De gemiddelde eau de cologne-fan zal niet direct het verschil ruiken tussen een pure berganot-, citrus-, grapefruit-, neroli of cedraatcologne (laatste ‘bij ons’ meer bekend als sukadecitroen). Want de over all indruk is hetzelfde: een instant hesperide-frisheid met een bite die je in verleiding brengt de flacon aan je mond te zetten. Meng je bovenstaande vruchten met zijn exotische familielid – limoen – dan kom je al snel in de buurt van een cocktail. Dat ruik (en proef je bijna) in Cédrat Enivrant. Ofwel, dronkenmakende sukade…
Moet natuurlijk weer een sfeertje bij van Atelier Cologne. Dus: ‘Toen de zon onderging op het strand waren ze weer allemaal samen. Vol van emotie konden ze niet stoppen met praten. Was het werkelijk zo lang geleden? Ze deelden vele herinneringen én French 75s met tranen van het lachen in hun ogen. Ging deze nacht maar nooit meer voorbij… De zon kwam op – het was een sprankelend moment van absolute vriendschap’.
Nou, ik had er graag willen bij willen zijn, om te checken of het allemaal wel zo gezelli is gebleven. Want ‘drank maakt meer kapot dan je lief is’ en kan een leuke avond zo maar in een neerwaartse spiraal brengen. Men neme French 75s – een in 1915 in Parijs uitgevonden cocktail op basis van gin, champagne, citroensap en suiker – is zo’n ‘instinkertje’.
Want net zoals zoveel andere cocktails merk je het eigenlijk niet dat je zo veel meer dan een vruchtenlimonde drinkt. Voor je het weet praat je met dubbele tong, flap je er uit wat je onder normale, nuchtere omstandigheden netjes voor je had gehouden. ‘Weet je Christophe, weet je Sylvie… ?
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Het overrompelende aroma komt je tegemoet zodra je Cédrat Enivrant opendoet. Als je ervan houdt, dan bof je. Met andere woorden: een hele klassieke cologne met zogenaamd cocktail-effect.
Scherp, fris, ‘klaterend’, levenslust bevorderend en nèt even anders doordat de traditionele frisbloemige bergamot (Calabrië) wordt gemixed met de meer scherpzoete limoen (Mexico) en de vrucht die zijn naam ‘geeft’ aan deze cologne: cedraat (Marokko – zie foto onder).
Deze zoetige citrusfrisheid krijgt een mooi groene noot met munt (China) en basilicum (Egypte), en een lichtkruidige ondertoon door jeneverbes (Macedonië). Het hierdoor ontstane effect: niet zo zeer French 75s maar meer een mojito-cocktail. De zoetigheid van de citrusvruchten en de munt wordt versterkt door tonkaboon.
De vetiver (Haiti) die je goed op de achtergrond waarneemt geeft deze cologne een zekere standvastigheid, terwijl elemihars (Philippijnen) een dito zachtheid en warmte geeft. Mooi gedaan, met zuivere ingrediënten, maar zoals het hoort bij een cologne – geleverd in eau de parfum-concentratie – ongecompliceerd en verkwikkend geurgenot.
Waarom speelt dit nu door mijn hoofd – ‘as is verbrande turf’ – als ik ruik aan de tweede geur van Kerosine? Waarom deze associatie? Komt voor een gedeelte natuurlijk door de intrigerende naam waar volgens mij iedereen – ook diegenen niet behept met een verbeeldingsvolle geest – zich wel iets bij kan voorstellen. Vele honderden ansichtkaartfotografen met specialisme ‘vakantieclichés’ gingen hen inmiddels voor. Die hebben ergens op de wereld wel een rood, geel en oranje spetterende vuurbal vastgelegd die ondergaat achter de horizon. Verzengend zet het de wereld in een koperachtige gloed, zo lijkt het. Copper Skies dus.
Niet ‘vrolijke groeten uit zonnig Marbella’, eerder ‘laatste groet aan het einde van de wereld’. Want de geur heeft voor mij iets fatalistisch, iets apocalyptisch. Dat is waarschijnlijk de verbrande turf-link. Het slaat op het parfumspoor, want Copper Skies wil in tegenstelling tot de meeste ambergeuren in het nichecircuit niet echt behagen. Het heeft iets ruws, grof en doet eerder denken aan terre brulé (verschroeide aarde) dan aan crème brulée.
Geen gourmandnoten die de amber bijna eetbaar, drinkbaar en dus gourmand maakt. Als je de toelichting van de man achter Kerosene (die ook de neus is) leest, dan zit ik er niet zover naast: ‘Copper Skies is exact zoals amber moet zijn. Zoet, maar niet te. Rijk, maar niet hoofdpijn oproepend. Deze geur is glad, lichtjes gerookt, aards en delectable’. Vertaal dat laatste maar eens: buitengewoon, uitzonderlijk mooi of attractief. Ik kan hier voor een groot gedeelte in meegaan.
WAT RUIK IK EIGENLIJK
Al vaker vermeld: amber is niet echt mijn ding, voor mij teveel security blanket voor (niet in) de open haard waarvan je de vlammen ziet weerspiegelt in kristalgeslepen gevulde cognacglazen. Smaakvolle bruintinten in een woonspecial van een glossy. Maar wat als de vonk nu eens uit de haard zou overslaan naar de living? Als die het daarvoor niet bedoelde hout ook ‘aanspreekt’ en vuurspuwend zijn weg zoekt naar de rijke, vanzelfsprekend gevoerde overgordijnen, de leren meubels, het hoogpolige tapijt gemaakt van kasjmiergeitenhuid… wat zou je dan ruiken?
Copper Skies volgens mij. Toen ik de geur voor het eerst rook vorig jaar moest ik denken aan zoet, verbrand en geroosterd ‘amberleer’ met een eigenaardige minerale en ‘doorrookte’ toets. Lekker ‘scheef’ als je dat van een geur kunt zeggen. Door Copper Skies ga je bijna geloven dat het ‘oorsponkelijke’ amber uit de Oostzee (ook al geliefd bij de oude Romeinen) daadwerkelijk rook naar… mysterieus amber.
