Soms heb je met een familienaam geluk. Wil zeggen: met een kleine speling geef je de naam in één keer een andere betekenis. Zoiets werkt in de parfumerie – ook voor de achternaam van couturière Nina Ricci. Ze wou met haar zevende parfum iets onvoorspelbaars oproepen en tegelijkertijd een romantische stemming. Ze vond in het Franse woordenboek caprice dat gril, voorbijgaande liefde en plotseling verlangen betekent. Ze plakte de naam voor haar achternaam, en zo ontstond een parfum dat in 1961 verscheen en tot aan het midden van de jaren zeventig ongekend populair was: Capricci. Niet in het minst door de prachtig scherpgeslepen amfoorachtige flacon van Lalique. En door de huidige belangstelling voor vintageparfums – de echte klassiekers van vóór de jaren tachtig van de vorige eeuw – zal ook Capricci wellicht binnenkort worden herontdekt.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Capricci wordt omschreven als een ontmoeting tussen jasmijn (foto) en roos, twee van de geliefdste klassieke parfumingrediënten. In geurentaal wordt deze combinatie als supervrouwelijk en superelegant omschreven.
Aan deze twee hoofdversierders voegde Francis Fabron in het hart ylang-ylang, gardenia, hyacint, geranium, lelietje-van-dalen, narcis en tuberoos toe. De opening wordt verzorgd door bergamot en ‘groene noten’, de afronding door vetiver, iris, sandelhout, musk, eikenmos en benzoïne. Eindresultaat: het levert een prachtig klassiek-elegant bloemenboeket op. Een roos verlicht door hyacint, lelietje-van-dalen en narcis. Jasmijn sensueler gemaakt door ylang-ylang, tuberoos en gardenia. Samen rustend op een zacht-zwoel, maar intens fond.
RUIK & VERGELIJK
We zien begin jaren zestig zeer vrouwelijke parfums verschijnen waarin – heel opvallend – de combinatie roos en jasmijn vervlochten met andere typische ‘couturebloemen’ de toon bepaalt. Nu als zéér klassiek en ‘truttig’ – met name door de strenge presentatie – gezien, maar daarom niet minder lekker.
Rochas Madame(1960)
Hermès Calèche (1961)
Jean Desprez Bal à Versailles (1962)
PURE PERFECTIE EN TEGELIJKERTIJD DE HIPPIEGEUR BIJ UITSTEK
Jaar van lancering: 1970
Laatst bijgewerkt: 07/09/12
Neus: onbekend
Er zijn van die geuren omringd met een waas van mysterie. Je hebt er via via van gehoord en denkt ‘spannend’. Een keer proberen. Geldt wat mij betreft voor Patchouli. De reden waarom ik de geur niet eerder tot 2004 (niet goed te praten, ik weet) heb geroken, lag aan de presentatie. Vond het een beetje niksig en de sieraden waarmee Zoe Coste and Nino Amaddeo – de oprichters van het merk anno 1970 – beroemd zijn geworden, deden me ook niet veel. Smaken verschillen. Totdat ik in 2004 in de Reminiscence-boetiek in Gent een limited edition zag. Ik was verkocht en kocht. En toen ik de geur over me heen spoot, dacht ik meewarig dat ik hier al veel langer had van kunnen genieten.
Terugblikkend kun je deze geur als de hippie der hippie-geuren bestempelen. Gelanceerd in een periode dat veel ‘bevrijde’ westerlingen – ook wel bekend als hippe vogels – hun heil zochten in andere culturen. Favoriete bestemming: India al waar veel van deze herborenen ook de authentieke geuren van dat land ontdekten. Vetiver, sambacjasmijn en met name patchoeli. De naam stamt trouwens af uit het Tamil: patchai (பச்சை betekent groen), ellai (இலை betekent blad.) En die werd in olievorm ook gewoon verkocht in de Aziatische toko’s die toen overal in Europa hun deuren openden.
