Wat rijmt er op Hermès? Ja, in één keer goed: fraîche… maar dat is zo gewoon, het kan nog ‘fraîcher’ en dat ruik je vanaf nu in Terre d’Hermès Eau Très Fraîche – simpel maar ‘touché’ deze classificering. Ik zeg het maar direct: weer een meesterwerk van Jean-Claude Ellena.
En wanneer typeert Geurengoeroe een geur als zodanig? Als je naast de direct prettige gewaarwording ook in eerste instantie onbekende sensaties ruikt die later op hun plaats vallen, waardoor je de geur gaat begrijpen en daardoor nog beter vindt.
Maar eerst de strakke staccato-associaties achter dit extra frisse water: ‘In den beginne de aarde. Elementair. Een man, beide voeten stevig op de grond, bukt en pakt in de holte van zijn palm een handje aarde. Hij weegt, tast, evalueert de stenige scherpheid, de ruwe rijkdom. En dan, met een zelfverzekerde, grote zwaai, gooit hij het hoog de lucht in, een verbond is gesloten. Moeder – aarde. Man – maker en dichter. Dit is zijn manier om haar te bedanken onsterfelijk te zijn en te worden. Tussen zijn vingers, de essentie te zijn van zijn leven, zijn dromen, zijn fantasieën. Authentieke metamorfose. Alchemie. Oneindig veranderlijk’.
Dit klinkt weer als het vertrouwde poëtisch-intellectualistisch jargon van Hermès, vooral het laatste gedeelte. Als dit tegen je gezegd zou worden aan de andere kant van de parfumbalie, hoe zou je dan reageren? Voel je je aangesproken: ‘So me!’ Of: ‘Pardon, wat bedoelt u nu precies?’ In beide gevallen, moet je direct doorvragen terwijl je de geur in je opneemt, want dan begint het verhaal te leven, want…
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
… in Terre d’Hermès Eau Très Fraîche ruik je de vier elementen – water, lucht, aarde en vuur. Laatste weliswaar met een beetje verbeelding; vuur als warmte. Maar eerst een, ik kan het niet anders zeggen, prachtige hesperide-explosie geconcentreerd rond oranjebloesem gemeleerd met vleugjes grapefruit en sinaasappel zonder de bloem-frisse noot van de oranjebloesem te maskeren.
Tegelijkertijd een ijskoude rilling opgeroepen met aldehyden ontdaan van zijn vettige noot. Water en lucht verenigd. Hierachter verbergt zich, het zij in een très frisse dosering de karakteristieke noot van Terre d’Hermès: drijfhout-nuances (foto) vermengd met de ziltige en aardse noten van ambergris (de synthetische variant).
Aangenaam deze ontmoeting van water, lucht en aarde die samen ook een groene, vegetale noot met een gekruid randje verbergen. Het zou toch mooi zijn als alle oceanen hier naar zouden ruiken en ‘smaken’; hoef je je niet meer te ergeren mocht je je tijdens het zwemmen verslikken… Dit alles verenigt zich aan de rand van een denkbeeldig strand, waar de zon het rulle zand en modder verwarmt.
Terre d’Hermès Eau Très Fraîche lijkt tastbaar, alsof je met een houten stokje in zand zit te draaien, de geur van mineralen lijken vrij te komen: metaalachtig, kil – ook het effect van aldehyden. Een van de beste zomergeuren dit seizoen, zo niet de beste. En: deze geur gaat ook heel mooi samen met: Jour d’Hermès Absolu(2014)
Gelanceerd in de jaren twintig van de vorige eeuw. Herontdekt in een vat genaamd Love Oil in de jaren vijftig. In 1963 opnieuw in productie genomen om uit te groeien tot de signature scent (sinds enkele decennia) van de in 1851 door John Kiehl geopende apotheek in East Village, New York: Original Musk.
Het staat allemaal op het etiket van de flacon geprint. Wel of niet helemaal waar, feit is dat toen de geur werd samengesteld en herontdekt, echte, dierlijke musk (zoals muscone en exaltolide) nog niet verboden was (dat is het vanaf 1971). En dat ruik je nog steeds! Wil zeggen: hoewel nu gemaakt van een synthetische variant, heeft Original Musk zijn animale toets niet verloren (hoewel sommige kenners van het origineel uit 1963 daar anders over denken).
Gelukkig, want animale musks zijn er voor mijn gevoel te weinig. De meeste ‘pure’ muskgeuren, zijn variaties op het schoongewassen, cleane witte musk-thema meestal versierd met bloemen. Van goedkope parfumprullaria tot uiterste verfijning en alles wat daar tussen zweeft, en met – wordt wel eens over het hoofd gezien – White Musk (1981) van The Bodyshop als startschot.
Je had natuurlijk wel meer ‘pure’ dierlijke muskparfums (meestal verkocht in olie-vorm) in de jaren zestig, maar die waren niet afkomstig van de ‘echte merken’, werden meestal aangeboden in India-geïnspireerde, hippy-angehauchte toko’s in de alternatieve wijken van hippe wereldsteden. Een dergelijke musk vormde ook de inspiratiebron voor de geur die een ‘soort van’ nieuwe muskstandaard introduceerde: For Her (2004) van Narciso Rodriguez. Die zweeft in feite tussen dierlijk en clean, maar sprankelt meer en is tegelijkertijd warmer en dieper door de honing-amberbasis.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Dat dierlijke aan deze musk ruik je vooral in de opening. Slaat de bergamot en oranjebloesem in de opening eigenlijk direct dood: pats-boem, moven, en snel een beetje.
En dat ik is maar goed ook. Deze musk heeft iets viezigs, zweterigs, een slaapkamer te lang op slot… doet denken aan een mix van leer en komijn. Blijft aangenaam lang present, en de bloemen die vervolgens beginnen te bloeien (de slaapkamerdeuren worden geopend) blijven geworteld in deze ‘aardse’ musk, gaan geen eigen elegant, charmant en ‘crowd pleasing’ leven leiden. Ik ruik de roos, lelie, ylang-ylang en neroli ‘per bloem’ vaagjes; geven samen (hoewel de roos er voor mij uitspringt) de indruk van een klassiek bloemenhart.
Dan wordt geleidelijk aan Original Musk poederiger met een vanille-rum ondertoon zonder ‘typisch vrouwelijk’ te worden. De combinatie van tonkaboon (foto) en de – nog steeds dierlijke – musk heeft een zekere nicheverfijning zonder – zoals gezegd – té elegant te worden. Maar wat de functie van de ‘witte’ patchoeli is, ontgaat me eigenlijk een beetje. Althans ik ruik die niet echt in de afronding. Wat ik wel ruik, zij het vaag op de achtergrond: lichte aldenhyden, waardoor Original Musk een iets wat ‘vettige’ en volle toon heeft die goed past bij de dierlijke noot.
