ZACHTHEID ZELVE
MONA MEETS INGRES
Jaar van lancering: 2017
Laatst aangepast: 18/03/18
Neus: Fredrik Dalman
Kennen jullie dat? Dat je bepaalde geuren niet durft te ruiken omdat je bang dat je teleurgesteld raakt en/of bevestigd wordt in je vooroordeel? Deze tegenzin heb ik de laatste jaren vooral met nichehuizen, gezien de masstige merken (de Armani’s, de Diors, de Hugo Bosses onder ons) de moeite van het ruiken meestal niet meer waard zijn. Afgezien van hun bijdrages aan de nichesector die weliswaar ook steeds meer ‘inwisselbaarder’ worden. Voorbeeld: de nichelijn van Roberto Cavalli – word ik niet echt geil van afgaande op de namen. Nog een oudh, nog een musk, nog een roos, nog een… kun je blind ruiken.
Met huizen die me ‘op de een of andere manier’ na aan het hart zijn, ligt het moeilijker. Je wilt eigenlijk niet dat ze meedoen met de hurly burly – een recent bezoek aan de niche-afdeling van Galerie Printemps in Parijs was a ride through hell – en het ‘verplicht’ leveren van nieuwe geuren elk seizoen.
En dan is er nog Mona di Orio. Hors concours. Het blijft bizar dat ze met een klein oeuvre (bij haar spreek je niet van werk) zo’n overall impact heeft gemaakt. In ieder geval op mij. Ik dacht na haar onverwachte overlijden: fondé 2005, fermé 2011. En dan dat over 50 jaar iemand op een rommelmarkt een flacon van haar vindt, under haar spell raakt en besluit het huis te heropenen.
Deze gedachte is natuurlijk een projectie van een nu populair marketingmodel – het heropenen van gesloten huizen. Want over een halve eeuw zal de parfumwereld geleid worden door andere wetten. En misschien geldt Maison Mona di Orio dan als de Guerlain (as it used to be) van de 21ste eeuw in plaats van Tom Ford die dit nobele streven had aan het begin van zijn parfumcarrière – weet niet hoe hij er nu over denkt.
WAT SUÈDE DE SUÈDE IK EIGENLIJK?
Maar wat dat niet durven te ruiken betreft. Dat had ik dus met Suède de Suède. Vandaar nu pas. Vraag: kan, moet Fredrik Dalman hetzelfde gevoel als Mona overbrengen? Ja en nee, in zoverre maakt het mij niet uit als de nieuwe geuren maar goed zijn en verrassen. Suède de Suède doet het eerste overtuigend, het tweede minder. De geur is helemaal zoals je je suède voorstelt, dus minder hard en ruw als leer. In vergelijk met Mona’s tussen zweep en zeep zwevende Cuir is Suède de Suède de zachtheid zelve.
Vanaf de eerste spray glij met je handen in de handschoenen. Erg mooi: de opvoering van osmanthus – erg ‘Monaesque’. Geeft de suèdenoot een soort van klasse, maakt haar even lichtjes fruitig subtiel-zoet, geeft heel even een idee van iets abstract bloemigs. Maar dat kan óók aan aardbei-blad en bergbraam (ook wel bekend als gele bosbraam, gele framboos, kruipbraam) liggen, alleen pik ik die er niet echt uit. En zet me ook op het verkeerde spoor omdat bij alles wat maar ‘klinkt als’ rood fruit ik aan vruchtensiroop moet denken.
Even terzijde: leuke naam als je de op de hoogte bent van de ontstaansgeschiedenis van suède en helemaal leuk gezien de herkomst van Fredrik Dalman. Het hout (patchoeli en cederhout) neem je lichtjes, bescheiden waar, maar indien weggelaten zou het suède zo van je huid wegglijden. En de musk is idem dito aanwezig, lijkt door het suède opgezogen.
En, oh, wat had ik de castoreum-achtige noot (goed voor meer ‘gemene’ sensualiteit in een geur) er meer willen uithalen, als zweetdruppels tintelend op een huid. Eigenlijk is Suède de Suède als een naakte huid die zich hecht aan een naakte huid, samen één wordt, de sensualiteit van je eigen huid versterkt (als je daarin gelooft). Ofwel, Mona meets Ingres, meets Mademoiselle Carolina Rivière – mijn ideale visualisatie van suède handschoenen. Mademoiselle Carolina Rivière anno nu draagt suède lieslaarzen (Ingres-mannen ook).
Echt helemaal terzijde: ik draag nu al een tijdje Divine (1986) van Divine – ja gewoon vergeten om me daarin te verdiepen. Zo’n vol en tegelijkertijd klassiek, opulent Frans trutty-tutty-parfum dat je een rijk en verfijnd gevoel geeft. Een en al cliché, maar lekker vertrouwd. Niet te verwarren met ouderwets. Ik vraag me weleens af: hoe zou Mona dit geïnterpreteerd hebben?


Had Geurengoeroe als blog in 19018 bestaan, dan was hij very very enthousiast geweest over de ontvangst. Qua naam dan. Tuinen, die werden toen nog nauwelijks aangelegd in de parfumerie. Alleen die van Guerlain was geopend: Dans le Jardin de mon Curé (1895). Nu struikel je erover. De meeste tuinen hebben dezelfde soort entrée en er groeien en bloeien meestal dezelfde bomen, struiken en planten in dezelfde perkjes.
Dat was een verrassing afgelopen nazomer bij de ‘portes ouvertes’ van distributeur Via K & Co in de buurt van Brussel: de ontmoeting met Bruno Truchon Bartès van La Manufacture. Twee redenen: het feit dat iemand het aandurft nóg een merk in de markt te zetten gewijd aan eau de cologne en de klassieke kwaliteit die het uitstraalt en waarmaakt.
We zien u terug na de volgende door marketing-message: ‘La Manufacture Parfums is een workshop ‘sans frontières’ voor ambachtelijke kunstenaars die grondstoffen transformeren en zich laten inspireren door kunst, emoties en persoonlijke ervaringen. Wat de geuren van La Manufacture Parfums hun elegantie en diepte geeft, is de poëzie van het verleden en de minutieuze aandacht voor de grondstoffen…
Zoals eau de colognes horen te ruiken, voor mij althans. Dus niet zoals de talloze, inmiddels van de markt verdwenen versies van Marc Jacobs of bijvoorbeeld Dior Homme Cologne (2013). Die zijn mat en tam, verkwikken niet echt. Doen die van La Manufacture wel. In een zin: klaterende frisheid op een subtiele basis van hout. En dus geen witte musk en geen calone of ander letterlijk supercool ingrediënt als finish.
Kun je fruit elegant koppelen aan eikenmos? Voor echte echte chypre-liefhebbers vanzelfsprekend. Twee klassiekers: Mitsouko (1917) met zijn beroemde perziknoot, Rochas’ Femme (1945) doet het met abrikoos. Beide elegant en vol, met een warme basis die doet denken aan bos, vochtig gebladerte, ‘vies’.
Nomade moet de nieuwe pijler worden, naast Chloé Signature (2008). Iets wat met Love, Chloé (2010), See by Chloé (2013) en Love Story (2014) maar niet schijnt te lukken. Dat Nomade hier meer slaagkans mee heeft, komt doordat het qua feel, uitstraling en geur van het zoetsappige ‘love-me-forever-aime-moi-toujours’-Chloé-pad is afgestapt. Praise the lord!
Voor de geur? Omschrijving: ‘De facetten van deze bloemige, bedwelmende chypre zijn een ontmoeting tussen kracht en zachtheid in een bries van vrijheid’. Opmerking: bedwelmend is behoorlijk overdreven. Chypre eveneens. Ik weet niet wat neuzen de laatste tijd bezielt: steeds meer geuren worden zo getypeerd terwijl ze deze etikettering gewoon niet waard zijn.
En ik er maar altijd van uitgaan dat Laura Biagiotti – ken je haar nog die knitwearkoningin uit bella Italia of was ze nu de queen of cashmere? Kweetunietmeer – na Venezia (1992) en Roma (1988) wel een keer op de proppen zou komen met Milano of op zijn minst Florence (die zij natuurlijk op z’n Italiaans had geschreven gewoon omdat ‘we’ dat over het algemeen chiquer vinden). Als ze (of de marketingafdeling) slim was geweest had ze zich heel Italië geurgeografisch toegeëigend en dus getrademarket, was ze de concurrentie met hun honderden naar al die in de Middellandse ronddrijvende pittoreske eilandjes ruikende geurtjes vóór geweest.
