HABIT ROUGE 2.0
VAN JAN MODAAL NAAR JAN IDEAAL
Jaar van herlancering: 2016
Laatst aangepast: 18/05/16
Neus: Thierry Wasser, Delphine Jelk
Net zoals je eerst met een aantal verschillende geuren (en de daaruit voortvloeiende ervaringen) kennis gemaakt moet hebben om de ware te vinden (en het daaruit voortvloeiende eigen, persoonlijke smaakbesef), moet je ook een aantal mannen verslijten, voor de one & only, je ideaal zich aandient. Net op het moment dat je alle hoop al had laten varen en je gelukkig geen genoegen hoeft te nemen met Jan Modaal. Echt makkelijk is het niet voor vrouwen: zie hun ‘ha-ha-ha-had-je-maar’-hordenloop bij de cologne-versie van vorig jaar.
Zo’n ontmoeting is volgens Guerlain ‘altijd iets speciaals’. Bereid u voor op een aantal clichés van het zuiverste eau de cologene-water: ‘Knap, sportief, intelligent, onweerstaanbaar geestig, aardig, ongelofelijk charmant en met een waanzinnige sexappeal. Al deze kwaliteiten verenigd in één man maken zijn leven tot een permanente uitdaging’. En dat levert dan mannen op die glansrollen in reclames. Je ziet het voor je: ‘Iedere ochtend wordt hij verblind door zijn eigen spiegelbeeld in etalages, in het voorbijgaan trekt hij alle vrouwen aan, als hij ergens binnenkomt valt er een stilte en brengt hij hartstochtelijke verklaringen teweeg’. Zijn karakterschets en (toch wel) moderne haantjes-allure wordt afgerond met de al even populaire constatering in de parfumwereld: ‘Alle vrouwen dromen ervan hem te ontmoeten, alle mannen zouden graag op hem lijken’.
Guerlain (en wij) weten natuurlijk dat het maar weinig mannen gegund is deze begeerde status te bereiken: de meeste kijken liever niet te vaak naar hun spiegelbeeld in etalages of in hun eigen badkamer – altijd lastig buik inhouden en tegelijkertijd een bepaalde gunstige invalshoek kiezen. Guerlain (en wij) weten natuurlijk dat de ideale man een mythe is waarmee je eigenlijk niet kunt rivaliseren. Wat een duw(tje) in de goede richting kan zijn: een geur die – aldus Guerlain – ‘hun eigen verleidingskracht versterkt’. Ik zou willen toevoegen: verbeeldingskracht. Want als wat dat betreft een geur met je ‘aan de haal’ gaat, voel je je prettiger, dus zelfverzekerder, dus verleidelijker.
WAT L’HOMME IDÉAL IK EIGENLIJK OP EDP-NIVEAU?
Ik vraag me steeds vaker af waarom merken er zo lang over doen om te komen tot de ideale versie van een geur. Antwoord: ‘It’s the economy, stupid’. Maar dan nog? En dus in dit geval: mannen die niet gecharmeerd zijn van amandel gepresenteerd als gourmand-verleiding krijg je moeilijk – ook niet via de vorig jaar verschenen cologne – aan het nieuwe eau de parfum. En dat is dan een gemiste kans.
Want L’homme Idéal Eau de Parfum is voor mij zoals een Guerlainmannengeur moet zijn: chic-stoer, elegant-erotisch, vanzelfsprekend aanwezig en dus sluitvaardig in zijn intenties. En dan maakt het niet uit of de compositie klassiek, lekker hip of tussenbeide is. Bij een goede geur vraag je je dat niet af, doet dan ook niet ter zake, en maakt in feite alle marketing en beeldvorming overbodig omdat je als drager je de geur eigen maakt, dus zijn eigen associaties en later herinneringen ‘geeft’.
Het geheim van deze intense versie: volgens mij dat de amandel een halt is toegezegd – ‘En nou effe dimme! Begrepe?’ Die speelt niet de hoofdrol maar werkt samen met 1: de roos, 2: leer, 3: wierook, 4: sandelhout en 5: vanille. En dat allemaal in de juiste proporties. Dat wil zeggen na de klassieke frisse Guerlainopening: een zuivere bergamot die al een beetje van wat komen gaat in zich draagt, ruik je een bitterzoete amandelnoot (ik gok op een combi heliotroop, kruidige noten en vanille) waarvan de gourmand-platheid wordt onderdrukt door roos – geeft de amandel een helderheid, lucht zonder echt bloemig te worden.
Duurt niet lang want de amandel verstaat zich zoveel beter met wierook – geef een rokerige, ‘verbrande’ warmte zonder dat die de amandel laat smelten ‘op zijn gourmands’. Maakt ‘hem’ stoer, wat versterkt wordt door een aangename, steeds meer geprononceerde wordende leernoot; laat ‘hem’ bijna verdwijnen. En niet helemaal in de vanille. Want die wordt hier ook zonder gourmandlink toegepast: elegant zoet en gekruid, als een dun laagje op het leer. Met daaronder een sandelhoutnoot die de totaalcompositie een smeuïge, houtachtige warmte geeft.
Opvallend: bij dit alles ik moet denken aan Guerlains mannenklassieker Habit Rouge (1965): ook zoet, ook zwoel, ook leer… Hetgeen natuurlijk versterkt wordt door de flacon – een up to date-versie van Guerlains klassieke mannenflacon. Kort samengevat: L’homme Idéal Eau de Parfum is voor mij de 2.0-versie van Habit Rouge. Een kleine dingetje: ik verbaas me, zoals wel zo vaker, over de prijsverschillen. 50 ml: € 79,50, 100 ml € 107,50. Verschil: € 28.00. Vermenigvuldig je de eerste met 2 dan krijg je € 159,00. Deel je de tweede door 2 dan krijg je € 53,75.


Jeu D’amour L’élixir trekt zich hier weinig van aan, en dat mogen we alleen maar waarderen. Deze tuberoos is niet zo drop dead-gevaarlijk als Robert Piguets 
Hè, hè, eindelijk weer een Dior-parfum dat recht doet aan de reputatie van het huis. ‘Eindelijk’ en ‘weer’ is natuurlijk betrekkelijk: maar na
Montauroux vormt met zeven andere dorpen – Callian, Mons, Seillans, Fayence, Saint-Paul-en-Forêt, Bagnols-en-Forêt en Tourrettes – het zogenaamde Pays de Fayence gelegen in de regio Grasse: ‘Een gebied tussen meren en bergen en’ – aldus Dior – ‘door een weelderige natuur omgeven, alom geprezen vanwege – onder andere – zijn bloementeelt voor de parfumindustrie’.
De dagen; dat zijn dus gevangen kapellen (vlinders) – dierenbeul! Prikkebeen vertrekt vervolgens in het door Rob de Nijs in 1974 gezongen Zuster Ursula naar Amerika waar het volgens hem beter kapellen vangen is: ‘Dag lieve rest van Nederland, dag lieve allemaal. Blijf maar rustig zitten in het Land van Maas en Waal. Ik kan alleen maar lachen, ik stap eruit, ik ga, mijn rugzak en mijn tentje mee, de vlinders achterna’ – driedubbele dierenbeul!
Wel aan een vleugje poëzie in ruime hoeveelheid. Zeg nou zelf: Diors J’adore, Yves Saint Laurents Baby Doll – alle twee in hetzelfde jaar gelanceerd en nu ook nog te koop – spreken minder tot de verbeelding dan La Chasse aux Papillons. De tegelijkertijd gelanceerde Dzing! en Passage d’Enfer idem dito. Geldt ook voor Goutals Ce Soir ou Jamais en Tiempe Passate van Antonia’s Flowers (ook beide 1999). Nu zijn dergelijke namen schering en inslag en daardoor ook bijna inwisselbaar geworden.
Ik was best wel verbaasd toen L’Eau d’Issey pour Homme Eau Fraîche bij mij thuis werd afgeleverd. Ik bedoel: deze klassieker staat hoewel voorzien van een kruidig en houtachtig fond toch bekend als ode aan de kracht van water. Moet het frisser? Kan het nog frisser?
‘Grappig’: terwijl Issey Miyyake de pure vetiver in de basis van Eau Fraîche als ‘een overheerlijke echo van het origineel’ ziet, heb ik dat meer met de kruidigheid. En dan met name de wrang-groene noten van bittere kruiden zoals kardemon, salie en dragon.
Geur en herinnering: een populair gespreksonderwerp. Met een ergens toevallig opgesnoven ‘fragrance-flits’ kan een geheel vergeten wereld in gedachten naar boven komen. For good and… for worse. Dat laatste wordt nog al eens vergeten. Het is niet alleen rozengeur en maneschijn: geur en herinnering kan ook geassocieerd worden met ervaringen niet zo fijn.
Met andere woorden: een elegante-klassieke compositie die naast het ‘zon-effect’ meer geeft. Ik geniet hoe de top, het hart en de basis zich vrijgeven. Zo lekker ‘aangenaam klassiek’.
Jane Birkin had al haar tas – dé Hermès’ Birkin Bag; een uitvergrote versie van de Kelly-tas – maar nog niet haar geur. Ach, gossie. Even Hermès misschien nog een keer bellen? Niet dus. Ze moest wachten tot het moment dat ze Lyn Harris ontmoette. Tot 2006 konden alleen mensen die erg intiem met Birky (moi?) waren ervan genieten, daarna ging de geur in de brede verkoop onder de naam l’Air de Rien. Dit lees ik op de site van Milller Harris: ‘Challenging the conventional, Jane sought to evoke the nostalgia of dusty libraries and old books. Lyn masterfully conjures this essence with rich notes of oak moss, Tunisian neroli, sweet musk, amber and vanilla. As indefinable as it is alluring, l’Air de Rien captures the essence of Jane’s inimitable style’.
Interessant: l’Air de Rien is vanaf het ‘iedereen-kan-ervan-genieten’-moment un succès fou en geleidelijk aan een moderne klassieker geworden. Logisch. De naam is natuurlijk een understatement pur sang én een trucje voor het oproepen van een voorspelbare verbazing: l’Air de Rien betekent letterlijk vertaald de Schijn van Niets. Maar beoogt natuurlijk het tegenovergestelde: het is alles! Voor mij blijft de geur zeer aangenaam tussen beide hangen. Want deze schijnbaar, nietszeggende en eenvoudige compositie heeft een waarlijk wonderlijke diepgang.
En die is dus, dus, dus niet, niet, niet fris crisp en cologne-knetterend maar eerder beetje viezig – de indolen van de neroli/oranjebloesem gaan mooi hun gang met de ambernoten. Ik moet niet aan oude huizen denken. Eerder aan een ongewassen lichaam, beetje bezweet ter ‘maskering’ besprenkeld met talkpoeder in plaats van afgedroogd met een schone handdoek. Je moet eigenlijk onder de douche maar vindt het eigenlijk wel lekker zo.
Bij een coutureroos kan ik alleen maar denken aan liefdevol handwerk: een roos die dus wordt uitverkoren om glans te geven aan een parfum wordt met de hand verzorgd, gevoed en van water voorzien, met de hand geplukt, met de hand gedestilleerd tot een parfum dat met de hand wordt gegoten in een mondgeblazen flacon.
Eerst in de vorm van pioenroos – zacht en zoet – om daarna ruim baan te geven aan een ‘rozennectar’. Waarvan de fris- en helderheid wordt ondersteund door jasmijn. Houdt lang aan voor de basis zich meldt van vanille en karamel (verantwoordelijk voor een licht gourmand-accent) en een mix van ‘weelderig’ hout: patchoeli en cederhout. In plaats van weelderig kun je beter spreken van zacht en licht hout gezien de bloemenfactor present blijft.
Wat een lekkere naam Love in Idleness. Prikkelt je fantasie, tickles your fancy – Shakespeare ging me voor – en die bij ‘wikipedia-en’ een van de bijnamen blijkt te zijn van een viooltjessoort – Viola tricolor – die in Europa (oorspronkelijke habitat) en inmiddels ook in de Verenigde Staten veelvuldig in het wild voorkomt.
Hoewel in deze geur geen enkele viooltje inzit, heeft het een conforme zoetheid die nog eens wordt ‘onderstreept’ door het feit dat het de mannelijke pendant is van Violette de Madame (1901). Guerlain zat toen trouwens diep in de pastelsferen die het viooltje oproept – ruik maar eens aan de goddelijke klasssiekers Après l’Ondée (1906) en L’Heure Bleue (1912).