Niet dat Europa onbekend met dit sterk ruikende kruid was. Het was de eeuw daarvoor (volgens Serge Lutens in 1834) als anti-motmateriaal ter bescherming van scheepsladingen kasjmier al gearriveerd. En de donkere geur van bos, vocht en warmte die daarvan uit opsteeg raakte snel populair bij de beau monde van Parijs en Londen. Maar patchoeli heeft nog iets moois: met zijn hoog fixatief vermogen, weet het in een parfumcompositie andere ingrediënten goed vast te houden.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Opvallend: Patchouli staat haaks op de groene geurentrend die op dat moment door de chique parfumerie waaide. Lancôme bijvoorbeeld verfriste met Ô (1969), Chanel met N°19 (1970) en Dior met Diorella (1972). En van groen en fris is in Patchouli geen sprake.
Vanaf de opening word je meegetrokken in een donker en warm elixer waarin patchoeli (foto) speelt met cederhout, vetiver en sandelhout. Goed voor het droge en aardse effect. Voor het intens zoet-zwoele effect staan cistus labdanum, vanille, tonkaboon, tolu-balsem en witte musk garant. Nog opvallender: deze geur heeft ook een soort ‘drankkwaliteit’. Namelijk de houterig en zoete nuance van cognac, iets wat je ook heel mooi ruikt Thierry Mugler La Part des Anges uit 2007. Nog wat: hoewel gekwalificeerd als vrouwengeur, vind ik Patchouli typisch androgyn.
RUIK & VERGELIJK
De laatste jaren presenteert Reminiscence zich steeds meer als parfumhuis; de ene na de andere geur verschijnt, en ontwikkelde het twee variaties op deze prachtklassieker. En er verscheen zelfs een versie voor de man die wat mij betreft de concurrentie aankan met Habit Rouge van Guerlain (1965).
Reminiscence Patchouli pour Homme (2000)
Reminiscence Elixir Patchouli (2007)
Reminiscence Eau de Patchouli (2009)
Nog drie geuren waarin patchoeli de hoofdrol speelt:
Jean-François Houbigant opent zijn eerste winkel aan de Faubourg St. Honoré in Parijs in 1774. Het was de tijd van de romantiek met zijn voorliefde voor natuurlijk- en ongekunsteldheid. Dat merk je aan de naam die Jean-François zijn parfumerie gaf: A la Corbeille des Fleurs. Vaste klant: Marie Antoinette (1755-1793), koningin van Frankrijk en hoofdpromotor van deze nieuwe stijl- en gevoelsbeweging. Zijn zoon en daaropvolgende eigenaren bouwen de parfumerie uit tot een multinational die zijn exclusieve geurwaar levert aan diverse koninklijke families. In de twintigste eeuw is het de neus Robert Bienaimé die Houbigant de uitstraling geeft waarmee het merk nu nog steeds wordt geassocieerd: parfums gepresenteerd in een romantische, pastorale setting waar de geest van de rococoschilder bij uitstek, Jean Antoine Watteau (1684-1721), rondwaart.
Sinds 2000 worden helemaal in lijn met de vintagetrend, legendarische Houbigantparfums opnieuw in productie genomen waaronder Aperçu. Let wel: de nieuwe eigenaren maken zich niet echt druk om de originele recepturen. Je krijgt dus geuren die zoals dat tegenwoordig zo mooi heet ‘aangepast zijn aan de huidige smaakvoorkeuren’. Ja, ja! De naam maakt duidelijk dat we te maken hebben met een geur die de subtiele codes van Parijs’ parfumvermaak in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw perfect aanvoelde. Aperçu, betekent vrijvertaald ‘opgemerkt’.
Hiermee wordt het idee van een vrouw bedoeld wanneer haar parfum slechts in het voorbijgaan op straat, in een restaurant, in een lift door voorbijgangers wordt opgemerkt. Een parfumcliché van het zuiverste water nu ook nog door veel luxelabels gebruikt om de werking van hun geuren te duiden.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Aperçu is een chypre waarin je de echo van het zes jaar eerder gelanceerde Mitsouko van Guerlain ruikt. De opening is ‘groen gebladerd’ met een citrusmelange van bergamot, neroli en citroen. Het hart is zoals een chypre: exotische bloemen (tuberoos, jasmijn, ylang-ylang) winnen door rozenhout, geranium, sandelhout, kruidnagel en nootmuskaat aan kruidige diepgang. De basis van mos, patchoeli en vetiver vervolmaken het concept. Ben toch benieuwd naar de originele versie, vind hem iets te transparant en ‘kaal’ voor een geur uit deze tijd.