Laura Biagiotti is een goed voorbeeld dat je het als merk met heel veel inzet max twintig jaar uithoudt. De weg naar vergetelheid/niet meer serieus worden genomen gaat nog sneller als marketing het helemaal van de oprichter overneemt – wie kent nu nog Guy Laroche, Ted(je) Lapidus. Laroche? Lapidus? Wie of eerder wat is dat inmiddels voor een nieuwe generatie.
Ondertussen in Florence ‘gaat de zon onder met een laatste explosie van karmozijn en goud. Als zij de tuin vol delicate geuren inloopt, lijkt die haar te volgen – het verlicht het pad dat ze betreedt. De door de nacht versterkte geuren van de natuur strelen haar fluwelen huid en ravenzwarte haar…’.
Maar waar zijn de bloemen in de geur die een stad eert met een ‘bloemrijke’ geschiedenis – ik meen een lichte hint van witte bloemen te bespeuren. Eigenlijk is Florence als een stroom, een glijden van fruitige en zoete nuances die in de basis wordt verwarmd door amber, ‘bepoederd’ door musk en geschraagd door patchoeli (die je pas later op de huid iets van zijn ware karakter laat zien: een lichte, kamferachtige noot). Beetje braaf voor mijn gevoel, beetje onbestemd, beetje te weining Cavalli-overdaad.

Issey Miyake kwam als eerste op het idee – of beter gepreciseerd: Chantal Roos de vrouw achter de successen van Yves Saint Laurent, Jean Paul Gaultier, Narciso Rodriguez – om met een zomerse variatie van een populaire geur te komen. Het zette een stroom in gang, positief en negatief ontvangen door zowel aanbieders als eindgebruikers, die pas sinds een paar jaar in kalmere wateren terecht is gekomen. Ook dit jaar verschijnt er een dergelijke kijk op L’Eau D’Issey (1992), gevolgd door volgens mij de nummer 2 op de lijst van zomerversies: CK One (1994).
… de geuren eveneens in de zin dat met een beetje fantasie paarse bloemen worden opgevoerd of wanneer je alle ingrediënten per geur in een blender stopt, de jus in een paarse gloed zal komen bovendrijven.


Ik zag twee haaks op elkaar staande reacties op Coven op 
Als je als modeliefhebber vindt dat ‘your own initials are enough’ en je houdt van understated, ‘labelloze’ chic dan moet je volgens Tomas Maier – hij preekt voor eigen parochie gezien zijn creatieve directeurschap bij het Italiaanse luxemerk – je kleding en accessoires kopen bij… Bottega Veneta.
Alle smartsmalltalk op een stokje: ik moet bij Knot Eau Absolue ‘constant’ aan denken Guerlain. Want gul en rijk. Zo had 

Een vaag-oosterse ambergeur aangenaam voortkabbelend die klassiek zijn boodschap onthult. Wat wel opvalt: de frisse opening van bergamot, citroenbloesem en jeneverbes houdt lang aan. Eerst als een paar schalkse druppels die vervolgens doorsijpelen naar de basis en lang bespeurbaar blijven. Ondanks de bloemen in het hart – fresia, roos. Ondanks het hout in de basis, een melange van patchoeli, ceder- en sandelhout, musk en amber.
Een van de aantrekkelijke kanten van Nicolaï? Ze levert geuren al vanaf 30ml. Combineer dit met het aller-aller-aantrekkelijkst: de composities. Klasse. Ik kende Patchouli Intense al: zat nog als een herinnering op mijn vaste schijf die direct werd geactiveerd bij de eerste snuif. En weer die vreemde gewaarwording: ruik ik nu aldehyden of is het de combinatie van laurier, wierook en leer die voor dit klassieke ‘Chaneleffect’ zorgt? Want er ligt een chique, volle (beetje frisse) glans over de compositie – de overige ingrediënten niet verstikkend maar veredelend.