BRANDEND ZAND (ZONDER VAREN)
Jaar van lancering: 2016
Laatst aangepast: 17/03/17
Neus: Olivier Cresp, Fabrice Pellegrin
Zal wel aan mijn liggen, maar Bracken doet me denken aan fracking – een ‘nieuwe’, controversiële manier van aardolie winnen in vooral Amerika met een funeste invloed op de omgeving en de natuur als je de tegenstanders onder aanvoering van Leonardo di Caprio mag geloven.
Fracking kun je eigenlijk ook op de parfumindustrie toepassen, maar dan positief want in laboratoria worden allerlei ‘nieuwe maar vergeten’ grondstoffen bewerkt om te zien of je er geur aan kunt onttrekken. Waar de parfumindustrie nu zijn zinnen heeft op gezet is schimmels. Als het hierin in slaagt betekent dat een nieuwe revolutie na de ontwikkeling van synthetische ingrediënten. We houden u op de hoogte.
Als mijn Engelse kennis iets verder had gereikt had ik deze intro niet hoeven schrijven, want bracken is een ander woord voor varen. Niet bootje varen, theetje drinken, maar de plant. Weet alleen niet of deze naam wel past bij de klassieke, plechtstatige en cliché Oriënt-uitstraling van Amouage.
Moet dan eerder denken aan Andy Tauer, Pierre Guillaume en Byredo. Amouage die normaal grote, meeslepende en ‘maatschappelijk verantwoorde’ verhalen heeft, houdt het dit keer op hun site erg kort: ‘An elegant fougère unveiling an aromatic vibrancy and freshness with an enigmatic signature’. Google translate: ‘Een elegante fougère onthult een aromatische levendigheid en frisheid met een raadselachtige handtekening’.
WAT BRACKEN IK EIGENLIJK?
Interessant om te zien hoe andere kenners de geur ontvangen. Vanuit de verkoophoek gezien door www.luckyscent.com – enkele hoogtepunten: ‘Amouage is never a house to just copy what everyone else is doing, so we went into Bracken expecting greatness’. ‘Our expectations were surpassed; might be destined to become a masculine classic’. ‘Amouage breaks with its oriental tradition, offers something more in line with a Victorian herb garden than an Arabian souk or palace’. ‘Fougere lovers, we know you have a lot to choose from, but set all that aside – your new signature scent has arrived’.
Wat een verschil met de geurprofessor-parfumchemicusanalyticus van www.kafkaesqueblog.com: ‘It’s a pity that the type of lavender used is so rough, but it’s actually not the difficult part the opening. Its combination with the increasingly shrill lemon and the nose-searing wood smoke that is rapidly seeping upwards from the base results in an accord that feels antiseptic and a lot like a smoky version of a toilet bowl cleaner’.
En toen: ‘Bracken shifts after 25-30 minutes. A spicy patchouli awakens in the base, stirring next to expanding ripples of tonka which begin to seep upwards. Up top, the cinnamon becomes a major and lovely presence, but several of the other notes start to overlap, turning blurry, while others fade away, rendering the overall bouquet less complex. The lemon and geranium fuse into one; the sense of ferns and wet earth disappears; and the wood smoke grows stronger’.
En toen: na twee alinea’s haak ik meestal af bij Kafkaesque. Je kunt ook te diep een geur ingaan en daardoor doodpraten. Ik heb in ieder geval geen link met toiletreiniger. Vind ik sowieso altijd erg makkelijk een dergelijke vergelijking en, trouwens, daar zitten geurtechnisch hele aangename tussen. Ik ruik de citrusnoten nauwelijks. Kwestie van even met je ogen knipperen en weg is het. Ik ervaar vanaf de opening iets anders: ik bevind me op een zandpad… en nu wordt het persoonlijk: afgelopen zondag fietste ik dus in de zonovergoten omgeving van Oosterhesselen door de bossen en zei tegen mijn fietspartner dat het onmogelijk is om de natuur te kopiëren. Ik rook namelijk Bracken: ik rook gras, zowel fris, zowel droog, ik rook bladgroen, zowel vers, zowel gedroogd, ik rook dennenhars, ik rook hout, ik rook door zon verwarmd zand – kon je dit maar olfactorisch vastleggen met je smartphone en forwarden.
Dan valt de echte Bracken natuurlijk tegen. Wat ik me tegenstaat is de droogte – Amouage mag dan dit keer zijn wierookstokje niet berijden, maar ik krijg toch een rokerig gevoel. Het lijkt wel of alles verschroeid is – de citrusnoten, de lavendel. Liggen kapotgetrapt langs het bospad, af en toe krijgt het een laag warm zand over zich (gevuld met nootmuskaat en kruidnagel) van passerende wandelaars. Het omringende hout (patchoeli en ceder) is erg droog, zonder leven.
