DÉ GEUR VAN ZEVENTIG OPEENVOLGENDE ZOMERS
Jaar van lancering: 2016
Laatst aangepast: 30/03/16
Neus: Christiane Plos
Geur en herinnering: een populair gespreksonderwerp. Met een ergens toevallig opgesnoven ‘fragrance-flits’ kan een geheel vergeten wereld in gedachten naar boven komen. For good and… for worse. Dat laatste wordt nog al eens vergeten. Het is niet alleen rozengeur en maneschijn: geur en herinnering kan ook geassocieerd worden met ervaringen niet zo fijn.
Maar voor beide heb je weinig nodig: een persoon die je op straat passeert, de aroma’s die uit een nu populaire uitgaansgelegenheid – ‘eetschuur’ – wasemen. Maar over het algemeen houden we er, logischerwijze, van om het positief in te vullen. Zoals de zwoele wind die zachtjes over je heen glijdt terwijl je ligt te dagdromen op het strand.
Ik vraag me dus af wat de reacties zullen zijn wanneer je mensen blind ‘de geur van de zon’ laat ruiken. Ofwel, de parfumformule die Lancaster (viert dit jaar zijn zeventigjarig jubileum) sinds jaar en dag in zijn zonproducten verwerkt en nu voor het eerst presenteert als een ‘zelfstandige’ geur die voor de gelegenheid werd geüpgraded. Ik durf er gif op in te nemen (doe het niet), dat de meeste proefpersonen Le Parfum Solaire direct associëren met zon, zomer en zee.
Lancaster is zelf ook overtuigd van het positieve herinneringseffect: ‘Wat als je alleen maar je ogen hoeft te sluiten om het schuim van de golven op het zand te horen slaan, je vochtige huid te voelen terwijl je lichaam door de zon wordt opgewarmd om in een zomerstemming te komen? De Lancaster-laboratoria ‘ving ‘ deze gevoelens van intens geluk in een fles: een geur direct geïnspireerd op de bekende geur van de Lancasterzonproducten’. Alleen…
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
… Le Parfum Solaire als compositie gaat een stap verder. Dat wil zeggen: je ruikt meer dan alleen de herkenbare, vertrouwde en prettige noten van de zon- en zeeproducten. Ik heb het gevoel dat de ervaring van zeventig jaar een meerwaarde krijgt. Want de geur is, tegen mijn verwachting in, gelaagder en verfijnder.
Met andere woorden: een elegante-klassieke compositie die naast het ‘zon-effect’ meer geeft. Ik geniet hoe de top, het hart en de basis zich vrijgeven. Zo lekker ‘aangenaam klassiek’.
Merk je direct in de opening: geen ‘blast from the past’ door een overdosis citrus, maar eerder een zachtbloemige mix van petitgrain, lelietje-van-dalen en ylang-ylang (foto). Ofwel, de houtig-groene frisheid van de eerste, de knisperende frisheid van de tweede die sensueel worden ondersteund door de bloem der bloemen: ylang-ylang. Die worden vervolgens gewikkeld in een cocon van de aldehyden. Het effect: ‘huidgekuste’ warmte waarin de bloemen – hyacint, jasmijn en roos – in het hart zich ook aan warmen en waarvan de zwoelheid wordt benadrukt door een gulle stuifregen van kaneel. Hierachter wacht de basis.
En die heeft een hoog ‘warm-door-de-zon-gekuste-huid’-gehalte door met name de vanille-poederige noten van heliotroop die de witte musk ‘warm’ inkapselt én de – onverwachte – zoete noten van viooltje. Die tere bloemeke zie je zelden in de basis, maar geeft een mooie ‘poeslieve’ finish. Het cabreuva-hout kan ik als zodanig niet detecteren, maar het verklaart wel iets van de ‘extra’ warmte, gezien dit hout hetzelfde effect heeft als copaiba-, Peru- en tolu-balsem. Eindconclusie: goed gedaan.


De eerste zin van het persbericht roept vragen op, althans bij mij: ‘De Aqua Allegoria behoren vandaag tot de meest emblematische collecties van Guerlain’. Heeft Guerlain ook de minste in zijn assortiment? Welke zijn dat dan? En dan: meest emblematisch. Is emblematisch – in de zin van kenmerkend, bepalend – niet voldoende?
De eerste keer dat ik de geur van een rijpe peer opsnoof in een geur was in 1998. Het sprong uit de opening van Diors Eau de Dolce Vita (1998). De tweede keer: weer Dior en wel in Higher (2001). Lekker! Het is een op zichzelf staande geursensatie, want zoveel anders dan appel. Minder fris, voller, (honing) zoeter en rijker.
Waar ik vooral naar benieuwd was betreffende deze twee nieuwe eau de colognes: welke is de zesde van Jean Claude Ellena en met welke debuteert Christine Nagel als Ellena’s ‘sparring perfume partner’ bij Hermès? Blind geroken en zonder raadplegen van het persbericht, dacht ik dat Eau de néroli doré en Eau de rhubarbe écarlarte door beide kon zijn gemaakt.
WAT COLOGNE IK EIGENLIJK?
Trouwens, het adjectief écarlate – klinkt très intéressante et très charmante, maar betekent niet meer en niet minder dan rood. Maar dan wel op niveau. Kijk nog even goed, en wellicht herken je ‘onze’ chique variatie op rood: scharlaken.
Ik zag afgelopen weekend bij toeval op Youtube een documentaire uit 1987 over de veiling van de juwelen van Wallis Simpson, de vrouw voor wie Edward VIII de troon van Groot Brittannië opgaf (het leven over deze ex-koning en zijn double divorcé is vorig jaar door Madonna verfilmd). En toevallig daarna de uitzending van de juwelenveiling van Elizabeth Taylor in 2011. Beide vrouwen waren fervente verzamelaars, of beter gezegd: zorgden ervoor dat ze plenty juwelen plenty cadeau kregen. Opvallend: opbrengsten van beide veilingen werden gedoneerd aan instellingen die onderzoek doen naar aids-medicijnen. Boeiend: de meeste sieraden werden speciaal voor ze gemaakt in een tijd dat Cartier, Van Cleef & Arpels, Bulgari en al die andere juweliershuizen nog vrij van mondiale marketingdrift waren.
Dat wordt weer eens bevestigd met Omnia Paraiba. Is geïnspireerd op een zeldzame blauw-groene edelsteen: de in Brazilië gedolven paraiba-toermalijn. Ook hier: je kunt je de steen wellicht niet veroorloven, maar met de geur ben je, waan je je toch onderdeel van. Voor kwaliteit in de maten tussen 3.00 en 5.00 karaat schommelt de prijs rond $ 10.000 per karaat. De steen werd ‘pas’ in 1987 ontdekt in het noordwesten van Brazilië, daarna in Nigeria en Mozambique. De juwelenbranche had in eerste instantie zijn bedenkingen – men dacht dat de kleur die zijn kleurenspectrum dankt aan koper gemanipuleerd was. Not! Bulgari was zo gefascineerd door de schakeringen van laguneblauw, aquamarijn en turkoois omdat het zo treffend de ‘ontmoeting’ tussen de lucht, de zee en het plantenrijk symboliseert. Meer poëtisch: het is volgens Bulgari een echo van de regenboog. Het inspireerde de juwelier niet alleen tot nieuwe sieraden, maar ook tot de deze Omnia-geur.
Nog zoiets: zoek je ‘in het Nederlands’ op het www naar Braziliaanse gardenia, dan kom je – hoe toevallig – direct terecht bij Omnia Paraiba en vervolgens bij Michael Kors’ White (2014). Hier komen we niet verder mee. Engels ‘dan maar’. Bij brazilian gardenia geeft Google als eerste de naam van een grill-restaurant. Er volgt geen enkele verwijzing naar een gardeniasoort die Brazilië als oorspronkelijke habitat heeft. Als naam bestaat de Braziliaanse gardenia wel maar geeft niet een opvallend andere geur. Wat voor zoveel variaties van bloemen geldt.
Ik heb me een paar jaar geleden ingeschreven voor de Franse nieuwsbrief van Jo Malone omdat ik benieuwd was hoe ik als ‘vaste klant’ benaderd zou worden. Nou, dames en heren, ik kan jullie één ding melden: als andere huizen dezelfde actieve parfumpolitiek zouden voeren en je ‘abonneert je op vijf’; dan heb je daar een dagtaak aan. Ik krijg gemiddeld twee mails per week waarin mij allerlei suggesties worden gedaan om maar zoveel mogelijk te genieten.
Aangenaam: Orris & Sandalwood bewandelt niet hetzelfde pad van de zoveel pure irisgeuren die het afgelopen decennium zijn verschenen – de bekendste: Infusion d’Iris (2007) van Prada. En refereert ook niet aan de ‘groen-koele’ iris-klassiekers zoals N° 19 van Chanel (1971) en Serge Lutens’ Iris Silver Mist (1992). Ook niet aan de gourmand-benadering van Geurlains L’Heure Bleue (1912).
Dit is niet de eerste keer dat Guerlain de vijg prominent opvoert: in 2008 deed Jean Paul Guerlain het himself met Maria Salamagne (en Sylvaine Delacourte naar wordt beweerd) in Fique – Iris. En die iris is ook prominent present in Promenade des Anglais.
Ik zeg: oordeel zelf. En wat ik nog vreemder vindt: de promoclip. Gemaakt door een van de meest getalenteerde regisseurs uit Italië op dit moment, maker van La Grande Belleza (2012). Die maakt zich er wel erg gemakkelijk van af wat mij betreft – de overeenkomsten met de filmfeeststemming zijn talrijk, de uitvoering is alleen minder uitbundig en minder goed gespeeld: model speelt actrice.


En op ‘uit de natuur’ valt trouwens wel wat af te dingen. Peer wordt synthetisch samengesteld. Heliotroop idem. En: zwarte vanille bestaat niet – of je moet de gefermenteerde peul bedoelen, maar die is donkerbruin. Is die zwart dan is die over zijn (b)ruikbaarheidsdatum heen. Zwarte musk evenmin, net zo min als groene, paarse en roze musk. Is een fantasienaam om de consument te sturen.
Zoals gezegd: een echte een fruitchouly behoorlijk girl-girly geïnterpreteerd. Met andere woorden: heel veel fruit met bloemige tussennoten eindigend in een houtachtige basis. Er werd niet voor de bambinella-peer gekozen vanwege het specifieke aroma. Alle peren ruiken hetzelfde in geuren, het gaat er om waarmee je ze omringt. Wel omdat de bambinella door zijn kleine maat zo schattig oogt en daarom binnen no time in Groot-Brittanië ‘uitgroeide’ tot een van meest populaire soorten. En die wordt in grote hoeveelheden in de opening verwerkt in Black Musk waardoor het moeilijk is om de roze peper en de bergamot eveneens te onderscheiden. Kwestie van je neus er goed in zetten.
Na twee geuren, waarin de Davidoff-man zat gevangen in clichés rondom mannelijkheid, gepresenteerd in gadgets die de man van nu echt niet weer wil, maar nog steeds inclusief variaties op de homesite worden aangeboden – Champion (2010) en The Game (2013) – kiest het nu voor het zekere voor het onzekere: dus klassiek, dus vertrouwd met een hedendaagse twist.
Anyway, vol verwachting klopte mijn hart op weg naar de voorjaarspersconferentie van Guerlain in Brussel om kennis te maken met Ambre Éternel. Hoewel ik vind dat Guerlain met deze op één geïnspireerde ‘matière première’-geur achter de trends aanloopt – Guerlain must lead the way in the world of perfume for me – werd ik niet teleurgesteld. Temeer omdat het geen pure ambergeur betreft – dat kennen we nu wel – maar een – bijna – puur ambergris-parfum.
De geur zit nu vier uur op mijn rechterpols en nog steeds resoneert hij na, zelfs bij thuiskomst door het hele appartement, terwijl dat reukvrij is (vanochtend gelucht en nog niet gekookt). Bij de opening herkende ik de kruidige noten van kardemom en koriander niet direct. De reden, logisch: ambergris. Die ontvouwt zich als een zachte, golvende door de zon belichte oceaanstroom: warm, grof, zilt, ‘inkt-achtig’, beetje animaal-weeïg, maar zonder de scherpe ‘afdronk’ die zoveel synthetische ambergris-geuren kenmerken. En dan in eens wordt deze 40/60-combinatie gewikkeld in leer. Vol, tussen ruig en soepel, en persistent, en voor mij herinneringen oproepend aan de vintageversie van Habit Rouge (1965). Nu ruik ik ook de kruidige noot waar die heel langzaam overgaat in een prachtige sensuele droog-strakke houtbasis die af en toe zoete nootjes verspreidt – de invloed van oranjebloesem veronderstel ik.