OUDE EN NIEUWE SAFFRAANKENNIS
EEN FRUITIGE OUDH, MAAR DAN…
HET CREËREN VAN EEN ZELDZAAM, ZEER ZELDZAAM SAFFRAANPARFUM
Vraag lukraak mensen met of zonder mondkapje – op straat, in een loungetent, bij de kapper, in de parfumerie, in de supermarkt – of saffraan ze iets zegt. Mede door de groeiende populariteit van tv-programma’s over koken en foodblogs, is de kans groter geworden dat ze inmiddels weten dat het een kruid is – officiële naam crocus sativis – dat aan de Milanese risotto zijn typische smaak en geur geeft. Oh ja, en natuurlijk dat het heel duur is, want handmatig geoogst. Saffraan is een verbastering van het Arabische ‘za’faran’, de oorspronkelijke habitat van saffraan, wat geel betekent. Vandaar.
Het werd door de middeleeuwse kruisvaarders (samen met onder meer hyacint, tulp, kamperfoelie) uit het ‘beloofde land’ meegenomen. Door schaarste en daardoor hoge prijs was het geliefd als parfum en geneesmiddel bij de snob-elite uit die tijd. Hierdoor was de verleiding voor vervalsing aanwezig. Dat kan het je niet meezitten: de Duitsers Findeker en Kölbele werden respectievelijk in 1444 en 1456 in Neurenberg tot de brandstapel veroordeeld omdat ze het niet konden weerstaan nep-saffraan te maken.
Let wel: goedkope saffraan bestaat niet. En dat geldt nog steeds. Ik heb in Spanje – tegenwoordig een belangrijk producent – menig zakje gekocht met echte saffraan op het etiket dat bij nadere inspectie gewoon koenjit (geelwortel) bleek te zijn. Ook een belangrijke klassieke kleurstof, maar toch echt anders van smaak en geur.
Maar hoe omschrijf je de olfactorische kwaliteit van saffraan? Ik zeg ‘altijd’ stroef, droog, hooiachtig, omfloerst, beetje ruw met een zoet ondertoontje – verroeste mimosa op een bepaalde manier. Laatste sluit wel aan bij omschrijvingen die ik op www al zoekende vind of saffraan synthetisch wordt verkregen. Het verwachte antwoord: jazeker. Het wordt op https://patents.google.com/patent omschreven als ‘metaalachtige honing met grasachtige of hooi-achtige tonen, bijzonder warm en aangenaam’.
Leuk die omschrijving ‘metaalachtige honing’. Verder lees ik: ‘Het pittige karakter heeft ook een licht balsemachtig mirre-aspect. Bovendien hebben de onderste tonen ook een cypriol-achtige nuance’. The good scents company schrijft: ‘Wat je echter moet onthouden, is dat saffraan tot 150 andere verbindingen heeft die het uiteindelijke aroma en de smaak creëren’.
Dit zegt Amouroud in verband met de geur Safron Rare: ‘De rijkdom rust rustig in de timide, paarse krokus – een bloem die een paar korte dagen bloeit. De rijke rode en geurige stigmata (hiermee worden de stampers bedoeld) zijn binnenin verborgen, drie per bloem. Zorgvuldig met de hand geoogst, worden ze in de zon gedroogd om hun kostbare, ongewone, zijdeachtige aroma te concentreren. De rijkdom van deze luxe noot is betoverend en lang houdend’.
WAT SAFRAN RARE IK EIGENLIJK?
Dit is een geur die misleidt. Wil zeggen: bij oppervlakkige kennismaking denk je, of althans ik: ‘Wat is er nu zo bijzonders aan deze fruitige oud?’ Wat denk ik te ruiken? Een chique variatie op de ‘fruichouly’ gedragen door ‘zwaar’ hout. En het oud ruik je wel heel snel, waardoor je de rest eigenlijk niet goed waarneemt.
Het is natuurlijk niet de bedoeling van een geur dat je alle ingrediënten afzonderlijk kunt ruiken of benoemen. Het gaat om het ‘totaalplaatje’ en of je dat dan lekker vindt of niet, of mwahhh. Maar heb je alle smaakmakers gelezen – fresia, bergamot, wierook, roos, geranium, cederhout, saffraan, centifoliaroos, jasmijn (uit Grasse), bezoïne, vetiver, sandelhout, vanille – dan wil je ze toch herkennen of herleiden. Ik althans.
Met heel veel moeite ruik ik de fresia. Maar het is eerder een notie van iets frisbloemigs tegen een donkere achtergrond: een frisse maan aan de nachtelijke hemel – zoiets. Dan door snuivend neem je wel goed de rozen en geranium waar. En die worden door de saffraan als het ware veredeld, de hoogte in geduwd. Hoe te omschrijven? De rozen worden zoeter maar niet te zoet, niet kermis. Worden zachter maar vallen niet in de vanille-valluik. Een de licht gekruide zoetheid van saffraan blijft ook op zichzelf staan. Wil zeggen: je neemt de saffraan ook solo waar.
De basis is eigenlijk het interessantst. Achter de chic-zwoele sluier van de ‘saffraanrozen’ neem je een stevige oud-noot waar die niet cliché zwaar en bombastisch is door vetiver en cederhout; dit hout maakt het oud op een of andere manier droger en helderder. En dan als alle ingrediënten zijn uitgewerkt, blijft een chique spoor achter van door fluweel ingepakt hout. En dan ruik je dus kwaliteit, dan ruik je dus niche. Oh ja, ik vergeet de ‘hele tijd’ dat het merk Amouroud een initiatief is van The Pefumer’s Workshop vooral bekend van Tea Rose.


Ik snap het: ouders, opa’s en oma’s, tantes en ooms hebben het beste voor met hun kinderen/kleinkinderen, neefjes en nichtjes. Dus zo lang het kan, wordt de bikkelkeiharde wereld verpakt als een paradijs met Disney-slagroom overspoten. Meisjes zijn bijna verplicht om in roze tule naar balletles te gaan, jongens worden ‘pief, paf, poef, ik ben de cowboy en jij bent de boef’. Of kiezen ze allebei voor verfilmde strips- en Starwars-helden die – lekker handig in het huidig tijdsgewricht – vaak gender neutral zijn.
Want het nadeel/voordeel van viooltjesgeuren is dat ze vaak eendimensionaal ruiken; als soli-fleur houdt ze zich aan haar taak: ze overheerst door haar zoete, ietwat zuurtjesachtige toets. Ook al open je citroentjesfris, ook al combineer je haar met iris en pluk je wat viooltjesblad voor de groene noot: zoet moet ze blijven. Een van de beste voorbeelden: Grey Flannel (1975) van Geoffrey Beene – voor mannen dat wel (en nu voor een habbekrats te koop).
En god beter het, moet dit nou die complete restyling van het hele merk? Moet dit nou ook: alleen maar 100 ml? Je zou gezien de prijs ook een 30- en 50ml-mogelijkheid willen. Moet dit nou Notino; waar wilt u de muilpeer hebben: u vraagt slechts € 123,00 in plaats van de door LM Parfums bepaalde € 250,00 – bijvoorbeeld bij 
Na het platgeslagen parfumgepruttel van de laatste twee posts, tijd voor een geur die hopelijk iets meer met me zal doen. Dus grijp ik in mijn geurproefjesgrabbelton (categorie niche) en vis er Narcotic Flowers uit. Toeval, of wil een hogere macht (Moeder Natuur zelve?) me erop wijzen dat er ook nog bloemengeuren worden gemaakt die écht werken. En noem een geur Narcotic Flowers die, na ruiken, zijn naam niet waar lijkt te maken, than you are in real trouble.
Ook onderdeel van de filosofie: ‘Alle geuren worden in eigen huis samengesteld, in kleine hoeveelheden geproduceerd en in ons Grasse-atelier gebotteld. Alle geuren worden gemengd in een basis van 100 procent gecertificeerde organische Franse graanalcohol’.
De een vindt het zaligmakend, de ander wordt per direct misselijk als die bij het passeren van een coffeeshop wordt getrakteerd op een wolk van wiet/cannabis/marihuana/hennep/ hasjiesj kringelend uit tevreden opgestoken stickies. Ik behoor tot de laatste categorie – krijg er direct scheurende koppijn van.
Mark Buxton vertelde mij ooit in 2014 tijdens de presentatie het boek Famous City Amsterdam (waarvan de opbrengst ging naar de non-profit stichting gelijknamige stichting voor kankeronderzoek) dat in de geur die hij speciaal voor deze gelegenheid had gemaakt – Amsterdam – ook cannabis zat, want daar associeert hij de hoofdstad direct mee (hij is niet de enige). Niet de echte cannabis, maar een combinatie van bergamot- en zwarte bes-moleculen (en nog een ingrediënt die me maar niet te binnen wil schieten). Met een effect dat voor mijn gevoel heel dicht in de buurt van de real stuff komt.
Járen geleden toen het begrip niche geleidelijk aan in mijn hersenen begon door te sijpelen – wil zeggen: ik naam het voor notie aan; deed er niet echt veel mee – ontdekte ik 1920. Ik was toen ‘best wel’ onder de indruk, want ik rook meer dan ik gewend was. Wat dan?
Net zoals 1920 komt die zeer natuurlijk over, maar dan niet zozeer extremer maar eerder intenser, wat natuurlijk eigenlijk hetzelfde is. Alleen staat intenser in mijn beleving meer voor verfijning, terwijl extreme meer marketing driven is.
Ik schrijf dit verhaal op de dag die is aangekondigd als de laatste mooie van het jaar (15 september 2019). Aangezien het klimaat op alle vijf continenten en de zeven wereldzeeën de laatste tijd zich anders ‘gedraagt’ dan we gewend zijn, zeg ik: ‘Zeg nooit nooit.’
Misschien komt Musc Shamal meer tot leven als je de betekenis weet; zo wordt de hete, droge noordwestelijke wind genoemd die ‘s zomers over de Perzische Golf suist en vaak zandstormen veroorzaakt. Past dus perfect in het plaatje van duizend-en-een-nacht. Musc Shamal is helemaal van deze tijd. Wil zeggen: het accentueert de poederige noten van musk, maar voorkomnt dat die clean en schoongewassen overkomt.
Als contrast is er Orangerie Venise: een echte fantasienaam, want tijdens mijn bezoeken aan de dogestad heb ik er nooit een gezien. Kan natuurlijk komen doordat Giorgio Armani over betere contacten beschikt – ik vermoed dat bij de vele stadspaleizen orangerieën zijn gebouwd. Dit lees ik op 
De ‘ware’ nicher haalt waarschijnlijk zijn neus er inmiddels voor op, maar Geurengoeroe niet. Hij vindt Etro nog steeds een uitstekend, interessant en aantrekkelijk merk. Geen aanstellerij, de inspiratie meestal gelieerd aan de wortels van het bedrijf en de geuren zelf: klasse, uitgebalanceerd.


De naam doet me direct denken aan een geur die ik ‘altijd’ abusievelijk verkeerd schreef: het was dus niet Splendour, maar Splendor (1998) van Elizabeth Arden. Maar volgens mij is met ou de juiste schrijfwijze. Zou daarom deze ‘splendid’ Arden niet zijn aangeslagen?
Vervolgens: ‘De eerste noten geven onmiddellijk een mix van groene stengels, gele bloemen, koele lucht en warm licht vrij’. Dat ervaar ik dus niet: groen. Ook gelukkig niet een frisse opening. Je ziet direct in de bedoeling van de geur: een fluweelachtige sensatie van bloemen, een diffuus boeket opgeroepen met oranjebloesem (absoluut), sambacjasmijn en natuurlijk mimosa (absoluut) waar een warme wind voor luchtigheid zorgt (hedione).