HYPER-HYACINT
BIJNA GETROUWE KOPIE VAN WAT DE NATUUR ‘BEDOELD’ HEEFT
Jaar van lancering: 2008
Laatst aangepast: ‘Op een regenachtige derde Pinksterdag’
Neus: Sylvane Casoli
Een mens is voorspelbaar, een goeroe is voorspelbaar. Dus wanner ik een batterij aan ‘gaat-wel-mwahh’-geuren heb doorgesnoven, dan krijg ik zin een lekkere volle geur, een geur bijvoorbeeld waarin één bloem in al haar glorie wordt gepresenteerd. Men neme de hyacint dit keer. Bedwelmend, overrompelend en voor mij een erotische evocatie (zonder wulpsheid) symboliserend van het voorjaar in vergelijk met het lelietje-van-dalen dat meer de belofte en onschuld van het nog te beginnen nieuwe seizoen verkondigt.
Dan maakt me de kleur niet uit – wit, roze, wit, blauw of geel. En dat maakt voor de geur ook niets uit: alle kleurnuances van de hyacint verspreiden (voor mij) dezelfde geur. Diegene die denkt dat de iedere kleur van deze clustergevormde blommekes anders geurt, is heel knap en very into ingredients en… very snob.
Opvallend: Blanche Jacinthe is nog door bijna geen enkele internationale parfumblog uitvoerig besproken. Vreemd. Zoveel hyacint-solifleurs worden niet gemaakt. Als je zoekt op www dan kom je alleen bij verkoopsites terecht en natuurlijk op de homesite van het door Sylvane Casoli gerunde Il Profvmo. Zij vermeldt dat ‘voornaam en delicaat, de zoete en mysterieuze hyacint het einde van de winter aankondigt. Met een complexe compositie van meer dan 130 noten. Blanche Jacinthe verrast de zintuigen, het is een afspiegeling waarvan de bloembladen altijd een kleurrijke verrassing zijn’.
Nu moet je omschrijvingen van parfumeurs zelf met wat korrels zout nemen, maar ik ga toch mee met haar constatering dat ‘Blanche Jacinthe een olfactorisch meesterwerk voor liefhebbers van bloemengeuren’ is.
WAT BLANCHE JACINTHE IK EIGENLIJK?
Hoewel er nog steeds essentiële olie aan de hyacint wordt onttrokken, ervaar je dat zelden in geuren. De reden: de prijs. Zal wel richting Arabië verdwijnen waar ze – de elite – dit soort extracten nog vanzelfsprekend vinden. Ik weet dat Santa Maria de Novella ooit een 5ml-extract ervan in zijn collectie had. En keer aan geroken en altijd spijt dat ik hem ter plekke niet heb gekocht.
Over het algemeen is de soli-fleur hyacint een combinatie van synthetische moleculen – gelijk het ook het lelietje-van-dalen. Alleen in Blanche Jacinthe zou je denken met the real stuff van doen te hebben, want só natural, só hyacint – the lady of the house speaking’ – is het effect.
Qua voorkeuren word ik op mijn wenken bediend, want Blanche Jacinthe opent met een uitbarsting van galbanum en iets merkwaardigs ‘geel-groen’ dat kamille blijkt te zijn – een originele keuze – omringd door noten van waterhyacint. Laatste is een beetje misleidend, omdat deze hyacintvariatie wel een geur verspreidt maar eerder een idee is van een lichtbloemige toets en frisheid.
En dan, en dan, de hyacint. Eerst door de voorafgaande opening nog door dauwdruppels fris en groen (alsof je een bos net geplukte aan je neus zet) maar dan vol, volbloemig en sensueel gemaakt door voor de zwoele kant van oranjebloesem en jasmijn te kiezen. Alsof je door een bos loopt op een slingerend pad geflankeerd door hyacinten dat in het ‘etherische’ niets verdwijnt. Laat ik het zo zeggen: de basis van musk neem eigenlijk nauwelijks waar – het is er en is er niet dankzij nog heel veel (124!) andere ingrediënten…
Voor mij bevestigt Blanche Jacinthe weer dat je een bloem eigenlijk niet ‘vanuit de natuur’ kunt kopiëren, maar dat een neus toch wel heel dicht in de buurt kan komen.


Ik durf bijna niet naar Youtube te gaan om te kijken wat Dolce & Gabbana dit keer allemaal uit de kast heeft gehaald, om het verhaal van Dolce Peony kracht bij te zetten. Want wat het duo ter promotie van hun afgelopen geuren heeft gedaan… het leek wel of ze hun ‘amata isola’ – Sicilië – helemaal hadden afgehuurd.
Is een ‘non offensive’ geur die je de pioenroos wel op een erg opvallende manier laat ruiken. Ik althans ruik de typische gepeperde, kruidige roos nauwelijks/niet.
De parfumwereld is een poëtische wereld waarachter een bikkelkeiharde wereld schuilgaat. Je begint als parfumeur jong en onschuldig met in je rugzak de mooiste plannen, maar voor je het weet is het ‘toedelodoki, bye, nice working with you’.
WAT TANGERINE VERT IK EIGENLIJK?
Geurengoeroe zoekt, verlangt, smacht al jaren naar een floral die zich gedraagt zoals ze het volgens hem hoort te doen: een mix van voor de parfumindustrie geteelde bloemen en familieleden die het liefst in de vrije natuur verpozen. Maakt niet uit of de compositie ‘synthetic fantastic’, puur natuur of een combi van beide is. Mijn ijkpunten in deze: vintage
WAT FLORAL IK EIGENLIJK?

Er staat een mini-interview op de site van Molton Brown met de neus van Suede Orris – Jérôme di Marino. Laatste vraag: ‘What makes Suede Orris so unique?’ Di Marino antwoordt: ‘Het daagt het idee uit dat iris ouderwets is. Ik wilde dat het poederachtig, maar modern was. Er is een verslavende rijkdom, veel volume en sensualiteit.’
WAT SUEDE ORRIS IK EIGENLIJK?
Vergeef me deze eerste gedachte: Raf Simons had als artistic director bij Calvin Klein echt een statement kunnen maken, wanneer onder zijn auspiciën de meeste recente ‘grote’ vrouwengeur geen Women (2017), maar Perverso had geheten. Dat had als schokeffect wellicht een even grote impact gehad als Obsession in 1985.
Ik had hetzelfde gevoel bij de ‘boomgeuren’ van Bottega Veneta uit de Parco Palladio-serie: X, XI en XII (2018) waarin respectievelijk de schors van de olijfboom (Olivo), de kastanje (Castagno) en de eik (Quercia) ‘tot leven’ worden gebracht. Het knappe: je ruikt iets heel natuurlijks dat heel sterk doet denken olijf-, kastanje- en eikenbast, maar het toch niet is. Het is een illusie die geen desillusie wordt bij het ruiken aan de echte schorsen, en het deconstrueren van de geuren.
Stom dat ik dat niet direct onderging gezien mijn huidige tik: zelf granola maken met veel geknakte noten: pecan, walnoot, cashew, amandel en walnoot. Als ik die met de biologische basismuesli (van Lidl) en de biologische agavesiroop (ook Lidl!) na 20 minuten roosteren uit de oven haal, verspreiden de ‘nieuwe gourmandnoten’ zich door de keuken.
Historici en andere specialisten zullen waarschijnlijk pas over honderd jaar (of zelfs nog later) mijn gedachte kunnen bevestigen of ontkrachten dat wanneer een andere ‘designer du jour’ in plaats van Alessandro Michele bij Gucci de creatieve arbeid van Frida Giannini had overgenomen, Guilty Cologne ook wel was verschenen en for that matter ook The Alchemist Garden – de spectaculaire retro-retro-retro-nichelijn van Gucci.
Interessant hoe tegenwoordig gebeurtenissen je toch níet kunnen bereiken. Zit ik nu gevangen in mijn eigen bubbel in Drenthe en/of de wereld van art & perfume? Dat bleek gisteren tijdens een ontmoeting in Amsterdam die ik had met Saskia Wilson-Brown, oprichter van het in Los Angeles (waar ik haar begin dit jaar ontmoette) gevestigde The Institute of Art and Olfaction, dat als doel heeft om de wereld van het parfum te democratiseren, toegankelijker te maken.