DE LOL VAN TETRAHYDROCANNABINOL
HOE EEN GEUR JE KAN TERUGKATAPULTEREN
Jaar van lancering: 2019
Laatst aangepast: 09/10/19
Neus: Christian Calabro
De een vindt het zaligmakend, de ander wordt per direct misselijk als die bij het passeren van een coffeeshop wordt getrakteerd op een wolk van wiet/cannabis/marihuana/hennep/ hasjiesj kringelend uit tevreden opgestoken stickies. Ik behoor tot de laatste categorie – krijg er direct scheurende koppijn van.
Heb wel eens een trekje genomen van deze en gene op een feestje – ja licht in mijn hoofd werd ik ook. Het blijkt dus zo te zijn dat de werkende stof die de roes veroorzaakt – tetrahydrocannabinol – steeds krachtiger wordt (vooral de nederwietvariant) en dat je dus inmiddels kunt spreken van een harddrug. Heb ik voor het eerst en het allerlaatst (maar dan ook echt) twee jaar geleden ervaren. Op verzoek van een vriend ging ik, voor ik hem bezocht, naar een winkel om voor hem twee speciale joints te kopen. Oké, nou vooruit, ik deed mee. Gulzig als ik ben, zat ik flink te trekken. Na een kwartier begon het te werken. Ik zweefde werkelijk alle kanten op – eigenlijk werd ik gek, was verpletterend über-high. Inderdaad hot stuff. Ik dacht maar aan één ding: ‘Ik moet weg, moet de frisse lucht in’. Ik liet hem op zijn wolk achter, en liep naar beneden.
Bij mijn fiets gearriveerd, kwam ik erachter dat ik mijn sjaal was geweten. Moest ik met mijn zware benen helemaal weer de naar de zolderverdieping van het grachtenpand zonder lift terug. Een lijdensweg. De vriend was inmiddels op een nog hoger hangende wolk beland. Ik weer naar beneden. Duurde een uur voor mijn gevoel. Op de fiets dacht ik ‘dit gaat niet goed’. Ben op een bankje langs het water gaan zitten. Twee uur? Drie uur? Het duurde zolang voor ik weer met beide benen op de grond stond. Dat dus nooit weer.
En dan ruik je aan Cannabis, komen alle herinneringen weer spontaan naar boven. Hiermee wordt weer eens gelogenstraft dat ‘geur en herinnering’ louter een positief en prettig gevoel veroorzaakt. Mijn eenmalig eten van een plakje wietcake zal mijn onderbuikgevoelens in deze versterkt hebben.
Mark Buxton vertelde mij ooit in 2014 tijdens de presentatie het boek Famous City Amsterdam (waarvan de opbrengst ging naar de non-profit stichting gelijknamige stichting voor kankeronderzoek) dat in de geur die hij speciaal voor deze gelegenheid had gemaakt – Amsterdam – ook cannabis zat, want daar associeert hij de hoofdstad direct mee (hij is niet de enige). Niet de echte cannabis, maar een combinatie van bergamot- en zwarte bes-moleculen (en nog een ingrediënt die me maar niet te binnen wil schieten). Met een effect dat voor mijn gevoel heel dicht in de buurt van de real stuff komt.
WAT CANNABIS IK EIGENLIJK?
En verdomd, als het niet waar is: dat ruik ik ook in Cannabis van Bois 1920. Hoe moet je deze geur omschrijven? Simpel: als cannabis. Maar als je je daar geen voorstelling van kunt maken, als je nooit langs een coffeeshop bent gelopen in je woonplaats of tijdens ‘een dagje Amsterdam’, denk dan aan stro, verbrand stro, denk aan groen, groenige uitgedroogde kruiden gecombineerd met een zweem van iets zoetigs, iets weeïgs. Niet fris, niet zacht, niet ‘romantisch’. Sensueel? Gaat ook niet echt op. Wat ik merk: mijn maag reageert er direct op – ‘memories like the colors of our mind’. Verder gebeurt er niet zoveel: de wielwolk daalt na verloop van tijd in waardoor je meer hout gaat ruiken – patchoeli en blond hout. Vooral de eerste maakt het ‘stroeve’ en hooi-droge cannabis, zachter en ronder.
Wat zegt Bois 1920 – die met deze geur aantoont dat de nichegierig’ consument ook verrast wil worden, getrakteerd op onbekende sensaties? Ik lees en vertaal: ‘Een geur die de traditionele regels tart, die ze opnieuw interpreteert met een moderne twist. De grootste expressie cannabisknoppen, een debuut van puurheid, een wulps hart voor een doordringend, licht brutaal parfum’.
Wulps… grappige omschrijving voor het feit dat sommige joint-trekkers geil worden na een paar keer diep inhaleren – ‘roll another one’. Wat betreft regels tarten: die zijn in dit geestverruimende kader al eerder getart. Door onder meer Il Profvmo in 2012: Cannabis. Maar die is in vergelijk met Bois 1920 erg zacht en vermengd met bloemen. Van Black Afgano (2009) van Nasomoto (óók al te koop bij www.bol.com en http://www.notino.nl) word je nog higher volgens sommige omschrijvingen, maar gezien mijn aanhoudende aversie heb ik die zelf nooit geroken.
Ik raad trouwens iedereen aan om de geur van wiet een keer goed in zich op te nemen – kan inmiddels ook als luchtverfrisser en als huisparfum met stokjes – want als het binnenkort eindelijk wordt vergoed door het ziekenfonds als onderdeel van het helingsproces, gaan we het volgens mij veel meer ruiken… ‘Smoke on the water, fire in the sky, Lucy in the sky with diamonds…’.


Dat is toch vreemd, of eerder gezegd bizar: www je voor de geur Calypso dan verschijnt als eerste de site waarvan het verhaal gaat dat ze alleen maar neppers leveren:
In ieder geval: helaas heb ik de oerversie nooit geroken (doe ik als het me lukt om weer een afspraak te maken in de Osmothèque van Versailles), maar die klinkt op papier interessanter en meer resoluut dan de nieuwe: galbanum en citrusnoten die via een door anjer gestuurd bloemboeket naar een basis afglijdt die wordt gekenmerkt door een über-injectie van dierlijke noten: civet, ambergris en suède.
‘Geurengoeroe, waar zie je elk jaar naar uit wat nouveautés betreft?’ ‘Dat is al járen hetzelfde: de nieuwe Aqua Allegoria’s. Hoeveel zijn het, volgen ze een trend, gaat er een wellicht een trend zetten, welke is eenmalig, welke blijft in het assortiment en welke ingrediënten spelen de hoofdrol – altijd weer benieuwd’. Ik tref het dit seizoen: een trio van – ik citeer het persbericht – ‘opgewekte stijloefeningen waarin zowel de geur als de frisheid blijven duren’. Leuk omschreven.
Ik heb het al eerder vermeld: ik vind het jammer dat Aqua Allegoria in de loop der jaren van genderneutraal steeds ‘vrouwvriendelijker’ is geworden. Wat nog eens werd versterkt doordat alle klassieke versies in het assortiment – zoals Herba Fresca en Pamplelune; nog steeds mijn favorieten – zijn ‘herschreven’ en dus meer poederig en (white) musky zijn geworden.
Wat ik prettig vind: de afdaling wordt niet ingezet met witte musk, maar met cederhout. Strak en zonnig en de prikkeling van opening en hart met zich meedragend. Pas later komt de witte musk zijn aandeel opeisen, en dan ook echt opeist. Maar dat geldt tegenwoordig voor zoveel geuren.
De meest commerciële, de meest makkelijke: Flora Cherrysia. Thierry Wasser: ‘De inspiratie voor deze postkaart-geur haalde ik uit Japan inspiratie op het moment van de Sakura – het ontluiken van de kersenbloesems in maart inspireerde ons tot een vluchtige bloemengeur die reikt naar de hemel en delicaat gestreeld wordt door de wind. Het is poëtisch, alsof het beeld van de kersenbloesem delicaat flou pastelkleurig is, als een aquarel’.
Heftige ontwikkelingen bij Calvin Klein, tenminste als je mode-minded bent. Niet dat het ertoe doet, maar ik heb voorspeld dat, moet je nagaan, ik kan nu al niet meer op zijn naam komen, het niet zou lang uithouden als creative director bij Calvin Klein (en daarvoor niet bij Christian Dior).
Een ander aspect van Ck One Summer: de presentatie. Elke editie krijgt flacon en verpakking een speciale behandeling, die de boodschap van de limited edition een extra dimensie verleent. Dit jaar wordt de flacon ‘ondergedompeld’ in een ‘Roy Lichtenstein’-wave – ja, inderdaad die beroemde popart-kunstentaar uit de jaren zestig van de vorige eeuw. Ook arty-farty maar fun en vanzelfsprekend gepresenteerd zonder diepliggende gedachten.
Ik heb er al eerder over geschreven, namelijk de trend om vreemde kostgangers, dieren die we over het algemeen niet associëren met ‘lekkere geuren’ te vernoemen naar en/of te verwerken in composities. Er is één merk die hier – bijna – patent op heeft. Inderdaad what’s in a name: Zoologist. Dit is nou een van die nichehuizen die – gelukkig – onderkent dat het weinig zin heeft om als nieuwkomer more of the same te presenteren. Dat je je niet onderscheidt met de zoveelste variatie op jasmijn, citrus, witte bloemen, patchoeli en gaap-gaap zo maar door. Veel beter: een originele invalshoek gecombineerd met geuren die hiermee overeenstemmen. Dat wil niet zeggen dat je compositorisch per definitie andere geuren krijgt, maar wel een andere beleving waardoor je ze anders gaat appreciëren en ervaren.
Grappig genoeg is dat ook het uitgangspunt van Zoologist, want naast een eerbetoon aan dit ‘eeuwenoude ingrediënt’ eert Bat ook ‘chypre-parfums van weleer die weigerden te worden geïntimideerd door rauw, aanlokkelijk en dierlijk civet. Civet is een humeurig en complex brouwsel verweven in mysterie. Het opent met een pittig bloemakkoord, doordrongen met donkere koffietonen. Langzaam sluipt het naar voren, ontrafelt basistonen van leer, mos en vanille die zich in combinatie met kenmerkend civetnoten tot een verbijsterende, verfijnde geur met de belofte van een zwoele nachtelijke rendez-vous’.
Is de parfumwereld aan het doordraaien? Kun je een boom over opzetten of misschien wel zelfs een seminar/congres aan wijden met internationale sprekers die vanuit verschillende invalshoeken een positief toekomstperspectiefgericht licht laten schijnen, dan wel een aanzwellende, onheilspellende onweersbui laten plenzen over de toehoorders. En alles wat zich daar aan meningen tussen beweegt.
Als extraatje een très plastique armband-broche-combi die je om je pols kunt hangen of op je trui kunt spelden die je normaliter op de kermis bij de schiettent als troostprijs krijgt. Het accessoire is trouwens van een beledigende shitkwaliteit, na een paar keer ‘spelen’ begaf een, van de twee armbanden het al. Bevestigd wederom mijn vooroordeel over dit soort gratis cadeautjes bij geuren. Niet doen. Is voor mij hetzelfde dat je bij de slager gratis bearnaisesaus krijgt bij je gekochte chateaubriand. Laat maar. Gratis bestaat niet. Leuker zo het zijn wanneer het vice versa gebeurde.
Als ik goed heb geteld heeft Bond No 9 – anno 2003 – 129 geuren in zijn collectie. Ja, ik heb echt tde ijd niet, en zelfs als ik die had, om me in alle te verdiepen. Grote kans dat er een tussen zit die écht beantwoordt aan mijn voorkeur. Trouwens, ik heb geen olfactorische voorstelling van dit gedeelte van Central Park en of die anders ruikt, zou moeten ruiken dan het oostelijke of welk gedeelte van New Yorks groene long dan ook.
Beetje overdreven gesteld: zonder eau de colognes (of is het nu eaux de cologne in het Nederlands taalgebied?) kom ik de zinderende hitte van nu niet door. Trouwens ook tijdens lauwe zomers bewijzen ze me een goede dienst. Op strategische plekken staan ze in mijn tot woning omgebouwde Saksische boerderij in Drenthe klaar als ik behoefte heb aan instant-verfrissing.
Normaliter wanneer ik een geur als siroop omschrijf, bedoel ik dat negatief. Toch komt die gedachte bij Cologne Extra Vieilleook direct naar boven borrelen, maar dàn heerlijk fris zoals luchtbellen in een glas zich een weg naar de oppervlakte banen, wanneer ze worden overgoten door ijs en water.
Het fijne, of het domme zoals je wil, aan clichés: ze kloppen, bevestigen iets van wat je al vermoedde of wist. Zo’n lekkere wat geuren betreft: zon in een flacon. Rijmt ook nog eens. Wordt de laatste jaren volgens mij voornamelijk gebruikt als mensen een glas net ingeschonken rosé voor zich zien – ik ettelijke het afgelopen weekend. Zon in een andere flacon: zeker de nieuwe Blu Mediterraneo. Een aantal recente olfactorische uitstapjes langs de eilanden en de Italiaanse kustlijn van Acqua di Parma zijn aan me voorbijgegaan, maar met Chinotto di Liguria zit ik er weer middenin.
Laatste bevestigt maar weer eens dat in de parfumwereld gourmand nog steeds een van de grootste inspiratiebronnen is. Alleen zie je nu de tendens dat merken kiezen voor ‘gourmand light’. En kun je je bij sommige geuren afvragen of de link echt wel nodig is en of die zonder een bijzonder ‘niche-ingrediënt’ anders geroken zou hebben. Dat geldt dus ook voor Chinotto di Liguria.
Dit is de bedoeling van de oprichter Cindy Guillemant: ‘Moresque is de harmonieuze synthese tussen vorm en inhoud, tussen esthetiek en essentie. Gemaakt om de oude oosterse traditie van parfums met tijdloze Italiaanse stijl aan te kleden, is Moresque een eerbetoon aan de pracht van de Moorse kunst. Het is ook een lofzang op de verfijning van oriëntaalse parfums en de knowhow van ‘made in Italy’.’
Mijn eerste totaalimpressie blind geroken: een intens poederige geur – musk, vanille, en vooral tonkaboon – die in het begin een fris-prikkelend, zoet-kruidig accent heeft. Ik gok op steranijs. Sorry, een intens poederig parfum met ‘lichtvonken’, want het betreft een extract, waar je door de poederregen heen af en toe verschillende bloemen oplichten.
Dus nu valt mijn oog in het Franstalige persbericht op bij een asterix: fraction de patchouli*, ik scroll naar beneden waar in het klein geschreven staat, nu Google-vertaald: ‘Chanel had 20 jaar geleden het idee patchoeli te her-distilleren om een fractie te verkrijgen die nieuwe mogelijkheden bood die nu op grote schaal wordt gebruikt in de wereld van de parfumerie’. Maar hier zeg je heel veel en tegelijkertijd heel weinig mee. Wordt hier blanke patchoeli bedoeld, de nieuwe heldere variatie zonder de kenmerkende kamfer- en aardenoot?
