Wat rijmt er op Hermès? Ja, in één keer goed: fraîche… maar dat is zo gewoon, het kan nog ‘fraîcher’ en dat ruik je vanaf nu in Terre d’Hermès Eau Très Fraîche – simpel maar ‘touché’ deze classificering. Ik zeg het maar direct: weer een meesterwerk van Jean-Claude Ellena.
En wanneer typeert Geurengoeroe een geur als zodanig? Als je naast de direct prettige gewaarwording ook in eerste instantie onbekende sensaties ruikt die later op hun plaats vallen, waardoor je de geur gaat begrijpen en daardoor nog beter vindt.
Maar eerst de strakke staccato-associaties achter dit extra frisse water: ‘In den beginne de aarde. Elementair. Een man, beide voeten stevig op de grond, bukt en pakt in de holte van zijn palm een handje aarde. Hij weegt, tast, evalueert de stenige scherpheid, de ruwe rijkdom. En dan, met een zelfverzekerde, grote zwaai, gooit hij het hoog de lucht in, een verbond is gesloten. Moeder – aarde. Man – maker en dichter. Dit is zijn manier om haar te bedanken onsterfelijk te zijn en te worden. Tussen zijn vingers, de essentie te zijn van zijn leven, zijn dromen, zijn fantasieën. Authentieke metamorfose. Alchemie. Oneindig veranderlijk’.
Dit klinkt weer als het vertrouwde poëtisch-intellectualistisch jargon van Hermès, vooral het laatste gedeelte. Als dit tegen je gezegd zou worden aan de andere kant van de parfumbalie, hoe zou je dan reageren? Voel je je aangesproken: ‘So me!’ Of: ‘Pardon, wat bedoelt u nu precies?’ In beide gevallen, moet je direct doorvragen terwijl je de geur in je opneemt, want dan begint het verhaal te leven, want…
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
… in Terre d’Hermès Eau Très Fraîche ruik je de vier elementen – water, lucht, aarde en vuur. Laatste weliswaar met een beetje verbeelding; vuur als warmte. Maar eerst een, ik kan het niet anders zeggen, prachtige hesperide-explosie geconcentreerd rond oranjebloesem gemeleerd met vleugjes grapefruit en sinaasappel zonder de bloem-frisse noot van de oranjebloesem te maskeren.
Tegelijkertijd een ijskoude rilling opgeroepen met aldehyden ontdaan van zijn vettige noot. Water en lucht verenigd. Hierachter verbergt zich, het zij in een très frisse dosering de karakteristieke noot van Terre d’Hermès: drijfhout-nuances (foto) vermengd met de ziltige en aardse noten van ambergris (de synthetische variant).
Aangenaam deze ontmoeting van water, lucht en aarde die samen ook een groene, vegetale noot met een gekruid randje verbergen. Het zou toch mooi zijn als alle oceanen hier naar zouden ruiken en ‘smaken’; hoef je je niet meer te ergeren mocht je je tijdens het zwemmen verslikken… Dit alles verenigt zich aan de rand van een denkbeeldig strand, waar de zon het rulle zand en modder verwarmt.
Terre d’Hermès Eau Très Fraîche lijkt tastbaar, alsof je met een houten stokje in zand zit te draaien, de geur van mineralen lijken vrij te komen: metaalachtig, kil – ook het effect van aldehyden. Een van de beste zomergeuren dit seizoen, zo niet de beste. En: deze geur gaat ook heel mooi samen met: Jour d’Hermès Absolu(2014)
PLUK DE DAG-PARFUM MET EEN BEWUST GECREËERDE BLOEMENILLUSIE
Jaar van lancering: 2014
Laatst aangepast: 17/05/14
Neus: Jean-Claude Ellena
Concept & realisatie: Pierre-Alexis Dumas, Jean-Claude Ellena, Pierre Hardy
Met het ontwaken van voorjaar 2014 wordt mij weer eens overduidelijk dat de geuren die de natuur verspreidt niet te imiteren zijn door de parfumindustrie. Zelfs in het verstedelijkte landschap. Als je nu door het Vondelpark wandelt, word je (ik althans) overmand door de hoeveelheid ‘parfum in de lucht’. Neem de meidoorn (net zo alles verontrustend vroeg bloeiend): die verspreidt zijn honinghoutige noten overweldigend. De sering en de boerenjasmijn gaan graag de concurrentie aan, en ondertussen ruik je allerlei zoete, bloesemachtige sensaties van niet direct te determineren planten, struiken en bomen. Dit alles om insecten en (even verontrustend steeds minder) bijen aan te trekken. Het gras levert ook inmiddels zijn knisperende groene en/of hooiachtige bijdrage. En lopend naar huis verspreidt de wisteria – het punt van uitbloeien nabij – en acacia hun zoetige, overvolle boeket.
Dit kan een neus niet vangen… misschien alleen bij benadering. Het is de vraag of hij het wil. Bij dit puur natuur-genot moet ik vaak denken aan Jean-Claude Ellena. Hij weet voor Hermès olfactorische stemmingen en plaatsen te vertalen in abstracte geuren die ons, geholpen door het verhaal en het beeld, het idee geven alsof we de natuur in al haar vanzelfsprekendheid ruiken. Eigenlijk doet Ellena ‘net alsof’, hij is een illusionist à la Houdini die onze neus bedriegt: hij spiegelt ons iets wat in werkelijkheid niet kan.
Ervaar je op zeer elegante wijze ook weer in Jour d’Hermès Absolu. Een geur als ‘de dageraad’ (olfactorische plaats) en ‘het begin van vrouwelijkheid onthult in het licht van Hermès’ (olfactorische stemming). En in overdrachtelijke zin: ‘Het essentiële dat we van de dag verwachten, is dat die zich, zowel beknopt als uitgebreid, steeds opnieuw aandient’. En dat moment staat voor Hermès voor wedergeboorte in het algemeen en die van de vrouw in het bijzonder.
