RE-RAVING
KRUIDIG-ORIËNTAALSE ELEGANTIE
Jaar van lancering: 2019
Laatst aangepast: 11/09/19
Neus: onbekend
De ‘ware’ nicher haalt waarschijnlijk zijn neus er inmiddels voor op, maar Geurengoeroe niet. Hij vindt Etro nog steeds een uitstekend, interessant en aantrekkelijk merk. Geen aanstellerij, de inspiratie meestal gelieerd aan de wortels van het bedrijf en de geuren zelf: klasse, uitgebalanceerd.
Alleen nu: vaart het luxemerk een andere koers? Voorheen werden met de composities basisingrediënten opgehemeld zoals Heliotrope en Musc die je naar eigen inzicht kon layeren (iets wat Chanel nu pas begint te adviseren, voor Etro een vanzelfsprekendheid sinds 1989). Of stond een bijzondere ervaring (Palais Jamais, Vicoli Fiori) centraal of een exclusieve stof (Paisley, Jacquard, Shantung) in de schijnwerpers.
Nog nooit werd een geur gekoppeld aan (niet te onderdrukken) passies en (hunkerende) bevrediging. Zo lees ik in het persbericht. Haalt Etro hiermee de oudste parfumverleidingstruc en uit de doos? En is dat nodig?
Raving betekent in originele zin ‘incoherente spraak’, maar in hedendaagse ‘urban language’-vocubalaire ben je ‘wild en extatisch (aan het dansen op bassenbonkende techno in een gloed van stroboscooplichten’). Het effect nadat de flacon je ‘toegefluisterd’ heeft, nadat niets je meer kon tegenhouden de dop op te lichten en te sprayen: ‘Diepgewortelde gevoelens krijgen eindelijk vrij spel’.
Om het geheel een verantwoord, intellectueel randje te geven wordt F. S. Fitzgerald – toevallig een van mijn favo-auteurs – geciteerd: ‘A life without passion is no life at all’. Kan aan mij liggen, maar dit vind ik geen typische Fitzgerald-observatie. Google je hem, geen Fitzgerald die verschijnt. Ga je naar www.goodreads.com om famous quotes van de schrijver te lezen, bovengenoemde kom je niet tegen. En ik vind deze van hem ‘in relatie tot’ wat Raving beoogt op te roepen, passender: ‘I’m a slave to my emotions, to my likes, to my hatred of boredom, to most of my desires’. Maar…
WAT RAVING IK EIGENLIJK?

… gelukkig flitst de inhoud Etro-vertrouwd. Een aaneenschakeling van onverwachte combinaties die samen een harmonieus parfum opleveren. Mooi wat dat betreft in de opening: zachte perzik die wordt gekoppeld aan de aardse groenmaker galbanum. Lang geleden dat ik perzik zo opvallend present heb geroken, en dat groen maakt hem direct minder plat en niet te fruitig, iets wat nogal eens gebeurt in de ‘fruitchoulies’ van tegenwoordig.
Het hart is als een bezoek aan een Indiase markt: roos omringd door (heel veel) kaneel (zonder appeltaart-associatie) en (minder) gember maar toch aanwezig – geeft de kaneel pit. In afronding lijkt alsof de passie is bevredigd, want superzacht, fluwelig bijna deze melange van sandelhout, amber en vanille. Ook fijn, niet te ‘gourmandig’, eerder op het randje van. Kort samengevat: kruidig-oriëntaals.
Krijg nou wat: ik kom bij het checken van mijn Etro-verzameling erachter, dat een geur met dezelfde naam al in 2001 verscheen. Moet ik mijn review herschrijven? Nou, mooi niet dus. Wel in een andere fles, maar met dezelfde noten volgens www.basenotes.net. Alleen lijkt alsof in de oude versie in de opening de verhouding perzik-galbanum was omgedraaid. En meer roos in het hart. Ik weet het eigenlijk wel zeker. Kan twee oorzaken hebben: echte galbanum is ‘onbetaalbaar’ geworden, neem daarbij het feit dat ondanks de verniching, dus verfijning van de parfumerie, veel oude versies – vaak moeten – worden aangepast en als gevolg daarvan, gladder, dus minder ‘moeilijk’ overkomen.



De overeenkomst tussen Lancôme en de nieuwe geur van het cosmeticahuis, Idôle? Het ‘dakje’ op de ‘o’. Slim gedaan, want hierdoor lees je beide woorden ‘in dezelfde sfeer’. Ook toegepast – herinnert u zich deze nog – op Hypnôse uit 2006 en nog verder terug op Ô (1969) en de variaties die daarop volgden.
Klinkt simpel, maar om deze twee bloemen perfect te laten shinen, werd door de drie – vanzelfsprekend vrouwelijke – neuzen de volgende variaties verzameld: Isparta-rozenblad-essence. Speciaal bewerkt voor Lancôme; geloof jij het? En hoe ruik je dat dan? Centifoliaroos-absoluut uit Grasse, rozenwater, grandiflorum-jasmijn uit India. Laatste ook speciaal bewerkt voor Lancôme – zelfde vraag.

Dat ruik je ook: Born in Roma Uomo komt bekend voor (welke geur tegenwoordig niet?) Sfeer: natuur en ‘urban’ fuseren met drie hoofdsmaken nu populair in mannengeuren: zilt, groen, hout. Ofwel, een kil-groene, zoutige opening, of beter gezegd een uitbarsting waarvan de groene knispering in het hart wordt voortgezet met viooltjesbladeren en salie dat een ‘urbane’ opwaardering krijgt door een het nu maar al te hippe gember.
De roos, een van de meest geliefde ingrediënten in parfums. Alleen, vreemd genoeg, houden we over het algemeen niet van pure rozencreaties. Het schijnt zelfs zo te zijn dat een huis met een roos in de naam het moeilijker heeft om bevooroordeelde klanten – die denken dat ze alleen maar rozengeuren verkopen – aan zich te binden: Parfums de Rosine, Dear Rose.
Opvallend is dus de kenmerkende lychee-noot waarvan de zoetheid iets meer is aangezet en gevangen zit in een cocon van grapefruit. Het ‘geurgevoel’: een zomerse sorbet. De roos en magnolia spelen hetzelfde spel, alleen lichter.

De naam doet me direct denken aan een geur die ik ‘altijd’ abusievelijk verkeerd schreef: het was dus niet Splendour, maar Splendor (1998) van Elizabeth Arden. Maar volgens mij is met ou de juiste schrijfwijze. Zou daarom deze ‘splendid’ Arden niet zijn aangeslagen?
Vervolgens: ‘De eerste noten geven onmiddellijk een mix van groene stengels, gele bloemen, koele lucht en warm licht vrij’. Dat ervaar ik dus niet: groen. Ook gelukkig niet een frisse opening. Je ziet direct in de bedoeling van de geur: een fluweelachtige sensatie van bloemen, een diffuus boeket opgeroepen met oranjebloesem (absoluut), sambacjasmijn en natuurlijk mimosa (absoluut) waar een warme wind voor luchtigheid zorgt (hedione).

Niemand is er niet echt naar op zoek, toch? Meer categorie toevalstreffer: het vinden van een klavertjevier. Maar, behoor je tot de gelukzaligen dan… wordt volgens Wikipedia ‘vooral door de zeldzaamheid, maar ook door de vorm – die doet denken aan een kruis – het vinden of het krijgen van een klavertjevier sinds de middeleeuwen beschouwd als een geluksbrenger’.
Een duidelijke noot van bergamot. Het pittige groen heeft overeenkomsten met basilicum met op de achtergrond een weeïge zoete noot – ik hou het op coumarine die in dit geval breed van spectrum is: van vers groen dat langzaam uitdroogt en hooi wordt. Ik vermoed ook een zweem van witte musk, want clean is de afronding zeker, maar blijft op de achtergrond doordat de peperige noten (met slierten van wierook) doorgetrokken worden naar de basis.
Dat vergroot altijd het mysterie. Althans men gaat er – nog steeds – vanuit dat veel mensen het interessant vinden. Én het is helemaal in sync met storytelling: dat tijdens het doorspitten door een nieuwe eigenaar van een parfumarchief van een lang geleden gesloten huis, hij stuit op niet eerder gebruikte formules.
Vooropgesteld: zou het door de tropische hitte van de afgelopen dagen komen dat 222 zo ingetogen maar toch zo rijk zijn nuances verspreidt? Fascinerend: het zoet-gestemde viooltje in de opening voorafgegaan door een ondefinieerbare kortstondige etherische, groene trilling.