RUIK & VERGELIJK
Van de tientallen geuren die in hetzelfde jaar als Aperçu verschenen, zijn er nog maar weinigen te koop. En het opvallende: de geuren die nog wel verkrijgbaar zijn, worden nu onder de vlag van vintage – Guerlains Shalimar uitgezonderd – onder de aandacht gebracht. Zoals:
Chanel – Les Exclusifs – Gardénia (1925)
L.T. Piver Rêve d’Or (1925)
Millot Crêpe de Chine (1925)
EEN GEHEIM MAAR ONGEKEND POPULAIR RECEPT VOOR EEN ‘AQUA MIRABILIS’
Jaar van lancering: 1792
Laatst bijgewerkt: 12/02/13
Neus: een anonieme monnik?
Model: diversen door de eeuwen heen
Flaconontwerp: Wilhelm Mülhens
4711 heeft, zoals dat heet, een interessante geschiedenis. Rond 1720 zou de Italiaan Johan Paul de Feminis met dit reukwater in Keulen zijn gearriveerd, waar hij het in productie nam. Omdat de zaken goed gingen liet hij drie neven, de gebroeders Farina, overkomen om te helpen. Ook nu nog tref je deze naam op veel ‘Keulse watertjes’ aan. Een van deze neven, Jean-Marie, schijnt de rechten van dit ‘aqua mirabilis’ en zijn bedrijf verkocht te hebben aan het Franse parfumhuis Roger & Gallet.
4711 laat haar geschiedenis beginnen bij Wilhelm Muelhens. Toen deze koopman in 1792 trouwde, kreeg hij van een monnik een geheim recept cadeau van een ‘wonderwater’. Al snel startte hij een bedrijfje aan de Keulse Glockengasse alwaar hij het onder de naam Kölnisch Wasser ging verkopen.
Twee jaar later bezetten de Franse revolutietroepen het Rijnland. Om orde te krijgen in de wirwar van straatnamen en om het inkwartieren van de troepen te vergemakkelijken, beval de Franse commandant in Keulen om alle huizen doorlopend te nummeren.
Muelhens bedrijf kreeg nummer 4711. Dit bracht de jonge ondernemer op het briljante idee dit nummer als handelsmerk te deponeren. Aan geluk ontbrak het Mülhens niet. Tegenover zijn bedrijf was een paardenpost. De talloze bezoekers en handelsreizigers kochten voor hun vertrek vaak een paar flessen van het populaire Keulse water. Bovendien stuurden veel Franse officieren het product als geschenk naar het thuisfront. Omdat zij Kölnisch Wasser niet konden lezen, laat staan uitspreken, vertaalden ze het letterlijk met eau de cologne.
Naast miljoenen onbekende consumenten – om die te voorzien van het echte Keulse water werden op alle vijf continenten fabrieken geopend – heeft 4711 ook kunstenaars en wereldleiders tot klanten gehad. Napoleon Bonaparte (die een flacon in de vorm van een degen in de schacht van zijn laarzen droeg) was er zo aan verslingerd dat hij zestig flessen per maand gebruikte. Dat gold ook voor de schrijver Goethe en de componist Richard Wagner. En 4711 blijft ondanks de geuren-tsunami van de afgelopen dertig jaar populair: het wordt naar meer dan zestig landen geëxporteerd.
