‘FATSOENLIJKE’ VETIVER
‘RIJKDOM VAN HET WOUD NA EEN HELDERE HERFSTDAG’
Jaar van lancering: 2017
Laatst aangepast: 29/09/17
Neus: Nathalie Lorson
Hoe krijg je het op papier. Hoe is het mogelijk dat iemand ‘van boven’ – David Beckham zelf bijvoorbeeld – niet heeft ingegrepen. Ik bedoel: sommige dingen zijn in het dagelijkse sociale verkeer vanzelfsprekend en mensen die dat niet vinden: er zijn andere kanalen om dat aan de kaak te stellen. Via serieuze media tot vuil spuwende trollen op social media. Maar laat de parfumwereld hier in ieder geval van gevrijwaard, laat die niet in fatsoensrakkerij vervallen.
Men neme respect. Is een waarde die volgens het persbericht ‘door veel mensen wordt gekoesterd. Onder vrienden, familie, collega’s en voor onszelf is respect een universeel principe dat aan de basis ligt van wat het betekent een fatsoenlijk mens te zijn’.
Afgezien van het feit dat de voormalige stervoetballer – die samen met zijn vrouw en zijn kinderen inmiddels tot de ‘nieuwe adel’ behoort – ‘het echt geweldig vindt om zijn nieuwe geur te lanceren die precies is geworden zoals hij het zicht voorstelde’, hoopt hij eveneens dat ‘iedereen zich iets bij de naam kan voorstellen en er zijn eigen interpretatie aan geeft’. Laatste is natuurlijk grappig: respect kun je namelijk ook heel respectloos interpreteren. Denk daar maar eens over na.
In ieder geval: Respect huldigt ook een belangrijke ‘waarde’ bij mannengeuren, want een van de meest favoriete ingrediënten bij mannen speelt hier de hoofdrol: vetiver. Dit zouden meer mensen moeten weten in de parfumerie tijdens het verkooppraatje: ‘Onttrokken aan de wortels van het tropische gras heeft vetiver-olie een opvallende rokerige noot die mannelijkheid uitstraalt’. En afgezien van de geur – die ik eerder wil omschrijven als een houtachtige frisheid die met behulp van wierook aan aardsheid wint – is vetiver duurzaam met een wortelsysteem dat helpt erosie en overstromingen voorkomen in tropische klimaten.
David Beckham doet er nog een schep bovenop: ‘zijn’ vetiver is op verantwoorde, milieuvriendelijk wijze geteeld in Haiti en draagt het EcoCert-keurmerk. Hiermee steunt Beckham Haitiaanse producenten bij de ontwikkeling van ecologische productiemethoden die de unieke kwaliteit van dit ingrediënt behouden en de lokale gemeenschap versterken en de levensstandaard verhogen. En dat is echt nodig, helemaal gezien de bijna apocalyptische natuurrampen die het eiland de afgelopen tien jaar teisterden. Wat dat betreft: respect.
WAT RESPECT IK EIGENLIJK?
Vetiver (foto) vormt dus het hoofdbestanddeel van de geur. Is dat werkelijk zo? Niet helemaal dus afgaande op de inwerking van Respect op mijn – onlangs officieel geregistreerde – levenspartner, een hardcore vetiver-fan. Zijn reactie een half uur na het blind aanbrengen: ‘Dat past toch prima dat ik het niks vind’. Verder uitwijdend: ‘Dat oceanische dat erin zit, is dat niet al lang voorbij?’ Dat laatste zit er niet in, maar ik begrijp het wel. Want over alle ingrediënten heen waait een briesje die je als oceanisch kunt interpreteren, in dit geval de mix van kardemom (groen-fris) en lavendel (wasgoed-fris) die voor de extra frisheid wordt versterkt met grapefruit en watermeloen (laatste goed te ruiken).
De transformatie naar de houtachtige basis – vetiver, patchoeli, mos – wordt in het hart in gang gezet met basilicum (ook goed te ruiken). Alleen, Respect krijgt niet die typische vetiver-signatuur van droog hout, bos, donker en omgewoelde aarde. Hiervoor verantwoordelijk volgens mij: de niet in de ingrediëntenlijst vermelde lucht/water-noot. Die zorgt voor een fatsoenlijke vetiver of, zoals het persbericht vermeldt, ‘een rijkdom van het woud na een heldere herfstdag’. Alleen wil de echte vetiver-liefhebber juist het gevoel hebben dat hij door een bos wandelt waar de zon juist geen kans krijgt zijn licht te laten schijnen op het ‘sous-bois’, het vermolmde kreupelhout.
Dat ervaar je bijvoorbeeld wel in Encre Noire (2006) van Lalique. Een very-very-very-vetivergeur ook gemaakt door Nathalie Lorson. Jammer toch eigenlijk dat tegenwoordig zoveel geuren in de ketenparfumerie zo zijn doorgewerkt, zijn ‘doorgeconfectionneerd’ waardoor de ware essentie van een bepaald ingrediënt wordt gecamoufleerd. Ik geloof namelijk dat wanneer Encre Noire in de flacon van Respect had gezeten, de beoogde doelgroep niet gillend, loeiend, schreeuwend de parfumerie had verlaten, maar met respect de geur tot zich had genomen en… gekocht.
PS: ik snap de promotieclip niet.


Ben op weg terug in mijn auto van ‘a evening with Andy Tauer’ georganiseerd door
Het geeft maar weer eens aan hoe dichtbij een neus tegenwoordig bij zijn gebruikers kan komen als hij wil. En Andy Tauer is er een die het met volledige overgave doet. Wat dat betreft heeft hij iets gemeen met zijn voornaamgenoot Andy Warhol. Deed die Pop Art, Tauer doet aan Pop Up Parfum Art. In de zin van benaderbaar, het populair maken van (zijn) geuren op serieuze wijze. Hij heeft de social media omarmd – als je wilt kun je dagelijks via Twitter op de hoogte worden gehouden van zijn werk, zoals deze avond in IJsselstein. Wat een verschil bijvoorbeeld met Frédéric Malle wiens groeiende arrogantie en snobby-intellectuele kijk op de business gelijke tred hield met zijn faam.
Alle drie zijn aangenaam. When we cuddle and I can smell your perfume on my clothes is een echte knuffelgeur richting gourmand, banketbakkerij. Geen grote hompen Hemataart, eerder een macaronnetje gevuld met karamel en benzoïne gelayerd met amber, patchoeli en bepoederde musk. Zacht, zoet en warm, een security blanket-geur perfect voor de komende herfst.
Wanneer spreek je anno 2010 van een goed parfum? Voor mij: als je het qua sensatie en gevoel terugbrengt naar de periode toen het samenstellen van parfums werd gezien als een kunstproces en gevrijwaard was van marktconforme wetten: de jaren dertig, veertig en vijftig van de vorige eeuw.
Deze roos van Andy Tauer is ‘ruw’ prikkelend en verfijnd-elegant tegelijkertijd. Komt – na de opening van bergamot, citroen en clementine – door de fusie van een klassieke chypre (ongepolijst donker en aards groen) en een oriental (zacht, fluwelig) die een originele koers neemt door de verwerking van laurier, kaneel en geranium met roos in het hart. De eerste maakt haar donker, de tweede zoet en de derde groen. En al deze facetten worden versterkt door de basis van patchoeli (donker), cistus labdanum (aards-dierlijk) en vanille (zoet), eikenmos (bos, bos, bos) en vetiver (groen, aards).
Verder met het verkennen van Les Heures. Pour commencer: III, L’Heure Vertueuse. Hoe vertaal je dat mooi? Het deugdelijke uur? Google Translate geeft alleen ‘het uur’. Dan maar iets breedsprakeriger: ‘Het uur dat deugd doet’, ‘Het uur vol van deugd’. Hoe het ook zij: zelden lavendel zo mooi ‘zien bloeien’ terwijl ik niet zo’n lavendelfan ben. Hoe moet je dit uitleggen? Een natuurfilm versneld afgespeeld waar je de lavendelbloemetjes voorzichtig ziet ontwaken, ontluiken en vervolgens volop zachtjes bloeiend. En gewiegd door de Mistral die de lome zon van de Provence meevoert gevuld met amandel- en melkachtige noten. Denk Sir David Attenborough voor de BBC.
Hoe groot het contrast met VII L’Heure Diaphane (2010). Ook hier: hoe vertaal je dit? Heeft dus niets te maken met de godin van de jacht – Diana – terwijl de compositie je wel in die stemming kan sturen. Diaphane is ‘chic Frans’ voor doorzichtig, transparant. En dat is deze geur. Alsof je door tere rozenblaadjes heen naar de wereld kijkt. Maar dan zonder het ‘la vie en rose’-parfumcliché.

Waar de meeste neuzen van dromen (ga ik vanuit), overkomt slechts weinige: een Frans luxemerk neemt je in dienst als ‘in-huis-parfumeur’ en je krijgt… holy moly… bijna carte blanche. Wil zeggen: je moet wél inspelen op trends wat betreft de massmarket-geuren; geeft die hopefully een eigen signatuur. Met daarnaast – ta-da! – de mogelijkheid je vakmanschap op zijn best te tonen, te laten bloeien met een nichelijn.
Eén merk die zich – voor mij althans – onderscheidt is Cartier. De nichelijn Les Heures de Parfum – anno 2009 – is spannend, eigen, eigengereid en gaat voor mij net een stap verder dan de directe concurrentie uit de Franse hoofdstad. Met dank aan Mathilde Laurent. Als je haar ziet, dan weet je direct: een bijzondere vrouw, geen doorsneeneus. Voor mij is ze een kunstenaar en kan haar verhaal ook nog eens goed en doordacht etaleren.
Het is ‘niet te doen’: alle geuren tegelijkertijd van Les Heures behandelen. Ik weet dat ik al vaker heb aangekondigd het te doen, maar kwam er gewoon niet van. Terwijl het kennismakingspakketje met tien proefflesjes me al een tijdje geleden door de juwelier is toegestuurd.

Verontrustend of geruststellend: mijn Facebook-link van Gaultiers 
Maar wat opvalt: de basis die zich zo snel aandient – die deze bloemen als het ware overdonderen – en de link vormt met vintage Gentleman: ‘Een patchoeli-lederakkoord vol karakter dat deze elegante, houtachtige bloemenfougère-geur structureert’. Ik vind leer-fougère beter als omschrijving passen. Want het is leer die de basis draagt. Geen ‘niche-leer’. Dat is van zichzelf ruiger of juist meer ‘suède-suède’), want beide varianten zijn vaak langer bewerkt met extra lagen (vaak harsen) waardoor een verdieping optreedt. Leer waar je echt met je neus in wilt verdwijnen om even de natuur door je heen te laten gaan.
The older the wiser? Kun je je bij Jean Paul Gaultier afvragen getuige zijn nieuwe geur. De eerste in samenwerking met parfumproducent Puig, dus ook een ander pr-bureau. Ik richtte een nette mail aan de nieuwe persvertegenwoordiger met het verzoek om een persmap plus flacon – nog steeds geen antwoord. Okidoki. Gewoon gezelli naar Ici Paris XL.
Cliché 2: de sfeer. Een parade van beautiful nachtvogels in een red light district-setting waarvan de hoofdrolspeelster – ‘Madame le ministre’ – alle regels aan haar kinky boots lapt. ’s Nachts een chique boudoirbelle-del, overdag een keihard werkende multi-tasker op het allerhoogste regeringsniveau – zeg maar een madame de Pompadour (haar bijnaam: ‘le premier ministre’) niet avant, maar après la lettre.
De geur wordt omschreven als een ‘honing-chypre’. Maar dat chypre moet je met een korreltje zout nemen. Daarvoor is Scandal te braaf en te glad – iets wat tegenwoordig voor veel geuren geldt en voor een gedeelte hun populariteit verklaart. De gemiddelde vertegenwoordiger van generatie 2.0 wil niet te uitgesproken ruiken.
Bij de nieuwe geur van Mugler (zijn voornaam is van het label verdwenen) komen een aantal geliefde thema’s in de parfumerie samen. A: een mysterieuze vrouw met waarschijnlijk paradijselijke herkomst. B: een oplichtend hart. C: de lok van de jungle, van de niet-westerse wereld. Roept associaties qua sfeer op met Eden (1994) Cacharel en Alexander McQueens Kingdom (2003), en wat flacon betreft ook met Loverdose (2013) van Diesel en, helemaal vergeten, Princess (2006) van Vera Wang.
Los daarvan: misschien was het niet zo slim om de derde grote Muglergeur Womanity te noemen. Begint met een w terwijl duidelijk a de ‘geluksletter’ bij hem is. Aura is wat dat betreft een slimme keuze, een naam die Mugler heeft ‘overgenomen’ van het op alle fronten teleurstellende Aura (2011) van Swarovski (net zoals Mugler onderdeel van Clarins). Ook niet handig nu: de parfumwereld is doorgedraaid, er verschijnen te veel geuren. Om moedeloos van te worden en nog vaker: wat een verloren energie, wat een waste of money.
Twee van de opgegeven ingrediënten zijn echt ‘alien’. Ten eerste: de ruggengraat van het parfum – tijgerliaan. Liaan is een houtige klimplant die in de natuur normaal bomen als steun nodig heeft. Tijgerliaan is dus… iets wat in de tropen groeit? Een fantasienaam marketingtechnisch perfect passend bij de exotische sfeer? Het geureffect volgens Mugler: sensueel en verrukkelijk. Wolfwood: volgens Google een stripfiguur, maar als smaakmaker aan Aura warmte geeft. Dan rabarberblad, bijna niet meer vreemd als ingrediënt: ‘Zo knapperig als pas gemaaid gras, pittig en sprankelend’. Gecompleteerd met een van de oudste bekenden in de parfumindustrie: oranjebloesem – ‘geeft intense frisheid aan het parfum’.
Blauw bloed. De eerste associatie voor velen: het gelijknamige, huppeltuttige bijna onderdanige tv-programma van de EO over van wat er nog resteert aan adel gepresenteerd door slippendrager Jeroen Snel.
De man nu achter Le Galion – Bernard Chabot – ‘verklapte’ mij dat een van de inspiratiebronnen Kouros (1981) van Yves Saint Laurent is. Als je dat eenmaal weet, achtervolgt je dit… Maar op een gegeven moment moet je het ‘loslaten’. En dan? Gewoon inhaleren en ervaren. Maar toch Kouros blijft al ruikende in het kielzog. Het verschil: minder donker, minder mosachtig. Minder nadruk op de patchoeli in de basis, meer op de alsem. Meer hemel, minder aarde.
Toen het geurengerucht rondging dat het nieuwe Chanelparfum genoemd zou worden naar de ‘echte’ voornaam van de oprichtster van het couturehuis, dacht ik dat het in Les Exclusifs ondergebracht zou worden. Even doordenken: hier is natuurlijk over nagedacht. Is het slim?