Het lekkere van een varengeur is toch eerste het frisgroene gevoel, dan het lichtbloemige gevoel, dan het hooiachtige en/of vochtige gevoel in the end. Ervaar ik dus niet. Voor mij is Bracken lopen over een zandpad met blote voeten. Een lekker gevoel, maar ik verwacht iets anders, zeker als je alle ingrediënten bekijkt: bergamot, citroen, cipres, lavendel, kaneel, nootmuskaat, kruidnagel, geranium, sandel- en cederhout, patchoeli en musk.
Ik ben eigenlijk meer benieuwd naar de vrouwelijke versie. Geïnspireerd op de flower power-beweging van the sixties en wat bloemenkeuze betreft much interessanter – ook voor de man: lelie, narcis en kamille ondergedompeld in patchoeli, beplakt met leer.


Ander onderwerp: ik weet niet of Wolfgang Joop zijn naam volledig heeft verkocht aan Coty en dus wel of niets meer in zijn parfums te brokkelen heeft. Hoe het ook zij Coty spreekt van ‘een echt verbazingwekkende geur. Joop! neemt ons mee op een reis van verandering: een die leidt van een fundamentele gemoedstoestand naar een krachtige, zelfverzekerde zelfverwezenlijking’. Is dus gemaakt ‘voor een wilskrachtige, vrijgevochten man die niets meer hoeft te bewijzen, niet voor zichzelf of voor anderen’.
Wow! is back to serious business in de zin van dat je de geur als een volwassen versie van Homme! kunt interpreteren. Met andere woorden: de vaste Homme!-gebruiker moet kennismaken met Wow! Met andere woorden: de nieuwste is een volwassen versie van de eerste. Om te stellen dat de Wow! niche is, is wellicht overdreven maar toch hangt er een meer dan gemiddeld chic aura om de compositie
Préparation Parfumée (2001) is waarschijnlijk een van de eerste ‘arti-farty’-parfums. Hiermee bedoel ik mee: geuren van mensen die beroepsmatig weinig tot niets met geuren te maken hebben, maar juist in de loop der decennia door hun werk een vanzelfsprekende status – ook buiten hun vakgebied – hebben gekregen, en waarvan sommige lucky devils al tijdens hun leven met het etiket icoon zijn onderscheiden. Eén ding zijn ze niet: celebs in de parfumerie. Voor eendagvliegprutparfums – gedenk Lady Gaga’s
Door haar werk voor hotels in Amerika, werd ze vanaf de jaren tachtig door iedereen in Parijs gevraagd die hielden van minimal chic of vonden dat het tijdelijk goed was voor hun naam: Karl Lagerfeld, Guerlain, Alaïa, Balenciaga, Bally – zelfs mocht ze enkele musea verbouwen in Parijs. Dat deed ze vanuit haar Studio Putman.
Erg leuk en voor velen wellicht vreemd aandoend: de opening van Formidable Man. Ik ruik geen citroen, geen bergamot, en als daar al sprake van is dan hebben die een tijdje liggen weken in de terpentijn. Scherp, medicinaal, etherisch waar je neus een beetje scheef van gaat staan. Dat is wat ik ruik, en dat vind ik aangenaam – deze natuurlijke hars (afkomstig van de conifeer) ruik je tegenwoordig nog maar zelden. En dan gebeurt er iets wonderlijks – deze etherisch-frisse noot wordt doorgegeven aan de osmanthus die hierdoor niet lieflijk, maar eerder een karaktervolle, pittige uitstraling krijgt.
WAT TAN D’ÉPICES IK EIGENLIJK?
Vreemd of niet: de inspiratie voor nieuwe geuren wordt bij Dior nu niet gehaald bij de oprichter van het huis (zijn leven is bijna op alle parfumfacetten gescand), maar bij François Demachy. Een erg opwindend leven heeft deze neus niet – afgaande op de braaf-verplichte gaapgaap-interviews die ik met hem gehad – meer ambtenaar dan kunstenaar zullen we maar zeggen. Of beledig ik nu iemand, je moet tegenwoordig zo oppassen in deze ‘eigen (beroeps)groep eerst’-tijden.
WAT EAU SAUVAGE PARFUM IK EIGENLIJK?
