GEURENGOEROE

P.O.P: POPE OF PERFUMES

  • Home

LILAC LOVE – THE SECRET GARDEN COLLECTION – AMOUAGE

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op maart 2, 2017
Geplaatst in: GEURENALFABET L, NICHE. Een reactie plaatsen

AMOUAGE VOOR BEGINNERS

LA VIE EST BELLE OP NICHENIVEAU

Jaar van lancering: 2016

Laatst aangepast: 02/03/17

Neus: onbekend

Concept & realisatie: Christopher Chong

lilac-loveAltijd ‘grappig’ hoe de geur van een bepaalde bloem in je gedachten zit en die dan vervolgens in een nieuw parfum te ruiken. Neem bijvoorbeeld de sering. Ik ruik denkbeeldig een zoetige, heldere bloem met een beetje impertinent karakter door de af en toe frisse toetsen die de neusvleugels prikkelen. Het is eigenlijk een struik/boom die qua boodschap een beetje bungelt tussen voorjaar (fris) en zomer (warm). Opvallend: de geringe hoeveelheid solifleurs waarin de Syringa vulgaris haar bovenal charmante boodschap mag verspreiden.

‘Kom maar op!’, dacht ik toen ik vernam van Lilac Love. Is de eerste geur van een nieuwe Amouage-serie: The Secret Garden Collection. Niet bijster origineel – zoveel parfumhuizen die geuren in een – vaak geheime – tuincollectie onderbrengen. Het eerste huis dat bij me opkomt: Acqua di Parma.

Amouage ziet zijn serie als een vorm van escapisme: ‘Een collectie van complexe, vrouwelijk geuren waar gevoelens, gedachten en ervaringen vrij worden verkend zonder de complicaties van het dagelijks leven. We zijn zo druk met ‘modern zijn’ dat we soms de simpele en traditionele dingen in het leven vergeten – en onszelf.’ Aldus, Christopher Chong.

lilac-seringTja, ook cliché, maar hij heeft wel een punt. Alleen heb ik het idee dat we er ‘tegenwoordigs’ alles aan doen om eenvoud en traditie weer te vieren, in ere te herstellen. Er zelfs zijn glossy’s die zich hierin hebben gespecialiseerd. Ik kan het weten, ik ben onlangs verhuisd naar het platteland in Drenthe: de huisgemaakte confitures en in tuinen gehouden kippen en geiten vliegen je om de oren – gezelli!

WAT LILAC LOVE IK EIGENLIJK?

‘Grappig’, ik ruik geen sering zoals die ik voor me zie. Weet dat je de geur niet uit de trossen kunt extraheren. Het is een combinatie van een aantal bloemen(moleculen) die samen het kenmerkende boeket moet oproepen.

Elegant in Lilac Love: geen citrusfrisse introductie, maar een subtiele uitbarsting van verschillende bloemen. De hoofdrolspelers in den beginne: roos, jasmijn en gardenia gecombineerd met heel veel heliotroop. Het effect: een ‘impressionistisch bloemenportret’ uiterst kundig fijngestampt tot een zeer fragiel poeder. Heel leuk: de indolen van de jasmijn worden benadrukt, waardoor een licht animaal spoor in gang wordt gezet. Maar sering dat niet. Althans voor mij.

In de ‘overloop’ ervaar je hoe trendy Lilac Love eigenlijk is: gourmandnoten nestelen zich aan het parfumpoeder, zij het bescheiden maar toch duidelijk te onderscheiden de cacao en tonkaboon. Die zijn bedekt met een laagje iris – wat de poederige stemming alleen maar opvoert. In de afronding wordt dit voortgezet met sandelhout (ruik je goed), vanille en een cleane vorm van patchoeli. Die vormen samen een muskachtige finale terwijl de poederige bloemennoten blijven resoneren.

Raar maar waar, ik moet op de een of andere manier denken aan Lancôme’s La vie est belle (2012). Komt natuurlijk door de iris-cacaocombinatie. En dat is ook mijn ‘maar’. Ik vind Lilac Love iets te makkelijk voor een Amouage. Ik mis een gelaagdheid, een eigenzinnigheid, een niche-gevoel die ik gewend ben van het merk en dus de prijs rechtvaardigt. Ook een snufje wierook natuurlijk – het fetish-ingrediënt van het Arabische parfumhuis.

Lilac Love is een straight forward-geur volgens mij gericht om een nieuw publiek aan te boren. Maar ik kan me helemaal indenken dat bij ‘Amouage voor beginners’ de geur helemaal in de smaak zal vallen.

lilac-love-mood

WIDDRINGTONIA – ELIXIRS OF NATURE – THE BODYSHOP

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op maart 1, 2017
Geplaatst in: ACHTERGROND, GEURENALFABET W, TRENDANALYSE. Een reactie plaatsen

VARIATIES OP EEN THEMA

OF: HOE MARKETING PARFUMPLEZIER IN DE WEG ZIT

elixirs-of-nature-moodIk behandel dit nieuwe concept van The Bodyshop om een aantal redenen. De allerbelangrijkste: om te tonen hoe marketing een merk dood kan slaan. En wel door de promotionele tekst. Daar word ik zo ontzettend moe van omdat het volstaat met ‘onwaarheden’ – alternative facts – gecombineerd met de ‘markteting madness’ van veronderstelde influential labels om ‘de wereld’ kost wat kost in hun dwingende make believe-mal te persen. Niet erg, maar als je het doet, doe het dan goed. Zoals Helena Rubinstein ooit zei: ‘Mensen zijn niet geïnteresseerd in de waarheid wel in een goed verhaal’.

Neem deze zin: ‘The Bodyshop is al geruime tijd een iconisch pionier op het gebied van cruelty-free parfums’. Afgezien van het feit dat ik het woord iconisch niet meer over mijn lippen krijg, klopt cruelty-free niet. In de zin van: alle parfumhuizen zijn dat al sinds het midden van de jaren zeventig van de vorige eeuw toen het verbod op dierlijke ingrediënten werd ingevoerd. Of wordt iets anders bedoeld (hadden de lokale plukkers van de veelal ‘lastig bereikbare’ kostbare ingrediënten een jaloersmakend cao?). Het staat natuurlijk ‘caring’ maar is en blijft een holle frase. Is hetzelfde wanneer op de ingrediëntenlijst van een vruchtenlimonade staat dat het geen vetten bevat.

Of neem deze zin: ‘Met de Elixirs of Nature-collectie, slaat The Body Shop een geheel nieuwe weg in op het gebied van geur’. Nee dus. Zoveel parfumhuizen die, sinds weet ik niet hoelang, een dergelijke range – pretenderen te – hebben. De onwaarheden gaan maar door: ‘De vijf nieuwe, uitzonderlijke parfums zijn authentieke interpretaties van een aantal van ’s werelds meest kostbare, natuurlijke aroma’s die zonder bescherming misschien wel van de aardbol zouden zijn verdwenen’.

Uitzonderlijk? Laat de klant dit bepalen. Authentiek? Wat is hier de definitie? ’s Werelds meest kostbare, natuurlijke aroma’s? Er zijn duurdere. Ik noem slechts twee: oudh en ambergris. En dan dat ‘misschien wel’? Wat moet je hiermee? Je schuldig voelen als je deze natuurlijke aroma’s zonder tussenkomst van The Body Shop koopt? De Siberische tijger wordt ook met uitsterven bedreigd, maar meld je dit ook als producent van fake furs?

headspaceEn wat geruststellend: ‘Door middel van een geavanceerde technologie worden de essenties van deze bijzondere gewassen onttrokken, zonder ze hierbij te beschadigen. Daarna leven ze weer verder net zo wild zoals Moeder Natuur het bedoeld heeft’. Da’s nobel, maar de widdringtonia (aromatische cederboom), nigritella (rode vanille-orchidee), bowhanti-bloem (van de wacapou-boom), kahaia-bloem en swietena (‘mahonie-bloem’) zijn niet echt gewassen. Dan denk je toch eerder aan aardappelen, andijvie.

Het allerergste: ‘Leven ze weer verder net zo wild zoals Moeder Natuur het bedoeld heeft’. Wild is hier flauw, want – sommige – planten leven in het wild, niet wild. En nog één keer: de natuur heeft geen bedoeling! ‘Moeder’ had geen vooropgezet plan. Om in lijn met Marc Rutte te spreken: It. Just. Happened! Met geavanceerde technologie wordt natuurlijk head space – werkt niet zo makkelijk als op bovenstaande pr-foto – bedoeld, maar zoals wel vaker bij deze extractiemethode kun je je afvragen of je desbetreffende bloem, bes, houtsoort wel ‘echt’ en in zijn/haar volle glorie ruikt omdat die onderdeel is van een totaalcompositie.

Er volgen nog wat platitudes waarbij je je kunt afvragen hoe serieus The Body Shop zijn – potentiële – klanten neemt. Ik was bevriend met de oprichtster van The Body Shop. Let me tell you one thing: Anita Roddick zou zich in haar graf heb omgedraaid bij het horen van ‘de geuren zijn stuk voor stuk sensationeel en zorgen voor een onuitwisbare indruk waar je ook komt’. Roddick zag haar klanten als ‘vigilant consumers’, niet als lifestyle-geïnfecteerde tienermeisjes.

OK, OK, de verpakking is van ‘gerecycled glas en duurzaam geproduceerd hout’. En vergeet ook niet ‘de biologische Community Trade-suikerruitessentie’ (?). Maar moet dit nu: ‘De ultramoderne gevormde flacons staan geweldig op je kaptafel, als op je Instagram-feed’. Instagram-link prima, maar wie kapt tegenwoordig nog aan een tafel? En dit allemaal onder de kop ‘Zorgvuldig samengesteld’. Ik verlang zo naar onzorgvuldig samengestelde flacons en verpakkingen…

Dit geschreven hebbende, het verbaast me niets dat eigenaar L’Oréal The Body Shop in de etalage heeft gezet – stond onlangs in de krant. Prijs: 1 miljard. Het merk brengt minder op dan gehoopt. Maar de fout ligt hier wel bij de multinational. Die heeft dit ooit revolutionaire en verfrissende ‘angry young’ anti-label een inwisselbare fashion- en lifestylesaus gegeven die wél past bij de andere merken die L’Oréal bezit – Yves Saint Laurent, Giorgio Armani, Ralph Lauren, Lancôme, Viktor & Rolf – maar The Body Shop hierdoor ongeloofwaardig heeft gemaakt.

WAT ELIXIRS OF NATURE IK EIGENLIJK?

widdringtoniaMaar het gaat natuurlijk om de geuren. Ik kreeg er een toegestuurd: Widdringtonia. Dat is dan wel weer leuk: één commerciële ‘parfumwet’ wordt hier niet gehanteerd: gebruik namen die iedereen die begrijpt en probleemloos kan uitspreken. ‘Mag ik van u Widre, uh Widderi, Widderah, hoe het die nou ook al weer – net nieuw – ruiken?’

Het persbericht meldt: ‘Voor Widdringtonia werden we verliefd op de geur van een aromatische cederboom. Deze werd ontdekt in het duizelingwekkende en lastig bereikbare Cedergebergte, 500 km ten noorden van Kaapstad’. En: ‘Een houtachtig aromatische mix van Clanwilliam-cederhout (genoemd naar de gelijknamige stad) en een warm vleugje salie en vetiver voor een aardse verfijning. Je waant je rechtstreeks aan de Westkaap van Zuid-Afrika: een frisse wind die door het bos waait, aan de top van het Cedergebergte. Uniek en absoluut edgy, voor de gewaagde vrouw’.

Ik weet niet wat ik me precies bij een gewaagde vrouw moet voorstellen, wel is het zo dat door het houtachtige karakter Widdringtonia geen typische vrouwengeur is. Vrouwen houden over het algemeen niet van houtparfums. Neem de povere ontvangst van de mainstream houtgeur Sensuous (2008) van Estée Lauder.

Bij mijn weten zijn alle cederbomen aromatisch en verspreiden een gelijksoortige geur: strak, door de zon gedroogd hout. Dat ervaar je hier niet echt. Misschien is het hout van de Clanwilliam-boom van zichzelf zoetig, maar dat kan ik me bijna niet indenken. Dit cederhout doet eerder denken aan ‘zoethout’ waardoor het geheel makkelijker te waarderen valt. Ik meen de salie te bespeuren, getuige de licht bittergroen-kruidige noot op de achtergrond. Maar om dit als een ‘warm vleugje’ te bestempelen, dat weer niet.

Ik vermoed dat een vanille-achtig molecuul voor deze warmte en zachtheid zorgt. En de transparantie van de compositie duidt op een lichte bloemennoot. De vetiver neem je duidelijker waar; versterkt het houtachtige, ‘mannelijke’ karakter. Maar deze geur als ongetemd en authentiek te bestempelen lijkt me misplaatst. Widdringtonia is eerder elegant gepolijst dan woest en ruig. Maar elk nadeel heb zun voordeel: mocht je als vrouw de geur na verloop van tijd toch niet bevallen, grote kans dat je een man in je kennis- en/of vriendenkring ermee pleziert.

the-body-shop-logo

MEDITERRANEAN HONEYSUCKLE AERIN

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op februari 22, 2017
Geplaatst in: GEURENALFABET M, NICHE, NICHE IN DE PARFUMERIEKETEN. Een reactie plaatsen

DOODGEWOON OF BUITENGEWOON?

Jaar van lancering: 2015

Laatst aangepast: 22/02/17

Neus: onbekend

mediterranean-honeysuckle-2Was er een tijdje geleden al mee bezig: het beschrijven van de geur van de toen nog President Elect Donald Trump. De naam laat weinig twijfel toe: Succes uit 2012, gevolgd door Empire in 2015. Maar voor je het weet, val je in de strik waarin zoveel journalisten zijn gevallen: alles neerpennen/neersabelen – Dump Trump! – met dikke tonque in cheek.

Zoals Bloomberg Businessweek deed: ‘Success smelled like soap and was reminiscent of a fashion magazine that contains too many perfume ads’. Dat kun je dus van heel veel geuren beweren, ook van de ‘serieuze’. En voor de meer arstistieke parfumfans moet het toch interessant zijn de combinatie van zeep en papier. Want niet direct een ‘foute’ associatie.

Maar stel dat de geur gewoon goed was (heb’m niet geroken) en dat je dat serieus weet over te brengen en iedereen aanraadt de geur voor Vaderdag te kopen. Voor je het weet moet je verhuizen, voor je het weet krijg je een bedanktweet van The Trump.

Wat ik interessanter vind in de combinatie Donald Trump en geur is dat zijn allereerste cologne – Donald Trump The Fragrance – door The Estée Lauder Companies werd geproduceerd, maar dat alle relevante achtergrondinfo daarover bijna van het world wide web is verdwenen. Op www.fragrantica.com bling-blingt de flacon je nog tegemoet, maar dan zonder vermelding van producent en jaartal (2004), iets wat deze infosite gewoonlijk wel doet.

Wat mij toen en nu nog steeds verbaast: waarom dochterlief Ivanka niet door The Estée Lauder Companies (of andere multinational) is gestrikt voor een geurlijn. Ze heeft ervoor alles in huis: met een gouden lepel in de mond geboren en (daardoor) succesvol, daarbij ook nog topmodel-aantrekkelijk en een aangeboren gevoel voor smaak. Een rolmodel zoals dat heet. Moet je van houden. Ik niet. Afgaande op de producten waar ze haar naam wel onder heeft gezet. Saai, voorspelbaar, very ‘wasp’ en boring omringd door een gefotoshopt aura van perfectie die doodgewoon een buitengewone glans geeft.

honeysuckle-splashDat heeft ze gemeen met de kleindochter van Estée Lauder, Aerin, die handelt ook in schone zaken. Te zien op  www.aerin.com. Voor mij een soort Ikea op niveau. Bedacht door een vrouw die teveel geld heeft en haar veronderstelde smaak als gids wil ‘delen’ (waar haar oma ook een handje van had, getuige haar biografie Estée A Success Story uit 1985). Beschaafde en veilige chic in een smetteloos decor waar altijd de zon schijnt – voor veel vrouwen als nastrevenswaardig ideaal beschouwd. Geen creatieve en artistieke noodzaak – meestal de garantie voor vernieuwing of verfrissend tegen bestaande opvattingen aankijken.