Wel weer erg cliché en rolbevestigend: de vrouw als puur symbool bedacht door de man die blijkbaar nooit opnieuw geboren hoeft te worden – in ieder geval niet op deze softe ‘Happinez’-wijze. ‘Bij een onvoorwaardelijke vrouwelijkheid straalt de nieuwe dag met een unieke schoonheid, als eerbetoon voor de vrouw die hetsublimeert’, aldus Pierre-Alexis Dumas, Jean-Claude Ellena en Pierre Hardy.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Dé grondstof van Hermès is… nee geen (natuurlijk) ingrediënt maar een ‘natuurverschijnsel’: licht. En dat geldt zeker voor Jour d’Hermès Absolu. Licht van toon, licht van genot: de zon straalt door deze bloemenessence heen, tilt haar op, maakt haar zo licht als lucht.
Eerst een hesperide-opening voorwaar! Abstract maar toch herkenbaar. Meer sinaasappel-mandarijnzoet dan citroen-grapefruit sprankelend. Dat laatste ook maar even, als een ‘liftje’. En dan heel elegant en typisch Ellena, komt er een zurige noot om de hoek kijken die ook weer lichtjes gezoet is. Een indruk van net gesneden rabarber dat met suiker in een pan met ijskoud wordt gedaan om zijn fris-zure zoetheid te versterken… In dit ‘pure rabarbertoetje’ drijven voor mijn gevoel ook wat bitterfrisse granaatappelzaadjes rond.
Hierop drapeert ellena een selectie van overrijpe abrikozen; tactiel – alsof je de huid ervan pelt om de fluweelzachte, tederbloemige geur nog beter op te snuiven. Deze zachtzoetigheid bepaalt de toon, komt in de buurt van de door Ellena gewenste geursignatuur: ‘Zo dicht mogelijk bij het lichaam van de vrouw. We zien haar schouders, haar hals, we kunnen haar aanraken en haar ruiken’. Maar toch beginnen nu verschillende bloemen hun door de zon verwarmde en verlichte noten te verspreiden.
Zoals bekend geeft Jean-Claude Ellena niet graag de exacte opbouw van zijn composities vrij: ‘Jour d’Hermès Absolu verwijst niet naar een specifieke bloem, maar naar honderden zo samengevoegd dat het een abstractie wordt. Lelie, jasmijn, gardenia, roos, lathyrus of abrikozenbloesem? Moeilijk te zeggen. Met Absolu wordt het kader kleiner, als een close-up’. Met een beetje fantasie en heel diep ruiken, kun je ze plaatsen. Er zit voluptueuze nuance in die doet denken aan lelie. Een stralende, heldere toets gelijk jasmijn. Het toefje ‘zachte koppigheid’ komt op conto van gardenia. De zoete roos stelt zich bescheiden op, maar toch. De poederige toets.. dat kan de siererwt zijn. Abrikozenbloesem (foto)? Die ruikt in Jour d’Hermès Absolu voor mij meer als vrucht, dan als bloesem.
En deze vrucht ‘op sap’ vormt ook de basis waarachter zich heel kunstig een lichtjes gezoete witte musk ophoudt die voor standvastigheid zorgt in deze etherische, subtiele bloemenwereld. Of zoals Hermès het verwoordt: ‘Ogenschijnlijke eenvoud die veel raffinement verbergt en een bepaalde verfijndheid – kenmerkend voor elk Hermèsparfum. Jour d’Hermès Absolu bezit een geheime complexiteit, een intieme bedoeling erop gericht u niet alleen lekker te laten ruiken, maar ook mooi te laten voelen’.
RUIK&VERGELIJK
Dit soort bloemenverfijning ruik je steeds zeldener in de parfumerie. Terwijl de inspiratiebron er wel veel vaak is – de vrouw, een lentetuin, een stemming, noem maar op – is de interpretatie vaak van een teleurstellende oppervlakkigheid en makkelijkheid. Qua ‘gemaskeerde’ en understated rijkheid moet ik qua compositie denken aan de vintageversies van:
Christian Dior – La Collection de Monsieur Dior – Diorama (1949/2011)
Ik had nog nooit van haar gehoord: Jeanne Toussaint (1887-1976). Zie foto. Maar ben door haar spectaculaire levensloop direct geïntrigeerd. Ik ‘kwam tot haar’ toen ik meer wou weten over de ‘relatie’ tussen Cartier en de panter. Mag van mij verfilmd worden. Afkomstig uit de betere kringen van Charleroi, vertrok ze op jonge leeftijd naar Parijs.
Na amant te zijn geweest van diverse mannen uit de ‘betere kringen’ werd ze het van Louis Cartier (1875-1942) in 1914. Jeanne werd door hem La Panthère genoemd, en hiermee sloop dit sierlijke, vileine roofdier voor het eerst het atelier van Louis binnen. Hij wist ‘haar’ te temmen voor een polshorloge door haar te zetten met de meest uitzinnige juwelen, en groeide zo geleidelijk uit tot het symbool van Cartier. Ach gossie: Louis mocht van zijn familie vanwege haar vrijgevochten en dubieuze status als ‘irrégulière’ (ze was bevriend met Coco Chanel en Misia Sert, en gold als een belangrijk ‘style influential’ avant la lettre) niet met haar trouwen. Maar hij bezorgde haar wel een baan. Een schitterende en provocatieve zet.
Want vergeet niet: vrouwen hadden toen eigenlijk nog maar één recht, inderdaad het… Eerst op de accessoireafdeling in 1918, gevolgd door de functie ‘directeur juwelen’ in 1933. Onder haar leiding nam Cartier geleidelijk afscheid van de abstracte art deco-stijl, werden de juwelen speelser, exotisch en meer figuratief.
Het verhaal gaat dat het verliefde stel tijdens een reis door Afrika een panter spotten. Haar reactie: ‘Onyx, diamant, smaragd – een broche!’ Haar originaliteit blijkt ook uit het volgende. Tijdens de bezetting van Parijs door de Duitsers vroeg ze haar collega Peter Lemarchand in 1940 een broche te ontwerpen die in de kleuren van de Franse vlag – de ‘Tricolore’ – een gekooide vogel verbeeldde die ze plaatste in de etalage van de Cartierboetiek aan rue de la Paix. Verzet op zijn chic.
