TRENDFORECAST: GROENER DAN GROEN
‘VOOR DE VROUW SPORTIEF VAN LICHAAM, SPORTIEF VAN GEEST’
Jaar van lancering: 1972
Laatst bijgewerkt: 16/12/15
Neus: Francis Camail
Modellen: onbekend inclusief man en honden
Ja, dames en heren, uit verschillende hoeken hoor ik dat groene geuren bezig zijn met een comeback. Of het nu wel of niet te maken heeft met de media-hippe über-aandacht voor eco, puur natuur, biologisch en andere gentifrication ‘think green’-kreten, ik vind het een prettige ontwikkeling. Geeft je namelijk de mogelijkheid je weer eens te verdiepen in ‘vraiment’ groen geurgeluk. Dus ook in Aliage.
De eerste groene golf in geur ontstond na de Tweede Wereldoorlog – toen werden veel geuren gestuurd door het überfrisse, übergroene en tegelijkertijd groen-warme galbanum. Stond symbool voor een nieuw geloof in de toekomst. Eind jaren zestig, begin jaren zeventig zie we dat groen in geur wordt gelinkt aan emancipatie, het moment dat parfum zijn chique en super vrouwelijke aura van zich afschudt.
Deze ontwikkeling zal ongetwijfeld te maken hebben gehad met het hippie-denken dat zich sinds het midden van de jaren zestig als een vlek over de westerse wereld verspreidde. Wellicht zette de hierdoor zich manifesterende tweede feministische golf – ter herinnering de eerste vond plaats na de Eerste Wereldoorlog; boegbeeld Coco Chanel – de parfumhuizen aan het denken.
Kortom, parfums werden niet meer alleen gemaakt – cliché!, cliché! – om mannen te verleiden. Nee, parfum werd iets dat je als vrouw voor je zelf kocht. Niet om hem te plezieren, maar als ‘iets’ voor jezelf. Dit betekende dat geuren minder zwoel van inhoud werden. De nadruk kwam meer op het frisse en sportieve aspect te liggen, zonder link met de klassieke eau de cologne.
Ook Estée Lauder voelde in 1972 deze veranderingen aan en dit resulteerde in een – ook nu nog – eigenzinnige geur: Aliage. Frans voor samensmelting. Het werd door Estée gecreëerd voor vrouwen ‘die overlopen van energie en levenslust’, en niet gepromoot als parfum maar als sportspray – ook hierin was ze een pionier. Aliage omschreef ze als ‘de frisse buitenlucht die de geur van alle kruiden en planten vasthoudt’, maar ook als het gevoel van ‘groene gekneusde palmbladeren’.
Als je Aliage nu ruikt, dan vind je het wellicht vreemd. De geur toont treffend hoe elk tijdperk zijn eigen smaak heeft. Alliage is naar huidige maatstaven niet elegant, zwoel en bloemig. Wat je ruikt is grof: aarde, mos en natte bladeren. Zeg maar stroef met mannelijke accenten. Toch is de compositie klassiek van opbouw en sommige kenners zien in de geur een moderne echo van Vent Vert (de originele versie) van Pierre Balmain uit 1945.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Sterk naar eikenmos ruikende geuren worden bijna niet meer gemaakt. De opening begint met ‘overdosis’ aan galbanum – wat de associatie met Vent Vert direct duidelijk maakt. Dus: een ongekend en opvallend fris-groen karakter. Typisch voor klassiek-groene chypres.
Hieraan toegevoegd: citrus en perzik. Zoetsappig fris dus. In het hart ruik je vervolgens jasmijn waarvan niet de zonnig-heldere maar de groen-frisse noot wordt benadrukt door zoet-fris rozenhout, ‘ongeciviliseerd’ tijm en dennennaald – met zijn scherp-frisse terpetijnachtige gloed. Ofwel, een groene bliksemschicht. De basis van musk, vetiver, mirre en nootmuskaat is sterk, maakt de geur donker, pittig en geeft samen met veel eikenmos Aliage zijn boskarakter.
Mooi en nu bijna vreemd aandoend: het vochtige en tegelijkertijd rookachtige impressie. Alsof je vochtige, bijna vergane bladeren tijdens een wandeling met de hond voor je uit schopt in het bos.
Ik val in herhaling, maar toch: eikenmos mag volgens nieuwe richtlijnen van steeds minder gebruikt worden vanwege de kans op huidirritatie. Niet meer dan 0,1 procent van een totaalcompositie van een parfum. Het is bekend dat Lauder de geur conform deze eisen heeft aangepast. Heeft niet tot grote ontsteltenis geleid bij de fans. En ik moet zeggen: Aliage bekoort mij nog steeds, ondanks dat eikenmos is vervangen door een mix van vetiver en patchoeli – een ‘enigszins’ goed alternatief. De oude sensatie ruik je.
RUIK & VERGELIJK
How green was my valley? Begin jaren zeventig ruiken de belangrijkste parfums heel erg groen. En ieder merk had zo zijn eigen kijk op hoe groen nu exact moest ruiken.
Lancôme Ô (1969)
Chanel Nº19 (1970)
Dior Diorella (1972)


Naar aanleiding van mijn portret in Het Parool afgelopen week steeg het bezoek aan Geurengoeroe niet alleen significant, ook kreeg ik veel vragen van first viewers. Opmerkelijk veel: hoe zit dat nu eigenlijk met herformuleringen van geliefde geuren? De gedachte die ten grondslag lag aan deze verzoeken: ontgoocheling.
En dat alles in de naam van vooruitgang. Vooruitgang betekent hier: als nu veronderstelde ‘moeilijke’ klassiekers acceptabel maken voor een nieuwe generatie. Komt meestal neer op het niet zo nauw nemen met de oorspronkelijke partituur. Het excuus: nieuwe regelgeving.
Dat gold niet voor Laura Biagiotti, ooit. Ze werd behoorlijk serieus genomen. Waarom haar Roma (1988) in de wasmachine werd gestopt en daardoor is verworden tot slappe was? Welke marketingmiep bij P&G hiervoor verantwoordelijk is geweest?
Balmain, ook een kleine speler, maar zijn parfumglorie is er niet minder om. Voor het merk in 2004 door Christophe Decarnin ‘streetwise’ werd wakker gekust, werd dé klassieker Vent Vert (1945) al in 1990 opnieuw samengesteld. Niets mis mee. Hoewel ‘consumentvriendelijker’ in de zin van minder scherp, overweldigend, onoverkomelijk en ‘puur natuur’, rook je het dna van de geur. Ik heb twee flacons gekocht. Lees het goed: gekocht!
Dior gooit het over een andere én best wel ingewikkelde boeg: J’adore Touche de Parfum. Volgens het persbericht ‘meer dan een parfum, een uitnodiging tot originaliteit, een creatieve manier van parfumeren, een olfactieve mis-en-scène’. De bijna (zelf)verstikkende zelfbewieroking van Dior voor ‘goed, zal wel’ nemend, is J’adore Touche de Parfum in het kort een basisgeur die alle J’adore-variaties transformeert tot een nieuwe.
Tabak, of beter gezegd: de geur van tabak is een van de weinige ingrediënten die nog niet als ‘gender free’ wordt gezien. ‘Typisch mannelijk’ dus die rokerige walm en tegelijkertijd aards en humusachtig sensatie soms op smaak gebracht met honingzachte noten. Vergeet ik bijna: 
Ik denk wanneer ik Giorgio persoonlijk bel of email de kans groter is dat hij me een of meerdere van de door mij gewenste flacons toestuurt – ik kreeg ooit in Milaan van hem zijn door mij nooit weggegooide ‘Armani Privé’-visitekaartje tijdens een perslancering.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?


Helemaal geloven kun je dit ook weer niet, gezien er nog steeds nog een ‘levendige’ handel en dus ook mishandel in civet is. Maar daarvoor je moet uitwijken naar Azië, waar er nog steeds andere criteria op na worden gehouden wat dierenwelzijn betreft.
Als je je in sommige lifestyle- en luxe merken verdiept (niet te vaak doen), dan blijken die helemaal niet zo hip-cool-chill te zijn als vermoed; krijgt de boodschap door het checken van feiten iets intens triests, wrangs.
Genoeg ge-zeur-geurd. Fierce is persistent: gisteren om half zes op een blotter gespoten en deze morgen 10.30 nog steeds present. En, ik was rondom 12.30 weer in de buurt, nog een keer getest. Als beginner op de parfummarkt, koop je niets verkeerds, want inmiddels ‘geaccepteerd’: een fris-kruidige geur die geen vragen oproept bij klasgenoten.
Loop al langer met de gedachte om een gezellig, maar diepgaand parfumpraatprogramma te beginnen – nog dieper de geestelijke afgronden in dan Wilfried de Jong, ja het is mogelijk! – waarin mensen van divers pluimage mij vertellen, welke tien parfums ze zouden meenemen als ze – vrijwillig, noodgedwongen of verplicht – verhuizen naar een verafgelegen eiland of onherbergzaam oord zonder enige mogelijkheid tot menselijke connectie. Ook niet door internet. Zelf stiekem geuren kopen of laten bezorgen door verontruste familieleden en vrienden is er dus niet bij. Staat de doodstraf door middel van… ‘perfume boarding’? Zal ze leren.
Ruikende aan Corsica Furiosa, zou ik vanaf de eerste spray kunnen beginnen met een feuilleton, een tijdelijke blog waarin ik verhaal over mijn associaties, mijn fascinatie voor groen, wat het allemaal oproept… en wie verschijnt daar in mijn gedachten? Mais oui, c’est Napoléon Bonaparte!
Omdat groen zich zo divers manifesteert. Van fris-knisperend en gepeperd, tot door zon gedroogd hooi uitmondend in een zalvende, licht-sensuele sensatie. Zo hoort het! Bij groene geuren! Ook prettig: geen bloemen, want die kunnen geuren lucht en dus voorjaar schenken, en zorgen – dus – tegelijkertijd dat het groen getemd, braaf en ‘acceptabel’ wordt, in te beschaafde banen wordt begeleid.
Geuren die ik spontaan, zonder verzoek vooraf krijg toegestuurd, die ik behandel ik uit principe… wel. Maar altijd zin in om, dat is een ander ding. Zo ook Off to Ibiza. De reden? Ik ben een beetje ‘uitge-eiland’ en ‘uitgeholidayed’ wat geuren betreft. Een spraytje en je – gôh dat gaat snel! – vertoeft in je ‘hard verdiende’-vakantiestemming. Met name geuren dus die verwijzen naar Ibiza, Capri en andere door water omgeven hide ways in de Mediterranée. Het leven dat ze olfactorisch in kwestie beloven op te roepen is al lang niet meer.
Off to Ibiza is duidelijk in naam. Doet me denken aan een winkel in een uitgestorven vissersgehucht aan de noordwest kust van de VS getiteld Gone to Paris – de hunkering, de humor!



