GEURENGOEROE

P.O.P: POPE OF PERFUMES

  • Home

BALAFRE – MAISON LANCÔME – LANCÔME

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 19, 2011
Geplaatst in: GEURENALFABET B, KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN, VINTAGE. Een reactie plaatsen

TERUG VAN GEWEEST VOOR EEN GROTER PUBLIEK:

EEN KLASSIEKER VOOR DE MAN VAN LANCOME

Jaar van lancering: 1967, 2009

Laatst aangepast: 02/01/12

Neus: onbekend

Lancôme is het eerste cosmeticahuis dat begin jaren negentig met La Collection avant la lettre het vintage-principe in de parfumerie introduceerde. In La Collection werden ooit legendarische geuren opnieuw gepresenteerd. Qua presentatie heeft het cosmeticahuis moeite gehad een duidelijke lijn te trekken. De flacons zijn in de loop der jaren drie keer veranderd. En ook de collectie zelf is niet constant. Tot nu verschenen in de lijn: Cuir (1936), Peut-Etre (1937), Clîmat (1967), Sikkim (1971), Sagamore (1985) en Mille et Une Roses (1999). Laatste werd in 2006 toegevoegd en heette oorspronkelijk 2000 et Une Rose.

Dit jaar wordt La Collection voor een vierde keer opnieuw gepresenteerd. Andere naam – Maison Lancôme – met een in eerste instantie beperkt aanbod die wellicht wordt uitgebreid: Peut-Etre, het nu anders geschreven 1001 Roses en de volgens Lancôme bij vrouwen ooit populaire mannengeur Balafre.

Wat ben ik blij dat deze geur opnieuw wordt gelanceerd. Ik wist dat hij al een tijd alleen te koop was bij Institut Lancôme, 29 rue du faubourg st. Honoré in Parijs. En rook er af en toe aan bij een vriendin die nog een oude flacon had staan. En dan komt altijd weer een oom van moederskant om de hoek kijken, hij droeg toen ik nog rondom tien was Balafre vol overgave.

De naam schijnt te gebaseerd of op de bijnaam – Le Balafré – van de krijgshaftige en oorlogslievende Henry I de Lorainne, Prince de Joinville, Duc de Guise, Duc d’Eu (1550-1588) of zijn vader Francis II de Lorraine, Prince de Joinville, Duc de Guise, Duc de Aumale (1519-1563). De eerste werd de ‘gelittekende’ genoemd, nadat hij tijdens de slag van en Dormans (1775) onder meer in zijn gezicht gewond was geraakt. Wanneer de tweede; dat weet men niet meer.

Balafre betekent ook ‘nu nog’ in het Frans een – flink – litteken; een mooie naam die als het ware symbolisch het effect van de geur weergeeft. Want de geur valt nog steeds op door zijn ongehoorde, bijna minerale scherpte.

En dat nu niet alleen de parfumwereld al jaren wordt overspoeld door variaties op populaire geuren, blijkt wel uit de lancering van Balafre Vert (1973), Balafre International en Balafre Brun (exacte jaartallen onbekend) begin jaren zeventig.

Jammer is dat Lancôme niet de naam van de neus vermeld, en dat bevreemd des te meer gezien de statige en ‘historische’ presentatie van de Maison Lancôme-serie die helemaal past in de huidige marketingstrategie van het merk: de ervaring van de geschiedenis tonen als richtlijn voor de toekomst.

Let op: alleen te koop bij de Bijenkorf.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Bij de eerste druk op de verstuiver komt er een enorme scherpe frisheid vrij die doet denken aan een ouderwetse eau de cologne. Wordt opgeroepen met bloemig-fris bergamot en dito neroli. Voor de eigenlijke scherpte is cipres verantwoordelijk, met zijn beetje terpetijnachtige nuance. Hiermee wordt groene toon gezet die wordt, versterkt door het droogkruidige en bittere salie en en zonnig-groen oregano. Hierachter verbergt zich in het hart de zoetige lavendel en ‘rozerige’ geranium.

Maar het ingrediënt dat de meeste aandacht opeist is toch galbanum – nu weer helemaal hipper de hip in nichekringen door (untitled) van Martine Margiela (2010). Die was in de oudere versie intenser, dus fris-sensueler.

En dat geldt ook voor de afronding van amber, leer, musk, patchoelie en vetiver – deze typische en klassieke mannelijke mix ruik je nu heel bescheiden. Wel duidelijk present en te ruiken: de sandelhoutnoot die de hele geur een zonnige warmte, droogte en verdieping geeft. Maar nog steeds een prachtig voorbeeld van een klasieke varengeur: mannelijk, elegant, maar nooit schreeuwerig en macho.

RUIK & VERGELIJK

Nou, wat mij betreft mogen de late sixties en early seventies herleven wat mannengeuren betreft. Die waren strak, chic, mannelijk, maar niet al te verfijnd…

Nina Ricci Signoricci (1965)

Helena Rubinstein Men’s Club (1966)

Capucci Pour Homme (1967)

Puig Aqua Brava (1968)

Rochas Monsieur (1969)

Hermès Equipage (1970)

Balenciaga Ho Hang (1971)

Pierre Cardin Men’s Cologne (1972)

Paco Rabanne Pour Homme (1973)

HOMME DAVID BECKHAM

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 17, 2011
Geplaatst in: CELEB FRAGRANCES, GEURENALFABET H. Een reactie plaatsen

DAVID BECKHAM NIET GEBOTTELD ALS OBJECT VAN VERLANGEN, MAAR ALS EEN KLASSIEKE HOMME MET EEN GETATOEEERD KANTJE

Jaar van lancering: 2011

Laatst aangepast: 17/12/11

Neus: Pierre Negrin

Model: David Beckham

Fotografie: Steven Klein

Zegt de site van parfumerieketen Douglas: ‘Homme vangt het temperament van David en presenteert zich als de ultieme expressie van mannelijkheid’. Dat is facet nummer een.

Nu het tweede facet, maar dan volgens de site van de concurrent, Ici Paris XL: ‘Ervaar het charisma en de geraffineerdheid van David Beckham met zijn nieuwe geur’.

Laatste keten beweert bovendien dat er dahlia – in parfumkringen een nu erg intrek zijnde symbolische bloem – in het hart zit. Niet dus, afgezien van het feit dat ze helemaal geen (noemenswaardige) geur afscheidt. En David Beckham zegt zelf over zijn Homme: ‘Ik wilde een modern en mannelijk parfum creëren waarin mijn persoonlijke stijl terugkomt. Het parfum is vernieuwend met een vleugje klassiek’.

Nou, dan heb je het wel in een notendop. In de print- zowel als de tv-campagne oogt de stervoetballer meer volwassen. Alleen is de make-upstylist tijdens de advertentieshoot met haar/zijn hand uitgeschoten: iets te veel bronzing powder naar mijn gevoel.  En de wenkbrauwen: wel heel erg vet aangezet. De tv-campagne is erg up-market gericht en zweeft tussen Force (2010) van Biotherm en Pure (2008) van Hugo Boss: het lichaam dat zijn kracht test en vervolgens verkoeling als prijs krijgt.

Kun je ook van de inhoud – flacon heeft, als je goed kijkt een hoog Comme des Garçons-gehalte – zeggen: stel ik moest een blindtest doen. En de nieuwste geur van David Beckham zou er ook tussen zitten, grote kans dat ik Homme zou plaatsen in het prestigesegment, en het hoogstwaarschijnlijk op een geur van Hugo Boss of Giorgo Armani zou houden. De geur heeft voor een midprice-celebgeur iets aangenaams en verrassends volwassens, en dat komt met name…

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

… door de vertaling van een nu populaire geurtrend bij mannen: de fris-groen-kruidige-houtgeur.

Homme opent citrusfris met grapefruit, geprikkeld door gember en peper. Deze frisse kruidigheid wordt groener in het hart door rozemarijn. Dan neem je de eerste houttonen waar: kasjmierhout voorzien van vleugje leer die steeds sterker worden in basis: mahoniehout, patchoeli en musk.

Opvallend de zachtheid en sensualiteit van het kasjmierhout wordt versterkt door de musk in de basis.

En toch wordt Homme nooit te intens. En toch is Homme abstract. Wil zeggen de opgevoerde groene en houtige houttonen, kun je niet stuk voor stuk echt waarnemen, ze vormen samen het idee van groen en hout. En de frisheid van de opening, blijf je ook lang na de opening ruiken.

RUIK & VERGELIJK

Celebs en geuren: blijft toch echt een vrouwending. Dit jaar verscheen er, naar mijn weten, van slechts één andere mannelijke beroemdheid een geur:

Antiono Banderas The Golden Secret (2011)

EO 01 BIEHL

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 15, 2011
Geplaatst in: GEURENALFABET E, NICHE. Een reactie plaatsen

KUNST OMDAT HET MOET;

DECENTE OPULENTIE, DISCRETE LUXE

Jaar van lancering: 2006

Laatst aangepast: 15/12/11

Neus: Egon Oelkers

Artistic direction: Thorsten Biehl (foto)

Neuzen hebben het tegenwoordig niet makkelijk. Tenminste als ze voor de grote geurproducenten werken. Dat is lopende bandwerk waarin weinig plaats voor creativiteit. En ook zo tegen de creatieve vleug instrijkend: ze zich moeten laten inspireren door de marketingverhalen van de opdrachtgever. Zo gaat het verhaal. Er zijn inmiddels veel neuzen en marketeers die, moe van dit alles, voor zichzelf  beginnen.

To name a few: Le Labo (2006), Etat Libre Orange (2007), By Kilian (2007), Atelier Cologne (2010) en Olfactive Studio (2011). En andere mogelijkheid voor neuzen: onderdak vinden bij ‘huizen’ waar ze geuren kunnen creëren als kunstwerken zonder ‘kostenplaatje’ te hoeven denken. Guerlain doet het in zekere zin met de L’Art et La Matière-serie (2005).

En Biehl werd er speciaal voor opgericht in Hamburg: ‘Een vrije ruimte waar parfumkunstenaars hun buitengewone creaties aan het publiek kunnen presenteren’. En om zichzelf een bestaansrecht te geven, volgt er een nogal pompeuze verklaring waarin onder meer het begrip kunst wordt uitgelegd: ‘Een druk bediscussieerd begrip dat altijd opnieuw wordt geïnterpreteerd. Maar wat blijft is dat kunst een zaak voor de weinigen, niet voor de massa is’.

En: ‘Is parfum ook kunst?’ Het te verwachten antwoord: ‘Bij Biehl op zijn minst. Bij Biehl geen massawatertjes, geen zogenaamde designergeuren’. Wel: ‘Een olfactorische galerie, zonder rekening te houden met marktonderzoek, marketing en maximale marges. Wat telt is kwaliteit en exclusiviteit, en dat heeft niet alleen betrekking op de inhoud’. Zo, nu jij weer!

Dit alles zegt iniatator Horsten Biehl, zoon van de beroemde parfumeur Henning Biehl, die sinds 20 jaar geuren maakt voor – niet bij naam genoemde – klanten over de hele wereld en daardoor contacten onderhoudt met de – niet bij naam genoemde – beste neuzen en – niet bij naam genoemde – creatiefste mensen in de branche. Het vormt het compromisloze, enthousiaste en radikaal-moedige pontentieel van Biehl. Zo, nu jij weer!

Hij is zelf erg te spreken over de presentatie. Heeft volgens hem een hoog smaak-gehalte, want geen supermodelschijnwereld, geen overdreven verpakking en dito flacon waardoor er wordt geconcentreerd op het wezenlijke: de inhoud. Nu hoeft het voor mij niet altijd By Kilian te zijn, maar ik vind het allemaal wel heel erg sober, standaard en calvinistisch.

Niet echt een esthetisch genoegen om naar te kijken deze minimale simpel- en saaiheid. Door Biehl puur genoemd. Ook met de namen is het soberheid troef, waardoor er geen mogelijkheid is om je fantasie te laten prikkelen wat nog eens wordt ‘benadrukt’ door het ontbreken van inspiratiebronnen. Je herkent de genummerde geuren – inmiddels 14 – aan de eerste letter van de voor- en achternaam van een van de zes neuzen: Arturetto Landi, Egon Oelkers, Geza Schön, Hennig Biehl, Marc Buxton en Patricia Choux.

En deze benoeming vinden veel mensen artistiek. Ik: artistiekerig en quasi modern. De allereerste geur werd gemaakt door Egon Oelkers: EO 01. Zijn kenmerken volgens Biehl: harmonie, decente opulentie en discrete luxe die tot uiterst geraffineerde en uitgebalanceerde composities leiden – een synergie van bloesems.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

EO 01 is een ‘samenvloeien van vruchten, kruiden en nobele houtsoorten, een warme balsem voor de ziel’. De opening is heel even fris met nectarine en bloedsinaasappel om vervolgens een zacht-kruidig pad in te slaan besprenkeld met kardemon, abrikoos, nootmuskaat en kokos. Vooral laatste twee ruik je zeer goed.

Alleen, de bloemen verdrinken hierin ook: ‘rozenhout’, iris, orchidee en lelietje-van-dalen. De kruidigheid krijgt door de iris een elegante ‘stoffige’, droog-houtige finish versterkt door vetiver, patchoeli en ceder- en sandelhout. EO O1 ‘implodeert’ in een gourmandachtige, sensuele zoetheid van musk, amber, styrax, vanille, tonkaboon en… de kaneel die samen met nootmuskaat uiteindelijk boven de rest van de compositie uitkringelt.

Zachte en elegante kruidigheid. Maar of hier nu echt sprake is van kunst… dat dan weer niet. Er is geen ‘schok van het nieuwe’ of dat je neervalt van verbazing omdat het gourmandprincipe zo origineel wordt ingevuld.

