelling moet tegenwoordig een multi-zintuiglijke ervaring zijn. Gewoon alleen kijken en gewoon ondergaan en interpreteren is er niet meer bij. Dus ook bij Magische Miniaturen niet. Je kunt zelf manuscripten maken met plakplaatjes, stempels en nog wat andere hulpmiddelen. Tijdens mijn bezoek alleen maar uitgevoerd door – hoe omschrijf je de belangrijkste doelgroep van musea, waartoe ik inmiddels zelf ook behoor, op een leuke manier – actieve, midden in het leven staande vijftigplussers. Maar moet dat nou? Hiermee doe het je het letterlijke en figuurlijke monnikenwerk echt tekort, maak je het tot ‘een even voor de leuk’-tijdverdrijf. Of moet je als bezoeker hierdoor juist ondervinden dat het nog niet zo makkelijk is. Maar dan kun je bij elke tentoonstelling een publieksatelier inrichten waar afhankelijk van het geëxposeerde werk naar hartenlust kan worden geschilderd, gebeeldhouwd, geborduurd, geëtst, gefilmd, gemonteerd etc. etc.
Wat je niet vaak kunt in musea: bewust ruiken. Dus speciaal voor een expo gemaakte geuren. Is vaak een kwestie van het beschermen van kunstwerken tegen ‘negatieve invloeden van buitenaf’ – iets wat geurmoleculen in dit geval kunnen zijn. Daarom zitten de, naar ik aanneem, speciaal voor Magische Miniaturen gemaakte geuren in kastjes opgeslagen. Magische Miniaturen stelt de vraag ‘Hoe ruikt een miniatuur?’ Ik dacht zelf: een beetje muf, oude verf (gemaakt van, hoe hip nu, natuurlijke ingrediënten), leer, kortom alles wat je je bij oude boeken en oude bibliotheken voorstelt.
Daar stond ik in 1986 nog helemaal niet bij stil: niche. Moest als begrip op geur nog toegepast worden, stond pas in de steigers. Wie had er buiten Parijs al van Annick Goutal gehoord? Hoefde ook niet direct per se, want de klassieke leveranciers hadden allemaal nog een ‘soort van’ beroepseer. Dus vanzelfsprekende kwaliteit leveren zonder pochere borstklopperij, constante zelffelicitaties en te mooi uitgegeven persberichten die je lange tijd maar niet durfde weg te gooien.
Het is voor hem een schok. Zo kunnen parfums dus ook ruiken. Hij neemt ontslag, gaat terug naar zijn wortels (Bretagne) en koopt daar in Dinard een petite parfumerie én creëert er zijn eerste parfum Divine dat in de smaak valt ‘bij veel vrouwen die niet willen dragen wat iedereen al draagt’. Door het succes van het parfum Divine werd de naam ook de naam van het huis met een inmiddels mooi assortiment. Mooi wil zeggen: niet te veel en overzichtelijk. Zes voor haar, zes voor hem volgens de homesite
Goddelijk? Ach ja, waarom niet. Divine komt ‘zo gezellig vertrouwd’ binnen. Want klassiek in alle vezels, geen spoor van synthetische ingrediënten terwijl… Alles glijdt zo lekker in elkaar over. Als je niet oppast, verval je in clichés. Zoals: alle bloemen lijken met gelakt met goud en andere edele metalen (doet aldehyden vermoeden). Zoals: present zonder opdringerig te zijn. Zoals: ik zie een chique geklede dame voor me met gehaarlakt kapsel. En toch is de geur niet tuttig.
In het jaar dat Guerlain zijn 190 jarig jubileum viert, wordt de in 1999 gestarte Aqua Allegoria opnieuw gepresenteerd. Wil zeggen: de negen populairste van de tig in de loop van de jaren verschenen edities, worden opnieuw in het assortiment opgenomen. Eén daarvan verandert van naam: Grosselina uit 2006 heet nu Rosa Rossa.
Nieuw voor mij: volgens Guerlain speelt bergamot uit Calabrië de hoofdrol in alle Aqua Allegoria’s – nou dat klopt dus niet. In sommige variaties ruik ik ze helemaal niet en in Passiflora moet ze het opnemen tegen citroen en grapefruit. En die winnen sans problème, want de opening is behoorlijk citrus-scherp, mist de bloemige elegantie van pure bergamot.