Moest op order van de bezetter verwijderd worden. Na de bevrijding verscheen de broche weer in de etalage. Nu met geopende kooi en ‘luid zingend’. Prachtige symboliek. In 1948 bereikt de panter bij Cartier een artistiek hoogtepunt wanneer ze wordt gevangen in een driedimensionale broche – in opdracht gemaakt voor de hertogin van Windsor (foto). Jeanne Toussaints verdiensten voor en invloed op juwelen en modern design werd in 1955 door de Franse overheid onderkend door haar te onderscheiden met het Grootkruis van het Légion d’Honneur.
Als Cartierparfum verschijnt de panter voor het eerst in 1987. En is conform de smaak van die tijd zowel qua presentatie en inhoud rijk, voluptueus en overdreven – bling-bling avant-la-lettre. 2014: nieuwe tijden, nieuwe vormen, nieuwe esthetiek.
Dat zie je direct aan de flacon die voortvloeit uit de nieuwe panter-geïnspireerde ontwerpen van Cartier van de afgelopen jaren: less is more. De panter verbergt zich ‘van binnenin’ als een totem gegraveerd in de kern van een blok glas – zowel op de voor- als achterkant (maar bekijk de flacon ook eens van de zijkant).
De kop in rechte hoeken geciseleerd, de ogen schuin geplaatst en teruggebracht tot het essentiële: een gestroomlijnde, in facetten geslepen gelaatsuitdrukking – gelijk een farao – in een stralend amberoranje aura. Deze flacon met eveneens chique, slim verborgen verstuiver-applicatie moet heel veel prijzen in de wacht slepen.
Wat anders: mag je anno 2014 de vrouw nog met een panter vergelijken? Is dat niet ‘male chauvinist’-cliché? En als je dat doet, moet ze dan een blanke of negroïde huidskleur hebben? Ik ga voor het laatste. Yves Saint Laurent had in de jaren tachtig een ‘Yvette’ die met haar smagardgroene-vlammende ogen een koninklijke uitstraling had waar het menig huidig royalty aan ontbreekt: Rebecca Ayoko (foto). Iman Bowie (née Mohamed Abdulmajid) kon er ook wat van. Alek Wek idem. Naomi Campbell en Tyra Banks hadden het soms.
En op dit moment komt Beyoncé dicht in de buurt. Maar die is al zo vaak gebruikt als parfumambassadrice. Verder ben ik niet echt meer op de hoogte van ‘who’s hot, who’s not’ in die verdomde keiharde, bitchy next topmodel-wereld. Ik wil alleen maar zeggen: het was eigenzinniger geweest als Cartier had gekozen voor een black beauty in plaats van Erin Wasson.
En waarom wordt ze in de promoclip niet spookachtig achtervolgd – ‘hoor ik nu wel of geen gevaarlijk tred, geen woest-aantrekkelijk gegrom?’ – door een panter, mogelijk haar nieuwe partner, die het op haar voorzien heeft…
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Feit is dat vooral parfumhuizen met niche-allure de gardenia (foto) plukken als symbool voor ‘vrouwelijke onvoorspelbaarheid’, ‘gracieuze rebellie’ en ultieme parfumverfijning. De inspiratie van Mathilde Laurent voor La Panthère: ‘Elke vrouw heeft een vilein aspect en elke bloem heeft een verborgen animale essence’. Het resultaat: ‘Een hedendaags, tijdloos bijna paradoxaal akkoord: een wilde bloemengeur. Een zuivere afdruk van de gardenia met hypnotiserende krachten op de grens van het dierlijke’.
De geur wordt ingedeeld in de chypre-categorie. Alleen, daarvoor is de geur voor mijn gevoel toch te sierlijk. Wordt niet echt impertinent. De gardenia bloeit, zoals we haar kennen: delicaat, vol, ‘lichtjes geroomd’, lichtjes gekruid. Als een vloeibare sluier verspreidt ze zich.
De opening is heel ‘slim’, want de huidige parfumcodes volgend: groenachtig met een wasem van fruitachtige noten van rabarber, framboos, appel en abrikoos zonder het pats-boem-effect van rood fruit. Hierachter begint de gardenia te bloeien. Maar het is eerder een gardenia die groeit in een hortus botanicus dan in het wild.
Statig en chic. De basis van La Panthère met ketone-musk en eikenmos maakt haar iets wilder en aardser, maar blijft net zoals de panter in de flacon ‘gevangen’ en dus getemd in een Europees net. Je ruikt een zekere animale noot, maar die had voor mij wat meer uitgesproken mogen zijn, waardoor je nog meer het kroelende purrrrr-fect-idee van de ‘panter als vrouw’ ervaart. Er is inmiddels een extract – iets wat Cartier als een van weinige haute parfumeurs’plichtsgetrouw’ doet.
RUIK&VERGELIJK
Dat de gardenia geen ketenparfumerie-versierder is, blijkt wel uit onderstaande lijst. Marc Jacobs heeft het drie maal geprobeerd met Marc Jacobs (2001), Essence (2003) en de cologne-versie Gardenia (2008). En de poging van Philosophy – Gardenia Blossom (2013) – blijft te clean en te white musky. La Panthère gaat de concurrentie aan met:
OFWEL, VALENTINO GAAT VAN MASSTIGE NAAR ‘MASSNICHE’
Jaar van lancering: 2013
Laatst aangepast: 29/08/19
Neus: Olivier Polge
Ambassadeur: Louis Garrel
Fotografie: David Sims
Parfumclip: Johan Renck
Concept & realisatie: Maria Grazia Chiuri, Pierpaolo Piccioli
Muziek: hoe heet-ie ook al weer?
Toen ik de flacon van de nieuwe mannengeur van Valentino kreeg toegestuurd, moest ik even met mijn ogen knipperen. Zie ik het wel goed, lees ik het wel goed? Is dit niet de eerste mannengeur van Jimmy Choo of (het gerucht gaat) van Beyoncé’s ega, Jay-Z? Want zo ‘gekarteld’ bling-bling. No way dus.
Verrassend, want ik had een presentatie verwacht meer in lijn van Valentina. Dus, zoals dat in parfumkringen heet, op een moderne manier understated en chic. Dus ook een flacon versierd met leren deco-details, maar dan mannelijk geïnterpreteerd. No way dus.
Als ik de karakterschets lees van de drager, zie ik nog steeds een andere flacon voor me, en zelfs wanneer ik het model heb gezien wiens ‘gedrag en houding zijn rebelse natuur en nonchalance onderstrepen. Hij draagt zijn driedelig met stropdas zonder te poseren’.
Dat is de buitenkant. Van binnen: ‘Zijn achteloosheid maakt hem elegant omdat het echt is: gebaseerd op herinnering en houding dat het resultaat is van een verhaal’. Zal maar over je gezegd worden… Nu nog een gedachte erg en vogue bij modemerken in een transitieperiode: ‘Hij is ervan overtuigd dat innovatie gegenereert wordt door traditie en dat authenciteit een waarde is’. Ook innemend: ‘Hij apprecieert savoir-faire, helderheid en eenvoud – hij let op de details. Subtiliteit is zijn onderscheidende kwaliteit’.
Gelukkig is hij ‘niet nostalgisch; hij leeft in het heden maar is zich bewust van het verleden. Zijn stijl is een synthese van contrasten en tijdloze moderniteit’. En dat wordt gepresenteerd in een sfeer die ‘neo-Fellini’, vintage en romantisch aandoet.
Uiterst smaakvol zwartwit, maar ook erg cliché: zie hem eens in zichzelf lachen als hij de deuren van zijn luxeappartment sluit… de buit is binnen. Maar toch: na ik al deze beelden van Rome in me heb opgenomen, en het model nog een keer goed heb bekeken – een ongrijpbaar iemand, want is hij nu een zeer aantrekkelijk erfgenaam, acteur ‘off stage’, een toeschouwer, of is hij het allemaal, of niet? – zie ik nog steeds een andere flacon voor me. Nou, en dat is dus verrassend, dit onverwachte.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Kun je dat ook van de geur zeggen? Ja en nee. Wil zeggen: in de ketenparfumerie is de verwerking van koffie bekend, maar werd een tijdje niet gezet. Een tweede golf nu so to speak. Nieuw is dat in Uomo de koffie een ‘Nespresso’-behandeling krijgt – voorafgegaan door een mooie wrang-frisgroene, zeg maar ‘nieuw stoere’ opening door bergamot en mirte.
Dan een sterk geroosterd koffieboon-concentraat plus ‘gianduja’-room in het hart van de geur. Volgens de site van Nespresso een onweerstaanbare mix van rook, hazelnoot en chocolade. Met andere woorden: Uomo is ‘gourmand anders’ en toont weer eens aan dat voorlopig meer mannengeuren naar eten en drank zullen ruiken. Nu alleen minder zoet en minder chocolade doordat de basis voorzien is van stevig hout en stevig leer.
Laatste voor velen nog steeds het manneningrediënt bij uitstek. En Uomo is op en top man. Maar dan op zijn ‘Zuid-Europees’. Dus vergezeld van flair en raffinement. Dus als de koffietraktie is uitgewerkt kom je terecht in de houtachtige en rokerige sfeer op basis van zonnig-droog cederhout en leer.
Musk neemt ondertussen een beetje van de koffie en room op waardoor de geur toch zijn licht-sensuele toets behoudt. Uomo is een goed voorbeeld van een neo-oriental: met ‘hippe’ smaakmakers een nieuw idee van mannelijkheid en beheerste sensualiteit oproepen. Daarnaast is Uomo een goed voorbeeld van niche in de ketenparfumerie: niet masttige maar massniche.
RUIK&VERGELIJK
De geur die de geroosterde boon op de parfumkaart zette:
Nooit geweten dat Fahrenheit (1988) – voor mij een stoere viooltjesgeur met diep- en zachtzinnige accenten – is geïnspireerd op twee schilderijen van de Amerikaanse popart-kunstenaar James Rosenquist: Fahrenheit 1982 (uit hetzelfde jaar) en Brighter than the Sun uit 1961 (zie bovenstaande afbeelding). In mijn beleving communiceerde de geur een nieuwe boodschap door met voor de parfumwereld ongewone begrippen, nieuwe stemmingen en beelden op te roepen. Fahrenheit als symbool voor een vlucht, voor een ‘verlangen naar elders.
Ook nieuw voor mij: de compositie dankt zijn krachtige noot aan het toeval. Het verhaal gaat dat uit een parfumvat achtergelaten op een binnenplaats waar licht en lucht vrij spel hadden, plotseling een onverwachte geur opsteeg waarvan de kracht en schoonheid onmiddellijk werk herkend, vervolgens geanalyseerd en gereproduceerd: de signatuur van Fahrenheit was geboren.
Ik geloof het niet, want in 1988 was de parfumindustrie al zo geprofessionaliseerd, geperfectioneerd en hightech en ‘laboratorium’ geworden, dat een vat gewoon niet meer ‘ambachtelijk-toevallig’ achtergelaten kon worden…
Nee, dat toeval was eigenlijk een bewuste keuze van de neus: met een zoetige bloemengeur ondersteund door een stevige basis een nieuwe definitie van mannelijkheid geven. Nou, moet het niet gekker worden. Maar wordt het toch: ook de flacon was het resultaat van een onverwacht avontuur. De beroemde, vervloeiende roodtinten ontstonden toen het glas plotseling afkoelde. Zou het echt?
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
En al deze toevallige omstandigheden ter introductie van een nieuwe variatie: Fahrenheit Le Parfum die – ik schrijf het maar direct – erg goed is. Niche in de parfumerieketen. François Demachy omschrijft deze verfijning als volgt: ‘Ik wilde van de heel uitgesproken creatie die Fahrenheit is geen karikatuur maken. Daarom heb ik aan de oorspronkelijke compositie elementen toegevoegd die de geschiedenis verrijken en zijn atypsiche persoonlijkheid onderstrepen’.
Met een wonderlijke uitwerking, want je ruikt deze ‘oersignatuur’ wel én niet. Het is geen echo en geen ‘herinnering aan’ geworden. Je kunt eerder stellen dat in Fahrenheit Le Parfum meer levenservaring zit en op een subtiele manier nu hippe ‘niche-ingediënten’ laat samenkomen, vooral na de opening van zoete mandarijn. Want dan ruik je een boeiende droogpoederige noot met sensueel-zoete nasleep.
Ofwel, koriander en komijn (foto) vermengd met rum. Die maken de oorspronkelijke bloemennoot (verlevendigd met viooltjesblad) donkerder, meer omfloerst. En tegelijkertijd neem je de leernoot van Fahrenheit waar die nu alleen meer uitgediept is en door de vanille meer suède wordt.
Het vreemde of verrassende aan Fahrenheit Le Parfum is dat het ‘totaalpakket’ in één keer vrij lijkt te komen, om daarna als het ware top, hart en basis ‘zoals het hoort’ te openbaren.
RUIK&VERGELIJK
Interessant om te zien dat de industrie parfum voor mannen anders interpreteert dan voor vrouwen. Met dien verstande dat tegenwoordig nog nauwelijks parfumextracten worden gemaakt en die zijn dan een intense, ‘absolute’ versie van de eau de toilette of eau de parfum.
Parfumversies van – meestal klassieke -mannengeuren, zijn meestal een nieuwe kijk op de compositie, verrijkt met de technische inzichten en mogelijkheden van ‘nu’. De structuur blijft hetzelfde, maar die wordt geïntensiveerd waardoor een voller, dieper en meer volwassen effect ontstaat. Met dien verstande dat je bij mannen parfum moet lezen als eau de parfum.
Guerlain Habit Rouge L’Extrait (2008)
Azzaro Pour Homme L’Elixir (2009)
Hermès Terre Le Parfum (2009)
Giorgio Armani Acqua di Giò di Essenza Pour Homme (2012)
Givenchy – Le Parfum Couture – Pi Leather Edition (2012)
Yves Saint Laurent La Nuit deL’Homme Parfum (2012)
Yves Saint Laurent L’Homme Parfum Intense (2013)
Deze ‘vergeten’ klassiekers – ik beperk met tot drie – mogen van mij ook wel een doorstart op parfumbasis krijgen:
Neus: Calice Becker, Antoine Maisondieu, Shyamala Masiondieu, Yann Vasnier
Concept & realisatie: Tom Ford
Ik doe een voorspelling: pas over 25 jaar zal men de bijzonderheid pas echt inzien van Tom Fords premièreparfum Black Orchid. Want de meesterstylist deed in 2006 precies wat je volgens mij met een debuut in het topsegment moet doen: eerst verbijsteren door een visuele dwingende overdrive, vervolgens – als de verbazing is ingedaald – verwonderend constateren dat de geur zelf eigenlijk even onontkoombaar is.
En – je zou het bijna vergeten – aangenaam anders en – je zou het bijna vergeten – een perfecte vertaling van Fords visie op schoonheid en glamour. Waarom pas over 25 jaar? Het antwoord is simpel: Ford is een beetje aan het doordraaien wat geuren betreft. Daar kun je bijna als consument en recensent niet tegenop ruiken. Too much. Dan nog een ander probleem: bijna al zijn parfums schitteren en stellen zich aan (positief in dit geval).
Met name zijn Private Collection. Zitten meesterwerken tussen, maar juist door deze kwantitatieve overrompeling realiseer je je dat niet altijd. Heb je geen tijd voor. Voor je het weet staan er weer nieuwe op het schap die je wilt, nee moet ruiken. Zoals nu Tabacco Oud en Oud Fleur (beide 2013) waarmee ook Tom ford de oud-hype in stand blijft houden, en: Velvet Orchid.
Je hoeft maar even aan de laatste ruiken en je herkent direct de signatuur van Black Orchid, alleen meer ‘lush’, bloemiger, minder hout-kruidiger en dus – als je wilt – meer toegankelijk. Maar echt makkelijk is de geur ook niet. Geen crowdpleaser. Het boeket onthult zich langzaam, wordt laag na laag opgebouwd, ingrediënten verschijnen ‘trapsgewijs’, maar dat weerhoudt ze niet om met elkaar te spelen, elkaar uit te dagen.
En als je alles in je hebt opgenomen – geuren van Tom Ford moet je je eigen maken en daar gaat wat tijd over heen – en Velvet Orchid uiteindelijk begrijpt, ook dan blijft de geur raadselachtig en mysterieus in de zin van onverklaarbaar, niet in de zin van parfumcliché. Voor mij het kenmerk van excellentie.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Velvet Orchid transformeert Black Orchid van een houtig-kruidig parfum naar een oosters-sensuele, fluweelzachte bloemengeur. Het verbaast me niet dat vier neuzen aan de totstandkoming hebben gewerkt. Want dit parfum – codewoord: ultravrouwelijk – levert als het ware drie diepe geurgolven op – top, hart, basis – die eigenlijk afzonderlijke parfums vormen terwijl je het karakter van Black Orchid toch direct waarneemt.
De eerste golf: Italiaanse bergamot en mandarijn maken een aureool van ongekend zuivere frisheid waarin zich een suikerzoete bloemige noot (op basis van rum- en honingextract) bevindt die geleidelijk aan bloemiger en zachter wordt… Het effect aldus Tom Ford: een suggestie van sensueel huid-op-huidcontact. De tweede golf: het idee van een fluwelen orchidee dat het huidgevoel moet versterken. Hiervoor werd jasmijnabsoluut en rozenessence vermengd met Cattleya leopoldII (verkregen via Scent Trek). En dat is dus een ‘fuchsia-orchidee’ (foto) uit de bossen aan de Zuid-Braziliaanse kust (en bij bijna elke exotische plantenzaak te koop) waarvan het parfum door de American Orchid Society wordt omschreven als een ‘strong spicy fragrance that can be described best as smelling like bubblegum’ die wordt vervlochten met Black Orchid-akkoord.
Twee keer een fantasiebloem die samen een zwoelbloemige sfeer oproepen met een chique gourmandrafeltje dat wordt versterkt door het poeder-vanille-amandelachtige heliotroop. Mooi is dat deze zoetigheid wordt ‘gecompenseerd’ door een meer friszwoele, transparante bloemencombi van magnolia, narcis en – de door mevrouw S. Witteman zo vervloekte – hyacint.
De laatste golf van Perubalsem, cistus labdanum, sandelhout en vanille verpakt in mirre en ‘ruwe suède’ (contradictio in terminis volgens mij) zorgt dat deze bloemenweelde ondergaat in een sensuele, animale en licht vileine warmte die het huid-op-huidcontact optimaal laat werken. Wat mij betreft had de basis wat intenser gemogen met meer nadruk op Perusbalsem en suède. Maar een parfumextract is nog niet verschenen. Dus…
RUIK&VERGELIJK
Wat blijkt: van alle Tom Ford-geuren haalt Black Orchid de meeste omzet. Wat blijkt: Black Orchid wordt ook door heel veel mannen gekocht. Wat blijkt: Tom Ford wil dat nu hetzelfde gebeurt met Velvet Orchid. De omzet dan. On verra.
Muziek: helaas een fractie van Gregorio Allegri’s Miserere (1582-1652)
Ligt dat nu aan mij, maar ik heb het idee dat Loewe (anno 1846) in de lage landen (we rekenen Vlaanderen mee) nog niet zo populair is als het Spaanse luxelabel hoopt.
De reden: het wordt nog te veel overschaduwd door dat andere ‘saai-koffermerk-uit-de-negentiende-eeuw-van-de-elite-kiest-voor-radicale-verhipping’-label: Louis Vuitton (anno 1854). Het merk dat het zelfs voor elkaar kreeg dat ziekelijk verslaafde fans (met name in het Verre Oosten) de nacht voor de opening van een nieuwe winkel de ingang bivakkeren om een van de eersten te zijn.
Ik weet niet of Loewe-fans alhier dit zullen ondernemen, maar de opening van een dependance in bijvoorbeeld de Amsterdamse PC Hooftstraat of op deAntwerpse Meir zal alleen maar aan de naamsbekenden bijdragen. In tegenstelling tot Louis Vuitton (allebei trouwens eigendom zijn van ’s werelds grootste luxegroep, LVMH) heeft Loewe een echte geschiedenis in geuren die vooral in thuisland Spanje en de Spaanse sprekende naties overzee al decennialang op een gunstige ontvangst kan rekenen. Nog steeds trouwens. Ik was ooit aangenaam verrast door Solo (2004).
De reden: door bewust te kiezen voor een alternatief model in een alternatieve campagne die een aantal clichés uit de wereld van lifestyle en fashion op de hak neemt. Wordt met Solo Platinum wederom toegepast: zie campagnefoto. Een samenkomst van ogenschijnlijk twee onmogelijke werelden: de ‘barokke’, fiere en haantjesachtige hidalgo met de stoere, ‘anders’ mannelijke ronkende motorscene. Enigszins logisch, want de geur is gemaakt voor de man ‘die zijn balans vindt in contrasten’.
En tegelijkertijd is het ‘een maximale expressie’ van alle Loewe-waarden – luxe, excellentie, ‘tijd’, kwaliteit en aandacht voor het detail – aldus de international pr- en communicatiemanager Zahara Manchado volgens The Moodie Report. En dat klinkt dus wel weer heel erg cliché. Want vanzelfsprekend en ook (tot aan vermoeidheid grenzend) uitgedragen door Louis Vuitton, Hermès, Prada, Trussardi en al die andere merken met hun oorsprong in leerbewerking. Maar ruik je deze contrasten ook in de geur?
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Ja en nee. Nee en ja. Maar net wat je wilt ruiken. Ik ben aangenaam verrast – ik mag ook clichématig zijn – want Solo Platinum heeft iets merkwaardigs: het combineert lavendel met een leernoot. Niet nieuw, maar het wordt wel vergezeld door een aangenaam groen-kruidige nuance.
Het effect: de lavendel wordt hierdoor minder schoon en ‘gewassen’, het leer daardoor zachter zonder suède te worden. Nog merkwaardiger, maar ik bedoel eigenlijk verassend – ik ben nog een keer clichématig – omdat de frisheid in de opening niet komt van klassieke citrusnoten, maar van een doordringende (zwarte) theenoot die als een aangenaam briesje de rest van de noten begeleidt.
De lavendel wordt hierdoor donker, zonder zijn specifieke zonnige aroma te verliezen. Neem daarbij de prikkelende peper- en stroeve nootmuskaatnoot gecombineerd met de duidelijk aanwezige tijm (foto). Prettig om dit kruid een keer goed te ruiken en hierdoor zijn robuuste, droge ‘groenheid’ te ervaren.
En deze licht gerookte kruidigheid gaat mooi samen met de basis. Leer dus. Maar kordaat gecombineerd met een heldere en strakke noot van cederhout die vervolgens vloeiend wordt door warm-sensuele noten ambergris, musk en benzoïne. Helemaal mooi: de connectie die de zwarte thee ‘op het einde’ maakt met wierook. Hult het geheel in een etherische wolk die toch fris blijft.
En ik ga nog even door in het bejubelen: Solo Platinum is niche in de ketenparfumerie. Alleen was het logischer en duidelijker voor de consument geweest als Loewe de geur Solo Cuero had genoemd.
RUIK&VERGELIJK
Toeval of niet? Ook onderstaande luxe leerlabel combineert lavendel met leer, maar anders – dat dan weer wel. Ik hoop niet dat ze bij Louis Vuitton een gelijksoortige geur in gedachten hebben. De eerste naoorlogse geur – neus Jacques Cavallier – stond gepland voor dit jaar, maar is nog steeds niet gelanceerd. Zo ja: ik raad aan leer vanuit een radicalere andere invalshoek te benaderen.
Soms doet een toevoeging aan een parfumnaam afbreuk aan het fantasiebeeld dat zich in je hoofd heeft gevormd. Heb ik dus met Luna Rossa Extreme… moet ik denken aan een brandende zon die dovend, smeltend en sissend ondergaat in de oceaan. En dat terwijl de naam gewoon verwijst naar de naam van het zeilschip waarmee Prada volgens het persbericht ‘is uitgegroeid tot een van de bekendste en meest gerespecteerde deelnemers aan de oudste en meest prestigieuze trofee in de sportwereld: de America’s Cup’.
Kleeft niets poëtisch aan. Het is, weer het persbericht, ‘een stoere mannenwereld, van grootmeesters in hun vakgebied bestaande uit zeilers, designers, botenbouwers, analisten plus een kustteam die op alles op alles zet om hun gemeenschappelijke doel’ te realiseren: ‘op onbevreesde wijze de overwinning behalen’.
Dat het modernistische Prada een van de meest ouderwetse clichés in de parfumerie uit de kast haalt – gedenk Old Spice van Shulton uit 1936 – om de man tot aankoop te verleiden, bewijst weer eens hoe conservatief de gemiddelde man geuren beleeft. Graag niet te moeilijk: zowel qua boodschap, zowel qua inhoud.
De boodschap: mannelijkheid en broederschap: ‘Samen strijden tegen de weerelementen en de competitie; elk bemanningslid moet op zijn instinct vertrouwen en behendig anticiperen op onverwachte situaties’. Want help: ‘De wind kan draaien en onstuimig zijn, golven en getij zijn vaak intens. Focus en controle zijn essentieel’.
En nu komen dichter bij de naam van de geur: ‘De wereld van extreme sailing betekent extreme omstandigheden. Dan neemt de mentale preparatie het over: messcherpe reacties en bijna telepathisch teamwork liggen aan de basis van de prestatie van het team’.
Want: ‘De kracht van de wind en golven bepalen dat je in fracties van seconden moet beslissen welke koers gevaren moet worden. Maar wanneer je slaagt deze elementen van de natuur te beheersen, dan zorgt dat voor pure euforie’.
De inhoud: die is het tegenovergestelde van niet te moeilijk – zou dat de verrassing van Prada zijn? Want Luna Rossa Extreme heeft niets nautisch, is eerder aards doordat de kenmerkende ‘lavendelsignatuur’ wordt gekoppeld aan een stevige, bijna viriele leernoot.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
En dat sluit dan wel weer aan bij de mannelijke boodschap van deze krachtige leergeur. Interessant: het feit dat lavendel (over het algemeen geassocieerd met zonnig, schoon en gewassen) wordt gekoppeld aan leer (over het algemeen geassocieerd met animaal, seksualiteit, broeierig). Ik vind Luna Rossa Extreme een echte parfumconstructie die heel slim ‘hippe’ ingrediënten vermengd met klasssieke.
Ruik je in de opening: het nu hippe zwarte peper (foto) verleent de zonnig-bloemig-citrusachtig bergamot een prikkelende frisheid waardoor de lavendel een beetje etherisch aandoet. Ook etherisch: jeneverbes. Vormt de overloop naar het hart waarin amber ronddrijft die animaal wordt door leer (opgeroepen met intens en uitgepuurd cistus labdanum) en ook ‘de donkere kant’ van jeneverbes.
Die versterkt in dit geval de stroefheid van cistus labdanum, maar toch niet te overheersend. Hiervoor verantwoordelijk: zoete, maar niet te zoete vanille. En ook weer knap: door dit alles heen ruik je de lavendel, zacht maar ‘veramberd’, zacht maar ‘verleerd’.
RUIK & VERGELIJK
Leer blijft nog steeds erg niche-angehaucht. Ik had verwacht dat leergeuren eerder naar de ketenparfumerie zouden druppelen dan de oud-parfums. Maar het gaat dus andersom:
Excusez, maar ik had tot voor kort nog nooit gehoord van het juweliersmerk Pomellato – genoemd naar een afbeelding van een paardje dat in het atelier wordt gebruikt als officieel zegel voor de juwelen. Opgericht in 1967 door Pino Rabolini die hiermee als eerste het concept van prêt-à-porter-juwelen introduceert: niet als statussymbool maar gewoon als accessoire die je net zoals je kleding elk moment kunt dragen en kunt wisselen – alsof dat niet voor statussymbooljuwelen geldt.
En dat werd begrepen: Pomellato heeft zich in minder dan vijftig jaar ontwikkeld tot een van de belangrijkste spelers in dit luxesegment. Een van de meest gewilde sieradenlijn van het huis is de met kleurrijke (half)edelstenen gezette Nudo-ringen (foto) die ter inspiratie voor de (nieuwe) parfumpremière dienden: Nudo Amber, Nudo Blue en Nudo Rose. Het zal je niet verbazen: elke kleur staat voor een steen, elke kleur staat voor een stemming. Nudo Amber is een eerbetoon aan de oriëntaalse sensualiteit en geïnspireerd op madeira-kwarts. In Nudo Blue staat de iris centraal als – weer wat geleerd – Europees symbool van vrouwelijkheid en is ‘qua steen’ gebaseerd op ‘London Blue’-topaas. En de koningin der bloemen, de roos, bloeit overvloedig in Nudo Rose die door Pomellato – weer wat geleerd – wordt gezien als embleem van Aziatische zuiverheid en olfactorisch de meest gewilde steen uit de kwartsgroep vertaalt: amethist.
De presentatie. Tja, valt wat op af te dingen. Flacon en verpakking maken een beetje een onaffe indruk. Net niet chic genoeg conform de luxe-uitstraling van het huis – het heeft net Tilda Swinton als ambassadrice aangetrokken.
Vraag me af of Pomellato-fan de flacons associeert met Pomellato. De bloemen die de verpakking sieren zijn geïnspireerd op fresco’s van Michael Lin die hij maakte voor Pomellato-boetiek in Milaan.
Maar van de andere kant: de geuren hebben een girly lifestyle-sfeertje en daardoor meer toegankelijk en minder afstandelijk dan de concurrentie, zoals Bvlgari en Cartier. Opvallend: het parfumtrio heeft niet Tilda Swinton als ambassadrice maar Tea Falco, een Italiaans actrice (die gelijk de Nudo-ringen en -parfums) veelzijdig is volgens het persbericht : ‘Kunstenaar op het gebied van video en fotografie’, en die voor de camera van Michael Comte, een moderne Botticelli belichaamt en dus pure, jeugdige, universele schoonheid symboliseert’. Maar heel eerlijk gezegd: dat zie ik niet echt, wat Boticelli betreft dan. Althans het idee dat deze renaissanceschilder van de vrouw had.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Voorop gesteld: het parfumtrio is elegant en wat vooral opvalt is de transparante zuiverheid. Aurélien Guichard tekent voor Nudo Amber. De drie hoofdrolspeelsters oranjebloesem (absolu), Bulgaarse roosessene en sambacjasmijn (absolu) krijgen geen frisse introductie maar gaan direct in elkaar op.
Resultaat: een bloemeneuforie waarin het vooral draait om de ‘uitwisseling’ tussen zonnig oranjebloesem en zonnig jasmijn. En die worden mooi verwarmd door een zachte ambernoot met pittige nuances. Komt op conto van ambrox, musk en ambrettolide die samen met vanille uit Madagaskar voor een sensuele finish zorgen.
Nudo Rose daarentegen heeft een tintelfrisse, fruitige opening die je bijna kunt proeven: roze grapefruit, bergamot en ‘waterfruit’ (denk aan zoetige, rode fruitnuances) verzacht door fluweelachtige perzik. Dan openbaart zich de roos. Vol en zoet, maar begeleid door frisse bloemnuances van fresia en lelietje-van-dalen waardoor ze haar statige karakter verliest, als het ware meer ‘ontspannen’ is. Deze bloemige helderheid blijft present ook wanneer die zich in de basis hecht aan witte houtsoorten (cederhout, ‘sandelhout’ en cashmeran) en witte musk.
Nudo Blue werd net zoals Nude Rose, samengesteld door Cécile Matton. Omschreven als een ‘kristalachtige, sensuele geur’ waarin de iris centraal staat. Originele opening: scherpfrisse citroen en zoetfruitige zwarte bes krijgen een onverwachte groene ondertoon door een bamboeakkoord dat geleidelijk het bloemige hart onthult: de droog-poederige iris vermengd met luchtige en frisse bloemen: fresia, pioenroos en magnolia. Het bloemige hart gaat over in een fluweel-poederige en sensuele basis van witte musk, heliotroop, amberhout en vanille.
RUIK & VERGELIJK
Bijna niet te doen. Ik zou zeggen: vergelijk ze onderling. En wil je de collectie met andere amber-, roos- en irisgeuren vergelijken, zoek dan op geurengoeroe. Dit is niet trouwens niet de eerste keer dat Pomellato zich op de parfummarkt begeeft. Zo was daar ooit het eau de parfum Pommelato (1989), II (onbekend) en Uomo (idem).
OUD ALS ZWARTE AARDE, OUD ALS GEUR VOOR GEVORDERDEN
Jaar van lancering: 2013
Laatst aangepast: 16/09/13
Neus: Daphné Bugey
Om de totstandkoming van hun eigen oud te ‘verantwoorden’ is Dsquared2, zo lezen we, ‘de geschiedenis van de alchemie vol geheime rituelen en ingedoken’. Hebben Dean en Dan Caten tijdens de geschiedenislessen niet echt opgelet? Want de Canadese modetweeling beweert dat ‘alchemie uit het land der farao’s komt’. Hadden ze zich bij de les gehouden, dan hadden ze geweten dat alchemie zijn oorsprong in diverse oude culturen heeft.
Dat het geen ‘concept’ maar een leer en/of natuurfilosofie is. De oude Egyptenaren hadden hiervoor een hiëroglief (khem of khamé) dat zwarte grond betekent en gebruikten dit symbool volgens Dsquared2 om aan te geven dat ‘na overstromingen van de Nijl hun grond zwart kleurde en vruchtbaar was’. De zwarte aarde als symbool voor vruchtbaarheid en – om in parfumkringen te blijven – magische Egyptische nachten vol geheimen en passie’. Daarnaast beweren Dean en Dan dat zwart wordt geassocieerd met Eros – nieuw voor mij -, het magische spel van mysterie en verleiding. En vanaf nu met de ziel van Potion Royal Black.
Het effect er van op de drager? Dsquared2: ‘Het elixer ontmaskert zich als een nooit intimiderende omhelzing bij de man die speelt met zijn sensualiteit en aan zwart een nieuwe betekenis geeft; zwart als dresscode voor een magisch liefdesfilter met uiterst mannelijke en verleidelijke elementen’.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Ik zeg het direct: Potion Royal Black is een hele elegante oud-geur die wat mij betreft de vergelijking met veel oud-geuren in het nichecircuit kan doorstaan. Daphné Bugey verzamelde de volgende ingrediënten: bergamot (drie schilletjes), wierook (een handje), laurier (vier blaadjes), versgeplukte rozenblaadjes (drie stuks), atlascederhout (twee twijgjes), tabakabsoluut (twee lepels), oud (vier druppeltjes), leer (een vleugje), kasjmierhout (een snufje), guaiac (½ handje) en musk (een kop).
Mooi: je komt direct in een ‘zwarte’ sfeer. De bergamot nemen we voor lief, want het is de rokerige wierook die de stemming bepaalt. Is interessant: als je de moeite neemt, kun je alle zwartmakers in volgorde opkomst ruiken. Tenminste, ik ruik heel duidelijk de laurier. Nog duidelijker: roos. En meer dan drie blaadjes. Deze bloemigheid geeft de geur elegantie, in het bijzonder oud (foto). Maakt de geur minder droog, ruw en strak. Noemen we hier nog steeds vrouwelijk. En dat terwijl in Arabische contreien oud-elixers voor de man het niet zonder roos kunnen stellen.
De afronding is helemaal zoals een oud-geur moet zijn. Dus ter verhoging van de (mannelijke) sensualiteit: leer en musk. Dus ter verhoging van de mannelijkheid: een sterke houtbasis en tabak. Ben erg benieuwd hoe deze geur ontvangen zal worden door de gemiddelde Dsquared2-fan want Potion Royal Black is een geur voor gevorderden.
RUIK & VERGELIJK
Het verschil tussen een bloemige oud – Potion Royal Black – en een ‘droog-strakke’ oud ruik je in de ketenparfumerie met: