OLFACTORISCHE ANSICHTKAARTEN MET OPGEWEKTE STIJLOEFENINGEN
INGEFLUISTERD DOOR EEN VLUCHTIG MAAR STEEDS GELUKKIG MOMENT
Jaar van lancering: 2019
Laatst aangepast: 09/04/19
Neus: Thierry Wasser, Delphine Jelk
‘Geurengoeroe, waar zie je elk jaar naar uit wat nouveautés betreft?’ ‘Dat is al járen hetzelfde: de nieuwe Aqua Allegoria’s. Hoeveel zijn het, volgen ze een trend, gaat er een wellicht een trend zetten, welke is eenmalig, welke blijft in het assortiment en welke ingrediënten spelen de hoofdrol – altijd weer benieuwd’. Ik tref het dit seizoen: een trio van – ik citeer het persbericht – ‘opgewekte stijloefeningen waarin zowel de geur als de frisheid blijven duren’. Leuk omschreven.
Hoe ontstaan ze? Thierry Wasser: ‘Ik ben een parfumeur-reiziger, ik houd ervan nieuwe horizonten te ontdekken. De wereld is mijn bron van grondstoffen, een speelplein dat grenzeloos is. Australië, Azië, de Caraïben… alle momenten en ontmoetingen kunnen me inspireren. Door een associatie van ideeën ontstaan mijn postkaartgeuren’. Terzijde: zou Wasser last hebben van ‘vliegschaamte’, is hij door zijn globetrottende verkenningstochten en ‘zijn zoektocht naar de beste ingrediënten’ zich bewust van zijn ecologische footprint? Vragen die je tegenwoordig toch mag stellen, gezien Guerlains betrokkenheid bij het beschermen van de natuur – neem alleen hun recent gestarte lovenswaardige Bee Respect-project.
Het volgende moet je natuurlijk met een korrel zout nemen, want zoals bekend ‘worden de grondstoffen die hier of aan het andere eind van de wereld op een mooie dag in de natuur, een weelderige tuin, een bos of op een strand geplukt werden door de parfumeurs van het huis veredeld’, niet ‘lokaal’ verwerkt. Je hoeft hiervoor ‘tegenwoordigs’ dus niet de hele wereld rond te vliegen – ingrediënten bestel je ook gewoon op internet voor je parfumlaboratorium of -atelier.
Wat ik het nieuwe Aqua Allegoria-trio níet vindt: ‘Geursprookjes die de betoverende collectie verrijken’. Wél: composities die op elegante en toegankelijke wijze aantonen hoe ingrediënten met elkaar kunnen harmoniëren en je daardoor op in een prettige stemming brengen.
Ik heb het al eerder vermeld: ik vind het jammer dat Aqua Allegoria in de loop der jaren van genderneutraal steeds ‘vrouwvriendelijker’ is geworden. Wat nog eens werd versterkt doordat alle klassieke versies in het assortiment – zoals Herba Fresca en Pamplelune; nog steeds mijn favorieten – zijn ‘herschreven’ en dus meer poederig en (white) musky zijn geworden.
Juist deze (nu ontbrekende) geraffineerde ruigheid maakte ze ook ‘pour lui’ vanzelfsprekend. Met het gevolg (dacht dat ik het nooit zou doen) dat ik onlangs op eBay een vintage Herba Fresca heb gekocht. In vergelijk met de nieuwe versie net wat scherper, groener en aardser.
Over naar de orde van de dag: ‘Aqua Allegoria is een allegorie van de natuur, een jubelend avontuur, verwijzend naar het Italiaanse allegra, dat staat voor lichtheid en levensvreugde. Elke geur vertelt een opgewekt verhaal, met humor neergeschreven om een aanstekelijke glimlach te veroorzaken. Elke samenstelling is amusant, licht, gemakkelijk om te geven en te delen. Aqua Allegoria heeft de veelzijdig een universele geest van een eau fraîche, maar de geur blijft langer hangen’. We sluiten af met: ‘Elke Aqua Allegoria is een interpretatie, een geesteskind, zonder a priori’s en zonder grenzen, ingefluisterd door een vluchtig maar steeds gelukkig moment’.
WAT AQUA ALLEGORIA 2019 IK EIGENLIJK?
De meest geraffineerde: Ginger Piccante, omschreven als een ‘zalige geraffineerde citroenachtige hesperidengeur’. De gember is vooral de eerste seconden prikkelend op het randje van niezen en inderdaad pikant, rustig achternagezeten door bergamot en citroen. Deze twee zijn doorboord zijn met peper – ervoor zorgend dat de prikkel van de gembernoot wordt voortgezet en zelfs doorgezet naar het hart, waardoor de zacht-zoete ruikende roos die hierin bloeit ook iets scherps heeft.