De originele versie bespeur ik met name in de opening: een verkwikkende wind van citrusnoten – citroen, cederappel, bergamot. Dan – helemaal terug van weg geweest in geurenland – lavendel. Die pikken de bloemige noten van bergamot op, maken haar rond, bloemiger zonder in truttigheid te vervallen. Dat komt natuurlijk door de wilde bloemen.
Vooropgesteld: ik vind Le Vestiaire een originele en clean-mooie invulling van (mass)niche door een – voormalig – couturehuis. Kledingstukken die Yves Saint Laurent zelf niet heeft bedacht, maar wel een nieuwe draai heeft gegeven en hierdoor inmiddels tot de ‘canon’ van de haute couture worden gerekend honoreren met geuren. En die inmiddels – sprak de oude zeur – een genot zijn om naar (terug) te kijken in vergelijk wat de nieuwe ontwerper (kan niet op de naam komen, geen zin om te zoeken) aan depri, skinny-punky jaren tachtig, gratekutcreaties op het plankier blaast… zijn de modellen wel gewogen voor ze…
Laatste zin is leuk in de zin van dat het een pakkende omschrijving is van een smoking gedragen door een vrouw. Alleen dat vind ik niet voor de compositie gelden. Impertinente verleiding + Yves Saint Laurent = u raadde het al: de originele, maar niet meer verkrijgbare Opium (1977). Tuxedo is een aangename patchoeli, maar niet shocking en zeker niet gerookt. Zoals Opium symbool staat voor parfumoverdaad van de jaren tachtig, zo staat Reminiscence’s 
‘Altijd’ moeilijk met een naam. Laat je je erdoor leiden, afleiden of verleiden? Brengt een naam treffend de boodschap van de geur over? Difficult. Difficult. Toen ik van Jardin Secret hoorde, begon ik te lijden, dacht geen aandacht aan besteden, gewoon vermijden. Want kan het truttiger en jeetjeminahalelujahupsakee dit is wel een van de meest gebezigde clichés in lalalaparfumland.
Is het nu een poederregen of een bloemenregen? Wat in ieder geval opvalt: als de bloemen in de wind zijn verdwenen, resteert een guirlande van diverse soorten musk die samen een warm gevoel oproepen. Want de witte musk is slim ingepakt met een ‘warme’ variant plus sandelhout en ambrette – versterken samen het poederige karakter van de iris in het hart. Kan er niets aan doen: Lorenzo Villoresi’s 

Ik werd vanochtend wakker en dacht: gelukkig ik leef nog! Vervolgens als Geurengoeroe: ik heb me niet aan mijn nieuwe belofte gehouden – beschrijf alleen nog parfums die opvallen en zich echt onderscheiden. Ik dacht dat ik hierdoor voornamelijk niche zou recenseren. Maar ziet: heb het de laatste tijd weer verdomde vaak over ketenparfumeriegeuren.
Met dank aan de huidig artistic director Sarah Burton (McQueens voormalig assistent; ja die van de trouwjurk van expected Brittish queen to be) die er volgens mij scherp heeft op toegezien dat McQueens erfenis geen geweld is aangedaan. Overtuigend gepresenteerd in de ‘gloomy’ mood-foto en de flacon – de grote aandachtstrekker. Niche, rijk, vintage, ‘historiserend’, mooi gedetailleerd. Soort van tijdloos, in ieder geval geen modern-doenerij. Logisch, want Alexander McQueen dweepte met gotiek (als stylingelement) en met romantiek (als kunstvorm). Komt elegant samen in deze goud gepatineerde gevederde/bebladerde duistere flacon gebaseerd op parfumflacons uit de archieven van het V&A Museum in Londen.
Van de klassieke norm – 
Als je sinds ongeveer een jaar in Amsterdam al je verzamelde plastic stort in een speciaal daarvoor gemaakte bak, dan bereik je de status van een oranjegekleurde plastic hero. Zo weinig hoef je tegenwoordig te doen om deze ‘felbegeerde’ status te bereiken. Applaus!
Alleen anders dan je zou verwachten. Want Krypto betekent ‘verborgen’ en ‘geheim’ en staat in de nieuwe variatie voor dat de munt bevroren is én al zijn sensaties gedoseerd de vrije loop laat vanaf de opening.
Ik was enigszins verbaasd toen ik het parfumpostpakketje kreeg overhandigd door de postbode. Want: gewicht behoorlijk zwaar voor één geur. Wat was het: een bijna real life size afwasmiddel. Dat kan maar door één luxe modelabel verzonden worden: Moschino. Fresh Couture wordt Pink Fresh Couture. Ik ben enthousiast – de reden: lees mijn beschrijving van
WAT PINK FRESH COUTURE IK EIGENLIJK?