GEURENGOEROE

P.O.P: POPE OF PERFUMES

  • Home

CHARLIE (BLUE) REVLON

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 12, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET C, KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN, VINTAGE. 3 reacties

‘CHARLIE’S ANGEL’

Jaar van lancering: 1973

Laatst aangepast: 12/01/12

Neus: onbekend

Fotografie: onbekend

Model: Shelley Hack, Charly Stember, Naomi Sims, Lauren Hutton, Sharon Stone, Cindy Crawford

Muziek: Bobby Short, Little Richard

Niet meegegaan tijdens de nog steeds niet (!) complete migratie van mijn weblogprovider naar Sanoma. Op verzoek van een paar fans, dus nog een keer. En sluit mooi aan op de beschrijving van gisteren.

Schijnt zo te zijn dat Charles Revson, die in 1932 met broer Joseph en chemicus Charles Lachman Revlon oprichtte (de laatste adviseerde de v in Revson te vervangen door de l van zijn achternaam en dat zich in eerste instantie concentreerde op nagellakproducten) zo jaloers was op het succes van Estée (1968) van Estée Lauder, dat hij besloot een geur te lanceren genoemd naar hem. Werknaam: Cosmo, verwijzend naar de consument – de lezeres van het gelijknamige blad – die Charles Revson in gedachten had.

Een wijs besluit: Charlie (Blue verscheen later achter de originele editie) had twee jaar na lancering al een omzet van meer dan 1 miljard dollar! Het was niet alleen de geur, maar ook de campagnes die zoveel indruk maakten. Charlie was het perfecte voorbeeld van de vrije, onafhankelijke en gewone vrouw die begin jaren zeventig in de media opdook.

Maar dan zonder – wel zo prettig voor het imago – het ‘irritante’ gedrag van hardcore tuinbroekfeministes. Ze droeg wel een broek geleverd maar die werd geleverd door Ralph Lauren. Charlie was het eerste parfum waar in de advertentie een vrouw ‘was wearing – the – pants’. Ook revolutionair: Charlie was ook het eerste parfum gepromoot door een ‘afro-american’: Naomi Sims. Miljoenen vrouwen vonden in de geur hun dagelijkse beschermengel.

Hoe groot de invloed van de geur op ‘de state of mind’ van Amerikaanse vrouwen is geweest, bleek uit een uitzending van Oprah in 2007 Winfrey waarin de talkshow host vertelde dat de advertenties haar hadden geïnspireerd: ze wou ook zo zelfverzekerd en ‘fabulous’ zijn’ zoals de Charlie-girls.

Er verschenen nogal wat variaties. Wat zeg ik: teveel. Charlie Red (1993), Charlie White (1994), Charlie Gold en Charlie Express (1995), Charlie Sunshine en Charlie White Musk (1997), Charlie Silver (1998), Charlie Crystal Chic, Charlie Pink Sparkle, Charlie Little Secrets (allemaal in 2008), Charlie Secret, Charlie Real, Charlie Pink, Charlie Black, Charlie Passion (allemaal 2009). Dacht ik tenminste, ga het niet meer controleren.

Toch blijft Charlie Blue (samen met Charlie Red) het meest populair. Dat is niet zo vreemd. Je zou verwachten dat de geur door zijn enorme populariteit een dertien in een dozijn-geur is. Niet is minder waar. Charlie Blue blijft opvallen door zijn geprononceerde en ‘best wel’ verfijnde karakter. Met dezelfde comfortabele en herkenbare vertrouwdheid als Chanel N° 5.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Ik ruik een prachtig, beetje zoet aura met bittergroen dragon en fris-sensueel  galbanumachtige nuances begeleid door een enorme wolk aldehyden waarin fruitfris citroen, bloemfris hyacint (foto) en zoete cyclaam ronddwarrelen.

Charlie’s hart: een zachtzoete mix van roos, jasmijn. Zeer klassiek. Dit krijgt temperament door gekruide anjer en chic door poederig iris.

De afronding houdt dit alles goed vast en laat de bloemen sensueler worden door sandel- en cederhout, musk en vanille. En toch blijft de groene noot aanwezig. Komt op conto van eikenmos. Niet verkeerd, en zeker niet voor de prijs die tegenwoordig wordt gevraagd.

RUIK & VERGELIJK

Nog een klassieker uit hetzelfde jaar (van die vervelende concurrente) die alleen een andere ‘clientèle’ op oog had:

Estée Lauder Private Collection (1973)

Deze foto zorgde in de jaren tachtig voor veel 'commotie': een vrouw die een man 'complimenteus' op z'n billen - 'deze deal hebben we in onze zak - slaat in plaats van andersom.

(SUPER) ESTEE ESTEE LAUDER

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 11, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET E, GEURENALFABET S, KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN. 1 reactie

DE SCHITTERING VAN KROONLUCHTERS IN EEN COUPE DE CHAMPAGNE

Jaar van lancering: 1968

Laatst aangepast: 11/01/12

Neus: Betty Busse, Bernard Chant

Model: Karen Graham

Fotografie: onbekend

Kun je lezen in Estée A succes Story (1985), de autobiografie van Estée Lauder: ‘Ik ben zeer serieus als ik zeg dat ik een parfum kan zien. Eens, tijdens een feest, zag ik het licht van twee kroonluchters glinsteren in een glas champagne. Stel je voor dat ik dit beeld zou kunnen vangen in een geur, dacht ik direct. Jarenlang heb ik aan deze ongelooflijke glinstering gewerkt. Ik mengde honderden kostbare essentiële oliën in elke denkbare combinatie tot op een dag ik vond wat ik zocht: het licht in champagne’.

Meer dan vijfhonderd proef ‘Estée-mogelijkheden’ wees ik af, tot er één overbleef: jong, opwindend, sensueel. De dag dat ‘sensueel’ ophoudt te bestaan, dan zal Estée Lauder dat ook. Maar mijn sensualiteit is niet schaamteloos en ruw. Het is verleidelijk en suggestief. Denk aan een Parson-tafel op een kleed van wit bont. Glanzend, verzorgd, koel en chic. Denk aan fluweelzachte stemmen, het licht in champagne’ (zie foto – uit de biografie).

‘Waarom ik de geur naar mezelf noemde? Dat deed ik niet. De geur noemde zichzelf zo. Ik gaf samples aan vrouwen bij ons op kantoor en aan vrienden en vroeg ze wat ze droegen: ‘Estée’s parfum’. Estée werd het. Om je de waarheid te vertellen, ik hield van de gedachte dat een prachtig parfum mijn naam zou dragen. Dat is nu onsterfelijkheid’.

En vervolgens vertelt Estée verder dat de concurrentie steeds meer probeerde haar producten – voor ze op de markt kwamen – te stelen. En als dat niet lukte, dan werden ze gewoon gekopieerd. Als voorbeeld noemt ze Charles Revson, de oprichter van Revlon: ‘Ik lanceerde Estée, hij kwam met Charlie (genoemd naar zijn voornaam in 1973). Wij besloten één model exclusief te gebruiken – Karen Graham; hij besloot hetzelfde met Lauren Hutton’.

Ach ja, aan bescheidenheid ontbrak het Estée Lauder niet. En dat er in A Succes Story (naam van de autobiografie) een beetje gesjoemeld werd met de feiten… ik zeg: zo is het leven, wie doet dat niet bij tijd en wijle. Wat Estée Lauder betreft: ze was geen echte neus. Ze huurde hier gewoon professionals in die met haar idee aan de slag gingen. En zo ook dat ze met trotsheid meldt dat je beter kunt ‘creëren dan kopiëren’. Wat Estée betreft: echt origineel is de geur niet te noemen; ligt sterk in lijn met de zeer bloem-zoetige aldehyden die het vanaf de jaren zestig zeer goed doen.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Eerst een aldehydenwolk gevuld met citroennuances waaruit het frisse lelietje-van-dalen naar bovenkomt die vervolgens naadloos opgaat in een overrompelend hart van de zeer geliefde ‘Parijse’ bloemencombinatie uit de jaren zestig in overdosis: roos en jasmijn. Die krijgen een sensuele en intense opwaardering door ylang-ylang (foto). De licht kruidige noot wordt geleverd door koriander.

De opgevoerde fruitige noten neem ik niet echt waar: framboos en perzik. Sterker: framboos werd toen nog niet gebruikt in geuren. En de perzik is wellicht als ‘fantoom’-ingrediënt vermeld om het superzachte effect van de geur te benadrukken. Want dat is Estée, wat nog eens wordt benadrukt door het sandelhout in de basis, gecombineerd met eikenmos.

En de vergelijking met licht in een champagneglas, met een beetje fantasie lukt dat wel. Alleen voor het champagne-effect ontbreekt voor mijn gevoel de sprankeling. Nog iets: een beetje onduidelijkheid bestaat over de naam.

De geur wordt ook wel eens Estée Super genoemd, maar dat slaat volgens mij op het gegeven dat de geur ook een Super Cologne Spray-variatie had. En de eerste campagnes als slogan hadden: ‘Estée is the first super perfume.’

RUIK & VERGELIJK

De chique Parisienne begin jaren zestig droeg volle, rond-bloemige geuren die na verloop een zepig-frisse nuance op huid achterlaten. Beetje vergeten deze categorie, maar nog steeds aangenaam.

Rochas Madame (1960)

Hermès Calèche (1961)

Nina Ricci Capricci (1961)

Guerlain Chant d’Arômes (1962)

Dior Diorling (1964)

Dit werd in de jaren tachtig geperfectioneerd met :

Amouage Gold (1983)

MAN’S COLOGNE PIERRE CARDIN

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 8, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET M, KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN. Een reactie plaatsen

DE MAN VOLGENS PIERRE CARDIN:

BIJNA NICHEVERFIJNING

IN EEN DOORGEDRAAIDE AANBIEDINGENGEUR

Jaar van lancering: 1972

Laatst aangepast: 08/01/11

Neus: helaas onbekend

Pierre Cardin was samen met André Courrèges en Paco Rabanne de couturier die in de jaren zestig van de vorige eeuw de space age in de mode introduceerde.

Wil zeggen: met ouderwetse couturetechnieken een nieuwe, een op de toekomst gerichte look die als je goed kijkt – met terugwerkende kracht – eigenlijk heel klassiek blijkt.

Dat viel natuurlijk niet (of wel?) toevallig samen met de strijd tussen de Amerikanen en de Russen en de verovering van ruimte, te beginnen met de maan. En niet te vergeten de nu nog steeds populaire tv-serie Star Trek die zijn eerste uitzending in 1969 beleefde.

Hij is ook de eerste couturier die – vanaf de jaren zeventig – er geen moeite mee had om zijn toen nog chique naam op elk denkbaar product te plakken. En niet alleen op ‘luxe gerelateerde’. Je kunt het niet zo gek verzinnen of ‘the General Motors of fashion’ deed het met overgave: sigaretten, autobanden, bijzettafels, gewone tafels, telefoons, lampen, teddyberen. Zelfs op eten. Zo kocht hij begin jaren tachtig het beroemde Parijse restaurant Maxim’s en verbond hier aan een ‘kruideniers’-lijn.

En hoewel Cardin niet meer echt actief is, wordt zijn naam nog steeds gestikt op bijvoorbeeld kleding die niet onderdoet voor C&A en Zeeman. Heeft zijn naam geen goed gedaan. Vond hij decennia niet erg.

Tot 2010. Toen kon je in een interview in The New York Times lezen dat hij – toen inmiddels 88 jaar! – van plan was zijn naam terug te kopen, de licenties drastisch te beperken, het merk als het ware te reanimeren en in oude luister herstellen.

Logisch: in het Verre Oosten – zijn grootste afzetmarkt – is bijna niemand meer onder de indruk van zijn initialen op wat voor een product dan ook. En zowaar: zijn nieuwste shows voor de man, zijn typisch Cardin, maar wel heel erg gedateerd, niet vertaald naar nu. Absurd eigenlijk.

Ook op geurengebied is Cardin zeer actief geweest. De laatste jaren maakten er de verschillende licentiehouders een potje van. Ga ze niet allemaal noemen. Vond in 2001 op Curaçao wel een heel erg chic parfum van hem, genaamd Suite 16 (1960).

Opvallend: hij heeft maar één klassieker – Men’s Cologne – op zijn naam staan. Nog steeds te koop. En heel goedkoop. Wordt ook nog via zijn best wel knullige site die barst van de taalfouten – lijkt wel gemaakt in de jaren zeventig – aangeprezen.

Eveneens opvallend: de traditionele en veilige uitstraling van de geur. Van zijn oorspronkelijke couturehandschrift is niets te herkennen. Dat was natuurlijk de bedoeling: de man in de straat moest verleid worden, niet de hippe vogels en artistieke typen – die hadden toen al hun ‘niche-adresjes’. En dat deed je toen niet echt met mannen gehuld in space age-kostuums. En ja, heel veel mensen zien in de flacon een fallussymbool in optima forma.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

De inhoud is het tegendeel van viriel en nog steeds een prachtige geur. Staat nog steeds op mijn badkamerplankje. Wil wat zeggen.

En dat de geur in vakkringen nog steeds wordt gewaardeerd, blijkt wel uit het feit dat Patricia de Nicolaï Men’s Cologne – samen met Guerlains Habit Rouge (1965) – als inspiratiebron nam voor haar eerste mannengeur New York (1989).

Kruidig-zoet is volgens mij de omschrijving in een notendop. En de geur lijkt inhoudelijk nauwelijks veranderd. Je ruikt nog steeds de volheid van natuurlijke ingrediënten. Misschien inmiddels gemaakt van synthetische, maar dat weet de neus goed te maskeren.

En net zoals de eerste campagne (foto onder), is de geur zeer klassiek. Een elegant-frisse opening van citroen, bergamot en lavendel waaruit heel duidelijk de basilicum tevoorschijn komt omringd door een aura van sinaasappel.

Dit gaat naadloos over in anjer en leer in het hart. Gepeperd en stoer-zwoel dat wordt ondersteund door droog iris en dito sandelhout. Maar al heel snel neem je dé versierder van Man’s Cologne waar: de zwoele, warme en ‘intieme’ basis van tonkaboon, benzoïne, vanille en amber die een bosachtige ondertoon krijgt door eikenmos.

Eigenlijk kun je stellen dat deze geur nu erg niche aandoet. Had op het etiket Creed gestaan, dan had ik het ook geloofd.

RUIK & VERGELIJK

Toch maar eens doen:

Parfums de Nicolaï New York (1989)

ROYAL OUD CREED

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 7, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET R, NICHE. 1 reactie

OUD IN ANTWOORD OP UW SCHRIJVEN…

Jaar van lancering: 2011

Laatst aangepast: 08/01/12

Neus: Olivier Creed

De reden waarom nu bijna elk oud en nieuw parfumhuis in de nichesector ook met een oud-geur komt is vooral een kwestie van beantwoorden aan de aanhoudende vraag van vele vaste ‘bezoekers’. Zegt Creed ook. En je wil als huis toch ook niet dat je klanten op visite gaan bij de concurrent.

Maar je moet het wel iets extra’s geven. Niet alleen qua geur. Dus meldt Creed op zijn site dat Royal – Oud werd gepresenteerd aan prins William en zijn Kate tijdens hun bezoek aan de Santa Barbara Polo Club vorig jaar.

Ook appealing: de geur is aangekocht door leden van maar liefst zes presidentiële families volgens The Wall Street Journal.

Nog iets: in tijden van crisis is het chic om te benadrukken dat you’re not only in the business for the money. Daarom gaat een gedeelte (hoeveel is onbekend) van de Amerikaanse opbrengst van Royal – Oud (via http://www.globalgiving.org) naar nonprofit-organisaties in India die zich inzetten voor de bevordering van de gezondheid van kinderen. Waarom India? Omdat Creed hier het agarhout betrok voor de geur.

Zegt Creed: ‘Royal – Oud is een droomparfum afkomstig uit de vertellingen van duizend en één nacht dat je zintuigen in verwarring brengt’. Stel je een Perzisch paleis voor – opgetrokken uit zwart marmer met vloeren geplaveid met juwelen – tijdens de nacht, het moment waarop de geuren van de Oriënt hun boeket het meest overrompelend verspreiden: aards, exotisch, sensueel en dit alles versterkt door het legendarische oud.

Nu nog een paar clichés: ‘Royal – Oud is een ode op de glamour, spiritualiteit en erotiek van de eeuwenoude oriëntaalse parfumcultuur’. Maar helemaal zwaar-oosters, zoals Montale, is de geur ook weer niet, want ‘het is aangepast aan de stijl van Creed’. Ofwel, ‘een luxueuze mix van Perzische en Parijse verfijning’.

Een kanttekening: de naam verbaast een beetje. Wisten ze bij Creed niet dat Giorgio Armani in zijn Privé-reeks in 2010 Oud Royal heeft gelanceerd? Wellicht slimmer, leuker en minder ‘copycat’ de geur Oud Oriental, Oud Supérieur, Oud Raffiné of – noem een dwarsstraat – Oud Parisien te noemen.

En hoewel Royal – Oud wordt gepositioneerd als een geur voor haar en hem, moet ik toch eerder denken aan ‘man’. Een mooi, goed gesoigneerd, beetje arrogant forty-fifty something ‘grijs’-exemplaar, zoals Roger Sterling uit de serie Mad Men gespeeld door John Slattery (foto) of een van CNN’s anchor men: Anderson Cooper.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Royal – Oud is heel westers en heel Creed: ruik je direct in de opening. Een subtiele explosie van frisse en zuivere noten. Citroen en bergamot die energiek geprikkeld worden door roze peper. Eindelijk eens geur waarin je de roze peper daadwerkelijk goed kunt onderscheiden. Prachtig. Ook mooi de groen-bitter-frisse galbanum-noot die volgt gecombineerd met engelenzaad. Beide groen, de eerste meer hemels, de tweede meer aards-musk. Weer prachtig.

Nog mooier: je ruikt alle ingrediënten afzonderlijk. Dus ook het edele en zonnige cederhout. In feite heb je hier al een ‘affe’ geur mee.

En dan moet het mooie nog gebeuren: ‘koninklijk oud – foto – uit India’ manifesteert zich in al zijn glorie, maar niet zo heftig als in Montale-geuren, maar toch warm, vochtig, houtig, medicinaal, rokerig en sensueel. Het laatste wordt versterkt door musk – de echte naar wordt beweerd. Nog een keer: prachtig.

RUIK & VERGELIJK

Redelijk nieuw en nieuw oud:

L’Artisan Parfumeur Al Oudh (2009)

Giorgio Armani – Armani Privé – Oud Royal (2010)

Thierry Mugler – Miroir Miroir – Miroir des Voluptés (2010)

Bond N° 9 New York Oud (2011)

By Kilian – Arabian Nights – Amber Oud (2011)

Christian Dior – La Collection – Leather Oud (2011)

Mona di Orio – Les Nombres d’Or – Oud (2011)

LOOK VERA WANG

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 7, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET L. Een reactie plaatsen

DE LOOK VAN HET OUDERE ZUSJE VAN PRINCESS

Jaar van lancering: 2008

Laatst aangepast: 07/01/12

Neus: Annie Buzantian

Model: Anna Selezneva

Fotografie: Steven Meisel

Ze is bekend om haar dramatische en ‘show off’-trouwjurken. In een creatie van haar heb je als bruid het gevoel over een rode loper naar het altaar te flaneren. En daar sloten haar eerste geuren perfect bij aan: Signature (2002), For Men (2004) en Bouquet (2008): allemaal geconcentreerd rondom het ‘ja-ik-wil’-moment.

Maar zoals elke couturier maakte Vera Wang ook van haar zorgvuldig opgebouwde status gebruik om aansluiting te zoeken bij een meer jongere doelgroep dus te gaan voor het grote geld. Niet mis mee! Je bent een dief van je… Dus volgden confectielijnen en een trits accessoires: brillen, sieraden, tassen, schoenen en natuurlijk geuren. Coty, huidig licentiehouder van Vera Wangs geuren, juigde dit alleen maar toe.

Een van die kledinglijnen heet Princess. Hé wat een leuke naam voor een geur! Princess werd in 2007 gelanceerd, gevolgd door fast fashion forward flankers: Flower Princess (2008), Rock Princess (2009), Glam Princess (2009), Preppy Princess, en nu we toch bezig zijn, dan kan deze er ook nog wel bij: Princess Night (2010).

Vera Wang mikt iets hoger met Look – waarvan trouwens geen tig variaties verschenen – die je kunt beschouwen als de geur voor het oudere zusje van zij die Princess draagt. Maar het gaat volgens Vera Wang niet alleen om leeftijd. Het gaat ook om vertrouwen.

En hiermee bedoelt ze in feite niet draagster mee, maar het merk Vera Wang: ‘Het is een statement dat we nu een modehuis zijn die ook bruiden kleedt, in plaats van een bruidskleding-label dat ook mode doet’. Look kreeg de volgende codes mee: modern, bold, seductive, captivating, luxurious, prestigious.

Ik kan me enigszins bij de eerste vier aansluiten, niet bij de laatste twee. Daarvoor is Look toch te gewoon en te braaf, te mainstream, maar – daar zorgt Coty wel voor – toch helemaal in sync met de huidige ‘girly’ parfumcodes. Men neme fruit, frisheid en bloemen, en je krijgt een…

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

… het moet gezegd: een behoorlijke scherpe opening van citrusvruchten – citroen, mandarijn, lychee – die wordt gewiegd in ‘groene noten’, maar die niet echt natuurlijk aandoet. Vervolgens kom je in een bloemige sfeer terecht. De verwerkte bloemen zijn lelie, fresia en jasmijn. Alleen ruik je die niet echt goed afzonderlijk. Misschien alleen de jasmijn. Het is meer een bloemige impressie.

Hoewel de basis eikenmos, vanille en patchoeli bevat – nee, Look is geen neo-chypre – neem je met name witte musk waar – de afsluiting van zoveel prettig gestemde, easy going jonge meisjesgeuren.

RUIK & VERGELIJK

En ondertussen verschenen ook nog:

Vera Wang Anniversary (2010)

Vera Wang Love Struck (2011)

25 INDOCHINE PARFUMERIE GENERALE

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 6, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET CIJFERS, GEURENALFABET I, NICHE. 3 reacties

EEN ZWOEL-WARME GEUR VOOR KOUDE DAGEN

EEN ZWOEL-WARME GEUR VOOR WARME DAGEN

Jaar van lancering: 2011

Laatst aangepast: 06/01/12

Neus: Pierre Guillaume (foto onder)

Indochina was voor Frankrijk wat voor ons Indonesië ooit was: een unie (anno 1887) van koloniën/protectoraten (Tonkin, Annam, Cochinchina, Cambodja en vanaf 1893 Laos). Het viel na de Tweede Wereldoorlog uiteen, maar de verschillende gebieden bleven geassocieerd met Frankrijk tot aan hun onafhankelijkheid in 1954. Net zoals veel Nederlanders hebben ook veel Fransen een geromantiseerd beeld ‘van die goede oude koloniale tijd’.

En zie je steeds meer terug op expo’s, in docu’s, in films, in boeken, in vakantiefolders en in ‘vergeten’ familiealbums uit lang vervlogen tijden. Pierre Guillaume liet zich voor zijn 25ste geur (!) inspireren door een serie vergeelde foto’s uit 1920 waar een reisje langs de rivier Mekong op de gevoelige plaat werd vastgelegd. Je hebt niet veel fantasie nodig om je daar iets bij voor te stellen. Iets moeilijker wordt het om deze gestolde herinneringen vast te leggen in een geur. Waar kies je voor: buigend bamboe wiegend in de zonnige rivieren, de bezwangerde lucht van tropische bossen weldra bevrijd door een regenbui, lokale kruiden die je opsnuift op die ‘zo enige en authentieke marktjes’?

Guillaume kiest voor het laatste. Hij brengt 25 IndoChine geurtechnisch in kaart door het mengen van inheemse en geliefde culinaire en ‘decoratieve’ bestanddelen: honing uit Laos, peper uit Cambodja, kardemon uit Ceylon en tanakha-hout uit Birma dat wordt gebruikt in cosmetica en qua geur veel overeenkomsten schijnt te hebben met sandelhout alleen wat groener.

Maar 25 IndoChine draait eigenlijk om één ingrediënt dat in de parfumwereld door zijn complexe karakter – kruidig, ‘vanillezoet’, zwoel, aards, poederig – zeer geliefd is en voornamelijk in de basis wordt gebruikt ter fixering/afronding/bevordering van het sensuele karakter: benzoïne afkomstig van de styraxboom uit Siam.

Ook geliefd en belangrijk als onderdeel van wierook: in het Arabisch heet het lubān jāwī, ofwel ‘wierook van Java’. Moorse handelaars verbasterden het tot benjawi, Italianen tot benjuì om uiteindelijk ‘internationaal’ bekend te worden als benzoë.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Ik weet niet of ik gestuurd werd door de vergeelde en ‘verbruinde’ foto’s, maar 25 IndoChine roept een sterk sentimenteel gevoel op. Ook heel raar: ik heb associaties met Shalimar van Guerlain uit 1925, alleen is 25 IndoChine ruwer, ‘lokaler’, minder westers en dus minder gepolijst dan dé oriëntaalse klassieker van de 20ste eeuw.

Prachtig om te ruiken hoe het balsemachtige benzoïne (foto), qua zoetheid rijker en dieper dan vanille, zich omringt met honing die de duidelijk waarneembare kruidigheid van kardemon en peper wat tempert. Wat nog eens versterkt wordt door het zachte hout. Ook fijn: de geur wordt niet gesmoord in vanille en amber – logisch die worden niet van nature in Indochina gevonden – wat met veel oosters geuren vaak het geval is, waardoor de gelaagdheid van benzoïne in 25 IndoChine zich beter kan verspreiden.

Een ding: ondanks de zeer geslaagde poging om met alternatieve ingrediënten een oosterse en mystieke geur zonder een te nadrukkelijke gourmand ‘bijsmaak’ te creëren, heb ik er toch een hoog geurkaars-gevoel bij en met een glas cognac voor de open haard met of zonder familie en/of goede vrienden. Maar dat zegt waarschijnlijk meer over mij.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Ik dacht ‘ik heb eerder van tanakha gehoord, eerder geroken’. Nadenken, nadenken en toen rook ik de geur als het ware weer:

Kenzo Amour (2006)

Dat het Verre Oosten ook een helder, regenachtige impressie als parfum kan opleveren zonder aan kruidigheid in te boeten, bewijst:

Hermès Un Jardin après la Mousson (2008)

PEUT-ETRE – MAISON LANCOME – LANCOME

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 5, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET P, NICHE, VINTAGE. Een reactie plaatsen

‘EEN VIERING VAN BIJZONDERE MOMENTEN OPGEHANGEN IN DE TIJD’

Jaar van lancering: 1937/2008

Laatst aangepast: 05/01/12

Neus: Nathalie Lorson

De wereld is in ban van vintage: producten die kenmerkend en smaakbepalend voor een bepaalde periode zijn. In dit kader lanceerde Lancôme al begin jaren negentig La Collection: vergeten, maar legendarische parfums van het cosmeticahuis. Een van die geuren is Peut-Etre.

Natuurlijk heeft de oprichter van Lancôme, Armand Petitjean (1884-1964), de volgende pr-tekst (bestond toen eigenlijk nog niet zoals we het nu kennen) niet zelf bedacht toen hij in 1937 zijn negende of tiende parfum presenteerde (hetzelfde jaar verscheen ook Gardénia): ‘Alleen in haar geliefde Franse tuin, wandelt een vrouw tussen rozen, sering, iris en jasmijn. Ze denkt aan hem, wetende dat hij van haar houdt. Ze hoopt dat hij een teken zal geven dat al haar twijfel uitbant. Een briesje met bloemblaadjes steekt op en streelt haar huid en haar’.

Vervolgens ‘sluit haar ogen en laat haar zintuigen verleiden door de tuin. Ze hoort voetstappen, opent haar ogen en kijkt in die van hem. Ze neemt een nieuwe intensiteit waar in zijn blik. Hij heeft iets in zijn handen. Iets belangrijks staat te gebeuren… peut-être… perhaps’.

Wie weet – zo Lancôme! – is het wel een ring… Het werd bedacht door de marketingafdeling van Lancôme om de opname van Peut-Etre in La Collection in 2008 te voorzien van een verhaal. Wel typisch Lancôme, maar niet echt nodig; het ondermijnt een beetje de vanzelfsprekende status van het parfum dat het tot 1956 – afgezien van de naamsverandering: Peut-Etre werd Qui Sait – voornamelijk op inhoudelijke kracht heeft gedaan.

In 2010 werd La Collection voor de vierde keer gepresenteerd. Andere flacon, andere naam – Maison Lancôme – met een in eerste instantie beperkt aanbod: het nu anders geschreven 1001 Roses (1999), Balafre (1967) en Peut-Etre.

Dit zegt Lancôme anno 2010: ‘Claimt niet. Het is zowel een vraag als een antwoord. Peut-Etre staat symbool voor jeugd, de subtiele frisheid van de lente. Een viering van bijzondere momenten opgehangen in de tijd’.

Merkwaardig: de Franse site vermeldt de nieuwe serie nog niet. Onder de oude noemer La Collection alleen Climat (1967) en Trophée (1982). En dat voor weggeefprijzen. De eerste kost € 52,50, de tweede € 49,25. Terwijl voor Peut-Etre, 1001 Roses en Balafre – alleen verkrijgbaar bij de Bijenkorf – € 147,50 wordt gevraagd.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Lancôme vroeg Nathalie Lorson de geur opnieuw tot leven te wekken. Dat lijkt me een eer, een uitdaging én moeilijk. Want hoe ga je met de originele receptuur om? Volgens ‘overlevering’ viel Peut-Etre op door de combinatie van de ‘DNA-bloem’ van het huis – inderdaad – de roos gecombineerd met iris en… lindebloesem. Laatste was een erg populair ingrediënt tijdens het interbellum. Nu ruik je het zelden in geuren. En helemaal niet in de nieuwe versie. Het accent werd verlegd naar de roos en de iris. De lindebloesem werd vervangen door sering, die weliswaar op een andere manier toch een typisch ‘voorjaarsingrediënt’ is.

Hiermee opent dan ook Peut-Etre. Het frisbloemige aroma hiervan blijft even hangen om vervolgens op te gaan in hart van centifoliaroos (foto) waarvan de fruitig-bloemige zoetheid heel poederig wordt door iris. Jammer alleen dat de verfijning van deze fragiele combinatie teveel verdwijnt in de nogal opdringerige basis van amber en musk.

Het effect: Peut-Etre wordt hierdoor voor mij iets te zoet, te gewoon sensueel en te eendimensionaal. Meer masstige, dan niche en vintage. Maar, dat is dan wel weer ‘grappig’: het krijgt hierdoor een zekere ‘huideigen-effect’ nu zo populair. Denk: Shalimar Parfum Initial van Guerlain, Estée Lauders Sensuous Nude, Dahlia Noir van Givenchy en Thierry Muglers Angel Eau de Toilette van – allemaal gelanceerd afgelopen najaar.

RUIK & VERGELIJK

Ze heeft inmiddels meer dan zeventig geuren op haar naam staan. En Nathalie Lorson doet niet moeilijk: van eenvoudige sportieve geurtjes (Adidas’ Floral Dream 2005) via celebgeuren (Signature van David en Victoria Beckham in 2009) naar prestigeparfums. En die zijn toch de mooiste. Waarvan getuigen:

Lalique Encre Noire (2006)

Le Labo Poivre 23 (2008)

Acqua di Parma Profumo (versie 2008)

Olfactive Studio Autoportrait (2010)

Balmain Carbone de Balmain (2011)

JUNIPER SLING PENHALIGON’S

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 4, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET J, NICHE. Een reactie plaatsen

G&T FOR THE BYT

OFWEL GIN & TONIC FOR THE BRIGHT YOUNG THINGS

Jaar van lancering: 2011

Laatst aangepast: 04/01/12

Neus: Olivier Cresp

Ik wou onlangs stamppot zuurkool maken. Als extra voeg ik altijd laurierblad, kruidnagel en jeneverbes toe. Maar ik was door mijn voorraad jeneverbes heen. Dus ik naar Appie Hein; verkoopt ze niet meer. Ik naar de Gebroeders Koeiedoder in de Amsterdamse Pijp, een bekend ‘kruidenadresje’.

Blijkt die al jaren geleden zijn deuren te hebben gesloten. Uiteindelijk slaagde ik bij een ouderwetse drogisterij in de Nieuwmarktbuurt. Waarom toch deze zoektocht naar jeneverbes? Omdat het zo’n lekkere donker-kruidige noot (die toch heel etherisch en luchtig is) geeft aan gerechten.

Jeneverbes wordt in de parfumerie over het algemeen gebruikt om een geur een koel-kruidige injectie te geven en de laatste jaren voor een ‘sterke drank’-indruk.

Met name die van (London dry) gin, de Engelse ‘overgeparfumeerde’ variant op de Nederlandse jenever (als je juniper ‘vernederlandst’ krijg je jenever). Is ook de bedoeling van Penhaligon’s Juniper Sling die is namelijk geïnspireerd op London dry gin én de Bright Young Things die het héél véél dronken tijdens het interbellum; de fashionable, trendsettende en bohemienachtige elite.

Die verzamelden zich in de jaren twintig in allerlei alternatief-hippe uitgaansgelegenheden. De belangrijkste gangmakers waren onder meer – een van mijn favoriete persoonlijkheden uit de vorige eeuw – Nancy Mitford (schrijfster van onder meer Love in a Cold Climate, Pursuit of Love en portretten van Madame de Pompadour en Frederik de Grote), Cecil Beaton (fotograaf, schilder, set decorator en man met heel veel smaak; hij deed onder meer de kleding voor My Fair Lady – 1964 – met Audrey Hepburn) en Evelyn Waugh (het bekendst van zijn boek Vile Bodies uit 1930 waarin hij deze scene beschrijft).

Deze wereld komt mooi tot leven in het vaak hilarische boek The Mitfords Letters Between Six Sisters uit 2007. En ook zo waar in Juniper Sling. Alleen minder alcoholisch – te weinig jeneverbes naar mijn smaak – in de opening, dan je hoopt.

En hoewel de geur in zijn traject van opening naar basis goed te volgen is, heeft Juniper Sling niet veel ‘staying power’ en is het eindresultaat anders dan je afgaande op de ingrediënten zou verwachten: vetiver in samenwerking met ambrox neemt de overhand.

Dus had voor mij de geur Vetiver Sling mogen heten. En is het welbeschouwd een erg toegankelijke en makkelijke geur verpakt in een ‘gedegen vintage-adres’. Met andere woorden: Vetiver Sling had ook de nieuwe frisse en relaxte geur van Giorgio Armani, Yves Saint Laurent of Gucci kunnen zijn.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Oink, inderdaad een energieke eruptie van jeneverbes (foto) die is als een vallend ijsklontje in een glas gin. En, verdomd, engelwortel en sinaasappelbrandy neem je op de achtergrond lichtjes waar. Laatste linkt zich mooi met kaneel. In de tweede helft staat de jeneverbos zijn plaats af aan kardemon.

Gaan eerst nog samen op met op de achtergrond – heel goed ruiken! – leer en het iets duidelijker waarneembare iris. De zwarte peper ontgaat me. Niet de basis van Juniper Sling waarin de transformatie plaatsvindt, waarin de ‘gin’ verdwijnt in een stevig vetiver- en ambroxnoot begeleid door – origineel – bruine suiker en ‘zwarte kers’. Die geven een subtiele zoetige nuance. Maar om die te ontwaren, daarvoor moet je wel een hele scherpe en verfijnde neus hebben.

RUIK & VERGELIJK

Jeneverbes ruik je heel mooi en duidelijk in:

Versace The Dreamer (1996)

En ruikende aan Juniper Sling moet ik heel erg denken aan:

Creed Vetiver Original (2004)

EAU DE PARADIS BIOTHERM

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 3, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET E. Een reactie plaatsen

‘EAU D’EDEN’

Jaar van lancering: 2010

Laatst aangepast: 03/01/12

Neus: Bernard Ellena

Model: Sasha Pivovarova

Fotograaf: Marc Segal

Dacht dat ik deze geur al had besproken. Not. Nu een goede gelegenheid gezien Eau de Paradis samen met Eau Vitaminée (1999), Eau d’Énergie (2006) en Eau Pure (2008) binnenkort ook wordt aangeboden in een tasflacon ontworpen door Vanessa Bruno. Eerlijk gezegd: ontworpen vind ik nogal een groot woord voor deze simpele cilinders (inhoud 20ml) die bedekt zijn met een plastic coating waarvan de kleur refereert aan de inhoud en waarvan de verpakking alleen een ‘Vanessa Bruno’-touch heeft. Als je het zo noemen wilt. Voor Eau de Paradis is dat grenadineroze.

Bij het paradijs denkt Biotherm aan een plek in het hiernumaals. Dit hof van Eden is niet exact topografisch aangegeven, maar bevindt zich in ieder geval ergens in de tropen en op een eiland. ‘Daar’ deed Biotherm de inspiratie op voor deze fris-fruitige geur die zijn noten verspreidt als een opstijgende dauw waaruit bloemen opbloeien die zich laten verwarmen door de zon, en je – meestal om te beginnen – thuis het gevoel geeft alsof je ontwaakt in een tropische paradijs.

Heb je nog behoefte aan een gebruikersprofiel? Bij deze: ‘Voor de vrouw die midden in het leven staat, geniet van een onschuldige flirt en samen met haar geliefde geniet van een verleidelijk aroma’. Tja, dat snap ik niet helemaal. Zal wel te maken hebben met het feit dat Biotherm als cosmeticamerk steeds meer lifestyle-trekken krijgt: de modellen worden steeds jeugdiger en ‘topmodelleriger’ – zie het aantrekken van Sasha Pivovarova als ambassadrice en de verpakking wordt minder sec maar des te meer decoratief – zie de bijdrage van Vanessa Bruno.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Opvallend, van alle ‘actieve’ eaux doet Eau de Paradis het minst voor geest én lichaam. Dat komt omdat het percentage essentiële oliën met hun veronderstelde werking op de psyche – zo goed te ruiken in Eau Vitaminée en Eau d’Énergie – plaats hebben gemaakt voor een ‘smaak’ die het de laatste jaren erg goed doet bij jonge vrouwen (zie het model): rood fruit.

En die wordt in negen van de tien gevallen niet ontrokken aan de vrucht en/of schil, maar is een combinatie van geurmoleculen die deze rode aroma’s oproepen. In dit geval rode bes, framboos en granaatappel die om ze een meer natuurlijke uitstraling te geven, worden gecombineerd met ‘echte’ zwarte bes en Italiaanse citroen.

Deze rode golf houdt heel lang aan, is overvloedig waardoor je de roos en fresia in het hart moeilijk(er) kunt onderscheiden. Niet de basis; duidelijk waarneembaar de musk verpakt in ceder- en sandelhout.

RUIK & VERGELIJK

In het persbericht: ‘Als eerbetoon aan de geliefdste bodysprays presenteert Biotherm de legendarische geuren…’. Dat is op zijn zachtst gezegd vreemd. ‘De geliefdste’ suggereert dat er ook nog andere bodysprays in het assortiment zijn. Niet meer in ieder geval.

En legendarisch? Wil je deze omschrijving geven aan een geur, dan komen eerder N° 5 (1921) van Chanel, Shalimar (1925) of bijvoorbeeld Joy (1935) van Patou in aanmerking. Hoe dan ook, niet alleen de uitstraling ook de inhoud wordt steeds meer ‘fashionable’. Volg de geurontwikkeling van Biotherm via:

Biotherm Eau Vitaminée (1999)

Biotherm Eau d’Énergie (2006)

Biotherm Eau Pure (2008)

Biotherm L’Eau Vanessa Bruno (2010)

DEEP ROSE MONTALE

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 2, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET D, NICHE. Een reactie plaatsen

ZOETE ROOS, ZOETERE ROOS, ZOETSTE ROOS

Jaar van lancering: 2009

Laatst aangepast: 02/01/12

Neus: Pierre Montale

Montale heeft op dit moment tien ‘pure’ roosgeuren in de collectie. En daarvan heb ik velen geroken, maar nog weinig besproken. Ik begin met door de eenvoud zijn meest toegankelijke: Deep Rose. Dat komt grotendeels door het feit doordat het fetish-ingrediënt van Montale – bijna – schittert door afwezigheid: oud.

Dit is wat de gemiddelde ‘westerling’ zich bij een puur rozenparfum voorstelt. En dan nog steeds: Deep Rose is voor westerlingen wellicht nog te zoet, nog te bloemig – dus te oosters. Die zien graag ook lichte, sprankelende noten toegevoegd. Denk aan klassiekers op dit gebied: Paris (de eau de toilette-versie) uit 1983 van Yves Saint Laurent en Calvin Kleins Eternity (1988). Of van iets recenter datum: Chloé’s Chloé Eau de Toilette (2009) en Early Roses (2010) van Teo Cabanel.

Montale heeft het niet zo op inspiratiebronnen. Het lanceert liever geuren… iets teveel naar mijn smaak. Het is aan de koper om al ruikende aan de geuren wel of niet in vervoering te raken, dan wel of niet de behoefte hebben dit op te schrijven en dan wel of niet te delen. Bij mij gebeurt er ook weinig. De eerste reactie: eerder geroken. De tweede: best wel zoet. De derde: inderdaad roos ‘op z’n oriëntaals’. De vierde: mooi, maar een beetje vlak, echt raffinement ontbreekt.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Heel even, maar dan ook heel even: een knisperende noot van groene mandarijn (uit Argentinië). Je wordt eigenlijk direct overrompelend door roos. Eerst de onschuldige, luchtige pioenroos die als het ware de weg vrijmaakt voor de Bulgaarse roos, die je in zal zijn ‘deepheid’ ruikt: zoetig, met een fruitige noot, maar vooral vol. En die volheid krijgt een zijde- en coconachtige ondertoon door amber maar vooral witte musk. En je moet heel goed ruiken, wil je het oud kunnen detecteren, gezien de kracht van de witte musk.

RUIK & VERGELIJK

Nog negen te gaan…

Montale Aoud Damascus (20??)

Montale Aoud Queen Roses (20??)

Montale Aoud Roses Petals (20??)

Montale Attar (20??)

Montale Crystal Flowers (20??)

Montale Golden Aoud (20??)

Montale Orient Extrème (20??)

Montale Roses Musk (20??)

Montale Taif Roses (20??)

 

Berichtennavigatie

← Oudere inzendingen
Nieuwere berichten →
  • Meest recente berichten

    • Sal y Lemon Carner
    • Layton Exclusif Parfums de Marly
    • Cerana Nectar Olfactive
    • Walk like a Man (to Man)
    • Rose du Désert Houbigant
    • Orchidée Yves Rocher 
    • Cavort Fragrance du Bois
    • Beat Café Jusbox
    • Gold Fair in Mayfair Atkinsons
    • À l’Ombre d’Artémis Hellenist
  • Archief

  • Categorieën

    • AANBIEDINGENBAK
    • ACHTERGROND
    • CELEB FRAGRANCES
    • ECO
    • EDUCATIE
    • ENTERTAINMENET
    • ENTERTAINMENT
    • GEUR IN DE MEDIA
    • GEURENALFABET A
    • GEURENALFABET B
    • GEURENALFABET C
    • GEURENALFABET CIJFERS
    • GEURENALFABET D
    • GEURENALFABET E
    • GEURENALFABET F
    • GEURENALFABET G
    • GEURENALFABET H
    • GEURENALFABET I
    • GEURENALFABET J
    • GEURENALFABET K
    • GEURENALFABET L
    • GEURENALFABET M
    • GEURENALFABET N
    • GEURENALFABET O
    • GEURENALFABET P
    • GEURENALFABET Q
    • GEURENALFABET R
    • GEURENALFABET S
    • GEURENALFABET T
    • GEURENALFABET U
    • GEURENALFABET V
    • GEURENALFABET W
    • GEURENALFABET X
    • GEURENALFABET Y
    • GEURENALFABET Z
    • IL GIARDINO PROFUMATO
    • IN MEMORIAN
    • INTERESSANTE EN TIJDLOZE COLUMNS VAN ERIK ZWAGA 2005
    • KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • KLASSIEKERS IN DE AANBIEDINGENBAK
    • KLASSIEKERS OPNIEUW GEROKEN
    • KLASSIEKERS VAN DE TOEKOMST
    • LIMITED EDITION
    • MASSNICHE
    • MASSTIGE
    • MOET JE ECHT RUIKEN
    • NEO NICHE
    • NICHE
    • NICHE IN DE PARFUMERIEKETEN
    • NIEUW! NIEUW! NIEUW!
    • NIEUWE KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • NOSE JOB: PERFUMERS THAT MATTER(ED)
    • OPVALLEND PARFUMNIEUWS
    • OUDE FILMS MET PARFUMINFO
    • PARFUM = PARFUN
    • PARFUM IN DE MEDIA
    • PIEDESTAL POUR DES PARFUMS
    • PORTET
    • PORTRET
    • TAX FREE
    • TRENDANALYSE
    • TRENDS TOEGELICHT
    • Uncategorized
    • VINTAGE
    • WAT RUIK IK EIGENLIJK?
    • ZOU VERBODEN MOETEN WORDEN OF NIET?
  • Meta

    • Account maken
    • Inloggen
    • Berichten feed
    • Reacties feed
    • WordPress.com
Blog op WordPress.com.
GEURENGOEROE
Blog op WordPress.com.
  • Abonneren Geabonneerd
    GEURENGOEROE
    Voeg je bij 125 andere abonnees

    Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.

  • GEURENGOEROE
    Site in de Reader weergeven
    Beheer abonnementenAanmeldenInloggen
    Deze inhoud rapporteren
    Deze balk inklappen
Reacties laden....