GEURENGOEROE

P.O.P: POPE OF PERFUMES

  • Home

LACHEN MET LAUDER

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op november 17, 2021
Geplaatst in: ENTERTAINMENET, LIMITED EDITION, PARFUM = PARFUN. Een reactie plaatsen

DISNEY KAN OOK TOT ORIGINELE MERCHANDISE INSPIREREN

Ik volg Estée Lauder niet meer echt. Maar dat geldt voor heel veel andere merken. Zal allemaal wel. De geuren van Aerin Lauder vind ik slaapverwekkend ouderwets, trendvolgend in plaats van trendsettend. Alles is tuttig. Haar ‘personality’, haar smaak en haar invulling. Maar ze vindt zichzelf heel modern en een influential op mode- en lifestylegebied zoals Ivanka Trump zichzelf ook heel modern en een influential op mode- en lifestylegebied vindt.

Dit zegt natuurlijk iets over de über-conservatieve smaak van de gemiddelde Amerikaanse vrouw die nog steeds met Lauder wegloopt – het merk is qua beauty feitelijk de Chanel van de Verenigde Staten. Aerin zal er niet wakker van liggen, het geld blijft binnenstromen en stromen en stromen.

Sinds Aerin voor een groot gedeelte de artistieke en creatieve koers van het merk bepaalt, zie je dat Estée Lauder niet meer een duidelijke en overtuigende koers vaart. Het eigenzinnige, het innovatieve is niet meer. Het is vooral leunen op en spelen met de erfenis van haar oma – de oprichtster.

Dus wat geuren betreft: gemakzuchtige variaties op de klassiekers. Maar voor wie gemaakt? De oma’s en/of de kleinkinderen? Beautiful wordt dan Beautiful Belle of Beautiful Magnolia. Welke klassieker (waarvan de meesten, net zoals bij Guerlain, nu in een standaardflacon zijn gestopt) is volgend jaar aan de beurt? 

Nieuw is de Luxury Collection. Een octet dat qua creativiteit niet ver verwijderd is van de mediterrane, zonovergoten wereld van de Aerin-geuren. Ze zullen vast heel helder en crisp zijn (en inwisselbaar met de Aerin-collectie). Alsof in je slow motion door acht sprookjestuinen loopt terwijl de bloesems en blaadjes vallen – ‘knijp me, knijp me’. Hou eens op met die sprookjeswereld parfumproducenten! Neem de vrouw eens serieus, maar dan wel alsjeblieft, dankjewel zonder politiek correct worden. Voorlopig dieptepunt in deze: Maison Margiela’s Mutiny (2019).

Wel leuk: een vintage edition van Youth-Dew (moet nu blijkbaar een verbindingsstreepje tussen), maar zoals gezegd: dit had oma al bedacht. 

Nog leuker: de solid perfume compacts dit seizoen gemaakt door Monica Rich Kosann. Want ondanks het opstrakken en opschonen van het totaalaanbod, blijven de huidige decision makers deze (limited editions) ‘gekkigheidjes’ van Estée Lauder voortzetten.

Ik heb niet zoveel Disney en perfume compacts. Maar deze zijn een goed voorbeeld dat Disney ook tot originele merchandise kan leiden. Ze zien er wel erg geinig uit, werken op de lachspieren, en dan vrij van cynisme. Gelukkig maar, want dat moet parfum ook doen: je tot glimlachen brengen. Iets wat we door huidige über-verniching van de branche, dus ook het zichzelf über-serieus nemen, wel eens vergeten: parfum is ook parfun.

VERT BRUNO ACAMPORA

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op november 6, 2021
Geplaatst in: GEURENALFABET V, NICHE. Een reactie plaatsen

TERUG NAAR AF

ALS ALLES POLITIEK IS, DAN PARFUM OOK

Bladeren vallen. Gedachten vallen. Gedichten vallen. Het stormt. En niet alleen veroorzaakt door de natuur: gedachten/meningen worden nodeloos/hopeloos tegenover elkaar gezet, en door social media uitvergroot – een opblazen meestal niet in verhouding staand tot de nieuwswaarde.

Interessant: ook op fronten waar je het niet verwacht worden de messen geslepen. Wel of niet gedreven door ‘woke-warriors’, wordt van collega’s verwacht dat je stelling neemt, waardoor je in een keer het begrip ‘concullega’s’ begrijpt. 

‘Nou, kom op Geurengoeroe, make your point!’ Oké: geldt dit opwerpen van barricaden ook al in de parfumwereld? Geurengoeroe zegt: ‘Comptez maar van oui!’ Nee, ik hint dan niet op wel of niet met mondkapje een geur testen. Wat, by the way in dit geval werkt – mocht je er überhaupt zin in hebben: eerst een geur in het mondkapje sprayen, dan opzetten en dan inhaleren maar.

Wel ‘een dingetje/discussie’ dat zich leent voor ophitsen, tot een scheiding der geesten: puur natuur versus synthetisch. Alleen welke aanhang staat dan aan de linker- dan wel rechterkant van het politieke spectrum? Want als alles politiek is, dan parfum ook. Weg met het politiek correcte parfumgeleut – ‘Nou, mij maakt het niet uit, als je de geur maar lekker vindt – toch, niet dan?’ 

Lang verhaal kort: lange tijd maakte het mij ook geen ene mallemoer uit, ‘als de geur maar’ enz. enz. Maar sinds kort – lees: jaar of drie – word ik zo ‘ik-stop-met-geurengoeroe’-moe van al die voorspelbare variaties op marketingthema’s die oude en zelfs nieuwe merken als dé nieuwste geursensatie sinds lang presenteren. Neem het wonderhout 2.0 oud(h): als Axe het in zijn deodorant stopt… Neem, de hinderlijk synthetische nasleep van geuren die een warm, security blanket-gevoel moeten schenken: je ogen gaan er scheel van staan.

En dan, zonder het in de gaten te hebben omdat je er niet bewust bij stilstaat (‘je gaat af op je gevoel’), haal je de meeste voldoening niet uit een über-georkestreerde geur maar wel uit een etherische olie. Want, waarom koop ik de laatste tijd steeds vaker bij de biologische winkel een klein pipetflesje met een dergelijke olie? Onlangs nog een co2-versie van ‘ingedikte koffieprut’ – jeetje dat ruikt goed. Terwijl ik koffie in een geur maar zo-zo vindt. 

Heb mijn doos met tweedehands etherische oliën er ook maar weer eens bij gepakt – jeetje de mandarijn is zo zonnig zoet. De lavendel – jeetje zo vind ik haar wel lekker. Even mijn fles geopend gevuld met diverse vanillegeuren uit het hoogste prijssegment aangevuld met iets te veel druppels komijn-olie – jeetje, daar moet echt nog iets bij. 

Misschien Vert van Bruno Acampora? Onlangs gekocht tijdens mijn vetiver-heimwee-stemming en, omdat ik me, zoals reeds geschreven, meer in essences/oliën wil verdiepen. 

Nee, dat is toch zonde. En: er zijn grenzen. Sommige geuren meng je niet, toch? Alhoewel, wat zit ik te miepen! Bruno Acampora, stimuleert het zelf zelfs. Ik kreeg er wat proefjes bij met andere essences uit de Acampora-collectie. Zoals Jasmin T Perfume Oil (1978). Ik had’m al vaker geroken, maar wat maakt juist cyclaam deze jasmijn toch bijzonder. Ik moet denken aan het fijnste fluweel waar de zon op schijnt… Maar terug naar Vert. Is dus heel erg vetiver. Hoewel recent, 2016, voldoet hij helemaal aan de ‘Acampora-doctrine’: dus overrompelend, vol en met zo weinig mogelijk extra ingrediënten de essentie van één vervolmaken, polijsten, het begrip soliflor ontstijgend. 

Ik ben natuurlijk bevooroordeeld (ik voel met het prettigste met een groene geur) en de geur beantwoordt aan mijn behoefte naar essences. Maar jeetje, wat is Vert wonderlijk: het combineert hout met groen en aarde, prikkelt (een ‘droge’ peper) en is kruidig (een ‘droge’ nootmuskaat). Met een elegante warmte (met name opgeroepen door cederhout) in de basis zonder dat het te geraffineerd wordt. Want een goede vetiver moet aards, ‘plattelands’ soort van grof blijven (rulle aarde, bladeren, mist die in de ochtend optrekt), moet niet te veel naar de grote stad overlopen.

Leuk is dat je de groenheid ook in de frisse noten bespeurt. Zo ruik je ‘op een gegeven moment’ kardemom en elemi (citrus- en houtachtig met groene noot) door de andere geursporen heen. Mijn besluit staat vast: we gaan in de olie en daarna in de attar – heb nu een goed contact in India die mij het echte spul kan leveren, niet de shit die aan toeristen wordt verkocht.

En wat is de volgende Acampora-essences die ik ga kopen? In ieder geval niet hun nieuwste, hippe collectie voor een nieuwe generatie of voor wie dan ook. Alhoewel, op papier lijkt een van die geuren, Young Hearts (2019), een chypre naar mijn hart, en heeft zowaar The Art and Olfaction Award 2020 gewonnen. For what it’s worth. 

DIE ANDERE JOY OOK TE KOOP BIJ DOUGLAS

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op november 3, 2021
Geplaatst in: ACHTERGROND, LIMITED EDITION, ZOU VERBODEN MOETEN WORDEN OF NIET?. 2 reacties

Door toeval, niet door mijn algoritme (die sucks by the way), kwam ik bij Douglas terecht. Tot mijn verbazing, zag ik tussen het bekende monotone aanbod, een naam die daar eigenlijk niet thuishoort: Jean Patou.

Grappig-treurig weer om te zien hoe weinig ‘inzicht’ en kennis aanwezig is bij de huidige generatie ‘tekstschrijvers’. Of ligt het aan de slechte vertalers, of aan Google-translate, of aan de ingeschakelde kunstmatige intelligentie? 

De geur in kwestie betreft het letterlijke legendarische Joy. Ik lees onder meer: ‘De geur is bloemig en dierlijk (laatste behoeft uitleg lijkt me, maar dit terzijde) en werd voor het eerst gelanceerd in 1935. Sindsdien zijn er enkele flacons van Joy verschenen.’ Enkele? Zullen we het op z’n minst over honderdduizenden hebben? 

En op welke compositie is de huidige formule gebaseerd? Op het origineel, op de remake toen Jean Patou eigendom van Proctor & Gamble werd (de erven van Jean Patou verkochten het bedrijf in 2001 aan deze multinational). Op de formule van Designer Parfums Ltd aan wie P&G het in 2011 verkocht? Iets waar P&G, volgens mij, nu spijt van zal hebben gezien de aanwezige expertise bij Jean Patou, en het feit dat oude, vergeten couturehuizen het ‘voor de tweede keer’ weer goed doen. 

En hier komt de link met Douglas. Want zonder al te veel rumoer, blijkt LVMH, ‘s werelds grootste luxeconcern (met merken als Kenzo, Guerlain, Fendi, Acqua di Parma, Dior) Jean Patou te hebben gekocht. Zo ongeveer een jaar voor de lancering van Diors nieuwe geur – inderdaad Joy, die de grote opvolger van J’adore moest worden maar waarvoor niet eens de moeite werd genomen een nieuwe flacon te ontwikkelen. En de inhoud: gaap-gaap-geur.

Het is natuurlijk vreselijk wat LVMH doet. Een belediging dit niet serieus nemen van de parfumgeschiedenis, iets waar de luxegroep zich juist altijd op laat voorstaan met zijn marketinggekeuvel over heritage, patrimonium, traditie. Eerst de verkwanseling van Miss Dior, vervolgens het uitmelken van Poison (met Poison Girl als het summum van slettebakke cheap-chic) en zoveel ander pure marketingproducten zoals Sauvage – voor een verkwanseling van ja, die beroemde, bekende, geliefde mannenklassieker: Eau Sauvage.

Nee, de nichelijn maakt dan niet veel goed, en die heeft trouwens weinig vandoen met niche. En er verschijnen gewoon te veel – neem de laatste: Vanille Diorama, waar het weer mee aan de haal met een klassieker van Dior. Voor heel wat minder geld koop je kwalitatief betere vanillegeuren. 

Je vraagt je wel af waarom Douglas Jean Patou heeft ingekocht – de naam staat toch voor oude meuk? En de verhipping is door LVMH nog niet ingezet. Althans nog niet bij de parfums. De jonge generatie koopt toch liever de zoveelste variatie van Givenchy’s Interdit – ook LVMH? Maar wie koopt er bij Douglas een limited edition van Joy 15 ml voor € 1540,46.

Of voor € 1166,95. Want u krijgt maar liefst 24 procent, ja u leest het goed, 24 procent korting. Dat bedrag geeft de gemiddelde Douglasklant volgens mij nog niet uit in drie jaar. Of ben ik nu aan het ‘shamen& blamen’. En misschien koopt Douglas deze limited edition alleen in als er een bestelling volgt.

Waarom zou dit zo maar kunnen? Nou www.beslist.nl biedt de geur voor dezelfde prijs aan. Wat ik vermoed, gezien de Jean Patou-aanbiedingen op internet: het betreft de oude voorraad van Designer Parfums Ltd waar LVMH zo snel mogelijk vanaf wil. Want op alle flacons staat de naam nog voluit geschreven. Als dat niet lukt, dan is er nog altijd het Kruidvat. Ik sta dan voor in de rij (kocht er onlangs voor € 24,95 200ml van de eerste geur van Agent Provocateur). Ben benieuwd hoe LVMH de eerste Patou zonder Jean in het label gaat lanceren. Moet het na Dior, de nieuwe melkkoe worden?

Nog een laatste geur-zeuropmerking: de beautywereld is in de ban van storytelling. Krijg je een mooi kant en klaar verhaal aangereikt, pik je die vervolgens niet op. Zoveel ‘leuke weetjes’ wat Joy betreft. Zoals dat Jean Patou voor de oorlog zijn eigen roos- en jasmijnvelden rondom Grasse bezat. Nog een: een concurrent kwam met een geinig antwoord op Joy. Nou, nog eentje: Joy is uitgeroepen tot de beste geur van de twintigste eeuw. Maar dit wordt dan ook echt de allerlaatste: de geur verscheen in 1930, niet vijf jaar later Douglas! 

PHANTOM PACO RABANNE

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op september 25, 2021
Geplaatst in: ENTERTAINMENET, GEURENALFABET P. Een reactie plaatsen

GADGET-FLACON, GADGET-GEUR

DE JEUGD VAN TEGENWOORDIG VERDIENT BETER

Karl Lagerfeld zei over ooit Chanel: ‘Je moet een merk helemaal afbreken om het weer op te bouwen.’ Bij Chanel zat hij er in retroperspectief goed naast – de beleidsmakers van het couturehuis zien in elke uitspraak of opvatting die Coco Chanel ooit deed of ooit had, een begin van een nieuw product.  

Als je nú naar het parfummerk Paco Rabanne kijkt, dan heeft Lagerfeld gelijk gekregen, met name wat de geursectie betreft. Die heeft rien, nicht, njet, nada maar dan ook absoluut niets meer met de ideeën van de oprichter vandoen. Erg? Een tijdje vond ik wel, maar ik geloof inmiddels dat het helemaal niets meer uitmaakt, omdat – in Rabanne’s geval – ‘hij’ zich op een nieuwe doelgroep heeft gestort: de jeugd van het schoolplein. 

Dan is je inspiratiebron natuurlijk anders. Geen hemelbestormende filosofieën, geen ode op de man/vrouw van de toekomst, maar gewoon simpele namen met een doeltreffende, vanzelfsprekend humoristische, ‘schot-voor-open-eigen-doel’-marketing die direct begrepen worden. En by the way: van de nieuwe consumenten associeert bijna niemand Rabanne waar hij mee beroemd geworden is: jaren zestig space age couture. 

Het is voor de jeugd van tegenwoordig hoogstwaarschijnlijk een nieuw merk dat zijn geuren bottelt in gagdet-achtige flacons – het hedonistische 1 Million (2008) en Lady Million (2010), dan wel in een ‘kermis-schiettent-altijd-prijs’-uitvoering: Invictus (2013) en zijn vrouwelijke pendant Olympéa (2015). 

Ik keek wel op toen ik Phantom onlangs in Ici Paris XL zag. Associeerde de uitgestalde robot niet met Rabanne, trouwens met geen enkel gevestigd merk. Had ik een nieuw Disney/Pixar-animatiefilm over het hoofd gezien met Phantom in de hoofdrol? Toen ik daarna de clip op YouTube zag wist ik genoeg. Ik herkende zowaar een bepaalde ‘Rabanne’-saus – de opbouw van het ‘verhaal’ de gezellige all inclusive happening met toch een boy meets girl-zijlijn. Ik dacht: ‘Geurengoeroe je wordt te oud voor deze parfumpret, besteed geen aandacht aan dit soort triviaal geglamour’. 

Maar ja, je bent dan toch benieuwd hoe Phantom – toch een vreemde naam voor zo’n robot/buitenaards machientje. En dan is er ook zoiets als The phantom of the opera. 

Ik lees op www.pacorabanne.com: ‘De essentie van zelfvertrouwen, gevoed door feelgood-energieën. Een futuristische aromatische geur geboren uit de botsing tussen luxe vakmanschap en nieuwe technologie. Gedurfd met tonen van verslavend-romige lavendel, energieke versmelting van citroen en sexy houtachtige vanille. Radicaal anders, totaal ontwrichtend: ontdek onze eerste verbonden fles ooit’. Was het maar waar. Hier is niets futuristisch, nieuw technologisch aan. Zelfs niet in presentatie – ‘iedereen’ is deze ‘oervorm’ van een robot (‘Die kan dansen, heb je het gezien mamma!’) wel eens tegengekomen.  

Het verbaast dat de marketingmachinerie van Rabanne (geproduceerd door Puig) met bijna trots vermeldt dat vier neuzen aan de geur hebben gewerkt: Loc Dong (verantwoordelijk voor zijn gekke creativiteit), Julia Karagueuzoglou (levert haar kennis betreffende natuurlijke ingrediënten). Anne Flipo en Dominique Ropion hebben samen de geur gefinetuned voor een krachtig, lang houdend effect. En alsof dat nog niet genoeg is werd ook nog – tada! – kunstmatige intelligentie ingeschakeld voor een extra boost. Hoe? Kom ik niet achter. 

Interesseert me ook niet omdat de compositie van een ongelooflijke braafheid is. Waarschijnlijk door alle testpanels wereldwijd ontdaan van de scherpe kantjes – als die überhaupt in de oerversie heeft bestaan. Of is de kunstmatige intelligentie hiervoor verantwoordelijk?

Eerst een aqua-citrusstoot for boys who like toys. Geeft je direct een frisgewassen gevoel. Lavendel vervolgens bevordert dit ‘net-onder-de-douche-vandaan’. De appel kan er ook wat van. En dan de basis: de vanille moet verondersteld de boventonen een soort van warmte verlenen en dan is er ook nog sprake van ‘rook, aardse noten, patchoeli en vetiver’. 

Het effect aldus Rabanne: ‘Een overdosis aan verslavende en langdurige sensaties’. Was toch mooi geweest als je dat allemaal had kunnen ondergaan – je ruikt vaag een klassieke houtachtige basis die misschien beter tot zijn recht zal komen in de intens, extreme of ‘out of space’ versie. Want die gaat natuurlijk verschijnen.

Als de gemiddelde boy dit lekker of zelfs erg lekker vindt, en hiermee tevreden is; die zal zich waarschijnlijk kapot schrikken als je hem een echte geur voorzet – dan bedoel ik: een vrij van marketing, een die inhoud boven uiterlijke ijdelheden prefereert. Long way to go!

CHLOÉ EAU DE PARFUM NATURELLE 

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op september 23, 2021
Geplaatst in: ECO, GEURENALFABET C, GEURENALFABET E. Een reactie plaatsen

VRIENDELIJK, LIEFLIJK, ONSCHULDIG

NATUURLIJK MAAR EENDIMENSIONAAL

Het woord hing al een tijdje in de lucht in bla-bla-lifestyle-land en heeft sinds een paar seizoenen ook de ketenparfumerie bereikt: vegan. Dus doet Chloé wat een aantal andere merken – zoals The Bodyshop en Rochas – reeds hebben gedaan: bijzonder trots vermelden dat hun nieuwe geur vegan is. Tis niet waar! Sterker, het is niet waar, want álle geuren die na het midden van de jaren zeventig van de vorige eeuw zijn gemaakt, zijn vegan omdat er sindsdien geen dierlijke ingrediënten meer in verwerkt mogen worden. Denk echte musk, echte bevergeil, echte civet.

Even terzijde: dat geldt niet voor echte ambergrijs omdat de zoogdieren die dit gouden goedje leveren – walvissen – hiervoor niet gedood hoeven te worden. Japan jaagt hier alleen nog maar op vanuit wetenschappelijk oogpunt – gelooft u dat?

Anyway, met een vegangeur wordt nu vaak bedoeld dat die voor honderd procent uit natuurlijke ingrediënten bestaat en vrij van kleurstoffen en filters is. En dat is dus de nieuwe variatie in de Chloé Signature-serie: Eau de Parfum Naturelle. Los daarvan doet Chloé mee met een eveneens andere trend in de wereld van beauty & fashion sinds de opkomst van MeToo en Black Lives Matter: benadrukken als ‘betrokken’ luxelabel dat je het oh zo goed meent met je klanten (bij Chloé: vrouwen samenbrengen door ze een stem geven; het is de vraag of ze hierop zitten te wachten), inclusiviteit plotseling de gewoonste zaak van de wereld vindt en het maken van een positieve sociale en ecologisch impact tot huisregel bevordert.

Al deze goede bedoelingen komen dus samen in Eau de Parfum Naturelle. Het profiel van de draagster is ontroerend en zó herkenbaar volgens mij: ‘Ze weet hoe krachtig maar kwetsbaar de natuur werkelijk is, ze put er kracht uit, terwijl ze zich ook bewust is van de urgentie om haar te beschermen. De natuur is zowel haar inspiratie als de lucht die ze ademt.’ Eén ding is duidelijk: ‘zo maar’ vrij en blij, zonder je zorgen te maken, genieten van een geurtje zit er voorlopig niet meer in.

Eau de Parfum Naturelle is opgebouwd rondom zwarte bes, citroen, neroli, mimosa, roos en cederhout en Chloé gaat hiermee zoals ‘ze’ zegt, ‘terug naar de essentie’. De eerste zorgt voor een zoet-fruitige noot die fris maar tegelijkertijd fluweelzacht is. Toch wint hier de frisheid omdat ze omringd wordt door citroen. Neroli – ook citrusfris maar met een zoetbloemige noot gaat mooi samen met een (biologisch geteelde) roos en mimosa. Het effect: een zoetbloemig hart met poederachtige accenten met een lichte honingtoets (eigen aan mimosa). Cederhout, hier licht en zonnig, houdt alles samen in Eau de Parfum Naturelle.

Conclusie: vriendelijk, lieflijk, onschuldig en puur, dus helemaal in lijn met de huidige ‘beauty-regels’. Maar ook een beetje saai, eendimensionaal. Want dat is het vaak het nadeel van puur natuur-ingrediënten. Dat komt omdat synthetische ingrediënten een geur houvast geven, het geraamte vormen van een compositie waaraan de natuurlijke ingrediënten zich hechten waardoor er diepte, een soort van driedimensionaal-effect ontstaat. 

Trouwens deze compositie is zo simpel qua opbouw, dat je die zelf ook had kunnen maken, mits had je meegedaan aan een cursus ‘D(o)I(t)Y(ourself) with natural ingredients’. Zie het Youtube-filmpje en al die andere die vervolgens worden voorgesteld. 

VÉTIVER ROYAL BOURBON ORIZA L. LEGRAND (1914/2014)

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op september 16, 2021
Geplaatst in: GEURENALFABET B, NICHE, VINTAGE. Een reactie plaatsen

‘BOUDOIR-VETIVER’

‘BOERDERIJ-VETIVER’ 

1914? 2014? 1814? 1714? ON S’EN FOUT!

Ik ben echt aan het vetiveren. Die van Hiram Green gaf me de geest, maakte me weer enthousiast en besloot vervolgens een aantal andere onder de loep te nemen. Zie vorige post. En nu: Vétiver Royal Bourbon. Wat vind ik Oriza L. Legrand toch heerlijk. Verschillende redenen: ouder dan Guerlain, maar loopt daar minder mee te koop, eigenlijk pas du tout.

De geuren zijn klasse en ik geloof bijna zo goed als zeker dat die allemaal zo nauwkeurig mogelijk zijn gebaseerd op de oorspronkelijke formules. Ruik je bijvoorbeeld overtuigend ruikt in Chypre Mousse – die ruikt op een bepaalde manier ‘historisch’, is niet van deze tijd. En toch niet ouderwets omdat vetiver eigenlijk tijdloos is. Noemen we dan klassiek. 

Hopelijk heeft het Oriza L. Legrand nu zijn definitieve vorm gevonden (de veranderingen waren voor mij niet echt nodig). De verpakkingen zijn groter, dus zogenaamd chiquer, de geuren nu alleen nog maar in verstuivervorm en er moest zowaar een kwast om de hals van de flacon. En dat merk je dus aan de prijs: in den beginne bij de relaunch van het merk 110, nu 130 euro.

The colors match!

Vétiver Royal Bourbon (debuut 1914, relaunh 2014) maakt gelukkig veel goed. Mijn fantasie wordt geprikkeld door de naam. Bourbon is de naam van de koninklijke familie die Frankrijk, van 1589 – met een korte tussenposes – tot 1830 regeerde.

De associatie is niet zo vreemd: in de Franse parfumwereld wordt overdreven veel gerefereerd aan het roemrijke verleden van al die koningen Lodewijken, hun paleizen, hun maîtresses, hun bijdrages aan de kunst en cultuur en wat dies meer zij. Zonnekoning-verblindende schone schijn in optima forma. 

Maar de naam Bourbon slaat hoogstwaarschijnlijk op het gelijknamige eiland (om de hoek bij Madagaskar), ja inderdaad genoemd naar. En waar volgens de Fransen, chauvinistisch als ze zijn, de beste vetiver vandaan komt. Ben benieuwd wat de Haïtianen, Javanen en Indonesiërs daarvan vinden. 

Hoe het ook zij, Vétiver Royal Bourbon is een topper. Het knappe: je ruikt eigenlijk helemaal niet zoveel vetiver, zo lijkt het. Wil zeggen: het droge gras (de geur wordt gewonnen uit de wortels) wordt omringd door allerlei noten die je in eerste instantie afleiden van de ‘core business’, maar uiteindelijk is het toch vetiver die je ruikt.

Niet fris-houtig zoals de vetivers uit de jaren vijftig, zestig en zeventig. Niet rokerig, niet naar zwarte thee neigend zoals zoveel nu-nichegeuren, maar kruidig groen.

De opening is direct raak wat groen betreft: geen klassieke citrusopening, maar een helder-scherpe munt-tijm-combinatie – alsof ik ze net heb geplukt uit mijn kruidentuin. Fris, levendig en opwekkend met aardse ondertoon. Hier voegt zich de vetiver bij. Gaat goed. Gaat nog beter in de follow up – een warme combi van cistus labdanum en iris (die je afwisselend ruikt) gekoppeld aan een mooie houttoets (sandel). 

Zijn we pas op de helft. Lekker om te ruiken hoe de groene frisheid wordt vastgehouden tot de nasleep, want de munt-tijm-mix vloeit over in een schel-etherische jus van jeneverbes. Helder en toch warm. Laatste komt grotendeels op conto van de donkergroene en donkerbruine ondertonen: leer, tabak, eikenmos.

Klassieke macho-chic op niveau gebracht door zoetzachte benzoïne en dropachtige strobloem (vraag me alleen af of strobloem al in 1914 werd gebruikt in de parfumindustrie). Opvallend: op het eind ruik je haast geen vetiver meer, maar omdat het zich zo vanzelfsprekend in het begin heeft gemanifesteerd, mis je hem niet door die intense ondertonen. 

Maria van www.parfumaria.com omschrijft Vétiver Royal Bourbon als een ‘boudoir-vetiver’. Eigenlijk heel goed getroffen. In de zin dat de vetiver door Oriza L. Legrand elegant en dandy-like wordt behandeld: vol, genereus en duidelijk waarneembaar voor anderen na het sprayen bij jezelf. En tegelijkertijd erg platteland door de frishheid van versgeplukte kruiden: ‘boerderij-vetiver’.

In ieder geval geen uit de grond getrokken vetiver, zoals die van Hiram Green, geen cliché-vetiver zoals die van Tom Ford en de remake van Guerlain uit 2000 (wordt die nog gemaakt of is Guerlain teruggekomen op de oude versie?), maar geraffineerd in de zin van bewerkt. 

Het schijnt dat veel mensen bij een geur worden aangetrokken door de flacon en uitstraling van het merk. ‘Velen’ vinden Oriza L. Legrand daarom ouderwets en haken daardoor af. Jammer. Laat ze Vétiver Royal Bourbon blind ruiken, en ik weet bijna zeker dat ze denken met een heel hip, klein en vernieuwend nichemerk vandoen hebben. 

VÉTYVER / SANTAL NABATAEA MONA DI ORIO

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op september 14, 2021
Geplaatst in: GEURENALFABET S, GEURENALFABET V, NICHE. Een reactie plaatsen

WARM-KRUIDGE VETIVER

ZALIG-KRUIDIGE SANDEL MET ‘ABSTRACTE’ GOURMAND-TOETS

Zoals geschreven in de vorige post, Vétyver van Mona di Orio besteld (plus haar al door mij besproken sierlijke Musc (de heliotroop in het hart komt mij nu over als viooltje) en nog niet besproken Santal Nabataea). Vorige week binnengekomen. Hoe komt het toch dat ik vetyver met een Griekse ij chiquer vindt ‘staan’ dan geschreven met de doodgewone i. Heb ik het nog niet gehad over het accent aigu op de eerste e.

Even vreemd: hoe herinneringen een reeds bekende en geliefde geur van tevoren al in een bepaalde richting kunnen sturen. Van de eerste keer dat ik haar Vétyver rook, direct na de lancering in 2011, is me bijgebleven dat je aan een uit den treure behandeld ingrediënt toch een eigen draai kunt geven (zoals bijvoorbeeld, tegen de verwachting in, niet gebeurt in Tom Fords grijze variatie uit 2009 – toch in de dertien-in-een-dozijn-categorie).

Di Orio’s vetiver is minder zwoel en overrompelend qua vetiver-kracht dan bijvoorbeeld Serge Lutens Vetiver Oriental. Eerder meer subdued deze subtiel-sensuele golven die uit het gedroogde gras opstijgen.

De laatste keer dat ik met mijn neus in Vétyver dook ter analyse (twee jaar geleden ongeveer), leek het of de vetiver zich gehuld had in wierook besprenkeld met harsen – ik durf het bijna niet op te schrijven, want zo’n uitgehold cliché, maar in dit geval toch waar: mysterieus. Maar bedenk me nu dat dat de olfactiefe nasleep in de ruimte van de eveneens geteste wierookgeuren hiervan de oorzaak kan zijn geweest. 

Met deze ‘voorkennis’, probeer ik Vétyver weer, en nog een keer, en nog een keer en nog een keer in een van andere geuren vrije ruimte. Kan niet anders: het is ‘vetiver anders’ – dus geen nadruk op het fris-houtige aspect; de frisse intro van blauwe gember en grapefruit is meer een zucht dan een golf. Erg beschaafd. In mijn gedachten dus heftiger. Mooi blijft de mix van specerij (nootmuskaat) en kruid (salie) die de vetiver als het ware verwarmen en de basis die er een sensuele glans aangeeft. Maar mijn herinnering – dat pats, boem, ta-da!, hallo hier ben ik, binnenkomen van de geur – rook iets anders. Krijg de neiging om Vétyver te layeren met haar Cuir (2010). 

SANTAL NABATAEA

Pats, boem, ta-da!, hallo hier ben ik – dat heb je dus dírect met Santal Nabataea (2018). Je neus zit direct midden in het sandelhout. Zonder grof en brutaal te zijn. De inspiratie is high brow: de klei-achtige geur van terracotta van het uit zandsteen gebeeldhouwde heiligdom Petra in de Jordanië. FYI: laatste is het adjectief van de Nabateeërs, een Arabisch volk uit de klassieke oudheid met een religie waarin de verering van rotsen centraal stond. Grappig de overeenkomst in a way: de geur van Alaïa – de ontwerper met dezelfde naam is geboren in Tunesië – is geïnspireerd op het koude water dat zijn grootmoeder gooide tegen de door de zon verhitte witte kalkmuren. 

De ode lijkt me vanzelfsprekend: op de best kwaliteit sandelhout denkbaar. Wat ik me afvraag: betreft het de echte? Die uit India (de echte dus) mag volgens mij alleen voor religieuze doeleinden worden gebruikt. Of is het Australisch sandelhout dat een luxe-behandeling kreeg? Of heeft het huis ‘wat’ kunnen kopen van het door Chanel geleide re-real sandelhout-project onder leiding van Christopher Sheldrake in Nieuw-Caledonië?

Dat komt vooral door de uitbarsting van kruidigheid die direct start met peper. Met een beetje fantasie gaat het sandelhout aan de wandel en ontmoet op weg door de zandwoestijnen van Petra de andere ingrediënten. Santal Nabataea is voor mijn gevoel lineair, in de zin dat je het sandelhout direct ruikt. Er is niet echt sprake van frisheid in de ‘opening’, hoewel peper dat wel kan bewerkstelligen en wiens warm-scherpe trilling wordt onderstreept door zwarte bes-blad. Maar bestaat er zoiets als warme frisheid? Maar het kan ook verbeelding zijn, en ruik ik het omdat deze twee bij de opgegeven ingrediënten staat. 

Hoe het ook zij: Santal Nabataea, door Fredrik Dalman, is helemaal gemaakt met de filosofie van Mona di Orio indachtig. Dus: rijk, gul, krachtig en eigen. En op een bepaalde manier heel erg Arabië. Alsof Santal Nabataea daar is samengesteld en niet in Amsterdam, Europa – sluit dus aan bij de inspiratiebron.

De voor mij ondefinieerbare, maar trefzekere elegance kan ik niet traceren, altijd een goed teken. Het is anders; zacht, bloemig, zalvend… ik hou het op de mix van gedroogde abrikoos, oleander (die als je heel goed op het juiste moment, in het juiste seizoen ‘een soort van’ bloemigheid verspreidt), opoponax en klei.

Het is de som der deze vier delen die dit verfijnde gevoel oproept. Maar stel je dit ingrediëntenkwartet in gedachten eens voor en er gebeurt iets spannends: de zoete droogte van de abrikoos, besprenkeld met een poederige bloemigheid, de warmte van opoponax opdrogend op klei. 

Dat koffie een mooi alternatief kan zijn voor bijvoorbeeld patchoeli/amber (zonder al te hinderlijk gourmand te worden, zonder het gevoel te hebben in Starbucks te zitten), bewijst Fredrik Dalman. Het geeft het sandelhout een kracht zonder dat het zijn romige bloemigheid verliest. De nasleep is lang houdend, de sandelhout wordt één met de huid.

Hoewel tegenwoordig, in onze ‘zelf-feliciterende’ en overdreven complimenten rondstrooiende maatschappij, de kwalificatie te pas en onpas wordt gebruikt (zonder dat daar echt reden voor is), is hier toch écht sprake van vakwerk en… liefde voor het vak. Laatste wordt steeds minder beleden door neuzen dan je zou vermoeden. 

VETIVER HIRAM GREEN

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op augustus 24, 2021
Geplaatst in: ECO, GEURENALFABET V, NICHE. 1 reactie

EVERY NICHE PERFUME HOUSEHOLD SHOULD HAVE ONE

THE DARK SIDE OF GREEN(S) VETIVER 

Je vetivere, ik zal vetiveren

We bespreken Vetiver (2021) als werkwoord op z’n Frans in de toekomende tijd. Waarom: de kans dat je deze geur als lezer koopt, moet immers nog komen. Ik deed het vorige week, want ik kwam erachter, dat al mijn vetivergeuren zo goed als leeggespoten waren. En dat ik er eigenlijk ontzettend veel zin had.

Waarom? Gewoon, wellicht omdat ik mega-über-moe ben van al die nieuwe ‘oude-wijn-in-nieuwe-kruiken’-merken die wekelijks voorbijkomen op mijn Instagram-account. Slaap-slaap, gaap-gaap. Dat gevoel gecombineerd met ‘tell me something I don’t know!’ En omdat een goede vetiver op een bepaalde manier, op onbewust niveau, connectie maakt met de kracht van de natuur – au moins avec moi.

Tu vetiveres? Jij zult vetiveren?

Heel vrij vertaald: ‘Heb je nog onlangs een vetiver ‘opgehad’?’ Vroeg ik aan mijn partner. Ik: ‘Oh, Encre Noirevan Lalique (2006) nu al op?’ Hij: ‘Yep. Heb nu Sycomore (uit 2008 van Chanel) van je geleend.’

Il – Hiram Green – vetivere? Hij zal vetiveren?

Jazeker, en dat wist ik ook, was er benieuwd naar, maar het kwam er niet van. De eerste poging tot online-aankoop mislukte, de tweede een week later niet. En zoals beloofd volgens de site van Hiram Green werd zijn Vetiver twee dagen (vorige week) later bezorgd met een handgeschreven ‘dank-je-wel’-kaart. Op de een of andere manier is de compositie precies zoals ik hem verwacht had. Dus ‘anders fris’ in de opening, vervolgens een rokende vetiver die langzamerhand zacht, balsemachtig wordt zonder zijn ‘halsstarrigheid’ en aardse toon te verliezen. 

Interessant, op het begeleidende kaartje lees ik dat Green zich inbeeldt dat ‘de heartthrobs van Hollywoods gouden eeuw ernaar roken’ – dus ‘elegant en charmant, maar krachtig en avontuurlijk’. Heartthrobs zijnde: ‘een mannelijke beroemdheid bekend om zijn goede uiterlijk’. Denk: Eroll Flynn, Clark Gable, Gary Grant. Ik zou daaraan willen toevoegen Bette Davis, Joan Crawford, Katherine Hepburn – sterke vrouwen die heersende conventies aan hun laars lapten. Met dien verstande: in deze omgeving vind ik Hyde (2018) meer van toepassing. Hoewel die naar mijn intentie een geur is die meer in de grondstijgers staat dan ‘af’ is.

En iets anders: door deze famous actors-link, zou je bijna een vintage-gevoel krijgen terwijl daar geen sprake van is. Vetiver is helemaal nu en tegelijkertijd tijdloos (dus klassiek) – het voordeel als je alleen met natuurlijke ingrediënten werkt.

Nous vetiverons, wij zullen vetiveren

Ik raad het iedereen aan: zowel man, zowel vrouw of in welke hoedanigheid je je als persoon tussen beide seksen ook voelt. Hiram Greens Vetiver legt namelijk op een edele manier het falen bloot van de door op louter winst beluste parfumhuizen – hoewel hun gelikte, miljoenen verslindende presentaties graag het tegendeel pogen te bewijzen: We care and are very concerned with the world and more blablabla. 

In plaats van zich te concentreren op de kwaliteit van de ingrediënten, zijn ze te gepreoccupeerd door storytelling (vaak fake) en het benadrukken van het te pas en onpas gebruikte ‘heritage’. Als deze merken het zo goed met ‘ons’ menen, dan hadden die al lang ingezet op natuurlijke ingrediënten. En dat is wat anders dan ‘green washing’. Maar dat is dan ook weer waar: dan zou het bestaansrecht van Hiram Green in gevaar komen. 

Vous vetiverons, u, jullie zullen vetiveren

U, jullie zullen Greens Vetiver gebruiken en er zoveel mogelijk andere mensen in laten delen, omdat de geur zo goed aantoont wat de natuur allemaal in zich heeft, dat je au fond geen synthetische alternatieven nodigt hebt. Wat wel zo is: de mogelijkheden zijn beperkt, maar dat heeft dan wel weer als voordeel dat je zo dicht mogelijk in de buurt van de natuur blijft – ‘buurnatuur’. En dat je als neus dan niet aan fantasie en ‘verhaal’ hoeft in te leveren, bewijst Moon Bloom – Greens parfumdebuut in 2013. 

Het is prachtig om te ruiken hoe in Vetiver de citrusnoten met gemberinjectie – ‘voorzichtig’ en niet full in the face gedoseerd – de opmaat zijn voor een krachtmeting tussen Haïtiaanse (rokerig richting wierook) en Javaanse (frisser, aards, houtig, stro) vetiver. Deze fusie levert een vetiver op die groen maar toch warm is. Beter gezegd: broeierig-warm richting sensueel.

Dat is iets wat aan de meeste ‘moderne’ vetivers ontbreekt; die leggen meer de nadruk, of eigenlijk te veel nadruk, op het frisse aspect van deze grassoort en laten ‘hem’ conform de huidige ‘parfumwetten’ clean eindigen. Deze sensualiteit in Greens Vetiver wordt elegant gecontinueerd door ambrette (‘de natuurlijke musk’), terwijl het houtachtige aspect van vetiver, zij het zacht, wordt vastgehouden door cederhout.

Ils vetiverent, zij zullen vetiveren

Hoopvolle gedachte: zij zullen zo veel mogelijk Vetiver van Green gaan gebruiken. Ik zal vast een paar belangrijke vetivers in het nichedepartement die dezelfde boodschap als Hiram Green verkondigen over het hoofd hebben gezien – maar dan niet 100 procent puur natuur. Maar zijn Vetiver valt voor mij in dezelfde categorie als die van Serge Lutens en Mona di Orio – de laatste heb ik tot mijn schande ook nog nooit besproken. Ga hem terstond bestellen. 

Dus al een vriend, vriendin (of wat daartussen zit) vraagt om een ‘lekker geurtje’ voor zijn, haar, het verjaardag – verbaas hem, haar of het met Vetiver van Hiram Green. Wordt deze originele geurgeste niet begrepen, of gewoon niet lekker gevonden, nou dan wacht je een leuke discussie die de moeite waard is. Ik zou vooral in het begin van het discours inzetten op #puurnatuur #nosynthetics #backtonature #motherearthcalling #therealjoyofperfumes en #geurengoeroeisthebest.

1921 THE ALCHEMIST’S GARDEN GUCCI

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op augustus 13, 2021
Geplaatst in: Uncategorized. Een reactie plaatsen

1921? 1821 ZUL JE BEDOELEN! OF WAS HET NU 1721? 

EENVOUD EAU DE COLOGNE OP EAU DE PARFUMSTERKTE

BEYOND GENDERGEUR VOOR ALLE JAARGETIJDEN  

1921: Geurengoeroe in the making. Want 100 jaar geleden dat mijn vader werd geboren in Heeg, Friesland. Die – even terzijde, maar leuk om in dit verband te vermelden – de 30 al ruim gepasseerd nog zeven kinderen, waarvan drie tweelingen – met zijn dertien jaar jongere vrouw, mijn moeder, op de wereld heeft gezet. 1921: Supermarktketen Jumbo opent zijn eerste vestiging. Nu iets meer richting beauty: ook in 1901 opgericht Weleda, een merger van de bedrijven van de Zwitserse antroposoof Rudolf Steiner en de Nederlandse verlosdeskundige Ida Wegman.

In hetzelfde jaar, toen vakmanschap nog echt meesterschap was in Italië, opende Guccio Gucci in Florence zijn boetiek met geïmporteerde lederwaren aan de Via della Vigna Nuova 7 in Florence, snel gevolgd door een eigen atelier. En dat wordt onder meer gevierd met de geur 1921. Hoe het inmiddels tot geek-chic uitgegroeide merk (met een jaaromzet van 8.2 miljard in 2018) zich door de decennia heen heeft gemanifesteerd kun je binnenkort zien in The House of Gucci, met Lady Gaga als ‘the black widow’, ofwel: Patrizia Reggiani Martinelli (voormalig echtgenote Maurizio Gucci).

Terzijde en niet belangrijk, maar toch: Geurengoeroe gaat geen kaartje(s) kopen of online staren, Gaga-moe als hij is. Zó vermoeiend haar entrée op dat belangrijke mode-bal twee jaar geleden in New York, zó politiek correct en slaapverwekkend haar ambassadrice-rol in de recente Valentino-geur overgoten met de voorspelbare ‘beautyglamour’-saus van L’Oréal. And me thinks it’s a pity that the actors don’t speak Italian and that the voiceover in the trailer sounds like Donatella Versace… Dat wel: knap staaltje van marketing deze fusie van film, fashion & fragrance – iets soortgelijks had ik ook van Chanel had verwacht, die dit jaar stilstaat bij het feit dat N°5 honderd jaar geleden werd geïntroduceerd.

Genoeg na beschouwd. Dit zegt Gucci over de geur: ‘Met een speciale naam voor deze gedenkwaardige gelegenheid reflecteert 1921 de moderne en toch tijdloze codes van het huis. Gecreëerd rond de bijzondere neroli-bloesem en geblend met Florentijnse citroenceder, is het een eerbetoon aan de prachtige stad waar Gucci een eeuw geleden geboren werd’. Terzijde: een geur naar een jaartal vernoemen is niet speciaal en neroli is niet bijzonder – onmisbaar voor een geur met een cologne-cick, dus multi-multi en multi-culti gebruikt in de parfumerie.

Over de presentatie: ‘Dit keer verschuift het perspectief naar de tuin waar 1921 in een luxe solarium-oranjerie verschijnt als onderdeel van de bredere The Alchemist’s Garden-collectie’. Georkestreerd door Colin Dodgson en Christopher Simmonds, zien we parfumflacons omringd door weelderig gebladerte, plantenstekken en antiek, aangevuld met wetenschappelijke kolven en tuingereedschap die lopende experimenten suggereren’.

Over de flacon: ‘Heeft een complex design – vind ik nog wel meevallen -, de Gucci-belettering en decoratie zijn in goud uitgevoerd. Versierd met een door een hand opgehouden krans, symboliseert de ronde vorm eeuwige groei en kracht; geen begin of einde, alleen de pure schoonheid van de afgelopen honderd jaar. Opvallend en toch delicaat; de flacon zit in een royale groene doos voorzien van het Gucci-logo in goud en het bijzondere ornamentale design van The Alchemist’s Garden’. Kniesoor die erop let: het lint is niet in groen, maar beige – of zou dat het eikenmos symboliseren? 

Maar wat me blijft verbazen aan The Alchemist’s Garden en met 1921 wordt bevestigd: de meer dan über-ouderwetse uitstraling van het geheel. Qua datering kun je beter niet een, maar twee eeuwen teruggaan toen er sprake was van de aanzet tot de professionele parfumindustrie.

Alsof 1921 is gemaakt voor Lodewijk XV (door Jean-Louis Fargeon van Oriza L. Legrand) die het besprenkelde over zijn rits aan maîtresses met wie hij in zijn ‘geparfumeerde hof’ – zo werd Versailles tijdens zijn bewind genoemd gezien zijn ‘parfumverslaving’ – de liefde bedreef. Maar ouderwets is in modekringen al jaren nieuwerwets, zoals burgerlijk, burgerleuk en gezellig gezelli is.  

WAT 1921 IK EIGENLIJK?

Bijna niet te geloven: Alberto Morillas heeft in zijn carrière meer dan 6000 geuren gemaakt. Wat mij leuk lijkt: hem onderwerpen aan een blinde test. Of hij de hoogtepunten van zijn dieptepunten weet te onderscheiden. 1921 zal hij er wel uit weten te halen, want onlangs bedacht. Bungelt voor mij tussen hoog en diep.

Deze geur had hij ook in het begin van zijn loopbaan kunnen maken, gezien de eenvoud. 1921 is een overduidelijke citrusgeur. Niet meer en niet minder. Ik vind de prijs (€ 300,00 100 ml) niet in verhouding staan tot de inhoud. Anders gezegd: voor minder geld, koop je een vollere en meer bloemige neroli – zoals Néroli Intense van Nicolaï (€ 177,00 100 ml; ook in 50 en 30 ml). Want dat typische lichtbloemige, met een licht fluwelen randje eigen aan neroli wordt in 1921 niet ten volle uitgebuit. Geldt ook voor de ‘groenige’ cedercitroen (waarvan sukade wordt gemaakt): het knalt en spettert me niet genoeg, zeker niet voor een jubileumgeur. Moet je óók die van Nicolaï (Cédrat Intense 100 ml zelfde prijs; idem) eens aan je neus zetten, dan weet je wat ik bedoel). En als je deze twee dan layert…

Wat je wel goed ruikt en mooi is en klopt – aldus het persbericht: ‘Eikenmos geeft de geur weelde, intensiteit en een ongeëvenaarde bestendigheid, en verleent haar een aardse, welige kwaliteit’. Ongeëvenaard daargelaten bestendigt het mos het groene karakter van de geur. Ik bespeur op de achtergrond weliswaar een cleane witte musk-nuance maar die is in dit geval niet storend. 

FIRMENICHS’ SCENTMATE™ + AI + DIY = YOUR OWN PERFUME BRAND

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op juni 22, 2021
Geplaatst in: ACHTERGROND, NIEUW! NIEUW! NIEUW!. Een reactie plaatsen

ARTISTIEKE INTELLIGENTIE + DOE HET ZELF = JE EIGEN PARFUMMERK

Het beroep neus is zogenaamd nog steeds met veel mysterie omgeven dat door de vertegenwoordigers van de oude garde met liefde in stand wordt gehouden. Zie de recente documentaire Nose – made and produced by Dior en ondermeer te zien op AppleTV en Netflix – waarin ter zelfpromotie van het huis, parfumeur in vaste loondienst François Demachy de hoofdrol speelt.

Wat zal het zich altijd iets bescheidener opstellende huis – Chanel – hiervan vinden vraag ik me zo af: ‘This film unveils the fascinating role of the nose at Dior; the most prestigious fashion and perfume brand in the world’. Of Guerlain, net zoals Dior onderdeel van LVMH. Of komen die binnenkort met hun eigen neusdocumentaire?

De kijker kan niets anders, althans dat is de bedoeling lijkt me, vol bewondering Demachy’s doen en laten aanschouwen. Alleen wat je te zien krijgt, afgaande op cuts en teasers op Youtube, heb je als meer dan gemiddelde geïnteresseerde leek al zo vaak gezien: dus Grasse, focus op handwerk, mooi weer en veel lachende mensen op exotische plekken waar natuurlijke ingrediënten worden geoogst, gewikt en gewogen en geroken.

Maar zal de ‘onwetende’ kijker die bij toeval deze docu ziet, de passage verrassen waarin je ziet dat vakmensen citroen/bergamotschillen aan het ruiken zijn – waarom gebeurt dat zo vaak in slow motion? De ‘onwetende’: ‘Jeetje, ik wist niet dat die zo’n heerlijke geur verspreiden; nee, ik ken het principe van een citruspers niet; bestaat er dan een citrusrasp, echt waar?’ En dan wetende, dat de meeste geuren – ook bij Dior, behalve de nichegeuren dan – grotendeels synthetisch zijn.

Ook gaap-gaap: de old school-link tussen geur en muziek: noten, ja ‘the secrets of a craft’, hè. Deze ‘exclusieve’ parfumwereld van Dior zit blijkbaar gevangen in zijn eigen bubbel, want een ontwikkeling schijnt hier nog niet echt te zijn doorgedrongen, of is misschien een taboewoord, waar ik het al vaker over heb gehad: DIY. Do It Yourself. In correct Nederlands: DHZ. Doe Het Zelf. 

Laatste is nu nóg een stap dichterbij gekomen voor mensen die overwegen een eigen geurlijn te lanceren, maar geen zin hebben zelf eerst een officiële of do-it-yourself-cursus te gaan volgen. Want Firmenich introduceert Scentmate: het eerste AI-geactiveerde platform dat co-creatie stroomlijnt en vereenvoudigt voor ondernemers en onafhankelijke merken. Scentmate wil deze snelgroeiende markt bedienen door direct toegang te geven tot ‘toegewijde’ parfumeurs – ik zo graag een keer een niet-toegewijde willen ontmoeten – experts en hun parfumproposities gedurende het hele traject.

Achter deze service schuilt vanzelfsprekend weer een missie. Ilaria Resta, president global perfumery, verwoordt het zo: ‘Als scheppers van positieve emoties en al meer dan 125 jaar innovatie-aanvoerder in de branche, is het onze missie elke consument geuren van hoge kwaliteit te bieden. Met Scentmate lanceren we een baanbrekende, op maat gemaakte scent solution. In minder dan een jaar gingen we van concept naar uitvoering – gebruikmakend van Firmenichs beste capaciteiten waaronder meer dan 50 jaar ‘geurgegevens’ die deze revolutionaire ontwikkeling heeft mogelijk gemaakt.’

Hoe werkt het? Het eenvoudige, digitale briefingproces stelt klanten in staat om alle relevante parameters te definiëren. Scentmate beveelt vervolgens de beste door parfumeurs samengestelde geuren aan, waardoor een voorheen wekend durend proces wordt verkort tot minuten. Het concept stroomlijnt de bestelling en afhandeling om de toeleveringsketen te vereenvoudigen: online monsteraanvragen, digitale bestelling, flexibele hoeveelheden en online betaling. Monsters komen binnen 48 uur aan en bestellingen worden binnen vijf dagen uitgevoerd. Bijkomende voordelen: advies over veiligheid en regelgevende wetgeving, afgestemd op specifieke categorieën en geografische markten. Scentmate is nu verkrijgbaar in Europa.

Ik ben benieuwd wat er voor geur eruit zal komen, als François Demachy er gebruik van zou maken. Waar hij zogenaamd jaren over doet, levert zijn nieuwe geurvriend in real time…. misschien J’adore Homme?

Berichtennavigatie

← Oudere inzendingen
Nieuwere berichten →
  • Meest recente berichten

    • L’HOMME DE COEUR DIVINE 
    • MARIA CALLAS THE MERCHANT OF VENICE
    • OVER EEN ONTVOERDE KANARIE
    • LEEFTIJDSDISCRIMINATIE VERPLICHT?
    • NILA DOUCE ORENS
    • GEURVERSTERKERS BY SKINS 
    • DARK VINYL MUSK BOHOBOCO
    • GIFTIGE GEUREN
    • MON VETIVER ESSENTIAL PERFUMES
    • LA ROSE DE ROSINE LES PARFUMS DE ROSINE
  • Archief

  • Categorieën

    • AANBIEDINGENBAK
    • ACHTERGROND
    • CELEB FRAGRANCES
    • ECO
    • EDUCATIE
    • ENTERTAINMENET
    • ENTERTAINMENT
    • GEUR IN DE MEDIA
    • GEURENALFABET A
    • GEURENALFABET B
    • GEURENALFABET C
    • GEURENALFABET CIJFERS
    • GEURENALFABET D
    • GEURENALFABET E
    • GEURENALFABET F
    • GEURENALFABET G
    • GEURENALFABET H
    • GEURENALFABET I
    • GEURENALFABET J
    • GEURENALFABET K
    • GEURENALFABET L
    • GEURENALFABET M
    • GEURENALFABET N
    • GEURENALFABET O
    • GEURENALFABET P
    • GEURENALFABET Q
    • GEURENALFABET R
    • GEURENALFABET S
    • GEURENALFABET T
    • GEURENALFABET U
    • GEURENALFABET V
    • GEURENALFABET W
    • GEURENALFABET X
    • GEURENALFABET Y
    • GEURENALFABET Z
    • IL GIARDINO PROFUMATO
    • IN MEMORIAN
    • INTERESSANTE EN TIJDLOZE COLUMNS VAN ERIK ZWAGA 2005
    • KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • KLASSIEKERS IN DE AANBIEDINGENBAK
    • KLASSIEKERS OPNIEUW GEROKEN
    • KLASSIEKERS VAN DE TOEKOMST
    • LIMITED EDITION
    • MASSNICHE
    • MASSTIGE
    • MOET JE ECHT RUIKEN
    • NEO NICHE
    • NICHE
    • NICHE IN DE PARFUMERIEKETEN
    • NIEUW! NIEUW! NIEUW!
    • NIEUWE KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • NOSE JOB: PERFUMERS THAT MATTER(ED)
    • OPVALLEND PARFUMNIEUWS
    • OUDE FILMS MET PARFUMINFO
    • PARFUM = PARFUN
    • PARFUM IN DE MEDIA
    • PIEDESTAL POUR DES PARFUMS
    • PORTET
    • PORTRET
    • TAX FREE
    • TRENDANALYSE
    • TRENDS TOEGELICHT
    • Uncategorized
    • VINTAGE
    • WAT RUIK IK EIGENLIJK?
    • ZOU VERBODEN MOETEN WORDEN OF NIET?
  • Meta

    • Account maken
    • Inloggen
    • Berichten feed
    • Reacties feed
    • WordPress.com
Blog op WordPress.com.
GEURENGOEROE
Blog op WordPress.com.
  • Abonneren Geabonneerd
    • GEURENGOEROE
    • Voeg je bij 126 andere abonnees
    • Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.
    • GEURENGOEROE
    • Abonneren Geabonneerd
    • Aanmelden
    • Inloggen
    • Deze inhoud rapporteren
    • Site in de Reader weergeven
    • Beheer abonnementen
    • Deze balk inklappen
 

Reacties laden....