In 2007 bood tot mijn grote verbazing de eigenaar (Proctor & Gamble) het allereerste Keulse water te koop aan de hoogstbiedende. Mäurer & Wirtz (van het beroemde midprice moederdagcadeau Nonchalance uit 1960) tastte het diepst in de buidel, nam het over en verbond er in 2009 een Aqua Colonia-kwintet aan. Een erg leuk concept (inmiddels uitgebreid met twee nieuwe variaties) dat ook op deze blog wordt besproken. En er is ook nog steeds een chill-versie te koop: 4711 Ice Cologne – volgens mij midden jaren zeventig van de vorige eeuw gelanceerd die verkoeling schonk door alle lagen van de bevolking heen – zie promoclip onderaan. In 2013 wordt een nieuwe, eigentijdse variatie gelanceerd die ik binnenkort bespreek: Nouveau Cologne.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
De bedoeling van een eau de cologne: instantfrisheid (die tijdelijk is) die je gemoed direct een opwaartse beweging laat maken. Het effect van een cologne: de citrusnoten moeten voor een knisperend en strakke sensatie zorgen, alsof de fijngesneden schillen van de citrusvruchten als een scrub over je huid ‘schuren’. Ook niet onbelangrijk: mag niet te bloemig ruiken. Het recept van 4711 is nog steeds geheim, het enige wat ze in Keulen willen loslaten is: essentiële oliën vervaardigd uit citrusvruchten (citroen, sinaasappel, oranjebloesem, bergamot) en kleine hoeveelheden rozemarijn en lavendel. En natuurlijk veel water en veel alcohol!
Nog steeds verras ik mensen die de geur alleen maar van naam kennen. Zodra je de geur bij ze opspuit, gaan alle vooroordelen – ‘iets voor omaatjes’, ‘truttig’, ‘ouderwets’ – in lucht op, moeten ze bekennen wat een verkwikkende uitwerking het heeft. En dat 4711 door de eeuwen heen zich marketingtechnisch al ‘op de jeugd van tegenwoordig’ richtte, bewijst bovenstaande commercial. En kun je eigenlijk op 4711 dansen en walsen? Draai onderstaande single.
RUIK & VERGELIJK
Dat de klassieke eau de cologne, vanaf het nieuwe millennium weer serieus genomen wordt, bewijzen de vele niche-variaties. Wat mij betreft kan 4711 met gemak de vergelijking met deze ‘snob-colognes’ de vergelijking doorstaan.
Frédéric Malle Cologne Bigarade (2001)
Thierry Mugler Cologne (2001)
Roger & Gallet Cologne (2004)
Chanel – Les Exclusifs – Eau de Cologne (2007)
Tom Ford – Private Blend – Neroli Portofino (2007)
Net zoals alle creaties van Jacques Guerlain (1874-1963) ging aan Mitsouko geen marktonderzoek (de gladstrijker tegenwoordig in de parfumindustrie) vooraf. Hij bedacht dit legendarische parfum, uit liefde voor de vrouw, in de stilte van zijn laboratorium. Het succes spreekt voor zich: Mitsouko en zijn andere creaties behoren al jaren tot de pronkstukken van de Franse parfumerie. Wanneer Jacques in 1919 dit parfum afrondt, ontwaakt Europa uit een sombere droom. Vrouwen (en mannen) willen de verloren tijd goedmaken en kost wat kost leven. Deze jeunesse dorée wil roken, drinken, autorijden, sporten en feesten. Mitsouko spreekt vrouwen aan die zich willen verwennen met luxe en het leven ‘tot het uiterste’ willen proeven.
De naam is afkomstig uit La Bataille, een roman van de nu vrijwel vergeten schrijver Claude Farrière waarin het leven wordt geschetst van Mitsouko, de vrouw van een Japanse admiraal die in 1905 te midden van de oorlog met Rusland geen enkel ogenblik twijfelt om in naam van de liefde alles opzij te zetten voor haar passie en zich te koesteren in een wellustig universum waar de drang naar bezit zoveel intenser is dan het bezit zelf – hoe akelig tijdloos!
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
De eenvoudige en geraffineerde formule is een toonbeeld van evenwicht: het fruitige chypreboeket – dankzij de perzik, toen revolutionair – voorafgegaan door bergamot, wordt gedragen door bos- en kruidaccenten (peper, vetiver en met name eikenmos) die een hart van bloemige aroma’s van roos en jasmijn doen ontluiken. Zalig zacht en toch aards, alsof je wandelt door een bos beschenen door een zoete zon.
Let op: er is de laatste jaren veel discussie over de aanpassing van vele beroemde chypres. Het probleem: de Europese Unie heeft vanwege kans op huidirritatie de hoeveelheid eikenmos in een geur tot een minimum beperkt. Een ramp voor klassieke chypregeuren met hun kenmerkende eikenmos-fond. Ook volgens Guerlain. Ook Mitsouko heeft zich, helaas, moeten aanpassen. De nieuwste versie stamt uit 2006. De reacties hierop verschillen van ‘pas mal’ tot ‘tout à fait désastreux’.
Let nog een keer op: in 2009 verscheen Mitsouko Fleur de Lotus. De geur heeft qua inhoud geen overeenkomst met zijn inspiratiebron. Guerlain drijft hiermee op de huidige trend van lotusgeuren.
RUIK & VERGELIJK
Ontdek de kunst van parfums met andere klassiekers van Jacques Guerlain. Ook nu nog wereldwijd zéér op prijs wordt gesteld door vrouwen op zoek naar authentieke en poëtische geuren.
Neus: Françoise Donche in samenwerking met Givaudan
Flaconontwerp: Pablo Reinoso
Denk niet dat de meeste geuren alleen maar nu ‘marketing and money wise inspired’ zijn. Lees het volgende: hoewel de markt voor mannengeuren in de jaren vijftig nog klein was, kon je er geld mee als water mee verdienen – raakte je de juiste snaar. Had de couturière Madame Carven duidelijk gemaakt. Haar visie op vetiver: een schot in de roos. En aangezien Givenchy dezelfde doelgroep voor ogen had, was het niet meer dan slim een van zijn twee geuren in 1959 voor de man ook vetiver te noemen, maar anders te schrijven maar er wel naar laten ruiken.
Sterker, je kunt spreken van een marketingstunt. Want wat Givenchy – bekend om zijn chique en aimabele gedrag – doet, deed je eigenlijk niet in ‘de betere parfumkringen’: het kopiëren van de concurrent. Hij is niet de enige: in 1961 presenteert Le Galion en in 1964 Lanvin een vetivergeur (beide niet meer te koop). En Jean-Paul Guerlains eerste ‘sologeur’ die hij voor zijn familiebedrijf maakt, is ook opgebouwd rondom vetiver en heet ook zo.
Nu wordt Vetyver met andere ‘vergeten’ Givenchy’s weer gelanceerd onder de naam Parfums Mythiques. De reden: want het couturehuis zit in 2007 een halve eeuw in het parfumvak. Hubert de Givenchy beschouwde Vetyver door ‘de natuurlijke nobelheid’ van vetiver trouwens als zijn favoriet die hem dagelijks een pleziermoment schonk. Wordt nu gepresenteerd als het evenbeeld van de couturier: sterk, mooi en vol hoffelijkheid. Een omschrijving die tegenwoordig bijna aan geen enkele man, laat staan aan een geur wordt gegeven!
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Zo een puur naar vetiver ruikende geur, kom je zelden tegen in de parfumerie – de nicheafdeling en lokale Indiase markt uitgezonderd. En dat komt omdat vetiver (en wel een van de beste in zijn soort; die van het eiland Réunion) zowel in de top, het hart als in de basis is verwerkt. In de opening slechts vergezeld door de bloemige frisheid van bergamot, in het hart door kruidig koriander en in de afronding door sandelhout.
Françoise Donche, hoofd parfumontwikkeling Givenchy, heeft aangegeven dat ze geprobeerd heeft zo dicht mogelijk bij de originele receptuur te blijven. En volgens mij heeft ze met Vetyver woord gehouden, afgaande op een reactie van een Brusselse buurvrouw. Die verzuchtte een keer tegen mij ‘Ach, Vetyver van Givenchy, zo jammer dat die niet meer te koop is’.
De geur kwam bij haar weer in herinnering omdat ik op dat moment Vetiver van Carven droeg. Ik moest weten: haar man gebruikte het altijd. En ze voegde er humoristisch aan toe dat toen de geur eind jaren zestig uit de roulatie verdween is hij ‘nooit meer hetzelfde is geweest’. Toen ik haar een tijdje later trakteerde op de 2007-release liepen de tranen haar in de ogen. Haar man was inmiddels overleden maar toen ze aan Vetyver rook, had ze het gevoel dat hij er weer was! Echt gebeurd.
RUIK & VERGELIJK
Vetiver behoort tot een van de favoriete parfumingrediënten bij mannen. Niet zo vreemd omdat deze oorspronkelijk uit India afkomstige gedroogde wortel zo anders fris is. Niet citrusfris, niet fruitfris, niet marinefris. Maar wel houtig-droog fris met een groene zweem en een lichte sensuele toets.
Wil je deze klassieker eerlijk vergelijken dan moet je dat doen met vetivergeuren die ongeveer in dezelfde periode werden gelanceerd, dus met:
Dat durfden maar weinig entrepreneurs begin jaren zeventig: een nieuw parfumhuis opzetten. Deed je het, dan was je meestal een couturier met een redelijke naamsbekendheid gesteund door een cosmeticareus. Toch openden twee nieuwe huizen hun deuren in Parijs: Jacomo (est 1971) en Jean Couturier (est 1973). Over beide is eigenlijk weinig bekend wie er achter schuilgaan. Wel dat beide ‘avant niche’-huizen in het begin in de parfumwereld (later minder door zwalkend beleid) worden gewaardeerd omdat ze ieder op hun beurt een grensverleggend parfum hebben gecreëerd die later als een klassieker werd gehuldigd. De parfumdoop van Jean Couturier was trouwens direct raak: Coriandre werd met gejubel ontvangen. De eerste reden: het is zo’n aangenaam, duidelijke en donkere chypregeur.
De tweede: de geur contrasteerde opvallend met de ‘licht-groene’-geurentrend van Lancôme’s Ô (1969), Chanel N°19 (1970), Diors Diorella (1972) en Sikkim van Lancôme (1973). En er was natuurlijk de naam, die verrassend mag worden genoemd, en nieuwsgierig maakte. Want in 1973 werd dit kruid door nog maar weinig westerlingen gegeten. En hiermee bewees Couturier dat je met een bekende en tegelijkertijd onbekende naam een hele fantasiewereld kunt oproepen – een van de succesingrediënten van een goed parfum. Maar nu: ruikt de geur ook naar de naam? En: hoe ruikt koriander eigenlijk? Een beetje donker, een beetje houtig, een beetje stroef. Tenminste de tot poeder vermalen zaadjes zo populair in de Aziatische keuken. En in olie-vorm, neemt de intensiteit alleen maar toe. Komt dan een beetje in de buurt van patchoeli. Waar het om gaat, is meer het idee dan de werkelijke geur van koriander. En daarin is Jacqueline Couturier, opgeleid in Grasse en afkomstig uit een familie van parfumeurs – naar wordt beweerd – geslaagd.
Let op! Er zijn mensen die ronduit een hekel hebben aan koriander. Bij het ruiken krijgen ze visioenen van rotte vis ronddrijvend in een vervuilde zee. Valt iets voor te zeggen: ben je er niet aan gewend, dan heeft koriander inderdaad iets ‘viezigs’. Doet heel vaag denken aan zee vol met algen. Maar dan hebben we het dames en heren over het bladgroen. Want de vermalen zaden van de plant verspreiden een zacht-warme geur met pikant accent – bekend in de Aziatische keuken.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Zoals zoveel ‘oude’ geuren, heeft Coriandre een transformatie ondergaan. In 1993.
Dat wil zeggen: de pure animale noten zijn vervangen door synthetische (hoeft per definitie niet een negatief effect te hebben) en is de basis minder diep en donker. Coriandre opent, hoe kan het ook anders, met… koriander (foto). Gaat mooi samen met het groenige engelwortel en zoetzwoele en frisse oranjebloesem. Voor het volle, ‘vettige’ effect zorgen aldehyden. Het hart: een perfecte opmaat voor een klassieke chypre, dus veel bloemen: roos, geranium en jasmijn zacht gemaakt door iris. De basis: patchoeli, sandelhout, vetiver en ‘civet’ maken het chypre-genot compleet.
RUIK & VERGELIJK
Een ouderwetse chypre, kom daar maar eens om! Ze leiden de laatste jaren een schaduwbestaan. Je moet ze met een vergrootglas zoeken in de parfumerie. Op internet heb je meer kans.Daar is trouwens een hele handel ontstaan in originele versies van klassieke parfums. Maakt fans vaak niet uit dat de flacons al voor de helft leeg zijn. Hieronder nog drie prachtige, maar beetje vergeten donkere jaren zeventig chypres.
Oscar de la Renta Oscar de le Renta (1977)
Rochas Mystère (1978)
Balmain Ivoire (1979)
Dat is toch raar met Karl Lagerfeld: op het gebied van geur heeft hij zich niet kunnen vestigen als onbetwiste smaakmaker. Zou het komen omdat de meeste mensen hem zien als designer voor derden – ooit lange tijd voor Chloé, nu decennia voor Chanel en Fendi – dan een ontwerper met een eigen huis die hij toch bezit. Alhoewel: zijn entree in de parfumwereld was overtuigend. Eerst met Chloé (1975), drie jaar later met Pour Homme, nu omgedoopt tot Classic Cologne.
Waarom zijn eerste mannengeur toen zo opviel? Op de eerste plaats: hij is, samen met de Amerikaan Geoffrey Beene, een van de eerste designers die een prestigegeur ontwikkelt. Tot die tijd eigenlijk een aangelegenheid voor cosmetica-, parfum- en couturehuizen. De andere reden: de geur. Die was alles behalve wat men toen onder mannelijk verstond.
Dat wil zeggen: geen intense kruidige mix (voor de durfals) en ook geen citrus en/of varengeur (voor de mainstreamer). Wel een overzoete oosterse melange die toen vriend en vijand verbaasde. En die droegen dus – plus veel trendsetters – de geur bijna allemaal. Of wisten op zijn minst hoe die rook, nieuwsgierig als ze waren.
Neem daarbij de presentatie: smaakvol. Zie de modernistische flacon. Hoewel door het parfumbombardement in de jaren tachtig en negentig – waar Lagerfeld enthousiast aan meedeed – is de geur nooit in de vergetelheid geraakt.
Sterker, hij geldt als een klassieker. En het leuke: als je nu Classic Cologne ruikt, zal het je opvallen hoe modern het is. Helemaal geschikt voor de man niet zo gecharmeerd van toptienparfumketengeuren. Wel voor de man die zoekt naar een goede en onverwachte vintage-geur.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Lagerfeld Classic wordt omschreven als ‘krachtig, harmonieus en warm’, en kondigt zich aan met een frisgroene golf van bergamot, verbena en basilicum. Het hart is zacht door sandelhout en intens aards, ‘vochtig’ en groen door eikenmos en patchoeli.
Pas in de basis ontvouwt zich druppelsgewijs het zoet-oosterse, maar bovenal elegante karakter zonder ‘vrouwelijk’ of ‘romantisch’ te worden. Denk aan warm amber, zwoel musk, de zoete harsdruppels van opoponax en het nog zoetere vanille.
RUIK & VERGELIJK
Mannen die oosters en zoet willen ruiken… nou, het blijft toch een minderheid. Wil niet zeggen dat ze niet populair zijn. Dat bewijzen wel:
Guerlain Habit Rouge (1965)
Joop! Homme (1986)
Yves Saint Laurent Opium pour Homme (1996)
Het is voor parfumeurs een van de geliefdste inspiratiebronnen: de Oriënt. Donkere met sterren bezaaide nachten, zinderende temperaturen die in bloemen de meest zinnelijke kant naar boven laat komen. Neem daarbij specerijen en andere kostbare geurstoffen die aan parfums een mysterieus aura (weten te) geven. Daarnaast laat een Arabisch parfum veel aan de fantasie van de gebruikster over. Je denkt al snel aan schilderijen van Ingres waarop je naakte vrouwen in wulpse houdingen – bij voorkeur – in een harem ziet, die zich overgeven aan allerlei genoegens. Rond 1977 leek de parfumerie bezwangerd door dit met mythen en fantasie omringde werelddeel.
Yves Saint Laurent gaf de aanzet met Opium, snel gevolgd door J’ai Osé van Guy Laroche, Magie Noire van Lancôme en Estée Lauders Cinnabar.
Met Dioressence gaf Dior op fantasievolle eigen wijze kleur aan deze oosterse golf. Dit was niet alleen aan de inhoud te danken, maar ook aan de manier waarop ‘huisillustrator’ René Gruau deze wereld met een trefzekere hand op papier zette. Vergeet ik bijna te vertellen dat de naam al eerder door Dior werd gebruikt voor een verzorgingslijn eind jaren zestig.
Let op: in 2009 werd Dioressence opnieuw gelanceerd in de collectie Les Créations de Monsieur Dior. Samen met Eau Fraîche (1953), Diorissimo (1957), Diorella (1972) en Forever and Ever (2000), moet de geur bevestigen, dat de klassiekers van het huis – Forever and Ever valt voor mij daar niet echt onder – nog steeds meer dan de moeite waarde zijn.
Ik ga meer dan akkoord. Ze sluiten tegelijkertijd heel mooi aan bij de vintagetrend van nu. Jammer alleen dat werd gekozen voor een standaardflacon voor deze collectie en niet gebruik werd gemaakt van de originele mallen – had het vintage-gevoel alleen maar versterkt volgens mij.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Het grote verschil met de concurrentie is dat Dior Dioressence (begeleid met de slogan ‘le parfum barbare’) lucht heeft en geeft.
Dus niet alleen wellustige en oververhitte bloemen die worden ‘gesmoord’ in een sensueel-oosters bad van warm amber, aards patchoeli, dierlijk musk en rokerig wierook. Nee, Dioressence – met als belangrijkste smaakmakers zoete roos, nog zoeter viooltje, kruidig geranium en zoet-zwoel kaneel – is als een aangename, oosterse tuin in de schaduw waar een (rozen)water spuitende fontein voor verkoeling zorgt. Een echte aanrader voor de vrouw op zoek naar een kruidig, maar niet te zoetig, niet te oosters parfum.
RUIK & VERGELIJK
Ze verschenen allemaal snel na elkaar, maar hebben ieder voor zich de wulpse droomwereld van de Oriënt anders gevangen.
Het vrolijke, sprankelende, maar discrete Chants d'Aromes werd door Guerlain in het leven geroepen voor meisjes die op het debutantenbal hun intrede in de society maakten. Chants d'Aromes werd daarom in Frankrijk lange tijd wel hét debutantenparfum genoemd. In zekere zin was het ook een debuut voor Jean-Paul Guerlain, want dit ‘aromagezang’ is het eerste damesparfum dat hij creëerde.
Hoewel in Frankrijk geleidelijk aan steeds minder meisjes debuteerden – the swinging sixties schreef een onconventionele way of life voor – bleef Chants d'Aromes toch vaak het eerste geurtje dat Franse meisjes uit de betere kringen van hun ouders cadeau kregen. Tot 1989, want in dit jaar stopt Guerlain met de productie.
In 1995 wordt het in de originele flacon weer gelanceerd. Misschien wel met de gedachte dat oude tradities en conventies (nu ook wel vintage genoemd) in een nieuw jasje weer interessant worden gevonden door – wellicht – de dochters van de vrouwen die hadden gedebuteerd in de jaren zestig en zeventig. Toeval of niet; het debutantenbal is bezig met een comeback, zelfs in Nederland. Chants d'Aromes dus ook?
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
De bekoorlijkheid ligt in het hoofdthema van dit gezang van aroma’s: de combinatie van het frisgroene kamperfoelie – begeleid door jasmijn en sering – met de volle gardenia en het zwoele ylang-ylang.
De finale van Chants d'Aromes is door sandelhout en vetiver verleidelijk, maar niet te zwoel (komt later wel, als je ouder bent) door de bescheiden aanwezigheid van vanille en musk. Kortom, een helder-bloemig en zonnig parfum met fluwelen touch, zo zacht en groen als het lint om de hals van de flacon.
RUIK & VERGELIJK
Kamperfoelie ruikt op z’n lekkerst en z’n sterkst na een zomerse regenbui. Heerlijk die frisse, groene, honingachtige, waterige, bloemige sensatie! Je knapt er direct van op.
En vermeng je de lonicera met witte bloemen dan krijg je een transparante geur waarvan je maar een ding kunt zeggen: zomer! Kamperfoelie geeft ook aan onderstaande geuren dezelfde fris-groene bekoring.
Dior Diorella (1972) Gucci Eau de Gucci (1982) Annick Goutal Eau de Camille (1983)
Heel veel, maar dan ook héél véél kamperfoelie ruik je in: