EEN PIEMONTESE BOSWANDELING OPGEROEPEN MET EIKENMOS
Jaar van herlancering: 2016
Laatst aangepast: 14/06/16
Neus: onbekend
Colonia Quercia: ‘Bevat de kracht van een majestueuze boom die op een symbolische manier een universum uitdrukt’. Hiermee wordt gezinspeeld op de eikenboom. Is nog meer dan een nobele en majestueuze, een heilige boom. Als ik hier verder op in zou gaan, dan ben ik over vier uur, vier dagen, vier jaar nog niet uitgeschreven. Maar met betrekking tot de geur: voor de oude Germanen was de eik een tempel en alles daar op wat groeide, zoals bijvoorbeeld de maretak had een heilige symboliek.
Mij is niet bekend of eikenmos dat ook op de bast en takken groeit (vandaar de naam) eveneens vol symboliek zit. Zoals bekend is eikenmos (Evernia prunastri) een onmisbaar ingrediënt voor de parfumindustrie – met name voor chypres. Zoals ook bekend mag daar tot teleurstelling van velen – in verband met kans op huidirritatie – nog maar een minimale ‘hoeveelheid’ voor gebruikt worden. Eveneens bekend: de parfumindustrie slaagt er steeds beter in om met alternatieven te komen die wel of niet aangevuld met een klein beetje echte eikenmos voor – bijna – dezelfde geliefde sensatie zorgt. Vol, groen, donker, vochtig, ‘bos’ en gelaagd.
De geur wordt wel eens vergeleken met zwarte inkt. Eikenmos wordt tegenwoordig met name in Slovenië, Bosnië en andere landen in het zuiden van Centraal-Europa in het wild geoogst dat vervolgens in laboratoria wordt verwerkt tot absolues en concrètes.
Acqua di Parma heeft volgens het persbericht het eikenmos geoogst in Piemonte: ‘Met zijn natuurerfgoed en weelderige vegetatie, gekenmerkt door de kracht van de Italiaanse eik’. En: ‘Met zijn machtige stam en volle bladerdak straalt de eikenboom kracht en bescherming uit. Uit het mos dat zich als een zacht tapijt over de schors uitspreidt, wordt een van de meest kostbare en zeldzame ingrediënten van de haute parfumerie gewonnen’.
Acqua di Parma ziet Colonia Quercia ‘als een tocht door de bossen van Piemont, als een ritueel passend bij de levensstijl van de ontwikkelde en veeleisende man. Een man die in deze natuurlijke rijkdom een erfgoed van onschatbare waarde ziet, dat moet worden behouden’.
WAT COLONIA QUERCIA IK EIGENLIJK?
Een verdomd klassieke geur. Zo klassiek dat het bijna saai wordt. Verkoop-technisch gesproken: een veilig-chique compositie voor ‘de ontwikkelde en veeleisende man’ die ‘ingrediënt-technisch’ niet op rare fratsen – framboos!, doperwtjes!, whisky! – zit te wachten. Prettig: je kunt de geur in opbouw goed volgen. De opening heeft het typische Acqua di Parma Colonia-effect: een overdosis aan zuivere, door de zon gestreelde citrusnoten – bergamot, citroen, petitgrain – die lang aanhoudt en ‘op het eind’ wordt gekieteld door roze peper die het energieke effect van deze citruspret verhoogt.
Hier achter houdt zich de geranium schuil (roosachtig en zoet), maar duidelijk detecteerbaar. Op zijn beurt gekieteld door fris-wrang en groen kardemon. Begeleid – ook goed ‘apart’ te ruiken – door strak, gedroogd cederhout. Een voorbode voor de houtachtige en groen gestemde basis. Eikenmos (foto) dus, elegant in balans gebracht met patchoeli die samen het ‘bos- en kreupelhout-gevoel’ goed weet op te roepen. Als ‘zoethoudertje’ is tonkaboon toegevoegd die Colonia Quercia een licht oriëntaalse toets geeft.
Maar tegelijkertijd de eikenmos en de patchoeli enigszins doet vervlakken. Voor mij was de deze eau de cologne concentrée meer ‘Piemont’ geweest, wanneer tonkaboon niet was toegevoegd aan de compositie.
Het resultaat: een perfect (Vaderdags)cadeau voor ‘de ontwikkelde en veeleisende man’. Visualisatie: de klassieke Ralph Lauren-man. Deze ontwerper heeft wat (Vaderdags)cadeau betreft Polo Supreme Oud en Polo Supreme Leather (beide 2015) in de aanbieding.


Wist ik nog niet: Penhaligon’s is eigendom van Puig. Bijna teleurstellend om te vernemen dat zo’n all over British heritage label inmiddels ook in ‘vreemde handen’ is. Het is niet de enige: Atkinsons wordt sinds 2013 gerund door een Italiaans bedrijf. Eigenlijk is Penhaligon’s een vreemde eend in Puigs portofolio gezien hun andere licenties – de belangrikste: Carlonina Herrera, Prada, Paco Rabanne, Nina Ricci en Valentino. En sinds kort ook: Jean Paul Gaultier. En wist ik ook niet: L’Artisan Parfumeur.

Er wordt al een tijd gesproken over de groeiende kloof tussen arm en rijk. Volgens mij van alle tijden. Met dit verschil dat rijken nu zonder al te veel inspanning hun vermogen ‘gezelli snel’ exorbitant zien groeien. Met name in de amusementsindustrie. Ik bedoel: Beyoncé hoeft maar een keer te niezen en ziet haar bankconto ‘per direct’ verhoogd met een bedrag waar jan met de pet 365/24/7 voor moet zwoegen.
Deze gapende kloof ‘zie’ je ook al lang in de parfumwereld. Voor het gewone volk worden namen bedacht die bijna iedereen direct begrijpt. Alleen wordt de spoeling steeds dunner; dergelijke namen raken ‘op’. Dus worden die steeds meer gerecycled: eerst Horizon (1993) van Guy Laroche, nu van Davidoff (2016). Eerst Manifesto (2000) van Isabella Rossellini, nu van Yves Saint Laurent (2012). Eerst Wanted (2009) van Helena Rubinstein, nu – dat is snel! – Azzaro (2016). En ga zo maar door.
Maar dan niet zoals bijvoorbeeld de eilandgeuren van Michael Kors, de tuinen van Hermès of de ‘tussenlandingen’ (Escales) van Dior. Hurlant letterlijk vertaald: schreeuwend, joelend. In dit geval in overdrachtelijke zin. Het metaal is hier ‘afkomstig’ van een Harley Davidson op volle toeren, de rubberen wielen schurend over het asfalt terwijl de bebaarde, getatoeëerde en ‘ge-Ray-Ban-de’ bestuurder door Arizona scheurt ‘geplaagd’ door een hete wind tijdens zijn tour over Route 66.
Een In eerste opzichten vreemd, maar heerlijk uitdagende geur, die na verloop van de motorrit steeds ‘logischer’ wordt. Pierre Guillaume vat de geur in drie woorden samen: musk, leer en benzine. Het vreemde alleen: in eerste instantie had ik een ‘oudh’-gevoel. Maar me daarvan losgemaakt, waan ik me in een garage voor de jaarlijkse onderhoudsbeurt van mijn auto (die ik niet meer heb; ben nu geabonneerd op 
Hij was haar lover, ‘muse’ en sponsor. Boy Capel (op de foto in het midden) geboren 1881 in Brighton, Sussex. Zij was zijn ‘irrégulière’: naam voor een vrouw uit de mindere kringen (zoals dat toen niet zo heette) die een relatie onderhield met iemand uit de betere kringen (tegenwoordig nog nauwelijks gebruikt). Gezien zijn upper class afkomst trouwde hij braaf gelijkstandig met Diana Wyndham, maar de affaire met Chanel eindigde hierdoor niet. Chanel (op de foto rechts) had hem leren kennen via weer een andere lover van haar: Etienne Balsan (1878-1953) – op de foto links.
Ook wordt beweerd dat Boys’ reisnecessaire Chanel het idee gaf voor de flacon (eerste versie) van N° 5 (1921). Maar het noodlot sloeg toe: op 22 december 1918 kwam hij op tragische wijze om het leven tijdens een auto-ongeluk. Chanel over Boy 25 jaar na zijn dood, opgetekend door Paul Morand: ‘Zijn dood was een verschrikkelijke klap voor me. Door hem te verliezen, verloor ik alles. Wat volgde was niet een gelukkig leven, moet ik zeggen’.
Mijn ‘Boy’-gevoel: op bezoek bij de klassieke barbershop (die steeds meer populair wordt door baarddragende hipsters en ‘gentrificators’0. Zou Chanel dit in gedachten hebben meegenomen?
Ik vraag me wel eens af of beauty-advisors in de ketenparfumerie klanten, die niet onder de indruk zijn een nieuwe geur van hun favoriete merk, die doorverwijzen naar de boetiek van het desbetreffende merk of een niche-parfumerie? Toch een concurrent. Voor je het weet ben je die klant daardoor voorgoed kwijt.
Het gerucht gaat – al eerder vermeld – dat Ici Paris XL een mini-nicheketen aan het ontwikkelen is waarvan de geuren voornamelijk door The Estée Lauder Companies geleverd zullen worden. Kun je dus een parfumerie ruim mee vullen, met name nu deze perfume power player onlangs ook Frédéric Malle, Le Labo en By Kilian aan zijn portofolio heeft toegevoegd.

Met al die poederige en/of lactone-achtige muskgeuren (de gourmandversies niet buiten beschouwing gelaten) die de laatste tijd over de consument worden gestort, is het wel weer even tijd voor een bezinningsmoment, je af te vragen wat een ‘echte’ muskgeur nu ‘percies’ inhoudt. Gaat het nu ‘tegenwoordigs’ om het poederige/lactone-gevoel, of het scherpe laundry-idee, of de katoen-sensatie, of musk verdwaald als een muis in een banketbakkerspakhuis, of een musk die ‘van huis uit’ zijn klassiek-dierlijk effect verspreidt?
Er verschenen de laatste jaren in het niche-circuit enkele pure lelietjes-van-dalengeuren. Waaronder het kristal-groene Muguet Fleuri (1925/2014) van Oriza L. Legrand. Maar die kregen pr-technisch minder aandacht dan Muguet Porcelaine van Hermès. Hoe zou dat nou komen?
Over Muguet Porcelaine zegt Jean-Claude Ellena: ‘De natuur naar eigen hand zetten, zo ziet men mijn beroep van parfumeur. Het lijkt wel eens op hinkelen. Als je al hinkelend na vele testen ‘de hemel’ bereikt, heerst er vreugde, is het feest. In lelietje-van-dalen zit zoveel subtiliteit, dat ik ervan droomde deze bloem te sublimeren. Ik heb me verdiept in de geur, tot ik mijn andere zintuigen vergat, om de schoonheid en de soepele verleidelijkheid van deze bloem, fragiel als porselein, weer te geven’.
Geurengoeroe zegt: ‘Hermessence rijmt ook op élegance’. Want de geur is elegant, in al zijn eenvoud alle facetten van het lelietje-van-dalen benadrukkend: fris, groen, knapperig startend, snel overlopend in de kenmerkende helder-subtiele bloemengeur. C’est tout. U leest het goed: that’s it.
‘En Geurengoeroe, kóópt u nog wel eens een parfum?’ Hij antwoordde: ‘Zelden, geen beginnen meer aan. Er verschijnt ook zoveel verdomd schoons. Maar ze allemaal sniffen? Geen tijd voor. Soms word ik echter als door een magneet aangetrokken – door de naam en wat de inhoud van een geur op papier belooft’. De naam: anders en voor kenners reeds een hint gevend: Afrika Olifant. Op z’n Hollands geschreven! Hoe komt dat, hoe kan dat? En dat voor een huis met Turks-Duitse wortels.
Te meer, gezien de kapster in Artis werkt, een soort van geurengek is en ik dus benieuwd was naar haar reactie. Artis was namelijk ook wat ik in mijn gedachten had. Gewoon dierentuin ruiken: mest en urine opgedroogd in stro opgeroepen met civet en bevergeil. Even terzijde: wil je niet dat de katten van de buren je mooie tuin als wc gebruik: tijgerpoep geplaatst op strategische plekken – scares the shit out of them. Bij Artis kon je het ooit kopen, weet niet of het deze service nog biedt.
De dagen; dat zijn dus gevangen kapellen (vlinders) – dierenbeul! Prikkebeen vertrekt vervolgens in het door Rob de Nijs in 1974 gezongen Zuster Ursula naar Amerika waar het volgens hem beter kapellen vangen is: ‘Dag lieve rest van Nederland, dag lieve allemaal. Blijf maar rustig zitten in het Land van Maas en Waal. Ik kan alleen maar lachen, ik stap eruit, ik ga, mijn rugzak en mijn tentje mee, de vlinders achterna’ – driedubbele dierenbeul!
Wel aan een vleugje poëzie in ruime hoeveelheid. Zeg nou zelf: Diors J’adore, Yves Saint Laurents Baby Doll – alle twee in hetzelfde jaar gelanceerd en nu ook nog te koop – spreken minder tot de verbeelding dan La Chasse aux Papillons. De tegelijkertijd gelanceerde Dzing! en Passage d’Enfer idem dito. Geldt ook voor Goutals Ce Soir ou Jamais en Tiempe Passate van Antonia’s Flowers (ook beide 1999). Nu zijn dergelijke namen schering en inslag en daardoor ook bijna inwisselbaar geworden.
Niet iedereen is het me eens dat ondanks de toegenomen geurverschijningsfrequentie bij Etro de kwaliteit en het dna van het merk geen kwaad wordt gedaan. Sterker, ik vind de laatste edities excellent. Kun je niet van alle merken beweren – we noemen slechts Dior. Sauvage (2015): op alle fronten cliché en niet in lijn met het merk. Om maar te zwijgen van de afgelebberde pornochic ‘allure’ van Poison Girl (2016).
Moet me wel van het hart dat ik het citaat van Borges niet helemaal passend vind – er wordt immers gesproken over wat volgt op de nacht, niet de nacht. Als de mensen bij Etro iets meer hadden ‘bloemgelezen’ in Borges’ oeuvre waren ze wellicht op deze regels uit dit gedicht – Nog een gedicht over de gaven – gekomen: ‘Voor het mysterie van de roos. Die kleur uitdeelt die ze zelf niet kan zien’.