GEURENGOEROE

P.O.P: POPE OF PERFUMES

  • Home

ALIAGE ESTÉE LAUDER

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 16, 2015
Geplaatst in: GEURENALFABET A, KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN, Uncategorized. Een reactie plaatsen

TRENDFORECAST: GROENER DAN GROEN

‘VOOR DE VROUW SPORTIEF VAN LICHAAM, SPORTIEF VAN GEEST’

Jaar van lancering: 1972

Laatst bijgewerkt: 16/12/15

Neus: Francis Camail

Modellen: onbekend inclusief man en honden

ALIAGE 2Ja, dames en heren, uit verschillende hoeken hoor ik dat groene geuren bezig zijn met een comeback. Of het nu wel of niet te maken heeft met de media-hippe über-aandacht voor eco, puur natuur, biologisch en andere gentifrication ‘think green’-kreten, ik vind het een prettige ontwikkeling. Geeft je namelijk de mogelijkheid je weer eens te verdiepen in ‘vraiment’ groen geurgeluk. Dus ook in Aliage.

De eerste groene golf in geur ontstond na de Tweede Wereldoorlog – toen werden veel geuren gestuurd door het überfrisse, übergroene en tegelijkertijd groen-warme galbanum. Stond symbool voor een nieuw geloof in de toekomst. Eind jaren zestig, begin jaren zeventig zie we dat groen in geur wordt gelinkt aan emancipatie, het moment dat parfum zijn chique en super vrouwelijke aura van zich afschudt.

ALIAGE 1 SMALLDeze ontwikkeling zal ongetwijfeld te maken hebben gehad met het hippie-denken dat zich sinds het midden van de jaren zestig als een vlek over de westerse wereld verspreidde. Wellicht zette de hierdoor zich manifesterende tweede feministische golf – ter herinnering de eerste vond plaats na de Eerste Wereldoorlog; boegbeeld Coco Chanel – de parfumhuizen aan het denken.

Kortom, parfums werden niet meer alleen gemaakt – cliché!, cliché! – om mannen te verleiden. Nee, parfum werd iets dat je als vrouw voor je zelf kocht. Niet om hem te plezieren, maar als ‘iets’ voor jezelf. Dit betekende dat geuren minder zwoel van inhoud werden. De nadruk kwam meer op het frisse en sportieve aspect te liggen, zonder link met de klassieke eau de cologne.

Ook Estée Lauder voelde in 1972 deze veranderingen aan en dit resulteerde in een – ook nu nog – eigenzinnige geur: Aliage. Frans voor samensmelting. Het werd door Estée gecreëerd voor vrouwen ‘die overlopen van energie en levenslust’, en niet gepromoot als parfum maar als sportspray – ook hierin was ze een pionier. Aliage omschreef ze als ‘de frisse buitenlucht die de geur van alle kruiden en planten vasthoudt’, maar ook als het gevoel van ‘groene gekneusde palmbladeren’.

Als je Aliage nu ruikt, dan vind je het wellicht vreemd. De geur toont treffend hoe elk tijdperk zijn eigen smaak heeft. Alliage is naar huidige maatstaven niet elegant, zwoel en bloemig. Wat je ruikt is grof: aarde, mos en natte bladeren. Zeg maar stroef met mannelijke accenten. Toch is de compositie klassiek van opbouw en sommige kenners zien in de geur een moderne echo van Vent Vert (de originele versie) van Pierre Balmain uit 1945.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

ALIAGE 3Sterk naar eikenmos ruikende geuren worden bijna niet meer gemaakt. De opening begint met ‘overdosis’ aan galbanum – wat de associatie met Vent Vert direct duidelijk maakt. Dus: een ongekend en opvallend fris-groen karakter. Typisch voor klassiek-groene chypres.

Hieraan toegevoegd: citrus en perzik. Zoetsappig fris dus. In het hart ruik je vervolgens jasmijn waarvan niet de zonnig-heldere maar de groen-frisse noot wordt benadrukt door zoet-fris rozenhout, ‘ongeciviliseerd’ tijm en dennennaald – met zijn scherp-frisse terpetijnachtige gloed. Ofwel, een groene bliksemschicht. De basis van musk, vetiver, mirre en nootmuskaat is sterk, maakt de geur donker, pittig en geeft samen met veel eikenmos Aliage zijn boskarakter.

Mooi en nu bijna vreemd aandoend: het vochtige en tegelijkertijd rookachtige impressie. Alsof je vochtige, bijna vergane bladeren tijdens een wandeling met de hond voor je uit schopt in het bos.

Ik val in herhaling, maar toch: eikenmos mag volgens nieuwe richtlijnen van steeds minder gebruikt worden vanwege de kans op huidirritatie. Niet meer dan 0,1 procent van een totaalcompositie van een parfum. Het is bekend dat Lauder de geur conform deze eisen heeft aangepast. Heeft niet tot grote ontsteltenis geleid bij de fans. En ik moet zeggen: Aliage bekoort mij nog steeds, ondanks dat eikenmos is vervangen door een mix van vetiver en patchoeli – een ‘enigszins’ goed alternatief. De oude sensatie ruik je.

RUIK & VERGELIJK

How green was my valley? Begin jaren zeventig ruiken de belangrijkste parfums heel erg groen. En ieder merk had zo zijn eigen kijk op hoe groen nu exact moest ruiken.

Lancôme Ô (1969)

Chanel Nº19 (1970)

Dior Diorella (1972)

 

ALIAGE 4

 

 

KLEINE OF GROTE OPKNAPBEURT VAN KLASSIEKERS?

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 15, 2015
Geplaatst in: ACHTERGROND, TRENDS TOEGELICHT, WAT RUIK IK EIGENLIJK?, ZOU VERBODEN MOETEN WORDEN OF NIET?. 9 reacties

NOODZAAK OF NOODLOTTIG?

Laatst aangepast: 15/12/15

ERIK ZWAGA GEURENGOEROE ANAIS ANAIS CACHARELNaar aanleiding van mijn portret in Het Parool afgelopen week steeg het bezoek aan Geurengoeroe niet alleen significant, ook kreeg ik veel vragen van first viewers. Opmerkelijk veel: hoe zit dat nu eigenlijk met herformuleringen van geliefde geuren? De gedachte die ten grondslag lag aan deze verzoeken: ontgoocheling.

Bijna ontroerend om te lezen waarom mensen zich beroofd voelen van een geur die voor hen zo dierbaar is en daardoor zo belangrijk in hun leven. De meeste indruk: ‘Ik ruik mijn jeugdjaren niet meer’ naar aanleiding van Cacharels Anaïs Anaïs (1978).

Hier mijn antwoord: ik vind het een onbegrijpelijk iets; de moeite die parfumhuizen zich ‘getroosten’ klassiekers in een nieuw en modern licht te presenteren. Want wat vaak na de verbouwing resteert is alleen naam en naamsbekendheid. De olfactorische link met de oorspronkelijke compositie is zo goed als nihil. Associeer je een perfect uitgevoerde parfumcompositie met kunst – wat ik doe – dan kun je dergelijke restauraties alleen maar betreuren.

Wat bijvoorbeeld met echte kunst gebeurt, met neme een schilderij: het ontdoen van zijn ‘patina’ die door decennia van ‘gewoon laten hangen’ zich als een donkere laag aan het werk is gaan hechten, waardoor de afbeelding weer in zijn oorspronkelijke staat wordt hersteld… daar is bij een grote of kleine parfumopknapbeurt geen sprake van. Het is eerder een kwestie van het richten van spotlights en super troopers op de geur, de façade, waardoor de oorspronkelijke compositie wordt verblind, geen kans krijgt zich meer te laten gelden.

