Het valt me op dat ik steeds luier word om te verdiepen in de achtergrond van parfummerken. De reden: het zijn er gewoon te veel geworden en op inhoud en invulling te vaak te veel van hetzelfde. Geldt dus ook voor namen die geuren krijgen. De lol is er wel een beetje af. Maar bij Hacivat, moest ik wel; wat betekent dit in hemelsnaam? De eerste gedachte: zeker de Latijnse benaming van een (wel of nog net niet uitgestorven) beest dat ik nog niet ken, dus ‘moest’ die wel van Zoologist zijn: op het proefje geleverd door www.parfumaria.com stond alleen de naam, niet de producent.
Bij het www-en kwam ik er direct achter dat ik fout zat. Hacivat (eerst bekend als ‘Hacı İvaz’ wat ‘Ivaz de pelgrim’ betekent; soms geschreven als Hacivad op de foto rechts afgebeeld) is een van de hoofdpersonages uit het traditionele Turkse schaduwspel populair tijdens het Ottomaanse rijk (anno 1299 dat na de Eerste Wereldoorlog in 1922 ophield te bestaan en vervolgens werd opgesplitst).Het andere ‘silhouet’-karakter heet Karagöz; zwartoog in het Turks) en is inderdaad ook de naam van een Nishane-geur; Karagoz).
Havicat staat voor de goed opgeleide, welgemanierde, vlot pratende aristocraat. Karagöz vertegenwoordigt de moraal en het gezond verstand van het publiek. Ben benieuwd hoe heden ten dage de Turkse premier Recep Tayyip Erdoğan hier naar kijkt en of Karagöz hem af en toe op de hak neemt. Maar ik dwaal af. want nu we toch bezig zijn: wat betekent Nishane eigenlijk? Nooit bij stilgestaan tot nu. Wat blijkt? Insigne, ofwel onderscheidingsteken voor rang of verdienste. Valt me niet tegen.
De geuren van dit merk trouwens ook niet. Sterker, I love them. Ze hebben iets brutaals en tegelijkertijd is de boodschap dat het merk heeft in zekere zin bescheiden – níet dat het het eerst niche parfumbrand uit Turkije is; ik weet niet of dat klopt; moet ik dit ook weer uitzoeken? – in vergelijk met bijvoorbeeld de zelf-feliciterende druktemakers zoals Guerlain, Dior, Mona di Orio en bijvoorbeeld Amouage die je constant vertellen wat eigenlijk vanzelfsprekend zou moeten zijn: kwaliteit en expertise ‘mede mogelijk gemaakt’ door de beste ingrediënten.
De prijs is pittig. Enigszins logisch want de inmiddels 29 geuren zijn allemaal een ‘extrait de parfum’. 50 ml vanaf € 170,00 tot en met € 450,00. Ik snap het dan ook niet dat sommige sites stunten met kortingen van 40 procent. Hoe komen ze eraan? Via de achterdeur? Van de vrachtwagen gevallen? Ik bedoel: daar gaat je winst als middenstander als je de geuren via de officiële kanalen koopt. Of zouden het neppers à la Notino zijn?
In ieder geval Hacivat is lekker. Het idee erachter: ‘Een eerbetoon aan elegantie, vriendelijkheid, bekwaamheid en liefde voor de kunst’. Daar kan niemand wat op tegen hebben, toch? Verder: ‘Geïnspireerd door het traditionele schaduwspelkarakter, zal deze chypre je helpen in je beste dromen te leven door de eeuwige sprankeling van zijn vreugdevolle structuur’.
Die ‘eeuwige’ sprankeling ervaar je direct: de mix van bergamot en grapefruit is over het algemeen slaapverwekkend saai of aangenaam vertrouwd, het is maar hoe je ‘erin’ staat, Voor mij meestal: alsof je naar een uitzending van The Voice kijkt. Maar als je daar ananas aan toevoegt dan krijg je een heerlijk fruitige sprankeling met een exotisch ondertoontje.
By the way: I love pineapple – mierzoet, zonnig, gebrande suiker, sensueel; een soort samenballen van alle zoete citrusvruchten verrijkt met kokos-en vanille-accenten. Dan komt de jasmijn tevoorschijn, die zich bescheiden opstelt, want het zijn de houttonen die het ‘totaalplaatje’ bepalen. Een mix van patchoeli, cederhout, ‘blank’ en ‘droog’ hout en eikenmos. Inderdaad veel hout, maar aangenaam hout. Voor mij een melange die doet denken aan de houtachtige chypres die midden jaren zeventig werden gemaakt: denk Rochas’ Mystère, denk Guerlains Parure.
Even een misverstand uit de wereld: doordat ik het de laatste tijd ‘nogal eens’ heb over geursensaties die richting vies nijgen, wil ik niet de indruk wekken dat ik een ‘gewoon gezellige’ bloemengeur niet – meer – op zijn waarde weet te schatten. Integendeel, ik zeg: ‘Kom maar op!’
Dan heb ik het niet over geuren waarin in één bloem de show steelt: de ‘pure’ roos, de ‘pure’ pioenroos, de ‘pure’ jasmijn, de ‘pure’ oranjebloesem, de ‘pure’ enz. enz. – dat kennen we nu we wel. Maar wél over een elegante combinatie van deze solifleurs uitgebreid met wat ‘pure’ lelietjes-van-dalen, ‘pure’ narcissen, ‘pure’ hyacinten en ‘pure’ sering. Kortom, een klassiek boeket verbluffend-vernieuwend geschikt. We wachten af.
‘Tot die tijd’, moet ik bekennen dat ik behoorlijk onder de indruk ben van Attar AT (uit 2017; dat ik’m niet eerder heb geroken is een – nu volgt een bespottelijke overdrijving helemaal in lijn met het huidige tijdsgewricht – misdaad tegen de menselijkheid). De inspiratiebron doet er in feite niet toe, maar ik vermeld het toch even omdat het zo ongelooflijk ‘LVMH-marketing’ aandoet. Misschien is het wel in het echt ‘gebeurd’, maar bij Andy Tauer ga ik twijfelen omdat deze storytelling niet bij hem past en hij het ook niet echt nodig heeft.
‘Op een mooie avond werd ik uitgenodigd voor thee in de Saoedische woestijn (ik zou toch graag willen weten door wie), samen met parfumliefhebbers en vrienden (ook benieuwd naar). We bespraken de wereld van oudh en attar. We hebben gepraat en geroken, en keek naar de zon die zich achter de duinen verschuilde. Ik zal het nooit vergeten. Thuisgekomen moest ik gewoon verder werken aan een attar: donker, Arabisch, ruig, sterk maar niet te schreeuwerig. Ik wilde een attar die verder ging dan het gewone. Ik wilde dat Attar AT met een element van bescheidenheid kwam’.
Wat de laatste zin betreft: begrijp ik niet. Want een attar is ‘in principe’ onbescheiden; ‘moet’ walmen en roken. Dit mag dan zijn advies zijn: ‘Eén druppel op elke arm is genoeg om de dag met je mee te gaan, terwijl de geur dicht op de huid blijft’; ik ‘verdriedubbel’ het graag.
Want dat gaat de geur helemaal los, en nog meer wanneer het buiten broeierig en droog-warm is volgens mij. Ik ga het toch een keer checken: een attar in de woestijn ruiken om te ervaren of een geur zich dan echt anders gedraagt.
Mijn moeite met deze attar: ik haal de jasmijn er niet echt uit. Weet niet wat zijn rol is. Om de dierlijke ingrediënten te versterken of te verlichten? Feit is dat je na het aanbrengen direct diep in het hout zit. Ik ervaar eerst voornamelijk vetiver met ander ondefinieerbaar droog hout, overgoten – zo lijkt het – door een hele, hele donkere cistus labdanum die richting teer gaat (is dit de berkenteer?). Daarna zorgt sandelhout voor een soort van smeuïgheid. Dat wil niet zeggen dat het hout gaat smelten, maar wordt wel sort of van fluïde.
Dan komt de dierlijk-viezige noot naar boven drijven. Opgegeven ingrediënten: leer, berkenteer, bevergeil (zou het de echte zijn?). Donker, warm en vooral rokerig. En opvallend: geen kruiden om het geheel te spicen. Het fijne: als ik het ruik, krijg ik zo’n intens tevreden gevoel en vraag (me al langer) af hoe een pure attar van roos, lelie en water ruikt. Kom ik binnenkort achter. Heb een ‘local’ uit India leren kennen in good old Drenthe, die bij zijn volgende reis een paar flaconnetjes voor mij meeneemt.
Attar AT is een olfactorische sensatie die je blind in je moet opnemen, inademen en dan je gedachten de vrije loop laten. Je zult verbaasd zijn wat er allemaal in je opkomt. For good. For worse. For worse. For good.
DE MAN DIE EEN REVOLUTIE IN DE PARFUMERIE TEWEEGBRACHT
R.I.P: REST IN PERFUME, REST IN PEACE
The Big Bang-editie: midden links
Had ik niet verwacht, niemand eigenlijk: in het jaar dat zijn premièreparfum – Angel – zijn dertigjarig bestaan viert, overlijdt de bedenker en naamdrager: Thierry Mugler, deze fantastische en – cliché I know – compromisloze ontwerper die zélf de afgelopen twee decennia een opvallende transitie doormaakte. Van een A*Men (zijn eerste mannengeur), dus een gewone, slanke aantrekkelijke man, naar een opgeblazen, über-gespierde Alien (naam van zijn tweede geur; ook voor de man), een uiteengespatte spierbundel, een karikatuur; een experiment, een mislukte schets voor een humanoid.
Voor mij onbegrijpelijk, maar daar gaat het niet om. Feit is, dat hij in de parfumerie voor een nieuwe standaard heeft gezorgd – en dat is knap, want dat gebeurt zelden – met de introductie van gourmand, ofwel een parfum geïnspireerd op geuren en aroma’s die je in de fijne banketbakker ruikt.
En dat deed hij op onorthodoxe wijze, door een aantal bijna vergeten gebruiken in de parfumerie te herstellen overgoten met een Hollywoodsaus. Dat moest ook wel, want Mugler had een ‘wereldvreemd’ beeld van vrouwen. Geen treurigstemmende burgertrutdoorsnee maar bigger than life-versies met een fetish randje die hij vanaf de jaren negentig steeds verder verfijnde: de femme fatale, de diva, de stoeipoes, de keiharde zakenbitch, de sirene, de sprookjesprinses, de vamp, de gothic princess, de heilige, de onschuldige belle of the ball. Voor al deze vrouwen en die vrouwen die het in het diepst van hun gedachten willen zijn (de meeste dus) lanceerde hij in 1992 Angel. Slogan: ‘Méfiez-vous des Anges’.
Naar verluidt liet hij zijn publiek zo lang – zijn directe concurrent Claude Montana lanceerde zijn inmiddels bijna vergeten Parfum de Peau in 1986 – omdat hij parfum serieus nam en niet als een product dat je lanceert, promoot, om het snel te vervangen door een nieuw (daar is hij anders over gaan denken; al die variaties die op Angel verschenen: ik ben de tel verloren).
De flacon gevormd naar een hemelse ster – volgens Mugler aards symbool van schittering en succes – is door hem zelf ontworpen en sommige edities zijn navulbaar; in veel parfumerieën staat een ‘engelbewaarder’ waar je je lege flacon weer kunt bijvullen (en er is een loyaliteitsprogramma; Mugler The Circle).
Een gezegende geur
Met deze bewaarder/’fontein’ werd een oud gebruik in de parfumwereld in ere hersteld. Ik weet niet of sinds de overname door L’Oréal van Muglerparfums (van Clarins) deze verkoopmode nog wordt gehanteerd. Nog een nadeel van de L’Oréal-deal: de compositie is aangepast, volgens sommige Angel-aficionado’s met rampzalig gevolg. En de voornaam is na de overname vervallen.
Angel is vernieuwend-revolutionair door aan het oriëntaalse patchoeli-motief vernieuwende noten afkomstig uit de patisserie toe te voegen. Denk honing, karamel en chocolade – natuurlijk in overdrive. Nu is dit gourmandthema zó uitgekauwd, dat ik het bijna niet meer kan ruiken. Alhoewel – Candy van Prada met zijn mix van karamel en gelaagde benzoïne (zonder dat het te kleverig wordt) vind ik de laatste tijd weer lekker warm.
Dat Angel zich heeft weten te nestelen in de top – en er nog steeds zit – komt natuurlijk ook door de opvallende campagnes en de limited editions (zoals Big Bang voor de millenniumwissel en het twintigjarig bestaan). Die doen precies wat parfum vermag: clichés tarten of juist vet bevestigen, verwondering oproepen en prikkelen.
Opvallend: de eerste geur die een ontwerper presenteert is ook vaak de beste, de bestverkopende. Geldt eveneens voor A*Men (1996). Hier manifesteert zich een ander succesingrediënt van Thierry Mugler: hij liet de mensen (en zijn modellen lachen). Geen depri heroine-chic en hologige gothic, nee ‘when you smile, I can see, you were born, born for me… ‘.
Zie je terug in deze mannengeur. A*Men kun je lezen als ‘een man’ of als ‘amen’, de zegen die je na het gebed uitspreekt. Mugler bedoelt waarschijnlijk beide, want A*Men (geflankeerd door een reeks interessante variaties waarvan sommige nog steeds te koop) is een geur voor mannen gezegend met een gezonde dosis lef, humor en viriliteit: je ruikt’m wanneer iemand hem draagt. Let trouwens op de flacon: chic, hypermodern en perfect passend in het Angel-universum: de ster ‘uit’ dit parfum vind je ‘in’ de flacon als een ingeslagen meteoor terug. En de geur: bijna een Angel-kloon maar door een flinke scheut koffie ‘mannelijk’ gemaakt.
De onlangs op 91jarige overleden Nino Cerruti was een zeer aimabel man. Finesse, karakter en beschaafd – every inch a gentleman met die vanzelfsprekende Italiaanse quasi-nonchalante flair, het tegenovergestelde van de klassieke Italiaanse ijdeltuit-macho.
Ik heb dat mogen ervaren tijdens de lancering van Image in 1998. Ik was door hem – lees: Unilever – uitgenodigd (en Anneke Smit; hoofdredacteur van het Pour Vous-magazine waarvoor ik freelancete) om naar Berlijn te komen om drie dagen te genieten van de stad die na de val van de Muur door veel hippe designers werd gezien als de stad van de toekomst. Ik ben er geweest voor introducties van Hugo Boss, Davidoff en Joop!.
Cerruti had het beste hotel van de stad uitgekozen – Adlon – waarvan ik wist dat Wolfgang Joop er een privésuite had (tijdens de presentatie van Rococo is het me niet gelukt hem te versieren; het klikte niet, ik had er echt heel veel voor over om zijn Tamara de Lempicka’s in het echt te zien).
Anyway, ik kan me het interview herinneren. Wat me vooral is bijgebleven, is hoe hij – ‘You can say Nino’ – over de inspiratie van Image vertelde. Het leek alsof hij het allemaal in de suite van het hotel à l’improviste uit zijn mouw schudde. I was impressed. Toen ik later op mijn hotelkamer de persmap vond, trof ik de door hem uitgesproken zinnen letterlijk terug. Zelfs hij, de grote Nino, ontkwam niet aan de dictatuur van de marketing – toen al.
Hij begon te glimlachen, toen ik hem vertelde dat zijn eerst geur zo’n beetje mijn introductie was met de fijnere geuren, samen met die van Chanel (Pour Homme), Lancôme (Balafre), Jacomo (Pour Homme) en Guerlain (Jicky). Laatste gebruikte een schoolvriendin van me – die was er vroeg bij; niet slecht voor een echte, trotse boerendochter. Gevolgd door mijn vraag of hij het ook niet jammer vond, dat zijn Pour Homme niet meer leverbaar was. Hij beaamde het.
Every inch
Daarna vertelde ik hem een anekdote – ooit was ik gevraagd door de redactie van (volgens mij) de voorloper van de Vijf Uur Show of ik in hun programma iets wilde vertellen over deze geur. Want ze hadden het plan om deze (toen al niet meer verkrijgbare geur) eenmalig opnieuw te maken in het kader van hun ‘wensrubriek’. Ik vroeg: ‘Hoeveel ga ik hiermee verdienen?’ Nee, dat moest pro deo; het was toch een perfecte etalage voor mij? Ik vroeg het redactielid of Martine van Os ook als vrijwilliger voor het programma werkte? Daarop had ze geen antwoord.
Grappig: Van Os belde me later om het er nog eens over te hebben. Ik was niet te vermurwen. Heb later vernomen dat de parfumeur Martin Gras voor de ‘re-creatie’ zorgde. Ben er nooit achter gekomen wie de oorspronkelijke neus is geweest. Hij lachte beleefd. Ook om mijn opmerking waarom hij zelf niet het model van de campagne was geweest, ik bedoel…
Anyway, Nino Cerruti Pour Homme – slogan ‘l’envie de jouer’ – is de eerste signature scent van een Italiaanse luxe prêt-à-portermerk – Armani, Valentino en Versace begonnen hiermee ‘pas’ midden jaren tachtig. Grappig: ik heb de geur niet bij de hand. Maar als ik mijn ogen sluit, dan ruik ik hem weer, moet ik denken aan een vriend van mij in Amsterdam die de geur ook gebruikte, als geur-groentje en provinciaaltje vond ik dat spannend, werelds en interessant.
a gentleman
Het verhaal gaat dat de geur in eerste instantie voor de vrouw was bedoeld. Daar kan ik me iets bij voorstellen. Ondanks de ferme frisse groenheid – wat dat betreft heeft het overeenkomsten met Geoffrey Beene’s Grey Flannel – waren het de heldere, crispy bloemen – ingebed door kruidige noten – die het geheel op een chique manier begeleiden.
Geldt misschien minder voor de afronding: de schitterende sillage van musk, benzoïne, cederhout en amber zorgde samen voor een aanhoudend, prikkelend-riekend ‘zweetresidu’ dat ik later ook aantrof in Yves Saint Laurents Kouros en Van Cleef & Arpels’ Pour Homme. Gewoon chic, gewoon klasse. In retroperspectief: niche.
Helaas, leiden de recente geuren die onder de naam Nino Cerruti worden verkocht, aan hetzelfde euvel van zoveel parfumbrands: ongeïnspireerde tax free parfumprut. De namen zeggen al genoeg: Bella Notte Man, dus ook Bella Notte woman (2014), Cerruti 1881 Sport (2016) en – we hebben zo’n zin in vakantie – Cerruti 1881 Riviera (2019). Vraag me echt af waarom de nieuwe eigenaren (Designer Perfumes) nog niet in niche zijn gestapt. Als Roberto Cavalli en Chopard (alle twee, gelijk Cerruti, ooit onderdeel van Unilever, daarna Coty’s geurenportfolio) het doen…
Mocht je overwegen de geur alsnog te willen kopen: Kassa! Op Etsy in de aanbieding 125 ml € 599,90, 75ml€ 400,00. Ongeopend. Lijkt me vanzelfsprekend.
PLUS: EEN VAN GEURENGOEROE’S HEFTIGSTE OLFACTORISCHE ERVARINGEN
Laten we eens een keer op niveau beginnen en Shakespeare citeren: Fair is Foul, Foul is Fair. Wordt voorgedragen door de drie heksen aan het begin van het toneelstuk Macbeth (première 1606). Hiermee wil Shakespeare aantonen dat wat als goed wordt beschouwd, in feite slecht is en wat als slecht wordt beschouwd, eigenlijk goed is. Via een geitenpaadje kun je dit ook toepassen op geur door het stellen van de vraag: wanneer gaat lekker over in vies, vies over in lekker?
Dat is – met zoals zoveel dingen – persoonlijk. Dus betrekken we het op onszelf. Ik vind dat de meeste wasmiddelen je ‘geurtechnisch’ niet in een droomweide doen belanden – een geliefd beeld in deze industrie. Ik ruik eerder een ‘keiharde’ scherpe witte musk ‘met de geur van katoen’, met iets penetrant ondefinieerbaar viezigs hangend op de achtergrond. Soms vermengd met een vleugje kermissnoepgoed dat voor bloemen moet doorgaan. Wat als ‘goed’ wordt voorgesteld vind ik ‘slecht’.
Waar ik ook onpasselijk van wordt: een drukbezochte parfumerie zonder luchtververser – je wordt overmand door een te veel rondspuiten samengebald in een onzichtbaar en ondoordringbaar wee-penetrant wolkdek. Ook weer associaties oproepend met te veel witte musk maar dan gecombineerd met C16 H28 O, cetalox, grisalva, ambrox, amberlyn en ambroxan en al die andere synthetische variaties op ambergris.
Wat ik wel lekker vind, daar lopen de meesten mensen niet mee weg. Nog niet. Van de week rook ik het weer terwijl ik de hond uitliet: door de mist heen, ijzige koude lucht, hooi vermengd met koeienmest en humus. Het heeft iets aards, animaals en oer, dit keer perfect gedoseerd en dus aangenaam: even diep inademen. In de parfumindustrie zijn, zoals bekend, ingrediënten met het vermogen dierlijke geursporen te verspreiden sinds met midden van de jaren zeventig verboden: musk, civet en bevergeil.
Nu is er, zo blijkt, al millennia-lang een alternatief (het was in het oude Egypte al bekend), dat langzamerhand de parfumlaboratoria begint binnen te druppelen: de excrementen van de hyrax (die worden geoogst zonder het beest te kwellen of gevangen te houden). Ik werd er voor het eerst, ik denk tien jaar geleden op geattendeerd door Marc-Antonio Corticchiato van Parfum d’Empire – je weet wel die geweldige neus die zich in eerste instantie liet inspireren door historische gebeurtenissen, personen en dieren.
Ga je al www-ent op zoek naar meer info over de hyrax dan kom je snel terecht bij de African Wildlife Foundation. Op https://www.awf.org/wildlife-conservation/hyrax wordt echter, merkwaardigerwijze, geen melding gemaakt van de sensualiteit – in de ware zin van het woord – oproepende vermogens van deze grondstof, afkomstig van het dier dat bij ons ook bekend is als de klipdas.
Het oogsten van hyraceum
Hoe ontstaat het? Het rotsachtige materiaal waarop de hyrax zijn uitwerpselen en urine achterlaat – ook wel Afrika Stone genoemd – versteend; wordt bruis en broos (maar verhardt ook) en tijdens het extractieproces samengedrukt. De donkere olie die eruit stroomt, wordt behandeld met hexaan (koolwaterstof), vervolgens bevroren en gefilterd. Er volgt een rijpingsfase, totdat een harsachtig absoluut ontstaat. Die openbaart een dierlijke, diep-complex gefermenteerde geur met elementen van musk, castoreum, civet, tabak en oudh. Zo wil ik het horen.
Als je ingrediëntensites moet geloven, kunnen sommige van deze excrementen 50.000 jaar oud zijn en hierdoor als het ware authentiek oermateriaal onthullen, want net zoals barnsteen van de Pinus succinifera behoudt hyrax-fossiel zijn geur (dat wist ik dus niet van de Pinus succinifera).
Na al deze verdieping in de materie, was ik benieuwd naar Hyrax van Zoologist, maar ook ‘angstvallig’ gezien mijn ervaring met hun Civet. De inspiratie van Zoologist: ‘De Afrikaanse zon klimt naar zijn plek in de ochtendhemel en reikt over een bergketen om een brede, platte rots te strelen. Uit de schaduw van een smalle spleet verschijnt een hyrax-familie, waarbij heet stof de glans van hun gouden vacht dof maakt. Ze nestelen zich op de warme rots om te zonnebaden, maar blijven altijd waakzaam. De schaduw van een stijgende adelaar snelt over de grond. Met een dringende gil gaat het alarm – de kolonie haast zich om dekking te zoeken. Terwijl de hitte van de zinderende zon toeneemt, komen oude aroma’s vrij uit de verschroeide rotsen, de schaarse vegetatie en het versteende hyraceum (de officiële naam van het ingrediënt). Griezelig verstrengelen ze zich om een geur te vormen die zowel primitief als exotisch is, waarbij de dierlijke neigingen getemd worden door een ondertoon van zoete bloemen.’
Zoologist over de compositie: ‘De kern van Hyrax is een gedurfd, zelden gebruikt ingrediënt in de parfumkunst – Afrikaanse steen of hyraceum, die deze gewaagde, dierlijke geur zijn kenmerkende handtekening geeft. Dit unieke parfum combineert vakkundig (bescheidenheid blijft een deugd in de parfumindustrie) saffraan, roze peper, whisky, roos en musk om een abstract beeld op te roepen van een stoffig Afrikaans berglandschap. Net als de behendige hyraxen die uit bergspleten op zoek naar de zon op hun muskusachtige huid, zal de geur zich een weg banen naar je zintuigen.’
Moet gezegd: interessante compositie, maar in a way toch ook weer braaf. In de zin van: het is een beproefd en geliefd basisrecept voor een nichegeur: na een scherp-medicinale opening (wierook) worden saffraan en roos als hoofdversierders opgevoerd (saffraan is het nieuwe vanille in niche-kringen), omringd met donker-rokerige ingrediënten die garanderen dat de geur blijft hangen. Mijn eerste indruk: wierookharsdruppels gerold in zwoel zand. Voor de zekerheid, de eerste indruk van mijn partner: ‘Wierook!’
Ik krijg in ieder geval een prettig vintage-gevoel, want met andere ingrediënten wordt dezelfde weelde en gelaagdheid opgeroepen als de leren chypres uit de jaren veertig en vijftig gecombineerd met een vleugje nu.
Alleen net zoals met Civet: de misschien onterecht hoge verwachtingen bij mij kunnen alleen maar teleurstelling oproepen. Als je een geur Hyrax noemt en je bent bekend met de werking, dan moet je dat ruiken. En niet zo’n klein beetje ook. Dan wil je tijdens het genieten ervaren of het zich op de grens van goed en slecht, lekker of vies bevindt. En of de compositie naadloos in elkaar overloopt of juist uit de bocht vliegt van viezigheid. Het is er wel, die hint van dierlijkheid, maar voor mijn gevoel te veel getemd. Wetende dat het ‘erger’ kan zijn, houd ik de moed erin.
Je kunt met geuren niet alles oproepen wat je graag zou willen. En dat is vaak de mare tegenwoordig met ‘excentrieke’ parfumeurs: de fantasie is te groot, de techniek om dit te realiseren te beperkt. Of ze worden toch teruggeroepen door de commerciële afdeling – ‘Het geld moet ergens vandaan komen!’ – omdat die vindt dat de oorspronkelijke bedoeling van de parfumeur echt stinkt, wat dus ook de bedoeling was – ‘Dûh!’
Hoogste tijd dat ik the real stuff eens ga ruiken, en dat kan want inmiddels volop te koop. De omschrijving van http://www.hermitageoils.com bevalt me wel: ‘Een echte stinker van het extreme soort, zeer urinoir en fecaal van aroma en perfect voor een geestverruimende tinctuur.’
PS: Ik heb aan check, dubbel check, triple check gedaan, om me ervan te overtuigen dat ik toch niet ruik wat ik graag zou willen ruiken. Het wonder geschiedt niet bij mij. Geen primitief-exotische essence, maar gewoon een wierookachtige geur. Lekker dat wel, maar dat was nu juist niet de bedoeling.
Baloué-masker Ivoorkust
Grappig: de officiële persfoto van Hyrax doet me denken aan een zeer gedenkwaardige geur-ervaring. Ik werkte vroeger gratis en voor niets bij een kunsthandelaar – er kwam bijna niemand langs, dus kon ik werken aan mijn journalistieke ambities. Een van zijn specialisaties: houten beelden uit Afrika. Een keer vroeg hij mij of ik een partij van die maskers en voodoo- en voorouderbeelden naar zijn depot wou brengen. Zo gezegd zo gedaan.
En bij de opening gebeurde het: alsof je een heiligdom betrad. Het rook er zo intens naar hout: oud hout, ebbenhout, rozenhout, droog hout, vermolmd hout, verbrand hout… en het was ook nog eens dertig graden. Het duizelde me. Zoiets had ik nog nooit ervaren. Vergelijkbaar met een rondzwaaiend wierookvat in de kerk, maar droger en overweldigender. De beperkte grootte van de ruimte, versterkte het olfactorische bombardement. Het leek wel alsof het samengebalde parfum, jaren wachtend op het juiste moment, wou ontsnappen uit de kleine opslagplaats. Ik gebruik het woord niet graag in relatie met parfum, want het is verworden tot een cliché: magisch. Maar dat was het. En tevens voor mij ‘weer eens’ het bewijs dat je de olfactieve kracht van de natuur niet in een flacon kunt vatten.
Hierop voortbordurend: ik vond ooit tijdens ‘mijn Brusselse jaren’ een quasi-antieke klok op straat. Meegenomen in verband met een project. Telkens als ik thuiskwam, de dagen erna, rook ik een enorme sterke drooghout-geur met zoete nuances. Ik kon het niet direct plaatsen tot dat – ephinany! – het tot me doordrong. De klok was gemaakt van rozenhout dat zijn parfum gewoon bleef verspreiden. Heb hem ook meegenomen naar mijn vaste verblijfplaats op het Drentse platteland. Toen Maria van Geuren, de eerste keer langskwam in mijn dorp zei ze:’Wat ruikt het hier lekker, rozenhout?’ Mij was het inmiddels niet meer opgevallen, maar zij rook de klok die in de nok van de zolder opgeborgen lag in een verhuisdoos, door alle verdiepingen heen.
De waarheid bestaat niet. Feiten wel. Geschiedenis wil met feiten de waarheid vastleggen. Of is het: de waarheid wil met feiten de geschiedenis vastleggen? Moeilijk, moeilijk. Bijkomend probleem: ‘iedereen’ interpreteert feiten anders, ‘iedereen’ kleurt de geschiedenis op eigen wijze. Dat werd me een tijdje geleden duidelijk tijdens een uitzending van het radioprogramma Onvoltooid Verleden Tijd waarin werd stilgestaan bij het eeuwfeest van het beroemdste parfum ter wereld: N°5.
Er werden een aantal aannames gedaan die ik ‘questionable’ vond. Wat me het meest stoorde: het leven van Gabrielle Chanel werd geanalyseerd door een bril van het politieke correcte denken van nu. Er werden haar daarnaast ook diverse emancipatoire kwaliteiten toegedicht – zoals hoe ze met N°5, de hogere klasse met de ordinaire klasse verbond, of zoiets – die ik vergezocht vond. En eigenlijk overbodig: Gabrielle Chanel is tegen wil en dank de belichaming geworden van de moderne vrouw tijdens het interbellum.
Wat niet in de uitzending ter sprake kwam – en dit is ‘mijn’ waarheid – is dat Chanel het parfum in eerste instantie als een eenmalig relatiegeschenk zag. Zo zou ze N°5 tijdens de ontwikkelingsfase in restaurants hebben getest: telkens als een vrouw haar tafeltje naderde, spoot ze het parfum kwistig rond. Als mensen vroegen van wie dit heerlijke parfum toch was, antwoordde Coco bescheiden dat zij ‘het idee had om dit parfum voor haar clientèle te introduceren’, maar dat ze nog aarzelde. Dezelfde strategie paste ze toe in haar salon aan de rue Cambon.
N°5 was in 1921 niet meer en niet minder een van de vele parfums die verschenen, wel een van de eerste couturehuizen die het deed. Men neme: Le Bonheur Existe (Avenel), Karess (Bourjois), Cappi (Cheramy), Dacry (Cottan), Paris, Emeraude (Coty), Stephanitos (Crown Perfumery), Toujours Moi (Dana), Jasmin, Sous la Charmille (Fontanis), Candide Effleuve (Guerlain), Enigma, Magda, Kismet (Lubin), L’Heure Jolie, Jasmin (Violet) en natuurlijk Tosca van Mülhens. Ook wel bekend als ‘the poor women’s N°5‘.
Chanelgeuren uit het interbellum
En dít parfum is voor mij nu juist een van de grote mysteries van de parfumgeschiedenis: hoe kan tegelijkertijd een soort van dezelfde, door het gebruik van aldehyden, revolutionaire compositie worden gepresenteerd? Is Ernest Beaux, de door de Russische revolutie gevluchte Russische neus (en de neus achter N°5) in Keulen de trein uitgestapt (hoofdzetel van Mülhens) om daar ook zijn formules te slijten voor hij in Parijs arriveerde? Vergeet niet dat hij de N°5-formule vóór Chanel aan François Coty trachtte te verkopen, alleen die weigerde omdat hij de productie ervan te duur vond.
Maar dit is een ander onderwerp. Mijn vermoeden dat Chanel in eerste instantie haar N°5 gewoon als een eenmalig iets zag, wordt bewezen volgens mij door het ‘feit’ dat ze een jaar later – in 1922 dus – N°22 presenteerde (twee jaar later gevolgd door Cuir de Russie, Gardénia in 1925 en Bois des Iles in 1926). Maar ja, dat is mijn interpretatie. Moet gezegd: dit is voor mij weer een bewijs hoe origineel Gabrielle Chanel (een geur sec naar een jaartal vernoemen) was en dat ze geuren in eerste instantie letterlijk als iets ‘éphémères’ zag (betekent: vluchtig; vroeger was in chique Louis Couperus-kringen éphemeer een courant Nederlands woord), als iets aardigs, als een relatiegeschenk zag.
Genoeg geïnterpreteerd. Nu de geur. Ten eerste: de geur was in Amerika tot in de jaren zeventig gewoon te koop in de reguliere parfumerie zonder ‘niche’-of ‘vintage’-etiket. Ten tweede: het is moeilijk om mensen met een vast gebruik te overtuigen. Zo zeg ik ‘al jaren’ dat N°22 (ook gemaakt door Ernest Beaux) verfijnder is dan N°5. Heeft tot nu toe weinig indruk gemaakt. Ik heb slechts één N°5-gebruiker ervan weten te overtuigen.
Toch is voor mij is de tweede Chanelgeur de kwintensens van een aldehyde omdat de geur zowel de koele, metaalachtige kant van bloemen als het vermogen om die te veredelen; te polijsten verenigt. Een andere reden: bij witte bloemen – in dit geval tuberoos, meiroos en oranjebloesem – lijkt het alsof aldehyden vanzelfsprekend nog beter hun best doen; de geur popt er mee up als champagnebubbels terwijl op de achtergrond de witte bloemen op het punt staan om in volle olfactorische glorie uit te barsten. De geur in drie woorden: ingehouden zwoele elegance. Ook mooi is dat de basis van vetiver en vanille de compositie een vanzelfsprekende donker-zachte onderlaag geeft, zonder de bloemen in de weg staan.
N°22is daarnaast minder zwaar op de hand. Het is levendig, warm en zacht tegelijkertijd, zwevend tussen sensueel en gereserveerdheid. Als je in parfumclichés gelooft: het lonkt, maar creëert ook afstand. Heel cheap gezegd: look but don’t touch. Iets persoonlijker geïnterpreteerd: járen geleden zag ik Jerry Hall eens tijdens een hip feestje in Parijs. Wat ik niet wou, deed ik toch: ik staarde haar als een klein kind na, omkijkend in verwondering, overmand als ik was door zoveel schoonheid. Het spatte ervan af. Maar ik voelde ook aan dat haar benaderen niet tot de mogelijkheden behoorde – ‘a goddess on a mountaintop’ zoiets. Had ik het maar gedaan, was ze nu niet getrouwd met Rupert Murdoch (inmiddels 90). Maar dit terzijde.
Pfff, ga er maar eens aan staan als startend nichehouse zonder een backer die garant staat voor miljoenen: hoe krijg ik de geuren op de juiste plek, op de juiste hoogte, op de juiste plank, in de juiste winkels? Want het aanbod (ook van nieuwe merken) is zoals bekend overweldigend. Waarom zouden je juist jou nu net kiezen? Het antwoord: hard werken en doorgaan en doorgaan en doorgaan.
Fugazzi opgericht in 2018, is een jong Nederlands nichebrand die zich onderscheidt van zijn lokale concurrenten door het ontbreken van gewichtigheid, ‘verhevenheid’ en filosofische drukdoenerij. Ook leuk: denk je bij veel merken betreffende hun ‘verantwoording’ en commitment dat ze een charitatief project leiden, bij Bram Niessink, ‘de man achter’, is het duidelijk dat hij er ook geld mee wil verdienen.
Mooi natuurlijk, maar geen garantie dat de verkoop als een tierelier gaat. Dus doet Niessink wat je een jaar of vijftien geleden voorzichtig zag opkomen: modewinkels met een duidelijk eigen signatuur, die voegen aan hun kleding geuren toe die in lijn liggen met, ga er maar vanuit, hun verkochte high end-merken.
Dit is een slimme ‘verkooptruc’, want als een verkoper je aan de juiste kleren heeft geholpen, neem je zijn geuradviezen ook serieus – moet je er wel gevoelig voor zijn. Ik weet alleen niet of door de hoge vlucht van online-aankoop dit soort service nog geleverd kan worden; wordt. Je wil er als ware toch bij zijn als je na je aangekochte nieuwe outfit een matching geur krijgt voorgesteld.
Hoe het ook zij, Fugazzi heeft onlangs voor een winkelconcept een geurkwartet geleverd: Smooth Suede, Vibrant Velvet, Lush Linen en Cashmere Comfort. Naam de winkel: Four. Als ik het goed heb begrepen, dan wordt Four beschouwd als een van de meest high-end winkelervaringen van Amsterdam. Hun filosofie: de beste kwaliteit vrijetijdskledinglabels aanbieden die de markt te bieden heeft. Men neme: Tom Ford, Balenciaga, Maison Margiela, Krien, Prada, Daily Paper, Four (ze hebben onlangs hun naam veranderd in een nieuw merk), Palm Angels, Rick Owens.
De gedachte achter deze samenwerking: elke geur vertaalt een geliefde stof/materiaal. Voor Smooth Suede is dat inderdaad suède, voor Vibrant Velvet – yep – fluweel, voor Lush Linen – klopt – linnen en voor Cashmere Comfort – need we say more – kasjmier.
De overeenkomst (overbodig om te vermelden, maar toch): de kwaliteit van de grondstoffen die zijn geassembleerd tot draagbare, comfortabele en, in a way, easy-to-wear geuren. Schreeuwen doen ze niet (mag ook niet ‘bij’ vrijetijdskleding) waardoor dit kwartet niet aanstellerig niche wordt, maar je ruikt direct dat ze uit het upper scale department komen.
WAT ‘FAB FOUR’ IK EIGENLIJK?
Smooth Suede. Overall impression: zachter dan zacht met een aardse resonantie, alsof je een pasgeboren lammetje streelt. Frisse accenten van lavendel en rozemarijn introduceren een opvallende suède-imprint omringd door zoet-groenbloemige accenten van basilicum, geranium en cyclaam. Een spoor van eik, patchoeli en oud, ondergaat een oosterse sensatie van tonkaboon en amber, en maakt het totaalplaatje van supersuède af. Leuk is ook dat die groene accenten door het suède heen blijven ‘steken’.
Vibrant Velvet. Kort maar krachtig. Poederachtige noten van iris – zowel poederig, koel als aards – voorafgegaan door een peperig-frisse toets. Een opmaat voor groenige nuances van salie en vetiver (onverwachte, mooie combi) vloeien samen in een superzachte melange van melkachtig sandelhout, warm amber en poederig musk.
Lush Linen. Een zacht briesje door je ziel en je favoriete kleding. Linnen vertaald in een geur vraagt om casual frisheid met een katoenachtig gevoel. Fugazzi vermengt heel subtiel citrustonen met zachte bloemen (alsof de roos en het viooltje slapen) en ‘skin-like’ ingrediënten. Stel je voor: zacht hout, ‘katoenbloemen’ en witte musk op een bedje van mos en alsem.
Cashmere Comfort: een schaduw van warmte tijdens een herfstdag. Eerst de verse druppels van Calabrisch bergamot en zoete Damascusroos, overgaand in de droge houtachtige noten van cederhout en iris. Dit mondt uit in een allesomvattende ‘veiligheidsdeken’ van kasjmier, leer, musk en ‘zwarte amber’. Gewoon goed.
En als je nou denkt: ‘Wat vreemd, er zit helemaal geen oudh-geur tussen.’ No worries. Hiervoor moet je bij Amsterdam Vintage Watches zijn. Hiervoor creëerde Niessink een limited edition genaamd – let op de woordspeling – Watch Oudh. Want bij een vintage horloge, hoort volgens Bram Niessink een gedistingeerde geur en die moet nu conform de trend oudh bevatten. Een overtuigende exercitie. Watch Oudh (geleverd in parfum-extract) wordt geïntroduceerd met een explosie van bergamot, verrijkt met tabak doordrenkte rozen en verzacht met een delicaat spoor van amber, musk en sandelhout.
Wat vooral opvalt is de zoete ‘tabaksroos’ die naar voren komt en die lekker ‘vloeibaar’ blijft hangen, ondersteund door oudh. Uitgesproken maar ambigu. Dus – overbodig om te zeggen, maar toch – ook zeer geschikt voor de vrouw op zoek naar een vintage horloge, zoals bijvoorbeeld een Cadenas van Van Cleef & Arpels.
VOOR DE ZOVEELSTE KEER BEVESTIGD: SCHADELIJKE CHEMICALIËN IN PARFUMS
R.I.P: REST IN PEACE PERFUME OF WORDT HET REST IN PERFUME?
Tijd voor gezelligheid rondom de kerstboom. Heb je van de goed heilig man geen geur cadeau gekregen, misschien heeft de kerstman wel aan je gedacht. Maar zonder de pret te bederven, hier een waarschuwing. Achter de wereld van retro-romantiek, dromerige storytelling en poëtische prietpraat, loert het gevaar. Want in de als helder water ogende parfumflacons drijven niet alleen ‘geluksmoleculen’. Heel veel ‘flowerbombs’ blijken in potentie ‘toxic bombs’
Dit nieuws is in feite oud nieuws, want het wordt in de media om de zoveel tijd opgepikt. Zo deelden onlangs BNN/Vara, NPO, Radar (AVROTROS), Margriet, het persbericht van Stichting Tegengif in samenwerking met de Deense consumentenbond en Kom op tegen Kanker uit België. De kop van het artikel: ‘Schadelijke chemicaliën gevonden in populaire parfums’ – de conclusie van een recent onderzoek.
De crux van het probleem is dat de huidige regelgeving volgens deze organisaties niet toereikend is om kopers te behoeden voor blootstelling aan schadelijke chemicaliën. De onderzoekers selecteerden, op basis van populariteit, twintig parfums en toetsten de bestanddelen op zorgwekkende stoffen. In het rapport lees je welke er in de parfums zijn aangetroffen. Het gaat om Carolina Herrera, Chanel, Chloé, Dior, Armani, Givenchy, Hermès, Hugo Boss, Gaultier, Kenzo, Lancôme, Marc Jacobs, Paco Rabanne, Ralph Lauren, Mugler, Viktor & Rolf, Yves Saint Laurent, Zadig & Voltaire, Zarkoperfume. Nou, dan kun je er gif op innemen dat ook andere merken (inclusief niche) een gevaarlijk spel spelen.
In totaal betreft het 26 problematische chemicaliën die worden geassocieerd met onder andere een verstoring van de hormonen, verminderde vruchtbaarheid en allergieën – én ze zijn moeilijk afbreekbaar in het milieu. Bijvoorbeeld: ethylhexyl methoxycinnamate, een uv-filter die lange houdbaarheid van geuren garandeert. Bijvoorbeeld: de geurstof butylphenyl methylpropional die is reproductietoxisch, dus schadelijk voor de voortplanting of het nageslacht. Zegt Annelies den Boer, voorzitter van Stichting Tegengif: ‘Gelukkig geldt er per 1 maart 2022 een verbod op het gebruik van deze stof in cosmetica op de Europese markt. Helaas geldt dat niet voor andere chemicaliën die wij aantroffen.’
De organisaties zijn verontrust over de bij elkaar opgetelde blootstelling aan gevaarlijke stoffen die consumenten binnenkrijgen via cosmetica en parfums. Veel mensen gebruiken volgens de onderzoekers dagelijks twaalf tot zestien van zulke producten, wat neerkomt op meer dan 160 gevaarlijke stoffen.
‘Langdurige blootstelling aan hormoonverstorende stoffen, zelfs in lage doses, kan bijdragen aan het ontstaan van sommige borstkankers,’ zegt Ann Gils, directeur van Kom op Tegen Kanker, ‘daarom is het cruciaal blootstelling aan hormoonverstorende stoffen te minimaliseren. Het gebruik van persoonlijke verzorgingsproducten zonder schadelijke chemische stoffen kan hierbij helpen.’
De Europese Commissie erkent in ‘Strategie voor Duurzame Chemische Stoffen’ dat consumenten in het alledaagse leven aan een breed assortiment schadelijke stoffen worden blootgesteld. Stichting Tegengif is blij met deze erkenning, aldus Den Boer: ‘Toch kan het nog jaren duren voordat dit leidt tot een daadwerkelijk betere bescherming van consumenten. Tot die tijd blijven wij dagelijks blootgesteld aan deze stoffen. Daarom vinden wij het belangrijk om consumenten hiervan bewust te maken en hen te wijzen op alternatieven. Er zijn voldoende consumentenartikelen zonder schadelijke chemische stoffen voorhanden. Ecologische labels zoals het EU Ecolabel of the Nordic Swan Ecolabel kunnen consumenten helpen bij het maken van een gifvrije keuze.’
Alleen, wat consumenten nogal eens vergeten is dat ook puur natuur-ingrediënten allergisch en, afhankelijk van de dosering, zelfs gevaarlijk kunnen zijn bij een te veel blootstelling aan. Dat viel me een tijdje geleden op tijdens een door mij georganiseerde parfumworkshop. Sommige deelnemers waren zo overtuigd van hun gelijk – de teneur: wat Moeder Natuur heeft gemaakt is goed. Ze kwamen met voorbeelden waardoor ik ging geloven dat ze in een parallel universum leefden.
Toen vertelde ze ik de anekdote van Parvez Haris, biomedisch wetenschapper aan de Montfort University (Leicester). Hij beweert dat Napoleon Bonaparte werd vergiftigd door de essentiële oliën in zijn geliefde geur. Hij gebruikte jarenlang elke dag meerdere flessen eau de cologne. ‘Wat nu als een obscene hoeveelheid zou worden beschouwd’, zegt hij grappigerwijsten overvloede. Maar, het is een bevestiging volgens hem wat eerdere studies in de Verenigde Staten hebben aangetoond: essentiële oliën kunnen werken als hormoonontregelaars die hormonen aantasten, wat leidt tot ontwikkelingsstoornissen en tumoren. Volgens Haris verklaart langdurige overmatige blootstelling aan deze oliën veel van de afnemende gezondheid van Napoleon in zijn laatste jaren – en zelfs zijn fatale maagkanker. Ja, ja, ja,’ zag ik ze denken.
Trouwens, ook op www wemelt het sowieso van artikelen die verwijzen naar het vermeende gevaar van synthetische werkstoffen. Opvallend is dat deze berichten vaak worden geïllustreerd door zogenaamde prachtige foto’s die eerder associaties oproepen met ‘romantisch’ en ‘dromerig’ in plaats van te kiezen voor beelden die stemmen tot nadenken en waardoor je geprikkeld raakt het artikel te lezen.
Nou, neem dit maar mee, als je voor het kerststressdiner nog even snel ‘een geurtje opdoet.’ Zalig Kerstfeest.
Een flits uit de uitermate populaire theatertoer Stank als Dank van Geurengoeroe. ‘Hebben jullie dat nou ook?’ Hard gelach vanuit de zaal. ‘Kom je een parfumerie binnen, vind je dat geuren steeds meer op elkaar gaan lijken!’ Applaus. ‘Mannengeuren nog meer.’ Het publiek komt niet meer bij. ‘En weet je wat nou helemaal zo crazy raar is, sommige nieuwkomers durf ik eigenlijk niet te proberen, bang als ik ben voor teleurstelling’. Zucht van herkenning door de zaal. ‘Wat laatste betreft, nu gaan we echt lachen: als iemand weet op welke geur deze profielschets van toepassing is, die maakt kans op een van de tien geuren genereus beschikbaar gesteld door de producent.’
‘Daar gaan we! De geur vertegenwoordigt de man die zijn dromen al heeft verwezenlijkt, maar die altijd uitkijkt naar de toekomst en nieuwe doelen voor zichzelf stelt. Hij gaat de uitdagingen die op zijn pad komen niet uit de weg en vat niets licht op. Hij stopt nooit en gaat altijd met het grootste plezier over zijn eigen grenzen.’
‘Ik hoor u door het schatergelach heen, toch denken. Hugo Boss, Giorgio Armani, Valentino, Dior, Givenchy? Ik zeg bijna goed! Een golf van verkneukelen, verspreidt zich door de zaal. Allemaal fout, want echt niet te geloven, geurgekken, het is de meest recente mannengeur van Yves Saint Laurent.’ Berusting en teleurstelling wordt hoorbaar weggeslikt en je ziet mensen de zaal verlaten, terwijl de pauze nog moet beginnen…
Anyway, ik heb de moeite genomen om helemaal naar de Amsterdamse Bijenkorf te fietsen, om Y Men te proberen. Want, hoogste tijd voor een mainstreamer, en ik niet de verdenking op me wil vestigen dat ik geen aandacht meer besteed aan ketenparfumerie-geuren. Er zit elf jaar tussen L’Homme (2006) en Y Men (2017). Dat valt dus nog mee, de tig flankers van de eerste niet meegerekend dan.
Ik lees op NowSmellThis: ‘Geïnspireerd door het iconische witte T-shirt en de zwarte jas van Yves Saint Laurent, vertegenwoordigt deze Y Men een balans tussen frisheid en kracht. Zal wel niet. Terzijde: is voor mij dus toch echt nieuws dat Saint Laurent zich het T-shirt als zijn klassieker heeft toegeeigend. En welke zwarte jas wordt bedoeld? Voor zover ik weet, heeft de meester op het gebied van mannenmode geen invloed gehad (waarvan hij het ontwerpen aan anderen overliet).
Wat mij het meest stoort/verbaast hoe de creatievelingen verantwoordelijk voor de geuren, zich hebben laten inspireren Sauvage van Dior. Hoe bedoelt u? Nou, in de communicatie wel te verstaan. Heeft Dior de sauvage, anti-burgerlijke, anti-held Johnny Depp weten te strikken, resulterend in een uiterst clichématig, natuurlijk harstikke dure reclamecampagne: als ruige über-getatoeëerde gitarist (wat een multi-talent is het toch, ik herken akkoorden van het nummer wild thing!) verlaat hij als een maverick de metropool, om ‘de rust op te zoeken’. Hij vertrekt (natuurlijk in een vintage-auto) richting woestenij, jaknikkers, zand, droogte hitte en een toevallig door het beeld lopende bizon… en een roedel wolven. Symboliek?
Yves Saint Laurent klopte aan bij Lenny – always on the run – Kravtiz. Die zei natuurlijk geen nee, altijd leuk zo’n carrièreboost tijdens corona. Maar jeetjemariamoederlief, wat is dat toch met die verheerlijking van seks, drug & whatever aanhangende popartiesten door de parfumindustrie? Om ons, kopers, in te wrijven dat we eigenlijk maar hardzwoegende losers zijn op alle manier vastgeklonken aan de burgelijke moraal. En wie mij kan uitleggen wat de charme is om samen met 50.000 man naar een popconcert te gaan, waar je ook nog eens wordt uitgeknepen consumptieverplichterwijs dan… Maar dat is een ander onderwerp.
Dat dan weer wel: de clip vaan Y Men is stukken goedkoper, en ach zo schattig, er zit ook nog een droomelement in, want de clip wordt – inclusivisme indachtig – doorsneden met ‘jeugdherinneringen’ door een puber achter een drumstel, zou het de kleine Lenny zijn…
Oh ja, de geur. Ik heb de eau de parfum-versie geroken en geblotterd. Inmiddels is ook een ‘parfumextract’ en eau fraîche verkrijgbaar. Eerlijk zeggen? Valt me niet tegen, alleen – een te vaak door mijn geuit commentaar – als de ingrediënten de klasse hadden gekregen van de Saint Laurents Vestiaire-lijn, dan had Y Men echt geknald.
Aangename opening deze inmiddels vaak toegepaste blend van gember, appel, bergamot. Leuk dat een vleuge aldehyden het geheel een opwaarts duwtje geeft. Het hart verenigt elemihars, jeneverbes, salie, geranium en helaas lavendel. Hoort er niet bij. Geeft die schoongemaakte frisheid die je eigenlijk niet wil ruiken in een geur die donker in zijn intenties is. Jeneverbes en salie is trouwens een originele combi, en dat ruik je in ieder geval gelukkig. De donkerte openbaart zich vooral in de basis: een wolk van wierook en vetiver zacht gemaakt door tonkaboon en ‘amberhout’. Die laatste twee hadden van mij ook niet gehoeven, maakt de geur zo, hoe moet ik het zeggen, gemakkelijk glad. Geef mij maar verschroeide aarde in een flacon.
Nog iets: de naam is leuk. Alleen was het volgens mij chiquer geweest als ze het op z’n Frans hadden gedaan Y pour Homme, als verwijzing naar het debuutparfum van de haute couturier. Wel opvallend: de enorme discrepantie tussen ‘aspiratiemodel’ Lenny Kravitz en de – vanzelfsprekend moeilijk-vermoeid kijkende – frêle af en toe angstig magere modellen én de mode van Yves Saint Laurent op dit moment: opgestrakte-verfijnde grunge gelardeerd met klassieke pakken en een overdosis aan wat de meeste mensen nu nog feminien zouden noemen: kanten blouses, veel sieraden, overhemden open tot op de navel, en puntiger dan puntschoenen waarover je struikelt als je niet oppast (wat mij geregeld is overkomen met mijn kekke Dolce & Gabanna-puntlaarzen). Dan doet Lenny Kravitz in eens wel heel erg só nineties aan, lijkt van een andere tijd maar dan zonder ‘vintage’-allure.
Ben ik weer keer. As we speak, participeer ik voor twee dagen in een web-seminar georganiseerd door StadsMuseum Berlijn en Odeuropa. Laatste is een stichting die als doel heeft om historische geuren – weer – tot leven brengen. Ik weet nog niet wat ik ervan moet vinden: decadent, overbodig of noodzakelijk? Komt nog wel. De Europese Commissie vond het in ieder geval een goed plan en ondersteunt dit initiatief met een paar miljoen. Denk bij ‘tot leven brengen’ niet aan oude, in vergetelheid geraakte geuren van reeds eeuwenlang gesloten parfumhuizen, maar aan geuren die we in het dagelijkse leven ervaren, of beter gezegd: die mensen ooit hebben geroken.
Want, de focus van deze twee dagen behandelt niet ‘gezellige’ geuren, maar geuren die worden geassocieerd met dood en bederf. Denk stinkende grachten, ziekenhuizen, kerken, oorlogen en andere plekken waar op olfactief gebied de duivel als het ware om de hoek keek – stank werd vaak geassocieerd met hel en ander onheil, afgeroepen van ‘boven’. Het seminar heet dan ook Malodours a Cultural Heritage? Ik doe ook mee, omdat ik bezig met een project met als codes: civet, grachtenpanden, Amsterdam, stank of stralend? Misschien kan ik een bijdrage lospeuteren bij Odeuropa. Fingers crossed.
En ondertussen gaat The Merchants Of Venice maar door met het – laten we in de stankcontext blijven – het schijten van geuren. Opgericht in 2013. De teller staat nu op 85. Een van de meest recente is: Flamant Rose Eau de Parfum Concentrée. Net geen parfumextract dus.
Waarom ben ik zo grof? Ik kom op schijten, omdat me dit doet denken aan de brievencorrespondentie tussen de schrijvers Gustave Flaubert en George Sand. Hij omschrijft zijn stijl als het groeiproces van een perzik: van ontluikende bloesem in het voorjaar tot een vrucht rijp om geplukt te worden in het najaar. Dat duurt dus maanden. Sand daarentegen produceerde volgens Flaubert boeken alsof ze diarree had.
Zou Flaubert het persbericht van deze geur hebben kunnen beschrijven? Oordeel zelf: ‘Een vlammende veer die de huid streelt met de gratie van een van de meest elegante wezens ter wereld: de roze flamingo. Symbool van harmonie en positiviteit; met zijn kleurrijke en stralende verenkleed, is deze prachtige vogel de inspirerende muze van The Merchant of Venice’s Flamant Rose, Eau De Parfum Concentrèe. Een geur die delicatesse en extravagantie in perfecte balans combineert. Een kostbare en omhullende geur, ondergedompeld in de warme en heldere koraaltinten van de flacon die herinneren aan de iconische kleuren van de flamingo’. Commentaar van Geurengoeroe: sinds wanneer zijn de kleuren van de flamingo iconisch? Wat een ge… (vul naar believen in).
Dan de geur. Ik lees op ergens anders op www: ‘Herinnert aan de sensaties van een wandeling bij zonsondergang’. Das fijn, maar dat is natuurlijk wel afhankelijk waar je deze ondergang ervaart: aan de Amsterdamse grachten, beneden de Sahara, boven ergens in Scandinavië? Ik bedoel maar. Het is in ieder geval geen geur waarmee je je (schoon)moeder, vrouw, geregistreerde partner, vriendin, amant, nou vooruit, de buurvrouw nemen we ook mee, beledigt. Is een van deze personen een parfumsnob, dan zal die FlamantRose ‘wel aardig’ vinden. Is ze een ‘doorsnee-vrouw’ die een geurtje nog grotendeels als een cadeautje beschouwt, dan vindt ze Flamant Rose waarschijnlijk heerlijk, ‘wat aardig, wat lief van je, bedankt!’ Echt vies kun je hem niet vinden. Echt niet.
Wil zeggen: Flamant Rose is duidelijk, ruikt naar kwaliteit, heeft de allure van niche maar is het niet echt. Maar wat dan wel? Laten we het houden op masstige – een samentrekking van massa en prestige.
De elegantie zit’m in de ondertoon. Een behaaglijke wolk zwevend tussen fluweel en suède. En die ondertoon voert eigenlijk direct de boventoon: want, aldus het persbericht, ‘het citrusachtige en sprankelende vertrek van petitgrain en verbena’ is snel vervlogen ook al ‘bedwelmt die de zintuigen’. Dan is het raak; de oranjebloesem staat direct in volle bloei, op en top sensueel van aard, en ziet haar bloemige noten versterkt-verfrist door geranium. Abrikoos zorgt voor fruitige souplesse en geeft de geur zijn ‘verzachtende omstandigheden’. De afhandeling voert je naar het Nabije Oosten: een superzachte en warme noot met poederachtige accenten geleverd door musk (vrij van laundry-effect) en tonkaboon.
Zijn dit nu de sensaties van een wandeling bij zonsondergang? En, voor ik het vergeet: wat een ontzettende romantische, perfect gemaakte promotieclip… slechts 114 kijkers op YouTube. Hoe is het mogelijk? Oh ja, de prijs, mooi afgerond: 100 ml € 250,00.