RUIK&VERGELIJK
En hoewel dierlijke musks nog steeds uitzondering op de regel zijn – men als standaardvoorbeeld Muscs Koublaï Kähn (1998) van Serge Lutens en wat mij betreft ook L’Artisan Parfumeurs Dzing! (1999) – is er in nichekringen een nieuw inmiddels soort musk ‘ontstaan’ met een andere kijk op dierlijk. Want nu omringd met een aardse noot die doet denken aan paddenstoelen en truffel – een hartige interpretatie van de gourmand-noot. Reeds heel, heel mooi verwerkt in – let op het jaartal:
PLUK DE DAG-PARFUM MET EEN BEWUST GECREËERDE BLOEMENILLUSIE
Jaar van lancering: 2014
Laatst aangepast: 17/05/14
Neus: Jean-Claude Ellena
Concept & realisatie: Pierre-Alexis Dumas, Jean-Claude Ellena, Pierre Hardy
Met het ontwaken van voorjaar 2014 wordt mij weer eens overduidelijk dat de geuren die de natuur verspreidt niet te imiteren zijn door de parfumindustrie. Zelfs in het verstedelijkte landschap. Als je nu door het Vondelpark wandelt, word je (ik althans) overmand door de hoeveelheid ‘parfum in de lucht’. Neem de meidoorn (net zo alles verontrustend vroeg bloeiend): die verspreidt zijn honinghoutige noten overweldigend. De sering en de boerenjasmijn gaan graag de concurrentie aan, en ondertussen ruik je allerlei zoete, bloesemachtige sensaties van niet direct te determineren planten, struiken en bomen. Dit alles om insecten en (even verontrustend steeds minder) bijen aan te trekken. Het gras levert ook inmiddels zijn knisperende groene en/of hooiachtige bijdrage. En lopend naar huis verspreidt de wisteria – het punt van uitbloeien nabij – en acacia hun zoetige, overvolle boeket.
Dit kan een neus niet vangen… misschien alleen bij benadering. Het is de vraag of hij het wil. Bij dit puur natuur-genot moet ik vaak denken aan Jean-Claude Ellena. Hij weet voor Hermès olfactorische stemmingen en plaatsen te vertalen in abstracte geuren die ons, geholpen door het verhaal en het beeld, het idee geven alsof we de natuur in al haar vanzelfsprekendheid ruiken. Eigenlijk doet Ellena ‘net alsof’, hij is een illusionist à la Houdini die onze neus bedriegt: hij spiegelt ons iets wat in werkelijkheid niet kan.
Ervaar je op zeer elegante wijze ook weer in Jour d’Hermès Absolu. Een geur als ‘de dageraad’ (olfactorische plaats) en ‘het begin van vrouwelijkheid onthult in het licht van Hermès’ (olfactorische stemming). En in overdrachtelijke zin: ‘Het essentiële dat we van de dag verwachten, is dat die zich, zowel beknopt als uitgebreid, steeds opnieuw aandient’. En dat moment staat voor Hermès voor wedergeboorte in het algemeen en die van de vrouw in het bijzonder.
Wel weer erg cliché en rolbevestigend: de vrouw als puur symbool bedacht door de man die blijkbaar nooit opnieuw geboren hoeft te worden – in ieder geval niet op deze softe ‘Happinez’-wijze. ‘Bij een onvoorwaardelijke vrouwelijkheid straalt de nieuwe dag met een unieke schoonheid, als eerbetoon voor de vrouw die hetsublimeert’, aldus Pierre-Alexis Dumas, Jean-Claude Ellena en Pierre Hardy.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Dé grondstof van Hermès is… nee geen (natuurlijk) ingrediënt maar een ‘natuurverschijnsel’: licht. En dat geldt zeker voor Jour d’Hermès Absolu. Licht van toon, licht van genot: de zon straalt door deze bloemenessence heen, tilt haar op, maakt haar zo licht als lucht.
Eerst een hesperide-opening voorwaar! Abstract maar toch herkenbaar. Meer sinaasappel-mandarijnzoet dan citroen-grapefruit sprankelend. Dat laatste ook maar even, als een ‘liftje’. En dan heel elegant en typisch Ellena, komt er een zurige noot om de hoek kijken die ook weer lichtjes gezoet is. Een indruk van net gesneden rabarber dat met suiker in een pan met ijskoud wordt gedaan om zijn fris-zure zoetheid te versterken… In dit ‘pure rabarbertoetje’ drijven voor mijn gevoel ook wat bitterfrisse granaatappelzaadjes rond.
Hierop drapeert ellena een selectie van overrijpe abrikozen; tactiel – alsof je de huid ervan pelt om de fluweelzachte, tederbloemige geur nog beter op te snuiven. Deze zachtzoetigheid bepaalt de toon, komt in de buurt van de door Ellena gewenste geursignatuur: ‘Zo dicht mogelijk bij het lichaam van de vrouw. We zien haar schouders, haar hals, we kunnen haar aanraken en haar ruiken’. Maar toch beginnen nu verschillende bloemen hun door de zon verwarmde en verlichte noten te verspreiden.
Zoals bekend geeft Jean-Claude Ellena niet graag de exacte opbouw van zijn composities vrij: ‘Jour d’Hermès Absolu verwijst niet naar een specifieke bloem, maar naar honderden zo samengevoegd dat het een abstractie wordt. Lelie, jasmijn, gardenia, roos, lathyrus of abrikozenbloesem? Moeilijk te zeggen. Met Absolu wordt het kader kleiner, als een close-up’. Met een beetje fantasie en heel diep ruiken, kun je ze plaatsen. Er zit voluptueuze nuance in die doet denken aan lelie. Een stralende, heldere toets gelijk jasmijn. Het toefje ‘zachte koppigheid’ komt op conto van gardenia. De zoete roos stelt zich bescheiden op, maar toch. De poederige toets.. dat kan de siererwt zijn. Abrikozenbloesem (foto)? Die ruikt in Jour d’Hermès Absolu voor mij meer als vrucht, dan als bloesem.
En deze vrucht ‘op sap’ vormt ook de basis waarachter zich heel kunstig een lichtjes gezoete witte musk ophoudt die voor standvastigheid zorgt in deze etherische, subtiele bloemenwereld. Of zoals Hermès het verwoordt: ‘Ogenschijnlijke eenvoud die veel raffinement verbergt en een bepaalde verfijndheid – kenmerkend voor elk Hermèsparfum. Jour d’Hermès Absolu bezit een geheime complexiteit, een intieme bedoeling erop gericht u niet alleen lekker te laten ruiken, maar ook mooi te laten voelen’.
RUIK&VERGELIJK
Dit soort bloemenverfijning ruik je steeds zeldener in de parfumerie. Terwijl de inspiratiebron er wel veel vaak is – de vrouw, een lentetuin, een stemming, noem maar op – is de interpretatie vaak van een teleurstellende oppervlakkigheid en makkelijkheid. Qua ‘gemaskeerde’ en understated rijkheid moet ik qua compositie denken aan de vintageversies van:
Christian Dior – La Collection de Monsieur Dior – Diorama (1949/2011)
‘Als je eigen intitialen voldoen’. Het lovenswaardige credo van Bottega Veneta. Maar hiermee is het ‘intrecciato’-luxeleerlabel uit Vicenza, Italië, bijna een roepende in de westerse wereld die van labels aan elkaar lijkt te hangen.