Wat ik prettig vind: de afdaling wordt niet ingezet met witte musk, maar met cederhout. Strak en zonnig en de prikkeling van opening en hart met zich meedragend. Pas later komt de witte musk zijn aandeel opeisen, en dan ook echt opeist. Maar dat geldt tegenwoordig voor zoveel geuren.
Guerlain omschrijft de hoofdgedachte als ‘gesublimeerde gemberbloesem uit Azië die een exquis en opmerkelijk parfum uitademt – ergens tussen verse en gekonfijte gember en roos’. Voor mij is Ginger Piccante het meest ‘good old’ Guerlain omdat je top, hart en basis goed ervaart en hierdoor heen toch een extra laag waarneemt die de geur een soort van diepte verleent.
De meest trendy: Coconut Fizz. De stijloefening: ‘Een aanlokkelijke postkaart van een strand aan de andere kant van de wereld’. Het olfactorisch idee: kokos die ronddrijft in een exotische lagune, in een zacht golven voortbrengende tropische zee. Een echte marketinggeur by the way, alsof iemand van de marketingafdeling tegen de neuzen heeft gezegd: ‘Kunnen we een antwoord geven op de nog steeds very popular Bronze Godess-geuren van Estée Lauder, please, please, please?’
Het nadeel van kokos: tis me nogal een aanstuurder, voor je het weet neemt die de rest over. Voor mijn gevoel slaat de kokos in Coconut Fizz de citrusnoten plat, want die lijkt direct te linken met het zachte sandelhout in de basis. Beide zijn melkachtig dus fuseren makkelijk. En dan is er ook nog de tonkaboon die voor nog meer zachtheid zorgt. Maar dat is de eerste indruk, zit deze Aqua Allegoria langer op de huid dan neem je de citrus- en waternoten en ‘waterbloemen’ duidelijker waar, waaronder ik ook de fresia voor het gemak maar schaar.
Thierry Wasser zegt: ‘Het cliché van het exotische strand bij de Indische Oceaan in een flacon. Met dit one way ticket waan je je op een wit strand omgeven door kokospalmen met zicht op een turkooisblauwe zee’. Cliché, wat u zegt. En dat geldt ook voor de geur – had voor mij meer ‘good old’ Guerlain gemogen. Te weinig onderscheidend.
Ook dit vind ik niet goed getroffen: ‘De kokos die Guerlain selecteert is noch crème, noch melk. Het is een eau met een eerder smakelijke dan dan zalige frisheid. Versterkt door de frisheid van bloemen en citrusvruchten is de geur een ode aan de lichtheid, een eindeloos dorstlessende bries’. Want om laatste te bereiken, raad ik aan Coconut Fizz te mengen met Eau de Guerlain (1974) of Cologne du Parfumeur (2010).
De meest commerciële, de meest makkelijke: Flora Cherrysia. Thierry Wasser: ‘De inspiratie voor deze postkaart-geur haalde ik uit Japan inspiratie op het moment van de Sakura – het ontluiken van de kersenbloesems in maart inspireerde ons tot een vluchtige bloemengeur die reikt naar de hemel en delicaat gestreeld wordt door de wind. Het is poëtisch, alsof het beeld van de kersenbloesem delicaat flou pastelkleurig is, als een aquarel’.
Zal wel, maar is natuurlijk in feite een herhalingsoefening. In die zin van: Guerlain hip & happening in the new millennium, heeft al een geschiedenis met de kersenbloesem – de inspiratiebron voor Flora Cherrysia. De eerste verscheen in 1999/2000 meer als tussendoortje want als taxfree-geur. Sloeg enorm aan en sindsdien verschenen er variaties met ontzettend originele namen: Crazy Cherry Blossom (2003), Glittering Cherry Blossom (2004), Shiny Cherry Blossom (2005), Lovely Cherry Blossom Gold Sparkles (2006), Cherry Blossom Delight (2007). En ondertussen nog het extract (jaartal onbekend) en een Aqua Allegoria-versie (2009).
Nu kun je ‘ter verdediging’ aanvoeren dat Wasser voor geen van deze geuren heeft getekend. Maar tijdens zijn aantreden als nieuwe hoofdneus zal Jean-Paul Guerlain hem toch op deze succesnummers hebben gewezen, dunkt me. Hoe het ook moge zijn, Flora Cherrysia is aangenaam als je houdt van roze, licht rood fruit angehauchte geuren. Abstracte bloemnoten (denk roos, bloesemachtige nuances) worden ondergedompeld in een bad van bergamot, watermeloen (ook rood) en nashi-peer die samen een onbekommerd en vooral fris gevoel oproepen.
Typisch Guerlain in deze is de toevoeging van viooltje, die het fris-zure effect van het geheel versterkt. Vanzelfsprekend uitgeleide gedaan door witte musk ondersteund door hout.


Heftige ontwikkelingen bij Calvin Klein, tenminste als je mode-minded bent. Niet dat het ertoe doet, maar ik heb voorspeld dat, moet je nagaan, ik kan nu al niet meer op zijn naam komen, het niet zou lang uithouden als creative director bij Calvin Klein (en daarvoor niet bij Christian Dior).
Een ander aspect van Ck One Summer: de presentatie. Elke editie krijgt flacon en verpakking een speciale behandeling, die de boodschap van de limited edition een extra dimensie verleent. Dit jaar wordt de flacon ‘ondergedompeld’ in een ‘Roy Lichtenstein’-wave – ja, inderdaad die beroemde popart-kunstentaar uit de jaren zestig van de vorige eeuw. Ook arty-farty maar fun en vanzelfsprekend gepresenteerd zonder diepliggende gedachten.
Ik heb er al eerder over geschreven, namelijk de trend om vreemde kostgangers, dieren die we over het algemeen niet associëren met ‘lekkere geuren’ te vernoemen naar en/of te verwerken in composities. Er is één merk die hier – bijna – patent op heeft. Inderdaad what’s in a name: Zoologist. Dit is nou een van die nichehuizen die – gelukkig – onderkent dat het weinig zin heeft om als nieuwkomer more of the same te presenteren. Dat je je niet onderscheidt met de zoveelste variatie op jasmijn, citrus, witte bloemen, patchoeli en gaap-gaap zo maar door. Veel beter: een originele invalshoek gecombineerd met geuren die hiermee overeenstemmen. Dat wil niet zeggen dat je compositorisch per definitie andere geuren krijgt, maar wel een andere beleving waardoor je ze anders gaat appreciëren en ervaren.
Grappig genoeg is dat ook het uitgangspunt van Zoologist, want naast een eerbetoon aan dit ‘eeuwenoude ingrediënt’ eert Bat ook ‘chypre-parfums van weleer die weigerden te worden geïntimideerd door rauw, aanlokkelijk en dierlijk civet. Civet is een humeurig en complex brouwsel verweven in mysterie. Het opent met een pittig bloemakkoord, doordrongen met donkere koffietonen. Langzaam sluipt het naar voren, ontrafelt basistonen van leer, mos en vanille die zich in combinatie met kenmerkend civetnoten tot een verbijsterende, verfijnde geur met de belofte van een zwoele nachtelijke rendez-vous’.
Is de parfumwereld aan het doordraaien? Kun je een boom over opzetten of misschien wel zelfs een seminar/congres aan wijden met internationale sprekers die vanuit verschillende invalshoeken een positief toekomstperspectiefgericht licht laten schijnen, dan wel een aanzwellende, onheilspellende onweersbui laten plenzen over de toehoorders. En alles wat zich daar aan meningen tussen beweegt.
Als extraatje een très plastique armband-broche-combi die je om je pols kunt hangen of op je trui kunt spelden die je normaliter op de kermis bij de schiettent als troostprijs krijgt. Het accessoire is trouwens van een beledigende shitkwaliteit, na een paar keer ‘spelen’ begaf een, van de twee armbanden het al. Bevestigd wederom mijn vooroordeel over dit soort gratis cadeautjes bij geuren. Niet doen. Is voor mij hetzelfde dat je bij de slager gratis bearnaisesaus krijgt bij je gekochte chateaubriand. Laat maar. Gratis bestaat niet. Leuker zo het zijn wanneer het vice versa gebeurde.
Als ik goed heb geteld heeft Bond No 9 – anno 2003 – 129 geuren in zijn collectie. Ja, ik heb echt tde ijd niet, en zelfs als ik die had, om me in alle te verdiepen. Grote kans dat er een tussen zit die écht beantwoordt aan mijn voorkeur. Trouwens, ik heb geen olfactorische voorstelling van dit gedeelte van Central Park en of die anders ruikt, zou moeten ruiken dan het oostelijke of welk gedeelte van New Yorks groene long dan ook.
Beetje overdreven gesteld: zonder eau de colognes (of is het nu eaux de cologne in het Nederlands taalgebied?) kom ik de zinderende hitte van nu niet door. Trouwens ook tijdens lauwe zomers bewijzen ze me een goede dienst. Op strategische plekken staan ze in mijn tot woning omgebouwde Saksische boerderij in Drenthe klaar als ik behoefte heb aan instant-verfrissing.
Normaliter wanneer ik een geur als siroop omschrijf, bedoel ik dat negatief. Toch komt die gedachte bij Cologne Extra Vieilleook direct naar boven borrelen, maar dàn heerlijk fris zoals luchtbellen in een glas zich een weg naar de oppervlakte banen, wanneer ze worden overgoten door ijs en water.
Het fijne, of het domme zoals je wil, aan clichés: ze kloppen, bevestigen iets van wat je al vermoedde of wist. Zo’n lekkere wat geuren betreft: zon in een flacon. Rijmt ook nog eens. Wordt de laatste jaren volgens mij voornamelijk gebruikt als mensen een glas net ingeschonken rosé voor zich zien – ik ettelijke het afgelopen weekend. Zon in een andere flacon: zeker de nieuwe Blu Mediterraneo. Een aantal recente olfactorische uitstapjes langs de eilanden en de Italiaanse kustlijn van Acqua di Parma zijn aan me voorbijgegaan, maar met Chinotto di Liguria zit ik er weer middenin.
Laatste bevestigt maar weer eens dat in de parfumwereld gourmand nog steeds een van de grootste inspiratiebronnen is. Alleen zie je nu de tendens dat merken kiezen voor ‘gourmand light’. En kun je je bij sommige geuren afvragen of de link echt wel nodig is en of die zonder een bijzonder ‘niche-ingrediënt’ anders geroken zou hebben. Dat geldt dus ook voor Chinotto di Liguria.
Dit is de bedoeling van de oprichter Cindy Guillemant: ‘Moresque is de harmonieuze synthese tussen vorm en inhoud, tussen esthetiek en essentie. Gemaakt om de oude oosterse traditie van parfums met tijdloze Italiaanse stijl aan te kleden, is Moresque een eerbetoon aan de pracht van de Moorse kunst. Het is ook een lofzang op de verfijning van oriëntaalse parfums en de knowhow van ‘made in Italy’.’
Mijn eerste totaalimpressie blind geroken: een intens poederige geur – musk, vanille, en vooral tonkaboon – die in het begin een fris-prikkelend, zoet-kruidig accent heeft. Ik gok op steranijs. Sorry, een intens poederig parfum met ‘lichtvonken’, want het betreft een extract, waar je door de poederregen heen af en toe verschillende bloemen oplichten.
Dus nu valt mijn oog in het Franstalige persbericht op bij een asterix: fraction de patchouli*, ik scroll naar beneden waar in het klein geschreven staat, nu Google-vertaald: ‘Chanel had 20 jaar geleden het idee patchoeli te her-distilleren om een fractie te verkrijgen die nieuwe mogelijkheden bood die nu op grote schaal wordt gebruikt in de wereld van de parfumerie’. Maar hier zeg je heel veel en tegelijkertijd heel weinig mee. Wordt hier blanke patchoeli bedoeld, de nieuwe heldere variatie zonder de kenmerkende kamfer- en aardenoot?

Dat was een verrassing afgelopen nazomer bij de ‘portes ouvertes’ van distributeur Via K & Co in de buurt van Brussel: de ontmoeting met Bruno Truchon Bartès van La Manufacture. Twee redenen: het feit dat iemand het aandurft nóg een merk in de markt te zetten gewijd aan eau de cologne en de klassieke kwaliteit die het uitstraalt en waarmaakt.
We zien u terug na de volgende door marketing-message: ‘La Manufacture Parfums is een workshop ‘sans frontières’ voor ambachtelijke kunstenaars die grondstoffen transformeren en zich laten inspireren door kunst, emoties en persoonlijke ervaringen. Wat de geuren van La Manufacture Parfums hun elegantie en diepte geeft, is de poëzie van het verleden en de minutieuze aandacht voor de grondstoffen…
Zoals eau de colognes horen te ruiken, voor mij althans. Dus niet zoals de talloze, inmiddels van de markt verdwenen versies van Marc Jacobs of bijvoorbeeld Dior Homme Cologne (2013). Die zijn mat en tam, verkwikken niet echt. Doen die van La Manufacture wel. In een zin: klaterende frisheid op een subtiele basis van hout. En dus geen witte musk en geen calone of ander letterlijk supercool ingrediënt als finish.


Ik zag twee haaks op elkaar staande reacties op Coven op 