RUIK & VERGELIJK

En dat maakt van een andere geur, waaraan ik niet alleen direct moet denken, in een keer – als je EO 01 daadwerkelijk als kunst beschouwt – meer bijzonder:

Givenchy Organza Indécence (1999)

Onderstaande twee geuren hebben eenzelfde zoetheid alleen eendimensionaler, meer ‘vanillegericht’:

Dior Addict (2002)

Boucheron Trouble (2004)

De geur wordt ook vergeleken met onderstaande geuren. Ga dat binnenkort ook doen

Frapin Caravelle Epicée (2007)

Parfumerie Générale 18 Cadjmere (2009)

En nu moet ik in ene denken aan:

Serge Lutens Rousse (2009

GOLD MEN AMOUAGE

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 14, 2011
Geplaatst in: GEURENALFABET G, NICHE. Een reactie plaatsen

VOOR WESTERSE BEGRIPPEN EEN ‘VROUWELIJKE’ GEUR

VOOR ARABISCHE BEGRIPPEN EEN ‘MANNELIJKE’ GEUR

Jaar van lancering: 1983/2008

Laatst aangepast: 14/12/11

Neus: Guy Robert

Het blijft vreemd de indeling tussen mannelijke en vrouwelijke geuren en ingrediënten. Sterker, het is een onnatuurlijke classificatie bedacht door de moderne parfumindustrie aan het begin van de twintigste eeuw om het de gewone vrouw en gewone man iets makkelijker te maken in de parfumerie.

Gewone… moet je eigenlijk tussen aanhalingstekens plaatsen, want het was voornamelijk de oude (blauwbebloeden en aanverwante ‘van huis uit’ gefortuneerden) en nieuwe elite (de eerste generatie selfmade miljonairs en filmsterren) voor wie parfumeren toen een vanzelfsprekend onderdeel was van het dagelijkse ‘schoonheidsritueel’.

Pas vanaf de jaren zestig toen het parfum zich met name in de westerse democratiseerde, delen steeds meer ‘Jan en Jannies met de Pet’ in de dagelijkse parfumvreugde. En voor hen werden typische vrouwelijke en mannelijke geuren ontwikkeld met begeleidende ‘geslachtsbepalende’ campagnes. Dat voorkwam dat je als man een vrouwelijk parfum zou kopen en vice versa.

Vrouwelijk kort door de bocht: bloemen en sensuele grondstoffen. Voor de man kort door de bocht: citrus, varen, hout. En deze indeling is eigenlijk zeer westers. Zo wordt in het Nabije, Midden en Verre Oosten heel anders gedacht over deze indeling. Sterker, die heeft eigenlijk nooit bestaan.

Dat onderga je mooi en wonderschoon in Gold Men. Eerlijk gezegd is deze geur mij een beetje ontgaan. Zeker in het jaar van de lancering, toen ik toch al een beetje, heel erg into geuren was en toen nog Amouage pour Homme werd genoemd. Maar om bij het 25jarig jubileum stil te staan werd de geur in 2008 omgedoopt tot Gold Men. Voor de westerse man en vrouw zal die wellicht als zeer vrouwelijk overkomen, door de sterke nadruk op bloemen.

De homsite raadt trouwens aan de geur vooral ’s avonds te dragen vanwege zijn rijkdom ‘in sophistication and splendour’. Heb ik dus gedaan onlangs – ‘testing, testing’ – tijdens een bezoek aan de opera van Brussel. Had op mijn linker pols Gold gespoten en op mijn rechterpols Gold Men. Liet het verscheidene kennissen en onbekenden tijdens een afterparty ruiken, en verdomd: iedereen die polshoogte kwam nemen, vond beide geuren elegant, mooi, maar… vrouwelijk. Hoe komt dat nou?

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Nou, inderdaad door de sterk-sensuele nadruk op bloemen. Want Gold Men is de mannelijke versie van Gold. Alleen aan de basis werden ‘mannelijke’ ingrediënten toegevoegd om de geur donkerder en ‘houtiger’ te maken. Eikenmos (foto) en patchoeli dus.

Voor ‘de rest’ is de geur hetzelfde. Dus eerst, geen klassiek-westers frisse opening maar een prachtige en originele combinatie van wierook, cistus labdanum en lelietje-van-dalen.

Wierook maakt deze lentebloem merkwaardigerwijze niet rokerig, maar geeft het een zijdezacht spoor waardoor je eerder de indruk krijgt ‘melkig’ mirre te ruiken. En de cistus labdanum is de aanzet tot de muskachtige all over-impressie van Gold Men.

Het hart is een super elegante ontmoeting tussen jasmijn en iris waardoor het geheel nog bloemiger wordt. En het lijkt alsof in de basis ook iets meer ambergris en civet is toegevoegd, om het totaalidee ‘mannelijker’ te maken. Het eindresultaat: een über-elegante geur die niets stoers heeft. Mannelijke verfijning ten top zonder decadent of ‘verwijfd’ te worden.

RUIK & VERGELIJK

Nou, in dit geval nogal obvious. En wat zou er gebeuren als je Gold Men mengt met:

Amouage Gold (1983)

GOLD FLOWERS MONTALE

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 14, 2011
Geplaatst in: Uncategorized. Een reactie plaatsen

EEN VOLLE EN TEGELIJKERTIJD FRISSE TUBEROOS, KAN DAT?

Jaar van lancering: 2009

Laatst aangepast: 14/12/11

Neus: Pierre Montale

Eindelijk eens een geur van Montale waarin zijn overrompelende signatuur-ingrediënt schittert door afwezigheid: oud. Maar in Gold Flowers bloeit wel een bloem met bijna evenveel effect: tuberoos. Deze leliesoort is de laatste jaren door bijna elk zich respecterend parfumhuis tegen het licht gehouden.

So what’s new aan Gold Flowers? Ik zeg: licht. Niet qua sterkte, maar qua ‘straling’. Het is alsof de ochtendzon over de tuberoos schijnt en de dauwdruppels die op de blaadjes kleven verfrissend zacht kust.

Maar dat wil niet zeggen dat Gold Flowers een lichte geur is. Integendeel, de tuberoos is omnipresent maar niet zoals in de tuberoosklassieker Fracas van Robert Piguet (1949). Hierdoor wordt de geur makkelijker om te dragen. Misschien een vreemde associatie, maar ik vind Gold Flowers echt een parfum voor prinses Máxima voor als ze overdag het land intrekt om bijvoorbeeld minima ervan te overtuigen dat ze voorzichtig moeten omgaan met hun geld of naar het buitenland vliegt om het micro-krediet te promoten.

En ’s avonds tijdens een candlelight diner draagt ze dan het parfumextract van Fracas. Want Gold Flowers is elegant en chic, zonder dat de omgeving teveel wordt bezwangerd met tuberoos.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Gold Flowers opent lichtjes-fris, maar zonder de klassieke citrusopening. En dat is vreemd. Zou het op conto van de peper komen waarachter de tuberoos (foto) zich even schuilhoudt?

Of is het een lichte aldehydentoets, die hoewel niet vermeld als ingrediënt, ik meen te bespeuren. Vervolgens begint de tuberoos te bloeien, zoals de tuberoos in meeste nicheparfums bloeit: vol en geel, maar niet al te smeuïg. Zit een zekere, ijzige koelte aan, alsof de bloemen met een scheermes werden geoogst.

Alleen ontgaat me een beetje de opgevoerde anjer- en kruidnagelnoot. Daarvoor blijft Gold Flowers te helder en transparant, maar vooral zonnig. Heel elegant is de afronding met sandelhout en ambergris. Versterkt de sensuele boodschap van de tuberoos.

RUIK & VERGELIJK

Er zijn heel wat tuberoosgeuren verschenen de laatste jaren, die ik ook heb beschreven. Onderstaande nog niet. Is bijna ook geen beginnen aan…

Maître Parfumeur & Gantier Tubéreuse (1988)

Caron Tubéreuse (2003)

Miller Harris Noix de Tubéreuse (2003)

Nasomatto Narcotic Venus (2007)

Parfums Générale Tubéreuse Couture (2009)

Dior New Look 1947 (2010)

L’Artisan Parfumeur Nuit de Tubéreuse (2010)

Mona di Orio – Les Nombres d’Or – Tubéreuse (2011)

GOLD AMOUAGE

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 13, 2011
Geplaatst in: GEURENALFABET G, KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN, NICHE. Een reactie plaatsen

JAREN ZESTIG PARIJSE PARFUMCHIC GESUBLIMEERD TOT PARFUMPERFECTIE

Jaar van lancering: 1983, 2008

Laatst aangepast: 13/12/11

Neus: Guy Robert

Artistic direction: Christopher Chong

Soms is het voor mezelf interessant een oude parfumrecensie te herlezen en de geur opnieuw op me te laten inwerken. Is mijn mening veranderd… begreep ik de geur toen wel goed? En ik heb ondertussen zoveel meer geroken, waardoor je eerder beschreven geuren beter kunt plaatsen.

Doe het nu met het eerste parfum van Amouage. Heette bij lancering in 1983 nog Amouage, maar is om het 25jarig jubileum te vieren omgedoopt tot Gold.

Dit schreef ik augustus 2008: in 1983 ontstond het initiatief om ‘het kostbaarste parfum ter wereld uit te brengen’. De man achter dit project was niet de minste, namelijk Sayyid bin Hamud bin Hamoud al bu Said, lid van de koninklijke familie van de golfstaat Oman.

Amouage is het enige parfum dat zich met recht ‘het erfgoed van de rijke, 2000 jaar oude beschaving van de Oriënt’ mag noemen, schrijft het persbericht. Het wil een link leggen tussen de verfijnde, moderne luxe van de Franse parfumerie en de traditionele waarden van een eeuwenoude Arabische cultuur.

Speciaal werd voor Amouage in de hoofdstad van Oman, Muscat, een fabricagecentrum gebouwd. Steeds terugkerend element in de met hand afgewerkte flacons van Frans kristal gevormd naar een minaret: het vlechtwerk van 24 karaats gouddraad geïnspireerd op de vensters van woningen in het Midden Oosten. Natuurlijk is iedere flacon afzonderlijk genummerd en voorzien van een certificaat van echtheid.

Liefhebbers opgelet: niet alle Amouage-flacons zijn beschikbaar voor de publieke verkoop. Zo is de meest luxueuze uitvoering te bewonderen in de Amouage-showroom te Muscat en wordt die alleen als geschenk gegeven aan hoogwaardigheidsbekleders die Oman bezoeken – een carrièrewending waardig! Wil je die moeite niet nemen, vanaf 425,00 euro ben je eigenaar van een 30-mlversie.

Hier voeg ik nu aan toe: sinds 2008 is de presentatie veranderd. Minder ‘Midden-Oosten’-sprookjescliché, strakker en daardoor, overtuigender.

En het huis is steeds meer uitgesproken en verfijnder – waarvan de Library Collection en nog beter de Attar-lijn getuigd – geworden met de geuren die sinds 2007 zijn verschenen.

Moest ook wel: de concurrentie uit ‘eigen hoek’ wordt ook steeds groter met de opening van nieuwe ‘honderd procent’ Arabische parfumhuizen. Hiervoor heeft het in 2006 Christopher Chong als artistiek directeur aangetrokken. Zijn taak: ‘het internationale karakter van het huis vergroten en het luxe-imago versterken’.

Dat hij uit de operawereld afkomstig merk je: de geuren zijn ‘dramatischer’ geworden, vertellen nu meer duidelijke verhalen die je als het ware vanzelf de geuren ‘intrekken’.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Dit schreef ik toen: Guy Robert, die onder meer Calèche van Hermès (1961) en Diors Dioressence (1979) op zijn naam heeft staan, kreeg een opdracht die even duidelijk als simpel was: ‘maak het kostbaarste parfum ter wereld!’ Daar had hij geen moeite mee, en was zo tevreden dat hij de geur omschreef ‘als een symfonie die de kroon op mijn werk is als neus’. Alleen is het jammer, dat er geen ingrediënten zijn prijsgegeven. Dit wellicht om het mysterie te vergroten.

Toch is bij het herhaaldelijk ruiken niet moeilijk om een echt klassiek-westers parfum te onderscheiden op basis van klassieke parfumbloemen – roos, jasmijn, lelietje-van-dalen. Dat in de basis pas echt zijn zinnelijke boodschap prijsgeeft met ware oosterse ingrediënten als hars van de cistusroos, ambergris (de echte naar wordt beweerd), civet (de synthetische naar wordt beweerd), musk (de echte naar wordt beweerd) en natuurlijk ceder- en sandelhout. Heftig, overrompelend, erotisch en toch elegant.

Dit voeg ik nu toe: Guy Robert creëerde ook Madame van Rochas in 1960. En het is interessant om te ruiken hoeveel overeenkomsten Gold heeft met zowel met Calèche als Madame: de opvallende aldehyden in de opening die de geur het hele traject begeleiden, maar vooral de bloemen – roos, jasmijn en het lelietje-van-dalen – in het hart zo prachtig ‘poederig’ ondersteunen.

Gold doet dit nu alles in de overtreffende trap: zachter, eleganter en gelaagder. Het kan ook zijn dat bij de lancering van zowel Calèche als Madame deze geuren ook zo hebben geroken als nu Gold doet, maar dat de finesse en intensiteit door de in de loop der tijd uitgevoerde aanpassingen naar de achtergrond is verdwenen.

Eigenlijk opvallend hoe klassiek-westers Gold is. Het Midden-Oosten-cliché – zoals bij Yves Saint Laurents Opium (1977) – ontbreekt geheel. Hoe langer de geur op de huid zit, hoe meer hij gaat leven. De zachte noten van sandelhout vermengen zich dan met wierook en mirre en maken Gold niet rokerig, maar eerder zacht als zijde. Gold wordt melkachtig en krijgt hierdoor een zekere cleane en zeperige toets, maar blijft elegant bloemig.

Ook subtiel: de licht-sensuele-animale noot opgeroepen met ambergris, civet (tekening) en musk. Dit is echt een geur voor vrouwen die toch klassiek willen ruiken, maar bijvoorbeeld N° 5 (1921) van Chanel te ‘stroperig’ en te ‘abstract’ vinden. Leuk: de overeenkomsten met de Gold Men (1983). Wanneer ik deze geur – bespreek ik morgen – draag, menen mensen vaak dat ik vrouwengeur draag.

RUIK & VERGELIJK

In het verleden werden wel meer parfums begeleid met de slogan ‘het kostbaarste ter wereld’. Let wel, het betrof hier creaties die na verloop van tijd gewoon in de parfumerie te koop waren en nu nog zijn. En is er nóg iemand bijgekomen – Clive Christian – die claimt het duurste parfum ter wereld in huis te hebben! In 2007 is dat officieel bevestigd door het Guinness Book of Records – voor wat het waard is. En bij Joy van Patou werd de slogan ‘le plus chèr du monde’ veelal verkeerd begrepen. Het kostbaarste sloeg niet op de prijs van het parfum, maar op hetgeen waarnaar bijna iedereen streeft: geluk.

Patou Joy (1935)
Giorgio Beverly Hills Giorgio (1981)
Clive Christian Clive Christian (2001)

LA COLLECTION YVES SAINT LAURENT

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 12, 2011
Geplaatst in: GEURENALFABET K, GEURENALFABET M. Een reactie plaatsen

EEN HALVE EEUW PARFUMCREATIE

IN HET BYZONDER M7 OUD ABSOLU

Jaar van lancering: 2011

Laatst aangepast: 12/12/11

Neus: Jacques Cavallier, Alberto Morillas

Yves Saint Laurent staat dit jaar stil bij het feit dat het 50 jaar actief is als parfumhuis. Het ‘cadeau’: La Collection: ‘Vier iconische parfums, Y, Yvresse, In Love Again en Nu, met als echo vier cultgeuren voor de man: Pour Homme, Jazz, M7 Oud Absolu, Rive Gauche pour Homme’. Ik snap het niet helemaal. Y verscheen toch in 1964? En ja, ik weet het couturehuis Yves Saint Laurent werd opgericht in 1961.

En ja, als ik het me het goed herinner, werd er toen nog helemaal niet gewerkt aan een parfum – hoewel vaste klant van het eerste uur, Helena Rubinstein, direct met het voorstel kwam dit te regelen – zoals te lezen valt in de door de couturier geautoriseerde biografie van Alice Rawsthorn uit 1996.

Minor details, ik weet het. Maar toch. Zoals ook Pour Homme uit 1973 oorspronkelijk Ligne pour Homme heette. Dan de keuze. Ik vind, als je ze zo wilt omschrijven, Y en Yvresse iconische parfums: ze markeren ieder op hun manier de filosofie en de visie op de vrouw van de couturier. Geldt niet echt voor In Love Again. Werd in 1998 gelanceerd om te vieren dat Yves veertig jaar in het couturevak zat (de ‘Diorjaren’ meegerekend). En ook niet voor Nu. Dat parfum is eigenlijk geflopt.

Je kunt je afvragen waarom de huidige eigenaar (L’Oréal) niet besloot om bijvoorbeeld Rive Gauche (1971) op te nemen, voor mij een echte klassieker die op zijn ‘seventies’ de signatuur van Yves Saint Laurent zo mooi verbeeldt. Of Cinéma (2004) dat het op een neo-klassieke manier doet. Om maar te zwijgen van Opium (1977) en Paris (1983). Laatste twee verkopen nog steeds goed, zijn een ‘merk’ op zich, dus niet echt nodig die opnieuw voor het voetlicht te plaatsen. Zal wel de beslissing zijn geweest lijkt me.

En bij de mannengeuren, ontbreekt ook een echte cultgeur: Kouros (1986) – maar dat is ook een ‘merk’ binnen het parfumportofolio van het huis. En M7 Oud Absolu (2002) en Rive Gauche pour Homme (2003) zijn volgens mij nooit echt cult geweest, of misschien in heel kleine kring.

Het ‘allerjammerst’: het ontbreken van Eau Libre uit 1975. De eerste moderne geur voor vrouw én man, die hoewel niet aangeslagen, wel het idee (en cliché) dat een geur de tijd reflecteert waarin het wordt gemaakt en de levensfilosofie van Yves Saint Laurent zelf zo krachtig symboliseert.

Ook ‘best wel jammer’ dat een andere limited edition niet is opgenomen: Parfum Yves Saint Laurent, een prachtig en krachtig bloemenparfum gelanceerd in 1994 om 30 jaar Yves Saint Laurent haute couture te vieren (ik heb hem nog).

Maar nu dus M7 Oud Absolu. Kwam er – tot mijn schrik – achter dat ik deze geur nooit heb besproken. Wel M7 Fresh uit 2004. Deze maakte, afgezien van de trend van lichtere variaties, duidelijk dat M7 – staat voor Masculin Sept, ofwel de zevende mannengeur van Yves Saint Laurent – voor de gemiddelde man toch te heftig werd bevonden.

Niet zo vreemd gezien het hoofdingrediënt oud is, ook bekend als agar, adelaarshout en ‘hout der goden’. Is een ‘eeuwenoude’ houtsoort – de oude Egyptenaren kenden het al – en bijna even lang populair als geurcomponent is geweest in Arabische contreien, en door Pierre Montale werd geïntroduceerd in het westen.

Achteraf gezien was in 2002 M7 revolutionair – de expliciete campagne niet eens mee gerekend: voor het eerst een naakte, behaarde man in ‘vol’ gelid – gezien het feit dat eindelijk weer een geur in de ketenparfumerie verscheen die niet inwisselbaar was en waar een zekere ‘moed’ voor nodig was om hem te dragen: M7 was nogal heftig, omnipresent. Zoals alle geuren zijn waarin het rokerige, apothekersachtige, etherische en tegelijkertijd warme en balsemachtige oud zit verwerkt.

M7 Absolu wordt omschreven als ‘de climax van de bevrijding van de man in zijn relatie met zijn lichaam en seksualiteit, de meest expressieve en directe mannengeur van Yves Saint Laurent’. Als je er in gelooft, klopt het. M7 Oud Absolu, is een krachtige, diep-sensuele, rokerige houtgeur – weliswaar niet zo intens als de oud-geuren in de nichebranche – die indruk maakt als je hem ruikt bij de drager.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Interessant en de moeilijkheid tegelijkertijd om de verschillen tussen de oorspronkelijke versie en M7 Absolu te ruiken. M7 (heb de flacon nog steeds) opende frisser door bergamot, mandarijn en rozemarijn.

In het hart door vetiver en een overdosis oud in de basis opgevangen door amber, musk en mandragore-hout. M7 Absolu is minder fris, maar vooral rokeriger geworden.

Zou dat komen omdat je nu alleen maar mandarijn in de opening ruikt, en in het hart vetiver vervangen is door patchoeli en de basis werd verrijkt met cistus labdanum en mirre? Daarnaast wordt melding gemaakt van de toevoeging van een ‘minerale frisheid’ component dat de oud de kans geeft zich nog meer expressief te uiten.

Hoe het ook zij: ik ruik subtiele verschillen, maar zowel de nieuwe als oude versie blijft nog steeds ‘moeilijk’ voor de gemiddelde man. En daarom is het alleen al te prijzen dat werd besloten deze geur in ‘absolute’ vorm te lanceren.

RUIK & VERGELIJK

In de nicheparfumerie word je inmiddels ‘doodgegooid’ met oud-geuren. Ieder huis zijn eigen ‘oudje’, maar vaak inwisselbare variatie.

Montale Aoud Cuir d’Arabie (20??)

Tom Ford – Private Blend – Oud Wood (2007)

By Kilian Pure Oud (2009)

Le Labo Oud 27 (2009)

Juliette has a Gun Midnight Oud (2009)

Armani Privé – 1001 Nights Collection – Oud Royal (2010)

Caron Secret Oud (2010)

Mona di Orio – Les Nombres d’Or – Oud (2011)

DURO NASOMATTO

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 10, 2011
Geplaatst in: GEURENALFABET D, NICHE. 1 reactie

VOOR ECHTE MACHIMO’S MET DURF EN SMAAK

Jaar van lancering: 2007

Laatst aangepast: 10/12/11

Neus: Alessandro Gualtieri (foto onderaan)

Te koop bij: www.perfumelounge.nl

Duro betekent in het Italiaans – de negatieve omschrijvingen niet meegerekend –  onder meer: bikkelhard, gevaarlijk, hard, hardhandig, hardvochtig, keihard, krachtig, leerachtig, ruw, sterk, streng, stroef, stug, taai, veeleisend, zwaar. Dit slaat zowel op drager als geur, want Alessandro Gualtieri streeft met deze geur ‘naar het naar boven halen én versterken van mannelijke kracht, hoe die zich ook manifesteert’.

Verschillende beelden verschijnen op mijn netvlies: foute ‘machismo’ kracht, very tragi-komisch ten tonele gevoerd door de eeuwige versierder Berlusconi. Andere foute kracht: het arrogant boven de wet staan geëtaleerd door maffia-koningen en… Berlusconi. Nog een negatief beeld: al die van top tot teen opgepoetste en altijd maar versierende Italiaanse haantjes.

Maar ook: aantrekkelijke, pure sensuele kracht. Er lopen heel wat mooie Italianen rond. Maar ook: edele portretten van mannen uit de Italiaanse renaissance zoals geschilderd door Francisco della Cossa: een ideaalbeeld die kracht koppelt aan een zekere breekbaar- en gevoeligheid.

Bij welk soort krachtpatser past nu het beste Duro? Ik hou het op de ‘Italiaan’ die al dit soort ‘manifestaties’ in zich heeft en dat wil onderstrepen met een geur. Ik vind Duro zelf prachtig: heftig, ruw en ongeciviliseerd met een soort woest-viriel, modern sekscomponent in zich.

Het is een ‘maximale’ geur doordat het alle ingrediënten zo puur en daardoor zo ‘in the face’ presenteert. Niet een geur die je ‘naar kantoor’ draagt of tijdens een bruiloft. Of je moet bruidegom zijn. Wel een geur als je weet dat je partner – vrouw of man – helemaal in je opgaat tijdens het dragen ervan. Want Duro heeft een soort chique okselzweet-connotatie – als je snapt wat ik bedoel. Niet? Misschien zegt de volgende omschrijving je iets: geil.

Het verbaast me nog steeds dat ‘parfumpaus’ Luca Turin Duro ooit omschreef als ‘masculine, intended to celebrate the exuberant, unwarranted fondness Italians have for their weenies. Useful as a contraceptive, but little else’. Wel erg makkelijk en kort door de bocht. Moeten alle geuren geciseleerde en verfijnde kunstwerken zijn? Te geraffineerd kan ook snel vervelen.

Wat is mis met een ‘ongeraffineerde’ en ‘gestaalde’ geur op zijn tijd? En zeker in combinatie met de naam, slaat Turin de plank behoorlijk mis. Het is inderdaad een voorbehoedsmiddel als je je niet wilt omgeven door een ‘précieux ridicule’, zoals Turin. Werkt dan als perfect afweergeschut.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Alessandro Gualtieri geeft de ingrediënten van zijn geuren niet echt prijs. Dat betekent voor mij ‘op glad ijs’. Je kan er zomaar naast zitten. Wat wel duidelijk is: geen citrusfrisse opening. Ik ‘ervaar’ eerst een zekere kamferachtige geur gecombineerd met een ‘zwakke’ zoetheid die doet denken aan pruim met een alcoholisch aura. Noem het pruimlikeur.

Daarna snel een droog-bittere ‘kruiderigheid’ die lijkt op een bouquet garni. Vervolgens krijg je een ‘houtontploffing’. Voor mij een ruwe vetiver, gecombineerd met heel veel oud (foto). Onder meer ook bekend als agar- en adelaarshout dat maar niet aan populariteit inboet. Dat verklaart ook voor een gedeelte, de etherische en apotheekachtige noot. Daarnaast is de ‘rokerigheid’ van de Duro opvallend intens. Kan liggen aan een stevige wierookinjectie, aan het gebruik van ‘vetiver fumé’ maar ook aan de complexe geur van oud zelf.

Mooi vind ik dat dit alles in de basis samenkleeft in een subtiel-ruwe leernuance en ook dat de pruimlikeur van de opening zoetjes op de achtergrond waarneembaar blijft.

RUIK & VERGELIJK

Naast alle Montale-geuren opgebouwd rondom oud, doet Duro doet me ook denken aan M7 (2002) van Yves Saint Laurent, de eerste parfumketengeur waarin oud zo prominent present is. Verscheen onlangs in een intense versie die ik heel snel ga bespreken:

Yves Saint Laurent – La Collection – M7 Oud Absolu (2011)

PAISLEY ETRO

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 10, 2011
Geplaatst in: GEURENALFABET P, NICHE. Een reactie plaatsen

PAISLEY IS ETRO, ETRO IS PAISLEY

Jaar van lancering: 2011

Laatst aangepast: 10/12/11

Neus: onbekend

Etro lijkt steeds meer af te stappen van zijn oorspronkelijke layer-filosofie. Beetje vreemd gezien de huidige populariteit van het mengen van diverse geuren om zo tot je eigen ‘privéparfum’ te komen.

Ook maakt Etro meer onderscheid tussen vrouwen- en mannengeuren. Verscheen vorig jaar voor de man Pegasus, nu is de vrouw aan de beurt met Paisley. Genoemd naar een decoratiemotief dat je inmiddels als het ‘herkenningsmotief’ van het Italiaanse luxelabel kunt beschouwen.

Het paisley-motief is een traanvormig, puntig toelopend abstract bloemenmotief dat volgens overlevering is geïnspireerd op het blad van de vijgenboom uit India. Het stamt – waarschijnlijk – oorspronkelijk uit Perzië, waar het sinds ‘onze’ vroege middeleeuwen werd toegepast voor diverse decoratieve doeleinden en – via de Mongolen – in India ‘kwam’.

Volgens andere bronnen is de de oorsprong ouder: de tijd van de Babylonische cultuur die in dit motief het gedraaide blad van de scheuten van de dadelpalm – voor de Babyloniërs ‘de boom des levens’ die voedsel gaf en bescherming bood – zagen als symbool van eeuwige vernieuwing. Sommige bronnen gaan zelfs terug naar de oertijd, zien in de vorm een gestyleerde amoebe – een van de kleinste levende organismen – als teken van vruchtbaarheid en eeuwig leven.

Paisley als ‘officiële’ naam voor dit motief ontstond in de 19de eeuw toen tijdens de Britse overheersing van India kasjmier shawls waarin dit motief zat verwerkt, door Engelse bestuurders, kolonisten en soldaten als cadeau naar het vaderland werd meegenomen. In de toenmalige textielstad Paisley namen fabrikanten dit motief ‘over’. Sterker, paisley vormt een belangrijk onderdeel van de geschiedenis van geweven textiel in Schotland, waarvan ‘The Paisley Shawl Collection’ nog steeds getuigt in het Paisley Museum in… Paisley.

Dit zegt Etro over Paisley met enkele kanttekeningen van mijnerzijds: ‘Een eerbetoon aan de traditie en geschiedenis van het merk. Een subtiele geur die zich sterk identificeert met de persoonlijkheid van de draagster’. Niets op tegen. ‘Een sensatie die lichaam en geest omhult, zoals als het paisley-ontwerp de flacon’. Idem. Exotische bloemen omlijnen een vrouw die wijselijk de vernieuwing van de moderniteit combineert met aromatische tradities van de vijf continenten’. Wijselijk… hoe uit zicht dat? Aromatische tradities van de vijf continenten? Ik bespeur er slechts vier. ‘Die op haar gemak is bij het zintuiglijke evenwicht waar het Oosten zonder conflict of verwarring het Westen ontmoet, een individualisme vol van ideeën en gevoelens’. Dit snap ik echt niet.

Ook het volgende niet en overbodig voor een understated luxemerk als Etro. Er zijn al genoeg merken die de vrouw in al haar ‘filosofische’ en romantische cliché’s beshrijven: ‘Paisley is een icoon, een levensfilosofie, een culturele keuze die bestaat uit energie en passie. Het is de bevestiging van een vrouwelijkheid die wordt versterkt en bevredigd, gerespecteerd en gedroomd. En tijdloos, omdat het de tijd omarmt als een persoonlijke uitdaging en reden van bestaan. Paisley siert een vrouw die weet hoe te leven bij de dag en te genieten van de nacht, die net zoveel houdt van het grootstedelijke, de oceanen en sneeuw, en die een prachtig spoor volgt dat voor altijd de paden van haar hart doorkruist’.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Paisley is een op en top klassieke geur, alleen niet overdreven vrouwelijk. Dat komt volgens door het  bittergroene en ‘anders frisse’ kardemon – zie foto, dat als een typisch mannelijk parfumingrediënt wordt gezien – dat in de opening wordt opgevoerd, behoorlijk lang aanwezig blijft en subtiel is omwikkeld met bergamot en zwarte besblad.

Een energieke start dus, die als het ware de uitbundigheid van het sensuele bloemenhart een beetje temperen. Want de sambacjasmijn en ylang-ylang, ruik je goed, maar niet al te overrompelend en te ‘erotiserend’.

Mooi is de roze peper-noot die deze twee bloemen als het ware opliften, alsof ze gekriebeld worden. De basis van Paisley – een gulle dosis patchoeli, vanille en grijze amber – zorgt ervoor dat dit alles wordt mooi wordt verwarmd en een licht-sensuele toets krijgt.

RUIK & VERGELIJK

Nog een Etro-geur waar in het hart jasmijn en ylang-ylang bloeit. Alleen dit keer zeer sensueel en met een bijna dierlijke toets.

Etro Royal Pavillon (1989)

EN AVION CARON

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 8, 2011
Geplaatst in: GEURENALFABET E, KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN, VINTAGE. 1 reactie

VLIEG ER EENS UIT OP GEPARFUMEERDE VLEUGELS

OFWEL: ONTDEK EEN VAN DE MOOISTE PARFUMS OOIT GEMAAKT

Jaar van lancering: 1930

Laatst aangepast: 08/12/11

Neus: Ernest Daltroff

Flaconontwerp: Félicie Bergaud, Paul Ternatt

Illustraties: helaas onbekend voor mij

Wanneer je in de jaren zeventig en tachtig KLM vloog, dan zat er in de aangeboden mini-toilettas vaak een mini-flesje van En Avion. Was mijn eerste kennismaking met Caron en de eerste geur die voor mij duidelijk maakte dat parfumcreatie een vorm van kunst is. De achtste kunstvorm als het ware zoals voorgesteld door de neus Pierre Guillaume van Parfums Générale en die hij zelf heeft gerealiseerd met zijn Le Huitième Art-collectie uit 2010. Wat ik toen wel vreemd vond en nog steeds vind: veel gebezigde woorden en uitdrukkingen krijgen in een andere taal een poëtische meerwaarde. Of eigenlijk andersom: vertaal je Franse parfums in het Nederlands, dan lijkt net of de ‘verbeelding’ en de ‘fantasie’ de taalgrens niet passeert.

En Avion wordt dan ‘botweg’… in het vliegtuig. Je Reviens (1932) van Worth klinkt vertaald iets ‘hoopvoller’… ik kom terug. Met Guerlains vergeten Loin de Tout (1933) blijft, opvallend, in vertaling de poëzie wel bewaard, vind ik: ver van alles. En met Guerlains legendarische Vol de Nuit (1934) wordt poëtisch eerder prozaisch… nachtvlucht.

Al deze geuren zijn direct en indirect geïnspireerd op de eerste dagen van de trans-atlantische vluchten van vliegtuigpioniers en verbeelden op ‘onbewust’ niveau het eeuwige verlangen van de mens naar nieuwe gebieden als symbool voor veranderingen, het geloof dat alles mogelijk is en de behoefte (die zelden in de praktijk wordt gebracht) om te verdwijnen – in mist opgaan – alles achter je te laten en te vertrekken richting ‘ver van alles’. Met misschien de belofte aan jezelf dat je zult terugkeren.

Paul Poiret (middels zijn Parfums de Rosine) hield in 1929 de luchtdoop met Spirit of St Louis. Naam van het vliegtuig waarmee Charles Lindbergh in 1927 op 20 mei opsteeg van Roosevelt Airfield (New York) om 33 uur, 30 minuten en 29,8 seconden later te landen op Le Bourget, Parijs. Hij was de eerste die deze non-stopvlucht maakte.

Maar er waren meer mannen én vrouwen die, het noodloot tartend, achter de stuurknuppel plaatsnamen. Ernest Daltroff liet zich voor En Avion inspireren door deze vrouwen van het eerste uur die dit avontuur aangingen. Zoals de Française Helen Boucher. Ze vestigde in 1933 het wereldrecord ‘hoogvliegen’ met 5200 meter dat 32 jaar later pas werd verbeterd. Zoals Amelia Earhart: deze Amerikaanse vloog als eerste vrouw in 1932 de Atlantische Oceaan over. Beide moesten hun dadendrang met hun leven bekopen: Boucher overleed in 1934 op 26jarige leeftijd tijdens een proefvlucht naar Versailles. Earhart, geboren in 1897, werd in 1939 officieel doodverklaard nadat ze in 1937 radiocontact had verloren toen ze met Fred Noonan als co-piloot op weg was naar Howlandeiland (halverwege Hawaï en Australië).

En deze inspiratie leidde tot iets ongelooflijks moois – zowel in presentatie als in geur. Prachtig zijn nog steeds de illustraties, waarvan ik de namen van de makers helaas niet kan achterhalen.

De originele flacon stelde een halve maan voor waarvan de bovenkant van de dop was gesierd met een kompas. Het zat verpakt in een omdoos geïnspireerd op postpakket-verpakkingen die vroeger werden gebruikt voor het vervoer van ‘luchtpost’.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Maar het gaat natuurlijk om de inhoud. En dat is een ontmoeting met een van de mooiste geuren ooit gemaakt. Waarom? Los van de naam, laat En Avion je dromen en nog meer verwonderen over het feit dat parfum echt iets met je kan doen. Het is zoveel meer dan louter genieten van een prachtparfum. Het ‘onderbewuste’ wordt namelijk aangesproken.

Het zijn geen herinneringen die wakker worden geschud, het lijkt eerder alsof je hersenen alle frustraties en ontevreden gedachten een halt toeroepen om ruim baan te maken voor een tevreden en harmonieuze stemming, een sterk ‘komt alles toch nog goed’-gevoel daalt over je neer.

En Avion laat je verdwijnen in een luchtbel, een ruimte, een gebied waarin je ‘corpus’ zich gewichtloos voelt en je ‘psyche’ al zijn gewichtigheid verliest en meedeint op vleugels van de verbeelding.

Ik verbaas me telkens weer. En Avion roept zoveel op. Opvallend: de ongehoorde scherpte die je eerst ruikt. Alsof je – hoe prozaisch – een blik met verf opent: terpentijn, hars. Vervolgens boenwas op basis van honing voor het parket. Per definitie niet negatieve associaties.

En dan komt hieruit de kruidige anjer naar boven geïnjecteerd met nootmuskaat en kruidnagel die rust op een bed van zachte houtsoorten. Zit de geur langer op mijn huid, dan ontdek ik de zonnige warmte in overvloed van oranjebloesem en jasmijn. Uiteindelijk geniet ik van de vintage-poederige en sensuele, musky nasleep (met opoponax) die van het geheel een wolk maakt waarin je ‘gewichtloos’ rondzweeft. Ook mooi: hoewel de geur is aangepast zoals wordt gezegd, krijg je de indruk aan de originele versie te ruiken.

RUIK & VERGELIJK

‘There was something in the air that night, the stars were bright…’

Worth Je Reviens (1932)

Guerlain Vol de Nuit (1934)

Annick Goutal Eau de Ciel (1985)

Joop! Nightflight (1992)

Karl Lagerfeld Sun Moon Stars (1994)

Chopard Heaven (1994)

Berichtennavigatie

← Oudere inzendingen
Nieuwere berichten →
  • Meest recente berichten

    • Sal y Lemon Carner
    • Layton Exclusif Parfums de Marly
    • Cerana Nectar Olfactive
    • Walk like a Man (to Man)
    • Rose du Désert Houbigant
    • Orchidée Yves Rocher 
    • Cavort Fragrance du Bois
    • Beat Café Jusbox
    • Gold Fair in Mayfair Atkinsons
    • À l’Ombre d’Artémis Hellenist
  • Archief

  • Categorieën

    • AANBIEDINGENBAK
    • ACHTERGROND
    • CELEB FRAGRANCES
    • ECO
    • EDUCATIE
    • ENTERTAINMENET
    • ENTERTAINMENT
    • GEUR IN DE MEDIA
    • GEURENALFABET A
    • GEURENALFABET B
    • GEURENALFABET C
    • GEURENALFABET CIJFERS
    • GEURENALFABET D
    • GEURENALFABET E
    • GEURENALFABET F
    • GEURENALFABET G
    • GEURENALFABET H
    • GEURENALFABET I
    • GEURENALFABET J
    • GEURENALFABET K
    • GEURENALFABET L
    • GEURENALFABET M
    • GEURENALFABET N
    • GEURENALFABET O
    • GEURENALFABET P
    • GEURENALFABET Q
    • GEURENALFABET R
    • GEURENALFABET S
    • GEURENALFABET T
    • GEURENALFABET U
    • GEURENALFABET V
    • GEURENALFABET W
    • GEURENALFABET X
    • GEURENALFABET Y
    • GEURENALFABET Z
    • IL GIARDINO PROFUMATO
    • IN MEMORIAN
    • INTERESSANTE EN TIJDLOZE COLUMNS VAN ERIK ZWAGA 2005
    • KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • KLASSIEKERS IN DE AANBIEDINGENBAK
    • KLASSIEKERS OPNIEUW GEROKEN
    • KLASSIEKERS VAN DE TOEKOMST
    • LIMITED EDITION
    • MASSNICHE
    • MASSTIGE
    • MOET JE ECHT RUIKEN
    • NEO NICHE
    • NICHE
    • NICHE IN DE PARFUMERIEKETEN
    • NIEUW! NIEUW! NIEUW!
    • NIEUWE KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • NOSE JOB: PERFUMERS THAT MATTER(ED)
    • OPVALLEND PARFUMNIEUWS
    • OUDE FILMS MET PARFUMINFO
    • PARFUM = PARFUN
    • PARFUM IN DE MEDIA
    • PIEDESTAL POUR DES PARFUMS
    • PORTET
    • PORTRET
    • TAX FREE
    • TRENDANALYSE
    • TRENDS TOEGELICHT
    • Uncategorized
    • VINTAGE
    • WAT RUIK IK EIGENLIJK?
    • ZOU VERBODEN MOETEN WORDEN OF NIET?
  • Meta

    • Account maken
    • Inloggen
    • Berichten feed
    • Reacties feed
    • WordPress.com
Blog op WordPress.com.
GEURENGOEROE
Blog op WordPress.com.
  • Abonneren Geabonneerd
    GEURENGOEROE
    Voeg je bij 125 andere abonnees

    Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.

  • GEURENGOEROE
    Site in de Reader weergeven
    Beheer abonnementenAanmeldenInloggen
    Deze inhoud rapporteren
    Deze balk inklappen
Reacties laden....