Miljoenen mensen hebben luxe-initialen nodig om die van hun zelf te benadrukken of te maskeren. Ooit gold voor de westerse mens, de bevrijdende filosofische gedachte van René Descartes (1596-1650) ‘Ik denk dus ik ben’. Is inmiddels verworden tot ‘Ik draag … (vul je favoriete merken in) dus ik ben’.
En op steeds jongere leeftijd. Zoals blijkt uit volgende: Bulgari had als ‘extraatje’ voor een masterclass parfum die ik had gegeven een cadeautje. Ik laat de zonnebril in kwestie aan een zestienjarige neef zien. Het eerste wat hij doet: gaat internet op om te kijken ‘hoe duur die wel niet is’. Zeg ik voor de grap tegen hem: ‘Mooie bril, maar wat jammer dat Bulgari op de pootjes gegraveerd staat. Zal ik die maar afplakken?’
Hij kijkt me verontwaardigd aan met een blik waar uit ik meen op te maken dat hij de familiebanden per direct met me verbreekt, mocht ik tot deze misdaad tegen de menselijkheid overgaan. Waarom schrijf ik dit? Om aan te tonen dat Bottega Veneta ook niet aan deze dwingende ‘luxe wet’ ontkomt.
Ik ken niemand die de naam uit discretie weigert te noemen van het merk als ik zeg ‘wat ruik je lekker’. Sterker, in relatie met Bottega Veneta ken ik bijvoorbeeld twee vrouwen die juist trots zijn op hun Bottega Veneta-geur omdat a: niet iedereen die draagt en b: ze beiden het prettige gevoel van een ‘ouderwetse’ chypre geeft.
En echt consequent is Bottega Veneta niet in het belijden van zijn credo. Want het ‘gebruikt’ toch maar mooi de initialen van een ‘beroemde dochter van’ ter promotie van zijn vrouwengeur. In principe zou een afbeelding van de flacon moeten volstaan in de campagne. Je onderscheidt je hierdoor direct, maar dat kan ook tot verwarring leiden in de door celebrities en famous people gedicteerde parfumwereld: ‘zijn ze het model vergeten?’
Genoeg ‘gefilosozeurd’. Want Bottega Veneta is wel consequent in zijn geurenfilosofie. Het schaamt zich niet, is juist trots op het feit dat het bijna ‘vergeten geurfamilies’ in de ketenparfumerie als leidraad heeft. Het is dan ook niet meer dan logisch dat Essence Aromatique – een cologne-interpretatie van Bottega Veneta (2011) klassiek is. Dus niet, zoals nu erg en vogue is, een cologne een witte musk-basis geven, maar ‘tot leven laat komen’ door een houtachtige structuur.
En dan neem ik de verantwoording voor lief, want die komt weer dicht in de buurt van ‘when your initials are not enough’, de clichés volgend van ‘parfumwonderland’. Want Essence Aromatique ‘vangt de kern van een speciaal moment in het leven van de Bottega Veneta-vrouw. Een lichte zomerbries waait door het haar van een aantrekkelijke vrouw die ontspannen in een perfect wit badpak op het strand ligt. Zich koesterend in de sereniteit van het moment, straalt ze een moeiteloze elegantie uit die haar innerlijke schoonheid op een natuurlijke manier aanvult’. Come again? Hoe gaat dat in zijn werk? Maar gelukkig: ‘Op de achtergrond weerspiegelt een jadegroene zee de frisheid van het parfum zowel qua palet als geur’.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Tomas Maier: ‘Onze primaire inspiratie bron was de frisheid van een zomerdag en de rust van een strandbeleving, van de warmte van de zon, tot een zachte bries en de onvoorstelbaar boeiende inbreng van de zee. Ik wilde een onverwachtse, verfrissende eau de cologne die blijft hangen als de essence van de ingetogen zelfvertrouwen van de vrouw die het draagt’. Was ik een vrouw en ze zouden van me zeggen dat ik een ‘ingetogen zelfvertrouwen’ uitstraal, ik zou de spreker in kwestie direct ten huwelijk vragen.
‘Hé, Geurengoeroe, zit niet zo te zwetsen, come to the point!’ Doen we. Essence Aromatique is voor mij de perfecte klassieke cologne. Want a: verkoeling schenkend, b: je toch een ‘parfumsensatie’ laat ervaren en c: met een hoog puur natuur-gehalte geschraagd door hout.
A wordt opgeroepen met een sprankelende hesperide-toets op basis van Italiaans bergamot die een mooi donkergroen randje krijgt door koriander uit de Oekraïne (hoe lang nog… ?). B: de parfumsensatie wordt geleverd door Turkse roos (foto) met een elegant zoet-bloemig effect tot gevolg. C: Indonesische patchoeli en Australisch sandelhout zorgen ervoor dat deze cologne niet koel en kil eindigt, maar warm en houtachtig en dus een amberachtige, ‘omarmende’ sensatie schenkt.
RUIK&VERGELIJK
Het geheim van een klassieke cologne: frisheid uitmondend in een ‘droge’ warmte. Kom d’r maar eens om in de parfumerie. Ik ken eigenlijk alleen deze, en dat zijn bepaald geen crowdpleasers.
Dior – Les Créations de Monsieur Dior – Eau Fraîche (1953/2007)
Heb ik het mis? Verneem de laatste tijd weinig over de geuren van Fendi in Nederland en omringende bevriende naties. Ik weet, veel fans van de ‘klassieke’ Fendi-geuren waren behoorlijk ‘pissed’ toen LVMH het Italiaanse luxemerk in 2006 overnam en de bestaande collectie overboord zette. Ook mijn ‘Fendi-fan’-geur: Life Essence (1996).
Is ook niet leuk, I know, maar gebeurt tegenwoordig aan de lopende band. We noemen slechts Valentino, Chloé, Karl Lagerfeld. Is een kwestie van slikken en vervolgens als doorgewinterde fan op Ebay zoeken naar wat er nog van de originele geuren resteert en verder gaan met leven. En in geval van pure parfum-fan toch even kijken en ruiken of de nieuwe ingeslagen weg wel of niet beantwoordt aan je ‘idee’ van je favoriete parfumbrand.
Wat mij betreft: ik heb me vanaf het begin verbaasd (in een soort van bewondering) waarmee Fabien Baron er in is geslaagd om Fendi los te weken van zijn Italiaanse wortels door het merk in een wereldwijd begrepen glamour-mal te persen die helemaal beantwoord (door de branche althans, niet direct door de fans) aan de huidige parfumcodes.
