GOEDE NAAM KIEZEN WORDT MOEILIJKER
HUISGEUR DIE OOK EEN AQUA ALLEGORIA HAD KUNNEN ZIJN
Jaar van lancering: 2013
Laatst aangepast: 08/02/20
Neus: Thierry Wasser
Het wordt voor de parfumerie steeds moeilijker om een van hun geliefde sprookjes te verkopen: de verlokkingen van exotische oorden. Plekken waar nog alles is waarnaar je verlangt of naar moet verlangen volgens reisbureaus, enthousiaste verslagen op tv, in kranten en bladen, op internet (inclusief de nieuwe verleiders, de influencers).
Het probleem: veel verweg-paradijzen komen steeds dichterbij (iedereen kan er tegenwoordig naar toe) en hebben hun oude glans verloren die ze meestal danken aan de tijd dat reizen nog echt een elite-aangelegenheid was.
Nog een ding: bij nadere beschouwing blijken sommige exotische oorden ook op een andere manier veranderd. Worden bijvoorbeeld bedreigd door menselijke activiteiten – denk aan de aanhoudende uitbreiding van palmolie-plantages waarvoor regenwouden worden gekapt (vaak ook nog eens illegaal als je ngo’s gelooft) en de aldaar duizenden jaren levende flora en fauna het onderspit dreigen te delven.
Is het dan wel zo slim om daar een geur naar te vernoemen? Met name door parfumhuizen die sinds een paar jaar ernaar streven om de aarde (en wat er nog over is aan natuur) zo min mogelijk te belasten. Heb je die intenties, dan is het op zijn minst (wereld)vreemd om bedreigde gebieden op een etiket te plakken van een geparfumeerd product. In dit geval een geurkaars/homespray: Forêt du Sumatra.
Ben ik de enige die onder meer door berichten van het Wereldnatuurfonds – die ik af en toe op www zie voorbijkomen – bij het regenwoud van Sumatra direct moet denken aan bedreigde oerang-oetangs? En bij Bois des Indes (naam van een andere Guerlaingeurkaars/homespray op basis van sandelhout en jasmijn) dat juist in India door wildkap sandelhoutbossen in hun voortbestaan worden bedreigd?
Wat ik maar wil zeggen: bezint eer ge begint, voor je het weet heb je de hele goegemeente over je heen als je uit onwetendheid een veronderstelde foute naam bedenkt, een dito fout ingrediënt gebruikt, je niet houdt aan de aan jezelf opgelegde criteria. Want de waakzame, steeds vaker boos wordende consument, wordt ook steeds mondiger en weet via internet makkelijker medestrijders te vinden.
Opvallend: ‘rondom’ Forêt du Sumatra heeft zich voor zover ik weet nog geen actiegroep verzameld, terwijl het volgens mij zeker wat mediamomenten zou kunnen opleveren met de juiste contacten. Is volgens een mij kwestie van dat veel actiegroepen vaak niet verder kijken dan hun…
Laat je je door bovenstaande wel of niet beïnvloeden? Ik niet echt, vindt de naam alleen ‘een beetje dom’ gekozen. Bij Guerlain weten ze ook, hoop ik althans, dat het in de regenwouden van Sumatra ook niet meer allemaal oer en ‘puur natuur’ is. Mocht een actiegroep opstaan, dan zou ik als ik Guerlain was een (flink) gedeelte van de opbrengst van Forêt du Sumatra direct doorsturen naar een stichting die zich het lot van de bedreigde oerang oetans en ander fauna aantrekt. Iedereen tevreden.
WAT FORÊT DU SUMATRA IK EIGENLIJK?
Zou Thierry Wasser het regenwoud van Sumatra een keer bezocht hebben? En deze impressies aan de pr-afdeling hebben doorgegeven? ‘Diep in het hart van het Indonesische regenwoud, onthult zich een onontdekte natuurlijke wildernis. Zonlicht spat op bodem, de weelderige vegetatie wekt elk zintuig, terwijl flarden patchoeli en cederhout samensmelten met de geur van vochtige aarde onder de voeten het pad effectief vervaagt.’
In ieder geval: deze interieurgeur is voor mij meer Guerlain dan bijvoorbeeld de volledige La Petite Robe Noire-collectie. Forêt du Sumatra zweeft tussen eau de cologne en eau de toilette, en fuseert ook heel goed met de huid. Zweeft als een warme wolk vol met exotische details met de nadruk op zoet, oosters zoet met een licht gourmandaccent, door de ruimte. Je moet trouwens goed door ruiken om ylang-ylang en jasmijn te ontwaren. Zou het komen, omdat het juist een ambiancegeur is, dat de zoetmakers sneller de overhand nemen: tonkaboon en vanille in dit geval. En de bloemen daardoor op de achtergrond blijven. Want van een piramide-opbouw is geen sprake.
Het hele recept komt vanaf de eerste spray in een keer ‘binnen’. De donkere noten, zwarte thee en mos, meen ik een beetje te bespeuren, geven een randje aan het zoet. Wat mij betreft had Forêt du Sumatra ook een recente Aqua Allegoria kunnen zijn, want die worden ook steeds poediger, witte ‘muskier’ en lichter en minder gedecideerd van toon.



Een gunstig voorteken voor een goede verkoop, het zal u niet verbazen: een naam die lekker in de mond ligt en nog makkelijker – allitereert met de naam van producent. Nou en dat doet Carat. Het heeft me ‘altijd’ verbaasd dat dit woord nooit-niet eerder door Cartier of andere juwelier, of welk luxemerk dan ook op een parfumetiket werd geplakt. Want de link met chic – en dat is volgens velen parfum nog steeds – is direct gelegd. Een old fashioned bewijs: het gelijknamige parfum maar dan van 4711 uit 1935, populair tot ver in de jaren zeventig. Toen parfum nog echt, maar dan ook echt een soort van chic was.
Carat volgens Mathilde Laurent: ‘Ik wilde een geur creëren die glinstert met al het vuur van een diamant. Het kwam bij me op om het diffractieprincipe op de geur toe te passen: verspreid licht verschijnt als flitsen van regenboogkleuren in een diamant. En dus koos ik zeven mooie verse bloemen die samenkomen om een nieuwe bloem te vormen, abstract maar levend, zoals het licht van de diamant’. Diffractieprincipe? Google het maar en fel uw oordeel.
Nader onderzoek wijst uit dat ‘de zeven mooie verse bloemen’ viooltje, iris, de hyacint, ylang-ylang, narcis, kamperfoelie en tulp zijn die samen als het ware een regenboog/prisma vormen. Maar, het is niet de bedoeling dat je deze zeven geuren apart, stuk voor stuk, opeenvolgend kunt ruiken, want het idee is een abstracte bloemencompositie.
Was even uit de lucht. Waarom? Algemene overkoepelende gedachte bij de verschillende ‘minor issues’ die nu spelen binnen uit buiten de grenzen: welke kant gaat het met de wereld op, en aan welke kant van de geschiedenis wil Geurengoeroe eigenlijk staan?
Yes I know: ik ben de laatste tijd behoorlijk negatief over de mainstreamgeuren die luxe merken op de markt brengen. Maar dan op eens verschijnt er een zonnestraaltje achter deze donkere luchtjes, een ray of light die je blij maakt en iets van hoop biedt, dat het ook anders kan. Het zonnestraaltje in dit geval: Toy Boy.
Door toy boy te koppelen aan een teddybeer – vaak gezien als symbool van een prettige jeugd die eenmaal cadeau gekregen de rest van je leven wordt gekoesterd en meeneemt – maakt Moschino er weer ‘speelgoed’ van. De cirkel is rond. Door de beer van Toy 2 in zwart onder te dompelen, wordt zijn artistieke waarde verhoogd en overstijgt het het gadget-gehalte.
Ga maar na: de opening is als zuchtje van rode bes en groene peer die snel plaats moeten maken voor een ‘spicebomb’: warm-kruidig elemihars omringd door nootmuskaat en kruidnagel in overdose die ervoor zorgen dat het bloemenakkoord van magnolia en roos een donker randje krijgt (versterkt door vetiver).
Nu ben ik toch heel benieuwd hoe een geur als deze door inkopers van parfumerieën wordt gezien? En wat me het meest verbaast: hoe kun je Mademoiselle als managing operator (of hoe je functie dan ook omschreven mag worden) van Azzaro Parfums in hemelsnaam goedkeuren? Ik zou zeggen: je huiswerk overdoen. Want van welke kant je het ook bekijkt: het is geleend van de concurrent. Maar dat heet dan waarschijnlijk slim.
Met als treurig hoogtepunt: de promotieclip – valt er nu echt niet uit een vaatje te tappen? Oh-la-la zus, oh-la-la zo. Paris je t’aime. Me too hier, me too daar, waar je maar kijkt. Voor dat deze hashtag wereldberoemd werd, was dit begrip in de parfumerie al bekend als een geur van de concurrent in een ander jasje presenteren – ‘This is our Blue de Chanel’, ‘This is our Mademoiselle’.
Als je als Geurengoeroe al millennia in het vak zit, kom je er op een gegeven moment na eeuwen achter dat – met zoals bijna alles in het leven – bepaalde trends, modes, verschijnselen en vooral wishfull thinkings weer terugkomen met de regelmaat van het nieuwe jaar. In de parfumwereld vooral het laatste. Neem de man: daar worden allerlei stickers op gedrukt, wordt in diverse mallen geperst hopende dat hij in het echte leven zich er naar gaat gedragen:
Om aan te tonen, dat Dolce & Gabbana maatschappelijke ontwikkelingen goed aanvoelen, hebben ze als ‘woordvoerder’ een echte, echte man ingehuurd, de Italiaanse influencer Mariano di Vaio: ‘Husband, father, businessman and king of his everyday life’. Voor je het weet wordt Di Viao aanstuurder van een nieuwe politieke beweging, want het kan in Italië snel gaan wat dat betreft – men neme Mateo Salvini, Mateo ‘Selfini’. En om het geheel muzikaal te omlijsten, hebben Dolce & Gabanna zelfs Ennio Morricone weten te strikken voor een gelegenheidscompositie.
Na het platgeslagen parfumgepruttel van de laatste twee posts, tijd voor een geur die hopelijk iets meer met me zal doen. Dus grijp ik in mijn geurproefjesgrabbelton (categorie niche) en vis er Narcotic Flowers uit. Toeval, of wil een hogere macht (Moeder Natuur zelve?) me erop wijzen dat er ook nog bloemengeuren worden gemaakt die écht werken. En noem een geur Narcotic Flowers die, na ruiken, zijn naam niet waar lijkt te maken, than you are in real trouble.
Ook onderdeel van de filosofie: ‘Alle geuren worden in eigen huis samengesteld, in kleine hoeveelheden geproduceerd en in ons Grasse-atelier gebotteld. Alle geuren worden gemengd in een basis van 100 procent gecertificeerde organische Franse graanalcohol’.
Anno 2019 weer. Is het een tussendoortje, terwijl ondertussen wordt gewerkt aan een nieuw groots parfum? De laatste in deze is toch echt 
De een vindt het zaligmakend, de ander wordt per direct misselijk als die bij het passeren van een coffeeshop wordt getrakteerd op een wolk van wiet/cannabis/marihuana/hennep/ hasjiesj kringelend uit tevreden opgestoken stickies. Ik behoor tot de laatste categorie – krijg er direct scheurende koppijn van.
Mark Buxton vertelde mij ooit in 2014 tijdens de presentatie het boek Famous City Amsterdam (waarvan de opbrengst ging naar de non-profit stichting gelijknamige stichting voor kankeronderzoek) dat in de geur die hij speciaal voor deze gelegenheid had gemaakt – Amsterdam – ook cannabis zat, want daar associeert hij de hoofdstad direct mee (hij is niet de enige). Niet de echte cannabis, maar een combinatie van bergamot- en zwarte bes-moleculen (en nog een ingrediënt die me maar niet te binnen wil schieten). Met een effect dat voor mijn gevoel heel dicht in de buurt van de real stuff komt.