GOLIGHTLY!
HET VERSCHIL TUSSEN EEN JUWEEL EN EEN GEUR
Jaar van lancering: 2017
Laatst aangepast: 28/10/17
Neus: Daniela Andrier
Flirten mag niet meer. Fluiten mag niet meer. ‘Fragrancen’ binnenkort ook niet meer, dat je zegt ‘mmm wat ruik je lekker!’ Voor je het weet word je uitgespuugd, weggemept, naar de schandpaal geleid terwijl je alleen maar oprecht complimenteus wou zijn. Laatste werd onlangs uitbundig gedaan tijdens de presentatie van de nieuwe geur van Tiffany’s & Co. De juwelier had voor de gelegenheid naast de pers een trits BN-ers/influencers geïnviteerd. En die zongen allemaal na het ruiken van de geur unisono in koor: ‘Mmmm, wat lekker!’ en variaties op dit thema.
Ze moeten wel, is een van de onderdelen van hun verdienmodel. Jammer dat je níet hoort, waaróm ze de geur lekker vonden. Was toch fijn geweest als een van deze wandelende reclameborden ter plekke dat treffend onder woorden had gebracht. Of later op haar/zijn eigen social media-platform had ‘onthuld’ dat de geur eigenlijk een beetje of heel veel tegenviel – ‘#sorryTifannybutloveU4ever!’ – maar dan goed onderbouwd door research en bijvoorbeeld het persbericht te hebben doorgenomen. Want laatste roept een aantal vragen op. Althans bij mij.
Vooropgesteld: de naamsbekendheid van Tiffany & Co is wereldwijd mega en volgens mij vooral gestoeld op de verfilming (1961) van Truman Capote’s novelle Breakfast at Tiffany’s (1958) met Audrey Hepburn in de rol van Holly Golightly.
Of iedereen hiervan op de hoogte is en ook van de boeiende geschiedenis van – aldus het persbericht – de beroemdste juwelier Amerika blijft natuurlijk de vraag. En beroemdste? Harry Winston en Graff denken daar trouwens anders over afgaande op ‘jewellers specialised sites’.
Anyway, de narratief – zoals dat tegenwoordig zo hip-interessant heet – van Tiffany’s & Co is inderdaad indrukwekkend en een verfilming waardig. Wat me alleen stoort en waar zoveel (vaak zelfbenoemde) luxemerken last van hebben: het constant rondstrooien van adjectieven en superlatieven die eigenlijk vanzelfsprekend zouden moeten zijn. Hoe meer je het benoemt, des te ongeloofwaardiger het wordt. Als je niet oppast gebruik je zonder het in de gaten te hebben dezelfde beperkte woordenschat van Tellsell-programma’s. Tiffany’s & Co staat dus voor: ‘onbetwiste stijl’, ‘superieure kwaliteit’, ‘innovatief’, ‘traditie van excellence’, ‘wereldberoemd’, ‘kostbaar’, ‘meest iconisch’, ‘uniek’, ‘gedistingeerd’.

En of Steven Meisel (anno 1954) blij is met de omschrijving ‘legendarische fotograaf’ kun je afvragen. Dit lovende adjectief wordt meestal toegepast op personen/‘producten’ die of heel oud of niet meer onder ons zijn. Foutje ook: ‘Charles Lewis Tiffany’s passie voor diamanten bracht hem tot de aankoop van de Tiffany Diamond, een zeldzame en briljante gele diamant’. Tenminste, ik kan me niet indenken dat deze in 1877 ontdekte steen van 128.54 karaat vóór de aankoop van Charles Lewis al Tiffany genoemd werd.
Het voor mij ‘nieuwste’ nieuws staat onderaan het persbericht: het beroemde Tiffany Blue is geïnspireerd op de kleur van de eierschaal van het roodborstje.
Een mooi klein, poëtisch detail dat ook veel van de juwelen (vintage & new) kenmerkt. Zoals ook de inspiratie voor de geur: iris. ‘Gaat terug naar de vroegste schetsen in het Tiffany-archief en is innig vervlochten met het dna van het huis: een irisbroche gezet met demantoïde granaatbloesem en Montana saffieren waarmee Tiffany de Grote Prijs won op de Wereldtentoonstelling van 1900 in Parijs. Jammer dat je dat niet terugziet in de flacon en niet ‘terugruikt’ want…
WAT TIFFANY’S & CO. IK EIGENLIJK?
… het is een geur waarmee de wel heel erg jonge consument op haar wenken bediend wordt. Easy going, mainstream en van alle trendy smaken ‘een beetje wat’ is deze als ‘sprankelende florale musk’ omschreven geur. Tiffany’s & Co. mag dan ‘een contemporaine visie op de meest kostbare ingrediënten van de traditionele haute parfumerie’ zijn. Ik ervaar dat niet.
De geur opent met bruisende topnoten van mandarijnblad. En dat is in ieder geval groenig-fris met op de achtergrond een associatie met, een hint van zoet rood fruit.
Dan komt het: ‘In het hart speelt de kostbare irisbloem de hoofdrol. Na in Frankrijk in juli en augustus te zijn geoogst, wordt de irisboter verkregen door een unieke extractie door hydro-distillatie, exclusief voor de Tiffany-geur, die zorgt voor een pure, heldere, sensuele en langdurende volheid tot de laatste noot’. Hydro-distillatie is niet uniek en dus niet exclusief – het wordt al heel lang toegepast in de parfumindustrie. En het is niet de bloem maar de wortel.
En ik heb iris op deze manier al vaker geroken – het aantal ‘solifleur’-irisgeuren in de nichebranche is enorm. En die ruiken zoals irisboter hoort te ruiken. Of smeuïg (Iris Hermès) of poederig (L’Heure Exquise Annick Goutal), of koel (Irish Silver Mist Serge Lutens) of zonnig-warm (La Pausa Chanel). Om er een paar en de verscheidenheid van iris te noemen.
De ‘boodschapper van de goden’ in Tiffany & Co is verpakt in laagjes musk – want deze iris ruikt heel zacht, poederig, clean met een vleugje hout (patchoeli ontdaan van zijn kamfernoot) en behoudt in de basis ook een zekere vorm van frisheid.
Vreemd hoor dat Daniela Andrier de iris zo eendimensionaal presenteert. Want afgaande op de bovengenoemde broche (zie foto: ik kan niet met zekerheid zeggen of het de winnende broche is, maar is in ieder geval door Tiffany & Co. vervaardigd) had ik meer verfijning, diepte en eigengereidheid verwacht.

Nog vreemder: Andrier tekende in 2007 voor Infusion d’Iris van Prada, de geur die als het ware ‘iris-niche’ bij het grote publiek introduceerde. En dat terwijl ik Tiffany’s & Co hoger inschaal op de lijst van ‘meest exclusieve luxe merken’. Tiffany’s & Co is voor mij een zomerversie van Infusion d’Iris.
Hiermee wordt maar weer eens bewezen dat geuren in de ketenparfumerie het afgelopen decennium nog transparanter, nog ‘eenvoudiger om te dragen’, nog frisser, nog fruitiger, nog ‘muskier’ zijn geworden en daardoor inwisselbaar en minder memorabel.
Tiffany’s & Co. neemt zijn terugkeer in de parfumerie te serieus, verdrinkt in zijn eigen ambities terwijl subtiele humor (wil zeggen verwijzen naar in ‘luxe kringen van goede smaak’ geliefde verhalen en anekdotes) toch ook een van de onderscheidende kenmerken van high end-merken zijn.
En dat het geen naam voor zijn geur weet te vinden, ook zoiets! Ik weet het in ieder geval wel: ‘Tiffany & Co. presents Golightly!’. Audrey Hepburn past met haar tiny, très petite maten ‘zo goed als’ in de doelgroep-leeftijdsmal. Toen zij als Golightly voor de etalage van Tiffany & Co in New York stond was ze 31. Of is dat nu eigenlijk alweer te oud?


Wanneer ik direct tevreden en dus te spreken over een geur ben – de eerste twee à drie seconden na inhaleren – dan mompel of vloek ik vaak hardop – hangt met wie en in welke situatie mij ik bevind: ‘Godverdomme, lekker!’ Zo’n klein fijn happinez-momentje had ik deze week in – god beter het – Emmen. Iets meer Tomtom-info: Het Goed, onderdeel van een tweedehands goederenketen. Ik stond bij de kassa met wat hebbedingetjes en zie in een speciale vitrine (met slot vanzelfsprekend) een, nog naar wat het schijnt ongeopend Vaderdaggeschenkdoos liggen van Tabac van het merk Luxor. Prijs: € 0,95. ‘Doet u die er ook maar bij’.
Véél tabak in geur wordt al lang niet meer als stoer en mannelijk gezien. Ik zeg het verkeerd, wordt eigenlijk nog nauwelijks geproduceerd – behalve in nichekringen. En is voor velen nu ook te veel van het goede – te veel tabak, te veel honing. En als onderdeel van de basis wordt het ook nog nauwelijks verwerkt. Jammer, het had veel populaire geuren wat extra warmte kunnen geven in plaats van maar steeds die kille en cleane synthetische varianten op ambergris te gebruiken.
Préparation Parfumée (2001) is waarschijnlijk een van de eerste ‘arti-farty’-parfums. Hiermee bedoel ik mee: geuren van mensen die beroepsmatig weinig tot niets met geuren te maken hebben, maar juist in de loop der decennia door hun werk een vanzelfsprekende status – ook buiten hun vakgebied – hebben gekregen, en waarvan sommige lucky devils al tijdens hun leven met het etiket icoon zijn onderscheiden. Eén ding zijn ze niet: celebs in de parfumerie. Voor eendagvliegprutparfums – gedenk Lady Gaga’s
Door haar werk voor hotels in Amerika, werd ze vanaf de jaren tachtig door iedereen in Parijs gevraagd die hielden van minimal chic of vonden dat het tijdelijk goed was voor hun naam: Karl Lagerfeld, Guerlain, Alaïa, Balenciaga, Bally – zelfs mocht ze enkele musea verbouwen in Parijs. Dat deed ze vanuit haar Studio Putman.
Erg leuk en voor velen wellicht vreemd aandoend: de opening van Formidable Man. Ik ruik geen citroen, geen bergamot, en als daar al sprake van is dan hebben die een tijdje liggen weken in de terpentijn. Scherp, medicinaal, etherisch waar je neus een beetje scheef van gaat staan. Dat is wat ik ruik, en dat vind ik aangenaam – deze natuurlijke hars (afkomstig van de conifeer) ruik je tegenwoordig nog maar zelden. En dan gebeurt er iets wonderlijks – deze etherisch-frisse noot wordt doorgegeven aan de osmanthus die hierdoor niet lieflijk, maar eerder een karaktervolle, pittige uitstraling krijgt.
WAT TAN D’ÉPICES IK EIGENLIJK?
Vooropgesteld: ik vind Le Vestiaire een originele en clean-mooie invulling van (mass)niche door een – voormalig – couturehuis. Kledingstukken die Yves Saint Laurent zelf niet heeft bedacht, maar wel een nieuwe draai heeft gegeven en hierdoor inmiddels tot de ‘canon’ van de haute couture worden gerekend honoreren met geuren. En die inmiddels – sprak de oude zeur – een genot zijn om naar (terug) te kijken in vergelijk wat de nieuwe ontwerper (kan niet op de naam komen, geen zin om te zoeken) aan depri, skinny-punky jaren tachtig, gratekutcreaties op het plankier blaast… zijn de modellen wel gewogen voor ze…
Laatste zin is leuk in de zin van dat het een pakkende omschrijving is van een smoking gedragen door een vrouw. Alleen dat vind ik niet voor de compositie gelden. Impertinente verleiding + Yves Saint Laurent = u raadde het al: de originele, maar niet meer verkrijgbare Opium (1977). Tuxedo is een aangename patchoeli, maar niet shocking en zeker niet gerookt. Zoals Opium symbool staat voor parfumoverdaad van de jaren tachtig, zo staat Reminiscence’s 
Erg leuk merk hoor, dan niet van. Maar ‘jeetjeminamariamijnmoederlief’ het lanceert wel erg veel geuren – niet de enige – en raakt steeds meer verwijderd van zijn uitgangspunt: de eau de cologne (vanaf 2010) op moderne wijze het nieuwe millennium in loodsen. Atelier Cologne is daar samen trouwens ‘onder aanvoering van’ Thierry Mugler – zijn
Even ‘dikke doei’: kersenbloesem mag dan daadwerkelijke bloeien in Jinhae (nog nooit van gehoord, zo leer je weer eens wat, blijkt een district in Changwon, Zuid Korea bekend om zijn overvloed aan kersenbomen en dus kersenbloesemfestivals – foto), maar is en blijft een ‘interpretatie’. Wil zeggen: het is een mix van diverse geurmoleculen (denk roos, amandel, musk, bloemnoten).
Want: deze mimosa gecultiveerd in India is ondergedompeld – lichtjes geïntroduceerd door citrusnoten – in een zoetzachte basisweelde van voornamelijk (veel) sandelhout ‘op smaak gebracht’ door vanille en musk. ‘uiteindelijk’ verpakt in een bijna vloeibaar wit leer-akkoord.
Poivre Electrique: wat een prettige en ‘geruststellende’ opening. Zo aangenaam klassiek, maar… opgeroepen met ingrediënten hiervoor gewoonlijk niet gebruikt. Voor mij geen elektrische, maar eerder een groene peper ‘in den beginne’ opgeroepen met oranjebloesem. Maar ik denk juist de takken en het gebladerte ervan te ruiken – dus neroli.
De gebruikte zwarte thee uit Ceylon is minder donker dan verwacht, eerder groen. Komt door door groene variant uit Sri Lanka. Bergamot en munt doen de rest; maken van Philtre Ceylan een geur die het dichtst in de buurt komt van een cologne. Ik heb trouwens moeite om de iris (helemaal uit China!), de komijn (helemaal uit India!), het guaiac (helemaal uit Paraquay!) en de papyrus (ook uit het verre India) er uit te pikken, aangezien de frisgroene golven van thee, munt en bergamot het meest present blijven.
In de bergachtige, warme streken van Yunnan (zuidwest China) groeit de gelijknamige theesoort. Ik ben geen ‘theeoloog’, maar kenners roemen hem om zijn donkerige, rokerige en leerachtige aroma met fruitige en honingachige toetsen.

Nog vijf jaar te gaan en dan:
Dit klopt zoals vermeld in het persbericht: ‘Dankzij aldehyden konden parfumeurs voortaan rijke en edele parfums creëren die symbolen van klassieke vrouwelijkheid werden’. Want dat is de essentie van dit synthetische ingrediënt dat van ‘zichzelf’ stinkt maar bloemen een enorme opwaardering kunnen geven waardoor een vol en diffuus boeket ontstaat dat wordt geassocieerd met luxe, rafiennement en rijkdom. Het allerbeste bewijs: 
Het lijkt er steeds meer op dat nieuwe nichehuizen de plaats innemen van beroemde persoonlijkheden met een parfumlijn. De laatste mega-über-celeb die met veel bombarie werd gelanceerd in 2012 – voor haar werd zelfs een virtueel, in real life niet te traceren parfumhuis opgericht -, Lady Gaga verdween met haar
Hij besluit Maison Incens op te richten als eerbetoon aan zijn vader die hem een manuscript schenkt: ‘tekeningen op leer en geparfumeerde verhalen’. Sterker, Maison Incens is de olfactorische handtekening van dit manuscript. De collectie is geïnspireerd op een ‘fantasiemaatschappij waarin de communicatiecodes zijn gebaseerd op parfums en het leven wordt bepaald geuren’.
Ze vormen de perfecte tussenschakel die garandeert dat het oudh niet al te pats-boem explodeert – zoals zo vaak het geval is bij oudh-geuren. Nee deze oudh is beschaafd en laaft zich aan de vijg. Waardoor een spannend contrast ontstaat die goed samengaat: groen en de hier zich licht apothekersachtige gedragende oudh die ‘op het einde’ omringd wordt door sandelhout, amber en musk. Met bijna hetzelfde effect als in Cuir Erindil.
Cuir Erindil, Figue Aoudii en Figue Eleii worden gepresenteerd als genderfree. Dat geldt dan wel voor mannen en vrouwen die niet denken in de stereotype indeling in de parfumerie. Want Cuir Erindil kun je als mannelijk interpreteren, Figue Eleii als vrouwelijk. Tabac Licorii daarentegen wordt ‘puur voor de vrouw’ gepresenteerd.
Ook ‘alleen’ voor de vrouw: Musc Kalirii. Is de meest klassieke van de vijf. Wat een heerlijke beschaafde geur! Waarvan je hoopt dat de draagster hem zonder schroom voluit opspuit, waardoor Musc Kalirii als een aura schijnt. Prettig om dat in de directe omgeving te ruiken. Nog prettiger: in haar hals te verdwijnen. Niets aanstellerigs.
Ik ken eigenlijk maar één klassieke componist die een rivier treffend op muziek heeft gezet – en ik kan me er iets voorstellen bij deze Music for the Milions-melodie die bijna iedereen bij het horen van de eerste noten kan meeneuriën: de Moldau (1874) van Bedřich Smetana. Volgt het ‘klassieke ‘traject’ van een rivier: hoog in bergen komen ‘uit het niets’ de eerste druppels samen, kabbelen naar beneden. In hun poëtische, lichte val nemen ze andere druppels mee, vormen een vriendelijke sliert, wordt een steeds bredere, wildere en onstuimiger stroom die uiteindelijk tot rust komt in… ja waar eigenlijk? Praag of toch de Noordzee? Zoek maar op.
Ik hoor sommige denken, maar ‘die is toch van Johan Strauss?’ Inderdaad, maar daar heb ik geen stromend, eerder een constant ronddraaiend gevoel bij. Het is niet voor niets een romantische wals die aanvangt bij zonsopgang, je in een draaikolk, een wervelwind golvend meevoert samen met je geliefde om tijdens de finale – de nacht is reeds gevallen, smachtende blikken worden gewisseld – weer in juiste banen wordt geleid. Bezegeld door een kus die een bond smeedt voor eeuwig en altijd… excuses ik liep me even meeslepen.
En wat leveren deze omzwervingen op? Nou heel simpel: een prachtig sextet met een overdonderend effect. Door de volheid ontmoet je parfums met een vierde dimensie. Dat wil zeggen: achter de basis lijkt zich nog een extra laag op te houden die als het parfum langer op de huid zit opnieuw met de hoofdlijnen aan de gang gaat, ze uitdiept een nieuwe blik op de compositie werpt.
Ten eerste: ik vermeld alleen de belangrijkste ingrediënten anders ben ik over twee uur nog aan toelichten en uitwijden.
Sagami: wat een ongekende opening na een enorme zoet ‘ach vaderlief toe drink niet meer’-recept van rum-, likeur- en whiskyachtige noten verschijnt daar… wierook die lijkt te wiegen in een marine-akkoord. Onverwacht, maar het werkt voor enkele tientallen meters.
Ook in Yacuma, zo blijkt nu, brengt Galardi een van zijn favoriete openingsakkoorden onstuimig tot leven. En hoe joyeus en vrijgevig: pruim die oranje-fris wordt opgelicht door mandarijn, die oranje-sensueel wordt opgelicht door saffraan.
Tabak, of beter gezegd: de geur van tabak is een van de weinige ingrediënten die nog niet als ‘gender free’ wordt gezien. ‘Typisch mannelijk’ dus die rokerige walm en tegelijkertijd aards en humusachtig sensatie soms op smaak gebracht met honingzachte noten. Vergeet ik bijna: 