ZACHTE WARMTE
MIMOSA MAAKT ZIJN ‘ROL’ WAAR
Jaar van lancering: 2019
Laatst aangepast: 17/08/19
Neus: onbekend
De naam doet me direct denken aan een geur die ik ‘altijd’ abusievelijk verkeerd schreef: het was dus niet Splendour, maar Splendor (1998) van Elizabeth Arden. Maar volgens mij is met ou de juiste schrijfwijze. Zou daarom deze ‘splendid’ Arden niet zijn aangeslagen?
Trouwens, Arden slaagt er maar niet in – misschien wil ‘ze’ ook niet gezien de enorme investering these days – een nieuwe potentiële klassieker te lanceren. Het is een va et vient van variaties op Sun Flowers (1993), 5th Avenue (1996) en Green Tea (1999). Zoals Sun Flowers Sunlit Showers (2019), 5th Avenue Uptown NYC (2017), Green Tea Pomegranate (2019).
Moving on swiftly: Velvet Splendour is inmiddels de zevende geur van het downunder-label Goldfield & Banks (anno 2016) met Vlaamse link. Meer weten over de achtergrond? Lees: Pacific Rock Moss.
We lezen op de homesite (google-vertaald): ‘Fluwelen pracht alsof je een grote bos zonverbrande wilde bloemen in beide armen houdt en je gezicht er zachtjes in drukt. Een impressionistisch schilderij van een lange rit door het open, luchtige en wolkenloze landschap’.
WAT VELVET SPLENDOUR IK EIGENLIJK?
Gemiste kans in de zin van storytelling en ‘heritage’: mimosa heeft als oorspronkelijke habitat Australië. Had je leuk kunnen meenemen in het pr-verhaal. Wel zegt Goldfield & Banks dat ‘de mimosa in bloei uitbarstend, het eerste teken van de lente markeert in Australië. Zachtgeel wordt gearceerd tegen blauwe luchten’.
Vervolgens: ‘De eerste noten geven onmiddellijk een mix van groene stengels, gele bloemen, koele lucht en warm licht vrij’. Dat ervaar ik dus niet: groen. Ook gelukkig niet een frisse opening. Je ziet direct in de bedoeling van de geur: een fluweelachtige sensatie van bloemen, een diffuus boeket opgeroepen met oranjebloesem (absoluut), sambacjasmijn en natuurlijk mimosa (absoluut) waar een warme wind voor luchtigheid zorgt (hedione).
Alleen speelt mimosa niet de hoofdrol, is hij onderdeel van het kwartet, garandeert ‘fluweel’. Maar misschien is dat ook niet de bedoeling van Goldfield & Banks, verwachtte ik ten onrechte te veel van deze ‘goudgelen miniatuurzonnetjes bungelend aan vaak majesteitelijke bomen die bij een zuchtje wind de omgeving transformeren tot een droomachtig decor klaar voor een opname voor een parfumpromotievideo met een zeer romantische boodschap…’ – ik dwaal af.
Wel ruik je in Velvet Splendour waar mimosa goed in is: zijn rol als veredelaar. In een boeket gaan de andere bloemen zich chiquer gedragen alsof ze op weg zijn naar een feest met officieel karakter met ‘festive attire’ als dressing code. En de afronding is daadwerkelijk fluwelig met een zachte houttoon. Komt op conto van de sensueel-poederige liaison tussen tonkaboon, oppoponax, heliotropine en leer die gracieus versmelten en perfect in balans zijn met Australisch sandelhout, patchoeli en vetiver.
Met een heel veel of heel weinig fantasie zie je Nicole Kidman in slow motion flaneren door een typisch Australisch landschap (bestaat dat eigenlijk?) in gloed gezet door de ondergaande zon. De warmte heeft iets zandachtigs, zand dat poeder wordt als Kidman het door haar ever nog zo gracieuze, ‘liver spot free’-handen laat glijden – ik dwaal af.



Niemand is er niet echt naar op zoek, toch? Meer categorie toevalstreffer: het vinden van een klavertjevier. Maar, behoor je tot de gelukzaligen dan… wordt volgens Wikipedia ‘vooral door de zeldzaamheid, maar ook door de vorm – die doet denken aan een kruis – het vinden of het krijgen van een klavertjevier sinds de middeleeuwen beschouwd als een geluksbrenger’.
Een duidelijke noot van bergamot. Het pittige groen heeft overeenkomsten met basilicum met op de achtergrond een weeïge zoete noot – ik hou het op coumarine die in dit geval breed van spectrum is: van vers groen dat langzaam uitdroogt en hooi wordt. Ik vermoed ook een zweem van witte musk, want clean is de afronding zeker, maar blijft op de achtergrond doordat de peperige noten (met slierten van wierook) doorgetrokken worden naar de basis.
Dat vergroot altijd het mysterie. Althans men gaat er – nog steeds – vanuit dat veel mensen het interessant vinden. Én het is helemaal in sync met storytelling: dat tijdens het doorspitten door een nieuwe eigenaar van een parfumarchief van een lang geleden gesloten huis, hij stuit op niet eerder gebruikte formules.
Vooropgesteld: zou het door de tropische hitte van de afgelopen dagen komen dat 222 zo ingetogen maar toch zo rijk zijn nuances verspreidt? Fascinerend: het zoet-gestemde viooltje in de opening voorafgegaan door een ondefinieerbare kortstondige etherische, groene trilling.
Terwijl de kleding onder leiding van Alessandro Michele steeds gewoner, ‘rommelmarkt- en vintagewinkel-herkenbaar’ (maar niet bepaald goedkoper) wordt, zien we op geurengebied een tegenovergestelde ontwikkeling bij Gucci: crowd pleasers worden opgestuwd in de hogere vaart der volkeren: van masstige naar prestige.
Een misvatting van groen in geur: kan alleen worden opgeroepen met vers gemaaid gras, kruiden, stengels en bladeren. Maar er is een andere manier, gewoon door in het water te duiken met groene tonen vermengd met ingetogen citrustinten. Hoe doet Alberto Morillas het? Hij behandelt de gardenia alsof ze bloeit met groene in plaats van witte en crèmekleurige bloemblaadjes. Hij stelde zich een vroege zomerochtend voor, waar boomgaarden met rijp fruit bedekt zijn met dauw. De eerste indruk die je krijgt terwijl je Gorgeous Gardenia Emerald ruikt: sappige peer en koud aandoend watermeloen bedekt met de kleinste citroendruppels die zachtjes op de gardeniablaadjes vallen, waardoor ze groener worden.
Parfumnicht: zo werd/wordt wel eens man omschreven met overdreven aandacht voor geuren. Dit compliment is mij nog nooit toegeworpen – althans niet in mijn aanwezigheid. Wel werd ik een keer voor bokkenpoot ‘uitgescholden’ toen ik stond te wachten op de tram met een doos vol boodschappen.
Op zijn site lees ik over het idee achter Gay, en kan er geen touw aan vastknopen. Als ik het goed heb begrepen is Pregoni ook schrijver en is de geur genoemd naar zijn boek Il Vangelo secondo Gay. Ofwel, Het Evangelie volgens Gay. En dat is volgens hem ‘de meest schokkende waarheid in de geschiedenis’ en ‘zeker een klein meesterwerk met antropologische en fantasierijke implicaties, dat het verhaal in ons dagelijks leven doet zinken, de wijdverspreide gedeelde moraliteit omkeert, maar ons het zeldzame voorrecht toekent om te denken met ons hoofd’. Tuurlijk, en ook zo fijn: ik zit dus helemaal op het verkeerde spoor.
WAT GAY IK EIGENLIJK?
En toen was het zomer en dus tijd voor lekker, knetterend vermaak. Voor mij is dat dan eau de cologne of een iets in die richting. En zo kwam ik uit op de geur waarover ik al regelmatig heb gesproken tijdens parfumpraatjes met
Anyway, met Neroli Animalis heb je een eau de cologne in eau de parfum-concentratie. Op de site van Maison Encens wordt de geur omschreven als een ‘clair obscure’. Ofwel, spelend met licht en donker.
Ik loop al een tijdje rond met Rose Ishtar op mijn beide polsen. Conclusie: hoewel ik zelden roosgeuren draag voor het persoonlijk genot, word ik hier heel erg blij van. De reden: de geur koppelt uitgesproken natuurlijkheid – je ruikt heel veel zoete roos – aan comfortabele draagbaarheid. Het is niche, vol, gelaagd én toch toegankelijk in de zin van: de gemiddelde ketenparfumerieklant zal er niet van achterover slaan.
Als deze fruitige frisheid is afgezwakt zet de roos haar spoor voort, gewoon puur zoals ze is: zoet, bloemig, licht gezuurd om geleidelijk warmer-houtiger te worden. Dus een prachtige balans tussen sandelhout en patchoeli.
Tijd weggeweest in verband met brood op de plank-activiteiten. Nu er twee maanden van gevrijwaard. Hoop ik althans. Anyway, ik kreeg dus Spicebomb Night Vision in verband met Vaderdag opgestuurd van de producent (L’Oréal).
Hoe zou dat komen? Lacroix niet, Viktor & Rolf wel. Ik denk door de snelle veranderingen: internet, social media en het feit dat mode steeds meer als ‘serieus’ onderwerp in de media werd gepresenteerd. Mede dankzij de 24/7/365-inspanning van de marketing achter de modemerken. Erger (of ‘blijer’), mode draait alleen nog maar om marketing (en storytelling).
Dan ruik ik een soort van fluwelige ‘tevredenheid’ beplakt met diverse zware kruiden – op het recept staat zwarte chili-akkoord, zwarte peper, kruidnagel, nootmuskaat. Dat zal wel kloppen, maar die fluweligheid bepaalt toch de toon. Aangenaam, zalvend, bijna rustgevend.
Ik ging dus even naar de site van Serge Lutens om te kijken wat hij zelf te melden heeft over L’Eau d’Armoise. Niet echt wat je noemt overzichtelijk de categorieën waaronder zijn 71 geuren zijn gerubriceerd. Ik zou ze allemaal wel willen hebben (ik heb er nu 24 – oude versies gelukkig; ja ook sommige van zijn geuren zijn inmiddels aangepast; dieptepunt Féminité du Bois) met dien verstande dat ik ze eigenlijk zelden draag, een paar uitgezonderd.
‘Hoe kon ik weten toen ik verstrooid een blad uit een struik plukte en het tussen mijn wijsvinger en duim wreef, dat bijvoet zou later spreken vanuit een parfumfles?’ Dit zijn Luten’s mijmeringen omtrent de bijvoet waaraan hij toevoegt: ‘Bekend om zijn vele geneeskrachtige eigenschappen, neemt bijvoet, samen met zijn middeleeuwse verbeelding, ons diep in het hart van zijn krachtige, aromatische geur’. Waarom nu juist middeleeuwse verbeelding? Had ik graag toegelicht gezien.