Vreemde opening: ruw, aards en scherp amber dat eerst een ruig-kruidige, ‘verbrande’ kruidnagel (foto) over zich heen krijgt om dan langzaam al ‘smeltende’ zoet en zachter te worden. Zonder gourmandeffect, zonder de aardse noot los te laten. Hiervoor gebruikte John Pegg tabak gedrenkt in honing die donkerder wordt door cistus labdanum, die hier by the way behoorlijk musky en stoffig opereert… En op de achtergrond ruik je een stevige noot van ‘verbrand’ cederhout. Heel vreemd en ‘woest aantrekkelijk’: even denk ik koffie te bespeuren, vervolgens een merkwaardige minerale groene ondertoon. Maar niet van vers gras, niet gras als hooi. Basilicum wordt opgevoerd… ik ruik het niet echt, minder boeiend wordt Copper Skies er niet om.
RUIK & VERGELIJK
Dit keer niet de usual suspects, maar wel de bovenste omdat deze geur eigenlijk ook ‘amber anders’ is door de enorme en heftige opoponax-basis. De tweede daartegen is droog en ‘mineraal’ die later van Jean-Claude Ellena diverse gourmandbehandelingen heeft gekregen. De laatste omdat dit eigenlijk eveneens een onelegante amber is; amber verdwaald in een met wierook gevulde kerk.
HOE VERLEIDELIJK OOK, ORALE CONSUMPTIE WORDT TEN STERKSTE AFGERADEN!
Jaar van lancering: 2014
Laatst aangepast: 13/03/14
Neus: onbekend
Fotografie: onbekend
Spanning alom: ‘En in de categorie ‘Meeste Geuren van één Merk in één Jaar’ gaat voor het jaar 2014 naar, oh jee, ik krijg de envelop niet open… wie-o-wie zal het zijn… het is geworden: Calvin Klein’. Applaus alom. En enig boegeroep. Deze prijs bestaat volgens mij nog niet bij welke internationale perfume award-uitreiking dan ook, maar ‘Calvin Klein’ verdient hem nu al. En: het jaar is nog niet eens voorbij.
Want ga maar na: CK Free Sport, Eternity Summer, Eternity Summer for Men – alle drie niet te koop in de Benelux – en Endless Euphoria (wel). Dan neem ik voor het gemak het duo CK One Red (dat weliswaar vorig jaar in Amerika werd gelanceerd, maar nu in Europa wordt aangeboden) ook mee. En niet te vergeten de jubileumeditie van Eternity en Eternity for Men – de oorspronkelijke geuren in verzilverde flacons – om te vieren dat de eerste een kwart eeuw geleden ‘de parfumwereld op zijn kop zette’.
Wat dit feest betreft: het heeft me verbaasd dat Obession (1985) – het parfum dat meer ‘losmaakte’ dan Eternity – in 2010 niet deze hulde werd toebedeeld. Maar wie weet: volgend jaar is het 30 jaar geleden… Ondertussen verdiepen we ons in de elfde versie van CK One Summer en Calvin Kleins negende geur dit jaar tot nu toe.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Ik val in herhaling, maar die CK One-zomergeuren hebben iets. Ze laten je voor een aantrekkelijke prijs ervaren wat er in de parfumlaboratoria tegenwoordig allemaal mogelijk is. En de inhoud matcht dit keer ook weer goed met de sfeer. Vakantie natuurlijk, dit jaar ergens in sub-tropische gebieden. Exacte lokatie dit keer: Mexico, tenminste afgaande op de verwerking van het tequila-akkoord als uitgangspunt.
Dit alcoholische drankje heeft hier namelijk zijn oorsprong en wordt gemaakt van de ‘agave tequilane’ (vandaar de naam, zie foto) en heel veel suikerriet. En dat ruik je, proef je bijna, wil je bijna drinken want de 2014-versie van CK One Summer heeft een hoog verfrissend citruscocktail-gehalte met licht sensuele finish. Qua sfeer en ‘inhoud’ komt deze zomergeur voor mijn gevoel in de buurt van verschillende Escada-zomeredities – die waren inhoudelijk ook vaak zo origineel, maf en ‘parfumvreemd’.
De geur spettert je in ieder geval tegemoet. Wordt in de opening opgeroepen met bevroren limoen en grapefruit. En die ‘schuren’ aangenaam, en zijn gehuld in een regen van waterachtige noten die langzaam maar zeker tropisch wordt door de verwerking van fris-sensuele meloen. Die verdrinkt vervolgens in het pittige tequila-akkoord, een vleugje cipres (die ik niet waarneem) en kokoswater (wel).
En om toch het effect van een ‘echte’ geur te geven, werd frisse fresia aan het hart van het recept toegevoegd. Dit alles rust op een bedje van cederhout en ‘geplet’ suiker (een vanilla-variatie) dat alle fris-bloemige nuances verbindt… Maar wat vooral beklijft: de waterige, friszoete melange en het cocktail-effect. Gewoon onbezorgd geurplezier.
Een kanttekening: ‘blind’ zou ik deze CK One Summer als vrouwelijk interpreteren. Het geeft weer eens aan hoe ook in de ketenparfumerie het verschil tussen man en vrouw meer en meer diffuser wordt.
Toen ik hoorde dat Calyx opnieuw in de parfumerie ging verschijnen, was ik oprecht blij. De reden: zie Ruik & Vergelijk. Ik was tegelijkertijd verbaasd. Want het parfum, gelanceerd in 1986 door Prescriptives, krijgt met de herlancering een nieuwe eigenaar, merknaam: Clinique.
Volgens mij voor het eerst dat een dergelijke switch gebeurt en… biedt mogelijkheden voor de toekomst. Stel – onvoorstelbaar I know – dat Yves Saint Laurent en/of Dior failliet gaan en dat de parfumformules aan de hoogst biedende worden verkocht.
Tom Ford koopt de eerste, Marc Jacobs de tweede omdat deze vertegenwoordigers van ‘luxebrands2.0’ niet willen dat deze schatten verloren gaan voor de mensheid en je in de parfumerie moet vragen naar Opium van Tom Ford en Marc Jacobs’ Miss Dior…
Maar voor alle duidelijkheid: zowel Prescriptives als Clinique zijn onderdeel van The Estée Lauder Companies, alleen heeft de eerste zijn in 1979 geopende deuren in 2009 gesloten. En Clinique, zou je kunnen zeggen, zat om een geur verlegen… Sinds Happy uit 1999 (en alle seasonal variaties daarop) heeft het geen geur met ‘moderne klassieker’-aspiraties weten te introduceren.
Waarom dan een nieuwe maken als er een ‘in de buurt’ zit die qua uitstraling en filosofie past in de filosofie van het huis en in parfumkringen nog steeds als revolutionair geldt. Het persbericht meldt dat Chandler Burr, voormalig parfumrecensent van The New York Times, Calyx beschouwt ‘als een van de weinige geuren die een vrouw haar leven lang kan blijven dragen’ – wat fijn om dat van een man te horen!
Maar wat betekent Calyx.. is de kelk van de bloem die de bloemknop beschermt, bestaande uit het gebladerte waarin de bloemblaadjes zijn ‘verpakt’ zijn tot ze bloeien. Calyx, als geur ‘vertegenwoordigt’ de hele plant: wortel, houtachtige stengel, blad, bloem en vrucht die ze draagt.
Wel vreemd: de gebruikte orchidee in de nieuwe campagne – die zit dus niet in de geur. Wel vreemd: de nadruk op roos door de styling en door Grosjman herself in de promotieclip. Calyx krijgt hierdoor een softfocus, feminine en romantische toets terwijl dat nou juist niet de ‘bedoeling’ van de compositie was.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Mensen die Calyx nog niet kennen, denken misschien vol overtuiging: ‘Heb ik eerder geroken, ruikt vertrouwd’. Dat komt omdat het – zogenaamd – vernieuwende uitgangspunt door zoveel merken daarna is opgepikt: zomers ruikende bloemen die vallen op een rijke gevulde fruitmand.
Niet dat je een, twee, drie de bloesems kunt plukken. Niet dat je een, twee, drie de pitten van de rijpe vruchten kunt uitspugen. Het is meer de sfeer, de stemming. Alleen, in mijn herinnering was de Prescriptives’ Calyx meer uitgesproken. Dus groener (denk galbanum) en meer scherp citrusachtig (denk aan de klassieke, puur natuur hesperide-opening). Daarnaast was de geur koeler door ook nadruk te leggen op het waterachtige aspect van het fruit.
Wat Calyx ooit was, wordt goed door Sophia Grosjman verwoord: ‘Het vormt voor mij de weerspiegeling van de natuur, een combinatie van het blad en de bloem die staat voor alles wat prikkelend, weelderig en bruisend is’. Vooral dat laatste is treffend, want dat doet de Clinique Calyx nog steeds: de geur mousseert als een vrolijke champagne met perzikaccent net geserveerd in een gekoeld glas verpakt in groen.
Ook merkt Grosjman in 1992 op (in Women’s Wear Daily) dat Prescriptives iets ‘sparkling, exhilarating and new’ zocht en deze opdracht samenviel met een door IFF net ontwikkelde complexe fruitnoot én haar bezoek aan Israël waar ze viel voor de frisse charme van het aroma dat ze rook van grapefruit- en sinaasappelbomen…
Wat je vooral ruikt is de parallele ontplooiing van frisse en groene noten (kelk en stam) en het fruit met de bloemen (vrucht en bloem) die ondersteund worden door een hele, hele zachte houtbasis van musk, mos and cederhout (symbool voor wortel en stengel). Interessant deze fruitnoot: rijk, niet te zoet maar wel honingachtig, ‘vloeibaar’, zonnig en toch fris.
Het is een melange van mandarijn, passiefruit, mango, guave, meloen en framboos die als een mist op de bloemen – lelietje-van-dalen, lelie, jasmijn, goudsbloem, roos, cyclaam – achterblijven. Nog even over de bloemen: roos, cyclaam en lelietje-van-dalen bepalen voor mij de toon, geven de rest van de bloemen de zoetige toets versterkt door het fruit.
Over het fruit gesproken: heeft een exotische, smeuïge toets (mango en passiefruit) die heel mooi fuseren met het andere fruit dat er voor mij ‘uitspringt’: meloen. Ook fris, waterachtig, maar ook lichtjes honingachtig en sensueel – alsof de zon maar blijft schijnen over deze fruitmand. Dat zonnige, doet vermoeden dat ook hedione is gebruikt (ook wel bekend als waterjasmijn).
En dat doet me weer denken aan Edmond Roudnitska en de (nu als vintage bekend staande) geuren die hij voor Dior maakte, met name Diorella uit 1972 met dezelfde moderne fruitig-bloemige toets overgoten met de ‘hedione-in-overdrive’-klassieker: Eau Sauvage uit 1966. En om aan te tonen dat veel geuren Calyx schatplichtig zijn, ruik eens aan Yves Saint Laurents Yvresse uit 1994 – met name de opening. Of Estée Lauders Pure White Linen Light Breeze uit 2008 met zijn duidelijke frisbloemige fruitmix. Tenslotte: terwijl de geur so natural overkomt heeft Calyx toch een duidelijke synthetische noot door het fruitige, ondefinieerbare aroma (met scherp randje) waarvan je de verschillende ‘soorten’ pas proeft als je de compositie lang hebt doorgrond – iets waar de meeste gebruikers zich logischerwijze niet op concentreren.
Maar zoals ik al vaker heb opgemerkt, synthetisch is voor mij niet negatief. Sophia Grojsman heeft er ook een leuke gedachte over: ‘Neuzen proberen altijd de natuur te imiteren. Maar wat is natuurlijk. God heeft Chanel N°5 (1921) niet geproduceerd. Een parfumeur heeft het gemaakt. Ik geloof dat de kunstmatigheid een gedeelte van de charme van Calyx bepaalt. Geregeld spray ik een nieuw parfum op dat ik diskwalificeer als te synthetisch. Maar ik geloof dat het probleem is dat de meeste geuren die ik probeer gewoonweg niet goed ruiken. Calyx ruikt wonderschoon’.
RUIK&VERGELIJK
Het bijzondere aan Calyx valt pas op als je de geur in zijn tijd plaatst. De parfumwereld van toen was in de ban van zware, oosterse melanges en volbloemige parfums.
GENIETEN VAN DE KLEINE – ROOD GEPARFUMEERDE – DINGEN IN HET LEVEN
Jaar van lancering: 2013
Laatst aangepast: 13/11/13
Neus: Guillaume Flavigny
Ambassadrice: Ginta Lapina (en side kick Jonatan Frenk)
Regisseur: Giampaolo Sgura
Iedereen die wel eens een tekenfilm van Popeye the Sailorman heeft gezien, weet wat deze zeeheld allemaal doet om zijn liefje te redden en the pleasen. Geen zee gaat hem te hoog, geen Pippi Langkousvader- kaper op de kust doet hem vrezen. Het ontroerende: deze spinaziespierbonk valt niet echt voor de clichébeauty. Zijn Olijfje, of echte vrouwen die er op lijken zie je zelden in de glossies (het Lolita-model dat ChicPetals promoot daarentegen in overvloed).
En dat terwijl de herkenning zo groot zou zijn geweest onder de gemiddelde lezeres als de promotrice geen stunning beauty was geweest, maar een muurbloempje. Want dat zou je bijna gaan vermoeden als je het persbericht van ChicPetals leest: ‘Een eenvoudige, gevoelige vrouw die als geen ander van de kleine dingen in het leven kan genieten’.
Zoals van ‘de onweerstaanbare elegantie en authentieke schoonheid van bloemen die een nieuwe, zintuiglijke lichtheid uitdragen die door plezier en spontaniteit wordt gekleurd’. Het refereert in ieder geval aan Moschino’s enigszins cynische gevoel voor humor en lak aan alles. En daarnaast aan het gevoel voor ‘subtiliteit, elegantie, stijl, klasse en verfijning’ van de draagster van deze geur. Toch niet het eerste waaraan je denkt als je Olijfje voor je ziet (wel enigszins bij Ginta Lapina).
Volgens Moschino ook is zij nog eens ‘een interessante vrouw die zich met stijl en autoriteit door de fantasiewereld van bloemen en luxe beweegt’ die, wanneer ze aan ChicPetals ruikt ‘de tijd ziet stilstaan’ om met dit ‘elixer van geluk een verrukkelijk moment vol van gelach en opgetogenheid’ te ervaren.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Het is charmant van Moschino dat hij zijn boegbeeld Olijfje trakteert op een geurlekkernij die het nu erg goed doet bij de beoogde doelgroep: vanaf zestien jaar zou ik zo zeggen. Dat ruik je met name in de opening.
Dus een overdaad van rood fruit. In dit geval granaatappel (foto) en wilde aardbei die doet denken aan een volle vruchtensiroop. Vooral de eerste ruik je goed. En wat die wilde aardbei betreft: neem dat met een korreltje zout. Het verschil met de ‘getamde’ aardbei zit hem vooral in de smaak, niet in de geur. Eveneens charmant (en toevallig) in verband is de rode gember. Geeft deze rode zoetheid een prettig ‘geëtst’ randje. Ook niet geheel ontoevallig: de rode orchidee in het hart. Kleurt en geurt zo mooi bij het geheel. Maar zoals ik al bij Nero Assoluto (2013) van Roberto Cavalli opmerkte: de meeste orchideesoorten verspreiden geen geur. Het is meer een interpretatie van wat wij ons bij deze, meestal sierlijke bloem voorstellen.
Of beter gezegd wat de parfummarketing vindt wat wij ‘moeten’ ruiken: exotiek, sensualiteit en zoetheid. Wordt in ChicPetals vermengd met zachtfluwelig gardenia die samen een transparante, waterige en heldere toets krijgen door waterlelie.
Even ter herinnering: de geuren van al deze drie bloemen in het hart moeten in het laboratorium gekopieerd worden, gezien je die niet op natuurlijke wijze aan ze kunt onttrekken. Dat maakt de onschuldige parfumpret er niet minder om. Als was het alleen maar om het feit dat de basis geregeerd wordt door katoenzachte witte musk die een licht houtspoor meekrijgt van hinoki. Kortom, alle ingrediënten voor een jonge, olijke Olijf-geur zijn present: rood fruit, een bloemige sfeer en witte musk.
RUIK&VERGELIJK
Eigenlijk niet te doen. Rood fruit, bloemen en witte musk… je ruikt het tegenwoordig zoveel. Zelfs bij een luxelabel waarvan je het eigenlijk niet zou verwachten, maar die ondanks zijn extreme Parijse chic toch niet de aansluiting met de jonge generatie wil missen. By the way: de ambassadrices van onderstaande geur en ChicPetals zouden elkaars eeneiïge tweelingzussen kunnen zijn. Of zie ik door het rode fruit nu niet meer helemaal zuiver…
Don’t be fooled by the name. Classic Orange is geen klassieke sinaasappelgeur in de klassieke zin van het woord. Ik dacht eerst: ‘Doet me denken aan Orange Magnifica (2007) uit de Aqua Allegoria-reeks van Guerlain’. Dus grof gezegd en grof geperst: (bloed)sinaasappel ondergedompeld in aldehyden die de vrucht verandert in een zeepachtige, aangename sensatie. Maar het is zoveel meer.
Camille Henfling jr zegt zelf: ‘Een olfactorisch hybride landschap; ervaar hoe de frisheid en knisperigheid van een zomermorgen elegant transformeert naar de verfijning van een gouden herfstgloed’. Voor mij blijft de geur prettig tussen beide jaargetijden hangen. Deze complexe ‘bitterzoete symfonie’ is niet te fris, niet te warm. Wat letterlijk en figuurlijk tussenbeide zit, is het geheim volgens mij van Classic Orange. En dat is…
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
… de zeer elegante ‘tapestry’ van suède en Chinese osmanthus (foto), de bloem met haar aroma die zweeft tussen perzik en pruim. Het lijkt wel of de bladeren van de mini-bloemen zijn gemaakt van suède. Ook mooi: suède versterkt op subtiele wijze de animale noot die ook in osmanthus zit.
En dit alles wordt sierlijk heen en weer gewiegd door een zware thee-noot. Luchtig maar toch ‘sterk gezet’. De basis van sandelhout (Haiti) en witte musk – die volgens Camille Henfling jr een gevoel van vredigheid en troost openbaart – houdt dit alles elegant vast zonder dat er teveel de nadruk op wordt gelegd. Het draait toch om het hart. En toch – laat ik het niet vergeten – blijf je de zonnige en euforische explosie van bloedsinaasappel en petitgrain in opening de hele geur door, zij het getemperd, bespeuren.
Vreemd: ik krijg de neiging om deze vierde geur van Von Eusersdorff eerder Classic Osmanthus te noemen en ben evenzeer benieuwd welke volgend parfumingrediënt een klassieke behandeling van Camille Henfling jr krijgt.
RUIK&VERGELIJK
Wil je je ervan vergewissen hoe mooi en goed de osmanthus in Classic Orange ruikt, probeer dan ook eens:
WEER EEN NICHEPARFUMHUIS, WEER VAARDIG GEMAAKTE GEUREN
MAAR… WHAT’S NEW…
Jaar van lancering: 2012, 2006, 2013
Laatst aangepast: 03/10/13
Neus: James Heeley (foto)
Concept & realisatie: James Heeley
Of ze kennen hem nog niet, óf vinden hem de moeite niet waard. Verbazingwekkend is het toch dat tot nu toe wereldwijd geen enkel serieus parfumblogger aandacht heeft besteed aan James Heeley.
Misschien zitten zijn inmiddels zestien (!) geuren bij de bloggers nog verborgen tussen de andere niet geopende flacons en/of samples van andere eveneens net geopende parfumhuizen.
Deze voormalige Engelse student filosofie en ethiek aan Kings’ College in Londen is dus een ‘designer turned perfumer’ die inmiddels vanuit Parijs opereert. De boetiek bevindt zich ‘in’ de Passage du Désir – ingang rue Faubourg St Honoré als ik het goed heb begrepen. Strak-saai-smaakvol ingericht. Zijn minimal chic is gehuld in, zoals dat heet, stemmige zwartwit-tinten met af en toe een verdwaald stuk natuur (kale, kunstige boomstronk, door de elementen gevormde kei). In Nederland wordt hij vanaf nu vertegenwoordigd door Skins.
De presentatie onderscheidt zich een beetje van de meeste van zijn concullega’s doordat de standaardflacon bij iedere geur een eigen minimal decoratie in de stemming van de geur krijgt. Maar voor de rest toch: less is more, more of the same en me too. Ik lees op zijn site dat hij een van de weinige eigenaar-oprichters en onafhankelijke luxe parfumhuizen in Europa is. Door deze creatieve vrijheid kan hij individuele geuren creëren die eenvoudigweg uniek zijn.
Nou het eerste is niet waar – ik noem slechts Mona di Orio en Etat Libre Orange – en wat die uniekheid betreft; daar valt het een en ander op af te dingen. Want dat zijn de geuren niet.
Dat kan tegenwoordig ook bijna niet meer – of je moet een geurengek als Hilde Soliani of John Pegg van Kerosine zijn. En dan nog. Heeley’s parfums zijn mooi gemaakt, van de beste ingrediënten, maar blijven toch elegante variaties op klassieke parfumthema’s. Ze schuren niet, hebben geen edgy randje of maken combinaties die je niet voor mogelijk had gehouden.
Lees je een beetje aan de namen af. Die zijn klassiek met af en toe een vrolijke, eigentijdse invalshoek – Bubblegum Chic (2013). Voor de eerste drie analyses heb ik Ophélia, Mente Fraîche en Cuir Pleine Fleur genomen omdat ik benieuwd ben hoe Heeley respectievelijk een van de klassieke heldinnen uit de Engelse literatuur interpreteert, het zijn debuut was en je me altijd kunt wakker maken voor een nieuwe leergeur.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Nog een reden: ik kan ze alle drie mooi aan elkaar praten. Altijd weer leuk om te lezen dat een parfumhuis ‘rare ingredients of the finest quality, according to the traditional art of fine perfumery’ gebruikt. Is deze volledig overbodige info er (want vanzelfsprekend, daar heb je het niet over lijkt me in de nicheparfumerie) om de weifelende consument echt te overtuigen dat hij niet teveel betaalt… ?
James Heeley noemt Ophélia (2012) ‘too pretty for words’. Hmm, het is maar net over wat voor een uitgebreide woordenschat je beschikt of niet. Mijn indruk: een mooie, elegante volbloemige geur waarvan het ‘volle geel’ (sensualiteit) wordt getemperd door groen.
Het kunnen de stengels en gebladerte zijn van de ‘gele’ jasmijn, ylang-ylang en tuberoos. Deze crispy noten worden vermengd met een waterachtige noot (de opgevoerde waterlelie?) en hechten zich sierlijk aan de voluptueuze rijkdom van deze drie sensuele versierders. De laatste twee (ylang-ylang en tuberoos) met name zijn goed te onderscheiden en zorgen voor een smeuïg, ‘volle boter’-effect, terwijl de jasmijn het totale bloemenplaatje versterkt.
De afronding van witte musk, ambergris en mos (die garandeert dat Ophélia niet te clean en schoongewassen wordt) houdt dit mooi vast. Ophélia staat door het toneelstuk Hamlet van William Shakespeare voor intens verdriet dat letterlijk steeds gekkere vormen aanneemt.
Als Hamlet haar vader Polonius doodsteekt, begint haar droefenis verwarrend voor haar omgeving te werken; Ophélia drijft die tot wanhoop met onbegrijpelijke liedjes. Later verdrinkt ze onder mysterieuze omstandigheden in een ondiepe beek. Dit inspireerde John Everett Millais tot een van zijn beroemdste schilderijen in 1852 (zie afbeelding onderaan) en James Heeley volgens mij tot zijn geur: je ziet op dit doek de ingrediënten als het ware ronddrijven en groeien aan de rand van het water.
Waar ook met een beetje fantasie het munt uit Menthe Fraîche (2006) welig tiert. Deze geur wordt door Heeley omschreven als ‘simply fresh, like garden mint’. Maar zonder de groene scherpte eigen aan (water)munt (maar wel overrompelend in zijn hoeveelheid) waardoor er een soort van casual elegance ontstaat.
Het is tenslotte een compositie. Hiervoor verantwoordelijk: sprankelende bergamot en groene thee. Origineel is om in plaats van jasmijn, fresia aan deze ‘watermunt’-thee toe te voegen. Maakt de geur anders. Is plaats van bloemig fris wordt het fris-bloemig (en roept hierdoor een associatie op met Antonia’s Flowers uit 1984). Wit cederhout en gelukkig geen witte musk houdt deze groenheid vast.
Beetje vreemd gebruikersprofiel krijgt Menthe Fraîche mee. De soort man: clean en fit. Denk aan de hoofdpersoon Patrick Bateman in de verfilming van American Psycho (2000) – zie trailer. De soort vrouw: heeft witte tanden, draagt lipgloss, is sexy.
En dit soort man en vrouw vindt het ook aangenaam om in een sportauto van Engelse makelij – vintage naar ik vermoed – te rijden over velden en wegen van het Engelse platteland terwijl de bladeren vallen.
Heeley draagt andere types aan voor Cuir Pleine Fleur (2013). Achter ‘zijn’ stuur zit een van de hoofdrolspelers uit de roman The Great Gatsby (1935) van Scott Fitzgerald. De vrouw die valt voor deze ‘luxury of fine leather’ is een paardrijdster die beschikt over natuurlijke gratie – lang leve het cliché.
Qua type denk fata lFaye Dunaway in haar jonge jaren toen ze Evelyn Cross Mulwray speelde in Roman Polanski’s film Chinatown uit 1974 dat zich in dezelfde periode afspeelt als The Great Gatsby – de ‘onschuldige jaren’ voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.
Het is duidelijk: Cuir Pleine Fleur roept op wat eigenlijk de meeste leergeuren doen: robuuste chic. Leer van een vintage-auto, het leren tuigage van een paard in een bosachtige omgeving en je hebt het inderdaad verbeeld. Opvallend: eerst lijkt het alsof je de opening en het hart in één keer ruikt. Ofwel, een frisbloemige ontmoeting tussen viooltjesblad, bergamot en mimosa, meidoorn en roos. Hierdoor beweegt zich een zachtzoete noot van kaneel ondergedompeld in honing of honing vastgeplakt aan een kaneelstokje als je zo wilt.
Mooi dat je de mimosa-meidoorn-roos combi (zonnig, droog met zoete ondertoon) zo goed ruikt, maar dat plezier maakt geleidelijk plaats voor een krachtige leernoot, begeleid door kamperfoelie (die ik zowaar waarneem in dit leergeweld) en wordt opgeroepen met castoreum en berkenteer ondersteund door een krachtige houtnoot van vetiver en Atlascederhout. Gewoon mooi gedaan.
RUIK & VERGELIJK
Kunnen we doen. En is niet zo moeilijk. Gezien de geuren van James Heeley in duidelijke categorieën vallen:
QUA UITWERKING: BOCHT, ROTZOOI, TROEP, SMERIG SPUL
Jaar van lancering: 2008
Laatst aangepast: 26/09/13
Neus: Shyamala Maisondieu
Illustratie: Ich & Kar
Concept & realisatie: Etienne de Swardt
‘De huid is zacht en warm, op sommige plaatsen bijna transparant als een lelie. Smekende flirts vermengd met preutsheid – schoonheid onthult haar innerlijk, durft zich bloot te geven zoals ze werkelijk is. Naakt in overtreffende trap. Het is het perfecte moment. Rijp vlees wachtend om verzwolgen te worden. Angstloos wacht ze in volledige stilte op het moment dat de fatale aantrekkingskracht in werking wordt gezet. Ze is een dociel en berustend slachtoffer’.
Dat belooft wat! En inderdaad: ‘Het beest is niet ver meer. Hij heeft zijn val uitgezet, en kenner als hij is, anticipeert op het moment als hij bezit neemt van haar essence. Voor hem heet deze prooi ‘verlangen’ en maakt zich haar volle vrouwelijkheid volledig eigen. De geur begint te werken. Nog even en het hart smelt, verspreidt haar vanillenoten, leer smelt in een balsem om zijn kostbare, zongekuste en stimulerende aroma’s tSe verspreiden. Genadige pesticide. Geloof in het beest, deze omhelzing met de smaak van eeuwigheid. Hoe heb je het ooit zonder kunnen stellen?’
Ja, ze kunnen er wat van de tekstschrijvers van Etat Libre Orange – lijkt het wel of ze een masterclass in ‘parfumprietelatuur’ bij Serge Lutens hebben gevolgd. Lekker vrij associëren, gewoon opschrijven wat je invalt… past in ieder geval perfect in de filosofie van het huis: vreemd doen om het vreemd doen, hopende dat het iets teweeg brengt.
Kan de consument zich er iets bij voorstellen, dan tant mieux. Niets? Dan tant pis. Dan resteert gewoon de geur. En die vind ik boeiend. Zoals zoveel geuren van dit huis, die door de mallotige invalshoeken, zo vaak het ‘uitzicht’ op de essentie blokkeren. Onderga ga je ze gewoon, zonder de pr-talk, dan word je als liefhebber toch vaak verwend.
Zo ook met Charogne. Kun je vertalen met – heeft u even – vervelend kreng, heks, teef, viswijf, loeder, feeks, haaibaai, helleveeg, vals wicht, trut, troela, bocht, rotzooi, troep, smerig spul, klier, smeerlap, schurk, schoft, stuk ongeluk, mispunt, ellendeling. Dat belemmert wel de olfactieve interpretatie en die is voor mij…
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
… niet wat je aan ingrediënten krijgt opgesoupeerd: bergamot, kardemon, gember en roze peper in de opening. Lelie, jasmijn, ylang-ylang en osmanthus in het hart. Vanille, wierook, styrax, cistus labdanum, ambrette en musk in de nasleep. Mijn eerste indruk: ruig leer ingewreven met kaneelessence. En dat geeft wel een prettige sensatie.
Als ik diep doorruik, neem ik ook gember en roze peper waar, die elkaar mooi versterken. Eveneens de ylang-ylang en zowaar osmanthus. Maar het gaat in Charogne om de basis.
Styrax (foto), verantwoordelijk voor de leernoot, wordt versterkt door cistus labdanum en ‘gerookt’ door wierook, sierlijk ondersteund door de zoetmakers vanille, ambrette en musk. De geur roept voor mij helemaal niet op wat alle betekenissen (zouden moeten) oproepen.
Geen ‘smerig spul’ bijvoorbeeld. Voor mij is de geur eerder – om in de ‘sfeer’ van de naam te blijven – elegant vilein. Maar als Etat Libre Orange de link had gemaakt met een gekke, nichterige bakker in het bcbg-circuit in Parijs die zoete broodjes bakt in zeer seksueel expliciete vormen, had ik het ook geslikt. Want Charogne is voor mij eigenlijk een ‘gourmandervaring’. Aangenaam dat wel: suikerbrood met kaneel gebakken ‘in leer’.
RUIK & VERGELIJK
Geurengoeroe en Etat Libre Orange tot nu toe. De meer recente lanceringen volgen spoedig, want de geuren zijn in Nederland, na te zijn verdwenen bij Skins, dit jaar met open armen ontvangen door http://www.parfumaria.com:
Etat Libre Orange Divin’Enfant (2006)
Etat Libre Orange Encens & Bubblegum (2006)
Etat Libre Orange Jasmin & Cigaret (2006)
Etat Libre Orange Je suis un Homme (2006)
Etat Libre Orange Putain des Palaces (2006)
Etat Libre Orange Sécrétions Magnifiques (2006)
Etat Libre Orange Rossy de Palma Eau de Protection (2007)
Bulgari is gelukkig weer terug bij af wat de presentatie van zijn geuren betreft: chic, met een zekere distantie en niet te crowd pleaserig. Dat is wel eens anders geweest. Goed voorbeeld: de visuele evolutie van Pour Femme uit 1994. Van uiterst smaakvol, naar cliché – model houdt flacon absurd ‘verliefd’ vast in haar handen – kwam het via de campagne met Kate Moss enigszins weer goed.
Met het in huis halen van Kirsten Dunst heeft Bulgari een adelijke allure gekregen, waar het menig real royalty aan ontbreekt. Is Dunst de soevereine, afstandelijke ambassadrice, topmodel Edita Vilkeviciute vormt het ‘alternatieve’ pendant. Ze is het chique hippie-zusje waar meer gewone jonge vrouwen zich in zullen herkennen denk ik.
Vilkeviciute promoot dan ook een meer relaxte geur: Omnia Crystalline. Niet dat ze makkelijker in de omgang is dan Dunst, want hoewel volgens de Italiaanse juwelier ‘subtiel sexy, lieflijk charmant en ongekend vrouwelijk’ is ze een ‘magnetische muze met een engelachtige, etherische schoonheid gehuld in een mystiek aura’ – over clichés gesproken.
Ze heeft wel een hoog aspiratieniveau: ze laat zich inspireren door ‘grote persoonlijkheden uit de renaissance die op het doek zijn vereeuwigd door Italiaanse grootmeesters’ die om haar ‘vrouwelijke kant te benadrukken haar Venetiaanse (?) lokken tooit met delicate juwelen voor een majestueus effect’: een diamanten tiara, een met diamant gezette rosé-gouden ring, een armband (laatste twee uit de Diva-juwelencollectie).
Alsof dat nog niet genoeg is: ‘Ze belichaamt een tijdloze Bvlgari-prinses – elegant en sprankelend en Omnia Crystalline belichaamt haar bovennatuurlijke gloed, haar aanstekelijke sprankeling’. En dan hebben we het alleen nog maar gehad over het effect van Edita Vilkeviciute als Omnia Crystalline-vrouw in de fotocampagne.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Bulgari is wel erg hoogdravend wat betreft de totstandkoming van de geur. Je struikelt over de adjectieven, waarvan sommige vanzelfsprekend (en daardoor overbodig), andere discutabel zijn. Vanzelfsprekend: ‘Een weelderige interpretatie van de eau de toilette Omnia Crystalline behoort een creatie van topkwaliteit te zijn’. Discutabel: ‘Gebaseerd op zeldzame en exclusieve ruwe materialen’.
Want aan de gebruikte essences is niets bijzonders, in die zin dat die ook in heel veel andere geuren worden verwerkt. Uitgangspunt is de lotusbloem (symbool van puurheid en absolute schoonheid) die voor Alberto Morillas verwijst naar de helderheid en schittering van kristal: ‘Bij het creëren ben ik trouw gebleven aan de lotusbloem, ik heb haar geursignatuur aangepast en het verslavende effect van de glinsterende bloembladeren verbeterd. Het resultaat is verfijnd, rijk in witte en pure tastbare sensaties. Ik zie deze geur als een luxueuze warme sensuele stola’.
Oordeel van Bulgari: ‘Morillas heeft zichzelf met de interpretatie van de lotusbloem, op een meer compacte, nobele manier, overtroffen’. Nou…, het is een variatie op een thema die Morillas al vaker heeft gebruikt. Ik zou het omschrijven als helder en transparant. De geuren van Morillas zitten nooit dicht en vast, zijn geen ondoordringbare oerwouden. Een elegant aaneen rijgen van noten. Ruik je goed in Omnia Crystalline. Wordt geopend met mandarijn. Fris, citrus en zoetig. Dan ruik je een waterbloemige sensatie.
Opgeroepen met de denkbeeldige geur van lotusbloem die van nature niet echt een geur afscheidt. Meer een symbool voor ‘heilige frisheid’ en ‘rust’. Moet dus zacht zijn, moet dus teder zijn… dit idee van frisse bloemigheid wordt in het hart gecombineerd met poederige noten: iris (aards-droog, groen-vochtig) en heliotroop (amandel, vanille) die in basis samenkomen in een zijdezachte streling van romig ‘sandelhout’ (door Morillas vertaald aangezien echt sandelhout niet meer voorhanden is ) en ‘een nieuwe generatie musksoorten en benzoïne uit Siam (foto).
Dit hars met zijn warme, balsemachtige noten, zwevend tussen kaneel-kruidig, vanille en amandel, eist een belangrijk deel op waardoor Omnia Crystalline eindigt als een security blankte-geval gemaakt van kasjmier.
RUIK & VERGELIJK
(Berg)kristal – wel eens gestold water genoemd – heeft vanaf de oertijd een fascinatie uitgeoefend op de mensheid en daardoor ook veel kracht toebedeeld gekregen: dit kwarts heeft een voorspellende gave, straalt energie uit, is concentratieverhogend (goed voor de meditatie) werkt zuiverend met een gunstige uitwerking op lichaam en geest… Is natuurlijk een kwestie van (bij)geloven. Daarnaast staat het voor zuiverheid en ongereptheid. Logisch dat parfumhuizen en parfumeurs zich door dit halfedelsteen (en andere) laten inspireren:
Chanel Cristalle (1975)
Versace Bright Crystle (2006)
Valeur Absolue Oeil de Tigre (2010)
Olivier Durbano Citrine (2011)
Serge Lutens L’Eau Froide (2012)
En wat ‘zichzelf overtroffen’ in combinatie met Alberto Morillas betreft, dan denk ik aan:
Cartier Le Baiser du Dragon (2003)
Hij heeft trouwens ervaring om de zuiverheid van de waterlelie in een geur te vertalen:
Model: Ryan Kennedy, Will Higginson, Bo Ackerson, Malcolm Jackson
Fotografie: Phil Poynter
Flaconontwerp: Parfums Azzaro Studio
Artistic direction: CLM BBDO Beau
Parfum is tegenwoordig zo veel meer dan een ‘lekker luchie’. Niet voor de gemiddelde consument, wél voor een nieuwe generatie marketeers die werkelijk alles uit de boekenkast haalt, te leen gaat bij filosofen, geleerden consulteert en zelfs ‘echte’ schrijvers weet te strikken om parfum een toegevoegde waarde te geven.
Want als droom, vlucht en puur plezier voldoet parfum niet meer. Het is een beleving, een mindset, een verbindingsfactor, een monitor van de maatschappij, een analist van menselijk gedrag. Wat laatste betreft: bij Loris Azzaro vond men de ‘nieuwe vriendschap tussen mannen’ een interessante invalshoek. Dus: ‘Als eerbetoon aan Loris Azzaro en zijn diepgaande gevoel voor vriendschap’ wordt Chrome United gelanceerd. Het is een geur ‘die vriendschap en verstandhouding tussen mannen, de kracht van een band en het gevoel van vrijheid dat een vriendengroep bindt, viert’. Meer weten? Lees dan het volgende. Minder weten? Scroll naar Ruik & Vergelijk.
Chrome United wordt in een breder, maatschappelijke tendens geplaatst, want ‘vriendschap heeft een belangrijke plek in het hart van mannen. Een meerderheid van de Europese jongeren plaatst, na familie en werk, vriendschap op de derde plaats op de lijst van persoonlijke ontplooiing. Vriendschap is allereerst: de vreugde van samenzijn’. Maar ook ‘een essentiële impuls voor het evenwicht tussen wederzijdse welwillendheid, steun, loyaliteit, plezier en vertrouwen. Voor mannen heeft vriendschap betekenis als die compleet, sterk en blijvend is die vooral tot uitdrukking komt in actie en lef. Vaak opgebouwd in een gemeenschappelijke activiteit, rondom een gezamenlijke passie: poker, gastronomie, muziek, sport…
… momenten die het leven pit geven, om met volle teugen de dag te plukken, waarin filosofen de essentie van geluk zien. Vriendschap wordt een toevluchtsoord bij uitstek, als de fundamenten van de maatschappij zwaar op de proef worden gesteld en verhalen over algemene somberheid naar hartenlust worden herhaald’. Het is dus, aldus Azzaro, ‘geen toeval dat vriendschap (tussen mannen in het bijzonder) mensen bezighoudt en sinds tien jaar het onderwerp van filmsuccessen vormt.
Ook wel bekend geworden als de bromance-stijl (een samentrekking van brothers en romance), waarvan onder meer getuigen: Very Bad Trip (2009), de films van Judd Apatow, The King’s Speech (2010). In Frankrijk waren La Vérité si je Mens en Bienvenue chez les Ch’tis (beide 2008), Les petits Mouchoirs (2010) en Intouchables (2011) grote bioscoopsuccessen die breeduit geëxporteerd worden… Alleen al dit jaar komen Amitiés sincères, Turf en het derde deel van Coeur des Hommes 3 uit; aandoenlijke verhalen een vriendengroep’. En Geurengoeroe voegt in dit verband graag een Nederlandse bijdrage toe: All Stars en al gefilmd in het jaar dat begrip bromance nog uitgevonden moest worden -1996!
En dit allemaal ter ondersteuning van een Chrome United… dat dit gevoel visualiseert met ‘de onafscheidelijke vrienden Ryan, Will, Bo en Malcolm die elkaar leerden kennen op de middelbare school en, nu net dertig, waarschijnlijk hun beste jaren beleven. Ze delen hun interesse in kunst, literatuur en natuurlijk vrouwen. Hun hoofden zitten vol plannen, zijn overtuigd dat zij het ver zullen brengen in het leven. Maar vooral vormen zij een groep, een soort tweede familie.
Als ze samen zijn, zie je enkel hen en hun onderlinge band is benijdenswaardig. Zij zijn zichzelf, zonder terughoudendheid, verbonden door een oneindig gevoel van vrijheid. Samen kunnen ze alles aan. Hun uitstapjes zijn een manier om hun vriendschap te vieren en dat is belangrijk voor hen. Dit keer zijn ze vertrokken richting strand, met de auto van Ryan, een Mustang. In lachen uitbarsten, stoeien, rennen door de duinen… Zij weten dat deze vriendschap een voorrecht is en willen dat intens beleven’.
Nu vraagt Geurengoeroe zich of deze vrienden niet uit de kaartenbak van verschillende modellenbureaus komen, of ze voor deze klus elkaar ooit hebben gezien? Maar misschien, afgaande op the making of, was de ontmoeting zo leuk dat hieruit wellicht alsnog een bromance is voortgekomen.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Een van de basisingrediënten van een goede bromance, is volgens mij ongecompliceerdheid in omgang gebaseerd op een hechte basis. En dat kun je ook van deze Chrome United stellen: frisse, pittige en energieke noten worden in de dry down vermengd met witte musk en hout. Iets preciezer: door de frisse explosie heen van bergamot (tekening) neem je een droog-kruidige, strakke noot waar. Komt op conto van Sichuan-peper en koriander (de korrel, niet het blad). Dit gaat vervolgens kopje, maar harmonieus onder in het hart vol van zwarte Ceylonthee. Met een warm en toch helder effect. Dit geheel krijgt een crispy groen, vegetaal randje door vioolblad. En als dit alles door de wind die waait over het strand is meegenomen, resteert een zacht-sensueel, maar kraakhelder fond op basis van witte musk en cederhout. Laatste ruik ik niet zo duidelijk, de witte musk daarentegen volop.
RUIK & VERGELIJK
Zing mee en vul zelf in: ‘Eén keer trek je de conclusie, vriendschap is een…’ Kun je olfactorisch ook ondervinden met: