MEETING THE CREATOR(S)
PARBLEU C’EST PAS BLUE! PARFUM ALS ABSTRACTIE
Jaar van lancering: 2015
Laatst aangepast: 04/02/16
Neus: onbekend
Vormgeving en fotografie: Magali Senequier
Concept & realisatie: Gérald Ghislain, Magali Senequier
Ken je de french expression: derrière chaque grand homme, se cache une grande femme? Niet? Goed geantwoord – omdat it isn’t een Franse expression. But I was thinking of it while interviewing Gérald Ghislain during his stay last december in the hoofdstad of modern tourist industry of Europe, Amsterdam.
Bent u wel in orde, Geurengoeroe? Al die talen door elkaar? Ja, hoor. Prima, niks mis met me (laatste woord op z’n Engels uitspreken graag). Is er reden voor dit gebabbelonië? Ja, komt door het zeer vermakelijk onderhoud, sharing of thoughts en jokes die ik afgelopen december in de The Fragrance Store had met Ghislain – we schakelden beide tout le temps over van Engels naar Frans et vice versa. Blij – niet trots of ‘proud’ zoals tegenwoordig bijna iedereen bij de minste of geringste aanleiding is – hem eindelijk alive & kicking te ontmoeten.
Voor mij is Ghislain nog steeds an influencer to be reckoned within the niche department of the perfume bizzniz. Hij introduceerde het begrip to a broader audience ongeveer tegelijkertijd met Frédéric Malle. Zijn concept overtuigt nog steeds en is gelukkig niet in metaal geklonken. He adapts easily: eerst geuren gebaseerd op personages influentiels uit de Franse geschiedenis inclusief ‘onze’ Mata Hari. Hij was de eerste in deze. Vervolgens vanaf 2005 Soliloquies – gebaseerd op klassieke parfumconcepten. Helemaal leuk: la manière hoe hij zijn visie op oudh introduceerde met Edtion Rare (2011). Bijna vergeten: zijn geile tuberoostrilogie uit 2009. And of course his commercial uitstapjes – zoals Moulin Rouge (2009) en Music Hall (2012).
En avec zijn most recent interpretatie van zijn oorspronkelijke jaartal-geuren, The Opera Collection, maakt hij van niche überniche. Zonder het gevoel voor humor te verliezen – de presentatie van elk parfumextract is voorzien van een tussen kunst en kitsch-speeldoos die je muzikaal van een aantal akkoorden van de desbetreffende opera’s laat genieten. Zijn inspiration: sa mamam – was een operazangeres behept volgens hem met het klassieke diva-gedrag!
Maar wat vreemd: de teleurstellende opkomst van ‘beautyredacteuren’: ook een soort van diva-houding – diegene die de moeite hadden genomen waarin in no time vertrokken. Gemiste kans. En stom. En dom: heb je een keer la possibilité om ‘in de buurt’ een connaisseur te ontmoeten, laat je die kans liggen.
Over ‘derrière chaque grand homme, se cache une grande femme’ gesproken. Dat was voor mij de grootste verrassing. Ik ging er vanuit Gérald himself ook responsable voor de vormgeving was. Not dus. Blijkt une femme te zijn: Magali Senequier. Ook aanwezig en druk in de weer als fotografe. Wat ik echt een trouvaille van haar vindt: de 60 ml-versie van de standaard ‘boekflacon’: gewoon door midden snijden, niet moeilijk doen. Klaar. How simple and effective. Ze nam bescheiden mijn bewondering in ontvangst.
Hoewel hij naar eigen zeggen geen echte neus is – maar wel graduate van de ISIPCA-parfumeursopleiding in Versailles – heeft hij iets gemeen met ‘echte’ goede neuzen: hij rookt! Ik joinde hem een paar keer. Schept een soort van band, maakt de sharing of thoughts un petit peu eenvoudiger. Terwijl we buiten stonden te paffen, had ik het met hem over de link entre sigarettenrook en oudh. Politiek correct gezien moet je dat eerste nu vies en walgelijk vinden. Maar verbrand tabak verspreidt – nog steeds – een mooie, zoetig, stoer-chic aroma. Gérald knikte al inhalerende bevestigend en zei tot mijn grote surprise dat de rich & famous uit Arabië nu parfumeurs in Grasse opdracht geven voor een oudh-parfum, maar dat de formule zonder oudh wordt verzonden – de aangegeven hoeveelheid wordt ‘thuis’ door de bestellers zelf toegevoegd.
Ik weet de vraag is niet origineel, maar ik ben toch altijd benieuwd naar de eerste geur die een beslissende impression op neuzen heeft gemaakt. Hij antwoordt met een lach: ‘People always ask the same questions during interviews, like, ‘what are you favorite fragrances?’ Thank you! Het antwoord: Jicky (1889) en Mouchoir de Monsieur (1904) van Guerlain. Pas mal! Un autre? Ghislain: ‘You always remember the fragrance of the first girl you fell in love with’ – L’Artisan Parfumeurs’ Mure & Musc (1978). Ik moest hier zelf lang over thinken… Volgens mij gebruikte mijn eerste ‘echte’ vriendinnetje – Elsbeth, ik was vijftien – een patchoeli-bom uit een Indiase toko.
QU’EST-CE QUE JE SENS EN FAIT?
Nu Blu. Is een vreemde, in de zin van eigenaardig, exercitie. Geen referentie met personages celèbres, geen basisingrediënt vererend. Is selon Ghislain de meest toegankelijke geur van hem tot nu toe. I have my doubts – want zo easy going is Blu ook weer niet. Ik bedoel zijn Vert Pivoine (2005) voor de vrouw est plus simple als composition, 1828 (2001) wat pour homme betreft.
Het uitgangspunt maakt er Blu niet eenvoudiger op: ‘From the elemental to the experimental, an expression of an olfactory hallucination, a magnetic attraction, a sensual tatoo reading pleasure on the skin, an excitement of the senses, and the vibrant rhythm of life, love and freedom’. Sounds cool, maar ik ervaar dit niet. Wel de andere constatering: ‘A brilliant message of abstraction’.
Je ruikt namelijk, geen klasssieke, direct herkenbare geur. En deze gaat er nog beter in voor mij: ‘This blue page is yours to write as no one else can do it for you. It’s up to you to be the author of your story’. Doen we.
Ik feel, see and smell geen blauw, maar eerder grijs. Aangenaam stoffig. Beter gezegd: Blu ruikt voor mij naar stof. Grijze stof, wol, ‘grey flannel’. Dat komt en particulier naar voren in de basis. Boeiend om de deze droge mix van amber en patchoeli zo gepresenteerd te krijgen – want not warm and sensual, mais eerder sec. Duurt even voor dit wordt geopenbaard, want de aldehydenopening op basis van bitter orange, barst uit zijn voegen en doet denken aan – schrik niet! – de ouverture van de eau de cologne-versie van Tosca (1921) van Muelhens die dit jaar zijn 95ste verjaardag viert. Maar dan minder vet en rond.
Als je langer doorruikt, valt pas op dat ‘geur als abstractie’ in Blu erg ver wordt doorgevoerd; doet niet echt pour femme aan, terwijl hij ook niet typiquement for men is. Blv is een wonderlijke olfactorische ervaring die je in een not classic way de veelzijdigheid van geur laat enjoyen.



Toen ik voor het eerst naar New York ging, werd in Amsterdamse ‘welingelichte kringen’ de van waterbuffelmelk gemaakte porseleinwitte mozzarella geīntroduceerd als diner-entrée. Kocht je in van die authentieke, pittoreske toen nog niet als ‘lifestyle’ geclassificeerde winkeltjes. Lekker snob. Echt keuze had je niet: meestal van één ‘adresje’. Loop ik in the Big Apple een grocery binnen: mozzarellahemel – meer dan twintig merken. Maar om die nu allemaal te kopen voor een vergelijkend warenonderzoek in nuanceverschillen?
Doet 27 Février 1950. Maar toch. Is een ‘eaubade’ op Reynier Pozzo di Borgo. Wat de exacte familieband met Pozzo di Borgo’s oprichtster is, wordt me niet geheel duidelijk. Oomlief? Zijn ‘biografie’ op de homesite van het merk is nogal vreemd opgesteld so to speak: ‘On February 27, 1950 was born Reynier Pozzo di Borgo. This lover of French heritage has spent his life raising and maintaining the old stones as an architect’. Liefhebber van Frans erfgoed? Ben ik ook! Wie niet? Oprichten en onderhoud van oude stenen? Kan het vager? Even gegoogeld. Wat blijkt? Eerst graaf, vervolgens sinds 2008 zesde hertog Pozzo di Borgo is een in Tunesië geboren architect. Zelfs zijn Parijse adres wordt vermeld – geen ‘verkeerd’ arrondissement. Ik ben erg blij dat hij ‘now focuses on renewable energies and creates a collection of citrus in Corsica that he appreciates the sweet flavors and fragrances’. Het staat er echt. Renewable energies, klopt volgens
… maar niet zo eigenzinnig als verwacht. Valentine Pozzo di Borgo laat zich er nog al op voorstaan dat ze van adellijke alternatief-chic komaf is. Maar dat ruik je niet echt in 27 Février 1950. Maar al haar geuren ‘wrijven en schuren’ trouwens niet – figuurlijk. Zijn niet onderscheidend. Zo ook 27 Février 1950: niche voor beginners. Maar die wrijft en schuurt gelukkig wel – letterlijk. Zoals al gezegd: verplicht voor een eau de cologne. Je ruikt door de eclatante frisheid direct de kwaliteit van de ingrediënten. Pierre Bourdon zegt over de compositie, alleen weer zo krom Engels genoteerd: ‘created this fragrance especially for him – Reynier dus – as a ballad in family Corsican lands’. En eindigt met een gaap-gaap-nog-een-keer-gaap ‘27 Février 1950 is a powerful fragrance that leaves a present wake and assures a silhouette as a character trait’.
Jullie weten het allemaal – hoop ik: je moet ‘tegenswoordigs’ heel veel, maar dan ook echt heel veel uit de kast halen om de ‘verwende’ parfumconsument nog te prikkelen. Alles is al gedaan. Extreem seksueel en
Het persbericht: ‘ck2 is een nieuwe categorie: urban, woody, fresh. Vernieuwend: het gaat er niet om of je de geur als man of vrouw lekker vindt, maar als individu – zonder vooroordelen, zonder verwachtingen ‘open’ de geur ervaren’. Interessant: de compositie is er wel en ook weer niet.
Er bestaat een wereld waar wij – lees: de gemiddelde burgerman – geen weet van heeft. Af en toe glipt in zijn bestaan iets binnen: tijdens een mallotige gossip-rubriek op tv – denk: zijne roddel- en achterklap hoogheid Albert Verlinde. Of zie je bij toeval op Facebook dat een Arabische wereldburger uit zijn – op maat gemaakte – sloffen schiet omdat zo’n parkeerwachterloser een bon op zijn – how very dare you! – Lamborghini heeft geplakt. Soms denkt hij dat een ronkende advertentie – denk: Flying Emirates – een tip van de sluier licht.

Strange: still no mention of Blue Noir at 
Toen ik ongeveer vijftien jaar geleden na een vakantie uit Nieuw Zeeland terugkwam in het vaderland, werd ik ondanks mijn xxl-lengte niet direct herkend: was mijn baard (nee, niet de eerste maar laatste foto). Had ik een kwartaal laten staan. Neem daarbij de andere haren die ik op mijn hoofd welig had laten voort woekeren: ‘Hé baardaap, terug uit de rimboe?’
Daarnaast zie ik een duidelijke invloed van andere mannen wat ‘baardschap’ betreft. Maar hoe omschrijf je in deze verwarrende tijden ‘vrij en onverveerd’ deze bevolkingsgroep die gelooft dat Moehammad ibn ‘Abd Allah ibn ‘Abd al-Moettalib ibn Hasjim ibn ‘Abd Manaf al-Koeraisji (ca. 570 -632), the one and only profeet en boodschapper van God is. Deze mannen hebben sinds millennia een overdreven aandacht voor de baard gecultiveerd – als detail van hun niet onderhandelbare mannelijkheid. Vandaar in groei en in onderhoud letterlijk tot in de puntjes verzorgd. Geldt ook voor de daarboven trots prijkende snor – nu vaak gepommadeerd comme Hercule Poirot. Wat de hipster hier aan toevoegt: up to date styling. Casual ruig dus: tatoeages, stoere sieraden ter ondersteuning van een strak pak, skinny look of een zorgvuldig samengestelde urban nomad-outfit. Een voorbeeldig exemplaar: Menno de Koning winnaar van Nederland Bakt anno 2015.
Niets nieuws eigenlijk onder de horizon, want ‘bij de Arabieren’ – daar doelde ik zonet op – is deze barbershop-functie altijd levend gebleven. Daar is het vanzelfsprekend dat je gezicht tijdens een behandeling (knippen, trimmen en/of, scheren) in de watten (eigenlijk ‘vers’ gestoomde hete handdoeken) wordt gelegd. Vervolgens wordt je gezicht opgeschrikt met een pittige, schurende cologne – hoe heerlijk is dat? En dan ligt het in de lijn der commerciële verwachting dat je die als klant koopt. Ook hier: dat was ‘vroeger’ normaal. Mijn vaste Amsterdamse kapper – ‘Cor’ – die drie jaar geleden helaas zijn scharen en scheermessen aan de wilgen hing, had ook een mini-parfumerie in zijn etablissement.
Culminerend in de bijna letterlijk niet te vermijden wereld van ‘ordinaire producten’-reclame: bijvoorbeeld die van de schoonmaakmiddelenindustrie. Zeefdrukte Andy Warhol dat verdomde handige keukenhulpje Brillo, Jeremy Scott transformeert een ‘Glassex-spuitfles’ – ‘Handig, maar wat jammer van de strepen die het achterlaat op de ramen’ – tot een echt parfum. De ironische boodschap is duidelijk en wordt versterkt door de naam – Fresh Couture. Kun je tegelijkertijd interpreteren als een frisse kijk op mode en geur. Én slaat natuurlijk op de inhoud.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Ik dacht van de week: ‘dus toch maar’ even aandacht besteden aan het verscheiden van David Bowie – ik was ‘vraiment’ verbaasd over de zoveel meer dan gemiddelde likes. Waarvoor mijn dank. Vroeg me ondertussen wel af: ‘Who’s next?’ Want er staan heel wat sterren voor de eindsprint klaar om het tijdelijke met het eeuwige te verwisselen – alleen al puur afgaande op hun leeftijd en lifestyle. En dan kan er ook zo maar een celeb ongevraagd – ‘dat was niet de afspraak!’ – tussenuit glippen. Auto-ongeluk, ‘facelift horribly gone wrong’ en fijne, andere pech onderweg-momenten waar de roddelrubriekredactie van showbizz-programma’s op tv vol ‘ha-ha’ha’-leedvermaak bijna op klaarkomt. Als er niet goed onderling overlegd wordt, moeten we binnenkort wekelijks een ‘held’, ‘ikoon’, ‘trendsetter’, ‘ster’ en dergelijke betreuren. Met als hoogtepunt de serieuze hoogmis (in den Nederlanden geleid door Matthijs van Nieuwkerk) bij DDDD: De Dood Draait Door.
Heeft diverse redenen. Ten eerste: van de meeste ‘klassieke’ parfumhuizen zijn de oprichters dood, dus wordt in plaats daarvan de neus naar voren geschoven tijdens lanceringen en interviews. Soms meer dan één. Licht een parfumeurstrio toe wat de inspiratie was en hoe ze elkaar hebben aangevuld en versterkt om tot een – vooropgesteld – prachtig resultaat te komen. Ten tweede: het aanstellen van een nieuwe huisneus is voor luxe labels sinds een tijdje reden met een officiële persverklaring te komen. Wereldnieuws weliswaar in kleine kring nog steeds, maar meer en meer media die dit bericht oppikken. En dan zijn er nog gewoon neuzen die op een positieve manier pr-perfect zijn zonder pedant te worden – uitzonderingen daargelaten – en graag de wereld rondreizen om hun boodschap te verkondigen. Pierre Guillaume van Parfums Générale, Francis Kurkdjian van zijn gelijknamige maison. Ik zag vorig jaar Chantal Roos op de Franse televisie in een nieuwsrubriek waarin ze serieus werd geïnterviewd. Haar – terechte – staat van dienst werd doorgenomen om het uiteindelijk te hebben over haar ‘parfums d’exception’ van haar nieuwe initiatief Dear Rose.

Het idee: waterstromen oproepen – rivieren, beekjes, meren – die vanuit de Zwitserse bergen hun weg zoeken naar het dal. De geur is zowel koud als warm: alsof je tijdens zomer kijkt naar de bergen, de toppen bekleed met ‘eeuwige sneeuw’. Wat me altijd bij is gebleven: de slimme toepassing van de toen net ontdekte groene thee – op de foto, zien we David Bowie in retreat? – als vernieuwend ingrediënt in geuren. Die begeleidt de compositie fris-klaterend als een cascade van top naar dal – geeft een groen-waterige onderstroom. Heb het ‘bodempje’ er weer even bij gepakt. Weer valt me op: de ontspannen chic van het geheel. De mandarijn verspreidt zijn zoet-zonnige noten nog steeds even frivool, dartel lichtjes aangetikt door bergamot.