BASISINGREDIËNT ‘KLASSIEK-PROGRESSIEF’ GEÏNTERPRETEERD
CITY EXCLUSIVE IN HERFSTTEMMING
Jaar van lancering: 2017
Laatst aangepast: 13/12/17
Neus: Daphnée Bugey
Mousse de Chêne bereikte mijn geuratelier diep verborgen in de provincie juist op het moment dat ik een klankbord nodig had. In die zin van: hoe een ruikt chypre anno nu eigenlijk? Werd me geleverd door een journalist van Het Parool die me ging interviewen naar aanleiding van geuren waarin wordt geprobeerd Amsterdam op te roepen (waarover een andere keer meer). Ik had dus behoefte aan een dergelijk geuranker omdat eikenmos/chypre herontdekt is door de masstigesector. De nomenclatura: neo-chypre. Calvin Kleins Deep Euphoria uit 2016 werd als zodanig geafficheerd (niet mee eens). Geldt ook voor de nieuwe geuren Roberto Cavalli, Chloé (waarover een andere keer meer) en nog een paar die ik ben vergeten.
Helemaal nieuw is het natuurlijk niet de roze chypres in aanmerking nemende die, na het verbod op te veel eikenmos in geuren, het oude chypre-gevoel opnieuw probeerden op te roepen met veelal nadruk op patchoeli en vanille. Generatie 2.0 kiest niet voor eikenmos maar voor mos. Een brede omschrijving waarachter je heel wat groene, bosachtige geurmoleculen kunt rangschikken.

Mousse de Chêne 30 heet ‘de langverwachte’ City Exclusive van Le Labo voor Amsterdam waarmee de hoofdstad olfactorisch wordt geëerd. En daar alleen te koop. Tubereuse 40 (2006) alleen in New York, Aldehyde 44 (2006) in Dallas, Vanille 44 (2007) in Paris), Poivre 23 (2008) in Londen, Musc 25 (2008) in Los Angeles, Gaiac 10 (2008) in Tokio, Baie Rose 26 (2010) in Chicago, Limette 37 (2013) in San Francisco, Cuir 28 (2013) in Dubai en Benjoin 19 (2013) in Moskou. Maar ik ken een ingewijde die verschillende uit de collectie vanachter haar laptop ‘vanuit ons landje achter de dijken’ heeft weten te kopen.
WAT DE MOUSSE DE CHÊNE 30 IK EIGENLIJK?
30 slaat dus op het aantal ingrediënten dat Daphnée Bugey heeft gebruikt om Mousse de Chêne 30 te laten ruiken zoals die nu ruikt. Zeven vermeldt ze. Mijn eerste indruk bijna een week geleden: ‘Begint wat braaf, eerst fris en groen, maar is toch donkerder dan verwacht. Als een soort schaduw van de boom, met wat peper erachter. Eerder het Amsterdamse bos, dan de stad. Maar wel interessant’. Bijna een week later: een schaduw van een bos met de kanttekening dat – positief – de peper aangenaam in de weer blijft om het ontbreken van echte het eikenmos te maskeren/compenseren. Negatief: de compositie blijft eenzijdig, een beetje aan de kale, koele kant. Merkwaardiger – of is het logischer? – doet denken aan Escentric Moleucules doordat één basisingrediënt onopgesmukt in al zijn ‘kaalheid’ wordt gepresenteerd.
Nog een keer: na een frisse flits ruik je iets dat doet denken aan bos, bladeren – wordt steeds sterker tot het moment waarop het echte mos en de echte patchoeli lijken op te gaan in hun synthetische gelijkgestemden: ‘kristalmos’ en blank hout. Het gevolg: het mos, het hout wordt niet echt warm, begint niet echt te smeulen. Ondanks de toegevoegde kaneel. En dit komt niet alleen door de peper. Zal me niets verbazen als er ook een ietsiepietsie calone (of andere watermolecuul) en minerale noot in de compositie zit (en zelfs wat coumarine, want het hout heeft ook iets hooiachtigs).
En van dat koel-cleane, houtachtige daar houden heel veel mensen van. En dat kun je, als je wilt, koppelen aan Amsterdam: het Vondelpak tijdens herfstachtige dagen, regendruppels kletsend in je gezicht terwijl je erdoor wandelt, rent, fietst. Maar ook aan New York, aan Dallas, en aan alle steden in een herfstachtige stemming vereerd met een City Exclusive.
Wat ik mis, en dit is ten onrechte, want de geur heet niet voor niets Mousse de Chêne 30, maar toch: een bloemenlaag. Die doet het altijd zo goed op een basis van eikenmos, die gaan daardoor leven, groeien en bloeien met een ‘echt parfum’-gevoel als resultaat. Dat ervaar je bloemenbeautifulmooi in Grossmiths Golden Chypre (2012) die qua prijs op hetzelfde niveau ligt, tenminste ik meen me te herinneren dat ik daarvoor toen € 315.00 betaalde (50ml). Achterafgezien te veel: voor hetzelfde geld meng je een aantal goedkopere op (eiken)mos gebaseerde geuren tot je Chypre Privé.


Komt storytelling inmiddels je neusgaten nog niet uit en heb je ‘ondanks alles’ op je vaste schijf daarboven nog wat ruimte voor een nieuw olfactorisch narratief uit die andere nieuwe wereld? Verdiep je dan in Goldfield & Banks. Alles klopt.
Dit zag ik op www voorbijkomen: ‘During his travels Dimitri came to appreciate some of the 24.000 native species of flora’. Best wel veel. Ik zou bij 24 al geen onderscheid meer kunnen maken. Deze dan wel weer: Australisch sandelhout (Tantalum spitacum) en boronia (Boronia megastigma). Dat is een struik, zie foto, waarvan de bloemetjes een zweem van roos verspreiden en die ‘downunder gay icon’ Kylie Minogue stopte in haar Sweet Darling (2007) samengesteld door de nu-hoofdneus van Guerlain, Thierry Wasser.
Want ik ruik een ruige, pittige, kruidige zeefrisheid – opgeroepen met citroen, ‘mos’ en salie – met daaronder een zoete, bloemige onderstroom – ik gok op geranium, maar misschien is het wel boronia – met op de bodem gezonken, ‘verzilt’ cederhout. Aangenaam, maar al zó vaak geroken en vraag me af of je deze geur eigenlijk wel als niche kunt classificeren. Eerder massniche. Doet me denken aan een van de uitgangspunten van Montale: naast de oudhs geuren produceren die ‘copycat’ ruiken naar favoriete toptieners maar dan alleen met hoogwaardiger ingrediënten.
Niche is mainstream geworden. Alleen moet de mainstreamconsument dit nog ontdekken. Niet zo makkelijk gezien de meeste leveranciers ook doorsneegeuren produceren die verkocht moeten worden. Dat lukt meestal wel als die promotioneel goed ondersteund worden. En dat doen Chanel, Dior, Givenchy, Yves Saint Laurent en Giorgio Armani vooral rondom de feestdagen.
En voor dit probleem plaatst Boucheron je nu ook. Als een van de laatste mainstream luxe parfumhuizen, presenteerde het dit jaar zijn kijk op niche, terwijl ook Quatre Intense (2016) en Quatre Absolu de Nuit (2017) op de plank staan te pronken. Naam: La Collection. Inspiratie: ‘De erfenis van Boucheron’ en zijn ‘wereldwijde zoektocht naar, jacht op edelstenen’. De namen: Ambre D’Alexandrie, Iris de Syracuse, Néroli d’Ispahan, Oud de Carthage, Tubéreuse de Madras en Vanille de Zanzibar. Leuk om ingrediënten te koppelen aan historisch vergane en bestaande steden met een voor velen nog mysterieus aura. Bekt lekker.

De lady- en mannenkiller onder de bloemen doet in Tubéreuse de Madras recht aan haar status. Vol, boterachtig, smeuïg. Oranjebloesem garandeert dat de tuberoos niet zwicht onder haar eigen overrompelende gewicht, geeft een ‘open lucht’-idee aan het geheel van de compositie.
Zijn ‘afscheidsgeuren’ heten Endless Night. Kun je wel ‘een soort van’ symboliek in zien. Iets anders: ook naam van het voor mij beste boek van Agatha Christie. En nu dwalen we helemaal even af. The Queen of Crime had haar Endless Night (gepubliceerd 1967) gebaseerd op William Blake’s Auguries of Innocence (Voorwendsels van Onschuld) uit 1863 en had zijn dochter deze strofe uit het gedicht met een beetje/heel veel fantasie tijdens zijn begrafenis kunnen voordragen (tenminste als je de titel positief interpreteert).
Weet wel dat het geurduo ‘de superieure kwaliteiten van wereldwijd bekende parfumeurs combineert met de expertise van Coty – ‘s werelds nummer één in de parfumindustrie’. Stel je er je dit bij voor: ‘Vanaf de conceptontwikkeling werkten neuzen aan het combineren van langhoudende ingrediënten, met iedere stap de grenzen verleggend, maar zonder compromis aan de kwaliteit en sensualiteit’.

Ik ben herstellende van mijn Parijse parfumdriedaagse – zie vorige post. Ik vreesde even een fanatiek ‘I hate perfume’-belijder te worden, of op zijn minst mijn neus een retraite, een herstellingsperiode te gunnen. Maar zo waar, gisteren en vandaag een vriend (die de betere geuren op zijn juiste waarde weet te schatten) op bezoek en hem een aantal geuren laten ruiken en mijn abjectie verdween als sneeuw voor de zon. Dus vrolijk weer een, nee twee, geuren onder de loep genomen.
Interessant aan Subtile: je denkt met een oudh-geur vandoen te hebben gezien die typische ijle, medicinale houttoets die vanaf de opening door de hele compositie kringelt. Is iets wat nu zeer populair is en volgens mij op conto komt van de combi roos en patchoeli. Kan niet anders zeggen: mooi hoor, in de zin van: vind ik lekker.


Plus: een ravissante ontmoeting met de conservator van de Osmothèque in Versailles. Ook later. Nu: een impressie van het vorig jaar geopende Le Grand Musée du Parfum gevestigd in de voormalige couturesalon van Christian Lacroix – 73 Rue du Faubourg Saint Honoré. In vergelijk met de überdrukke en het über-über-aanbod van Galeries Lafayette en Printemps bijna een verademing. Want daar werd ik bijna onpasselijk en depressief van de parfumafdeling en de manier waarop al dit moois wordt gepresenteerd: te protserig, te blingbling, te massaal. De weg ernaar toe was al niet prettig, niet amusant. Want de luxemerken overschreeuwen en -schaduwen elkaar steeds meer in het eerste arrondissement met hun ‘fysieke’ aanwezigheid (winkels) en visuele aandachttrekkerij op billboards, enorme reclamedoeken (waarachter gewerkt wordt aan nieuwe winkels van de grote merken) en kleinere ‘uitingen’.
Bij het parfummuseum liepen we gewoon naar binnen (€ 14,00 entrée). Ik had al wat recensies en impressies voorbij zien komen, maar die waren in het kader van de citypromotion en lifestylenieuws alleen maar – vanzelfsprekend – positief. Net officieel geopend waren er nu toch al fouten te zien. Buiten: rafelend stucwerk, gebroken stenen plinten, door overbelasting doorgezakte vloerrasters.
Alleen: zoveel ruimte en dan alles zo onlogisch en petit ingedeeld. Tegenwoordig moet alles interactief zijn, moet je dutch design ogend zijn, moet er iets met kunst gedaan worden, moet je gagdet-achtige installaties hebben. Is er allemaal, alleen de meeste werkten niet, zijn al beschadigd. Uitvergrote ‘Pierre Cardin’-seventiesbloemen die aroma’s verspreiden die je moet raden. Ja, ontzettend leuk voor de kinderen – petites et grandes! Maar dat kennen we nu wel. De geschiedenis van het parfum verspreid over een aantal her en der verspreide borden is chronologisch en dus saai. Waarom per zaal niet voor één thema gekozen. Ruimte genoeg, die op de begane grond grotendeels wordt opgeëist – afgezien van een zaal met een slaapverwekkende jaren tachtig presentatie van moderne parfumsuccessen – door een enorme winkel waaruit het aanbod totaal geen idee/concept/gedachte valt op te maken en die niet echt verschilt van Lafayette en Printemps.
Met dit verschil: het is er minder hectisch, minder per merk streng afgebakend en je wordt niet lastiggevallen door rond spuitend verkooppersoneel. Op weg naar de tweede etage via de trap waar aan de muur vitrines hangen met steeds hetzelfde saaie flesje met de naam van het museum erop. Hoe leuk is dat: elke vitrine vintage fashionable aangekleed met klassiekers en opvallende nieuwkomers. Ik bedoel: als er één industrie is die echt alles uit de kast haalt om zijn waar zo gunstig mogelijk te belichten – Dior huurt zelfs als het moet de Spiegelzaal van Versailles – dan is het de parfumindustrie. Zoveel moois in de archieven waarvan je dus nauwelijks iets te zien krijgt.
Je zult begrijpen dat ik hierna geen zin meer had in de bijna intimiderende Dior-expositie ‘iets’ verderop in het Musée des Arts Décoratifs. Twee keer op een dag het gevoel te krijgen dat je niet als (meer dan gemiddelde) liefhebber maar puur als paying consument (‘Nog even een geurtje in de winkel kopen als herinnering hoor’) wordt benaderd – nee dank u.

… het is een geur waarmee de wel heel erg jonge consument op haar wenken bediend wordt. Easy going, mainstream en van alle trendy smaken ‘een beetje wat’ is deze als ‘sprankelende florale musk’ omschreven geur. Tiffany’s & Co. mag dan ‘een contemporaine visie op de meest kostbare ingrediënten van de traditionele haute parfumerie’ zijn. Ik ervaar dat niet.

Ik weet niet of de überüberüberdreven aandacht voor Gucci’s recente succesvolle modemetamorfose (in gang gezet door Alessandro Michele) van strak-kille chic naar vintage verkleedkist-glamour al te merken is in de parfumerie. Of de Gucci-geuren dus ook in de lift zitten.
Tuin, niet echt origineel. Dan die languissante ‘lesbo-chic’ uitwasemde promoclip ‘gedreven’ door de gezongen slogan die ik echt niet begrijp: ‘Wild horses couldn’t drag me away’. Een strofe uit een popklassieker van The Rolling Stones volgens mij. Of is dit een inside joke van Michele en al zijn lieve vriendinnen die natuurlijk ook zijn muzes/modellen voor Bloom zijn: Dakota Johnson, Hari Nef, Petra Collins.
WAT BLOOM IK EIGENLIJK?

Wanneer ik direct tevreden en dus te spreken over een geur ben – de eerste twee à drie seconden na inhaleren – dan mompel of vloek ik vaak hardop – hangt met wie en in welke situatie mij ik bevind: ‘Godverdomme, lekker!’ Zo’n klein fijn happinez-momentje had ik deze week in – god beter het – Emmen. Iets meer Tomtom-info: Het Goed, onderdeel van een tweedehands goederenketen. Ik stond bij de kassa met wat hebbedingetjes en zie in een speciale vitrine (met slot vanzelfsprekend) een, nog naar wat het schijnt ongeopend Vaderdaggeschenkdoos liggen van Tabac van het merk Luxor. Prijs: € 0,95. ‘Doet u die er ook maar bij’.
Véél tabak in geur wordt al lang niet meer als stoer en mannelijk gezien. Ik zeg het verkeerd, wordt eigenlijk nog nauwelijks geproduceerd – behalve in nichekringen. En is voor velen nu ook te veel van het goede – te veel tabak, te veel honing. En als onderdeel van de basis wordt het ook nog nauwelijks verwerkt. Jammer, het had veel populaire geuren wat extra warmte kunnen geven in plaats van maar steeds die kille en cleane synthetische varianten op ambergris te gebruiken.
Soms, gebeurt weliswaar steeds minder, krijg je een persbericht voor ogen die je doet verlangen de geur zo snel mogelijk te ruiken. De trigger: in negen van de tien keer meestal de ‘speciaal geselecteerde’ ingrediënten. Leverancier (Lacoste in dit geval), naam (L’Homme) en het verhaal erachter (de inspiratie: ‘de vasthoudendheid van de krokodil’, de slogan: ‘Life is a beautiful sport’) zal me eigenlijk worst wezen.
