OP BASIS VAN CITROEN, RABARBER, PERZIK & WATERMELOEN
PLUS: EUCALYPTUS, AMBROX & BLOND HOUT
Heeft u dat ook wel eens: je ruikt in een winkel – hoelang geleden was dat ook alweer! – of tijdens een presentatie – idem! – aan een nieuwe geur, en je denkt: ‘Wat ruik ik eigenlijk?’ Iets preciezer: ‘Ik ruik bijna niets, iets vaags.’ Uw capaciteit om geuren te detecteren, lijkt u in de steek te laten. Geurengoeroe heeft het zo vaak. Soms is het verkoudheid, soms is het de (te veel) witte wijn en/of bubbels van de avond tevoren (dan gaat mijn reukzin staken), soms is het algemene vergeetachtigheid, in chique politieke en parfumkringen beter bekend als amnesie.
Bij twijfel pak ik dan een olfactieve krachtpatser (zoals de afgelopen tijd Myrrhe Ardente van Annick Goutal), gewoon om effetechecke. Ruik ik dan, in dit geval, de zoetig-rokerige, verbrande houtnoten met amberaccenten en gekonfijte mandarijnschil, dan weet ik dat met mijn neus niksaandehanda is.
Dat heb ik dus ook met de 2021-variatie van ck one summer, die ik traditiegetrouw, jaar in, jaar uit, beschrijf. Ik ruik iets wat door moet gaan voor water, ik ruik iets wat door moet gaan voor citrus. Ook ‘iets roods’. Alleen verschrikkelijk vaag. Dus Myrrhe Ardente gepakt. Niks mis mee! Ik begrijp nog steeds dat Jozef en Maria erg blij waren met dit geschenk van Caspar…
Even het persbericht erbij gepakt, misschien brengt die me in de juiste stemming: ‘Bedwelmend. Surrealistisch. Verfrissend. Een creatieve interpretatie van een zomerse roadtrip door de Amerikaanse woestijn, gemaakt door digital artist Mishko – de hitte gedurende de dag culminerend in een technicolorzonsondergang in heldere tinten van geel, oranje en koraal. Die brengen ons in vervoering en opwinding. We zijn bedwelmd door de stralende hitte. Als de tijd verstrijkt wordt een verfrissende illusie in een vage waas onthuld. Een explosie van kleurrijke frisheid; de pure en levendige nieuwe geur voor de zomer van 2021.’
Tismenogalwat! Nog een keer ruiken. Sorry guys, the feeling remains the same!’ Maar wat zit er dan allemaal in parfumpotjandorie! Nou, een ‘bitter toch zoete, zeldzame citrusmix van een citroen- en sinaasappelhybride, de levendigheid van rabarber zorgt voor een nostalgische verfrissing, het zoetwaterakkoord explodeert met sprankelende vitaliteit en de weelderige geur van perzikschil onthult een moderne zoetheid.’
Iets specifieker in order of appearance: grapefruit, zoetwaterakkoord, meyercitroen, eucalyptus, watermeloen, rabarber, ambrox, blond hout, perzikschil. Mijn gevoel verandert niet veel. Door de opsomming meen ik nu ook een zweem van watermeloen te herkennen.
Eindoordeel, dat klinkt te zwaar. Eindimpressie is beter: een niksaandehanda citrusy geur die zich meer als een mist dan een eau de cologne manifesteert. Niet bedwelmend. Wel levendig in de zin van uplifting. Heb het al eerder opgemerkt bij tig andere geuren: hoe zou ck one summer 2021 hebben geroken als het de ultimate nichebehandeling van een neus had gekregen? Ik denk een citrus-rode explosie knetterend tussen Hermès en Atelier Cologne.
Vermeldenswaard: de Meyercitroen bestaat echt; is een pomelo-hybride uit China; een kruising tussen citroen en mandarijn – zie video.
Let op: info betreffende Angel en Alien met * aangegeven begin alinea
Je gaat er niet dood aan: na een paar keer, met lange tussenpozen weliswaar omdat je het in eerste instantie niet kunt geloven, tot het inzicht komen dat je favo fragrance niet meer hetzelfde ruikt als ‘voorheen’; blijkt veranderd qua samenstelling. Het ergste wat je kan overkomen in dit geval: teleurstelling inslikken en ‘jammer genoeg’ op zoek naar een nieuwe geur die de komende jaren niet qua samenstelling zal veranderen.
*Eerst een historische duiding: het zal eind jaren tachtig, begin jaren negentig zijn geweest (voor alle duidelijkheid: van de vorige eeuw) toen ik me aan het schrijverschap en de journalistiek waagde, en in deze hoedanigheid toenmalig hoofd parfuminkoop van de Bijenkorf trof: Cees Bosman. Tijdens onze kennismaking zei hij dat hij net terug was van een testcase-presentatie in Parijs van Clarins. Het betrof Angel van Thierry Mugler. Ik zal zijn opmerking nooit vergeten toen hij me this perfume in the making liet ruiken: ‘Wie wil er nou in hemelsnaam naar aardbei, chocolade en patisserie ruiken?’
In het begin niemand, behalve sommige ‘nichers avant la lettre’, maar na drie jaar – het moment waarop een niet succesvolle introductie meestal in de aanbiedingenbak eindigt – begon, geholpen door de juiste verhalen van ‘influencers avant la lettre’ en de ‘Mugleriaanse’ en ‘wereldvreemde’ advertenties in relevante media, voorzichtig de lijn naar boven.
Long story short: Angel is door het volharden in zijn uitzonderlijkheid en extremiteit een van de grootste successen ooit. De compositie zelf werd een nieuwe standaard in parfumcompositie met een ‘often copied, hardly equalled’-status. Platter gezegd: een melkkoe. Vreemd dan ook waarom Clarins Thierry Mugler heeft verkocht aan L’Oréal. Waarom mij niet gebeld? Het zij zo. Toch, angst bekroop veel trouwe fans: zou de cosmeticagigant recht blijven doen aan de filosofie, de erfenis en het dna (geliefde, maar even gratuite commitment-termen in beauty- en lifestylekringen) van Mugler? Belangrijker: gaat L’Oréal met de composities sjoemelen?
Terechte twijfel. Velen – inclusief Geurengoeroe – vinden het onvergeeflijk dat de originele formule van Yves Saint Laurents Opium (1977) na de overname door L’Oréal (2008) van YSL Beauté in het jaar daarop direct werd aangepast. De oude Opium zou inmiddels zoveel ingrediënten bevatten die in de loop der decennia door de IFRA als allergeen werden beschouwd waardoor het een verloren strijd was de formule te redden. Aldus L’Oréal.
Heeft me altijd bevreemd: ik ken enkele nichehuizen die ‘meeslepend’ met het Opium-thema hebben gespeeld (met name rondom het anjer- en patchoeli-thema) die nooit als allergeen zijn gekwalificeerd en dus gewoon te koop. Ik heb zelf in de hoedanigheid van mijn upycle-parfumhuis Le Bienaimé ooit bij www.skins.nl een Opium-hommage verkocht (naam Perfume State) geassembleerd uit diverse oriëntaalse klassiekers. No problem.
*Anyway, via verschillende kanalen heb ik inmiddels vernomen dat Angel en Alien wel degelijk zijn veranderd; dat de huidige versies niets meer van doen hebben met het origineel. De dochter van een vriendin was zelfs zo in de war van het bericht en daarna zo wanhopig bij het ruiken dat ze het internet is gaan afstruinen op ‘vintage’ Alien. Raar om vintage in verband al te gebruiken.
*Eerlijk gezegd, durfde ik de nieuwe versies ook niet te ruiken. Niet dat ik, bij teleurstelling, alleen maar slapeloze nachten zou hebben waardoor ik op een strikt dieet van downers verder zou moeten leven – ik kan zonder ze leven, doe het dagelijks. Maar, ik hou liever de herinnering aan een mooi verleden dan dat die wordt verpest door een ‘bewerkt heden.’ Daarnaast staan al die formule-adapties – door de industrie eufemistisch vaak verantwoord met ‘aangepast door de veranderde smaakopvattingen van de consument’ – me tegen.
De parfumindustrie is een van de meest winstgevende met over het algemeen een enorme consumentenloyaliteit. Neem als industrie die ook serieus; doe moeite om de kwaliteitsstandaard die men gewend is te handhaven en ‘verberg’ je niet achter de IFRA, de organisatie die de gebruiksnormen – van adviserend tot verplicht – voor parfumbestanddelen bepaalt en standaardiseert.
Daarom eerst: waarom worden composities naar verloop tijd aangepast? Zoals zonet aangegeven: IFRA heeft veel voor 2000 gebruikte (natuurlijke) ingrediënten verboden en dus laten vervangen door synthetische of andere aromachemicaliën. Soms overheerst ook het winstprincipe van de sector: goedkopere ingrediënten bespaart geld. Neem de klassieker L’Interdit van Givenchy – tragisch!
Wordt ook wel eens vergeten: natuurlijke materialen ooit in overvloed geoogst, worden steeds schaarser. En bepaalde onafhankelijke – vaak Europese – producenten geliefd om hun eigen concentraties van bijvoorbeeld iris of viooltje zijn in de loop der jaren opgegaan in multinationals die vaak snel ophielden met het maken van deze formules omdat ze te duur waren en daardoor de vraag steeds meer afnam. Nog eens extra gevoed door de opkomst van nieuwe, interessante en vaak goedkopere synthetische ingrediënten.
Daarom blijft het voor neuzen een uitdaging formules aan te passen. De basisregel voor hen blijft ‘veranderen zonder te veranderen’. Gelukkig zijn er ook nog die streng in de leer blijven. Na een beperking van het gebruik van kaneel stopte Pierre Guillaume met Un Crime Exotique (2007) omdat de herformulering hem niet bevredigde. Terzijde: er worden volgens mij geen restricties opgelegd van de hoeveelheid kaneel in culinaire producten – is avaleren minder erg dan opsnuiven en/of op de huid spuiten?
Daarnaast, spelen ook andere, meer subjectieve factoren een rol. Geuren veranderen, maar wij ook: na verloop van tijd verschuiven smaakvoorkeuren, letten we op andere nuances en willen die dan vaak bevestigd zien, waardoor het verschil tussen ‘toen’ en ‘nu’ duidelijker wordt.
Dan is er ‘nog zoiets als’ het geheugen: hoewel we dat vaak als iets volkomen onveranderlijks te zien, is aangetoond dat herinneringen zeer flexibel en elastisch zijn: onze hersenen zijn 24/7 (ook tijdens het slapen) aan het registreren en passen nieuwe ontvangen informatie en indrukken aan. Met het gevolg dat na verloop van tijd herinneringen kunnen transformeren, zozeer dat het beeld/de impressie dat we van iets hadden radicaal kan verschillen van de (ooit initieel ervaren) werkelijkheid.
Ook een goede ‘instinker’: het is de mens eigen te romantiseren en idealiseren. For good en – wordt wel eens vergeten – for worse. Met het ouder worden neigen we ervaringen uit het verleden en herinneringen op te poetsen, terwijl deze ‘memorabele’ ervaringen feitelijk niet zo bijzonder waren. Ik ken het van mezelf: weet zeker dat de eerste keer dat ik N 5 rook, de geur anders was dan dat ik het nu ervaar. De ‘knal’ ontbreekt – letterlijk: de heftigheid van de aldehyden in de opening bijvoorbeeld die ik toen als zodanig nog niet wist te analyseren (heb met Baghari een goed alternatief voor gevonden). Maar ik weet inmiddels ook: een eerste indruk van iets kun je niet een heel leven lang blijven ervaren, willen evenaren. Na verloop van tijd treedt herkenning op – maar goed ook.
Dat neemt niet weg dat je je rot kunt schrikken. Ik heb het bij zoveel geuren die verplicht/vrijwillig zijn aangepast. Met name bij die me dierbaar waren en/of doorgaan voor onbetwiste klassieker en met recht als kunstwerk – in ieder geval door mij – worden beschouwd. Na een herformulering, mis je de kracht, de verbeelding, de vanzelfsprekendheid. Het wordt allemaal gladder, ‘emotielozer’, minder onontkoombaar.
Neemt niet weg dat deze nieuwe versies bij een eerste kennismaking bij een ander wel tot dergelijke emoties kunnen leiden. Miss Dior, Jules, Féminité du Bois, Fleurs de Cédrat, Mitsouko, Opium, Eau de Campagne; kan nog wel even doorgaan. De allerergste schok voor mij: de allereerste geur van Cartier: de nieuwe versie Must verboden worden! Ik herhaal: de nieuwe versie Must verboden worden.
*Nu Angel en Alien. Wat ik zonet beschrijf gebeurt. De knal, het ‘hallo-hier-ben-ik’’-gevoel ontbreekt. Beide wàren geuren die zich eerder aankondigden dan de draagsters. Ik heb twee vriendinnen die Angel jaren hebben gedragen (inmiddels niet meer), en die kwamen dus echt binnen. Heerlijk! Maar dat gevoel is nu weg. Wat je in de aangepaste versies feitelijk ruikt, zijn het hart van de composities en dan ook nog eens zuiniger gedoseerd. Laten we het niet over de afronding hebben: niksig. Maar dat is inmiddels bij zóveel geuren standaard geworden. De moeder van de hierboven genoemde van Alien vervreemde dochter, is een ‘klassieke’ Angel-addict en moet bij de nieuwe versie bij de drydown aan wasverzachter denken – ze kan wel huilen. Ik moet bij de basis van veel geuren denken aan samengebalde muskwolken die dreigend ronddrijven in tax free parfumwinkels op vliegvelden.
Trouwens, sommige herformuleringen vind ik goed geslaagd: zoals Rochas’ Femme en Balmains Vent Vert. Het is minder, maar de all over-indruk van het origineel ruik je wel. Verbeterd, ja het bestaat, voor mijn gevoel: Je Reviens van Worth – het viooltje is poederig-voller en frisser.
Dat het de parfumindustrie (zeker de huizen die zich laten voorstaan op traditie en ‘respect’ voor originele formules) ook niet lekker zit, wordt wel bewezen door het feit dat er nu een prijs bestaat voor de Beste Herformulering van het Jaar – ben de exacte naam even kwijt. Hiermee worden huizen uitgedaagd en het metier van neus op de proef gesteld maar ook serieuzer genomen. Noodzakelijk wellicht in een tijd waarin artificial intelligence en algoritmes nieuwe geuren designen.
Zo puzzelde Thierry Mugler, sorry Thierry Wasser (hoofdneus van Guerlain) een tijdlang met Mitsouko – een diepe chypre met zijn kenmerkende ‘eikenmosgeraamte’. Hij zegt hierover: ‘Eén techniek maakt het mogelijk eikenmos te gebruiken zonder de allergene moleculen, atranol en chlooratranol, maar deze ‘magere’ versie heeft niet dezelfde portée als het origineel: je verliest volheid en gaat minder lang mee op de huid. Voor Mitsouko heb ik het eikenmos opnieuw ontworpen om het de consistentie van de oorspronkelijke versie te geven. Het is vakmanschap, het is koken.’ Zo kan het dus ook. Met dien verstande: heb de nieuwe versie nog niet geroken.
Je hebt persberichten waarvan je na een paar seconden denkt: hoeveel marketinggemiep, parfumclichés en borstklopperij gelardeerd met vrijblijvende politiek correcte ‘social issues’ kan een mens verdragen? Je hebt persberichten waarvan je direct vrolijk wordt, die de liefde voor en kennis van het parfummetier combineert met ‘inlevingsvermogen’ – lees: woorden kiezen waardoor je de geur al vanaf je computerscherm kunt ruiken.
Laatste geldt dus voor het persbericht van Flora Salvaggia en Nettare di Sole. Wolken verdwijnen, zonnestralen verschijnen, je trekt erop uit, strekt je wat later uit op een groen tapijt en dan hoor je aldus Guerlain ‘het trillen van het hoge gras’. En dan: ‘Een ruisend geluid dat uit de verte lijkt te komen – afkomstig van een zwerm dansende bijen. De natuur huivert van vreugde.’
Dat wil je dus ruiken. Openen die flacon van Flora Salvaggia, en snel een beetje! Door de mistige druppels heen, ruikt je direct de filosofie van Aqua Allegoria (anno 1999), door Thierry Wasser (hoofdneus van Guerlain) nu verwoordt met: ‘Een tuin hoeft niet echt te bestaan om gebotteld te worden. Je een tuin verbeelden volstaat al om de creativiteit de vrije loop te laten. De mogelijkheden zijn eindeloos – de essentie Aqua Allegoria.’
Grappig: ik meen een zweem van groen te herkennen, van water, van gebladerte. Of wil ik het te graag herkennen, iets groens dat ‘in de verste verte’ neigt naar Herba Fresca (1999) en zo heerlijk-vanzelfsprekend geen geslachtsaanduiding heeft. Want dat is voor mij ‘toch wel’ het nadeel van de Aqua Allegoria-geuren: ze zijn in de loop der jaren zo über-feminien geworden, iets wat nog wordt versterkt wordt door de presentatie. Hoeft voor mij niet. Ook niet echt nodig. Als het dan moet, gooi wat aantrekkelijke mannen in de strijd genietend van Flora Salvaggia – made by Wasser.
In ieder geval, na dit soort van frisse groen, ruik je ‘langs de kant van de weg bloeiende wilde bloemen’ – letterlijke vertaling van Flora Salvaggia. Alleen worden die niet bij naam genoemd, behalve de jasmijn. Maar, even flauw doen, die groeien volgens mij waar ter wereld ook nergens meer langs landelijke wegen, of het moet boerenjasmijn zijn. Maar die ruik je dus wel de jasmijn, niet bedwelmend zoals Wasser beweert, maar eerder fris en luchtig – laatste wordt versterkt door oranjebloesem. Wasser het spijt me weer, maar niet sensueel. Was het maar waar. Ook hier eerder fris en luchtig.
Opvallend in dit geval: Aqua Allegoria kende ooit een sensuele oranjebloesem, maar dan in disguise: Flora Nerolia uit 2000 (heb de eerste schets daarvan ooit in Leiden geroken, persoonlijk uitgereikt aan mij door Jean-Paul Guerlain lui-même tijdens de presentatie van het eveneens niet aangeslagen Mahora).
De afronding is wat braafjes. Maar dat geldt tegenwoordig voor zoveel geuren die worden ingebed door witte musk – in Flora Salvaggia’s geval opgewaardeerd met een zweem van viooltje en iris. Dat geeft de geur een chic-prettig stemmend gevoel. En leuk voor de doorsnuivers: door het geheel ruik je af en toe iets waterigs-fris en dat is meloen.
En dan Nettare di Sole gemaakt door de ‘side kick’-neus van Thierry Wasser, Delphine Jelk. Voor mijn gevoel meer Guerlain, meer Allegoria. De reden: de opening. De typische strak-zoete frisheid van bergamot die als een ‘ijskoude bries over over het water komt aanwaaien’, waardoor deze Aqua Allegoria meer als een eau de cologne aanvoelt (en dus voor ook de man ‘geschikt’ is, tenminste als die van eau de cologne houdt). Vervolgens waait deze koele wind door een imaginair veld van magnolia (citroenfris van zichzelf), roos en sambacjasmijn waardoor die bloemen hun typische volle signatuur als het ware loslaten.
Goed getroffen door Guerlain: ‘Nettare di Sole is zalig zonder gourmand te zijn’. Gelukkig, want we hebben nu wel genoeg variaties op La Petite Robe Noire (2011). En dat ruik je op het eind goed; een mix van zoete en zonnige noten (vanille-amberachtig), en witte musk met ‘zonnewarmte’ als resultaat. Samen ruikt dat met een beetje fantasie naar honing.
Voor je het weet zijn je depressieve winterblues gekoppeld aan covid19-somberheid vervlogen en begin je spontaan, zomaar ineens te zingen… ‘Let me tell ya’bout the birds and the bees, and the flowers and the trees, and the sun up above, and a thing called love’.
Zal maar over je gezegd worden als vrouw, als man, als ‘in betweener’: ‘She was an anomaly!’ Ze/hij/het was een anomalie, of: ze/hij/het was een afwijking, aberratie. Het is de naam van tigste geur van het door Etienne de Schwardt in 2007 opgerichte Etat Libre Orange.
Om het overdreven te stellen (niet dat het écht interessant is): ik heb een haatliefde-verhouding met dit merk. De reden: lees mijn talrijke besprekingen van ELO erop na. Zoals zovele geuren had ik in 2019 ook van deze notie van genomen, maar me er niet in verdiept in verband met een tijdelijke olfactieve depressie en brood-op-de-plank-opdrachten. De geur kwam onlangs onverwacht een paar keer voorbij, toen ik me weer eens aan het verdiepen was in de ontwikkelingen van artificial intelligence (AI) betreffende geur.
Want She was an Anomaly is hiermee voor een gedeelte tot stand gekomen. In mijn betreffende artikel, schrijf ik dat deze ‘extra nieuwswaarde’ bijna in geen enkele recensie wordt vermeld, en dat ELO het zelf ook nauwelijks doet. Hier kom ik op terug: op hun site wordt het wel degelijk vermeld. Mijn haatliefde-verhouding borrelt ook in She was an anomaly naar boven – uitmondend in irritatie. De reden: de inspiratie is nogal heel vergezocht. Om maar eens een cliché te gebruiken: om op te vallen weten hippe merken (‘oude’ en nieuwe) vaak van gekkigheid niet wat ze moeten verzinnen. Dit verzon De Schwardt: ‘Een huwelijk van Nina Simone en Stanley Kubrick. Deze geur is aan ze opgedragen om hun talenten, hun afwijkingen van de norm, van de theoretische waarde, van het onverwachte te vieren’.
Jezus, zo ken ik nog wel een paar, nee, een rits reeds van overleden kunstenaars die van de norm afweken, de rafelranden opzochten en ga zo maar grensverleggend door. Dat is namelijk een kenmerk van goede kunstenaars (die zich hier meestal niet op laten voorstaan). En die dan samensmelten in een nieuwe geur… Men neme: Emilie de Châtelet en Jean-François de Saint-Lambert (heb net een BBC-podcast over deze wiskundigen/filosofen gehoord, vandaar, puur toeval). Naam: Science Defied. Ook bien étonnés de se trouver ensemble: Gala Dali en Roy Lichtenstein. Naam: Surreal Pop. Of laten we het bij de ons nog omringende levende bekende locals houden: Connie Witteman (geboren Freerecordshop) en Jonnie Boer – beide kunstenaars op hun gebied, toch? Naam: Taste (Less or More). Maar of de wereld hier nu op zit te wachten?
In ieder geval: het gebruik van AI bij deze geur is natuurlijk prikkelender dan de inspiratiebron. Want: kan een met data aangestuurde computer een geur verbeteren, aanscherpen of misschien wel afwijzen? Daniela Andrier zegt hierover: ‘Dit parfum is het resultaat van iets onverwachts. Ik speelde met Carto (de AI van ingrediëntenproducent Givaudan) dat mij formules suggereerde aan de hand van mijn voorstellen.’ Wat stelde ze voor? Haar geliefde en vertrouwde noten. Nou wil het geval dat ik haar in dit geval een beetje ken. Ze is dol op groene mandarijn, musk, iris en vanille (welke voor top notch-huizen werkende neuzen zijn dat nou niet?). Andrier vulde het aan met pruim, wierook, sandelhout en amber, en stelde dit aan Carto voor. Die antwoordde: ‘Iris en musk overdosen.’ Zo gezegd, zo gedaan.
Het resultaat: een chique iris geur die voor Daniela Andrier een beetje een herhalingsoefening is en – daar gaat het nu om – ook zonder AI ook goed gelukt zou zijn. Chic, doordat de geur iets stoffigs – positief bedoeld – heeft, eigen aan iris. Amber geeft de iris warmte, sandelhout zachtheid. De musk is omhullend en verliest door deze amber en sandelhout toch niet zijn lichte animale noot. Herhalingsoefening: She was an Anomaly zweeft tussen Infusion d’Iris (2010) van Prada en Eau de Parfum van Tiffany & Co (2017) beide ook door haar gemaakt.
Benadrukt ze in Prada’s geur de frisheid van iris, lakt ze die dicht met musk en amber in Tiffany & Co, in She was an Anomaly geeft ze iris een klassieke nichebehandeling. Daar kleeft niets afwijkends aan. Ieder couturehuis met nichelijn en ieder zichzelf (en ander) respecterend nichehuis heeft een solifleur iris op het parfumprogramma. Dus vol en rijk, misschien kun je dat overdosed noemen. Maar daarmee is Andrier bekend gezien haar solifleurs die ze maakte voor de eerste nichelijn van Prada. She was an Anomaly is in feite, en dat is knap, hoe ik me de geur Grey Flannel, letterlijk als stof voorstel: zacht, warm, geruststellend, ‘zelfverzekerd omdat je lekker voelt’.
Ik vind de kreet inmiddels behoorlijk sleets en doorgedraaid cliché: blij als een kind in de snoepwinkel. Toch spookte het door mijn hoofd, toen ik een doos – die me telefonisch was aangekondigd – kreeg ‘vol met oude geuren, dus die zullen waarschijnlijk niet meer goed zijn’ van de aangetrouwde tante Gerda (van mijn partner).
Die had de inhoud uit de nalatenschap van haar enkele jaren geleden overleden zus. Wat moest de familie ermee? Niemand was echt geïnteresseerd. Gerda dacht eigenlijk direct aan mij – ze had me een tijdje geleden al drie flessen j’adore gegeven, die ze had gekregen voor Moederdag. Vond ze niet lekker. Wel la vi est belle. Dat zei ze toen ik belde om haar te bedanken. Tijdens dit onderhoud vertelde ze dat haar zusters man voor zijn werk de hele wereld rondvloog en bij terugkeer altijd een geur voor haar meenam. Gezien haar eigen desinteresse in geuren, kon Gerda me niet vertellen wat de favorieten van haar zus waren geweest en welk ze ook nog ‘buiten de doos’ had gebruikt. Bij opening werd ik niet teleurgesteld – ik had al zo’n vaag vermoeden. In chronologische volgorde:
Arpège Lanvin (1927) extract
Ma Griffe Carven (1946) eau de toilette
Madame Rochas (1961) eau de toilette
Eleven Atkinsons (1964) eau de cologne
Rive Gauche Yves Saint Laurent extract & eau de toilette
Vivre Molyneux (1971) extract & eau de toilette
Farouche Nina Ricci (1973) eau de toilette
First Van Cleef & Arpels (1976) extract
Anaïs Anaïs Cacharel (1978) eau de toilette
Paris Yves Saint Laurent (1983) eau de toilette
Het fijne: sommige zijn ongeopend, andere wel maar nog niet gebruikt. Het fijne: gezien de badge-nummers aan de onderkant (sommige verpakkingen hebben er zelfs geen), betekent dat het originele formules betreft. Dat ruik je heel goed aan: Ma Griffe – dat was nog eens groen, de galbanum spettert je in de opening tegemoet. Ook Rive Gauche schittert zoals het hoort: een heldere bloemenweelde waarvan de bladeren lichtjes zijn besprenkeld met aldehyden. Anaïs Anaïs: ook zoiets. Je ruikt je de ware charme weer van de geur.
De zus van Gerda hield blijkbaar het meest/of het minst van Madame: haar man heeft het in ieder geval minstens zeven keer voor haar gekocht (vaak aan boord van een KLM-vlucht). Heel mooi qua verpakking: het extract van Vivre. Een goed voorbeeld dat je met plastic ook ‘modern artistiek verantwoord design’ kunt verenigen met de klassieke esthetiek die het parfum over het algemeen kenmerkt. De grootste verrassing is toch wel het extract van Rive Gauche. Ik wist van zijn bestaan. Ook nog niet gebruikt. Die ga ik snel met een echte geurengek officieel openen – het geheel zal gefilmd worden.
Ga denk ik binnenkort eens kijken, wat deze geuren doen op Ebay of andere sites. En wie met een goed argument komt, waarom zij/hij de vintageversie van Rochas’ Madame absoluut moet hebben: ik schenk een (misschien wel twee) aan diegene(n) die met ‘het juiste antwoord’ komt.
Als dank ga ik voor Gerda een upcycle parfum sur mesure maken, met la vi est belle als uitgangspunt, maar dan beter: dus een hele mooie iris ‘verwennen’ met witte bloemen omringd door gourmand- en amberachtige noten en geschraagd door aldehyden.
Een nieuwe geur van Hermès is spannend. De reden: het merk blijft toch het meest luxueuze ‘leerlabel’ dat de gemiddelde consument met een meer dan gemiddeld smaakbesef kent. Wel jammer: Hermès gaat ook doodleuk mee in de niet meer bij te houden fast forward fragrance-trend. De nieuwe in da house-nose – Christine Nagel – heeft het druk. Sinds ze Jean-Claude Ellena opvolgde in 2016, stelde ze er twaalf samen – correct me if I’m wrong.
Nu H24. Mensen bekend met Hermès hoef je waarschijnlijk niet uit te leggen waar de naam voor staat. Ik denk: H voor Homme en Hermès. En het cijfer verwijst natuurlijk naar het nummer aan de faubourg St. Honoré in Parijs waar de flagship store zich bevindt. De über-simpele naam (ligt zo voor de hand; waarom zag niemand dat eerder, vraag je je dan af) onderstreept direct het less-is-more-luxeprincipe en love-is-in-the-details-benadering van het merk. Zou ook nog kunnen – het persbericht ligt nog ongelezen naast me – dat er 24 ingrediënten zijn gebruikt, maar zoiets is al vaker gedaan.
Door wie of welke beweging komt het toch dat we op parfum al onze verlangens zijn gaan projecteren betreffende de ‘conduit’ van onze medemens? Zo lees ik op het ‘Avec nos Compliments’-kaartje dat voor Hermès ‘de filosofie van mannelijkheid innovatie en uitvinden is, en de man nooit te reduceren is tot een enkele identiteit’. Wel: ‘De belichaming van een vrije en betrokken houding ver van ieder model. Deze geest is gevangen is het nieuwe olfactieve signatuur H24 door Christine Nagel met een ecofriendly benadering’. That’s it. Inderdaad: less is more.
Dan volgt nog een beetje wat stemmingmakerij: ‘Swift, but unhurried. Quick, but precise. Joyful, serious, supersonic, forever hunting day, travelling across time zones’. Ik zie hem helemaal voor me lopen, runnen, deze Hermès-homme, die alleen, erg cliché weer verdwijnt in het niets: ‘Nothing stops me, unless I want to’, om – dat dan weer wel – poëtisch te eindigen: ‘Only you, wondrous ray of green between paving stones’. Hoewel mij dit doet denken aan een mannelijke interpretatie van Kenzo’s Flower, ben ik toch blij dat Hermès het platgetreden pad van parfum en romantiek, parfum en erotiek, parfum en dadendrang blijft vermijden.
WAT H24 IK EIGENLIJK?
Een flits uit het verleden, of is het puur toeval? H24 blind geroken, meen ik iets van een oudje, een fragrance-flop te herinneren: de geur waarvan ik de kleur ‘altijd’ – de laatste keer is heel, heel erg lang geleden – met neogroen associeer: Greenery, of Greenergy van Diesel. Even checke op mijn blog: heb’m niet besproken. Even www-en: minder ‘woordgrapperig’ dan ik dacht: Green Masculine uit 2001. Toch kan ik’m in gedachten nog ruiken, iets scherps groen dat neon aandeed; een soort combi van verbena, citronella en aldehyden plus een stoot aqua-moleculen. Nogmaals in mijn gedachten dan.
Na hem een week dag in dag uit gedragen te hebben, ben ik er nog niet uit. H24 is een makkelijke en tegelijkertijd moeilijke geur. Makkelijk: de eerste kennismaking is vriendelijk, groen, of beter groenig op zijn moderns. Wil zeggen, geen zware houtachtige basis richting chypre. In plaats van richting aarde, richting hemel. Het moderne zit’m in de tussennoot: groen, plantaardig, zuurstof. Hier doet de gemiddelde man niet moeilijk over in de parfumerie, maar het kan ook zijn dat hij meer verwacht, want in potentie succesvolle geuren, zijn geuren die knallen: pats, boem, hallo, hier ben ik.
Moeilijk: als je door ruikt, neem je meer waar. Na de enigszins bittere opening van salie in een halo van frisheid, wordt de geur intenser. Is dat de narcis? Omschreven als ‘vermaard groen, knisperend en edgy met een zekere herinnering aan nachtelijk tabak’. Ik ruik het allemaal, maar vreemd genoeg doet het me niet aan narcis denken. Die kan ook dieper en sensueel ruiken met sterk narcotisch effect – zoals in het triple extract van Santa Maria Novella. Mijn gedachten gaan aan alle kanten op, als Nagel zegt dat ze de narcis ‘verzacht heeft zonder het van zijn levendigheid te strippen en door het te co-destilleren met ander ingrediënt’ zonder die bij naam te noemen.
Tja, wat moet je hiermee? Dat hebben de neuzen de laatste jaren ook gedaan met de tuberoos (van botergeil naar gourmandzoet) en de lelie (waarvan de bladeren en de stengels ook worden ‘meegenomen’). Het effect: tamme boel, beide bloemen ontdaan van hun verbluffende natuurlijke oproepingskracht. ‘Verzachten’ blijkt vaak een eufemisme voor het meegaan van de parfumindustrie in de veronderstelde afkeer van al te heftige geurervaringen van de parfumerieketenconsument.
Dit geklaagd hebbende, vind ik de bitterheid van de salie gelinkt aan de narcis wél werken; het geeft H24 iets neon-achtig, iets fel schijnend zonder dat het pijn doet – Nagel omschrijft het liever met ‘het patina van een klassieker’. En als je de geur heel diep in je opneemt ervaar je dat nog sterker. Je ruikt een soort vochtig ‘sous-bois’, ondefinieerbaar voorjaar, mineralen, water, Iso E Super, de onderstroom van een beekje in een natuurgebied.
H24 is een goed voorbeeld van een geur die op een nieuwe manier naar de natuur kijkt. Werd die voorheen vooral opgeroepen met synthetische componenten, nu wordt er gewerkt met een nieuwe generatie moleculen en eco-friendly enzymen (denk aan schimmel en bacteriën). En hiermee wordt slim ingespeeld op de veranderende eis van de consument: die wil meer puur natuur en echtheid.
Nog even dit: narcis en tabak – ruik dan voor de lol eens aan Tabac Tabou van Parfum d’Empire. En dat narcis ook fris en onstuimig kan resoneren: Eau de Narcisse Bleue van – inderdaad – Hermès.
Adverteren doet begeren. Tegen ieder familielid, vriend, vriendin, kennis etc. etc. van plan Florence te bezoeken, zeg ik: ‘En dan moet je zeker naar Officina Profumo Farmaceutica di Santa Maria Novella.’ Want als je er nou één winkel is waar je ervaart dat fysiek shoppen ‘olfactieverwijs’ zoveel leuker is dan online, dan is het, inderdaad deze oerversie van de flagship store aan de Via della Casa 14.
Iedere ziel gevoelig voor nostalgie en ‘smaakvolle’ historie vindt hier een balsem voor zijn ziele- en geurenheil Waarom? De geuren (en ‘accessoires’ er rondom heen) die deze ‘werkplaats’ maakt zijn zo ongelooflijk naturel, natuur en vanzelfsprekend. Ik weet niet of de presentatie van het geheel dit gevoel versterkt of bevestigt, want reken maar van yes dat alle gebruikte ingrediënten not allemaal van natuurlijke oorsprong zijn – dat is ook niet relevant.
Anyway, ik was gisterochtend op bezoek bij een vriendin en die herinnerde me aan mijn ooit aan haar gedane toeristische aanbeveling, en kwam naast een kloek lekker stuk zeep vol trots en blijdschap aanzetten met Eva – haar keuze na in de Officina tig geuren te hebben geprobeerd. Een goed keuze, zoals elke keuze bij Officina. Een spray en je waant je in een rijk van hemelse kwaliteit en aardse evenwichtigheid. Eerste indruk: fris, groen, droog.
Tweede indruk na langer op de huid: minder fris, groener en droger plus iets wat lijkt op spicy. Nog langer op de huid: droog, prikkeling, droog hout (overduidelijk ceder) met toch een zachte toets. Ofwel, lekker die vetiver met peper. Droog en toch groen, met af en toe zo lijkt het, een verdwaalde citrusdruppel uit de opening die op de basis valt.
Totaalplaatje: hoogzomer in alle rust ‘geluidloos’ genieten van de zon ergens in een lommer- en schaduwrijke plek beneden de Alpen. Ter ondersteuning van dit idee: Eva, die lang op de huid blijft hangen, liet ik ongeveer een uur later aan een goede vriend (eveneens gek op geuren) ruiken.
Zoals gewoonlijk doet hij dat met de ogen dicht, en ik zag vervolgens een prettig gevoel over hem neerdalen. Toen hij ze opende straalden die… een en al tevredenheid. Ik moest ook aan een gedicht denken van Goethe (uit 1780), maar dan zonder de droevige eindconclusie van de laatste strofe. Vond hij een beetje overdreven:
Über allen Gipfeln Ist Ruh, In allen Wipfeln Spürest du Kaum einen Hauch; Die Vögelein schweigen im Walde. Warte nur, balde Ruhest du auch.
Dat je wat voor een beschrijving dan ook voor een geur kunt geven, bewijst wel de wonderlijke toelichting van Officina Profumo Farmaceutica di Santa Maria Novella zelf: ‘Eva, de naam van een vrouw voor een mannelijke of uniseksgeur die gedragen moet worden als een Prince of Whales-patroon.’ Let op de schrijffout: Whales. Maar dan goed begrepen: hoe draag je zo’n Prins of Wales-patroon? Patroon in de betekenis van motief (van een stof) waarvan kleding wordt gemaakt. Zoiets (of welke stof met welk motief dan ook; denk paisly, denk pied de cocq) draag je toch zonder (bij)bedoelingen, maar eerder om het comfort en esthetisch genoegen?
Tegenwoordig moet je alles kunnen duiden, moet je bijvoorbeeld de symboliek van een bloem door iemand ‘aangehaald’, kunnen verklaren. Geurengoeroe fronste zijn wenkbrauwen toen van ‘de neo-romanticus uit de Nederlandse politiek’ – inderdaad Thierry Baudet – in de pers berichten verschenen dat hij zou hebben gezegd dat hij zo dol op de geur van lavendel is. Baudet heeft ze zelfs wel eens geplukt in zuid Frankrijk, naar ik heb vernomen. De geur laat hem wegdromen. En dat is dus een eigen leven gaan leiden; heeft zelfs tot een nieuw begrip geleidt in de Tweede Kamer: lavendelpolitiek. Dat staat voor de waarden en normen van Forum voor Democratie. Ik vind deze ‘consternatie’ wel entertaining – ik had zelf een andere geur bij Baudet in gedachten, iets meer in de richting van Special for Gentleman van Le Galion, de voorloper van Guerlains Habit Rouge, waarin een mooie frisse lavendelnoot de opmaat is voor een zwoele geur met licht animale facetten.
Ik verbaasde me over de bloemkeuze van Baudet, omdat dit – feitelijke – kruid in Amerika bijvoorbeeld nog steeds een soort van negatieve connotatie heeft (en als all round literair intellectueel zou Baudet dit toch moeten weten, toch?). Zou dat komen door het begrip ‘lavender lads’, door senator Everett Dirksen herhaaldelijk gebruikt als synoniem voor homoseksuelen. In 1952 zei hij dat een Republikeinse overwinning bij de verkiezingen de verwijdering van ‘de lavendeljongens’ van het ministerie van Buitenlandse Zaken zou betekenen. De uitdrukking ‘lavender lads’ werd daarnaast ook gebruikt door het tijdschrift Confidential, gespecialiseerd in roddel en achterklap betreffende de ‘seksuele oriëntatie’ van prominente politici en Hollywoodsterren.
Wat een lange intro om mijn ‘herwaardering’ voor deze geurende ansichtkaart uit de Provence te verkondigen. Zoals ik al aangaf in Shalimar Philtre de Parfum, maakt lavendel duidelijk dat het met gemak het ‘zeep’- en ‘cadeautjes’-gehalte kan overstijgen. Op een bepaalde manier wordt met lavendel een ‘terug naar de natuur’- en ‘terug naar puur’-sentiment, opgeroepen die juist de essentie van de geur – fris, gewassen – niet bevestigd, maar als agent gebruikt om andere ingrediënten ‘opnieuw’ tegen het licht te houden. Guerlain had dat in 1999 al in de gaten. In Lavande Velours (Acqua Allegoria) ervaar je hoe chic lavendel kan worden door het te omringen met viooltje en iris. Niet aangeslagen. En dat lavendel en roos een prachtduo is, bewijst bijvoorbeeld Hamman Bouquet van Penhaligon’s.
Dat lavendel ook uitgedroogd en naar ‘warm zand’ kan ruiken: neem de proef op de som met Serge Lutens’ Gris Clair. Het heeft me een paar jaar geduurd eer ik de charme van Jersey van Chanel ‘onder de knie’ had. Mijn mooiste lavendel-niche-ervaring tot nu toe: Lavande 44 van Rania J (let wel: Moonlight Serenade uit The Alchemist Garden van Gucci heb ik nog niet geroken). Het valt me op dat ik in mijn beschrijving van Lavande 44 ook al aan het ratelen ben over mijn lavendel-vooroordeel, maar lees’m er nog maar eens op na.
En ik dacht dat ik het nooit zou zeggen: maar the good old English Lavender van Yardley kan me weer bekoren, weliswaar op dit moment in de vorm van zeep: ‘Voel de kalmerende eigenschappen van de beste lavendel en geniet van haar verfijnde geur iedere keer als u zich afwast’ lees ik op www.da.nl. Twee dingetjes: lavendel is mannelijk en als mens was je je toch niet af? Ik kwam trouwens op het idee om het over lavendel te hebben, bij het zien van bovenstaande advertentie in Modes & Travaux uit 1934. Yardley(’s Lavande) was toen echt beroemd, ook in Frankrijk waarvan het toenmalige adres van hun winkel getuigt: 24, Avenue de l’Opéra Parijs getuigt.
Ter afsluiting: ik trof een paar jaar geleden in de Tweede Helmerstraat in Amsterdam een halve inboedel bij de vuilnis aan, waarschijnlijk van een overleden Fransman, Française, want alles was Frans. De (kook)boeken (meegenomen), de peulvruchten (meegenomen), de homemade confiture (meegenomen), een heel mooi schilderijtje op linnen (meegenomen) en… een niet geopende (heet nu vintage) 250ml flacon van Eau de Lavande van Yves Rocher begin jaren zeventig.
In mijn hoedanig als neus van het allereerste upcycle parfumhuis – Le Bienaimé – heb ik er 10ml uitgehaald en vervangen door Obsessive Oudh van Al Haramain. Het idee: een kudde schapen die door lavendelvelden loopt en her en der hun behoefte doen. Met andere woorden: door de lavendelwolk heen neem je een dierlijke, ‘obsessieve’ nuance waar. Velen associëren het bij ruiken als poep. Ik niet. Het is waar: de lavendel krijgt een zwoelheid, een warmte die we niet meer gewend zijn. En toch: ik heb de geur ook verkocht veel jonge meisjes die normaliter voor cleane-crisp bloemengeuren gaan.
Ondertussen benieuwd naar: Scotch Lavender van Oriza L. Legrand. Op basis van een oud recept? Ben groot fan van dit merk en de geur lijkt zwoel te eindigen – de nieuwe weg die lavendel inslaat. Terwijl ik dit schrijf moet ik plotseling denken aan Hypnôse for Men uit 2007 alweer. Ik schreef onder meer: ‘Valt op door zijn gewaagde gebruik van een kruid dat eigenlijk een parfum op zichzelf is en in de haute parfumerie een beetje in de vergetelheid is geraakt: lavendel. Lancôme geeft aan dit ‘ouderwetse’ ingrediënt een nieuwe, moderne interpretatie.’ En: ‘In de basis zorgen patchoeli, musk en amber dat het sensuele karakter van lavendel wordt benadrukt – denk fluweel.’
Dus de conclusie moet eigenlijk zijn: lavendel zit eigenlijk op een rotonde. En wie draait daar ook een rondje: L’Homme de la Nuit (2006) van Yves Saint Laurent, waarin lavendel ook zwoel en zalvend wordt gemaakt. En achter hem walmen nog meer warme lavendels die ik ben vergeten… l’histoire se repète, lavande se repète.
ARTIFICIËLE INTELLIGENTIE OF ARTISTIEKE INTELLIGENTIProfumo quo vadis? Uit recente artikelen en interviews in (vak)tijdschriften en kranten met neuzen, wetenschappers, creative directors en marketeers van zowel de ingrediëntproducenten als de merken, blijkt dat er veel van artificial intelligence (AI) en door data aangestuurde algoritmes wordt verwacht. Het gebruik ervan staat nog in de kinderschoenen. Maar wat wil de business het toch graag toepassen. Bij gebrek aan… een daadwerkelijke innovatieve ontwikkeling? Of just because iedereen het erover heeft en daardoor een ‘participatieplicht’ voelt?
Profumo quo vadis? Uit recente artikelen en interviews in (vak)tijdschriften en kranten met neuzen, wetenschappers, creative directors en marketeers van zowel de ingrediëntproducenten als de merken, blijkt dat er veel van artificial intelligence (AI) en door data aangestuurde algoritmes wordt verwacht. Het gebruik ervan staat nog in de kinderschoenen. Maar wat wil de business het toch graag toepassen. Bij gebrek aan… een daadwerkelijke innovatieve ontwikkeling? Of just because iedereen het erover heeft en daardoor een ‘participatieplicht’ voelt?
Zo vervangt AI al testpanels om te achterhalen hoe met name mensen – lees: consumenten – aangezet kunnen worden meer te kopen door geur-beïnvloeding. Denk aan winkels: welke geur in een lingeriezaak of witgoedwinkel garandeert meer omzet? Natuurlijk wordt een dergelijke manipulatie al langer toegepast zonder hulp van computers. Denk aan auto’s: een interieur dat de geur van leer, metaal en ‘warm’ textiel verspreidt, schijnt de verkoop te stimuleren. Denk aan huizen: de geur van appeltaart maakt plaats voor versgebakken brood.
Japan was hierin in de jaren negentig van de vorige eeuw voorloper en onderzocht hoe je bijvoorbeeld met scent activation niet consumenten, maar arbeiders kon stimuleren/reguleren tijdens hun werkweek. Inmiddels wordt onderzocht hoe je mensen/menigten ‘olfactieverwijs’ rustig kunt houden. In gevangenissen schijnt de sfeer met de juiste verspreide geuren er ‘gezelliger’ op te worden.
Een recente interessante toepassing: Dmitrijs Dmitrenko (universiteit van Sussex) onderzocht hoe je met geurverspreiders (denk aan Arbre Magique) zelfrijdende auto’s veiliger maakt. Dmitrenko bewees dat bestuurders veel responsiever waren (en omzichtiger reden) wanneer bepaalde geuren kort in de auto werden gezogen om te waarschuwen. Lavendel zet chauffeurs aan langzamer te rijden, pepermunt wijst op het feit dat de bestuurder te dicht op de ander zat, en citroen gaf aan wanneer een auto wilde invoegen.
AI wordt nu al proefsgewijs ingezet als vervanger van testpanels. Producenten gebruiken die al decennia om te zien of geuren in de ketenparfumerie zullen aanslaan. Sterker, zonder een dergelijke ‘doorsnee-beoordeling’ komen ze vaak niet eens op de plank. Nog sterker, geuren worden hierdoor vaak ‘dood getest’; alle eigenheid wordt eruit gezeefd, waardoor inwisselbaarheid optreedt. ‘Lekker die nieuwe van Yves Saint Laurent, of was het nu die Givenchy, of Dior… Gucci?’
Of AI daadwerkelijk de menselijke norm met succes kan vervangen, blijft natuurlijk een kwestie van de input van data. Als die niet goed is (te weinig of onkundig gesystematiseerd of vol met aannames zit door degene die de AI voedt), dan is de uitkomst navenant. En een kwestie van geld: het gebruik van AI wordt nog als zeer kostbaar gezien (ik ken de prijzen niet).
De reden dat met name de grote tech-reuzen in AI – kunnen – investeren. Zoals Google: traint computers om geuren op basis van hun moleculaire structuur te determineren. Wetenschappers hebben hiervoor een moleculenbibliotheek ontwikkeld (parfum is niet meer dan een optelsom van diverse geurmoleculen) die door neuzen van de juiste labels werd voorzien, gebruikmakend van het bestaande geurvocabulaire – ‘bloemig’, ‘zoet’, ‘fruitig’, etc, etc. Dit kan uiteindelijk leiden dat AI door ‘machine learning’ – hoe meer input, hoe meer ‘kennis, hoe meer mogelijkheden – zelf geuren gaat ‘bedenken’. Of in ieder geval assisteren in het ontwikkelingsproces door te voorspellen hoe bepaalde moleculen zullen ruiken, door aanpassingen aan formules voor te stellen, zoals manieren om een roos nog roziger te laten ruiken. Mijn vraag: weten neuzen dat nóg steeds niet?
Carto
Zo heeft Givaudan (belangrijk ingrediëntproducent) nu een AI-aangestuurd systeem – Carto – dat de manier waarop parfumeurs creëren herdefinieert door op ‘intelligente wijze’ (vraag: kun je zoiets ook niet intelligent doen?) gebruik te maken van de ingrediënten’ van Givaudans Odor Value Map om het olfactieve effect in het eindresultaat te maximaliseren. Een voorbeeld: de formule van Etat Libre d’Orange’s geur She Was An Anomaly werd door AI voorgedragen aan parfumeur Daniela Andrier die zij vervolgens evalueerde en perfectioneerde. Vraag: hoe had She Was An Anomaly geroken zonder tussenkomst? Minder lekker? Lekkerder? Opvallend: in de communicatie op de site van ELO wordt bij deze geur met geen woord gerept over de ‘interventie’ van de AI.
Gemiste kans, want ik denk dat AI voorlopig vooral als marketingtool voor de klant kan worden ingezet. Blijkt wel door Givaudans overname van Myrissi; dit bedrijf heeft een AI-technologie ontwikkeld ‘die geuren vertaalt in kleurpatronen en afbeeldingen relevant voor de consument en die de emotionele reactie van de eindconsument kan voorspellen.’
Givaudans directeur, Maurizio Volpi, ligt toe: ‘Deze expertise zal ons ondersteunen bij het aanbieden aan onze klanten – lees: de merken – van nieuwe visuele en verbale storytelling voor consumenten. Onze missie: klanten te ondersteunen de geur van hun producten op de meest inspirerende manier op te roepen en consumenten te helpen het product te kiezen dat het beste bij hun voorkeuren past.’
Echt waar?
Zou Coty hier al gebruik van maken in Argentinië? Ik lees op http://www.cosmeticdesgin-europe.com: ‘Klanten met een virtual realilty-hoofdset kunnen kiezen uit zeven parfumstenen met elk een uniek olfactief territorium (vraag: wordt zo’n hoofdset telkens na gebruik schoongemaakt? Met welk middel, wel of niet welriekend?). Hierna betreedt de gebruiker een meeslepend universum dat het specifieke territorium tot leven brengt’ met de steen, 3Dvisuals en geluid.’ Hopende dat door een dergelijk opschalen van de ‘retail journey’ consumenten geprikkeld raken geuren te blijven kopen.
Coty speekt van een ‘amazing succes’. Voor mij doet deze AI-toepassing toch beheurluk old school aan: blind ruiken met een making of-verhaaltje erbij van de verkoper, levert hetzelfde resultaat op omdat de belanghebbende (Coty in dit geval) ook resultaat wil: omzet.
Symrise (ook een belangrijk ingrediëntproducent) ontwikkelde met IBM Research de Philyra. In de Griekse mythologie godin van het parfum, schoonheid en schrijfkunst – sounds like me. Deze AI analyseert duizenden bekende parfumformules om patronen te identificeren, te herkennen en innovatieve geurcombinaties te ontdekken. De algoritmen versnellen het geurcreatieproces door nog nooit eerder vertoonde formules te creëren. Vraag: gaan geuren hierdoor anders ruiken? Want twee verschillende formules kunnen hetzelfde eindresultaat opleveren.
Daarnaast valt deze omarming van AI voor mij in de categorie wishful thinking. Net zoals ook op psychologie en kleuren gebaseerde tests in het verleden niet echt op enthousiast onthaal konden rekenen bij de consument bij het kiezen van een geur, doet het allemaal erg omslachtig aan. En: wanneer je geuren te rationeel benadert, dus met veronderstelde werkende programma’s (vanzelfsprekend gepresenteerd in een hightech ambiance), dan staat dat een spontane ontvankelijkheid en associatie in de weg. En vergeet niet: een geur kopen valt voor de meeste mensen in de categorie funshoppen, dus dan moet je dit niet met al te veel poespas en quasi intellectueel-doenerij omringen. En vergeet niet: veel mensen kopen een geur waarmee ze via via hebben kennisgemaakt; maken hun keuze niet gebaseerd op een wel of niet do AI aangedreven ‘vooronderzoek’.
Wil je als parfum-business andere manieren ontwikkelen om consumenten verrassend en innovatief te verleiden een product (dat in de loop van millennia behalve de verpakking nauwelijks is veranderd) te kopen, dan moet je AI anders interpreteren. Geen Artificial Intelligence, maar Artistic Intelligence! Daar is het wat het nu aan ontbreekt. Bijna alle merken houden elkaar in de gaten: aan de lopende band ruik en zie je schaamteloze copy & paste. En tóch wordt iedere geur afzonderlijk weer als een unieke ervaring geblablablaat.
In hun eigen strenge, cultachtige marketing-geloof denken de merken eveneens uniek te zijn, maar veel klanten ervaren het uiteindelijke product niet zo, is het niet meer dan een ‘lekker luchie’ van Yves Saint Laurent, of was het nu die Givenchy, of Dior… Gucci?’
DIY-kit
Veel parfumhuizen hebben daarnaast nog geen antwoord op de do-it-yourself-ontwikkeling die in feite hun uiteindelijke overbodigheid illustreert. Het enige antwoord dat de marktleiders hierop vooralsnog kunnen verzinnen: door über-marketing en overdonderende campagnes op alle mediafronten je eigen belangrijkheid onderstrepen. Een exemplair voorbeeld: Dior. Is in alle opzichten een groot geurgrossier geworden. Tuurlijk, onder de nichegeuren zitten prachtige presentaties – mag ook wel, maar gewoon te veel! 25, 26, 27? I lost count. ‘Jongens, we zetten Joy even op de markt, want Poison Girl werd toch niet wat we… oh, ja gelukkig hebben we onze blockbusters J’adore en Miss Dior – twee verschillende doelgroepen, hoe fijn! Let’s go crazy: J’adore in Joy. Oeps, Johnny Depp is een beetje negatief in het nieuws geweest, lassen we een mediastilte in voor Sauvage, maar, gelukkig is daar nog Dior Homme.’
Oude clip over de neus van Dior
Om deze fast forward fragrance frenzy een aura van artisticiteit en kunst te geven worden wereldwijd Dior haute couture-tentoonstellingen georganiseerd waar natuurlijk ook aandacht aan de geuren wordt besteed die dan, hopende, qua vakmanschap, handwerk en ‘aantal uren’ op één lijn met de kleding worden gesteld. De naam Dior zal zich, net zoals Chanel, nog dieper in het collectieve onbewuste nestelen. Covid19? No worries, maken we toch even een interessante documentaire of over een van ’s werelds saaiste neuzen.
Ja dus, over de in da house nose of Dior François Demachy. Naam: Nose. Volgens WWD ‘offering viewers a behind-the-scenes look at one of the most mysterious professions – that of perfumer.’ Grap: juist door het do-it-yourself-fenomeen is het beroep neus van zijn mysterie ontdaan, ‘bevrijd’. Maar gelukkig zijn daar wereldwijd ook nog de duizenden andere glossy’s. Die zullen deze film met evenveel parfumpassie hun lezeressen aanraden, want LVMH (waar Dior onderdeel van is) adverteert regelmatig. Iedereen blij. Toch? Ben benieuwd of ‘binnen parfumkringen’ commentaar op deze film zal komen. Of is echt iedereen gedrogeerd door de marketingoorlogsvoering – op niveau, dat wel, dat spreekt voor zich – van Dior?
De lichtgroene tint ligt als een transparante vernis over de flacon, dat doelt – althans daar ga ik vanuit – op de inhoud van de flacon. Dus groene noten. Alleen groen, heeft het ondanks het feit het hip & happening is – denk aan de ‘groenende’ belangstelling voor bio-producten en het greenwashing van milieuonvriendelijke producten – moeilijk in de parfumerie.
Sterker, het ligt op het ‘verdoemplankje’. Dit tot grote teleurstelling van de schrijver deez’ artikel. Viel me afgelopen dagen weer op tijdens het reorganiseren van mijn privé-parfumatelier: al afstoffende, viel het me op dat ik juist die flessen weer opende waarin groene waters met diepere gronden zaten – chypres dus.
Omdat ik niet rook wat ik zag, en ik het persbericht over het hoofd had gezien, ging ik www-en. Kom ik direct bij Marc Jacobs himself terecht. Hij zegt over Daisy Love Spring: ‘A feminine scent, with delicate pink peony wrapped in the sweet and creamy smoothness of fig and fig milk.’ (Moet ik het nog vertalen?)
Hierin ga ik slechts voor een gedeelte in mee. Want ik ruik niet echt vijg. Niet het wrang-groene van het blad, niet de zoetige melknoot van als je in de schil van een niet rijpe vijg prikt, niet het volzoete, sappige aroma van de vrucht op zijn aller rijpst. Nu we het er toch over hebben: de pioenroos ruik ik ook niet echt. Die heeft van nature (tenminste, de ‘nieuwe generatie’ pioenroos is zo goed als geurloos) een roosachtige noot met een kruidig randje (in het beste geval nijgend naar anjer).
Wat ik wel ruik: iets zoets, iets very zoets. Dat kún je associëren met bloemen, maar doet mij eerder denken aan grenadine of een soort van limonadesiroop. Vreemd toch hoe in de masstige-sector gericht op de adolescent/jonge vrouw, geuren steeds minder naar ‘echte’ geuren ruiken. Je ruikt iets onbestemds met een vaag vermoeden van bloemen dat kleine meisjes lekker vinden en dat ze meestal vinden in een Walt Disney-geurtje of ander speelgoedkameraadje met lijnextensies.
Doet me denken aan een vriendin waarvan de kinderen zich te pletter schrokken van de pizza en hamburger die ze zelf een keer voor ze had bereid gemaakt van verse producten – die leken helemaal niet op en smaakten helemaal niet naar die van Domino’s en McDonalds – niet lekker.
Grappig is dat de geur op www.perfumemaster.com (een site die geuren voor de business analyseert), in de omschrijving geen melding maakt van vijg of pioenroos. Die draait als het ware om de brei heen: ‘An aroma highlighted by a bouquet of fragrant fresh, green and milky scented tones that will bring a soft, inviting and comforting perfumed sensation. Examining it closer once applied you will notice a lingering quality of softer fragranced bitter, fruity and floral hints that hide an essence of pleasing, natural and fresh feelings.’
Nou vooruit en dank je wel Google Translate: ‘Een aroma dat wordt benadrukt door een boeket van geurige frisse, groene en melkachtige geurende tonen die een zacht, uitnodigend en geruststellend geparfumeerd gevoel zullen geven. Het nader examinerend, zul je een aanhoudende kwaliteit van zachtgeurige, bittere, fruitige en bloemige hints opmerken die een essentie van aangename, natuurlijke en frisse gevoelens verbergen.’
Pleasing… ja, in de zin van niet hinderlijk. Natural… come again? Fresh… niet in de zin van sprankelend en opbeurend. Eerder flauw en lauw. The upshot being: Marc Jacobs, young girls deserve better, take them more serious!