GEURENGOEROE

P.O.P: POPE OF PERFUMES

  • Home

MOUSSE DE CHÊNE 30 LE LABO

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 13, 2017
Geplaatst in: Uncategorized. Een reactie plaatsen

BASISINGREDIËNT ‘KLASSIEK-PROGRESSIEF’ GEÏNTERPRETEERD

CITY EXCLUSIVE IN HERFSTTEMMING

Jaar van lancering: 2017

Laatst aangepast: 13/12/17

Neus: Daphnée Bugey

VONDELPARKMousse de Chêne bereikte mijn geuratelier diep verborgen in de provincie juist op het moment dat ik een klankbord nodig had. In die zin van: hoe een ruikt chypre anno nu eigenlijk? Werd me geleverd door een journalist van Het Parool die me ging interviewen naar aanleiding van geuren waarin wordt geprobeerd Amsterdam op te roepen (waarover een andere keer meer). Ik had dus behoefte aan een dergelijk geuranker omdat eikenmos/chypre herontdekt is door de masstigesector. De nomenclatura: neo-chypre. Calvin Kleins Deep Euphoria uit 2016 werd als zodanig geafficheerd (niet mee eens). Geldt ook voor de nieuwe geuren Roberto Cavalli, Chloé (waarover een andere keer meer) en nog een paar die ik ben vergeten.

Helemaal nieuw is het natuurlijk niet de roze chypres in aanmerking nemende die, na het verbod op te veel eikenmos in geuren, het oude chypre-gevoel opnieuw probeerden op te roepen met veelal nadruk op patchoeli en vanille. Generatie 2.0 kiest niet voor eikenmos maar voor mos. Een brede omschrijving waarachter je heel wat groene, bosachtige geurmoleculen kunt rangschikken.

MOUSSE DE CHENE LE LABO

Mousse de Chêne 30 heet ‘de langverwachte’ City Exclusive van Le Labo voor Amsterdam waarmee de hoofdstad olfactorisch wordt geëerd. En daar alleen te koop. Tubereuse 40 (2006) alleen in New York, Aldehyde 44 (2006) in Dallas, Vanille 44 (2007) in Paris), Poivre 23 (2008) in Londen, Musc 25 (2008) in Los Angeles, Gaiac 10 (2008) in Tokio, Baie Rose 26 (2010) in Chicago, Limette 37 (2013) in San Francisco, Cuir 28 (2013) in Dubai en Benjoin 19 (2013) in Moskou. Maar ik ken een ingewijde die verschillende uit de collectie vanachter haar laptop ‘vanuit ons landje achter de dijken’ heeft weten te kopen.

WAT DE MOUSSE DE CHÊNE 30 IK EIGENLIJK?

30 slaat dus op het aantal ingrediënten dat Daphnée Bugey heeft gebruikt om Mousse de Chêne 30 te laten ruiken zoals die nu ruikt. Zeven vermeldt ze. Mijn eerste indruk bijna een week geleden: ‘Begint wat braaf, eerst fris en groen, maar is toch donkerder dan verwacht. Als een soort schaduw van de boom, met wat peper erachter. Eerder het Amsterdamse bos, dan de stad. Maar wel interessant’. Bijna een week later: een schaduw van een bos met de kanttekening dat – positief – de peper aangenaam in de weer blijft om het ontbreken van echte het eikenmos te maskeren/compenseren. Negatief: de compositie blijft eenzijdig, een beetje aan de kale, koele kant. Merkwaardiger – of is het logischer? – doet denken aan Escentric Moleucules doordat één basisingrediënt onopgesmukt in al zijn ‘kaalheid’ wordt gepresenteerd.

Nog een keer: na een frisse flits ruik je iets dat doet denken aan bos, bladeren – wordt steeds sterker tot het moment waarop het echte mos en de echte patchoeli lijken op te gaan in hun synthetische gelijkgestemden: ‘kristalmos’ en blank hout. Het gevolg: het mos, het hout wordt niet echt warm, begint niet echt te smeulen. Ondanks de toegevoegde kaneel. En dit komt niet alleen door de peper. Zal me niets verbazen als er ook een ietsiepietsie calone (of andere watermolecuul) en minerale noot in de compositie zit (en zelfs wat coumarine, want het hout heeft ook iets hooiachtigs).

EIKENMOSEn van dat koel-cleane, houtachtige daar houden heel veel mensen van. En dat kun je, als je wilt, koppelen aan Amsterdam: het Vondelpak tijdens herfstachtige dagen, regendruppels kletsend in je gezicht terwijl je erdoor wandelt, rent, fietst. Maar ook aan New York, aan Dallas, en aan alle steden in een herfstachtige stemming vereerd met een City Exclusive.

Wat ik mis, en dit is ten onrechte, want de geur heet niet voor niets Mousse de Chêne 30, maar toch: een bloemenlaag. Die doet het altijd zo goed op een basis van eikenmos, die gaan daardoor leven, groeien en bloeien met een ‘echt parfum’-gevoel als resultaat. Dat ervaar je bloemenbeautifulmooi in Grossmiths Golden Chypre (2012) die qua prijs op hetzelfde niveau ligt, tenminste ik meen me te herinneren dat ik daarvoor toen € 315.00 betaalde (50ml). Achterafgezien te veel: voor hetzelfde geld meng je een aantal goedkopere op (eiken)mos gebaseerde geuren tot je Chypre Privé.

MOUSSE DE CHENE LE LABO 2

PACIFIC ROCK MOSS GOLDFIELD & BANKS

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 10, 2017
Geplaatst in: GEURENALFABET R, NICHE. Een reactie plaatsen

AUSTRALIË ALS LIFESTYLE, BELEVENIS

DOWN UNDER COOL WATER

Jaar van lancering: 2016

Laatst aangepast: 10/12/17

Neus: Francois Merle-Baudoin

Concept & realisatie: Dimitri Weber

PACIFIC ROCKSKomt storytelling inmiddels je neusgaten nog niet uit en heb je ‘ondanks alles’ op je vaste schijf daarboven nog wat ruimte voor een nieuw olfactorisch narratief uit die andere nieuwe wereld? Verdiep je dan in Goldfield & Banks. Alles klopt.

Marketing- en lifesyletechnisch dan. Want: weer eens wat anders. Wat? Land van oorsprong. Australië. Het merk heeft (of is het al een huis?), dat dan weer wel, een Frans-Vlaamse link. Dimitri Weber, die ik nog ken van parfumintroducties voor onder meer Cartier en Tom Ford. Maar zoals blijkt werkte hij (wist ik niet) ook ooit ‘onder’ Chantal Roos – de vrouw verantwoordelijk voor de ongekende successen van Yves Saint Laurent, Jean Paul Gaultier en Issey Miyake. Hij emigreerde naar Sydney ontdekte daar the love of his life én de woeste, uitgestrekte natuur en besloot ‘the botanical dream from downunder’ te bottelen en te ‘stylen’ met het koloniale verleden (gold rush, gold diggers) en de daaraan verbonden legendes van het zesde continent.

Zoals de mare dat waar je sandelhout vindt, de grond vol goud zit. De eerste naam was gevonden: Goldfield. Banks refereert aan Joseph Banks, botanist aan boord van kapitein James Cooks HMS Endeavour (1768-1771) die tijdens zijn reizen over de Pacifische wateren op de talloze eilanden duizenden planten catalogiseerde (ook inspiratiebron voor het Argentijnse nichemarkt Fueguia of een van zijn geuren).

Nu nog lokale neuzen die al deze verhalen konden vertalen. Weber zocht contact met Parfumis – een bedrijf met Franse neuzen in Melbourne dat is verbonden aan ABP, de grootste producent in Australië in essentiële oliën. Voor de flaconnage moest Dimitri even terug naar Europa – Pochet et du Courval.

BORONIADit zag ik op www voorbijkomen: ‘During his travels Dimitri came to appreciate some of the 24.000 native species of flora’. Best wel veel. Ik zou bij 24 al geen onderscheid meer kunnen maken. Deze dan wel weer: Australisch sandelhout (Tantalum spitacum) en boronia (Boronia megastigma). Dat is een struik, zie foto, waarvan de bloemetjes een zweem van roos verspreiden en die ‘downunder gay icon’ Kylie Minogue stopte in haar Sweet Darling (2007) samengesteld door de nu-hoofdneus van Guerlain, Thierry Wasser.

WAT PACIFIC ROCK MOSS IK EIGENLIJK?

White Sandalwood, Blue Cypress, Desert Rosewood en Pacific Rock Moss zijn de eerste vier en ik ga ervan uit dat talloze zullen volgen. Zijn inmiddels twee bijgekomen naar ik heb begrepen. Helaas zat in de presskit, tijdens de presentatie in Brussel ontvangen, alleen een flacon van Pacific Rock Moss. Geen proefjes van de andere. Die zitten nog wel in mijn gedachten – met name Desert Rosewood doordat de vergelijking met Shalimar wordt gemaakt – maar kan ik niet uitgebreid toelichten.

Dimitri spreekt niet van top, hart en bodem, maar van sunrise, summit en sunset. Zal wel. De composities veranderen daardoor natuurlijk niet, is meer een ‘sfeerdingetje’. Pacific Rock Moss spray ik al een paar dagen rond. De reden: ik weet niet wat ik ervan moet vinden. De inspiratie: de kust van New South Wales. Dus een marinegeur. Ik hoop dat ik niemand beledig, maar mijn eerste impressie was een mix tussen Davidoffs Cool Water (1988) en Cool Water Woman (1996). En is eigenlijk zo gebleven.

GOLDFIELD & BANKS MOODWant ik ruik een ruige, pittige, kruidige zeefrisheid – opgeroepen met citroen, ‘mos’ en salie – met daaronder een zoete, bloemige onderstroom – ik gok op geranium, maar misschien is het wel boronia – met op de bodem gezonken, ‘verzilt’ cederhout. Aangenaam, maar al zó vaak geroken en vraag me af of je deze geur eigenlijk wel als niche kunt classificeren. Eerder massniche. Doet me denken aan een van de uitgangspunten van Montale: naast de oudhs geuren produceren die ‘copycat’ ruiken naar favoriete toptieners maar dan alleen met hoogwaardiger ingrediënten.

Nog iets: Webers intense onderzoek naar de lokale flora resulteert in Pacific Rock Moss in ieder geval niet tot een geur waarvan je zegt ‘typisch downunder’. Hieruit kun je opmaken dat in welk werelddeel je ook komt de aldaar – in kaart gebrachte – oorspronkelijke vegetatie olfactorisch raakvlakken heeft/niet veel verschilt met de usual suspects. Logisch: de meeste species zijn aan elkaar verwant (zoals Charles Darwin long way back heeft aangetoond).

Goldfield & Banks voldoet in vergelijk met de lokale concurrentie – One Seed, Aromantik, Vetiver & Co, The little Alchemist, Èrlithe – aan wat de moderne lifestyleconsument nu verwacht van een hip & happening label: goed gebekt, lekker gepresenteerd in een smooth stijl die oud en nieuw verbindt.

DIMITRI WEBER

LA COLLECTION BOUCHERON

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 6, 2017
Geplaatst in: GEURENALFABET A, GEURENALFABET I, GEURENALFABET N, GEURENALFABET O, GEURENALFABET T, GEURENALFABET V, NICHE IN DE PARFUMERIEKETEN. Een reactie plaatsen

DE LOKROEP VAN HISTORISCHE STEDEN VERTAALD IN GEUREN

INSTAPNICHE MET NIET VERWACHTE WENDINGEN

Jaar van lancering: 2017

Laatst aangepast: 06/12/17

Neus: wel benieuwd naar

BOUCHERON MOODNiche is mainstream geworden. Alleen moet de mainstreamconsument dit nog ontdekken. Niet zo makkelijk gezien de meeste leveranciers ook doorsneegeuren produceren die verkocht moeten worden. Dat lukt meestal wel als die promotioneel goed ondersteund worden. En dat doen Chanel, Dior, Givenchy, Yves Saint Laurent en Giorgio Armani vooral rondom de feestdagen.

Het gevolg: een merkwaardige spagaat. Want hoe krijg je Jan en Jannie met de Pet zover. “Meneer, of mag ik Jan zeggen, dit is de nieuwe mannengeur van Yves Saint Laurent, Y, maar als u echt de essentie van parfum wilt ervaren, dan raad ik u aan kennis te maken met Le Vestiaire.” Of moet je het als ‘beauty-advisor omdraaien? “Mevrouw, of mag ik Jannie zeggen, dit is de nieuwe van Givenchy, Dahlia Divin Eau de Parfum Nude, maar als u waarlijk de quintessence van parfum wilt ondergaan, dan moet u toch echt L’Atelier de Givenchy proberen!”

BOUCHERON QUATRE ABSOLU DE NUIT.jpgEn voor dit probleem plaatst Boucheron je nu ook. Als een van de laatste mainstream luxe parfumhuizen, presenteerde het dit jaar zijn kijk op niche, terwijl ook Quatre Intense (2016) en Quatre Absolu de Nuit (2017) op de plank staan te pronken. Naam: La Collection. Inspiratie: ‘De erfenis van Boucheron’ en zijn ‘wereldwijde zoektocht naar, jacht op edelstenen’. De namen: Ambre D’Alexandrie, Iris de Syracuse, Néroli d’Ispahan, Oud de Carthage, Tubéreuse de Madras en Vanille de Zanzibar. Leuk om ingrediënten te koppelen aan historisch vergane en bestaande steden met een voor velen nog mysterieus aura. Bekt lekker.

Insiders, kenners zullen niet echt geil worden volgens mij en hebben gelijk als ze ongeroken zich iets bij iedere geur kunnen voorstellen. Heb ik ook. Want Boucheron doet precies wat van mainstream nichecomposities wordt verwacht: klassieke parfumingrediënten in de schijnwerpers plaatsen. Het effect: pure interpretatie van het parfummetier.

Voor insiders wellicht boring, maar voor Jan en Jannie met de Pet toch redelijk nieuw. Die zijn gewend, zonder het wellicht in de gaten te hebben, dat een geur meestal een abstracte compositie is – een samenvloeien van geurmoleculen die je met een beetje geluk in een bepaalde richting sturen. Of als dat niet lukt, een gewoon prettig effect sorteren meestal omschreven als ‘lekker’. Vraagt dus wat extra overredingskracht van verkopers om de charme van deze verfijnde eenvoud uit te leggen.

WAT LA COLLECTION IK EIGENLIJK?

BOUCHERON NEROLI (1)

Néroli d’Ispahan is voor mij het meest modern van het sextet. De neroli knettert je in de opening tegemoet: fris, strak, groen begeleid door ondefinieerbare houttoets en waarvan de algemene frisheid wordt opgestuwd door kardemon, gember en roze peper – het moderne aspect. Lekker! Als deze wolk is opgetrokken resteert een ambrox-basis die voor mij alleen eendimensionaal, te gewoon overkomt; een dergelijke afwerking kenmerkt zoveel doorsneegeuren.

Ambre d’Alexandrie. Minder donker dan de gemiddelde pure ambergeur. Schittert als een door de golven geslepen barnsteen met bruine en gouden kleurschakingen weerkaatst door de zon. Komt door de nadruk op benzoïne en musk. Leveren een poederige sfeer lichtjes ondersteund door vanille en ambergris. Maar zoals met veel ambergeuren gaat ook voor mij Ambre D’Alexandrie richting geurkaars, richting security blanket-gevoel.

Nu zou je verwachten dat Vanille de Zanzibar de laatste niet veel ontloopt. Toch wel dus. Komt door de klassieke oosterse opbouw. Eerst een zuchtje frisse zoetheid geleverd door mandarijn, dan een warme bloemencombi van jasmijn en heliotroop waarin de laatste de leiding neemt en door zijn ‘vanille-eigen’ geur naadloos aansluit bij de vanillebasis die rijk geschakeerd is dus. Dus geen vanille die als Botox de hele compositie gladtrekt en dichtplakt. Niets daarvan. Houtachtige noten in combinatie met tabak zorgen dat de gourmandnoten (honing, karamel) het niet winnen. En daarachter ligt nog een laagje van amber en musk als surprise. Resultaat: een gelaagde vanille.

BOUCHERON OUD (1)

De meest krachtige bijdrage wordt geleverd door Oud de Carthage. Kan niet anders – oud hè! Een naam die bij mij de fantasie prikkelt – ik zie Hannibal op zijn olifant de Alpen oversteken met in zijn bagage een elixer om de Romeinen te verrassen – got yah! Deze oud (niet de echte) zit eerst verborgen in lagen van zoetheid, rokerige pluimen en aardse genoegens.

Maar als de honing en tonkaboon zijn gesmolten en de wierook in lucht is opgegaan resteert een krachtige oud. Niet in zijn pure, overrompelende vorm maar eerder zacht (door leer) en aards-sensueel door een flinke injectie cistus labdanum. Langer op de huid lijken de zoetige noten terug te komen als een zachte poederwolk terwijl het oud op de achtergrond zijn houtachtige nuances blijft verspreiden.

Het is de bekend dat de iris via zijn gedroogde, gefermenteerde wortels zijn stoffige, poederige parfum verspreidt. In Iris de Syracuse zou je bijna denken dat het de bloemen zijn. De kenmerkende noot is er zeker alleen lijkt die beplakt met florale toetsen. De frisfruitige noot van mandarijn en peer ontgaan me een beetje omdat mijn neus meer is gefascineerd door de (zwarte) peper. Die versterkt op de een of andere manier de aardsheid van de iris. Interessant en verrassend. En die peper zorgt er tevens voor dat de witte musk niet afglijdt naar… witte musk. Geeft een stoere, masculiene verfijning.

BOUCHERON TUBEREUSEDe lady- en mannenkiller onder de bloemen doet in Tubéreuse de Madras recht aan haar status. Vol, boterachtig, smeuïg. Oranjebloesem garandeert dat de tuberoos niet zwicht onder haar eigen overrompelende gewicht, geeft een ‘open lucht’-idee aan het geheel van de compositie.

Originele toevoeging: passievrucht. Dompelt deze witte bloemeneuforie onder in een subtropische stemming zonder dat het plat, makkelijk en te girly wordt (denk aan de zonnige exotische uitstapjes van de Escada-geuren waarvan ik trouwens altijd de funfactor waardeer).

Eindindruk: ik moet mijn vooringenomenheid een beetje terugnemen door de onverwachte wending die sommige geuren nemen, met name in Iris de Syracuse, Tubéreuse de Madras en de opening van Néroli d’Ispahan. Ja, van een opening alleen al kan ik blij worden.

La Collection Boucheron kun je op één lijn stellen met L’Atelier de Givenchy en Yves Saint Laurents Le Vestiaire. En dat is waarschijnlijk ook de bedoeling want dezelfde doelgroep indachtig.

En dat de kwaliteit goed is wordt bewezen door het feit dat je deze geuren goed met elkaar kunt layeren. Hou het in dit geval simpel, beperk je tot twee in het begin. Mooie dingen zullen dan gebeuren. En dat brengt met tot de conclusie dat je de hele collectie eigenlijk in een keer moet kopen of geschonken moet krijgen.

I know, tikt aardig aan, maar dan kun je op zijn minst een jaar op ontdekkingsreis en ervaren hoe geuren op elkaar inwerken en wat ze met je doen. Kun je de steden die nog op je bucket list staan – Alexandrië, Chennai (Madras), Isfashan, Syracuse, Zanzibar – gewoon doorstrepen. Niet meer nodig. Moeder Natuur zal je dankbaar zijn.

BOUCHERON MOOD 2

ENDLESS NIGHT PLAYBOY

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op november 26, 2017
Geplaatst in: GEURENALFABET E. Een reactie plaatsen

ISO E SUPER 4 HIM, IETS MINDER 4 HER

NIGHTPROOF DUO

Jaar van lancering: 2017

Laatst aangepast: 26/11/17

Neus: ‘wereldwijd bekende parfumeurs’

Koning Konijn is dood. 27 september jongstleden overleden. Ik dacht dat Hugh Hefner door zijn strenge Viagra-dieet eeuwig zou kunnen ronddolen op de ‘green, green pastures’ van zijn Playboy Mansion met konijntjes en kippetjes all around. Vraag me af of hij postuum nog een extra laag over zijn graf zal krijgen van #me too-aanklachten.

Ik heb hem altijd bewonderd. En niet alleen omdat hij ‘voor ons’ seks uit het preutse verdomhoekje heeft gehaald en het leuke excuus dat je zijn magazine alleen voor de diepzinnige interviews kocht. De spreads waren bijzaak. Zag je toevallig tijdens het snel doorbladeren op zoek naar… Maar ook omdat hij vond dat ‘cheeky’ plezier maken en feest vieren vooral een kwestie van smaak en etiquette is.

Het is zijn dochter Christy geweest die het Playboy-imperium heeft voorbereid op het digitale tijdperk en het bunny-logo op heel veel merchandise liet drukken – ik heb een zwarte boxershort en dobbelstenen. En ook op inmiddels meer dan 20 geuren die – jammer genoeg – in het middensegment vallen. Jammer, een exclusief Playboyparfum helemaal inhakend op het ‘vintage-leven’ van de jaren vijftig en zestig-versierder kan ik me ook als geloofwaardig product voorstellen.

HEFNER GROWNZijn ‘afscheidsgeuren’ heten Endless Night. Kun je wel ‘een soort van’ symboliek in zien. Iets anders: ook naam van het voor mij beste boek van Agatha Christie. En nu dwalen we helemaal even af. The Queen of Crime had haar Endless Night (gepubliceerd 1967) gebaseerd op William Blake’s Auguries of Innocence (Voorwendsels van Onschuld) uit 1863 en had zijn dochter deze strofe uit het gedicht met een beetje/heel veel fantasie tijdens zijn begrafenis kunnen voordragen (tenminste als je de titel positief interpreteert).

Every night and every morn,

Some to misery are born,

Every morn and every night,

Some are born to sweet delight.

Some are born to sweet delight,

Some are born to endless night.

Volgens Playboy Fragrances ‘ontstaan legenden niet in een dag, maar misschien wel in een nacht. En als de nacht eindeloos is zijn de mogelijkheden dat ook. Om iedere minuut volop te benutten introduceert Playboy een langhoudend, verleidelijk geurduo dat je de hele nacht vertrouwen geeft. Endless Night For Him en For Her’.

Geloof jij dit? ‘Endless Night is uitgetest en goedgekeurd door clubbers in de praktijk en bleek bestand tegen een hele nacht van feesten, inclusief dans, nachtelijke hitte en lichaamsbeweging. Zelfs als je op de dansvloer bezweet raakt houdt het parfum aan, helpt lichaamsgeur maskeren en geeft je zo de hele nacht lang volledig zelfvertrouwen’.

ENDLESS NIGHT MANWeet wel dat het geurduo ‘de superieure kwaliteiten van wereldwijd bekende parfumeurs combineert met de expertise van Coty – ‘s werelds nummer één in de parfumindustrie’. Stel je er je dit bij voor: ‘Vanaf de conceptontwikkeling werkten neuzen aan het combineren van langhoudende ingrediënten, met iedere stap de grenzen verleggend, maar zonder compromis aan de kwaliteit en sensualiteit’.

Parallel ontwikkelde Coty een exclusief gepatenteerd complex dat de geur op de huid nog langer vasthoudt’. Er zijn meer producenten die claimen een dergelijke methode te hebben ontwikkeld, alleen heb ík het beoogde effect nooit ervaren. Het is volgens mij puur een kwestie van concentratie en herhalen om ‘eindeloos’ van een geur te genieten. En: een vleugje zweet vinden heel veel mensen aantrekkelijk. En scheidt zweet ook niet feromonen af, want hoe ging het riedeltje ook al weer: bij partnerkeuze schijnt de ‘huideigen’ geur uiteindelijk van doorslaggevende betekenis te zijn.

WAT ENDLESS NIGHT IK EIGENLIJK?

Pas als Endless Night For Him lang op de huid zit neem je spoor van leer waar. Want vanaf de opening ruik je direct een van de meest gebruikte ingrediënten in mannen- en ook vrouwengeuren: Iso E Super. Een in 1973 door IFF ontdekt molecuul dat droog hout (cederhout, patchoeli, vetiver), harsen met grijze amber combineert en toch transparant en ‘neutraal’ overkomt.

ENDLESS NIGHT WOMAN

Zit dat eenmaal in je neus dan is het verdomde moeilijk eerst citroen, saffraan, kardemom waar te nemen, vervolgens nachtbloeiende jasmijn en viooltjesblad. Nog een keer: en ja hoor, een frisse wave bereikt via de neus de hersenen en ‘vertalen dit’ als fris, groen en knapperig. Maar hoe ik ook snuif het beloofde effect van de jasmijn – ‘verfijnde en verslavende sensualiteit’ en saffraan wordt mij niet gegund.

In Endless Night For Her speelt Iso E Super ook een rol, zij het bescheidener, maar toch. De crowdpleaser wordt hier opgevoerd als een mix van patchoeli en sandelhout aangevuld met een flinke dosis poederige musk. Maar eerst: een fruitig-vrolijke twist van roze peper en bloedsinaasappel gecombineerd met een rosé champagne-akkoord.

‘Komt echt binnen’ zoals dat heet, maar is bijna even snel weer ‘echt buiten’. En dan begint de musk direct al een beetje te spelen, kapselt het bloemige hart (roos en oranjebloesem) als het ware in en schiet snel door naar de basis. Het effect: minder vrouwelijk dan verwacht. Het hart wordt bijna overgeslagen zo lijkt het wel. En in Endless Night For Her ontgaat mij ‘het geheime wapen in het spel van verleiding’: davana.

Eindoordeel: eigenlijk geen. Zal wel. De – ga ik vanuit – jonge kopers stellen in ieder geval geen hoge eisen, hebben nog geen eigen mening over geuren, willen gewoon beschaafd-aangenaam ruiken en hebben de ‘ck one’s’ en ‘1 millions’ van de ketenparfumerie nog niet ontdekt.

HEFNER OLD

SUBTILE & CAPTIVE BRÉCOURT

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op november 8, 2017
Geplaatst in: GEURENALFABET C, GEURENALFABET S, NICHE, Uncategorized. Een reactie plaatsen

ELEGANTE, TOEGANKELIJKE NICHE

Jaar van lancering: 2017

Laatst aangepast: 08/11/17

Neus: Emilie Bouge

DNEaPS2X4AIo1qcIk ben herstellende van mijn Parijse parfumdriedaagse – zie vorige post. Ik vreesde even een fanatiek ‘I hate perfume’-belijder te worden, of op zijn minst mijn neus een retraite, een herstellingsperiode te gunnen. Maar zo waar, gisteren en vandaag een vriend (die de betere geuren op zijn juiste waarde weet te schatten) op bezoek en hem een aantal geuren laten ruiken en mijn abjectie verdween als sneeuw voor de zon. Dus vrolijk weer een, nee twee, geuren onder de loep genomen.

Ik heb het al eerder geschreven en doe het weer: Brécourt is voor mij een van die huizen waarmee je bezoekers van de ketenparfumerie makkelijk(er) kunt overhalen over te stappen naar niche. De redenen nog een keer op een rij. Zijn er eigenlijk maar twee. Een: de uitstraling. Een mooie fusie tussen ‘anno nu’ en het verleden door de art deco-uitstraling. Twee: de composities. Die zijn goed zonder te vervallen in extremiteit en aanstellerij.

Hoewel enkele geuren van het huis voor mij niet voldoen aan niche (zie mijn ander besprekingen van Brécourt; deze maken de overstap nóg makkelijker) is daar bij deze nouveautés geen sprake van. Nou vooruit nog een reden: de prijs staat in verhouding tot het gebodene – dus niet duur. Namen van dit duo: cliché maar duidelijk en ‘iets’ wat klanten op zoek naar een nichegeur graag willen horen – de namen tickelen your fancy. Ook handig in dit geval: geen ellenlange uitweidingen over het hoe en waarom (captive betekent gevangene). Dus we schakelen direct door naar:

WAT SUBTILE & CAPTIVE IK EIGENLIJK?

CENTIFOLIAROOSInteressant aan Subtile: je denkt met een oudh-geur vandoen te hebben gezien die typische ijle, medicinale houttoets die vanaf de opening door de hele compositie kringelt. Is iets wat nu zeer populair is en volgens mij op conto komt van de combi roos en patchoeli. Kan niet anders zeggen: mooi hoor, in de zin van: vind ik lekker.

Opvallend: het persbericht meldt met een * dat Subtile ‘natuurlijke essentiële olie van roos bevat’. Betekent dat de rest synthetisch is? Zou toch verdomde knap omdat de compositie zo natuurlijk aandoet. Zoals de flits van Siciliaanse bergamot – energiek, fris die de roos als het ware wakker kust. Er wordt ook melding gemaakt van ‘blaadjes van klaproos’ maar die verspreiden geen noemenswaardige geur. Van de gebruikte centifolie-roos (foto) ruik je goed vooral goed de fruitige toets, dat komt waarschijnlijk door moerbei maar die kan ik geurtechnisch niet goed plaatsen. Wel met een met mooi effect: tot confiture gekookt rijp rood fruit zonder plakkerig en synthetisch te worden. Elegant hoe alles in de basis samenkomt, je ‘voelt’ de roos uitrusten op een aangenaam bedje van vochtig patchoeli, warm en smeuïg amber met op de achtergrond een niet hinderlijke notie van witte musk.

Captive bewandelt heel slim het pad van de gourmandgeuren. Ook hier een asterik. Nu: ‘Bevat natuurlijke essentiële olie van neroli (foto)’… dat is heel mooi, alleen ruik je die in eerste instantie niet. Althans ik niet. De reden: je reukzin verdwaalt in een… (ah nu ruik ik’m gecombineerd met wat druppels jasmijn zo lijkt het: effect witte bloemenweelde met zonnig-warm effect) gourmandsensatie dus die doet denken aan een koekje, een madeleine (geen Proust-associatie hebben), want geleverd door heliotroop en amandel.

ERIK ZWAGA GEURENGOEROE NEROLI

Of beter gezegd: amandelpoeder het fijnst vermalen denkbaar. Raar toch dat je direct een Angel-associatie hebt terwijl bij Captive ‘officieel’ geen sprake is van gourmand. Ook mooi om te ruiken hier: heliotroop dat ruikt naar vanille zonder de zoete volheid ervan. Beschaafder zou je kunnen zeggen.

Elegant is ook de afwerking, want de geur wordt uitgeleide gedaan door een subtiele ‘bewierookte’ leernoot (ondersteund door patchoeli). Brécourt vindt het zelf een parfum die je moet aanbrengen ‘op die plaatsen waar je wilt gekust worden’. Cliché, want geldt dat niet voor elk parfum als je dat wilt?

Nog twee omschrijvingen van Brécourt: ‘Weelderig en mysterieus’. Het eerste: zeker, het tweede: nee, gezien de gourmandlink. Ook mooi om te ruiken – langer op de huid komt de neroli weer naar boven, schittert in alle zonnigheid waardoor het gourmand-effect weer minder wordt. Ik zou het bijna een circulair parfum willen noemen, want de ingrediënten komen als in een karousel constant voorbij.

Ik overweeg Captive aan een van mijn zussen voor te stellen, een door dik en dunne trouwe Chanel N°5-fan (meer door gemak dan daadwerkelijk interesse in iets anders). Vraag haar dan ook wat de geur met haar doet. Ik ben benieuwd, haar impressie (en de gevolgen daarvan) zal ik op deze blog delen. Ik kon nog geen foto’s vinden van de flacons, ik weet ook niet meer wanneer ze precies verschijnen. In ieder geval voor de het avondje van Sinterklaas is gekomen dunkt me.

DSC00247

LE GRAND MUSÉE DU PARFUM

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op november 5, 2017
Geplaatst in: ACHTERGROND, TRENDANALYSE, ZOU VERBODEN MOETEN WORDEN OF NIET?. 1 reactie

PARIS… JE VAIS DÉTESTER PRESQUE LE PARFUM

HET IDEALE PARFUMMUSEUM MOET EIGENLIJK REUK- EN GEURVRIJ ZIJN

Ik was een paar dagen in Parijs met een collega/vriend/coördinator en dit keer waren alle afspraken parfumgerelateerd. Op het hoofdmenu stond (Maison) Francis Kurkdjian. Zit zo: hij is een vriend/collega van me (ontmoet in 2002 toen hij naar Amsterdam kwam om ‘zijn’ Mania for Men van Giorgio Armani toe te lichten) die we ‘moesten’ interviewen voor een Engelstalige learning magazine/glossy die ik sinds een paar jaar aanstuur voor Coty New York voor parfumeriepersoneel van de vijf grootste ketens in de VS.

LOUIS VUITTON

En aangezien Coty sinds kort Burberry van Beauty Prestige International heeft overgenomen én aangezien Francis verantwoordelijk is voor de laatste Burberry’s (My Burberry, Mr Burberry, My Burberry Blush) én ook tekende voor de nichelijn – Burberry Bespoke – van het luxe label, leek een lange interviewsessie en ‘a day in the life of a nose’ gecombineerd met een lunch, een diner, een wandeling door Parijs, een bezoek aan zijn winkel én een fotoshoot op straat en op zijn kantoor niet meer dan gewoon. Waarover later meer.

Verder op het programma: bezoek aan de grote warenhuizen en het zien en ruiken van nieuwe concepten. Waarover later meer. Nou vooruit één detail: de nieuwe Serge Lutens – Jezus, wat is zijn nichelijn allemachtigabsurdpokkeduur! – heet Dent du Lait. Vertaald: melktand. Het geeft voor mij perfect de huidige staat van nicheparfumland weer: doorgeschoten, decadent en het elkaar overtoepen in ‘aparte invalshoeken’. ‘Mais, écoute Erique, het petite bébéétje uit Lutens’ campagne is zo skattig, si drole’. Zal wel. Even goed kijken, en dan zie je dat het niet zo is, kun je het zelfs als neo-koloniale styling typeren. Nog een keer kijken.

PARFUMMUSEUM ENTREEPlus: een ravissante ontmoeting met de conservator van de Osmothèque in Versailles. Ook later. Nu: een impressie van het vorig jaar geopende Le Grand Musée du Parfum gevestigd in de voormalige couturesalon van Christian Lacroix – 73 Rue du Faubourg Saint Honoré. In vergelijk met de überdrukke en het über-über-aanbod van Galeries Lafayette en Printemps bijna een verademing. Want daar werd ik bijna onpasselijk en depressief van de parfumafdeling en de manier waarop al dit moois wordt gepresenteerd: te protserig, te blingbling, te massaal. De weg ernaar toe was al niet prettig, niet amusant. Want de luxemerken overschreeuwen en -schaduwen elkaar steeds meer in het eerste arrondissement met hun ‘fysieke’ aanwezigheid (winkels) en visuele aandachttrekkerij op billboards, enorme reclamedoeken (waarachter gewerkt wordt aan nieuwe winkels van de grote merken) en kleinere ‘uitingen’.

Zoals nu: Hermès, Louis Vuitton, Guerlain en Chanel strooien rond met, eigenen zich allerlei algemene bekende Franse symbolen en ‘jaartallen’ toe waardoor het lijkt alsof zij de echte geschiedenis hebben geschreven in plaats van er een klein onderdeel van te zijn. Neem de symboliek van de Zonnekoning Lodewijk XIV die voor het gemak met zijn Versaillespaleis vaak als het summum van Franse stijl en verfijning wordt gezien. ‘Zijn’ gezicht (de zon) met gouden stralen werd eerst door Guerlain en nu door Louis Vuitton als ‘kenteken’ gebruikt. En hoe! De voor- en zijkant van de winkel op de hoek van Place Vendôme/Faubourg Saint Honoré (naast een Guerlainboetiek) wordt er mee gesierd. Mooi? Ja en nee. Want is deze chique interpretatie van visuele wandvervuiling nu echt nodig? Het is gewoon té present. Je zou bijna denken dat het een museum betreft gezien tien uur ‘s ochtends al mensen in de rij staan om binnen te ‘mogen’. Terzijde: heft de gemeente Parijs eigenlijk precariobelasting?

PARFUMMUSEUM OBJECTBij het parfummuseum liepen we gewoon naar binnen (€ 14,00 entrée). Ik had al wat recensies en impressies voorbij zien komen, maar die waren in het kader van de citypromotion en lifestylenieuws alleen maar – vanzelfsprekend – positief. Net officieel geopend waren er nu toch al fouten te zien. Buiten: rafelend stucwerk, gebroken stenen plinten, door overbelasting doorgezakte vloerrasters.

Ik was ambigu – when in Paris, do as the Parisians do, parle français – gestemd. Van de ene kant hoop je op een musée dat aan alle eisen voldoet. Dus een evenwichtige combinatie van kennisspreiding, entertainment, artisticiteit en ‘alsutffkan’ verwondering, merveille. Van de andere kant ook weer niet: heb ik niets meer om over te klagen en zou zo gedwongen zijn mijn neus aan de wilgen te hangen. Wat trof ik het: zoveel om vraagtekens bij te zetten. Ja, de eerste indruk is of zal voor velen indrukwekkend zijn – ‘grand’. Je kunt zien: het heeft wat gekost.

PARFUMMUSEUM OBJECT 2Alleen: zoveel ruimte en dan alles zo onlogisch en petit ingedeeld. Tegenwoordig moet alles interactief zijn, moet je dutch design ogend zijn, moet er iets met kunst gedaan worden, moet je gagdet-achtige installaties hebben. Is er allemaal, alleen de meeste werkten niet, zijn al beschadigd. Uitvergrote ‘Pierre Cardin’-seventiesbloemen die aroma’s verspreiden die je moet raden. Ja, ontzettend leuk voor de kinderen – petites et grandes! Maar dat kennen we nu wel. De geschiedenis van het parfum verspreid over een aantal her en der verspreide borden is chronologisch en dus saai. Waarom per zaal niet voor één thema gekozen. Ruimte genoeg, die op de begane grond grotendeels wordt opgeëist – afgezien van een zaal met een slaapverwekkende jaren tachtig presentatie van moderne parfumsuccessen – door een enorme winkel waaruit het aanbod totaal geen idee/concept/gedachte valt op te maken en die niet echt verschilt van Lafayette en Printemps.

PARFUMMUSEUM WINKELMet dit verschil: het is er minder hectisch, minder per merk streng afgebakend en je wordt niet lastiggevallen door rond spuitend verkooppersoneel. Op weg naar de tweede etage via de trap waar aan de muur vitrines hangen met steeds hetzelfde saaie flesje met de naam van het museum erop. Hoe leuk is dat: elke vitrine vintage fashionable aangekleed met klassiekers en opvallende nieuwkomers. Ik bedoel: als er één industrie is die echt alles uit de kast haalt om zijn waar zo gunstig mogelijk te belichten – Dior huurt zelfs als het moet de Spiegelzaal van Versailles – dan is het de parfumindustrie. Zoveel moois in de archieven waarvan je dus nauwelijks iets te zien krijgt.

De tweede verdieping is dus gevuld met arty-farty installaties. Eén toont video’s van een ontploffend klassiek bloemenboeket (moet gezegd: mooi gedaan) alleen ben ik niet achter de bedoeling gekomen. In een andere kamer een moderne variatie op het parfumorgel: een laserlicht die in het donker de ingrediënten aanwijst. Alleen waarom deze interessantdoenerij? Voegt niets toe, duidt de wereld achter het parfum niet.

Dan nog twee kamers met kunstwerken verdeeld over vier tafels geïnspireerd op ingrediënten met – toen ik er was – op de achtergrond ondertitelde video’s met de neuzen Jean Claude Ellena en Patricia de Nicolai. Alleen onduidelijk in welk kader ze aan het woord waren. Op dezelfde verdieping nog een gesloten parfumbar voor intieme happenings I suppose. En nog een kamer met nog iets dat ik inmiddels ben vergeten door de groeiende desinteresse. Voor ik het wist liep ik ongehinderd door naar de niet gebruikte derde verdieping. Helemaal leeg met hier en daar wat rommel, een verdwaalde stoel, een vergeten tafel  – symbolisch voor de hele invulling van het museum.

PARFUMMUSEUM LASER

Ik ben natuurlijk geen gemiddelde bezoeker – die komen vast en zeker en masse, en zullen surement heel blij zijn – herkenning, bevestiging. Maar wat parfum nog meer vermag, wat het met je kan doen, ofwel de psychologie van geur. Zoals de bewuste en onbewuste wel of niet bewust aangestuurde invloed ervan op ons. Niets daarvan. Ook geen aandacht voor de impact die de productie van natuurlijke ingrediënten op de aarde heeft (verplichte kost in het huidige tijdsgewricht zou je denken) en op de verbouwers (‘respect, sustain, we care’), de voor- en nadelen van synthetische ingrediënten. Hoe meer ik erover nadenk, hoe meer ik ervan overtuigd raak: een parfummuseum zou eigenlijk geurvrij moeten zijn.

PARFUMMUSEUM HALJe zult begrijpen dat ik hierna geen zin meer had in de bijna intimiderende Dior-expositie ‘iets’ verderop in het Musée des Arts Décoratifs. Twee keer op een dag het gevoel te krijgen dat je niet als (meer dan gemiddelde) liefhebber maar puur als paying consument (‘Nog even een geurtje in de winkel kopen als herinnering hoor’) wordt benaderd – nee dank u.

Parfum heeft al lang zijn onschuldige charme verloren, I know, niet erg. Maar zo platterdeplatplat als het nu is ontneemt je wel de lol. Het eerste arrondissement van Parijs is verworden tot een grote openlucht luxe shoppingmal met kunst, cultuur en geschiedenis als excuus, ter decoratie. En dan durven de merken het ook nog over storytelling te hebben. Hoeveel uit de marketingkoker getrokken ‘nepverhalen’ kun je als consument nog aan? Dior voegde onlangs aan La Collection Privée-lijn, vier, vijf, zes, weetikhoeveel nieuwe creaties toe. Wat zou toch de rode draad in deze bijzondere ‘narratieven’ zijn? Toch niet…

PARFUMMUSEUM WERKT NIET

 

 

TIFFANY&CO.

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op oktober 28, 2017
Geplaatst in: GEURENALFABET T. Een reactie plaatsen

GOLIGHTLY!

HET VERSCHIL TUSSEN EEN JUWEEL EN EEN GEUR

Jaar van lancering: 2017

Laatst aangepast: 28/10/17

Neus: Daniela Andrier

Flirten mag niet meer. Fluiten mag niet meer. ‘Fragrancen’ binnenkort ook niet meer, dat je zegt ‘mmm wat ruik je lekker!’ Voor je het weet word je uitgespuugd, weggemept, naar de schandpaal geleid terwijl je alleen maar oprecht complimenteus wou zijn. Laatste werd onlangs uitbundig gedaan tijdens de presentatie van de nieuwe geur van Tiffany’s & Co. De juwelier had voor de gelegenheid naast de pers een trits BN-ers/influencers geïnviteerd. En die zongen allemaal na het ruiken van de geur unisono in koor: ‘Mmmm, wat lekker!’ en variaties op dit thema.

Ze moeten wel, is een van de onderdelen van hun verdienmodel. Jammer dat je níet hoort, waaróm ze de geur lekker vonden. Was toch fijn geweest als een van deze wandelende reclameborden ter plekke dat treffend onder woorden had gebracht. Of later op haar/zijn eigen social media-platform had ‘onthuld’ dat de geur eigenlijk een beetje of heel veel tegenviel – ‘#sorryTifannybutloveU4ever!’ – maar dan goed onderbouwd door research en bijvoorbeeld het persbericht te hebben doorgenomen. Want laatste roept een aantal vragen op. Althans bij mij.

Vooropgesteld: de naamsbekendheid van Tiffany & Co is wereldwijd mega en volgens mij vooral gestoeld op de verfilming (1961) van Truman Capote’s novelle Breakfast at Tiffany’s (1958) met Audrey Hepburn in de rol van Holly Golightly.

Of iedereen hiervan op de hoogte is en ook van de boeiende geschiedenis van – aldus het persbericht – de beroemdste juwelier Amerika blijft natuurlijk de vraag. En beroemdste? Harry Winston en Graff denken daar trouwens anders over afgaande op ‘jewellers specialised sites’.

Anyway, de narratief – zoals dat tegenwoordig zo hip-interessant heet – van Tiffany’s & Co is inderdaad indrukwekkend en een verfilming waardig. Wat me alleen stoort en waar zoveel (vaak zelfbenoemde) luxemerken last van hebben: het constant rondstrooien van adjectieven en superlatieven die eigenlijk vanzelfsprekend zouden moeten zijn. Hoe meer je het benoemt, des te ongeloofwaardiger het wordt. Als je niet oppast gebruik je zonder het in de gaten te hebben dezelfde beperkte woordenschat van Tellsell-programma’s. Tiffany’s & Co staat dus voor: ‘onbetwiste stijl’, ‘superieure kwaliteit’, ‘innovatief’, ‘traditie van excellence’, ‘wereldberoemd’, ‘kostbaar’, ‘meest iconisch’, ‘uniek’, ‘gedistingeerd’.

TIFFANY 1

En of Steven Meisel (anno 1954) blij is met de omschrijving ‘legendarische fotograaf’ kun je afvragen. Dit lovende adjectief wordt meestal toegepast op personen/‘producten’ die of heel oud of niet meer onder ons zijn. Foutje ook: ‘Charles Lewis Tiffany’s passie voor diamanten bracht hem tot de aankoop van de Tiffany Diamond, een zeldzame en briljante gele diamant’. Tenminste, ik kan me niet indenken dat deze in 1877 ontdekte steen van 128.54 karaat vóór de aankoop van Charles Lewis al Tiffany genoemd werd.

Het voor mij ‘nieuwste’ nieuws staat onderaan het persbericht: het beroemde Tiffany Blue is geïnspireerd op de kleur van de eierschaal van het roodborstje.

Een mooi klein, poëtisch detail dat ook veel van de juwelen (vintage & new) kenmerkt. Zoals ook de inspiratie voor de geur: iris. ‘Gaat terug naar de vroegste schetsen in het Tiffany-archief en is innig vervlochten met het dna van het huis: een irisbroche gezet met demantoïde granaatbloesem en Montana saffieren waarmee Tiffany de Grote Prijs won op de Wereldtentoonstelling van 1900 in Parijs. Jammer dat je dat niet terugziet in de flacon en niet ‘terugruikt’ want…

WAT TIFFANY’S & CO. IK EIGENLIJK?

Tiffany_and_Company_-_Iris_Corsage (1)… het is een geur waarmee de wel heel erg jonge consument op haar wenken bediend wordt. Easy going, mainstream en van alle trendy smaken ‘een beetje wat’ is deze als ‘sprankelende florale musk’ omschreven geur. Tiffany’s & Co. mag dan ‘een contemporaine visie op de meest kostbare ingrediënten van de traditionele haute parfumerie’ zijn. Ik ervaar dat niet.

De geur opent met bruisende topnoten van mandarijnblad. En dat is in ieder geval groenig-fris met op de achtergrond een associatie met, een hint van zoet rood fruit.

Dan komt het: ‘In het hart speelt de kostbare irisbloem de hoofdrol. Na in Frankrijk in juli en augustus te zijn geoogst, wordt de irisboter verkregen door een unieke extractie door hydro-distillatie, exclusief voor de Tiffany-geur, die zorgt voor een pure, heldere, sensuele en langdurende volheid tot de laatste noot’. Hydro-distillatie is niet uniek en dus niet exclusief – het wordt al heel lang toegepast in de parfumindustrie. En het is niet de bloem maar de wortel.

En ik heb iris op deze manier al vaker geroken – het aantal ‘solifleur’-irisgeuren in de nichebranche is enorm. En die ruiken zoals irisboter hoort te ruiken. Of smeuïg (Iris Hermès) of poederig (L’Heure Exquise Annick Goutal), of koel (Irish Silver Mist Serge Lutens) of zonnig-warm (La Pausa Chanel). Om er een paar en de verscheidenheid van iris te noemen.

De ‘boodschapper van de goden’ in Tiffany & Co is verpakt in laagjes musk – want deze iris ruikt heel zacht, poederig, clean met een vleugje hout (patchoeli ontdaan van zijn kamfernoot) en behoudt in de basis ook een zekere vorm van frisheid.

Vreemd hoor dat Daniela Andrier de iris zo eendimensionaal presenteert. Want afgaande op de bovengenoemde broche (zie foto: ik kan niet met zekerheid zeggen of het de winnende broche is, maar is in ieder geval door Tiffany & Co. vervaardigd) had ik meer verfijning, diepte en eigengereidheid verwacht.

TIFFANY 3

Nog vreemder: Andrier tekende in 2007 voor Infusion d’Iris van Prada, de geur die als het ware ‘iris-niche’ bij het grote publiek introduceerde. En dat terwijl ik Tiffany’s & Co hoger inschaal op de lijst van ‘meest exclusieve luxe merken’. Tiffany’s & Co is voor mij een zomerversie van Infusion d’Iris.

Hiermee wordt maar weer eens bewezen dat geuren in de ketenparfumerie het afgelopen decennium nog transparanter, nog ‘eenvoudiger om te dragen’, nog frisser, nog fruitiger, nog ‘muskier’ zijn geworden en daardoor inwisselbaar en minder memorabel.

Tiffany’s & Co. neemt zijn terugkeer in de parfumerie te serieus, verdrinkt in zijn eigen ambities terwijl subtiele humor (wil zeggen verwijzen naar in ‘luxe kringen van goede smaak’ geliefde verhalen en anekdotes) toch ook een van de onderscheidende kenmerken van high end-merken zijn.

En dat het geen naam voor zijn geur weet te vinden, ook zoiets! Ik weet het in ieder geval wel: ‘Tiffany & Co. presents Golightly!’. Audrey Hepburn past met haar tiny, très petite maten ‘zo goed als’ in de doelgroep-leeftijdsmal. Toen zij als Golightly voor de etalage van Tiffany & Co in New York stond was ze 31. Of is dat nu eigenlijk alweer te oud?

TIFFANY 2

 

BLOOM GUCCI

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op oktober 20, 2017
Geplaatst in: GEURENALFABET B. Een reactie plaatsen

GUCCI-CORSAGE

Jaar van lancering: 2017

Laatst aangepast: 20/10/17

Neus: Alberto Morillas

GUCCI BLOOM 3Ik weet niet of de überüberüberdreven aandacht voor Gucci’s recente succesvolle modemetamorfose (in gang gezet door Alessandro Michele) van strak-kille chic naar vintage verkleedkist-glamour al te merken is in de parfumerie. Of de Gucci-geuren dus ook in de lift zitten.

Grote kans van wel gezien Michele zich, naar men zegt, ook intensief met de geurentak bezighoudt – in ieder geval stylingtechnisch. Was nodig ook, want onder zijn voorganger (ben haar naam al weer vergeten; excuses) ontbrak het de geuren aan smoel en eigenzinnigheid. De eerste aanzet gaf hij met Guilty Absolute (2017) – een mannengeur doorblazen met oudh. Zijn tweede proeve: Bloom.

We laten de ontwerper, die de bloem tot nieuw Gucci-embleem verheven heeft, aan het woord: ‘Ik wilde een rijke witte bloemengeur, een moedige geur die je meeneemt naar een tuin vol bloemen en planten, een boeket van overvloed. Deze tuin is zo mooi als vrouwen: kleurrijk, wild, divers. Bloom ruikt als deze tuin, om te reizen naar een plek die niet bestaat’.

GUCCI BLOOM 2Tuin, niet echt origineel. Dan die languissante ‘lesbo-chic’ uitwasemde promoclip ‘gedreven’ door de gezongen slogan die ik echt niet begrijp: ‘Wild horses couldn’t drag me away’. Een strofe uit een popklassieker van The Rolling Stones volgens mij. Of is dit een inside joke van Michele en al zijn lieve vriendinnen die natuurlijk ook zijn muzes/modellen voor Bloom zijn: Dakota Johnson, Hari Nef, Petra Collins.

Je zult begrijpen dat dat geen doorsnee, radeloos aan Instagram verslaafde vriendinnen zijn. Want ‘eigengereid, met een eigen mening en gevrijwaard van conventionele beperkingen die onvergetelijke ervaringen nastreven’. En – staat altijd chic – ‘met een voorliefde voor kunst en cultuur waarmee ze zich omringen’. Dit moet je nu echt beweren wil je op social media lifestyletechnisch serieus worden genomen: ‘Ze hebben verhalen om te delen en te verbinden’. En dit krijg je als uitsmijter mee: ‘Iedere vrouw bloeit eigenlijk daarom heet Michele’s allereerste geur voor haar Bloom’.

rangoon creeperWAT BLOOM IK EIGENLIJK?

De naam rangoon crepeer (foto) zegt je waarschijnlijk niets. Een synoniem voor deze in Azië in het wild veel voorkomende en voor de sier geteelde kruipplant: Chinese kamperfoelie. Daar kun je je iets meer bij voorstellen. In ieder geval qua bloeiwijze.

Door liefhebbers omschreven als ‘de geur van duizend bloemen’ met bedwelmend effect – zoet, fruitig en bloemig. Alessandro Michele was in ieder geval helemaal onder de indruk toen hij voor het eerst aan deze veelkoppige bloem rook. Hij vroeg parfumeur Alberto Morillas haar als uitgangspunt te nemen voor Bloom.

Mijn indruk van de rangoon creeper die je eerst duidelijk waarneemt en zich vervolgens langzaamaan door de andere bloemen ‘vlecht’: beetje rijp tropisch fruit-achtig. Dat zijn dus tuberoos en jasmijn. Alleen wordt dit keer niet de zware, diep sensuele kant van de eerste benadrukt, maar de meer lichtbloemige noot.

Dit bereikt Alberto Morillas door ook het groene aspect van deze ‘roos’ mee te nemen – denk aan de bladeren en de stelen. Vat dat niet letterlijk op – het is meer het toevoegen van wat diffuse groene noten. Voor extra bloemige helderheid zorgt sambacjasmijn;  die tempert de erotische verlangens als het ware van de tuberoos. En deze helderheid is te danken aan de zogenaamde co2-extractie waardoor de jasmijn nog verser geplukt, nog frisser en zelfs groener ruikt. Dit vloeit alles in de basis samen – sneller dan verwacht by the way – in ‘bestofte’ nuances, waarin voor mij de witte musk het wint van de poederige, zoete noot (ik gok op tonkaboon, vanille en sandelhout).

GUCCI BLOOM 4

Als Alessandro Michele de komende seizoenen Gucci even spraakmakend als nu weet te houden, dan zal het me niet verbazen dat Gucci een niche-geurenkabinet zal openen. Wat Gucci en niche betreft: ik scoorde van de week in Oldenzaal voor € 15,00 bij een tweedehandswinkel een van de vijf flacons van Forever Now (100ml). De Guccigeur die ‘officieel’ alleen te koop is in het in 2011 in Florence geopende Gucci Museo (Piazza della Signoria, Florence) en Gucciboetieks.

Het vreemde: déze Forever Now ruikt veel minder uitgesproken, beetje verwaterd. Namaak? Zo vreemd is deze gedachte niet. Ik hoor steeds meer alarmerende berichten over dat China copycats van nichegeuren weet te produceren bij niet van echt te onderscheiden. Zowel qua verpakking, zowel qua verpakking, zowel qua compositie.

GUCCI BLOOM 1

TABAC TAXOR

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op oktober 20, 2017
Geplaatst in: GEURENALFABET T. Een reactie plaatsen

GVRDMME LKKR!

Jaar van lancering: unbekannt

Laatst aangepast: 20/10/17

Neus: unbekannt

TABAC TAXOR 1Wanneer ik direct tevreden en dus te spreken over een geur ben – de eerste twee à drie seconden na inhaleren – dan mompel of vloek ik vaak hardop – hangt met wie en in welke situatie mij ik bevind: ‘Godverdomme, lekker!’ Zo’n klein fijn happinez-momentje had ik deze week in – god beter het – Emmen. Iets meer Tomtom-info: Het Goed, onderdeel van een tweedehands goederenketen. Ik stond bij de kassa met wat  hebbedingetjes en zie in een speciale vitrine (met slot vanzelfsprekend) een, nog naar wat het schijnt ongeopend Vaderdaggeschenkdoos liggen van Tabac van het merk Luxor. Prijs: € 0,95. ‘Doet u die er ook maar bij’.

Nog nooit van het merk gehoord. Thuisgekomen, direct gaan www-en. Verdomd Taxor blijkt nog steeds te bestaan (geen zin om te bellen, ga het wel bezoeken bij mijn volgende trip naar Berlijn). Én Tabac is ooit uitgegeven in talrijke edities. De presentatie brengt mij direct terug naar de tijd dat je ook nog speciale ansichtkaarten had voor Vaderdag. Een strak gefotografeerd stilleven met miniatuurauto (vaak vintage), wat bloemen (sterchrysanten), een of meerdere sigaren en een kloeke asbak. Naar de tijd dat moeders tijdens verjaardagen voor de gezelligheid meerookten, voor genodigden zelfs een paar pakjes sigaretten kochten en in speciaal daarvoor geplaatste houders (met matching aansteker en asbak) klaarzetten op de salontafel – ‘thank you for smoking’.

WAT TABAC TABOR IK EIGENLIJK?

TABAC TAXOR 4Véél tabak in geur wordt al lang niet meer als stoer en mannelijk gezien. Ik zeg het verkeerd, wordt eigenlijk nog nauwelijks geproduceerd – behalve in nichekringen. En is voor velen nu ook te veel van het goede – te veel tabak, te veel honing. En als onderdeel van de basis wordt het ook nog nauwelijks verwerkt. Jammer, het had veel populaire geuren wat extra warmte kunnen geven in plaats van maar steeds die kille en cleane synthetische varianten op ambergris te gebruiken.

Taxors Tabac kringelt zijn rookpluimen tussen niche en braaf. Niche: inderdaad tabak, een volle injectie die rookt en zoet is. Braaf: de zeepachtige finish. Alleen, wel leuk dat dan weer wel, die zeepgeur is pregnant en doet meer dan alleen schoon en warm ruiken. Lijkt geïmpregneerd met allerlei kruiden, vervolgens met de handen gebald tot een kloeke ‘soap on a roap’ die als finishing touch nog even door gedroogd gebladerte wordt gerold. Want op de achtergrond neem je mooie patchoeli-noot waar met een licht cocoa-accentje. Lekker, aangenaam. En dat moet je eigenlijk eindigen met: ‘En dat voor die prijs!’

Ik zie ook dat Taxor eveneens Russisch Leder in het assortiment heeft (gehad). Hoop die ook nog een keer tussen rommelmarktspul te zien liggen. Want die mid-price Russisch Leder-geuren van toen doen vaak niet onder voor het niche-leer van nu.

TABAC TAXOR 2

L’HOMME LACOSTE

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op oktober 13, 2017
Geplaatst in: GEURENALFABET L. Een reactie plaatsen

GRAAG EEN ZUIVER PARFUMEXTRACT

Jaar van lancering: 2017

Laatst aangepast: 13/10/17

Neus: onbekend

LACOSTE LOGOSoms, gebeurt weliswaar steeds minder, krijg je een persbericht voor ogen die je doet verlangen de geur zo snel mogelijk te ruiken. De trigger: in negen van de tien keer meestal de ‘speciaal geselecteerde’ ingrediënten. Leverancier (Lacoste in dit geval), naam (L’Homme) en het verhaal erachter (de inspiratie: ‘de vasthoudendheid van de krokodil’, de slogan: ‘Life is a beautiful sport’) zal me eigenlijk worst wezen.

WAT L’HOMME IK EIGENLIJK?

Kom maar op met die flacon. Want wie is er niet geïnteresseerd in deze opening: mandarijn, sinaasappel, kweepeer en rabarber? Wie niet in de follow up: gember, peper, jasmijn en amandel? De basis, daar heb ik niet zoveel mee. Ik persoonlijk had de gladmakers – vanille, amber, musk – weggelaten om te zien hoe het van zichzelf al zoete hart zich aan het ceder- en akigalahout zal hechten, met het voordeel dat de geur dan ook direct een stuk mannelijker zou gaan ruiken.

L'HOMME LACOSTE PUB

Nu heb ik niets tegen androgynie, genderbender of juist genderneutraliteit in de parfumerie. Sterker, ben een voorstander: het gaat om de geur niet om het etiket. Zaten de meeste mannen in de ketenparfumerie ook maar op deze lijn. Die denken toch nog steeds duidelijk in m/v-verschillen en willen dat ook ruiken. Zeker bij een merk als Lacoste – die ondanks de verhipping van de afgelopen decennia – bij veel van deze mannen niet meer is dan een leuk dan wel hip, dan wel klassiek label, degelijk, van goede kwaliteit, enzovoort, etcetera.

In ieder geval en erg leuk voor mijn neus in L’Homme: je ruikt de aandachtstrekkers kweepeer en rabarber goed tussen de andere friszoete noten – mandarijn, sinaasappel. Respectievelijk wrang-zoet en groen knisperend. Zelfs de pit die in het hart wordt toegevoegd – gember en peper – die fuseren elegant, en tonen maar weer eens aan wat neuzen – geassisteerd door de parfumindustrie die altijd zoekt naar voor de branche nieuwe aroma’s en sensaties – voor elkaar weet te krijgen. Alleen een beetje tam, mat. Had van mij meer mogen knetteren.

Dan slaat de geur om met jasmijn en amandel in het hart. Zorgen voor een zoetbloemig-poederige noot, maken L’Homme ambigu. Is lekker maar wordt door de gesuikerde accenten in de drydown versterkt. Met een ‘bijna-boudoir’-effect tot gevolg. Je neemt het hout waar, alleen te bescheiden voor mijn idee.

Let wel: ik vind het een interessante exercitie. De flacon staat nu óók op mijn badkamerplankje. Dat geluk is weinig nieuwkomers gegund. Maar vraag me alleen af hoe alles geroken zou hebben indien gemaakt van de zuiverste ingrediënten. Alsof de compositie voor de L’Art et la Matière-serie van Guerlain gemaakt was. Maar dat wens ik me vaak bij zoveel geuren.

LOGO LACOSTE.jpg

Berichtennavigatie

← Oudere inzendingen
Nieuwere berichten →
  • Meest recente berichten

    • L’HOMME DE COEUR DIVINE 
    • MARIA CALLAS THE MERCHANT OF VENICE
    • OVER EEN ONTVOERDE KANARIE
    • LEEFTIJDSDISCRIMINATIE VERPLICHT?
    • NILA DOUCE ORENS
    • GEURVERSTERKERS BY SKINS 
    • DARK VINYL MUSK BOHOBOCO
    • GIFTIGE GEUREN
    • MON VETIVER ESSENTIAL PERFUMES
    • LA ROSE DE ROSINE LES PARFUMS DE ROSINE
  • Archief

  • Categorieën

    • AANBIEDINGENBAK
    • ACHTERGROND
    • CELEB FRAGRANCES
    • ECO
    • EDUCATIE
    • ENTERTAINMENET
    • ENTERTAINMENT
    • GEUR IN DE MEDIA
    • GEURENALFABET A
    • GEURENALFABET B
    • GEURENALFABET C
    • GEURENALFABET CIJFERS
    • GEURENALFABET D
    • GEURENALFABET E
    • GEURENALFABET F
    • GEURENALFABET G
    • GEURENALFABET H
    • GEURENALFABET I
    • GEURENALFABET J
    • GEURENALFABET K
    • GEURENALFABET L
    • GEURENALFABET M
    • GEURENALFABET N
    • GEURENALFABET O
    • GEURENALFABET P
    • GEURENALFABET Q
    • GEURENALFABET R
    • GEURENALFABET S
    • GEURENALFABET T
    • GEURENALFABET U
    • GEURENALFABET V
    • GEURENALFABET W
    • GEURENALFABET X
    • GEURENALFABET Y
    • GEURENALFABET Z
    • IL GIARDINO PROFUMATO
    • IN MEMORIAN
    • INTERESSANTE EN TIJDLOZE COLUMNS VAN ERIK ZWAGA 2005
    • KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • KLASSIEKERS IN DE AANBIEDINGENBAK
    • KLASSIEKERS OPNIEUW GEROKEN
    • KLASSIEKERS VAN DE TOEKOMST
    • LIMITED EDITION
    • MASSNICHE
    • MASSTIGE
    • MOET JE ECHT RUIKEN
    • NEO NICHE
    • NICHE
    • NICHE IN DE PARFUMERIEKETEN
    • NIEUW! NIEUW! NIEUW!
    • NIEUWE KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • NOSE JOB: PERFUMERS THAT MATTER(ED)
    • OPVALLEND PARFUMNIEUWS
    • OUDE FILMS MET PARFUMINFO
    • PARFUM = PARFUN
    • PARFUM IN DE MEDIA
    • PIEDESTAL POUR DES PARFUMS
    • PORTET
    • PORTRET
    • TAX FREE
    • TRENDANALYSE
    • TRENDS TOEGELICHT
    • Uncategorized
    • VINTAGE
    • WAT RUIK IK EIGENLIJK?
    • ZOU VERBODEN MOETEN WORDEN OF NIET?
  • Meta

    • Account maken
    • Inloggen
    • Berichten feed
    • Reacties feed
    • WordPress.com
Blog op WordPress.com.
GEURENGOEROE
Blog op WordPress.com.
  • Abonneren Geabonneerd
    • GEURENGOEROE
    • Voeg je bij 126 andere abonnees
    • Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.
    • GEURENGOEROE
    • Abonneren Geabonneerd
    • Aanmelden
    • Inloggen
    • Deze inhoud rapporteren
    • Site in de Reader weergeven
    • Beheer abonnementen
    • Deze balk inklappen
 

Reacties laden....