ERIK ZWAGA GEURENGOEROE ROSABOTANICA BALENCIAGA 1En dat alles in de naam van vooruitgang. Vooruitgang betekent hier: als nu veronderstelde ‘moeilijke’ klassiekers acceptabel maken voor een nieuwe generatie. Komt meestal neer op het niet zo nauw nemen met de oorspronkelijke partituur. Het excuus: nieuwe regelgeving.

Lees: verplichte beperking of geheel afzien van bepaalde ingrediënten. En dat wordt voor het gemak ‘richting de consument’ vertaald met ‘zijn veranderde smaak’. Dat mag zo zijn, en is ook zo: smaak verandert. Maar goed ook. Alleen: geen vrijbrief te gaan verbouwen. Waarom zou parfum (als kunstwerk) zich moeten aanpassen? Je gaat een Rembrandt toch ook niet bewerken omdat op een bepaald moment ‘men’ denkt dat de stemming wel erg donker en in zichzelf gekeerd is?

Als je er niet in slaagt of niet in wilt slagen een klassieker recht te doen, waarom dan de nieuwe formule onder de oude en vertrouwde naam presenteren? Alleen om te linken met de rijke geschiedenis – ‘story telling’ – van het desbetreffende huis. Je kunt je überhaupt afvragen of de potentiële nieuwe generatie-consument daar in geïnteresseerd is? Die komt veelal op een andere manier bij ‘oude’ huizen terecht. Doordat een nieuwe ontwerper ‘spraakmakende’ en ‘grensverleggende’ collecties presenteert die iets of helemaal niets met de oorspronkelijke filosofie van zijn nieuwe opdrachtgever vandoen heeft. Plak aan dit nieuwe succes dan ook een nieuwe geur met dezelfde kwaliteiten.

Dat gebeurt dus ook, alleen wat vervelend nu, toptiennoteringen zijn niet gegarandeerd. Neem Balenciaga: hoe deconstrutief Nicolas Ghesquière ook aan de slag ging met de klassieke waarden van het huis; de vertaling in geuren bleek nog niet zo makkelijk. Maar Balenciaga is een kleine speler.

ERIKZ ZWAGA GEURENGOEROE MISTERO DI ROMA LAURA BIAGIOTTIDat gold niet voor Laura Biagiotti, ooit. Ze werd behoorlijk serieus genomen. Waarom haar Roma (1988) in de wasmachine werd gestopt en daardoor is verworden tot slappe was? Welke marketingmiep bij P&G hiervoor verantwoordelijk is geweest?

Geholpen heeft het dus blijkbaar niet: zowel de beoogde nieuwe als de oude doelgroep was blijkbaar niet gecharmeerd. En ook niet van de variaties. Roma ligt nu, net zoals Anaïs Anaïs in de ramsj bij de Etos, na de Kijkshop en de (Albert Cuyp)markt het afvoerputje van uiteengespatte parfumdromen.

Als P&G het ‘merk’ Roma serieus was blijven nemen, had het nu mee kunnen liften op de rondreizende (zijn verwachtingen weliswaar niet waar makende) tentoonstelling Rome. P&G was trouwens ook van mening dat de eerste geur van Dolce & Gabbana – Pour Femme (1992) – niet meer voldeed aan het huidige tijdsgewricht. Het resultaat: een zekere eigenzinnigheid vervangen door trutty-fruity-fun. En dan heb ik het maar niet over P&G’s licentie Rochas.

Yves Saint Laurent is het wel ergste leed denkbaar aangedaan. Zijn Opium (1977) – hoe je het ook wendt of keert: een kunstwerk – is niet meer, de huidige geur onder deze naam bleek ook niet echt succesvol. Terecht. Klanten zijn niet dom, pikken niet alles. De legendarische naam is slechts aanleiding voor het in de markt zetten van nieuwe geuren: Belle d’Opium (2010), Opium Vapeurs de Parfum (2012), Black Opium (2014). Help: Chanel bevindt zich met N°5 Eau Première (2007) voor mij ook op deze glijdende schaal.

ERIK ZWAGA GEURENGOEROE VENT VERT BALMAIN AD 1Balmain, ook een kleine speler, maar zijn parfumglorie is er niet minder om. Voor het merk in 2004 door Christophe Decarnin ‘streetwise’ werd wakker gekust, werd dé klassieker Vent Vert (1945) al in 1990 opnieuw samengesteld. Niets mis mee. Hoewel ‘consumentvriendelijker’ in de zin van minder scherp, overweldigend, onoverkomelijk en ‘puur natuur’, rook je het dna van de geur. Ik heb twee flacons gekocht. Lees het goed: gekocht!

Kun je niet zeggen van de Ivoire-2012-versie. Een Brusselse vriendin, met verstand van geurzaken, beschouwt de nu vintage versie (1980) als haar lijfgeur. Liefde op het eerste gezicht bij de eerste ontmoeting. De reden: volgens haar het rijke gevoel (aldehyden) met de eigenzinnige anjer, narcis en goudsbloem die de klassieke roosjasmijn-combinatie een mooi gekruid en geel-geil laagje gaven. Wat ze nu ruikt vindt ze wel ‘lekker’, maar teleurgesteld is ze. Zó zelfs dat ze helemaal is gestopt.

Voor ik het vergeet: heel veel geuren worden door de bovengenoemde regelgeving regelmatig aangepast, maar als consument heb je dat niet in de gaten omdat het eindresultaat bijna trouw is aan het origineel. Een goed voorbeeld: ck One (1994) van Calvin Klein.

Dat het ook anders kan bewijst Chloé: de huidige licentiehouder (voorheen Unilever nu Coty) is gestopt met de oude productie – waaronder het legendarische Chloé (1975) met zijn Karl Lagerfeld-link. Laatste kun je betreuren, maar een nieuwe hedendaagse versie had waarschijnlijk tot nog meer tranen plengen geleid. Daarvoor in de plaats een andere insteek. Het werkt: Chloé is nu een van de meest succesvolle ‘nieuwkomers’.

Het is niet alleen maar kommer en kwel. Guerlain werd enorm geplaagd door de bovengenoemde regelgeving omdat het zoveel chypres in zijn collectie heeft. Het kenmerkende ingrediënt – eikenmos – moest in hoeveelheid zoveel worden verlaagd, waardoor de oorspronkelijke boodschap verloren dreigde te gaan. Sterker, deed het ook ‘in den beginne’. Een aantal nieuwe versies van Mitsouko (1919) waren niet bepaald ‘comme il faut’, maar Thierry Wasser heeft met zijn meest recente versie aangetoond dat het wel kan: Mitsouko ruikt weer zoals vanouds. Wasser kreeg er zelfs een prijs voor. Het mooie aan deze ontwikkeling: Guerlain neemt zichzelf en dus de consument serieus.

Zo hoort het ook. Wasser mag van mij ook Femme (1945) van Rochas en bijvoorbeeld Givenchy III (1970) onder handen nemen. En als het even kan ook Mystère (1976) van Rochas – my all time favorite woody chypre. Het zijn klassiekers die deze hulde niet voor niets hebben gekregen: ze verdienen het ze te ervaren zoals ze bedoeld zijn. Ook door een nieuwe generatie.

GEURENGOEROE LA PETITE ROBE NOIRE GUERLAIN FLACON

J’ADORE TOUCHE DE PARFUM DIOR

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 11, 2015
Geplaatst in: GEURENALFABET J, NICHE IN DE PARFUMERIEKETEN, Uncategorized. Een reactie plaatsen

TOUCHÉ!

POP UP-J’ADORE SCENT BAR! ALS DIOR HET GOED DOET

Jaar van lancering: 2015

Laatst aangepast: 11/12/15

Neus: François Demachy

Model: hoe heet ze ook al weer?

Wordt al een tijdje voorspeld: Diors J’adore (1999) gaat Chanels N°5 (1921) plaats innemen van ’s werelds best verkochte parfum. Moet je knap vinden. Is het in bepaald opzicht ook. Alleen kun je je afvragen of al die, ik ga uit van, tientallen marketingmiljoenen, wel de moeite waard zijn. Mijn inmiddels bekende bedenking: de aandacht wordt teveel van inhoud naar imago verschoven. En het gaat maar door. Dior en Chanel troeven elkaar jaarlijks af met spectaculaire en overdonderende campagnes waar je van onder de indruk moet zijn, en waar andere luxe labels zich – nog – niet aan durven te wagen. Of er gewoon weg het geld niet voor – over – hebben.

J’adore en N°5 zijn zó aanwezig rondom de feestdagen in de media dat je wel een ‘Ich bin der Welt abhanden gekommen’-kluizenaar moet zijn, wil je voorkomen dat je het niet bewust, dan wel onbewust, dan wel je in onderbewuste opslaat… en bij binnenkomst in de parfumerie voor een ‘cadeautje’ voor vrouw/vriendinlief bijna automatisch loopt naar... Correctie toegevoegd op 12 december: La vie est belle (2012) van Lancôme steekt deze twee wat imponeergedrag betreft inmiddels aardig naar de kroon.

Om de inmiddels, ik ga uit van, miljoenen gebruiksters trouw te laten blijven aan een van deze toppers, worden nouveautés binnen deze lijn gepresenteerd. Verkoop komt eigenlijk op de tweede plaats, waar het om gaat: rumoer creëren zodat de vaste gebruiksters het blijven kopen. Bij Chanel is dat dit seizoen wel heel duidelijk: een facet geslepen kristallen flacon gevuld met 900 ml van het extract van N°5. Heel erg flauw: prijs op aanvraag. Gaan de ‘poor old buggers’ die zich dit niet kunnen veroorloven hun geliefde variatie hierdoor minder ‘liken’ bij dit ‘zo maar publiekelijk prijsgeven’? Of verhoogt dit juiste het luxe gevoel?

NO 5 2015Dior gooit het over een andere én best wel ingewikkelde boeg: J’adore Touche de Parfum. Volgens het persbericht ‘meer dan een parfum, een uitnodiging tot originaliteit, een creatieve manier van parfumeren, een olfactieve mis-en-scène’. De bijna (zelf)verstikkende zelfbewieroking van Dior voor ‘goed, zal wel’ nemend, is J’adore Touche de Parfum in het kort een basisgeur die alle J’adore-variaties transformeert tot een nieuwe.

Ik vind dat altijd tricky – de klant zelf voor parfumeur laten spelen. Bestaande geuren mengen vanuit een artistiek en creatief standpunt is een ander ding; ik doe het als geen ander met www.lebienaime.com. Maar de gemiddelde klant verwacht nog steeds kant-en-klaar-parfums. Daarnaast bestaat kans op teleurstelling: als parfum maken zo gemakkelijk is waarom dan nog… Ook moet je over een verdomde goede neus beschikken, wil je de transformatie goed ondergaan en ervaren. Dan de prijs: 20ml € 94,50.

WAT MENG IK EIGENLIJK?

J’adore Touche de Parfum is volgens de officiële receptuur een concentraat van sandelhout uit Sri Lanka en ambrette – dat prachtige zaadje met zijn aards-warme, musky, zwoelzoete noten – gecombineerd met een melange van witte bloemennoten die ook in de verschillende J’adore-variaties bloeien. Maar ik bespeur op de achtergrond meer: ‘ander’ hout en poederig musk.

Van alle variaties heb ik er slechts nog een in mijn collectie, mijn favoriet: J’adore Voile de Parfum door zijn nadruk op iris. En verdomd het is waar wat François Demachy beweert: het sandelhout met zijn roos- en melkachtige accenten geeft de adorabele sluier een soort van gewicht, krijgt een vasthoudende onderlaag. Ik ben benieuwd wat deze variatie doet, en of die volgend jaar is gestopt of wordt geprolongeerd met een nieuwe ‘touche’.

Maar wat een ‘tool’ voor de parfumerie! Waar iedereen over praat en elkaar napraat – story telling, beleving – krijg je met J’adore Voile de Parfum op de winkelvloer aangereikt: het gevoel van niche in de ketenparfumerie. Stel je voor: een Dior scent bar en vaste fans uitnodigen om op verschillende manieren J’adore te ervaren, en waarmee het accent van imago naar kennis en ervaring wordt verlegd. Glaasje wijn erbij dat de lichtheid van de eau de toilette-versie oproept, hapje erbij dat de volheid van de L’Absolu benadrukt.

Wat wel voorkomen moet worden (maar Dior nu juist als toegevoegde waarde ziet): ‘Zich parfumeren met J’adore Touche de Parfum is een eindeloos speelveld, een labyrint van geuren waarin u met eindeloos combineren de juiste geurexpressie vindt’. Want: kans op verdwalen ligt om hoek (van het labyrint).

Bij succes is Chanel verplicht om dat op zijn minst te evenaren, op zijn best te overtreffen. By the way: ben benieuwd hoe deze kijk op ‘geur-variëren’ door Givenchy verkooptechnisch werd ervaren: het couturehuis lanceerde dit jaar al een dergelijke kijk met Ange ou Démon Le Parfum Accord Illicite.

J’ADORE TOUCHE DE PARFUM DIOR

TOBACCO ABSOLUTE MOLTON BROWN

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 10, 2015
Geplaatst in: GEURENALFABET T, Uncategorized. Een reactie plaatsen

TABAK? JA. ABSOLUUT? NEE

Jaar van lancering: 2015

Laatst aangepast: 10/12/15

Neus: Elsa Chabert

TOBACCO ABSOLUTE MOLTON BROWN BOTTLETabak, of beter gezegd: de geur van tabak is een van de weinige ingrediënten die nog niet als ‘gender free’ wordt gezien. ‘Typisch mannelijk’ dus die rokerige walm en tegelijkertijd aards en humusachtig sensatie soms op smaak gebracht met honingzachte noten. Vergeet ik bijna: Tabac Blond (1919) van Caron was speciaal gemaakt voor de vrijgevochten vrouw – denk Coco Chanel – die in de jaren twintig de mannen niet alleen in kledingstijl ging kopiëren.

Tabak in combinatie met man en geur had tot voor kort een oubollige uitstraling dankzij Tabac Original (1938) van Mäurer & Wirtz. En: naar echt tabak ruiken doet de geur inmiddels niet meer. In de jaren tachtig en negentig toen breedgeschouderde geuren de toon bepaalden, kringelden de tabakslierten omhoog vanuit diverse flacons. Heel duidelijk in: Feeling Man (1989) van Jil Sander, Havana (1994) van Aramis. Tom Ford zet tabak weer duidelijk op de kaart in 2007: zijn overrompelende Tobacco Vanille (2007) associëren wellicht velen met de geur van hun over-groot-vader wanneer die zijn bijna ‘verse’, zoete draden uit de Delftsblauwe tabakspot pakt(e) om zijn pijp te stoppen en/of wanneer hij de ‘zondagse’ sigaar knakt(e).

Tobacco Absolute is een ode aan de Schotse chirurg en botanist William Houstoun (1695?–1733), volgens Molton Brown de – Europese – ontdekker van tabak. Hierover kun je van mening verschillen. Zo meldt Bartolomé de las Casas (1484-1566) in zijn Historia de Las Indias dat scouts van Columbus in de binnenlanden van Cuba dat tabak werd gedronken, gelikt, gesnoven, gekauwd en/of gerookt door de inheemse bevolking.

Had je ook nog Sir Walter Raleigh – hij zou in 1578 als eerste Virginia tabak naar Europa hebben gebracht. Hoe het ook zij, en misschien wel leuk voor de weet: Houstoun heeft een Hollandse link – hij studeerde bij Herman Boerhaave (1668 -1738) aan de universiteit van Leiden waar hij geïnteresseerd raakt in de helende kwaliteiten van planten. Waarvoor de ‘indianen’ van Noord en Zuid Amerika tabak in tweede instantie gebruikten. De eerste: als communcicatiemiddel met hun goden en voorouders.

WAT ROOK IK EIGENLIJK?

Volgens Elsa Chabert een ‘complexe, warme combinatie van houtsoorten, tabak, perubalsem en musk opgelift door een vleugje citrus’. Complex vind ik iets te sterk geïnhaleerd. Ruik aan Parfum d’Empire’s Tabac Tabou (2015) en je snapt wat ik bedoel. En in vergelijk met Tom Ford is Tobacco Absolute een beschaafde interpretatie van tabak.

Niet dat daardoor de geur minder is. Eerder bescheiden, eerder tabak zonder nicotine. Je neemt de typische geur van absoluut tabak waar – warm, aards, licht broeïerig, honingachtig, donker, kruidig – maar geplaatst in een consumentvriendelijke lichtheid van (Argentijnse) grapefruit en bergamot in de opening en het voor de meeste mannen vertrouwde hout van de basis. Wel anders: de tabak wordt verwarmd door Perubalsem – met zijn vanille-kruidige en kaneelnuances.

Alleen echt ontens geniet je daar niet van omdat deze hars alleen nog maar gezuiverd (als destillaat of extract) toegepast mag worden en maximaal 0.4 procent van de compositie mag vormen. Wat na een tijdje resteert op de huid is warm hout vermengd met een musk-vibratie.

TOBACCO ABSOLUTE MOLTON BROWN MOOD

EAU DE CÈDRE GIORGIO ARMANI

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 8, 2015
Geplaatst in: GEURENALFABET E, Uncategorized. Een reactie plaatsen

ARMANIET ZOALS IK HEM ECHT KEN

Jaar van lancering: 2015

Laatst aangepast: 08/12/15

EAU DE CÈDRE ARMAN 2Ik denk wanneer ik Giorgio persoonlijk bel of email de kans groter is dat hij me een of meerdere van de door mij gewenste flacons toestuurt – ik kreeg ooit in Milaan van hem zijn door mij nooit weggegooide ‘Armani Privé’-visitekaartje tijdens een perslancering.

Dan dat ik moet wachten tot de pr-afdeling van L’Oréal (die zijn geuren produceert) zich verwaardigd het doen. Als die al reageert. Waar staat pr ook al weer voor? Privé relaties? Public relations? Pers relaties? Nou wou het dat een Brusselse kennis van me Eau de Cèdre cadeau had gekregen van moeders voor zijn verjaardag. Hij kwam langs en nam als een professionele public relationsmanager de volgens hem ‘wel aardige’ geur mee. Dat scheelt weer een hoop over en weer gecorrespondeer. Ik was er namelijk benieuwd naar.

De reden: Armani heeft in zijn Armani – Les Eaux – Privé al een cederhoutgeur: Cèdre Olympe (2009) en was de benieuwd hoe deze zich verhoudt tot Eau de Cèdre. Let wel: ik ben niet echt op zoek naar een geur die met ‘de zuiverste ingrediënten de sensuele en unieke charme van de moderne man uitdrukt’. Wie wel? Volgens mij geen enkele man. So nineties dit marketingverleidingsjargon.

Dit is wel soort van interessant: de geur wil het gevoel vertalen van een soepele, maar scherp gesneden Armani-jack (van fluweel). Dus dan verwacht je een geur met een zachte soepele finish. En aangezien Armani spreekt van fluweelgroen, dus een ook groene stroom door de compositie. Daarmee is het verschil met Cèdre Olympe direct duidelijk gemaakt, want dat is door de zon, tot op de nerf uitgedroogd hout.

EAU DE CÈDRE ARMAN MOODWAT RUIK IK EIGENLIJK?

Wat Eau de Cèdre niet gemeen heeft: de vanzelfsprekende natuurlijke uitstraling zo duidelijk waarneembaar in Armani Privé. Dat dan weer wel: in de compositie ruik je de Armani-signatuur voor de man. Kun je omschrijven als kruidig, gedroogd groen. Ruik je pas goed na de opening. Maar wat jammer nu: bergamot, citroen en viooltjesblad presenteren zich niet echt chic. Deze cologne-structuur is namelijk vlak, glad. Alsof niet de vruchtschil is gedestilleerd maar het – ook nog eens te lang in de zon gelegen – sap. Komt gelukkig snel onder een laagje terecht – de groene stroom – van salie en kardemom. Laatste ziet zijn fris-groene noot laboratorisch geïntensiveerd en ‘noemt’ zich daardoor Cardamom Pure Jungle Essence. Maar schrik niet: al te bitter-fris-groen wordt het ook weer niet. Omdat – eerst – het cederhout begint te resoneren en – ten tweede – door de verzachting die vervolgens optreedt. Opgeroepen met een suèdenoot.

Subtiel, misschien te subtiel: je ruikt nu slechts vaag hoe suède- en leernoten viriel-zweterig kunnen worden door toevoeging van komijn. Neem je ook nog een rokerig noot waar, dat is niet suède maar zwarte thee. Het geeft Eau de Cèdre zijn moderne aquatoets. Was deze geur in de beginjaren van Armani’s parfumcarrière gelanceerd, dan had het accent op suède gelegen. Niet zo’n klein beetje ook. Enne: geuren met een dergelijk sterk suède- en leerakkoord raken weer in schwung. Ook in de ketenparfumerie.

Eau de Cèdre is een goed voorbeeld van de spagaat waarin veel luxe merken zich hebben gemanoeuvreerd: willen het grote geld verdienen met in dit geval burgermanmiddelmaat, maar serieus genomen worden door hun gentleman niche allure. En dat wordt steeds ongeloofwaardiger naarmate steeds meer burgermannen niche ontdekken en er daardoor achter komen dat wat ze tot nu toe hebben gebruikt… vul zelf maar in.

EAU DE CÈDRE ARMANI 1

 

GOUDEN GEUR UIT ‘ONZE’ GOUDEN EEUW

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 7, 2015
Geplaatst in: WAT RUIK IK EIGENLIJK?, ZOU VERBODEN MOETEN WORDEN OF NIET?. Een reactie plaatsen

‘CIVETPRET!’

DANK VOOR STANK

Laatst aangepast: 06/12/15

Leeswaarschwuwing: long read

Iedereen doet mee: gewone dingen opblazen tot groot, groter, grootst. Spannend, spannender, ‘aller-spanneundst’. Vooral in de categorie ‘alles voor de kijkcijfers’: documentaires, films, tentoonstellingen en ander ‘drama’. Dus ook het Rijksmuseum. Op zijn homesite is een teaser te zien en te horen van de expo ‘Azië > Amsterdam. Luxe in de Gouden Eeuw’. Begeleid door ‘hysterieuze’, opzwepende muziek – om je in het verhaal te trekken – wordt in kort bestek uitgelegd dat, ik citeer, ‘de komst van Aziatische schatten uit China, Japan, India en Batavia in de 17de eeuw een enorme sensatie teweeg bracht. Lakwerk, ivoor, zilver, zijde, ebbenhout, sieraden en heel veel porselein werden door de Verenigde Oost-Indische Compagnie naar Amsterdam gebracht’.

De voorbijkomende voorbeelden oogden bekend en ‘museum’-vertrouwd. Toch gegaan, ik was benieuwd of de samenstellers ook geur hadden gebruikt – in opkomst in museumland – om de bezoekers nog meer ‘beleving’ te schenken. Niet dus. Maar los daarvan: wat gaap-gaap-saai, braaf, ‘vitrine-veilig’ en daardoor afstandelijk tentoongespreid al deze ‘mooie spulletjes’ voor de toenmalige pronkzuchtige elite (denk: New Luxury-bezoekers avant la lettre).

Want al die kasten, porseleinen vazen, serviezen, zilverwerken, ledikanten en snuisterijen waren in hun oorspronkelijke functie in eerste instantie gebruiks- en siervoorwerpen – toch? Of had ik niet mogen hopen op tot aan de nok gevulde stijlkamers geïnspireerd op koopmanshuizen langs grachten of in ‘welgelegens’ langs de Vecht met daarin al deze artefacten ‘losjes’ gedrapeerd, om juist het alledaagse karakter ervan te benadrukken?

CIVET 1

En ik rook ook niets. Ik doel dan niet op de specerijen – kruidnagel, peper, foelie, nootmuskaat – waarop de V.O.C (1602 -1798/1799) na oorlogen met Portugal, Spanje en Engeland het monopolie op wist te verkrijgen in de Indische archipel. Wél op een geur die volgens mij in veel grachtenpanden te ruiken moet zijn geweest: indringend civet van de civetkat. Geliefd om zijn heerlijke geur, dan wel gehaat om zijn verschrikkelijke meur. Of beide: ‘dirty but delightful’.

Die werden namelijk op grachtenpandzolders ‘gehouden’. En niet volgens huidige ‘diervriendelijke maatstaven’. Er bestaat literatuur over deze vorm van dierenmishandeling die overigens nog steeds plaatsvindt (heb ik het nog niet over de bereiding van de duurste ‘koffie verkeerd’ op dit moment – ook op basis van civet). Zoals Steffen Arctanders’ Perfume and Flavor Materials of Natural Origin (1961) waarin hij schrijft dat sommige katten tijdens hun leven 400 tot 800 keer het schrapen van hun geslachtsklieren moeten ondergaan. En dat het ‘goedje’ meer oplevert als de oorspronkelijk uit Abessinië (Ethiopië) afkomstige katten te klein worden gekooid en bang worden gemaakt: scares the ‘shit’ out of them.

CIVET 3

Op internet ontdekte ik ook Oliver Goldsmiths’ The History of Earth (1819) waarin hij opmerkt waarom Amsterdamse civet van de allerbeste kwaliteit is. Pagina 239: ‘Wherefor it is not only bred among the Turks, the Indians and Africans, but great numbers of these animals are also bred in Amsterdam where these scraping people make no small gain of its perfume. The perfume of Amsterdam is reckoned the purest of any. The people of other countries adulterating it with gums and other matters, which deminish its value but increase it weight. The quantity which a single animal affords generally depends upon its health and nourishment (…). If a person is shut up with one of them in a close room he cannot support the perfume’ (…). The best civet however is furnished, as was observed, by the Dutch’ – zingt allen mee met Linda: ‘Ik hou van… ‘.

Iets verder wordt uitgelegd waarom civet te prefereren is boven musk – ‘and persons of taste or elegance seem to proscribe it even from the toilet’. En ambergris: ‘is now disused for the less vegetable kinds of fragrance, spirit of lavender or ottor of roses’. Alhoewel civet (zij het trės, trės petit) een comeback maakt, is deze ‘discussie’ eigenlijk niet meer actueel. Puur om het feit dat bijna alle dierlijke noten uit parfums zijn gezeefd. Zelfs de nu verplichte synthetische variaties van ‘echte’ dierlijke musk, bevergeil, ambergris en dus civet worden sporadisch – en dan alleen spaarzaam – verwerkt.

CIVET 2Helemaal geloven kun je dit ook weer niet, gezien er nog steeds nog een ‘levendige’ handel en dus ook mishandel in civet is. Maar daarvoor je moet uitwijken naar Azië, waar er nog steeds andere criteria op na worden gehouden wat dierenwelzijn betreft.

Maar dat wil niet zeggen dat echte civet niet meer in Europese parfums wordt verwerkt. Waar een wil is, is een weg: je kunt altijd civetone – de synthetische variant – ‘declareren’ op de verplichte ingrediëntenlijst in plaats van. Met een beetje fantasie is civet het ‘oudh’ van de Gouden Eeuw. Want laatste wordt nu door velen in eerste instantie ook als stank ervaren, maar er eenmaal aan gewend en begrepen, snappen mensen de olfactorische sensatie. En ook van oudh is er nu meer fake dan the real thing in omloop.

Civet was lang een belangrijk en vanzelfsprekend onderdeel – subtiel geserveerd dat wel – van klasseparfums. Van Jicky (1889) van Guerlain, N° 5 (1921) van Chanel, Joy (1936) van Patou tot aan Miss Dior (1947) van Dior. Van Givenchy’s Ysatis (1984) tot aan Knowing (1988) van Estée Lauder. Nu wordt het in de nichebranche – weer – toegevoegd om geuren een gevoel van luxe, een chique dimensie en een strelende warmte te geven dat doet denken aan bont.

Maar dan moet je wel oppassen volgens Tanja Deurloo van The Perfume Lounge. Bij de ene parfumeur is het bont versleten met mot er in, bij de ander glanst het je tegemoet. De niet-verstaander en niet-begrijper associeert het direct met poep en ervaart het als echt vies. Bij Deurloo ligt de grens bij Absolue pour le Soir (2010) van Maison Francis Kurkdjian. Meer prettig-à-porter volgens haar: Salome (2015) van Papillon en S.T.I.N.K! (2015) van – toeval of niet? – Le Bienaimé.

ERIK ZWAGA GEURENGOEROE CIVETKAT HELP

FIERCE ABERCROMBIE & FITCH

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 3, 2015
Geplaatst in: GEURENALFABET F, Uncategorized. Een reactie plaatsen

FRIS-KRUIDIGE GEUR DIE GEEN VRAGEN OPROEPT BIJ KLASGENOTEN

PLUS GEURKAARS

Jaar van lancering: 2015

Laatst aangepast: 03/12/15

Neus: Bruno Jovanovic, Christophe Laudamiel

Torso’s: anoniem

Muziek: Call Me Maybe Carly Rae Jepsen

FIERCE ABERCROMBIE & FITCH BOTTLEAls je je in sommige lifestyle- en luxe merken verdiept (niet te vaak doen), dan blijken die helemaal niet zo hip-cool-chill te zijn als vermoed; krijgt de boodschap door het checken van feiten iets intens triests, wrangs.

Neem de tot voor kort ceo van Abercrombie & Fitch (anno 1892), Mike Jeffries (anno 1944). Hij is al zo vaak door de mangel van de plastische chiurgie gegaan, dat de door hem in het leven geroepen ‘deurwachters’ voor elke Abercrombie & Fitch-winkel je doen afvragen of hij er op mikte met ‘hun’ uiterlijk te ontwaken na elke cosmetische ingreep. Abercrombie & Fitch wordt Aberzombie & Fitch.

Dan heb ik het nog niet gehad over de processen die hem ‘uit hoofde van algemeen directeur’ recent uit bijna alle continenten zijn toe geslingerd door bevolkingsgroepen die niet voldoen aan het ‘picture perfect’ blanke plaatje: Afro-Amerikanen, latino’s, Aziatische Amerikanen en vrouwen, maar die wel graag voor ‘hem’ zouden willen werken als verkopers.

Deze gedachten had ik nog niet toen ik gisteren rond 17.30 de winkel aan de Amsterdamse Leidsestraat binnenstapte, ik werdgewoon getriggert door de winkeletalage-presentatie van Fierce. Het was er doodstil. Ook geen half ontblote (door een intens work out-programma) geci-vi-sileerde torso’s die de deur voor me openden. Moest ik zelf doen. Maar dit ontbreken blijkt onderdeel van nieuw beleid: in april 2014 – volgens Wikipedia – stopte de keten ‘met het aannemen van personeel gebaseerd op hun uiterlijk, ook maakt het geen gebruik meer van heren met ontbloot bovenlijf tijdens openingen en evenementen. Ook het jarenlang gebruik van geseksualiseerde foto’s in hun marketingmateriaal werd gestopt’.

Maar toch: de presentatie is zoals het dus nog steeds (verondersteld) hoort volgens Jeffries: ‘spanneund’, ‘drop dead sexy’, en dus stiekum ‘best wel geil’ – zal je maar tussen je laken vinden. Ondanks het feit dat hij vorig jaar is vertrokken of moest opstappen. En tegelijkertijd vertrouwd gezellig in de kerstsfeer: de flacons zijn versierd met rode strikken.

En ja, het neigt wel erg naar wat Calvin Klein in de jaren tachtig van de vorige eeuw met zijn geuren presenteerde – sex sells – en daardoor ‘zal wel’. Maar ik weet ook dat de beoogde doelgroep daar waarschijnlijk geen weet van heeft – because they’re young. Wat ik me wel afvraag: hoe komt het toch dat deze boodschap vooral wordt opgepikt door (volwassen) mannen die ‘het’ niet hebben.

In de zomer zie je toch heel veel exemplaren rondlopen met een Abercrombie & Fitch-T-shirt rondblubberend om hun lijf. Vraag ik me af: mag dat wel van Mike Jeffries? Leuk detail of niet: door de flacon heen, zie je een torso van de ‘gedroomde’, gemiddelde Abercrombie & Fitch-doelgroepdrager. Waarschuwing: deze vorm krijg je niet alleen met het opspuiten van de geur. Ambieer je dit, dan raad ik aan in therapie te gaan bij Arie Boomsma. Ben benieuwd trouwens hoe hij tegen Fierce en de ‘boodschap’ aankijkt. Want Fierce heeft als onderschrift Confidence. Ja? Dus? Dus Woest Vertrouwen. In jezelf? In je lichaam? In de geur?

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

ERIK ZWAGA GEURENGOEROE DENNENNAALD FOTOGenoeg ge-zeur-geurd. Fierce is persistent: gisteren om half zes op een blotter gespoten en deze morgen 10.30 nog steeds present. En, ik was rondom 12.30 weer in de buurt, nog een keer getest. Als beginner op de parfummarkt, koop je niets verkeerds, want inmiddels ‘geaccepteerd’: een fris-kruidige geur die geen vragen oproept bij klasgenoten.

De opening heeft iets ‘verrassends’ fris omdat de citrusnoten – petitgrain, citroen, sinaasappel – worden begeleid door de scherpe-terpetijnachtige opening van dennenhars (foto). Geeft iets ‘etherisch’, iets ‘anders’ dan gewend. Ook wel opvallend: de ‘vrouwelijke’ bloemige noten – jasmijn, roos, lelietje-van-dalen – worden geschaakt door ‘mannelijk’ rozemarijn en kardemom. Groen-kruidig gemaakt dus. Afronding: strak, droog en – gelukkig – geen normaliter gebruikte ambroxan-finish. Denk: oceaan, ziltig op de woelige baren ronddrijvend hout. Daarentegen: strak en droog hout – vetiver, eikenmos – gecombineerd met Braziliaans – zoetig – rozenhout met een toefje sensualiteit (musk).

Wat ik ‘grappig’ (want) ongebruikelijk vind in de categorie mannengeuren, dus ‘hulde’: in het assortiment zit ook een geurkaars. Alleen, wie steekt die als eerste aan? Hij of zij? En ter voorbereiding waarop?

ABERCROMBIE & FITCH LOGO

 

CORSICA FURIOSA PARFUM D’EMPIRE

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op november 30, 2015
Geplaatst in: GEURENALFABET C, NICHE, Uncategorized. Een reactie plaatsen

GRRRRRRRRRROEN!

HOOIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIII!

Jaar van lancering: 2014

Laatst aangepast: 30/11/15

Neus: Marc-Antoine Corticchiato

Te koop bij: www.perfumelounge.nl

CORSICA FURIOSA 1Loop al langer met de gedachte om een gezellig, maar diepgaand parfumpraatprogramma te beginnen – nog dieper de geestelijke afgronden in dan Wilfried de Jong, ja het is mogelijk! – waarin mensen van divers pluimage mij vertellen, welke tien parfums ze zouden meenemen als ze – vrijwillig, noodgedwongen of verplicht – verhuizen naar een verafgelegen eiland of onherbergzaam oord zonder enige mogelijkheid tot menselijke connectie. Ook niet door internet. Zelf stiekem geuren kopen of laten bezorgen door verontruste familieleden en vrienden is er dus niet bij. Staat de doodstraf door middel van… ‘perfume boarding’? Zal ze leren.

Ik weet vanaf nu dat bij mijn verbanning Corsica Furiosa in ieder geval in rugzak zit. Wist natuurlijk al van zijn bestaan. Het kreeg vorig jaar zelfs van the Fragrance Foundation een prijs voor beste geur in de nichecategorie. For what it’s worth: deze stichting zorgt ervoor dat iedereen in de branche jaar in, jaar uit tevreden wordt gehouden. Alleen sommige nieuwe geuren durf ik, wil ik eigenlijk niet direct ruiken. Bang voor teleurstelling: in dit specifieke geval omdat groene geuren mijn favoriete parfumfamilie is.

Tegelijkertijd verhoog ik door het uitstellen mijn verwachtingen: verlangen naar is soms bevredigender dan per direct consumeren. Wat Marc-Antoine Corticchiato betreft, weet ik dat ik mezelf voor de gek houd. Kans op deceptie: nihil. Hij maakt alleen maar goede geuren, die chronologisch gezien meer en meer uitgesproken worden, waardoor je hoopt dat hij met intense versies nog een keer zijn licht laat schijnen over zijn collectie.

CORSICA FURIOSA PARFUM D’EMPIRE MOOD1Ruikende aan Corsica Furiosa, zou ik vanaf de eerste spray kunnen beginnen met een feuilleton, een tijdelijke blog waarin ik verhaal over mijn associaties, mijn fascinatie voor groen, wat het allemaal oproept… en wie verschijnt daar in mijn gedachten? Mais oui, c’est Napoléon Bonaparte!

Furieus-jong, door de ruige natuur van Corsica struinend, nog niet wetende dat… Want net zoals Corticchiato was hij een Corsicaan van geboorte. Wel een verschil: Bonaparte, hoewel van landelijke adel, nogal onbeholpen, grof, niet geciviliseerd. De verfijning kwam pas later toen hij de liefde van zijn leven ontmoette: de op haar wijze ongetemde Joséphine de Beauharnais, voor wie hij Malmaison kocht en waarvan de ooit beroemde tuinen door Corticchiato magistraal zijn opgeroepen met Eau Suave (2007). Corticchiato is daarentegen – aan de oppervlakte in ieder geval – every inch chic en well mannered. Beide uitersten komen samen in Corsica Furiosa, een ruw-elegante, verfijnd-woeste compositie.

WAAROM GENIET IK EIGENLIJK ZO?

ERIK ZWAGA GEURENGOEROE GALBANUMOmdat groen zich zo divers manifesteert. Van fris-knisperend en gepeperd, tot door zon gedroogd hooi uitmondend in een zalvende, licht-sensuele sensatie. Zo hoort het! Bij groene geuren! Ook prettig: geen bloemen, want die kunnen geuren lucht en dus voorjaar schenken, en zorgen – dus – tegelijkertijd dat het groen getemd, braaf en ‘acceptabel’ wordt, in te beschaafde banen wordt begeleid.

Mooi dat begin: achter dit ‘totale’ groen, zit een heel klein animaal trekje. Of hier is sprake van wishful smelling, terwijl ik me waan in een net gemaaid weiland – hoor of ruik ik nu koeien? = grenzend aan een bos. Spelend met een takje zuring in mijn mond, kijkend naar een licht bewolkte hemel, waar – hoera! – de eerste zwaluwen voorbij gieren. Het lijkt wel of ik in de vormen van de wolken ingrediënten zie…

Komt door het – eerst – levendige, schaduwrijke groen. Zo ruikt deze cocktail van limoen, munt en gras. Ruik je even heel diep door, dan neem je ook het bitterzoete tomatenbladgroen waar. Extreem fris zonder dat de citrusnoot de overhand neemt. En dit groene genot houdt aangenaam lang aan. Alleen is dit geen lieflijk bedauwd Peer Gynt-ochtendgloren van Edward Grieg, geen lente van Vivaldi, maar een opkomst van groen dat ‘snijdt’. En natuurlijk op conto van mijn fetish-ingrediënt galbanum (foto). Zo lekker grof, zo hard, zo puur en tegelijkertijd zo zacht bij verdere ontwikkeling.

Dàt ruik je langzamerhand wanneer de galbanum zalvend zacht wordt gemaakt door zon gesmolten honing. Geldt ook voor het gras – inmiddels ook ‘verstrooid’ door de zon, wordt droog, houtachtig. Heel langzaam gaat de ‘de zon’ zelf werken, symbolisch opgeroepen met mastiek (net zoals galbanum een hars, hoewel ook warm maar minder aards door zijn munt- en lactone-nuances), eikenmos en cistus labdanum. Warm, sensueel met een zuchtje van musky aarde. Nu nog negen andere geuren kiezen ter voorbereiding op mijn – vrijwillige? – verbanning.

CORSICA FURIOSA PARFUM D’EMPIRE MOOD2

 

 

OFF TO IBIZA BRECOURT

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op november 26, 2015
Geplaatst in: GEURENALFABET O, NICHE, Uncategorized. Getagd: brecourt. Een reactie plaatsen

‘GA JE MEE?’ ‘NOG EEN KEER?’

Jaar van lancering: 2015

Laatst aangepast: 26/11/15

Neus: Emilie Bouge

Fotografie: onbekend

IBIZA 2Geuren die ik spontaan, zonder verzoek vooraf krijg toegestuurd, die ik behandel ik uit principe… wel. Maar altijd zin in om, dat is een ander ding. Zo ook Off to Ibiza. De reden? Ik ben een beetje ‘uitge-eiland’ en ‘uitgeholidayed’ wat geuren betreft. Een spraytje en je – gôh dat gaat snel! – vertoeft in je ‘hard verdiende’-vakantiestemming. Met name geuren dus die verwijzen naar Ibiza, Capri en andere door water omgeven hide ways in de Mediterranée. Het leven dat ze olfactorisch in kwestie beloven op te roepen is al lang niet meer.

Ja ik weet, Ibiza heeft ook plekken waar bijna niemand komt. Wat een mooie natuur… Maar geef mij toch maar een pretpilletje zoals – bijna – iedereen doet… en dus even later vanaf je balkon het zwembad in springen – doen we! Capri heeft dan door de ligging – leuk aanmeren is het wel – misschien nog steeds een jaren dertig-air van elitaire chic. Tot je aan wal komt en je in file moet staan met andere, zich zogenaamd ook niet massatoeristen beschouwende ‘cultuursnuivers’, voor wat voor een attractie of uitspanning dan ook. Laatste opmerking is gebaseerd op een him&her-vriendenstel dat vorig jaar Capri aandeed. Hun eerste impressie: hoe snel hier weg?

OFF TO IBIZA BOTTLEOff to Ibiza is duidelijk in naam. Doet me denken aan een winkel in een uitgestorven vissersgehucht aan de noordwest kust van de VS getiteld Gone to Paris – de hunkering, de humor!

De boodschap van Off to Ibiza is daarentegen wel erg gaap-gaap: ‘Inspired by a carefree moment on the island of Ibiza’. Voor niche-begrippen – Brécourt wordt in in parfumkringen toch zo beschouwd – wel erg mager. En dan is er nog zoiets: kloppen de ingrediënten? Ik bedoel is de geur ‘typisch Ibiza’ of gewoon een aangename zomerse geur. Laatste dus. Je kunt achter Off to elk eiland in de Middellandse Zee plakken, maar heb je eerder het idee van een wandeling door een stadspark tijdens een zachte, zomerse dag – ook goed.

WAT GAAN WE RUIKEN?

Daarnaast: ik vind Off to Ibiza nogal ‘masstige’-girly. Met name door de mix van rood fruit – framboos – en pioenroos. Moet gezegd: de watermeloen geeft een mooi waterig effect in het begin. Maar de pioenroos bloeit zoals elke gemiddelde pioenroos: zacht, transparant, fleurig, gezoet.

De afronding; een mix van (minder) sandelhout en (meer) witte musk, zorgt voor een al even ‘vertrouwd’ gevoel. Maar geen enkel origineel ingrediënt dat een niche-aanspraak rechtvaardigt. Waar blijft de vijg? Zo’n typisch Middellandse Zee-noot op niche-niveau.

En ook de sfeerfoto – ‘Jeetje wat een lange benen!’ – geeft je eerder het idee dat je op een Escada-zomergeur wordt getrakteerd – en die zijn inhoudelijk vaak ‘spannender’. En dat terwijl Emilie Bouge heeft aangetoond dat ze meer kan. Waarvan getuigen Ambre Noir (2010) en haar elegant-klassiek, tot mijn schande nog nooit besproken chypre Avenue Montaigne (2011). En natuurlijk: Rosa Gallica (2012).

brecourt-ibiza-s

ORCHID MAN FRAPIN

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op november 25, 2015
Geplaatst in: GEURENALFABET O, NICHE, Uncategorized. Een reactie plaatsen

‘BOXING DAY PERFUME’ CHEZ GEORGES CARPENTIER

Jaar van lancering: 2015

Laatst aangepast: 25/11/15

Neus: Jérôme Epinette

Concept & realisatie: David Frossard

Te koop bij: www.perfumelounge.nl

GEORGES CARPENTIER IN HOLLYWOODVoor we verder gaan: verpakking en parfum blijft een simpel en tegelijkertijd moeilijk ding. Ook in de nichesector. Het oog wil ook wat, de consument wil dat het de inhoud bevestigt en de prijs ‘vanzelfsprekend’ maakt. Of meent de producent te denken dat de consument dit wenst? Dat vraag ik me af wanneer merken besluiten de verpakking een upgrade geven. Zo vond ik de rode versie van Les Nombres d’Or van Mona di Orio wel erg veel van het goede: daar pasten met gemak twee flacons in.

En dan is er ook nog zoiets als de milieu-factor waar zoveel luxemerken zich inmiddels – in naam, want hip en ‘comme il faut’-sustainable friendly – op laten voorstaan. Volgens mij verdwijnen de meeste verpakkingen, niet altijd direct maar toch uiteindelijk in – hopelijk – de papierbak. Ik heb hetzelfde gevoel bij de nieuwe look van Frapin. Toen ik die onlangs voor het eerst zag, dacht ik dat het een nieuw merk betrof. Leuk zo’n papieren extra ‘beschermingshoes’ voor een stemmig bruin luxe coffret. Het maakt de ‘beleving’ meer chic, maar wat was er mis met de…

Dit geschreven hebbende: de nieuwe geur Orchid Man stelt inhoudelijk in ieder geval niet teleur. En het verhaal er achter is boeiend en sluit – verondersteld – aan op de belevingswereld van heel veel mannen – ook in het nichecircuit: boksen. Ik snap dat meppen en onderuit halen binnen vier ‘touwtjes gespannen’ wel. Ik doe het imaginair bijna dagelijks en niet alleen in relatie tot parfum. Net zoals voetbal is het een gestuurde, onder controle gebrachte verheerlijking van ‘de eeuwige strijd van het leven’ en refereert aan de oerdriften ‘in de man’ die op deze manier – wel zo handig – netjes in soort van goede banen worden geleid waardoor ‘buiten de ring’ minder in het openbaar wordt gebeukt en platgeslagen.

Ik heb me onlangs verdiept in het leven van Muhammad Ali (geboren als Cassius Marcellus Clay, Jr.) en daardoor begon ik de fascinatie voor boksen te begrijpen en – in retroperspectief – de politiek zeer beladen klassieker Hurricane uit 1975 van Bob Dylan. Georges Carpentier (1894-1975) stamt uit de periode voor Muhammad Ali en Rubin – Hurricane – Carter. Call it vintage. Hij was voor het uitbreken van de eerste wereldoorlog een paar keer Frans, Europees en in 1920 ‘champion du monde’. Wat ik geiniger vindt: zijn ‘après-knock’m-dead’-carrière.

Hij werd entertainer, trad op in vaudeville acts en diverse (Hollywood)films om daarna – never a dull moment – tot aan zijn dood (hartaanval) een bar uit te baten in een chique Parijse buurt: Chez Georges Carpentier. Zo’n leven ‘schreeuwt’ om een verfilming lijkt me met in de hoofdrol… George – ‘boks office’ money maker – Clooney?

ORCHID MAN PROMODavid Frossard oprichter van Frapin (en het in eerste instantie erg ‘intello’ overkomende Liquides Imaginaires), én kenner van de bokswereld, brengt met Orchid Man hulde aan Carpentier. Volgens hem een frisse, elegante, krachtige en viriele geur. Hij ziet het zo: ‘Boksen, gelijk parfum, gaat over de confrontatie met jezelf aangaan. Een samenkomen van rituelen en bestudeerde bewegingen. Maar ook een moment van elegant geweld’.

Wat boksen betreft: if he says so. Wat parfum betreft: is volgens mij meer kwestie van het onderkennen wat voor een omni-presente rol geur in het leven heeft, en je daarvan bewust van worden. Idealiter uitmondend in een zoektocht naar geuren waarbij je je waarlijk echt prettig voelt – vrij van overgeleverde clichés en platitudes.

Oh ja, zijn bijnaam Orchid Man dankt de altijd flamboyante geklede Carpentier aan het feit dat hij tijdens feestelijke gelegenheden op zijn revers altijd een orchidee-corsage droeg (fotografisch helaas geen bewijs gevonden). Een uit de mode geraakte accessoire – ‘life flowers’ – die wat mij betreft weer opgepikt mag worden door mannen die ernaar streven uitgeroepen te worden tot Esquire’s ‘best dressed man of the year award’.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

ERIK ZWAGA GEURENGOEROE ZWARTE PEPERWas dat wel of niet leuk geweest als voor de compositie een orchidee in de revers van de compositie was gestopt. Het nee-kamp: waarom? Want zonder heb je ‘ook al’ een stralende, über-chique geur die dicht in de buurt van de klassieke chypre komt, maar dan ‘light’ geïnterpreteerd. Met het gevaar van saai. Want het klopt allemaal. Bergamot wordt in de opening up to date gemaakt met een flinke dosis zwarte peper die vervolgens in het hart de jasmijn een prikkelend randje geeft.

Mijn idee: ik struin door een door de zon ‘uitgedroogde’ lentewei waar het net heeft opgehouden met regenen. Afronding, ik kan niet anders zeggen: man-elegant, dus bescheiden de mix van leer, amber, eikenmos en patchoeli die samen een subtiel-sensueel effect geven van droog lichtjes aangebrand smeulend hout – terwijl de jasmijn helder blijft stralen. Mijn idee: van de lenteweide het beschaduwde bos in.

Hier beledig je bijna niemand mee: voor de parfumerieketen-koper een gepaste gelegenheid niche te ontdekken. Bijna niemand: misschien toch de niche-gebruiker. Die verwacht als ‘ja-kamp’ wellicht nèt iets meer. Een volle orchidee-infusie had Orchid Man volgens hem eigenzinniger gemaakt en meer conform de allure die Georges Carpentier in zijn vrije tijd zo quasi moeiteloos, dandy-esk uitstraalde.

ERIK ZWAGA GEURENGOEROE FRAPIN

Berichtennavigatie

← Oudere inzendingen
Nieuwere berichten →
  • Meest recente berichten

    • NILA DOUCE ORENS
    • GEURVERSTERKERS BY SKINS 
    • DARK VINYL MUSK BOHOBOCO
    • GIFTIGE GEUREN
    • MON VETIVER ESSENTIAL PERFUMES
    • LA ROSE DE ROSINE LES PARFUMS DE ROSINE
    • DELIZIA OSCURA CALAJ
    • GEURENDE SCULPTUREN
    • MY BEST FRIENDS FRAGRANCE
    • OMBRÉ LEATHER TOM FORD
  • Archief

  • Categorieën

    • AANBIEDINGENBAK
    • ACHTERGROND
    • CELEB FRAGRANCES
    • ECO
    • EDUCATIE
    • ENTERTAINMENET
    • ENTERTAINMENT
    • GEUR IN DE MEDIA
    • GEURENALFABET A
    • GEURENALFABET B
    • GEURENALFABET C
    • GEURENALFABET CIJFERS
    • GEURENALFABET D
    • GEURENALFABET E
    • GEURENALFABET F
    • GEURENALFABET G
    • GEURENALFABET H
    • GEURENALFABET I
    • GEURENALFABET J
    • GEURENALFABET K
    • GEURENALFABET L
    • GEURENALFABET M
    • GEURENALFABET N
    • GEURENALFABET O
    • GEURENALFABET P
    • GEURENALFABET Q
    • GEURENALFABET R
    • GEURENALFABET S
    • GEURENALFABET T
    • GEURENALFABET U
    • GEURENALFABET V
    • GEURENALFABET W
    • GEURENALFABET X
    • GEURENALFABET Y
    • GEURENALFABET Z
    • IL GIARDINO PROFUMATO
    • IN MEMORIAN
    • INTERESSANTE EN TIJDLOZE COLUMNS VAN ERIK ZWAGA 2005
    • KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • KLASSIEKERS IN DE AANBIEDINGENBAK
    • KLASSIEKERS OPNIEUW GEROKEN
    • KLASSIEKERS VAN DE TOEKOMST
    • LIMITED EDITION
    • MASSNICHE
    • MASSTIGE
    • MOET JE ECHT RUIKEN
    • NEO NICHE
    • NICHE
    • NICHE IN DE PARFUMERIEKETEN
    • NIEUW! NIEUW! NIEUW!
    • NIEUWE KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • NOSE JOB: PERFUMERS THAT MATTER(ED)
    • OPVALLEND PARFUMNIEUWS
    • OUDE FILMS MET PARFUMINFO
    • PARFUM = PARFUN
    • PARFUM IN DE MEDIA
    • PIEDESTAL POUR DES PARFUMS
    • PORTET
    • PORTRET
    • TAX FREE
    • TRENDANALYSE
    • TRENDS TOEGELICHT
    • Uncategorized
    • VINTAGE
    • WAT RUIK IK EIGENLIJK?
    • ZOU VERBODEN MOETEN WORDEN OF NIET?
  • Meta

    • Account maken
    • Inloggen
    • Berichten feed
    • Reacties feed
    • WordPress.com
Blog op WordPress.com.
GEURENGOEROE
Blog op WordPress.com.
  • Abonneren Geabonneerd
    • GEURENGOEROE
    • Voeg je bij 127 andere abonnees
    • Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.
    • GEURENGOEROE
    • Abonneren Geabonneerd
    • Aanmelden
    • Inloggen
    • Deze inhoud rapporteren
    • Site in de Reader weergeven
    • Beheer abonnementen
    • Deze balk inklappen
 

Reacties laden....