Dus: flashy, ‘lifestyle’; topmodels die een te gek, onalledaags leven vieren in een ‘fashionbubble’ ver verwijderd van de alledaagse sleur, ‘far from the madding crowd’. Baron bedacht dus ook Fan di Fendi – het nieuwe credo van de van oorsprong Italiaanse bontverwerker. Een slimme woordspeling op de – veronderstelde – verslaving van ‘de jeugd van tegenwoordig’ aan luxemerken. En gebotteld in een slim en strak design: de letter f (van Fendi) gespiegeld als symbool voor ‘dubbele’ luxe. Je zou denken: ‘kat in het bakkie – bingo’.
Niet echt dus. Zou één van de redenen kunnen zijn dat Fendi voor heel mensen ook gelijkstaat met ‘Fur di Fendi’. Bont dus. En dat is dus nu zo verschrikkelijk verkeerd – zie het succes van de modeontwerpster die zowel vegetariër als ‘pro-animal’ is: Stella McCartney.
Nog iets anders: Fendi staat in de wereld van mode-beleving niet echt voor ‘pour homme’. Dus toen na Fan di Fendi (2010) voor haar ook Fan di Fendi pour Homme (2012) verscheen, was ik direct getriggerd. En eerlijk gezegd, zonder een ‘fan di Fendi’ te zijn, was ik gecharmeerd van de geur: ‘nieuw stoer’ door de kruidige leernoot. Het verhaal niet echt: van hetzelfde laken een designerspak. Ofwel, het interessante leven van de ‘nieuwe celebrity’.
Ofwel, de jonge creatieve duizendpoot die zowel popster, dj, componist en producent is, en in zijn vrije tijd hoogstwaarschijnlijk ‘iets met kunst’ doet. In dit geval Mark Ronson. Na Fan di Fendi Pour Homme Aqua (2013), nu een intense versie: Fan di Fendi Pour Homme Assoluto waarin alles draait – het zal u niet verbazen – om ‘intensiteit, dynamiek en ultra-verfijning. De geur vertegenwoordigt de essentie van de typische Fendi-man. Die is charmant en zijn magnetische persoonlijkheid versterkt met de elegante Italiaanse stijl die hem de kracht geeft om alle beperkingen uit te dagen’.
Mark Ronson is tot ‘mijn stomme verbazing’ vervangen – te druk waarschijnlijnlijk met zijn fan-tastische leven – door een van de (naar ik heb begrepen) succesvolste modellen van dit moment die ook al op de foto werd gezet voor Gucci’s Pour Homme II (2007) en Viktor& Rolfs Spicebomb (2012).
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Een krachtige opening: groen-omfloerst kardemon en pittige roze peper worden heel even opgelicht door een citrussprankeling. Het hart bepaalt vanzelfsprekend de toon: groen en donker, donker en groen door een strakke salie-noot (foto) die de ‘omnipresente’ houtnoten – oud, vetiver en patchoeli – begeleidt. Oud ruik ik eerlijk gezegd niet (echt), eerder de andere twee. En die, dat is vreemd, ook niet echt: eerder een leernoot.
Als echo van Fan di Fendi Pour Homme natuurlijk, nu alleen omringd door een volle patchoeli die in de basis intens sensueel wordt, zonder zoetig en plakkerig effect. En dat komt door de goede verstandhouding tussen tonkaboon-absoluut en opoponax. Laatste zoete, donker-honingachtige ‘aards’ balsem geeft de eerste een licht-animale musky undertoon.
Fan di Fendi Pour Homme Assoluto is een goed voorbeeld van de nieuwe geurtrend in de ketenparfumerie voor de man: geen ‘vage’ oceanische ervaringen, maar een duidelijke signatuur. Aarde wint van lucht.
RUIK&VERGELIJK
De naam van de neus is in ‘de communicatie’ niet bekend gemaakt, maar ik vermoed dat net zoals bij Fan di Fendi Pour Homme François Demachy ‘de leiding’ heeft gehad. Want door de donker-kruidige, houtachtige noten doet deze assoluto denken aan:
Ik had nog nooit van haar gehoord: Jeanne Toussaint (1887-1976). Zie foto. Maar ben door haar spectaculaire levensloop direct geïntrigeerd. Ik ‘kwam tot haar’ toen ik meer wou weten over de ‘relatie’ tussen Cartier en de panter. Mag van mij verfilmd worden. Afkomstig uit de betere kringen van Charleroi, vertrok ze op jonge leeftijd naar Parijs.
Na amant te zijn geweest van diverse mannen uit de ‘betere kringen’ werd ze het van Louis Cartier (1875-1942) in 1914. Jeanne werd door hem La Panthère genoemd, en hiermee sloop dit sierlijke, vileine roofdier voor het eerst het atelier van Louis binnen. Hij wist ‘haar’ te temmen voor een polshorloge door haar te zetten met de meest uitzinnige juwelen, en groeide zo geleidelijk uit tot het symbool van Cartier. Ach gossie: Louis mocht van zijn familie vanwege haar vrijgevochten en dubieuze status als ‘irrégulière’ (ze was bevriend met Coco Chanel en Misia Sert, en gold als een belangrijk ‘style influential’ avant la lettre) niet met haar trouwen. Maar hij bezorgde haar wel een baan. Een schitterende en provocatieve zet.
Want vergeet niet: vrouwen hadden toen eigenlijk nog maar één recht, inderdaad het… Eerst op de accessoireafdeling in 1918, gevolgd door de functie ‘directeur juwelen’ in 1933. Onder haar leiding nam Cartier geleidelijk afscheid van de abstracte art deco-stijl, werden de juwelen speelser, exotisch en meer figuratief.
Het verhaal gaat dat het verliefde stel tijdens een reis door Afrika een panter spotten. Haar reactie: ‘Onyx, diamant, smaragd – een broche!’ Haar originaliteit blijkt ook uit het volgende. Tijdens de bezetting van Parijs door de Duitsers vroeg ze haar collega Peter Lemarchand in 1940 een broche te ontwerpen die in de kleuren van de Franse vlag – de ‘Tricolore’ – een gekooide vogel verbeeldde die ze plaatste in de etalage van de Cartierboetiek aan rue de la Paix. Verzet op zijn chic.
Moest op order van de bezetter verwijderd worden. Na de bevrijding verscheen de broche weer in de etalage. Nu met geopende kooi en ‘luid zingend’. Prachtige symboliek. In 1948 bereikt de panter bij Cartier een artistiek hoogtepunt wanneer ze wordt gevangen in een driedimensionale broche – in opdracht gemaakt voor de hertogin van Windsor (foto). Jeanne Toussaints verdiensten voor en invloed op juwelen en modern design werd in 1955 door de Franse overheid onderkend door haar te onderscheiden met het Grootkruis van het Légion d’Honneur.
Als Cartierparfum verschijnt de panter voor het eerst in 1987. En is conform de smaak van die tijd zowel qua presentatie en inhoud rijk, voluptueus en overdreven – bling-bling avant-la-lettre. 2014: nieuwe tijden, nieuwe vormen, nieuwe esthetiek.
Dat zie je direct aan de flacon die voortvloeit uit de nieuwe panter-geïnspireerde ontwerpen van Cartier van de afgelopen jaren: less is more. De panter verbergt zich ‘van binnenin’ als een totem gegraveerd in de kern van een blok glas – zowel op de voor- als achterkant (maar bekijk de flacon ook eens van de zijkant).
De kop in rechte hoeken geciseleerd, de ogen schuin geplaatst en teruggebracht tot het essentiële: een gestroomlijnde, in facetten geslepen gelaatsuitdrukking – gelijk een farao – in een stralend amberoranje aura. Deze flacon met eveneens chique, slim verborgen verstuiver-applicatie moet heel veel prijzen in de wacht slepen.
Wat anders: mag je anno 2014 de vrouw nog met een panter vergelijken? Is dat niet ‘male chauvinist’-cliché? En als je dat doet, moet ze dan een blanke of negroïde huidskleur hebben? Ik ga voor het laatste. Yves Saint Laurent had in de jaren tachtig een ‘Yvette’ die met haar smagardgroene-vlammende ogen een koninklijke uitstraling had waar het menig huidig royalty aan ontbreekt: Rebecca Ayoko (foto). Iman Bowie (née Mohamed Abdulmajid) kon er ook wat van. Alek Wek idem. Naomi Campbell en Tyra Banks hadden het soms.
En op dit moment komt Beyoncé dicht in de buurt. Maar die is al zo vaak gebruikt als parfumambassadrice. Verder ben ik niet echt meer op de hoogte van ‘who’s hot, who’s not’ in die verdomde keiharde, bitchy next topmodel-wereld. Ik wil alleen maar zeggen: het was eigenzinniger geweest als Cartier had gekozen voor een black beauty in plaats van Erin Wasson.
En waarom wordt ze in de promoclip niet spookachtig achtervolgd – ‘hoor ik nu wel of geen gevaarlijk tred, geen woest-aantrekkelijk gegrom?’ – door een panter, mogelijk haar nieuwe partner, die het op haar voorzien heeft…
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Feit is dat vooral parfumhuizen met niche-allure de gardenia (foto) plukken als symbool voor ‘vrouwelijke onvoorspelbaarheid’, ‘gracieuze rebellie’ en ultieme parfumverfijning. De inspiratie van Mathilde Laurent voor La Panthère: ‘Elke vrouw heeft een vilein aspect en elke bloem heeft een verborgen animale essence’. Het resultaat: ‘Een hedendaags, tijdloos bijna paradoxaal akkoord: een wilde bloemengeur. Een zuivere afdruk van de gardenia met hypnotiserende krachten op de grens van het dierlijke’.
De geur wordt ingedeeld in de chypre-categorie. Alleen, daarvoor is de geur voor mijn gevoel toch te sierlijk. Wordt niet echt impertinent. De gardenia bloeit, zoals we haar kennen: delicaat, vol, ‘lichtjes geroomd’, lichtjes gekruid. Als een vloeibare sluier verspreidt ze zich.
De opening is heel ‘slim’, want de huidige parfumcodes volgend: groenachtig met een wasem van fruitachtige noten van rabarber, framboos, appel en abrikoos zonder het pats-boem-effect van rood fruit. Hierachter begint de gardenia te bloeien. Maar het is eerder een gardenia die groeit in een hortus botanicus dan in het wild.
Statig en chic. De basis van La Panthère met ketone-musk en eikenmos maakt haar iets wilder en aardser, maar blijft net zoals de panter in de flacon ‘gevangen’ en dus getemd in een Europees net. Je ruikt een zekere animale noot, maar die had voor mij wat meer uitgesproken mogen zijn, waardoor je nog meer het kroelende purrrrr-fect-idee van de ‘panter als vrouw’ ervaart. Er is inmiddels een extract – iets wat Cartier als een van weinige haute parfumeurs’plichtsgetrouw’ doet.
RUIK&VERGELIJK
Dat de gardenia geen ketenparfumerie-versierder is, blijkt wel uit onderstaande lijst. Marc Jacobs heeft het drie maal geprobeerd met Marc Jacobs (2001), Essence (2003) en de cologne-versie Gardenia (2008). En de poging van Philosophy – Gardenia Blossom (2013) – blijft te clean en te white musky. La Panthère gaat de concurrentie aan met:
‘Ambassadeurs’: Mabel Normand, Mohammed Ali Ibrahim (op de foto)
Neus: Amandine Clerc-Marie, Francis Deleamont
Na jaren van hopeloos ouderwets en slaapverwekkende middelmaat keerde Atkinsons vorig jaar terug. En wel in het rayon waar het huis zich van oorsprong het beste thuisvoelt: niche. Komt natuurlijk door de nieuwe, Italiaanse eigenaar. Die gaf het merk terug wat het zo miste: zijn wortels. Dus Engelse excentriciteit en humor. Atkinsons is eigenlijk de Monty Python van de Engelse parfumerie. Natuurlijk ontkomt het huis van ‘200 years of perfume snobbery’ niet aan de – ongeschreven – parfumwetten. Eén daarvan schrijft nu voor: een oudgeur. Of doe er maar twee. Doet het dus. Maar met humor. Waarvan de namen getuigen: Oud Save the Queen en Oud Save the King.
Maar gelukkig zonder een link te leggen met The Windsors, zoals het herrezen en eveneens Engelse Grossmith wel, op bijna onderdanige wijze, doet. Eigenlijk is deze ‘reddingsoperatie’ brutaal, door de oud-combi te linken aan iets wat voor heel veel Engelsen heilig is: hun national anthem, het officiële volkslied sinds 1977 van het Verenigd Koninrijk, kolonieën en de ‘herkenningstune’ van de koninklijke familie. En het heet God Save the Queen of God Save the King afhankelijk van de sekse die op het moment dat het bezongen wordt de symbolische scepter zwaait.
Maar volgens mij zijn het helemaal niet de koningin en koning die behoed worden, maar Atkinsons zelf. Die wil volgens mij voorkomen dat een lokale concurrent oud ook als een ‘all british sensation’ ten gelde gaat maken. Om deze ‘daad’ enigszins te rechtvaardigen is Atkinsons de archieven ingedoken.
‘Stel je Londen voor in de jaren twintig, de voorgevel van de Atkinsons-boetiek met voor zijn deur kroonprins Mohammed Ali Ibrahim (1900-1977), beroemd bokser, autocoureur en dandy met aan zijn zijde zijn meest recente overwinning: Hollywood filmster en -producent Mabel Normand (1892-1939) waarmee hij van zijn oom Koning Fuad I van Egypte (een afstammeling van de Verschrikkelijke Turk Mehmet Ali Pasha) niet mocht trouwen. Hij draagt, verborgen in houten doosje in zijn vestzak, het sleutelingrediënt van de parfums die hij voor zichzelf en zijn geliefde wil laten vervaardigen: het kroonjuweel van de koninklijke oriëntaalse parfumerie. Ofwel, het kostbare hars van agarhout. Hij presenteert het aan een medewerker die brutaal genoeg is om de kroonprins te benaderen. De parfumeurs verzamelen zich als de deksel omhoog wordt gedaan en het geurige hars wordt onthuld. ‘Oud’, fluisteren ze verrukt. ‘Het vloeibare goud uit het oosten’.’
Geloof jij het? Ik bedoel de moderne Europese parfumindustrie heeft zijn oorsprong (onder meer) in het Midden Oosten. Waarom naar Londen gereisd Mohammed Ali Ibrahim? Zo ja, dan is de man die naar wordt beweerd rondom de tweede millenniumwissel als eerste Europa in contact bracht met het nu bijna hysterisch bezongen oud – ‘Pierre Montale’ – een nog mooier marketingsprookje dan vermoed.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Zowel Oud Save the Queen als Oud Save the King zijn Europese ouds, Engelse ouds als je dat zo kunt stellen. Meer als krachtig-elegante ondersteuning dan puur oud – op de foto lokaal bewerkt in India in het Assamdistrict – zoals de Arabieren het gewend zijn en waar de hele nichemarkt zich nu op concentreert – als afzetgebied. Oud Save the Queen, samengesteld door Francis Deleamont, is volgens Atkinsons net zo betoverend als Mabel Normand (deze co-star van ondermeer Charlie Chaplin had een behoorlijk, stormachtig ‘living-down-the-the-fast-lane’-leven afgaande op haar Wikipedia-pagina), net zo vol van oosterse charme als Scheherezade. Ofwel, west meets east.
Ik had beide geuren opgedaan, nam ze in me op en begon te analyseren. Lekker, vol, en vroeg me af of ik de earl grey-thee eigenlijk wel rook. Ik dacht: ‘even laten rusten’. Komt drie uur later een zus van me op bezoek. Het eerste wat ze zegt: ‘Jezus, wat ruik je zeg, lijkt wel of je in een parfumbad hebt gezwommen?’ Terwijl, ik voor mijn gevoel beide geuren al niet meer ‘rondom me’ waarnam. Opnieuw gesprayed.
Eerst Oud Save the Queen. Die opent dus heel zoet, ik heb eerder het idee van een framboos die op zoek gaat naar gourmand, dan een early grey- en bergamotsensatie. Vreemd. Wat is dat toch? Ruik ik direct de tonkaboon in de basis die – heel eigenaardig – door guaiac en oud gekarameliseerd, verbrand lijkt te worden. Mooi gedaan. Ah! De bloemen beginnen te werken – jasmijn en oranjebloesem. Toch weer in verwarring. Nog een keer sprayen. Nu ruik ik de thee pas. Helder en klaterend.
Maar direct ‘daar achter’ de zoete tonkaboon. Die is opvallend rijk geschakeerd: besprenkeld met kruidnagel, rumachtig en tegelijkertijd bepoederd, en neemt de jasmijn en oranjebloesem in zich op. Het duurt echt een tijdje voor het oud gaat spreken. Eerst het rokerige guaiac en dan voor mij eerder ‘een idee van oud’ dan echt oud. De framboos steekt weer de kop op in mijn hoofd. Maar nu ruik ik ook patchoeli. Dit is eigenlijk een ‘boudoir-oud’. Frivool chic.
Oud Save the King – samengesteld door Amandine Clerc-Marie – is duidelijker wat zijn oud-boodschap betreft: vanaf de eerste spray ruik je door de earl grey heen die donkere strakke oud-hout noot die heel stoer-elegant wordt gedragen door een krachtige irisnoot verpakt in leer. Altijd een topcombinatie en mooi gedaan.
Ruik je dieper, dan valt cypriol op met zijn geur die ruikt naar verbrand papier drijvend in water. Ruik je nog dieper dan ervaar je de oud die wordt verzacht door patchoeli en romerig-zoet sandelhout en wat strakke houtsensatie betreft: cederhout. Maar voor Oud Save the King geldt ook: verwarrend. Met name door die zoete toon op de achtergrond die lijkt op vanille, maar toch anders is want houtachtig en meer balsem. Dat moet wel gurjun zijn. En als geuren verwarrend werken, dan is dat voor mij altijd een goed teken: je moet je neus iets meer laten werken, meer laten nadenken.
Ter herinnering: earl grey is zwarte thee vermengd met bergamotessence volgens de legende geschonken aan Earl Grey (1764-1845) uit dankbaarheid door een mandarijn (niet de vrucht) omdat hij als zijn zoon van de verdrinkingsdood zou hebben gered.
RUIK&VERGELIJK
God save oud! God save perfume! Het is wachten op N° O(ud) van Chanel. Maar dat zal waarschijnlijk niet gebeuren.
Jean-Charles Brosseau Ombre Oriental (2013)
Maison Francis Kurkdjian Oud Silk Mood (2013)
Maison Francis Kurkdjian Oud Cashmere Mood (2013)
Maison Francis Kurkdjian Oud Velvet Mood (2013)
Robert Piguet – Nouvelle Collection – Oud (2013)
Lancôme – Maison Lancôme – L’Autre Oud (2013)
Parfums de Nicolaï Amber Oud (2013)
Parfums de Nicolaï Rose Oud (2013)
Tom Ford – Private Blend – Oud Fleur (2013)
Tom Ford – Private Blend – Tobacco Oud (2013)
Valentino ValentinaOud Assoluto (2013)
Versace Pour Femme Oud Oriental (2013)
Givenchy – Atelier de Givenchy – Oud Flamboyant (2014)
Videoclip: ‘long-time friend’ of Dolce & Gabanna Giuseppe Tornatore
Wat een beauty! En zo jong nog! Als je haar goed in de ogen kijkt, lijkt ze al meer levenservaring te hebben dan haar leeftijd doet vermoeden. En ze is, hoewel opgegroeid in Canada, de perfecte belichaming van wat Dolce & Gabbana zich bij een Siliciaanse voorstellen – de bewoonster van het eiland dat dient als gedroomd decor voor bijna al hun geuren.
Wordt Kate King de opvolgster van haar landgenote? Daria Werbowy, je weet wel dat topmodel dat zowel voor Prada Parfum (2004) als Lancôme’s Hypnôse (2006) de ambassadrice-functie waarnam, waardoor volgens mij beide geuren niet de geambieerde droomstatus bereikten. Ofwel, een gedegen concurrent van Diors J’Adore (1999) en Chanels Coco Mademoiselle (2001).
Waarom ik over de modellen zit te trutten en en niet over de geur? Op de eerste plaats: Domenico Dolce en Stefana Gabanna doen het zelf. Het is hun parfum-uithangbord dat voor de zoveelste keer la dolce vita op Sicilië bejubelt: ‘Dolce bloeit in de herinneringen van Domenico en Stefano. In de antieke spiegel die hing in de kleermakerszaak van Domenico’s vader in Polizzi Genrosa, bij Palermo en die nu hangt in het kantoor van de ontwerpers komen reflecties van emoties en traditionele waarden terug tot leven’.
Ze slaan behoorlijk door dit keer. Domenico: ‘De adel van de ziel, de elegantie van alledaagse bewegingen, het geluk van delen van generatie op generatie en de perfectie van slechts één witte bloem. Dit is het beeld van Sicilië dat ik bij me draag, en de bloem gevangen in deze delicate geur’.
Stefano: ‘Dolce is een hedendaagse geur geïnspireerd door een herinnering. De originaliteit schuilt hem niet alleen in de manier waarop die is gecreëerd, gebruikmakend van traditionele en brandnieuwe essences, maar ook omdat het de vertaling is van een jonge, nieuwe liefde die door de deugd van haar onschuld, haar jeugdige vitaliteit blijft behouden’.
En dan de videoclip: heeft een hoog Bertolli- en Bertolucci-gehalte. De eerste: olijfolieproducent. De tweede: gevierd Italiaans regisseur. Beide toveren een wereld die al lang niet meer bestaat. Eenvoudige landjongen probeert de aandacht te trekken van een bella donna die standsgewijs eigenijk ver boven hem verheven is. Maar dan is er de liefde – die heeft lak aan maatschappelijke conventies. Zijn postillon d’amour: een takje oranjebloesem die je wel of niet ruikt in Dolce.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Ja, de dop is mooi gemaakt. Beetje vintage-uitstraling, zwevend tussen bakeliet en porselein, maar toch plastic fantastic. En dat geldt wat mij betreft ook voor de inhoud. Want, ik ruik de opgesomde ingrediënten niet echt. Test Dolce al een tijdje, en bij elke spray heb ik het gevoel een andere geur te ruiken. Word ik bij de neus genomen? Gaat de onbekende neus met ons aan de haal? Mijn indruk: een transparante, lichte, zoetige bloemengeur met een groenachtige toets met niet zo’n fatale uitwerking als de ogen van Kate King ons ‘beloven’. Braaf en smaakvol, maar zonder een duidelijke boodschap.
Dit zijn de klassieke ingrediënten: neroli-blad, narcis, witte waterlelie en sandelhout. De ‘nieuwe’: papayabloesem en – ta-da! – volgens Dolce & Gabanna voor het eerst gebruikt in een parfum: witte amaryllis (foto) verkregen via de head space-techniek. Niet de amaryllis die we kennen als pot- en sierplant. Die heet officieel hippeastrum.
De ‘echte’ witte amaryllis is meer bekend onder andere namen: belladonna lily, Jersey lily, naked lady, amarillo. En in haar oorspronkelijke habitat Zuid-Afrika als March lily (en verwerkt in Dolce). Alleen: hoe ik ook zoek op internet, op geen enkele botanische site wordt melding gemaakt dat deze aan de lelie verwante plant een geur afscheidt.
Het persbericht zegt daarentegen: ‘Groeiende in de regio Fijnbos heeft het een rijke en genereuze geur, terwijl witte amaryllis groeiende op andere plaatsen dat niet doen’. Dat is toch wel heel erg vreemd. Waarom nu juist wel in Fijnbos? Wordt niet toegelicht. Wel weer wat geleerd: de naam amaryllis stamt af van het Grieks: amarysso betekent ‘ik breng licht’.
En nu een kleine correctie: witte amaryllis werd al eerder verwerkt in een geur. In 2004. De bloem was toen ook het ‘geheim’ van Yves Saint Laurents Cinéma (maar rook je ook niet echt). Dolce is een lieflijke geur die de gemiddelde consument niet teleurstelt, maar ook niet verrast. Veilig, ‘cosy’, onuitgesproken. Gezien alle toeters en bellen, had ik meer een statementparfum verwacht, een die in de buurt komt, of eigenlijk liever, zich kan meten met de nichelijn die Dolce & Gabbana sinds 2011 ook voert: Velvet Collection.
Wat mij vooral verbaast: narcis in het hart van een geur, stuurt de compositie: vol, ‘helder-zwoel’ met zoals de naam aangeeft een bijna narcotisch spoor… Ik ruik het niet. Nog verbazingwekkender: welke bloem wordt nu bedoeld met ‘de perfectie van slechts één witte bloem’? Oranjebloesem, narcis of witte amaryllis? Dolce is voor mij een van de meest merkwaardige parfumervaringen van de afgelopen tijd: je hoopt hoopvol iets te ruiken, maar krijgt het niet.
Ook vreemd: op de campagnefoto staat Kate King voor een overdadig bloeiende struik witte bloemen. Geen witte amaryllis, maar eerder een bloem die lijkt op camelia. Of is het de sambacjasmijn genaamd Grand Duke of Tuscany? En dat geldt ook voor de dop.
RUIK&VERGELIJK
Dolce doet me qua idee heel sterk denken aan de geur die als olfactorisch revolutionair werd gepresenteerd, maar uiteindelijk een gewone transparante bloemengeur bleek te zijn:
Dat wist ik niet en had het eigenlijk ook niet verwacht: L’Occitane wordt door de gemiddelde consument niet geassocieerd met geuren. Oink? Wel met huidverzorging op basis van natuurlijke, met als het even kan, zoveel mogelijk eco-gecertificeerde grondstoffen. En dat verbaasde me echt (heeft Geurengoeroe in deze last van tunnelvisie?) omdat je wat de geuren betreft bij L’Occitane verhoudingsgewijs zoveel ‘waar’ voor je geld krijgt: Mimosa de L’Esterel (2009) bijvoorbeeld (uit de Voyage en Mediterranée-serie) is de ‘zonnig-honingste’ mimosa die ik ken.
Om dit ‘vooroordeel’ uit de wereld te helpen was onlangs een delegatie uit Parijs overgekomen. Ondermeer Maude Reboule – suistainable ingredients manager – en de ‘in house nose’ Karine Dubreuil. Ik heb een zwak voor de laatste omdat ze a: Eclat d’Arpège (2003) van Lanvin heeft gemaakt (met zijn mooie wisteria-noot). B: dat tussendoortje van Gucci dat je op een gegeven moment voor mijn gevoel bij elke jonge meid rook: Envy Me (2005) en c: als een van de weinige neuzen rood fruit in geuren een prachtige naturelle toets (dit klinkt misschien vreemd) weet te geven. Waarvan met name getuigt: Grosselina (2006) uit Guerlains Aqua Allegoria-reeks.
Ze legde me tijdens een interview uit dat je rood fruit ook via een destillatieproces bekend van de productie van aperatieven en disgestieven middels een tinctuur aan een parfumcompositie kunt toevoegen (wordt niet altijd gedaan), waardoor de typische geur van framboos, rode bes, braam en dergelijke natuurlijk overkomt.
Dat ruik je ook heel mooi in Magnolia & Mûre (2013) uit de La Collection de Grasse. Een van de geuren die ze als ‘in house nose’ voor L’Occitane heeft gemaakt. Deze collectie heeft naast lekkere geuren (en dus omzet) maken, nog een doel: om Grasse (en omgeving) als parfumhoofdstad van de wereld de allure terug te geven die het ooit had – een prachtig streven. Iedereen die er als geurentoerist wel eens is geweest, zag het dromerige beeld dat hij of zij misschien had niet geheel of geheel niet beantwoord (voor mij geldt het laatste).
Weinig wijst (behalve het erg commerciële museum van Fragonard) op parfum. Eén van de redenen hiervoor is, dat vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw steeds meer telers van parfumingrediënten hun grond verkochten aan speculanten die er vervolgens saaie appartemencomplexen neer plempten. Karine Dubreuil, zelf afkomstig uit Grasse, is hier natuurlijk ook content mee. Ze vertelde me dat nu (door wie precies is me onduidelijk gebleven) beetje bij beetje volgebouwde percelen worden gekocht om die weer terug te brengen in hun oude staat: ‘akkers’ voor ingrediënten voor de parfumindustrie. Een soort city-gardening so to speak.
Dubreuil heeft als vaste neus voor L’Occitane alle vrijheid. Maar met beperkingen. Ze zegt dat de marketingafdeling altijd over haar schouders meekijkt. Toen ik zei dat het goed zou zijn om in La Collection de Grasse ook een leergeur op te nemen (een schets hiervoor leverde ik en Tanja Deurloo samen tijdens de persdag ook georganiseerde parfumschool) om de link met Grasse te versterken die de stad had voor de parfumindustrie er zich vestigde, begon ze te glimlachen. Nee, dat gaat te ver. Want L’Occitane als parfumhuis staat volgens haar voor natuur en bloemen die in ‘duidelijke’ composities de consumenten dit op gracieuze wijze laat ervaren. Zelfs de mannengeuren, waarvan sommige voor mijn idee ‘best wel’ uitgesproken zijn, doen dat. Zij het met andere ingrediënten.
Maar de belangrijkste reden dat ze naar Amsterdam was gekomen: de lancering van Néroli & Orchidée. Haar omschrijving van neroli, vind ik prachtig – ik bedoel: kom er maar eens op: misleidend braaf. En als je het even op je laat inwerken, weet je dat het klopt. Fris, schoon, bloemig, maar tegelijkertijd krachtig en sensueel. Het is daarnaast volgens haar ook een essence die banden smeedt (veel gebruikt in bruidsboeketten) en puur.
Puur in de zin van puur natuur. Verder zegt ze: ‘Zijn ontmoeting met de orchidee, een bloem van het andere uiteinde van de wereld, is geen toeval. De twee witte bloemenessences, ogenschijnlijk zeer verschillend, staan beide symbool voor vrouwelijkheid’. Klopt natuurlijk niet helemaal: want de oorspronkelijke habitat van neroli (verkregen uit oranjebloesem), ligt net zoals de orchidee in het Verre Oosten.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Néroli & Orchidée is een mooi voorbeeld van ‘where nature meets science’. Want: neroli (foto) ‘haal’ je gewoon uit de natuur. In dit geval een plantage in de omgeving van Grasse. De orchidee, nee. Van de 30.000 soorten (er worden ieder jaar nog nieuwe variëteiten ontdekt) scheiden de meeste geen noemenswaardig parfum af, dat zich een, twee, drie laat extraheren. De orchidee staat in de parfumwereld voor fragiele schoonheid.
En vertaald in geur betekent dat een (synthetische gemaakte) zachte en frêle bloemige toets. Maar wat mij vooral opvalt in Néroli & Orchidée is de cleane, schoongewassen impressie die resteert als de geur een tijdje op je zit. Komt door de witte musk die zich in eerste instantie een beetje gedekt opstelt.
Want eerst een puur, zoetsappig natuurlijk hesperide-effect opgeroepen door sinaasappel en mandarijn die een fluweelzachte omlijsting krijgt door perzik en vijgenmelk (beide ook alleen maar synthetisch na te maken in het parfumlaboratorium). De neroli (zonder sensueel te worden) garandeert echter dat alles een puur natuur-indruk maakt. En die wordt meer bloemiger, minder ‘cologne’ door de orchidee.
Maar de witte musk eist uiteindelijk toch de meeste aandacht op. Ondanks de toevoeging van poederig iris. Eigenlijk is dit een witte muskgeur gewikkeld in een wolk van transparante bloemennoten die erg in de buurt komt van de geur van L’Occitane’s meer mainstream concurrerende ‘landgenoot’: Néroli (2013) van Yves Rocher.
RUIK & VERGELIJK
Karine Dubreuil (en de marketingafdeling) hebben er zin in, want na Néroli & Orchidée is La Collection de Grasse inmiddels uitgebreid met:
L’Occitane – La Collection de Grasse – Mer & Mistral (2014)
Je ruikt het zo vaak, want verplichte opening in een geur: een citrusexplosie. En toch ben ik elke keer weer verbaasd dat de ene citrusopening niet de andere is, met name als die het hoofdthema van een geur vormt. Dan verwacht je een andere kijk, die je nog intenser het genot van ‘aller citrusnoten van de wereld verenigt u’ laten ervaren. Ik hèb het ervaren met Eau de Cartier Zeste de Soleil.
Cartier heeft met Mathilde Laurent een topneus binnengehaald. Eigenzinnig, artistiek. Haar komst viel samen met een hernieuwde kijk van de juwelier op zijn status als parfumeur – waarover later meer. De Eau de Cartier-lijn kun je een beetje vergelijken met Aqua Allegoria van Guerlain. Eenvoudig, maar sierlijk aqua-genot.
Met dit verschil: de geuren gaan over het algemenen langer mee dan één seizoen én Eau de Cartier (2001) vormt het uitgangspunt, dat blijft de basis. En dat ruik je ook goed in Eau de Cartier Zeste de Soleil. De wrang-groene noten van Eau de Cartier zijn het gespreide bedje waarop de citrusnoten zich vleien (en om dit zomerse plezier nog beter te ondergaan, is het raadzaam de 200ml-flacon aan te schaffen).
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
En die ruik vanaf de eerste spray. De eerste indruk: de zoetige frisheid van een net uitgeperste sinaasappel die als een ‘verfrissende’ zon vol overgave en zomers plezier Eau de Cartier in duikt.
Maar dat blijkt schijn te zijn als je doorruikt. Geen sinaasappel, maar zoet, sensueel honingachtig passiefruit (foto) die wordt begeleid door de scherp-frisse noten van yuzu waarvan de ‘iets meer’ groenere noten in vergelijk met citroen en limoen, krachtig worden opgelicht door munt.
En de laatste frisgroene en prikkelende noot vormt de schakel met de compositie van Eau de Cartier. Simpel. Lekker. Eau de cologne in eau de toilette-concentratie. En met een hoog puur natuur-gehalte.