WAT MEDITERRANEAN HONEYSUCKLE IK EIGENLIJK?

Zie en ruik je ook terug bij haar geuren. Dertien inmiddels, waarvoor – volgens – mij de neo-nichelijn van Estée Lauder – Private Colletion – aan werd opgeofferd. Het zijn elegante, kwalitatief goed, trendvólgende geuren die alleen – in tegenstelling tot de vaak trendséttende klassiekers van haar oma – niet verrassen. Voor mij: Jo Malone op niveau.

Om ze allemaal te testen… kost teveel tijd. Ik geloof het wel. Eén trok wel lange tijd mijn aandacht: Mediterranean Honeysuckle (2015). De reden: zoveel ‘pure’ kamperfoeliegeuren worden niet gemaakt en het feit dat Aerin Lauder ooit debuteerde met een kamperfoeliegeur toen ze aantrad als mededirectrice tot haar grootmoeders multinational: Honeysuckle Splash uit 2000. Interessant: de presentatie hiervan had alles wat aan haar eigen geuren ontbreekt.

Smaakvol hip en eigentijds. Een mooie combinatie van fifties vintage voorzien van een humorvolle toets. De flacon, geïnpireerd op een Youth Dew-flacon, zat verpakt in een bijna fluoriscerende, plastic fantastic pistachegroene coating. De naam gaf ook moderniteit aan: door achter het ‘klassieke’ honeysuckle het ‘moderne’ splash te zetten was de boodschap direct duidelijk. En dat deed de geur ook: kamperfoelie gezet in een citrusfriskader die als flitsen door de compositie schieten geholpen door een flinke dosis oranjebloesem en een aqua-noot. Na een regenbui ruikt kamperfoelie op zijn best en dat rook je. Lekker, ongekunsteld, soort van puur.

mediterranean-honeysuckle-1Mediterranean Honeysuckle is meer trutty. Dat merk je al aan de promo-woorden:  ‘Laat je keer op keer meevoeren naar de zonovergoten Middellandse Zee met zijn azuurblauwe water. Dompel jezelf onder in de weelderige bloemen, de glinsterende stranden en het heldere water, van Zuid-Frankrijk tot aan de Amalfikust. De geur is al even magisch en elegant als zijn inspiratiebron. Hij verovert je zintuigen vanaf het eerste moment en neemt je mee naar het Middellandse Zeegebied, een onovertroffen bestemming’. Of dit nu klopt of niet, in Mediterranean Honeysuckle krijgt kamperfoelie couture-allure, verliest het zijn sierlijke eenvoud. Gelijk met de citrusopening (grapefruit, bergamot) ruik je de kamperfoelie direct, alleen verliest die op een gegeven moment zijn ongecompliceerde ‘honingwaterige’ frisse zoetheid doordat ze wordt omringd door lelietje-van-dalen en gardenia.

Hoewel de eerste wat extra groen-frisse accenten geeft is het de tweede die voor het couturegevoel zortgt – gardenia wordt over het algemeen met luxe en verfijning geassocieerd. Sambacjasmijn versterkt dit idee. De afronding doet er een schep in deze bovenop: ambrox en musk. Zorgen voor een mediterrane warmte. Aangenaam maar saai.

Ik verwacht meer van een naam als Aerin Lauer gezien haar ‘komaf’. Weet zeker, dat oma Estée zeker een aantal kritische vragen zou hebben gesteld. Wat ontbreekt is eigenzinnigheid en het altijd leuke idee dat de maker haar grenzen en die van de – in dit geval anonieme – neus op heeft gezocht met als doel de potentiële koper te verrassen in plaats van te bevestigen in zijn smaak.

En daarvoor hoef je geen capriolen uit te halen die niemand begrijpt. Neem Ormonde Jayne, de vrouw achter dit label – Linda Pilkington – doet voor mijn gevoel wat Aerin Lauder zou moeten doen. Je kopers ook een beetje olfactorisch opvoeden en ze bewuster laten worden van het wonder van parfum, wat voor een onverwachte combinaties en creaties je nog steeds kunt maken.

En waarom doen über-de-top-stylisten dit en waarom grijpt niemand in? Zelfs Aerin niet? De kamperfoelie, Middellandse Zee of niet, zie ik niet op de sfeerfoto’s. Dat had oma Estée nooit laten gebeuren.

a-success-story

CANDY STORE OR LITTLE SHOP OF HORRORS?

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op februari 9, 2017
Geplaatst in: TRENDS TOEGELICHT, ZOU VERBODEN MOETEN WORDEN OF NIET?. Een reactie plaatsen

GEURTERREUR MAAR DAN ANDERS

Trending topic: geuren koop je niet meer per ‘opgelegde’ droom door de maker, maar stel jezelf gewoon lekker zelf samen. Dit in het kader van de ‘persoonlijke smaak’, op maat gemaakte verfijning en andere lifestyleregels nu gepropageerd door (interieur)glossy’s. Die toeteren ook nog eens rond dat het heel belangrijk is je eigen gevoel en stijl te volgen – op alle gebied. Tenminste als je daarover beschikt. Het blenden van parfums past in deze lijn én wordt steeds democratischer en dus goedkoper: van niche naar bijna voor niets. Blij mee?

scentchipsHoor je best wel vaak en klopt eigenlijk niet: ‘Een parfumerie is voor mij alsof ik in een snoepwinkel ben’. Wordt bedoeld: zo’n gezellig, ouderwets knibbelknabbel-winkeltje van vroeger of zo’n uit kaneelstokken, suikerhartjes en zuurtjes opgebouwd droomoptrekje uit een feelgood (kinder)movie.

Was het maar! Snoepwinkels van tegenwoordig zien er niet uit: een grote uitstalling van plastic, synthetic & fantastic ‘hard en soft wear’. Eigenlijk is het een little shop of horrors die, bij overmatige frequentie, de kans op vroegtijdige ziekenhuisopnamen bevordert. Dat geldt ook voor de meeste parfumerieën: geen luxe beleving. Dag in dag uit schreeuwen spectaculaire kortingen je tegemoet, die bij nadere inspectie behoorlijk tegenvallen. Er wordt wat gerommeld met de ‘van-voor’-kortingen. En van een etalage is ook geen sprake meer: zoveel handiger één winkelruit beplakken met één grote opgeplakte reclameaffiche.

Maar het kan nog erger, is er wat ‘geurervaring’ betreft geen sprake van een little maar van een shopping mall of horrors. En daarvoor ga je naar de doe het zelf-ketens op industrieterreinen of naar tuincentra langs de rafelranden van de grote steden. Wat ik daar de afgelopen jaren voorbij zag komen aan misplaatste ‘geurgerelateerde’ producten: oliën, wierook, kaarsen. Die heten dan wel zo, maar doen niet wat ze ‘uit naam’ zouden moeten doen. Weinig echte parfumolie-, wierook- en kaarservaringen. Het ruikt allemaal zo kinderachtig, zo Jip en Janneke, zo Walt Disney, zo kermis.

Ik ga dan bijna weer in mijn samenzweringstheorie geloven: om ons te laten wennen aan synthetische componenten in echte geuren, sprayen geurproducenten dit in ruwe vorm over allerlei – bovengenoemde – producten (en andere; denk bijvoorbeeld aan thee) om ons ‘al vast’ te laten wennen. Waardoor nieuwe generaties niet meer weten en zich ook niet meer afvragen hoe geuren eigenlijk – horen te – ruiken. Let wel: ik ben een groot voorstander van synthetische ingrediënten. Als was het alleen maar vanuit natuurbehoudoogpunt. En ze vormen het geraamte van een parfum. Maar dat is een ander verhaal.

Maar er is een grens. En die is volgens mij bereikt én overschreden met de nieuwste geurhit in doe het zelf- en tuincentra: parfumchips. Tuincentrum Osdorp meldt op zijn site: ‘Geur doet veel meer met je dan je denkt. Het kan je opbeuren, activeren of juist ontspannen. Sommige geuren doen je denken aan ‘pas gemaaid gras’ en anderen weer aan ‘Kerst’. Wil je bijvoorbeeld het voorjaarsgevoel in huis halen of het Kerstgevoel ondersteunen? Gebruik ScentChips! Het zijn kleurrijke waxchips die een heerlijke en intense geur verspreiden wanneer je ze in een ScentBurner (brander) of ScentWarmer (elektrische warmer) plaatst. Er zijn verschillende geuren verkrijgbaar. Je kunt één basisgeur branden maar het lekkerst is om ze eindeloos met elkaar te combineren. Zo stel je jouw eigen geur samen!’ Fijn.

Praxis stelt daar CreaScents tegenover (onlangs gespot in de Coevordense vestiging) en wordt geproduceerd door – what’s in a name – Noviplast. Dit zijn eveneens chips ‘die een lekkere geur verspreiden wanneer je ze smelt in een brander’. En: ‘Je kunt de geuren ook mixen. Zo creëer je jouw eigen geur!’ Smaken verschillen en je kunt er – contrary popular belief – wél over twisten. In dit geval: lekker is heel erg anders. Heel misschien leuk voor peuters (let op brandgevaar!). Maar voor volwassenen… moet dat nou, deze naar goedkoop snoepgoed ruikende chips? Nog even en wc-verfrissers worden als prettig en aangenaam ervaren en voor persoonlijk lijfgenot gebruikt.

kaarsen

L’EAU BLEUE MIU MIU

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op februari 3, 2017
Geplaatst in: GEURENALFABET L, Uncategorized. Een reactie plaatsen

LELIETJE-VAN-DALEN: VAN MUURBLOEMPJE TOT THE ‘IT’-FLOWER?

Jaar van lancering: 2017

Laatst aangepast: 03/02/17

Neus: Daniela Andrier

MIU MIU LEAU BLEUE 4.pngEen wonderlijk iets: het gebruik van het woord ouderwets. Met name in combinatie met bloemen. Sommige worden zo omschreven. Zal je maar gezegd worden als bloem die haar stinkende best doet ons te plezieren. En dan krijg je zoiets van ‘die had mijn oma ook’. Dus? Duh? Wat wil dat zeggen? Men bedoelt natuurlijk hiermee of een bloem in of uit is. De witte orchidee… nog steeds helemaal in tot vervelens toe. Zelfs Blokker siert er zijn etalages mee. Helemaal uit: lelietje-van-dalen. Stom, stom, stom! Je neus in een boeket gestopt met deze klaterende klokjes en de wereld begint te herleven na de winterdeken van zich te hebben afgeslagen. Fris, nieuw, blakend, groen, knisperend… wat is daar ouderwets aan?

Het lelietje-van-dalen herinnert je op elk moment dat er ruimte is voor hoop, verlangens en een stralende toekomst. Nu best wel handig gezien de geopolitieke ontwikkelingen. Roept bij velen de wens op even alles te vergeten, te verdwijnen in een wolk van louter leuke ervaringen, positieve vibes en lieve mensen. Zit je bij Miu Miu goed. Want haar L’Eau Bleue is poeslief wat inhoud en uitstraling betreft. Jaren vijftig-truttigheid en onschuld gezien door een modern prisma.

miu-miu-leau-bleue-2Miuccia Prada schetst treffend het gevoel L’Eau Bleue wil oproepen. Het is een beeld dat we allemaal herkennen: ‘Het jaarlijks terugkerende moment dat je je realiseert dat, schijnbaar uit het niets, de lente is gearriveerd. Een gevoel zo licht, zo delicaat – haast niet te vatten – dat door een sliertje lucht wordt gedragen. Het kan je overal overkomen: in bed met het raam open, rijdend over een landweg, op straat in de stad na een regenbui, blootsvoets in het ochtendgras in een vochtige tuin’.

Dat ‘Miu Miu’ grote verwachtingen van L’Eau Bleue heeft – terwijl het een flanker is van het twee jaar geleden verschenen Miu Miu – blijkt wel uit de advertentie die je nu in de abri’s tegemoet lacht. Iets wat Miuccia Prada nooit heeft gedaan met haar Prada-parfums. L’Eau Bleue is beschaafd en onschuldig tegelijk, clean zonder synthetisch effect. Het vraagt, gelijk alle andere ‘girly’ geuren uit het massprestige-segment, niet veel van de draagster. Ik kan me haast niet indenken dat door L’Eau Bleue het lelietje-van-dalen een crowdpleaser en de ‘it’-flower gaat worden voor de komende tijd, daarvoor is de compositie toch te ‘leeg’, te luchtig, te eendimensionaal. Maar dat is tegenwoordig eerder een garantie voor succes, dan voor een flop. Het is vooral de speelse campagne die de potentiële koopster naar de parfumerie moet trekken.

WAT L’EAU BLEUE IK EIGENLIJK

Parfumeur Daniela Andrier gaat trouwens mee in Miuccia’s sfeertekening: ‘L’Eau Bleue legt iets bloot dat vanbinnen beweegt. Een gevoel van een begin, van een frisse start, van kansen, hoop, opnieuw geboren worden. Het afschudden van het oude, en het diepe, onnoembare tintelen van opwinding over alles wat zou kunnen zijn. Dat is wat een geur doet, het raakt iets dat we vergeten waren. En aanraking zoveel meer dan een olfactorische gewaarwording; het veroorzaakt binnen een seconde een complete ervaring’.

LELIETJE-VAN-DALENHiervoor plukte ze handenvol lelietjes-van-dalen. Figuurlijk dan. Want deze bloemekes zijn stom, de geur ervan kun je niet extraheren. Is een kwestie van het combineren van diverse geurmoleculen om het boeket tot leven te brengen. Het verschil met klassieke, dus ‘ouderwetse’ lelietje-van-dalengeuren zoals en Muguet du Bonheur (1934) en Diorissimo (1956): Daniela Andrier legt de nadruk op de groene kant (denk: de bladeren) en besprenkelt dit met koele, uit een stromend beekje geschepte druppels (denk: water- en luchtmoleculen). Het effect: het bloemeneffect overrompelt niet, het is eerder alsof de klokjes door de lucht bengelend zweven tussen de regendruppels door. That’s it in feite. De basis moet dit ongedwongen gevoel versterken – de denkbeeldige wortels van het lelietje-van-dalen zoeken contact met de vochtige, vitale rijkdom van de aarde die de wintersluimer van zich heeft afgeworpen. Opgeroepen met uit akigala-hout (geëxtraheerd uit patchoeli): warm met kruidige en bloemige nuances.

Miu Miu is by the way niet de eerste die het lelietje-van-dalen van trutty naar trendy probeert op te stuwen. Dior had Lily (1999), Guerlain deed het met Lilia Bella (2001) en Maison Francis Kurkdjian doet het met Aqua Universalis (2009).

miu-miu-leau-bleue-3

OH LA LA LA PARISIENNE!

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op februari 1, 2017
Geplaatst in: ACHTERGROND. Een reactie plaatsen

Hotel Sofitel Legend The Grand Amsterdam wijdt tot negen maart een gratis foto-expositie aan een van de meeste iconische ‘vrouwenbeelden’: la Parisienne. Ook zó geliefd in de parfumwereld. Titel: La Parisienne by Sofitel. Maar… bestaat zij wel in het echt, of is zij eerder een droom, een ideaal, een verlangen die sinds een paar jaar voor heel veel niet-Parisiennes als rolmodel geldt gezien de talloze Instagram-accounts aan ‘haar’ gewijd.

la-parisienne-sofitelHet spijt Geurengoeroe te moeten mededelen voor allen die er zo in geloven: La Parisienne bestaat niet, La Parisienne is een wishful thinking. Met dit keiharde feit ben ik in ieder geval al vroeg geconfronteerd. ‘Zestien lentes jong’ lifte ik met een vriend naar Zuid-Frankrijk. Parijs als tussenstop, want dat moest ik zien – absolument. Als petit gars had ik al  een bovengemiddelde belangstelling voor goot et les choses die het leven ‘embelliseren’ in vergelijk met mijn drie broers en drie zusters. Dus ook voor la mode. In mijn gedachten kleedde elke Parisienne – in ieder geval in het eerste arrondissement – zich volgens ‘les derniers cris’ met chic-flair geklede en trots kraaiende Parijse haantjes aan hun zijde. Immens was de teleurstelling toen we métro Place de la Concorde uitstapten: geen enkele vrouw kwam in aanmerking. Wel af en toe een paar exemplaren van die ‘andere’ Parisienne: oud, ineengekrompen, make-upproof, iets voorovergebogen totaal gekleed in zwart – denk Edith Piaf. Volks, maar op een bepaalde manier toch smaakvol, in ieder geval niet storend, in ieder geval in vergelijk met nu.

Toen ik midden jaren tachtig op de Cité Universitaire van Parijs woonde, kwam ik erachter dat La Parisienne ‘ook nog eens’ geen positief waardeoordeel bezit. Beter gezegd: het is een scheldwoord geuit door ‘Fransen uit de provincie’. Staat (nog steeds!) symbool voor arrogantie en snobisme van het verwende, naar anorexia nijgende kindvrouwtje dat zichzelf heel belangrijk vindt, constant zoekt naar bevestiging – ‘Oui, tu est si belle, si chique, chérie!’ – en nauwelijks buiten haar vertrouwde habitat durft te komen. Grappig en/of misverstand: parfumhuis Guerlain heeft een lijn met dezelfde naam bestemd voor eens populaire, maar nu bij het grote publiek vergeten geuren.

jean-claude-deutsch-pour-paris-matchHoe komt het dan toch dat La Parisienne een begrip, een ideaal is geworden? En dat wereldwijd. Het staat sinds een paar decennia voor een combinatie van een über-knappe vrouw met duidelijke, maar subtiel verpakte sloeri-appeal die geloofd in zonovergoten romantiek, dag in dat uit in een roze wolk leeft en om de zoveel minuten een kus wil of wil geven. Dan heb je het over de Parisienne die vooral door Franse regisseurs tot leven werd gebracht. Men neme ‘dom blondje’ Brigit Bardot, haar ravissante meer ‘intello’ landgenote Jeanne Moreau en de very koel-afstandige bloedige Catherine Deneuve (alle drie te zien op de expositie in The Grand).

De Parisienne uit de modebladen toont een ander ideaal dat zich telkens heeft aangepast aan de modes, de mores en de waan van de dag. Toch zweeft zij ook meestal tussen de ongenaakbare godin en toegankelijke hoer. En van deze twee uitersten en alles wat daartussen zit, maakt vooral de parfumindustrie onuitputtelijk gebruik om zijn geuren nog ‘onweerstaanbaarder’ te maken. Opvallend: het zijn vaak steractrices die deze rol mogen spelen. Vroeger een eer, nu schering en inslag en niet meer echt indrukmakend gezien bijna elk belangrijk parfumhuis er verschillende op nahoudt en om de zoveel tijd inwisselt door de nieuwe lichting.

paris_la_nuit_-__gordan_messierEr is één vrouw die ‘door de jaren heen’ la Parisienne op al deze manieren honderden keren heeft uitgebeeld. Bij het horen van haar voornaam weet je wie er wordt bedoeld: Kate Moss. Misschien zie je haar ook terug in de rondreizende en de gratis tentoonstelling die aan la Parisienne is gewijd die na Parijs en Londen Amsterdam aandoet en waarmee Sofitel tot uitdrukking brengt waarvoor de hotelketen staat – de Franse elegantie.

Wat opvalt aan de 32 foto’s (waarvan 22 afkomstig uit het archief van Paris Match): geposeerd of onbespied geschoten, hoe dichter we bij het selfie-en Instagramtijdperk komen, hoe gewoner en alledaagser la Parisienne wordt, hoe meer je je in haar kunt verplaatsen, hoe makkelijker je dit beeld zelf kunt kopiëren. Behalve de echte actrices dan – die kunnen als Parisienne niet gewoon doen, die blijven ‘op zijn Hollywoods’ klassiek-uitdagend, klassiek-smachtend en klassiek-mysterieus kijken naar het vogeltje.

logo_sofitel

PARFUM ALS KUNST, MAAR NIET ZOALS HET ZOU MOETEN

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 25, 2017
Geplaatst in: MOET JE ECHT RUIKEN, OPVALLEND PARFUMNIEUWS, PARFUM IN DE MEDIA, TRENDS TOEGELICHT. Een reactie plaatsen

ELKE WARE KLASSIEKER IS EEN EXPOSITIE WAARD

Wat is dat toch, hoe komt dat toch? Plaats je parfum in een galerie- en moderne kunstsetting dan kan het bijna altijd rekenen op serieuze media-aandacht in de categorie kunst en cultuur. Nooit in pertinente onzin of hijgerige aanstellerij. Terwijl je in dezelfde mainstream media nevernooitniet leest waarom een bepaald parfum in aanmerking zou moeten komen voor dit predikaat, dat parfum op één lijn wordt gesteld met de andere grote kunsten. Men neme bijvoorbeeld Mitsouko van Guerlain.

mitsouko-guerlainWaarom niet? Te commercieel? Veel merken zijn inderdaad onderdeel van multinationals met een bijna dictatoriaal pr-offensief. Wat ook een serieuze benadering in de wegstaat: de aanhoudende absurde stroom van pruttelprutterdeprutparfums. Maar wat dan nog? Alsof dat bijvoorbeeld ook niet voor uitgeverijen geldt. Die verdienen over het algemeen niet aan hun sterauteurs (niche), wel aan prietelatuur (biografieën en levensdocumenten van en over wel of niet terecht bekende figuren).

Jammer, want hierdoor ontneem je veel mensen de mogelijkheid kennis te maken met olfactorische meesterwerken die hun leven – kunnen – verrijken. Bijvoorbeeld: Cuir de Russie (1924) van Chanel, Nuit de Longchamp (1934) van Lubin, Bandit (1944) van Robert Piguet, Snob (1952) van Le Galion, Habit Rouge (1964) van Guerlain, Private Collection (1973) van Estée Lauder, Kouros (1981) van Yves Saint Laurent, L’Eau D’Issey (1992) van Issey Miyake, Ce Soir ou Jamais (1999) van Annick Goutal, Oud Osmanthus (2011) van Mona di Orio. Als je dit goed onder woorden kan brengen zonder in clichés – ‘de Nachtwacht onder de parfums’ – zonder in moeilijkdoenerig ‘incrowd’-schrijverij te vervallen, dan bewijs je het parfum als kunst een dienst.

Velen zien in Chandler Burr een vertegenwoordiger in deze. Ik niet. Ik kwam in ieder geval niet door zijn The Emperor of Scent (2002) en zijn boek over de geschiedenis van Diorparfums (2014) heen. En dit is niet ingegeven door een ‘jalousie du métier’-gevoel. Ook populair in de parfum-is-kunst-promotie: Luc Turin. Ook nee voor mij. De reden: hij omschreef de geuren van Mona di Orio ooit als ‘hilariously bad’. Ik dacht toen – en nog steeds – laat maar.

Nee, dan parfum als kunst opgevat door journalisten. Recent: ‘Frans-Belgische geurkunstenaar maakt lijkaroma van voor NTGent’. Stond in het FD Persoonlijk en de Belgische bladen. Meest recent: ‘Dollarparfum als kunstproject’. Kon je onder meer lezen in The Wallstreet Journal en de Volkskrant.

De eerste was naar aanleiding van een bericht in de krant dat een Zwitser meer dan twee jaar dood in zijn appartement lag. Terzijde: er zijn mensen die langer levenloos in hun huis hebben gelegen, zelfs gezeten. Aanleiding in ieder geval voor NTGent er een toneelstuk aan te wijden – hoe postmodern en incrowd politiek kunstcorrect (zie foto hieronder). Titel: Kroniek, of een man ligt dood in zijn appartement sinds 28 maanden. Waar zou dat nu symbool voor staan?

ntgent

Om de toeschouwer nog meer in de voorstelling te trekken werd parfumeur Louison Gracjar – “Ik herinner me de geur van mijn stervende vader nog” – gevraagd een lijkgeur te ontwikkelen. Wel jammer dat dit doodparfum bescheiden werd gedoseerd, want het was niet de bedoeling het publiek te provoceren. Waarom niet? Daar is moderne kunst toch voor? Gracjar: “Op de première heb ik de reactie van het publiek gezien. Het was oprecht verbaasd, er is één persoon naar buiten gelopen om in de gang over te geven.”

Zijn inspiratie: een dood konijn op het platteland, wekenlang rottende etensresten in een vuilnisbak. Elk lijk ruikt natuurlijk anders, heeft te maken met zijn ‘voorhene’ lifestyle. Michel Christen – het Zwitserse liglijk in kwestie – was een overmatig drinker met levercirrose en keelkanker. Een bevriend lijkschouwer analyseerde de hierdoor ontstane unieke geur die door Gracjar werd vertaald in moleculen. Geurgruwelen in plaats van geurgenieten is het doel. Tja.

mike-bouchet‘Dollar als kunstproject’ is een idee van de Amerikaanse kunstenaar Mike Bouchet. In samenwerking met Symrise ontwikkelde hij een geur gebaseerd op gebruikte dollarbiljetten die in een New Yorkse galerie werd onthuld. Naam van de geur Tender – betekent zowel teder als geld. Prijs $ 75.000. De koper krijgt hiermee het recht om de geur te produceren inclusief gratis ‘een onbeperkt aantal vullingen van een spuitflacon om Tender volop te kunnen verspreiden’.

Wat kleeft er allemaal aan een dollarbiljet? In schone, ongeschonden vorm ruik je inkt, katoen en zeep ontdekte Bouchet. Wanneer het biljet vervolgens van hand tot hand gaat komt daar vervolgens bij: de geur van zweet, leren portemonnees, metalen kassalades en ook van hooi, kaas en boter. En natuurlijk uitwerpselen ‘wat erop duidt dat mensen hun handen niet wassen’. Waarop Bouchet hoopte, kleefde niet aan deze dollar: cocaïne. Uit onderzoek uit 1997 was namelijk gebleken dat 78 procent van de biljetten in Miami en Chicago hiervan sporen bevatte.

Het zal vast een hele amusante opening zijn geweest in de Malborough Chelsea galerie, maar het idee (gelijk Tender) is net zo gehuld in clichés als geuren uit de reguliere parfumerie. In plaats van hoop, liefde, verlangen, geilheid, zon, zomer en romantiek (dus verondersteld aangenaam) is het hier dood en verderf (dus verondersteld vies en goor) waarmee gespeeld wordt.

Het kan ook anders. Heeft mijn alter ego Le Bienaimé bewezen. Hij maakte een paar jaar geleden een geur waarin een denkbeeldig lavendelveld wordt doorkruist door koeien die hier en daar een vlaai achterlaten. Het idee: schoon en vies laten fuseren. Ofwel, pure lavendel vermengd met civet en dierlijke musk. Het is toch grappig: ik liet het resultaat – Lavande qui doit être lavé – een keer ruiken aan een cameraman die bezig was mij te filmen voor een documentaire over Geurengoeroe. Zijn antwoord, uitgesproken vol hunkering: ‘Thuis!’ Hij was opgegroeid op de boerderij.

blue-and-green-music-georgia-okeeffeAnyway, bovengenoemde arti-farty kunstparfums doen mij verlangen naar een goed verhaal van, een expositie over bijvoorbeeld Guerlains Mitsouko (1919). Naast uitleg over de revolutionaire compositie en de inspiratiebron van Jacques Guerlain (foto onder) – de roman La Bataille van Claude Farrière uit 1909 – ook de interessante storytelling van fanatieke gebruikers – Jean Harlow, Marlene Dietrich, Ingrid Bergman, Charlie Chaplin, Sergei Diaghilev (van Les Ballets Russes). Plus de vraag wat een parfum nu erotisch maakt.

Omring Mitsouko met schilderijen die in hetzelfde jaar ontstonden – The Boy van Amedeo Clemente Modigliani, Blue and Green Music van Georgia O’Keeffe (zie afbeelding), La Ville van Ferdinand Léger, Nymphéas van Claude Monet, Marchesa Casati van August John.

Toon films uit dat jaar: Broken Blossoms van D.W. Griffith, Daddy-Long-Legs van Marschall Neilan, His Majesty the American van Douglas Fairbanks, The Oyster Princess van Ernest Lubitsch. Etaleer beroemde boeken in 1919 gepubliceerd: Demian van Hermann Hesse, Night and Day van Virginia Woolf, The Moon and Sixpence van W. Somerset Maughan en La Symphonie Pastorale van André Gide.

En ondertussen ruiken aan het olfactorische meesterwerk. Dan zal de voorheen onwetende bezoekers duidelijk worden dat Mitsouko op één lijn gesteld kan worden met deze kunstwerken. Dat dit parfum ingelijst ook niet misstaat boven de driezits. Misschien ga ik het doen: nog twee jaar de tijd voor het honderd jaar geleden is dat deze klassieker in de parfumerie van Guerlain verscheen.

ERIK ZWAGA GEURENGOEROE JACQUES GUERLAIN

GLOVE DEO BAST

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 23, 2017
Geplaatst in: ACHTERGROND, OPVALLEND PARFUMNIEUWS, TRENDANALYSE. Een reactie plaatsen

EEN OUD GEBRUIK OPNIEUW GEÏNTERPRETEERD

Lang, lang geleden – we’re talking 17th century – werden leren handschoenen, ‘jassen’ (bestonden toen nog niet als kledingstuk qua naam) en tassen ingewreven of besprenkeld met welriekende oliën om de looigeur (denk stinkbom) ervan te maskeren. Dit gebruik wordt nu weer opgepikt door Bast. Alleen iets anders dan Geurengoeroe had gehoopt

glove-deo-blastZweetvoeten… je moet ervan houden. Meer mensen dan je vermoedt by the way. Ik dacht altijd dat het een kwestie was van te weinig ventilatie in je schoeisel – en dat betekent vaak schoeisel van povere kwaliteit in combinatie met te dikke sokken waarin/waarop je te lang hebt rondgelopen. Koop je kwaliteit dan heb je daar nauwelijks last van – goede schoenen ademen namelijk. En dat op steeds ingenieuzere wijze. Er zijn zelfs merken die zich erop laten voorstaan – zoals Geox. En voor de betere sportmerken – Nike, Adidas, Puma – is het inmiddels ook vanzelfsprekend.

Hebben je voeten de neiging snel vervelende luchtjes te ontwikkelen, mij is geleerd om die na het wassen lichtjes te drogen en daarna te besprenkelen met good old talkpoeder. Ik doe het nog steeds altijd braaf. Werkt direct verkoelend, werkt anti-bacterieel en gaat schimmel tegen waardoor huidirritaties niet of minder tot ontwikkeling kunnen komen. Ooit ook gemeengoed bij de grote parfummerken, nu slechts standaard geleverd door de klassieke huizen – Chanel, Guerlain. Met aan de andere kant van het spectrum Yardley en Maja. Toch wat aantrekkelijker dan de klassieke Geurvreters…

Zweethanden… moet je ook van houden, maar kun je volgens mij niet echt als hinderlijk ervaren en het is zo gepiept. Kwestie van handen wassen. Maar wat wel kan gebeuren – tis gewoon verschrikkelijk! – is dat je handschoenen hetzelfde zweeteffect kunnen veroorzaken als schoenen. En heb je geen zin om die te wassen of naar de stomerij te brengen, dan is er Glove Deo van Bast. Wat doet het? U raadde waarschijnlijk al wat het persbericht beweert: ‘Absorbeert en verwijdert onaangename geuren. Werkt in handschoenen, schoenen en sportgerei’. De laatste twee opties vind ik jammer, want een deo alléén voor je handschoenen is eigenlijk best wel chic.

ERIK ZWAGA GEURENGOEROE MADAME RIVIERE INGRESHangt er natuurlijk wel vanaf wélke handschoenen. Ik dacht niet aan die tegen de kou, maar wel aan ‘gants’ die vrouwen ooit droegen als accessoire bij bezoek aan theater en opera. Zoals op het portret hiernaast van Mademoiselle Caroline Rivière geschilderd door Jean Auguste Dominique Ingres in 1806 (te bewonderen in het Louvre). Is een beetje uit de mode geraakt, maar gaat – mark my words – weer een ‘must wear’ worden; must be a must wear! Ze zijn meestal- ach gossie – gemaakt van het dunste hertenleer. Denk Bambi.

Glove Deo ruikt een beetje onbestemd. Een mix van iets bloemigs, talk en musk-achtige noten. Had wel wat uitgesprokener gemogen. Waarom niet oranjebloesem genomen? Dan had Bast direct de link gelegd met de oorsprong van leerbewerking in Grasse (waaronder handschoenen) die was daar gevestigd vóór dit gebied rondom dit (toen nog) dorpje de hoofdstad van de parfumindustrie werd.

Sterker, juist om het leer te ontdoen van zijn stank werd het ingewreven met welriekende oliën. Onder andere met neroli (gedestilleerd uit oranjebloesem). Neroli was het koosnaampje van Anna Maria de la Trémouïlle (exacte data niet te vinden), vrouw van Flavio Orsini (idem), hertog van Bracciano en vorst van Nerola (in de buurt van Rome). Deze prinses vertoefde in de 17de eeuw veel aan het hof van een ver familielid van haar, Lodewijk XIII van Frankrijk. Zij introduceerde er in 1670, zo wil het verhaal, oranjebloesemwater dat haar werd opgestuurd uit Calabrië. Zij besprenkelde zichzelf, haar kleren en handschoenen met deze verkwikkende cologne-noot die op aangename wijze de looigeur van het leer maskeerde. Na verloop van tijd ging ‘iedereen’ deze geur neroli (van Nerola dus) noemen. Vandaar.

En nu uitkijken naar de eerste actrice die op de rode loper op weg naar een te ontvangen prijs verraadt dat alleen haar handschoenen ruiken naar een speciaal voor haar ontworpen geur. Voor je het weet presenteren Dior, Guerlain, Chanel en al die anderen een nieuwe variatie op hun favoriete geuren: J’adore mes Gants!

geurvreters

 

 

VETIVER EXTRÊME GUERLAIN

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 6, 2017
Geplaatst in: GEURENALFABET V. Een reactie plaatsen

WAT MAAKT EEN VETIVER GUERLAIN?

Jaar van lancering: 2007

Laatst aangepast: 06/01/17

Neus: Thierry Wasser?

vetiver-extreme-guerlain-flaconMij was de lancering ontgaan en Guerlain deed er volgens mij in 2007 pr-technisch niet veel aan. Daarnaast had ik een soort van desinteresse vanwege de 2000-versie van de in 1959 gelanceerde Vetiver. Volgens Guerlain was er bij deze millenniumswitch alleen sprake van een visuele verandering – de compositie bleef ongedeerd. Heb ik nooit geloofd en geloof het nog steeds niet. De vintage Vetiver zit in mijn geheugen gegrift – het was naast Jicky (1889) mijn tweede kennismaking met een Guerlain.

Ik vergeet het moment nooit: Parijs als tussenstop tijdens een liftvakantie met een vriend naar ‘la douce sud’ de la France. De zomer was nog niet op zijn hoogtepunt, maar had al wel die lichte, aangename door de wind aangeblazen zwoelte die tot stilstand kwam op het warme grind van Jardin des Tuileries. Hier opende ik de bij aan de Champs-Elysées gekochte Vetiver om de geur dieper op me te laten inwerken en die reeds als een wolk (afkomstig van de tester) om me heen hing.

Dieper laten inwerken… is niet goed omschreven want dat deed ik als beginner op de geurenmarkt toen nog helemaal niet. Het was wel mijn verbazing dat een geur zoveel met je kan doen. Naast de vraag van ‘hoe is het toch mogelijk dat een parfumeur dat kan’, was het gewoon ‘dolce far niente’ geurgenieten. Dat heen en weer golven van frisse en zwoele houtachtige noten – zo harmonieus. Dat ‘de zon’ zowel warmte als frisheid kan leveren met een uiterst tevreden gemoed als resultaat.

WAT VÉTIVER EXTRÊME IK EIGENLIJK?

Al deze gevoelens komen dus níet naar boven met Vetiver Extrême terwijl dat toch de bedoeling zou moeten zijn. Wat schrijf ik? Extremer dus. Meer extreme frisheid, meer extreme zwoelte, meer extreem hout. Dit zijn de ingrediënten: citroen, bergamot, drop-zoethoutakkoord, dragon, peper, nootmuskaat, wierook, cederhout, tonkaboon en – we zouden het bijna vergeten – vetiver. Het effect: geen extreme versie van vintage Vetiver maar een compositie aangepast aan de ‘smaak van de dag’. Killer, koeler en warm op een andere manier.

Killer en koeler: dat merk je vooral aan de groene ‘tuinkruidige’ opening met ozoneffect. Daar voor lijken de ingrediënten niet geplukt in een zomerse tuin, maar in zo’n met landbouwplastic overdekte lopende band-kruidenkwekerij (waarvan de bieslook ook altijd zo nikseg smaakt). Deze ozonnoot én het zoethout (gourmand… doet daarom vermoeden dat Thierry Wasser dus neus is) zijn een ‘kniebuiging’ naar de nieuwe generatie, naar de nieuwe smaak met als doel (denk je dan maar): Vetiver aangenamer/makkelijker maken. Tabak (kenmerkend voor de klassieke versie) is dan te old school.

Opvallend: nadat je de verschillen zo duidelijk hebt geroken, en de ‘teleurstelling’ – alles in zijn proporties blijven zien – hebt verwerkt, zorgt de basis ervoor dat een vetiver verschijnt die toch krachtig – en aangenaam – is door het te flankeren met veel strak cederhout en rokerig wierook. Hierdoor krijg je een wel andere vetivergeur. Strakker, ‘vierkanter’ en stoerder zonder de, ik zou het Franse verfijning willen noemen. Dus korter door de bocht, eerder thuis. Not my kind of vetiver. Ook vreemd: een dergelijke mass market-kijk op vetiver juist op het moment dat diverse nieuwe nichehuizen met hun eigen vetivers komen en oude concurrenten hun vetivers opnieuw in de etalage zetten. Dan verwacht je van Guerlain… (vul zelf in).

ERIK ZWAGA GEURENGOEROE VETIVER GUERLAIN 1

MARQUIS DE SADE ATTAQUER LE SOLEIL ELO

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 2, 2017
Geplaatst in: GEURENALFABET A, NICHE. Een reactie plaatsen

ZONSVERDUISTERING

Jaar van lancering: 2016

Laatst aangepast: 02/01/17

Neus: Quentin Bisch

Concept & realisatie: Etienne de Swardt

marquis-de-sade-attaquer-le-soleil-elo-2Volgens mij een van de merkwaardigste dingen die je als mens kan overkomen – ik hoop het ooit mee te maken. Alleen heb je er meestal geen weet van, gebeurt meestal wanneer je het tijdelijke met het eeuwige verwisselt: dat je familienaam een wereldwijd begrip wordt. Het kan staan voor een techniek. Zoals silhouette, genoemd naar Étienne de Silhouette (1709–67). Voor een scherp flitsend maar niet zo prettig levenseinde met de guillotine, genoemd naar Joseph-Ignace Guillotin (1738-1814). En bijvoorbeeld voor een levensbeschouwing, zoals sadisme. Vernoemd naar Donatien Alphonse François de Sade (1740–1814).

Hij was van adel: een markies. De ruïnes van het kasteel waar hij heeft gewoond bevindt zich in de gemeente Lacoste (Vaucluse Frankrijk). En hoewel het begrip sadisme vaak in de verkeerde context wordt gebruikt – de meeste mensen weten wat het betekent, maar niet waar het vandaan komt – moet de invloed van De Sade niet onderschat worden: hij heeft de geschiedenis van en de kijk op literatuur en kunst volledig veranderd.

Eerst als ondergronds schrijver, later als levende legende. In zijn werken zet hij een aantal vast geslipte ideeën totaal op zijn kop, verlegt en tart hij maatschappelijke afgesproken grenzen en conventies door vragen te stellen over verhoudingen, buitensporigheden, schoonheid v/s lelijkheid en het ‘sublieme’. Vond de gevestigde orde toen en ook nu nog niet prettig omdat hij hiermee al onze religieuze, ideologische, morele en sociale vooronderstellingen liet kantelen. En dat is dus heel wat meer dan ‘wat een sadist’.

Etat Libre Orange eert de De Sade met een geur. De tweede keer dat hem deze ‘eer’ te beurt valt (de eerste keer was in 2004 met 1704 van Histoires des Parfums). Naam: Attaquer Le Soleil. Was ook – toeval of niet – de naam van een tijdelijke tentoonstelling (in 2014) in het Musée d’Orsay (Parijs) waarin zijn ‘ontaarde’ en ‘decadente’ filosofie aan de hand van werken van Goya, Géricault, Ingres, Rops, Rodin en Picasso eigenlijk helemaal niet zo vreemd en onbekend blijkt te zijn in ons denken als verondersteld.

De naam is goed getroffen: De Sade werpt met zijn desoriënterende en disruptieve blik een dikke deken over het westerse vrijheidsdenken van de Verlichting, laat de zon verdwijnen. Wat resteert: de mens zoals hij in werkelijkheid is. Vul al je geheime, gevaarlijke en maatschappelijk niet conforme gedachten maar in die je meestal voor jezelf houdt om je familie, vrienden en familie niet de stuipen op het lijf te jagen.

Dat het leven van markies de Sade nog steeds tot de verbeelding spreekt, blijkt wel uit de hilarische aflevering The Portrait uit de Engelse comedyserie Let them eat Cake.

HOE ATTAKEER IK DE ZON EIGENLIJK?

CISTUS LABDANUMDe compositie voldoet helemaal waaraan een nichegeur van nu volgens mij moet voldoen: krachtig, present, donker met een viezig randje en niet al te veel crowd pleasing. Met cistus labdanum (tekening) als hoofdrolspeler. Ik weet niet of het toedoet, maar de neus, Quentin Bisch, deinsde altijd terug voor het gebruik van deze hars.

Gebruikte hij het al, dan verborg hij dit aardse, ‘muskindentieke’ ingrediënt onder lagen van vanille en amber. Nu doet hij het tegenovergestelde. Hiervoor gebruikte hij een door Givaudan geleverd extract dat niet alleen de hars, maar ook de bloemetjes, de bladeren en de takken die hij zowel in de opening, hart en drydown verwerkt.

Het effect: eerst een groene, bijna dennenharsfrisse explosie met kruidige accenten die geleidelijk bruiner en balsamachtiger wordt zonder mooi en elegant te willen zijn. Als ik niet van tevoren niet geweten had dat het een ‘meervoudige’ cistum labdanum betrof, dan had ik naast de hars ook komijn, vetiver, leer, wierook en musk als ingrediënten vermeld. Want die meen ik ook te ruiken. Want Attaquer Le Soleil heeft zowel iets zweterigs (komijn), donkergroen houtachtigs (vetiver), stroefs (leer), rokerigs (wierook) en viezigs (musk). Goed gedaan, maar ik kan me heel goed indenken dat mensen de geur te intens, te somber en ‘te basis’ vinden. Maar dat is dus de bedoeling.

En als Attaquer Le Soleil langer op de huid zit, valt het allemaal nogal mee, dan valt op dat groene, hout-hooiachtige noten goed in balans zijn met het ‘overrompelende’ donkere effect. Alleen: je moet ervan houden. Wat ik prijzenwaardigs vind: ELO is niet in de verleiding gekomen om dé moneymaker in de parfumerie, oudh, als donkere speler als ‘zonsverduistering’ te gebruiken. Met een beetje fantasie kun je deze kijk op cistus labdanum als alternatief oudh zien. Want het heftige effect is er niet minder om.

marquis-de-sade-attaquer-le-soleil-elo-1

Berichtennavigatie

← Oudere inzendingen
Nieuwere berichten →
  • Meest recente berichten

    • THE SWAN BOTANICEA 
    • ISOLA VERDE ROJA LONDON
    • NUDO MORPH
    • LUCI ED OMBRE MASQUE MILANO
    • Ô DE LANCÔME 
    • LAURETTA DANNY SUPRIME
    • BALENCIAGA 2025
    • CLUBS OF IRIS RÊVERIE RÉGALIEN 
    • EIGEN GEUR(EN) EERST?
    • COMÈTE CHANEL
  • Archief

  • Categorieën

    • AANBIEDINGENBAK
    • ACHTERGROND
    • CELEB FRAGRANCES
    • ECO
    • EDUCATIE
    • ENTERTAINMENET
    • ENTERTAINMENT
    • GEUR IN DE MEDIA
    • GEURENALFABET A
    • GEURENALFABET B
    • GEURENALFABET C
    • GEURENALFABET CIJFERS
    • GEURENALFABET D
    • GEURENALFABET E
    • GEURENALFABET F
    • GEURENALFABET G
    • GEURENALFABET H
    • GEURENALFABET I
    • GEURENALFABET J
    • GEURENALFABET K
    • GEURENALFABET L
    • GEURENALFABET M
    • GEURENALFABET N
    • GEURENALFABET O
    • GEURENALFABET P
    • GEURENALFABET Q
    • GEURENALFABET R
    • GEURENALFABET S
    • GEURENALFABET T
    • GEURENALFABET U
    • GEURENALFABET V
    • GEURENALFABET W
    • GEURENALFABET X
    • GEURENALFABET Y
    • GEURENALFABET Z
    • IL GIARDINO PROFUMATO
    • IN MEMORIAN
    • INTERESSANTE EN TIJDLOZE COLUMNS VAN ERIK ZWAGA 2005
    • KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • KLASSIEKERS IN DE AANBIEDINGENBAK
    • KLASSIEKERS OPNIEUW GEROKEN
    • KLASSIEKERS VAN DE TOEKOMST
    • LIMITED EDITION
    • MASSNICHE
    • MASSTIGE
    • MOET JE ECHT RUIKEN
    • NEO NICHE
    • NICHE
    • NICHE IN DE PARFUMERIEKETEN
    • NIEUW! NIEUW! NIEUW!
    • NIEUWE KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • NOSE JOB: PERFUMERS THAT MATTER(ED)
    • OPVALLEND PARFUMNIEUWS
    • OUDE FILMS MET PARFUMINFO
    • PARFUM = PARFUN
    • PARFUM IN DE MEDIA
    • PIEDESTAL POUR DES PARFUMS
    • PORTET
    • PORTRET
    • TAX FREE
    • TRENDANALYSE
    • TRENDS TOEGELICHT
    • Uncategorized
    • VINTAGE
    • WAT RUIK IK EIGENLIJK?
    • ZOU VERBODEN MOETEN WORDEN OF NIET?
  • Meta

    • Account maken
    • Inloggen
    • Berichten feed
    • Reacties feed
    • WordPress.com
Blog op WordPress.com.
GEURENGOEROE
Blog op WordPress.com.
  • Abonneren Geabonneerd
    • GEURENGOEROE
    • Voeg je bij 125 andere abonnees
    • Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.
    • GEURENGOEROE
    • Abonneren Geabonneerd
    • Aanmelden
    • Inloggen
    • Deze inhoud rapporteren
    • Site in de Reader weergeven
    • Beheer abonnementen
    • Deze balk inklappen

Reacties laden....