GEURENGOEROE

P.O.P: POPE OF PERFUMES

  • Home

AMBRE NARGUILE – HERMESSENCE – HERMES

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 31, 2011
Geplaatst in: GEURENALFABET A, NEO NICHE. Een reactie plaatsen

EEN ORIENTAALSE GEUR VOLGENS JEAN-CLAUDE ELLENA

Jaar van lancering: 2004

Laatst aangepast: 31/12/12

Neus: Jean-Claude Ellena

De Hermessence-collectie startte in 2004 met een kwartet. Het toenmalige uitgangspunt (inmiddels van afgestapt): de geuren moeten ieder een stof oproepen. Rose Ikebana is zijde vertaald in geur, met Vetiver Tonka wordt wol onder de neus genomen, Poivre Samarcande roept fluwelen sensaties op en Ambre Narguilé is als een Hermès-foulard van kasjmier.

Nog een overeenkomst: alle vier hebben een subtiele gourmandnoot. Dat maakt ze modern en tegelijkertijd neo-klassiek omdat ze hierdoor minder snel vervelen – vaak eigen aan ‘pure’ gourmandgeuren. Wat zo mooi aan Ambre Narguilé is: naam klopt zo met de inhoud. Voor de lezers die het Frans niet meer echt machtig zijn: narguilé betekent waterpijp.

Je ziet als het ware de sensuele ingrediënten door de narguilé borrelen en sijpelen, waardoor deze oosterse geur een zekere luchtigheid behoudt. En, heel merkwaardig, zelfs rokerig wordt en toch warm blijft – als een karamelkleurige kasjmiersjaal die je draagt tijdens een nazomerse wandeling.

Jean-Claude Ellena ziet amber ‘als een westerse interpretatie van het oosterse parfum, met zijn warme, onweerstaanbare en bijna sensuele geur’.

Hieraan voegde hij de herinnering van het Oosten waar hij zo van houdt: een waterpijp die wordt gerookt met tabak geurend naar honing en kruiden, en waar de rook een licht bedwelmend effect heeft’.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Echt ruiken doe ik ze niet: de witte orchideeën. Krijg zelfs helemaal geen bloemig gevoel bij Ambre Narguilé. Ik ruik één en al kruidige zoetheid op een sensueel-kruidig fond dat wordt geopend met musk-achtige ingrediënten normaliter gereserveerd voor de basis.

Je komt hierdoor direct in de ‘core business’ van de geur terecht: benzoïne (met zijn muskachtige vanille-noot), cistus labdanum (met zijn ‘natuuridentieke’ musknoot) en musk (duidelijk). Die krijgen een zoete injectie van vanille, rum, caramel, honing en tonkaboon. Maar het wordt niet te zoet en daardoor te vlak. Want de verhouding is evenwichtig.

Vanille geeft gourmandzoetheid, rum een warm-alcoholische toets, karamel een warme, ‘druiperige’ zoetheid, honing zonnige warmte. Tonkaboon versterkt de rum-noot. Je moet deze smaakmakers niet al te letterlijk nemen: het zijn afgeleide van vanille- en lactonemoleculen.

Ook mooi: de toevoeging van ‘stuifig’ kaneel en gegrild sesamzaad. Ambre Narguilé krijgt hierdoor een soort alternatieve warme, stoffige droogte die gewoonlijk met cederhout en/of patchoeli wordt verkregen.

Ambre Narguilé is een geur die het sensuele en erotische cliché van een oosters parfum ontstijgt. Daarvoor is de geur te ‘diep’ en te ‘sekse-neutraal’. Geen ‘pak-me-dan-als-je-kan’-geur, maar een ‘laten-we-samen-genieten’-parfum… onder – droom even mee – een baldakijn languisant liggend op een bed met rijk geborduurde kussens op een terras dat uitkijkt over de woestijn waar een zwoele wind – je kunt kiezen uit chamsin, harmattan, samoem, sirocco of chergui – zandkorrels aanzet tot een spectaculair luchtballet. Want Ambre Narguilé prikkelt de fantasie wel.

RUIK & VERGELIJK

Hoe verfijnd Jean-Claude Ellena het gourmandprincipe in geuren verwerkt, ruik je eveneens in de ‘verbetering’ van het niet door het hem gemaakte Eau des Merveilles uit (2003):

Hermès Elixir des Merveilles (2006)

SANTAL MASSOIA – HERMESSENCE – HERMES

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 30, 2011
Geplaatst in: GEURENALFABET S, NEO NICHE. Een reactie plaatsen

SANDELHOUTPERFECTIE

Jaar van lancering: 2011

Laatst aangepast: 30/12/11

Neus: Jean-Claude Ellena (foto)

Wat erg: ik heb veel minder Hermessence-geuren besproken dan ik dacht. Gaan we snel goed maken. Nu eerst nummer tien in de serie. Even een reminder: waarom werd Hermessence gelanceerd?

Een van de redenen: om oude klanten terug te winnen (en nieuwe erbij te krijgen) die door de opkomst van nieuwe nichemerken eigenlijk geen interesse meer toonden in geuren van de oude garde.

Hermès was de eerste die met een neo-nichelijn kwam en hiermee de ambachtelijke kant van het luxemerk ook op geurengebied wou benadrukken. Om zich van een zo evenwichtige en constante collectie te verzekeren, besloot Hermès het om Jean-Claude Ellena als ‘huisneus’ in dienst te nemen.

Een goede beslissing: hij is een van de weinige neuzen die geuren intellectueel benaderd om vervolgens tot een ‘abstracte’ compositie te komen, en je dicht in de buurt brengt van je ‘onbewuste’ gevoeligheid voor geuren. Je kunt ze vergelijken met gevoelige schetsen in potlood, houtskool, die al zoekende, duidelijke contouren vormen.

Ruiken aan Ellena-creaties is vaak een aha-erlebnis: er verschijnen in gedachten een reeks beelden en associaties die allemaal op de een of andere manier linken met eerdere opgedane geurimpressies. Je kunt er niet precies de vinger op leggen, alleen een ding is zeker: het zijn prettige herinneringen die soms wel, soms niet in echt plaatsgevonden hebben.

Dat laatste voel je ook heel mooi in Santal Massoïa. De geur lijkt zo bekend, vertrouwd, je koppelt het direct aan iets prettigs.

De zon die zinderend schijnt over een landschap waar stilte heerst. Af en toe hoor je het verdwaalde geluid van vogels, krekels, geroezemoes van stemmen in de verte… leun ik nu tegen een boom in het heideachtig bos, starend naar de hemel met een Ola Magnum in mijn mond…

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Ellena zegt over Santal Massoïa: ‘Je hebt lineair, verticaal hout zoals cederhout. Horizontaal, rond, soepel en fluweelzacht hout zoals sandelhout en massoia. Dit in gedachten, componeerde ik dit raadselachtige, uitnodigende maar toch ‘afstandelijke’ parfum van melkachtig hout met ongebruikelijke scherp-sterke hints van hars en gedroogd fruit, en bekende geuren van bloemen en melkzoet (karamelpasta)’.

Nu heb ik nooit geroken aan massoïa (foto) in pure vorm, maar volgens kenners ruikt de bast van de Cryptocarya massoia – oorspronkelijk afkomstig uit Indonesië – naar een mengeling van kokosnoot en kaneel (de olie wordt lokaal ook verwerkt in voedsel).

En dat gaat dus heel harmonieus samen met de roos- en roomachtige nuances van sandelhout. Samen levert het een in eerste instantie warme, smeuïge houtgeur op die geleidelijk steeds droger wordt.

Mooi Santal Massoïa is ook de subtiele manier waarop Ellena het gourmand-idee verwerkt. Duurt even voor je dat ervaart.

Eerst is een opening die je als Ellena’s handtekening voor Hermès kunt beschouwen: een lichtgroene noot die zweeft tussen vijg en groene thee. Die wordt opgelicht door een lichte aldehyden-injectie al voor je de kennismaakt met de ware essentie van de geur: sandelhout vermengd met massoïa die lijkt versterkt met vanille en een lactone-ingrediënt voor het zeer subtiele gourmand-effect van Santal Massoïa: karamelpasta.

RUIK & VERGELIJK

Mea culpa: ik dacht dat ik meer ‘Hermessences’ had besproken… komt goed, komt goed.

Hermès – Hermessence – Poivre Samarcande (2004)

Hermès – Hermessence – Brin de Réglise (2007)

Andere sandelhoutgeuren dit jaar in de prestige-sector:

Le Labo Santal 33 (2011)

Tom Ford – Private Blend – Santal Blush (2011)

SANTAL 33 LE LABO

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 29, 2011
Geplaatst in: GEURENALFABET S, NICHE. Een reactie plaatsen

EEN SANDELHOUTGEUR DIE HEEL,

MAAR DAN OOK HEEL LANGZAAM,

EEN SANDELHOUTGEUR WORDT

Jaar van lancering: 2011

Laatst aangepast: 29/12/11

Neus: Frank Voekl

Misschien arrogant, maar ik voel me echt niet aangetrokken tot Le Labo (anno 2006). Nét iets te bedacht de naam, nét iets te gelikt ondanks de gecultiveerde ‘onaffe’ en schetsmatige uitstraling – neem het typemachine-lettertype.

Nét te arty-farty de impressies van de bij het ‘lab’ aangesloten kunstenaars. Neem daarbij het in verfijnde parfumkringen politieke correcte ‘geklaag’ van de oprichters Fabrice Penot en Eddie Roschi.

Beide werkten voorheen bij Giorgio Armani Fragrances waar ze helemaal depri werden van de zielloze supermarktparfums en inwisselbare famous faces fragrances. En, last but not least, wat je krijgt, staat niet in verhouding tot de prijs vind ik. Te duur dus. De geuren zelf: de zoveelste variaties op klassieke parfumthema’s en populaire ingrediënten. Zeker niet slecht, maar ook zeker geen creaties die je laten verwonderen over de magie van parfums.

Elke geur (inmiddels twaalf, de zeven exclusieve voor zeven steden stad verkrijgbare parfums – absurd! – en samenwerking met modelabels en magazines niet meegerekend) is voorzien van een nummer dat staat voor het aantal gebruikte ingrediënten, terwijl de naam verwijst naar het ingrediënt waarvan de grootste dosis werd gebruikt. Dat wil niet zeggen dat de geur daar per definitie naar moet ruiken. Dat onderga je in eerste instantie ook goed in Santal 33, een ‘verbetering’ van de geurkaars met de naam Santal 26.

Le Labo associeert de geur met de Malboro-campagnes van vroeger: ‘A man and his horse in front of the fire on a great plain under tall, blue evening skies – a defining image of the spirit of the American West with all it implied about masculinity and personal freedom. This man, firelight in his face, leaning on the worn leather saddle, alone with the desert wind’. Leuk zo’n inspiratiebron, maar of elke man hem wou zijn en elke vrouw hem wou hebben, zoals Le Labo stelt, kun je je afvragen.

Niet iedereen valt voor dit ‘zo krachtige icoon’. Ook niet voor de er aan gekoppelde geur die het ‘sensuele universum’ van deze rokende cowboy raakt, die volgens Le Labo in een paar woorden te vangen zijn: ‘Kampvuur, de grillige beweging van rook… waar de sensualiteit stijgt als het donker wordt’.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Eerlijk gezegd: heb ik geen ‘kampvuur’-gevoel, laat staan een ‘sigarettenrook’-ervaring. Of het moet het idee zijn van de zoete geur van tabak dat niet als ingrediënt is opgegeven. Maar met Santal 33 – let wel: 21 ingrediënten worden niet genoemd – onderga ik wel iets bijzonders: het is als een heel lange ‘klassieke’ wandeling die uitkomt op een Australische sandelhoutplantage.

Eerst loop je onder een wolk die van alle ingrediënten lijkt te barsten, waaruit een merkwaardig zeebries-akkoord – zonnig en zoutig – sijpelt die vervolgens wordt achterna gezeten door een groen-ijle vlucht van kardemon die heel lang beklijft.

Dan wordt het zoet dan zoeter met een viooltje die vervolgens tijdens de wandeling – het wordt steeds warmer en droger – lijkt te smelten in een fondue van droog-poederig iris, zonnig cederhout, houtig papyrus, animaal ambrox (de synthetische variant van ambergris) en het even animale leer. En dan eindelijk, eindelijk ruiken we het sandelhout.

Maar niet zo bloemig-verfijnd, daarvoor blijft de geur toch te scherp, te medicinaal, te ‘terpetijnig’ – eigen aan Australisch sandelhout – voor mijn gevoel. Het is eerst zoet, dan droger-droger-droogst.  Maar dan zit de Santal 33 wel meer dan vier uur op je huid.

Santal 33 brengt in ieder geval vreemde emoties teweeg: mijn steun en toeverlaat Maria van Geuren is ervan bezeten en heeft er een hakkenbar/schoenenpoets-gevoel bij – een (voor haar positieve) associatie die me niet meer loslaat. Een vriend – die anoniem wenst te blijven – moet denken aan geboend parket. Voor beide impressies geldt: d’r zit wat in. Santal 33 heeft inderdaad iets gepolijst, gelakt en ‘gewreven’. Verklaart wellicht de all over ‘niet natuurlijke’ terpetijn-impressie van het sandelhout.

RUIK & VERGELIJK

De sandelhoutparfumoogst van 2011 bracht niet alleen Santal 33, die niet de geile glamour-boterigheid heeft van:

Tom Ford – Private Blend – Santal Blush (2011)

En niet de understated ‘droge’ chic van:

Hermès – Hermessence – Santal Massoïa (2011)

CHAMBRE NOIRE OLFACTIVE STUDIO

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 29, 2011
Geplaatst in: GEURENALFABET C, NICHE. 1 reactie

OOG EN NEUS, FOTO EN PARFUM

RESULTEREND IN EEN DONKERE KAMERGEUR

Jaar van lancering: 2010

Laatst aangepast: 29/12/11

Neus: Dorothée Piot

Concept & realisatie: Céline Verleure (foto)

Te koop bij: www.perfumelounge.nl

Belangrijk voor een nieuw nichemerk: een geloofwaardige ‘verantwoording’. Zou het dus waar zijn of gewoon een leuk marketingverhaal? ‘Geboren in Frankrijk nabij Chambord, brengt Céline Verleure haar kinderjaren door in de natuur, in bossen op zoek naar paddenstoelen, rijdend met de fiets langs velden vol zonnebloemen. Zittend in haar boomhut boven de laurier droomt ze ervan om architect te worden, ze tekent, ze ontwerpt haar eigen wereld’.

Je ziet het voor je. Maar deze dromen vervlogen toen ze ouder werd en over haar toekomst moest gaan nadenken. Ze doet een studie marketing en komt terecht bij Kenzo waar de ontwikkelaar van geuren, Pierre Broc, haar de passie bijbrengt voor parfums en haar leert die samen te stellen. Het resultaat: Kenzo Jungle (1996) in samenwerking met Dominique Ropion en Jean-Louis Sieuzac en L’Eau Par Kenzo (idem). Haar nieuwe uitdaging: het opzetten van Osmoz.com, een internetplatform voor parfumliefhebbers geïnitieerd door Firmenich.

Waar of gewoon een leuk marketingverhaal? ‘Verleure’s passie voor geuren wordt versterkt door reizen. Ze leert kalligraferen in Tokio en verblijft maanden in India. Ze houdt van Pondichery en de kracht van het toeval. Zeilt over de Atlantische Oceaan, reist door Zuid-Amerika, wordt verliefd op Rio de Janeiro waar ze twee jaar woont en Franse wijnen importeert’. Je ziet het voor je.

Toch mist ze parfums. Dus na enkele jaren bij L’Oréal, lanceert ze in 2010 Blog for the Fragrance that doesn’t (yet) exist resulterend in een 4000 tellende community die geuren bedenkt met behulp van – let op de omschrijving – ‘de collectieve intuïtie van een online-communicatie’. Het resulteert in Olfactive Studio: een ontmoeting tussen hedendaagse fotografie en parfumerie, tussen oog en neus.

En dan heel manifest en toch heel zwevend: ‘Voor het eerst ontmoeten fotografen en parfumeurs elkaar om te bezielen. Fotografie en geur worden vastgelegd met een gedachte uit het verleden en vormen samen een sensoriële, poëtische en intieme relatie, en nemen je mee naar een wereld de tijd is blijven stilstaan’.

En hiermee ziet Verleure haar verlangen vervuld een avant-gardistisch nicheparfummerk te creëren waar nieuwsgierige en gepassioneerde internetters achter de schermen meekijken hoe en waar parfums worden gemaakt’. Nou, dat weten inmiddels heel veel – ook niet gepassioneerde – internetters wel, maar wat ‘vernieuwend’ is, is dat ze online hun stempel drukken op het concept, naam van het merk, namen van de geuren, flacon en verpakking. En de samenstelling van de geuren werd, als ik het goed begrijp, besproken op ‘olfactorische ontmoetingen met de gemeenschap’.

Want het manifest – ‘zwaar’ woord voor een ‘beweging’ die je voor het internettijdperk gewoon hobbyclub noemde – wil dat je ‘deelneemt aan de creatie van een intuïtief, creatief, artistiek, uniek parfummerk dat met een krachtige persoonlijkheid een tegenpool moet vormen van parfummerken met hun ‘run-of-the-mill’-marketingcampagnes. Ideeën en meningen worden gedeeld met de art director via een Facebook-fanpagina. Olfactive Studio is een project dat leven zal schenken aan een nieuwe generatie van parfums’.

Afgezien van het feit dat een merk feitelijk geen persoonlijkheid kan hebben, kun je afvragen of er sprake is van een nieuwe generatie. Misschien qua realisatie, niet wat de geuren zelf betreft afgaande op de eerste drie ‘oog-en-neus’-ontmoetingen. Wel opvallend: de Kenzo-achtergrond van Verleure ruik je goed in Autoportrait en Still Life (kom ik op terug).

En Chambre Noire mag dan, net zoals de andere twee geuren, elegante en onconventionele moderniteit in een flacon zijn voor krachtige en exceptionele persoonlijkheden’, het blijft toch – niet meer en niet minder – een aangename ambergeur die ik al vaker heb geroken…

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

… en ook hetzelfde warm-sensuele en weelderig-behaaglijke gevoel oproept dat ik associeer met geurkaarzen. Opvallend: veel niche ambergeuren hebben vaak een kaarsvariatie. Chambre Noire ‘openbaart zijn karakter geleidelijk, komt uit de schaduw met behulp van schijnwerpers – om te delen in de privacy van een hotelkamer’. Goed getroffen: in de ‘betere’ boetiekhotels staat op het nachtkastje vaak een geurkaars om je in een nog betere stemming te brengen.

Opvallend: geen ylang-ylang in deze geur, een favoriet bloem in ambergeuren. Ook: de roze peper in de opening ontgaat me een beetje. Niet de warmte en weelderigheid van Chambre Noire en het feit dat de bloemen in het hart – jasmijn, viooltje (foto) – ondergedompeld worden in een donkerige, rokerige gloed: papyrus, wierook en leer.

Extra elegant: de zoetheid van het viooltje dat gekoppeld wordt aan de sensuele zoetheid van pruim. En deze bloemige rokerigheid, rokerige bloemigheid wordt soepel, zacht, warm in de basis door sandelhout, patchoeli, musk en vanille.

RUIK & VERGELIJK

Amber Alert! Onmogelijk alle ambergeuren te vergelijken. En ben er vast een paar vergeten. Ieder (neo)-nichemerk zijn eigen ambergeur!

L’Artisan Parfumeur Ambre (1976)

Maître Parfumeur Ambre Précieux (1988)

Etro Ambra (1989)

L’Artisan Parfumeur Ambre Extrême (2001)

Hermès – Hermessence – Ambre Narguilé (2004)

Giorgio Armani – Armani Privé – Ambre Soie (2004)

Parfum d’Empire Ambre Russe (2004)

Serge Lutens Ambre Sultan (2004)

Prada Parfum (2004)

Matthew Williamson Matthew Williamson (2005)

Yves Rocher – Secret d’Essences – Voile d’Ambre (2005)

Annick Goutal – Les Orientalistes – Ambre Fétiche (2007)

Estée Lauder – Private Collection – Amber & Ylang (2008)

Dior – La Collection de Christian Dior – Ambre Noir (2008)

Mona di Orio – Les Nombres d’Or – Ambre (2010)

Dolce & Gabbana – The Velvet Collection – Ambre (2011)

TRESOR L’ABSOLU DESIR LANCOME

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 28, 2011
Geplaatst in: GEURENALFABET T. Een reactie plaatsen

LANCOME PROMISES A ROSE GARDEN

Jaar van lancering: 2011

Laatst aangepast: 28/12/11

Neus: Dominique Ropion

Model: Penelope Cruz

Fotografie: Mario Testino

Doe ik niet echt: aankondigen dat een ambassadrice van een geur wordt vervangen door een andere. Bijzaak. Gaat nog steeds om de inhoud. Nou vooruit: na Isabella Rosselini, Inès Sastre en Kate Winslet neemt (sinds 2010) Penelope Cruz voor Trésor de honneurs waar. Ook voor een nieuwe interpretatie. Is (was) het origineel uit 1990 samengesteld door Sophie Grosjman niet meer goed of eigentijds genoeg? Lancôme laat het in het midden met: ‘Een nieuw hoofdstuk wordt met Trésor L’Absolu Désir onthuld, een verrassende variant, sensueel en modern, een ware hommage aan de prachtigste rozen’. En op meer ‘emotioneel niveau’ voegt het cosmeticahuis toe dat de geur ‘de meest absolute uitdrukking van verlangen is met de kracht de diepste emoties te prikkelen bestemd voor een gepassioneerde liefde’.

Moet me wel even van het hart, dat in de beautywereld te pas en te onpas het bijwoord ‘meest’ letterlijk voor ‘kenmerken’ worden geplaatst die niet stellend, vergelijkend en overtreffend zijn: uniek, onweerstaanbaar en bijvoorbeeld absoluut zijn het ‘hoogst haalbare’, daar kun je niet overheen – letterlijk en figuurlijk. Inhoudelijk natuurlijk wel. Wil zeggen, aldus Dominique Ropion die de originele formule ontrafelde en haar verrijkte met een nog meer fascinerend facet: ‘Het idee was om het parfum als afgeleide van Trésor te kunnen herkennen, terwijl het tevens een onbekend terrein betreedt’.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Ruik je het verschil? Ja, maar ik ervaar Trésor L’Absolu Désir anders dan Lancôme het ‘wil’. Voor mij is de geur zachter en meer poederig geworden. Even ter herinnering: Trésor is een ‘omgekeerde’ geur: de basis onthult zich het eerst om vervolgens het hart te laten kloppen die door de opening een zachte noot krijgt. Zie je symbolisch terug in de omgekeerde piramide-flacon.

Dus op een vol-sensuele basis van sandelhout, amber en vetiver ontluikt de ‘otto-roos’ omringd door heliotroop, iris en viooltje die worden gehuld in een zijdezacht perziknoot. De verandering onderga je in het hart.

De otto-roos werd vervangen door de centifolia-roos – ‘de meest begeerde roos’ aldus Lancôme ook bekend als de rosa demascena ‘die alleen in de maand mei bij Grasse bloeit, en wordt gekweekt en met de hand geplukt in de exclusieve rozentuin van Lancôme’ – heb nooit geweten dat Lancôme hiervan eigenaar is.

Deze roos wordt gekoppeld aan jasmijn en sensueel gemaakt vanille. Maar ik mis een muskachtig ingrediënt die aan Trésor L’Absolu Désir zijn poederachtige verfijning geeft. Nog steeds zoet, maar zachter en eleganter, waardoor de geur een niche-toets krijgt.

RUIK & VERGELIJK

De roos vormt het wapen en straalt in de meeste parfums van het cosmeticahuis. Ze bloeit spectaculair en anders in een niet zo bekende geur die onlangs in de nieuwe ‘vintage’-serie (Maison Lancôme) werd opgenomen:

Lancôme – Maison Lancôme – 1001 Roses (1999)

En in Maison Lancôme zit ook een echt onbekende geur:

Lancôme – Maison Lancôme – Peut Etre (1937, 2008, 2011)

SANTAL BLUSH – PRIVATE BLEND – TOM FORD

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 24, 2011
Geplaatst in: GEURENALFABET S, NICHE. Een reactie plaatsen

SANDELHOUT ALS FLUWEEL

SANDELHOUT ALS GHEE

Jaar van lancering: 2011

Laatst aangepast: 24/12/11

Neus: Yann Vasnier

Artistic direction: needless to say

Kun je tegenwoordig zijn als meisje en (jonge) vrouw: beauty-addict. Ik ben het niet, maar ik weet wel dat Tom Ford een lippenstiftlijn heeft waarvan er – voorlopig – twee worden begeleid met een matching parfum: Jasmin Rouge en Santal Blanc. Origineel.

En zoals we van ‘Major Tom’ gewend zijn, worden deze lipsticks over de top luxueus gepresenteerd in een onbereikbare setting: gefotoshopte Hollywoodglamour in jaren dertig en veertig film noir-stijl, maar dan full colour.

Ze hebben een enorm hoog aspiratieniveau zoals dat zo mooi heet – begin daar als (jonge) vrouw maar eens aan. De geuren doen daar stylingwise niet voor onder, maar zijn gemakkelijker in toepassing… je ziet ze niet. Ruiken daarentegen voor twee.

Interessant en gewaagd: Santal Blanc is een poging om een sandelhoutparfum te creëren zonder sandelhout uit India. De beste soort komt nog steeds uit Mysore. Dat hout is zo ongelooflijk rijk en mooi, door die intens bloemige (roos) en crèmerige geur. Neem één druppel pure essence en er gaat een wereld voor je open.

Alleen is India bijzonder nalatig geweest in de cultivatie van zijn sandelhoutplantages en de tsunami van 2004 schijnt ook rampzalig te zijn geweest. Reden voor de Indiase overheid om voorlopig sandelhout alleen te laten kappen ten behoeve van religieuze doeleinden. Gebrek creëert vraag, waardoor in Azië een duistere handel bestaat in illegaal gekapt sandelhout.

Hoe zorg je als parfumhuis met een ‘geweten’ ervoor dat je eerlijk sandelhout inkoopt? Een oplossing: Australisch sandelhout – minder rijk en vlakker wat parfum betreft. Als je die bijvoorbeeld afneemt van Mount Romance weet je zeker dat het verantwoordelijk is geoogst. Doet Estée Lauder. En als je weet dat Tom Ford onderdeel is van deze cosmeticagigant, dan is het bijna zeker dat hij het heeft gebruikt voor Santal Blanc.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

En het lijkt erop of de – helaas onbekende – neus er alles heeft gedaan om het minder romige, minder bloemige Australische sandelhout te ‘compenseren’ met een enorme rijkdom aan eerst kruiden en vervolgens bloemen. Santal Blanc opent explosief in zijn zachte romigheid.

Wil zeggen: je zit direct in het sandelhout (foto) om vervolgens verschillende nuances te ontdekken. Dat is dan eerst een warme kruidigheid, een mix van massala-kruiden, fenegriek en komijn met de nadruk op kaneel. Je landt hierdoor als het ware in India. Ze zijn samen goed voor een ‘stroef-zoete’ en droog-zonnige sensatie. En die mengt mooi met de bloemen in het hart die van nature harmonieus samengaan met sandelhout: jasmijn, roos en met name ylang-ylang. En die zijn van opperkwaliteit.

Hoe langer Santal Blanc op de huid zit, hoe romiger, fluweliger en sensueler die wordt. Interessant: er ontstaat een soort nieuw gourmand-effect: Indiaanse geklaarde boter (ghee) gevuld met kruiden. Interessanter: deze geur komt tijdens de volle zomer nog rijker en over, en nog wordt nog meer één met de huid dan tijdens de koude jaargetijden.

RUIK & VERGELIJK

Wie heeft de mooiste sandelhoutgeur gemaakt? Nou, dat is niet makkelijk. En ik ben er ook nog niet uit. Guerlains Samsara (1989) – moet je wel het parfumextract nemen. Of Santal – what’s in a name – de Mysore van Serge Lutens (1991)? En mijn second opinion – Maria van Geuren – zweert wat dat betreft helemaal bij Sandalwood van Geo F Trumper (2002) en Tam Dao (2003) van Diptyque. Ik hou het even op een sandelhoutgeur die ook dit jaar verscheen en snel zal bespreken:

Hermessence Santal Massoïa (2011)

BLASK HUMIECKI & GRAEF

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 22, 2011
Geplaatst in: Uncategorized. Een reactie plaatsen

EEN DIEP VERLANGEN NAAR VERBONDENHEID

HOOFD IN DE WOLKEN, VOETEN FERM IN DE GROND

Jaar van lancering: 2011

Laatst aangepast: 22/12/11

Neus: ‘Les Christophs’: Christoph Hornetz & Christophe Laudamiel

Fotografie: onbekend

Model: idem

Concept & realisatie: Tobias Müksch en Sebastian Fischenich

We willen ‘allemaal’ aan de lopende band emoties ervaren. In films, in realityshows, in Idol-zus-Idol-zo-wedstrijden. We willen ‘allemaal’ kippenvelmomenten. Lachen, gieren, brullen en tranen, heel veel tranen. Natuurlijk zijn de meeste emotionele ervaringen die ons worden voorgeschoteld, voorgekauwd.

En er wordt verwacht dat je wel de juiste cliché-emoties bij de juiste gelegenheden toont. De parfumindustrie buit dat als geen ander uit. Sterker, bij massstige-parfums draait het al decennia niet meer om de inhoud en het puur genieten van geuren, maar om standaardemoties.

Brengt een parfum de ‘juiste’ emotie over in zijn sfeer en beelden – in negen van de tien gevallen de verrukkingen van de liefde – dan is het meestal bingo!

Tobias Müksch en Sebastian Fischenich (foto onder) van Humiecki & Graef moeten daar niet veel van hebben. Maar ze vinden emotie wel het juiste vehikel voor parfum. Alleen reikt het duo verder, ze verkennen olfactorisch minder populaire emoties. In Askew (2008) bijvoorbeeld kwaadheid, in Clemency (2009) genade en in Bosque (2010) tevredenheid. Ik heb in beschrijvingen van hun geuren al eerder aangegeven of het überhaupt mogelijk is dergelijke gemoedstoestanden in geur te vertalen, want is het niet eerder andersom: dat geuren emoties oproepen?

Hun ‘nieuwste’ emotie is wederzijds vertrouwen, volgens Humiecki & Graef het diepste verbond tussen mensen. Ze kozen er het Poolse woord blask voor dat schitterende gloed, luister (in de zin van stralen), glans van zowel zon als maan betekent. Vertaald in emotie betekent dat de blask die ontstaat als gevolg van een vertrouwen dat diep zit, welgemeend is en generaties overbrugd.

Blask moet als geur een warm en impulsief gevoel naar contact oproepen, een intieme omarming gekoppeld aan het verlangen om – samen – tot nieuwe, onbekende hoogtes te komen. Een ‘met-je-hoofd-in-de-wolken’-euforie maar toch met je voeten ferm op de grond, de aarde.

Ik kan nu niet beweren dat mij dit allemaal ook overkomt bij het ruiken aan Blask. Ik verlang hierdoor niet hevig naar intiem (geestelijk en/of lichamelijk) contact met een dierbare.

Ik kan me wel indenken dat heerlijk is om intiem te ‘verdwijnen’ in iemand die deze geur draagt. Want Blask is warm, anders sensueel, een security blanket,  maar nog meer een wonderbaarlijke geur die helemaal vrij lijkt te zijn van alle gangbare geurformules.

Blask is hybride en leunt op verschillende gedachten: ‘hartig gourmand’, mineraalachtige cologne-crispyness, droog hout en de verleiding van alcoholische dranken met balsemeffect.

Ruik je ik nu rode saumur die net uit een houten vat in een wijnkelder is getapt? Ruik ik nu iets dat zweeft tussen kruidenazijn en een vintage balsamico. Heel merkwaardig en – ik zeg het niet vaak, dus is het waar – vernieuwend. Blask is een geur die de weg wijst voor de toekomst en aantoont dat onorthodoxe inspiratiebronnen tot een origineel, grensverleggend resultaat leidt.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Blask is trouwens goed voorbeeld van een geur opgebouwd uit abstracte geurmoleculen, niet uit bekende en makkelijk te herkennen ‘natuurnoten’. Je moet in de opening laurier ruiken. Doe ik niet. Ik ruik eerst iets anders, iets vreemds, iets viezigs, iets dierlijks dat neigt naar civet. Pas dan iets laurier-groenig dat lijkt op te gaan in iets zurigs en helder dat me herinnert aan de multipurpose-geur Vinaigre (1975) van Dyptique, maar dan zachter.

Ik krijg niet in het hart echt een rode wijn-sensatie waar de neuzen volgens de ingrediëntenlijst naar toewerken. Ik associeer het eerder met bloed, zoals je dat ook kunt ondergaan in Secretions Magnifiques (2006) van Etat Libre Rouge. Warm, maar niet gourmand, eerder ‘lichaamseigen’- bloed, zweet. Wel een diffuse bloemennoot die heel mooi opgaat in de main attraction van Blask: een rijke walnoot-noot.

Warm, bitter, droog waarop de dierlijk-erotische nuance, die ik meen te ruiken, heel mooi tot rust komt. Nog een ding: dat de geur wordt gezien als een vernieuwende interpretatie van oud, dat voel ik niet zo. Daarvoor blijft Blask toch te helder, te ‘kruidenazijn-knisperend’.

RUIK & VERGELIJK

Ook zo’n prachtgeur waarin walnoot zo mooi werd verwerkt. Merkwaardigerwijze geen succes geworden. Te niche voor de ketenparfumerie?

Bvlgari Eau de cologne au Thé Rouge (2006)

GRAND NEROLI ATELIER COLOGNE

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 21, 2011
Geplaatst in: GEURENALFABET G, NICHE. Een reactie plaatsen

EN WEER EEN ‘ABSOLUUT’ VERKWIKKENDE ORANJEBLOESEMGEUR

Jaar van lancering: 2010

Laatst aangepast: 21/12/11

Neus: Cecile Krakower

Concept & realisatie: Sylvie Ganter, Christopher Cervasel

Ik verbaas me soms, vaak, eigenlijk altijd over het ‘gemak’ waarmee een nieuw nichemerk in de markt wordt gezet. Lijkt een kwestie van het vinden van een backer die in je gelooft en de eerste jaren zonder te zeuren voor cashflow zorgt. Maar het is het risicokapitaal waard, gezien de gretigheid waarmee de consument nieuwe huizen omarmt. Een gouden regel: wees niet al te moeilijk. Brengt in herinnering een opmerking van de dit jaar overleden Mona di Orio: ‘Erik, mensen willen alleen ruiken wat ze al kennen’. De reden voor haar om met Les Nombres d’Or te komen.

En als je je nieuwe huis omringt met een aura van authenciteit, handwerk, ‘vintage’ en geschiedenis, dan zit je nu helemaal gebeiteld. En zo zag ook Atelier Cologne het licht. Een idee van Sylvie Ganter en Christopher Cervasel (foto).

Naar ik van de laatste begreep tijdens een presentatie in Brussel bij Beauty by Kroonen & Brown werkten ze beide voor de grote merken, maar kregen daar – zoals zovelen – genoeg van. Maar niet van hun onvoorwaardelijke liefde voor geuren, in het byzonder voor… eau de colognes.

Die werden het uitgangspunt voor hun huis, maar veranderden de structuur. Wil zeggen: zonder de karakteristieke instantfrisheid geweld aan te doen, worden de colognes geleverd in een absolu-concentratie. Dat betekent langer en intenser genieten. Helemaal nieuw is dat natuurlijk niet. Zo presenteerde bijvoorbeeld Giorgio Armani een geconcentreerde cologne in 2004 in zijn Armani Privé-reeks: Eau de Jade. En Tom Ford heeft in zijn Private Blend Neroli Portofino (2007).

In Orange Sanguine, Bois Blonds, Trèfle Pur, Oolang Infini, Vanille Insensée en Grand Néroli ‘blenden meesterparfumeurs onverwacht bijzondere ingrediënten met de typische citrusfrisheid van eau de cologne’. En: ‘Elke geur vangt dierbare momenten en krachtige herinneringen’. Dat hebben we al vaker gehoord. Of vergis ik me nu? Nee dus: de meeste geuren hebben deze romantische intentie.

Grand Néroli is de meeste klassieke cologne en daardoor in vergelijk het meest gewone van het sextet. Stel je er dit bij voor: ‘De ramen werden geopend om de namiddagzon binnen te laten begeleid door een spoor van oranjebloesem. Ze stopte verse bloemen in haar kapsel, haar ogen schitterden van opwinding en verwachting… bijna klaar met haar toilet, pauzeerde ze even om te dromen van wat komen ging’.

Heel romantisch, cliché en vreemd om Grand Néroli zo’n vrouwelijk link te geven, want eau de cologne staat er toch om bekend dat zowel vrouwen en mannen ervan kunnen genieten. De presentatie is slim. Het combineert de ‘scheef geplaatste etiketten’ van de Prada Infusion-reeks met (in sommige variaties) de leren doppen van Hermessence. En dit alles geplaatst in een intieme huiselijke styling. Raar dan weer wel: in bovenstaande sfeerfoto zie je een dahlia, twee pioenrozen en een takje sering, maar geen oranjebloesem. Maar het werkt blijkbaar, gezien het snelle succes.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Tja, zo vaak geroken een oranjebloesemgeur. Ook in pure vorm. Zeer aangenaam daar niet van, maar ik mis iets ‘van nu’. Waarom? De andere geuren uit de collectie hebben dat wel. De geur is mooi in zijn crispyness, frisse toon, zonnigheid en levenslust.

Lijkt wel een citruslimonade die je wil drinken. En inderdaad een absolu, gezien zijn ‘vasthoudendheid’. En de krans van groene noten om de oranjebloesem, versterkt dit alles. De zachte, elegante basis van ‘warme’ musk en ‘verslavend’ vanille ervaar je pas als de geur langer op je zit.

RUIK & VERGELIJK

Waar begin ik in hemelsnaam? Beperk me tot een paar, sommige niet zo heel bekende ‘grandes colognes’ in de oranjebloesem/neroli-categorie die nog steeds te koop zijn. Heb ze ooit allemaal geroken – de laatste drie heb ik nog – en roepen in mijn gedachten stuk voor stuk dezelfde frisbloemige verkwikking op.

Czech & Speakes Neroli (1981)

Parfums de Nicolaï Cologne Sologne (1989)

Creed Néroli Sauvage (1994)

Tom Ford – Private Blend – Neroli Portofino (2007)

Diptyque L’Eau de Neroli (2008)

Guerlain Cologne du Parfumeur (2010)

LUSCIOUS PINK MARIAH CAREY

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 21, 2011
Geplaatst in: CELEB FRAGRANCES, GEURENALFABET L. Een reactie plaatsen

DE HEMELSE STEM VAN MARIAH VERTAALD IN EEN SPRANKELENDE GEUR

Jaar van lancering: 2008

Laatst aangepast: 21/12/11

Neus: Carlos Benaim, Loc Dong

Model: het is ze echt

Flaconontwerp: Jean Antretter

Fotografie: Michael Thompson

Fotoshopping: idem?

Luscious betekent vrijvertaald in het Nederlands een aangename rijke, zoete smaak hebbend. Denk aan een rijk geparfumeerde dessertwijn. Pink – doet het toch maar even met al die Henk en Ingrids tegenwoordig – betekent roze.

Plak de twee achter elkaar en je krijgt de tweede geur van de met vijf octaven begenadigde r&b-zangeres Mariah Carey: Luscious Pink.

Op haar homesite lees je dat het ‘een sprankelende geur is die je naar het hoofd stijgt en de zuivere straling vangt van Mariah Carey’. En het kreeg de volgende slogan mee: Breathe the Etheral.

Voor alle Henk en Ingrids: dit betekent ‘adem het hemelse’. Beetje overdreven: Luscious Pink brengt je hersenen niet in verwarring en je komt niet echt in contact met het bovenaardse. Daarvoor is de geur te lichtbloemig. En onderons gesproken en gezwegen: Luscious Pink is met name in de markt gezet om haar talloze Aziatische fans ook de mogelijkheid te geven een ‘MC’ te dragen, gezien haar eerste geur M (2007) door hen te zoet-gourmand zwaar wordt bevonden.

Opvallend: neuzen laten zich steeds meer voor het karretje spannen van hun opdrachtgevers en die laten ze nu dingen zeggen, waarvan ik vaak denk: ‘Je meent het… niet echt’. Gewoon een verkooppraatje. Niet erg natuurlijk, alleen je kunt het ook overdrijven. Zo ook Carlos Benaim en Loc Dong: ‘Luscious Pink brengt je, zoals de stem van Mariah Carey, naar een andere hoogte. De inspiratie vonden we in haar stem en haar bereik; haar kristallen hoge noten hebben we vertaald in…

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

… verlichtende accenten van Siciliaanse bergamot, een oceaanbries-akkoord vermengd met bloemige noten en een hint van Bellini’. Dat is dus een cocktail op basis van perzik. Zoet dus.

Doet Carey altijd terugdenken aan haar verblijf op haar favoriete vakantiebestemming Capri. Vervolgens ‘schildert het hart de rijke kwaliteit van Carey’s stem’, maar weerspiegelt volgens de homesite ook het feminien-flirtige aura van de zangeres. Met andere woorden roze pioenroos waar rondom een krans is gevlochten van tiaré en lelietje-van-dalen.

Ik moet zeggen: originele combi. De kruidige zoetbloemigheid van de pioenroos (foto) gaat mooi samen met het dauwfrisse meiklokje en tairé verleent het een exotische toets. De afronding – ‘zoals de diepte van Carey’s stem’ – zorgt ervoor dat dit boeket warm en licht-sensueel wordt: romig sandelhout verfijnd met ‘zon gekust’ hout en ‘acttractief sensueel’ witte musk. Eindresultaat: een sierlijke transparante bloemengeur voor de echte fans van Mariah Carey.

Let op: in 2009 verscheen Deluxe Edition met een sterker geconcentreerde inhoud. Dat moet dan bijna een parfumextract zijn gezien Luscious Pink al een eau de parfum is.

RUIK & VERGELIJK

De pioenroos is naast rood fruit niet meer weg te denken in geuren die het gemikt hebben op het jonge meisjeshart. De eerste die haar echt over the top laat bloeien is Annick Goutal. Daarna: google peony + perfumes en…

Annick Goutal Quel Amour! (2002)

CHIC SHAIK N° 30 FOR WOMEN, CHIC SHAIK FOR MEN N° 70

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 20, 2011
Geplaatst in: GEURENALFABET C, NICHE. Een reactie plaatsen

CHIC VOLGENS SHAIK

Jaar van lancering: 2008

Laatst aangepast: 20/12/11

Neus: onbekend

Artistic designer: ‘Designer Shaik’

Hoe heet het merk nu precies: Designer Shaik of The House of Designer Shaik? Behalve de parfums is het moeilijk de ‘beloofde’ high-class juwelen, uurwerken, ‘cadeaus’ en modeartikelen van dit in 2007 opgerichte merk in Bahrein te zien te krijgen, zowel virtueel als in het echt. Terwijl dit toch de missie was.

Lees ik op de homesite: ‘The house targets travel retailers with a range of exclusive accessories in special packaging’. Maar wie is Shaik? Geloof je het: ‘Een mysterieuze woestijnprins, prachtig en krachtig, onzichtbaar en alomtegenwoordig die rijkdom met genereuze hand rondstrooit. Gezegend zijn diegenen die hem ontmoeten’.

Knipper even met je ogen en droom verder: ‘De exclusieve parfumlijn Shaik is geboren in sprookjesachtig Bahrein.

Was daar onlangs in het kader van de Arabische lente niet wat gerommel? Het werd gecreëerd volgens de wens van oprichter Mohammed Al Asfoor: ‘Zonder enige beperking in samenstelling, zoals een sprookje ook geen grenzen kent’. Nu krijgt het sprookje een nuchtere ondertoon: ‘Het merk streeft ernaar om de romantische visie van de Oriënt te combineren praktische van het Westen’, en neemt vervolgens een filosofisch wending: ‘een emotionele en intellectuele brug slaan tussen deze twee deze verder uit elkaar drijvende werelden’. Toe maar!

Deze visie uit zich in de presentatie: ‘De handgemaakte flacons zijn meesterwerken uit Frankrijk en Italië – ik dacht altijd dat het niet chic is van merken dat van zichzelf te zeggen, dat zoiets meer aan de koper is – versierd met decoratieve elementen zoals zilver en Swarowski-kristallen voor de Classis Editions en met goud, saffieren en diamanten voor de Precious Editions’.

Het plan bestaat een Platinum Edition te lanceren die ook wordt aangeboden in geplande boetieks’. Ik wist niet dat de standaardflacon voor de man – waarin ook Chic Shaik for Men N° 70 zit – gelijkenissen toont met een bedoeinen-tent waaiend in de wind.

‘Stabiel, zwaar en mooi, even sterk als de romantische woestijnprins’. De standaardflacon voor haar – waarin dus ook Chic Shaik N° 30 for Women zit – is gevormd naar het traditionele, tweebladige mes khunja én de verleidelijke rondingen van het vrouwenlichaam’.

Terug naar het sprookje. Chic Shaik N° 30 for Women ‘laat luxe en sensualiteit versmelten met een lichte optimistische noot even individueel als de draagster’. Flauw om te zeggen, maar dat kan natuurlijk niet. En dit dan: ‘Boeiend en heerlijk, als je als vrouw Chic Shaik N° 30 for Women draagt, dan kom je dichter in de buurt van het rijk van de sjeik met al zijn sensoriële genoegens, je natuurlijke vrouwelijkheid wordt verhoogd waarmee je wordt herinnerd dat liefde, schoonheid en sensualiteit in je vingertoppen hebt’.

In Chic Shaik N° 70 for Men ‘blenden individualiteit, karakter en stijl’, en is zoals de drager ‘subtiel, nooit overweldigend, maar toch een onbeschrijfelijk gevoel van kracht en mannelijkheid in zich dragend’. Niet iedereen is geschikt: alleen gedistingeerde en besluitvaardige mannen, leiders geen volgers, die waarlijk het exquise weten te onderscheiden van het gewone’.

Let op: deze geuren worden in Nederland verkocht bij http://www.parfumerie.nl.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Het idee van de inhoud: de meest uitgelezen Franse ingrediënten in Arabische stijl toepassen. Opvallend, net zoals Amouage Gold (uit 1983 voor haar en hem) zijn Chic Shaik N° 30 for Women maar vooral Chic Shaik N° 70 for Men voor westerse begrippen behoorlijk zoet, zonder dat het teveel op vanille leunt wat vaak juist weer de westerse interpretatie is van de Arabische stijl – denk Guerlains Shalimar (1925).

Dat geldt het meest voor de mannengeur: hoewel een opening met bergamot, sinaasappel en citroen, neem je in Chic Shaik N° 70 for Men direct een zoet-sensuele toon waar.

Dat is volgens mij een combinatie van muskaatsalie (foto) met een overdosis witte musk die het lelietje-van-dalen en jasmijn in het hart lijkt te smoren. Je moet heel goed ruiken om deze twee bloemen apart of samen waar te nemen.

Dat komt ook door de zich snel aandienende basis van vetiver, patchoeli en sandel- en cederhout. De eerste twee neem je het eerst waar; je ruikt door de zoetheid heen een lichte aardse noot, maar uiteindelijk ‘wint’ de houtnoot. Dat maakt Chic Shaik N° 70 for Men mannelijk, maar niet in Europese zin. Daarvoor blijft het hout toch te zoet sensueel en niet droog zoals ‘we’ gewend zijn.

En dat maakt de geur ook geschikt voor – westerse – vrouwen. Het is trouwens de vraag of die een groot verschil ruiken met Chic Shaik N° 30 for Women. Hoewel deze ‘symfonie van zinnelijkheid’ sensueler in de basis door de klassieke combinatie van vanille, amber en tonkaboon, maakt de geur een meer kruidige indruk.

Dat komt vooral in de opening naar voren door bergamot en het (nog steeds) als mannelijke geziene fris-bittergroene kardemon. Daarnaast krijgt de geur een exotische toets door passievrucht: stroperig en zonnigzoet die de klassieke combinatie van roos en jasmijn in het hart (geënt op patchoeli) niet echt ondergraaft. Die blijft overtuigend, maar heel westers, dus bescheiden ruiken.

RUIK & VERGELIJK

The House of Designer Shaik heeft voor mensen met ‘goede’ smaak een erg hoog nouveau riche-gehalte en is in 2007 niet opgericht om de ziel van het Arabische parfum op een andere manier te tonen en met ons te delen.

Het is eerder een ‘me too’-house dat meevaart op de groeiende populariteit van Arabische parfumhuizen in het Westen en het Nabije en Midden Oosten en in eerste instantie wil verleiden met het oog. Hoe ik er verder over denk, kun je lezen in de beschrijving van:

The House of Designer Shaik Opulent Blue Shaik N° 33 for Women (2007)

The House of Designer Shaik Opulent Blue Shaik N° 77 for Men (2007)

Berichtennavigatie

← Oudere inzendingen
Nieuwere berichten →
  • Meest recente berichten

    • Sal y Lemon Carner
    • Layton Exclusif Parfums de Marly
    • Cerana Nectar Olfactive
    • Walk like a Man (to Man)
    • Rose du Désert Houbigant
    • Orchidée Yves Rocher 
    • Cavort Fragrance du Bois
    • Beat Café Jusbox
    • Gold Fair in Mayfair Atkinsons
    • À l’Ombre d’Artémis Hellenist
  • Archief

  • Categorieën

    • AANBIEDINGENBAK
    • ACHTERGROND
    • CELEB FRAGRANCES
    • ECO
    • EDUCATIE
    • ENTERTAINMENET
    • ENTERTAINMENT
    • GEUR IN DE MEDIA
    • GEURENALFABET A
    • GEURENALFABET B
    • GEURENALFABET C
    • GEURENALFABET CIJFERS
    • GEURENALFABET D
    • GEURENALFABET E
    • GEURENALFABET F
    • GEURENALFABET G
    • GEURENALFABET H
    • GEURENALFABET I
    • GEURENALFABET J
    • GEURENALFABET K
    • GEURENALFABET L
    • GEURENALFABET M
    • GEURENALFABET N
    • GEURENALFABET O
    • GEURENALFABET P
    • GEURENALFABET Q
    • GEURENALFABET R
    • GEURENALFABET S
    • GEURENALFABET T
    • GEURENALFABET U
    • GEURENALFABET V
    • GEURENALFABET W
    • GEURENALFABET X
    • GEURENALFABET Y
    • GEURENALFABET Z
    • IL GIARDINO PROFUMATO
    • IN MEMORIAN
    • INTERESSANTE EN TIJDLOZE COLUMNS VAN ERIK ZWAGA 2005
    • KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • KLASSIEKERS IN DE AANBIEDINGENBAK
    • KLASSIEKERS OPNIEUW GEROKEN
    • KLASSIEKERS VAN DE TOEKOMST
    • LIMITED EDITION
    • MASSNICHE
    • MASSTIGE
    • MOET JE ECHT RUIKEN
    • NEO NICHE
    • NICHE
    • NICHE IN DE PARFUMERIEKETEN
    • NIEUW! NIEUW! NIEUW!
    • NIEUWE KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • NOSE JOB: PERFUMERS THAT MATTER(ED)
    • OPVALLEND PARFUMNIEUWS
    • OUDE FILMS MET PARFUMINFO
    • PARFUM = PARFUN
    • PARFUM IN DE MEDIA
    • PIEDESTAL POUR DES PARFUMS
    • PORTET
    • PORTRET
    • TAX FREE
    • TRENDANALYSE
    • TRENDS TOEGELICHT
    • Uncategorized
    • VINTAGE
    • WAT RUIK IK EIGENLIJK?
    • ZOU VERBODEN MOETEN WORDEN OF NIET?
  • Meta

    • Account maken
    • Inloggen
    • Berichten feed
    • Reacties feed
    • WordPress.com
Blog op WordPress.com.
GEURENGOEROE
Blog op WordPress.com.
  • Abonneren Geabonneerd
    GEURENGOEROE
    Voeg je bij 125 andere abonnees

    Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.

  • GEURENGOEROE
    Site in de Reader weergeven
    Beheer abonnementenAanmeldenInloggen
    Deze inhoud rapporteren
    Deze balk inklappen
Reacties laden....