GEDROOMD HOUT, GEDROOMDE BLOEMEN
Jaar van lancering: 1926
Laatst aangepast: 20/09/12
Neus: Ernest Beaux
Er zijn van die namen die je direct doen wegdromen. Bois des Îles is zo’n naam. Een eiland, maar wat ligt het? In de Stille Zuidzee en door nog niemand ontdekt? Of bevindt zich het alleen op de globe van je fantasie. De naam sluit in ieder geval perfect aan bij de toenmalige mode in Parijs voor alles wat exotisch was. De inspiratie werd toen voornamelijk uit de voormalige koloniën gehaald. Met name Afrika, en kreeg onder meer gestalte door (de Amerikaanse Josephine Baker). De entertainer van elastiek in bananenrokje die in de jaren twintig Parijs op haar kop zette met La Revue Nègre.
Als je je verdiept in het leven van Coco Chanel, kom je bijna niets tegen over de totstandkoming van Bois de Îles, alleen dit (ze zou het gezegd hebben tijdens de introductie): ‘Dit parfum is als de lokroep en de ziel van tropische wouden’. En nu de geur is ondergebracht in de neo-nichelijn Les Exclusifs, zegt Chanel: ‘Het parfum is mysterieus en een exotisch werelddeel op zich’.
En voor de echte fans, samen met die andere voormalige onbekende vooroorlogse geuren N° 22 (1922), Cuir de Russie (1924) en Gardénia (1925), nu ook weer verkrijgbaar als parfumextract. In die hoedanigheid heb ik Bois de Iles geroken bij parfumerie Place Vendôme in Welvegem: een gedenkwaardige ontmoeting. Alles is net even fijner, dieper en gelaagder. Dat hout is bijna wonderwood.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Dit geeft Chanel officieel op: kostbare houtsoorten, opiumachtige noten en grote smachtende bloemen. Meer gespecifieerd, de opening: frisse noten van mandarijn en bergamot. Dan het hart van dit ‘hout van de eilanden’-geur: jasmijn uit Grasse, roos en ylang- ylang (deze combi ruik je goed, met name de ylang-ylang).
In de afronding openbaart zich het hout door een intens verbond van vetiver en sandelhout, beetje zoetig gemaakt door vanille en tonkaboon. En door die alles heen waait een echo van N°5. Komt door de aldehydentoets die de totaalcompositie iets vols en ‘vettigs’ geeft. En het mooie: als Bois de Îles zich een tijdje op je huid bevindt, dan komen de houttonen (omringd door bloemen) of zoals je wilt, de bloemen vastgeklonken op hout, pas mooi tot hun recht
RUIK & VERGELIJK
Heb ik gelijk of niet?
Chanel N°5 (1921)





Lang geleden leefde er eens een dokter-chemicus. Zijn naam Téo Cabanel (zie vergeelde foto). In zijn fabriek – die hij opent in 1893 – te Algiers concentreert hij zich in eerste instantie op de productie van basisingrediënten voor parfums zoals oranjebloesem (die hij op zijn eigen plantages cultiveert). Niet lang daarna besluit hij geuren onder eigen naam te lanceren zoals diverse ‘extraits de mouchoir’ en de eau de colognes waaronder Demoiselle de Paris en Frina.
Oha heeft geen inspiratiebron en ook wat de naam betekent is onbekend – zelfs bij navraag. Wat wel het streven was: het creëren van een avondparfum gemaakt van de ‘kostbaarste en edelste ingrediënten in de beste Franse parfumtraditie’. Klopt, de geur heeft de kracht en charme die ook de chypreparfums van Sisley kenmerken.
















