MITSOUKO IN OVERDRIVE?
CHYPRE HERE, CHYPRE THERE, ROJA DOVE SEEKS THEM EVERYWHERE
Jaar van lancering: 2010
Er zijn van die merken – het worden er steeds meer – waar ik niets mee heb. Wat staat me tegen? De uitstraling, de arrogantie, de exorbitante prijzen, het hoge geblaas van de parfumtoren? Van mijn kant is het geen dedain of arrogantie, maar mijn guts ‘zeggen’ mij het; zorgen ervoor dat mijn over het algemeen goedgemutste geurgemoed overslaat in parfumtoorn. Het is natuurlijk niet eerlijk, temeer omdat ik ook geen moeite – meer – neem om me in dergelijke huizen te verdiepen, om bevestigd te zien dat ik gewoon genadeloos gelijk heb – ben inmiddels dat stadium voorbij.
Soms speelt toeval een rol, waardoor ik ‘gedwongen’ wordt toch op onderzoek uit te gaan. Shit! Zoals: een vriendin van me zei onlangs dat een vriendin van haar (die ik ook ken en hoog heb zitten wat smaak betreft) in de Bijenkorf Amsterdam nu eindelijk eens een geur had gevonden die ze lekker vond. Ze had hem opgespoten en de naam vaag onthouden. Hoe duur die was dat wist ze niet. Of ik wist welke het was? Tuuuuuurlijk! Not! Na wat heen-en-weer-geapp bleek het Diaghilev van Roja Dove. De reactie van mijn vriendin – haar favoriete geur was lange tijd Annick Goutals Ce Soir ou Jamais (1999) die, by the way, op mij een behoorlijk hetero-tiserend effect had als ze’m ophad: ‘Waarom is het zo godsgruwelijk duur?’
Tja, there you’ve got me. Roja Dove is dus een van die merken uit de eerste zin. Voor mij kan het niet duur genoeg zijn, alleen laat de kwaliteit dan de doorslaggevende factor zijn bij bepaling van de prijs en níet het snobprincipe. En een geur Diaghilev noemen, vind ik nogal wat. Alhoewel, uit het lexicon van onsterfelijke kunstenaars, worden steeds vaker door jan en alleman namen geknipt, gekopieerd en geplakt op een parfumflacon om die extra klasse en cachet te geven.
Wat Diaghilev betreft: als ik zijn naam hoor moet ik direct denken aan het feit dat hij, Sergei, de toneelgordijnen van de theaters waarin zijn Les Ballets Russes tijdens het interbellum optrad, altijd besprenkelde/overgoot met Mitsouko (1919) van Guerlain. Heerlijk zo’n ‘decadent-noodzakelijk’ gebaar.
En ik was dus ook behoorlijk teleurgesteld hoe Olivier Polge Misia (2015) interpreteerde, gezien de inspiratiebron voor dit parfum. Hoe zat dat ook alweer, zie de link. Wil je meer weten over Sergei Diaghilev, lees dan het boek van Sjeng Scheijen: Sergei Diaghilev een leven voor de kunst. Waarin al lezende duidelijk wordt dat voor de echte kunstenaar het makingsproces en de creatie belangrijker zijn dan fortune & fame – iets wat door vele hedendaagse kunstenaars vaak wordt verwisseld.
Wat in ieder geval goed is aan Diaghilev: het is donker, het is broeierig, het geeft een rijk gevoel, wat dus een ‘waar-voor-je-geld’-gevoel geeft. Alleen moet het nu zó duur zijn (100ml € 990,00). Dan gaat wat mij betreft de lol ervan af. Waarom dan niet € 2000,00? Helemaal bij het zien van de presentatie. Over smaak valt – niet? – te twisten: maar een dergelijke flacon associeer ik niet met chic en klasse. Doet me eerder denken aan de ‘drie-keer-geschoten-altijd-prijs’-schiettent op de kermis. Hierdoor ben ik dubbel op mijn hoede. En ja, je mag een boek niet jugden by its cover, maar als ik de ‘vintage’-foto van Roja Dove (anno 1956) zie die op internet circuleert, dan moet ik toch lachen: alsof hij een Japans noh-masker voor zijn gezicht houdt. Toen ik dit perfecte plaatje appte aan bovengenoemde vriendin, die het een en ander over hem wou weten, zag zij dat ‘hilarische’ masker ook direct. Haar esthetisch oordeel over de flacon: ‘Ziet er inderdaad uit alsof het zo uit de fabriek komt.’
Ik meldde haar ook dat hij ooit voor Guerlain (20 jaar) heeft gewerkt – in welke hoedanigheid werd me niet duidelijk. Dus even, pfff, naar Wikipedia, die meldt dat ‘after a number of years he was given the position of global ambassador, the first non-Guerlain family member to be given the role’. Ik denk inmiddels: ‘Wie niet?’ En is dat inmiddels een aanbeveling of een contra-indicatie? Hoe het ook zij: in 2004 opende hij op de zesde verdieping van Harrods Londen Roja Dove Haute Parfumerie waar hij exclusieve merken verkoopt, en zoals dat vaker gaat, vroegen klanten waarom er geen creaties onder zijn naam werden verkocht. Zo geschiedde, de rest is …
Even door gaan met zeiken en zagen: als je de namen van zijn geuren leest, dan krijg ik het gevoel dat Dove in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw samen met Calvin Klein de tone of voice bepaalde in parfumland. Of een verzamelalbum van Madonna’s geflopte singles: Unspoken, Enslaved, Scandal (ja, de gelijknamige geur van Jean Paul Gaultier is inderdaad ook hopeloos ouderwets), Reckless, Danger, Innuendo, Mischief, Risqué. Maar nee hoor, allemaal gelanceerd na 2007 – het oprichtingsjaar van Roja Parfums. Gaap, gaap dus, en niet in the fragrance frontline wat boodschap en uitstraling betreft. Met name de geuren Bergdorf en The United Arab Emirates Spirit of the Union – maken duidelijk welke klant hij wil bedienen: the rich bitches (zowel vrouwelijk als mannelijk) die met of zonder personal shopper regelmatig on a shopping spree gaan in Bergdorf Goodman en de bewoners van The United Arab Emirates en omstreken: voor veel nichehuizen het epicentrum van hun gedroomde omzet.
WAT DIAGHILEV IK EIGENLIJK?

Natuurlijk is het een goede geur. Waarom? Omdat het op klassieke wijze de opbouw van een chypre bijna – let wel: bijna – perfect weet te kopiëren. Met andere woorden: de drie pijlers van de chypre – bergamot, eikenmos, cistus labdanum – als rijke en overvloedige ondergrond.
Roja Dove voegde toe: citroen, limoen, sinaasappel, dragon, zwarte bes, heliotroop, jasmijn, perzik, roos, tuberoos, viooltje, ylang-ylang, ambrette, benzoine, cederhout, civet, kruidnagel, komijn, guaiac, leer, musk, nootmuskaat, patchoeli, Perubalsem, sandelhout, styrax, vanille en vetiver.
Best wel veel en is daardoor volgens velen een ‘her-orkestratie’, zo niet verbeterde versie van – daar is-ie weer! – Mitsouko. Excusez moi, maar dat vind ik iets te veel eer, maar ook geen goed uitgangspunt bijvoorbeeld als verkoopargument en, laten we eerlijk zijn: moet/mag een klassieker zo behandeld worden? Riekt, meurt naar blinde arrogantie. ‘Mevrouw, mag ik u de verbeterde versie van Chanel N°5 voorstellen?’ ‘Nee, niet gemaakt door Chanel maar door een nieuw parfumhuis, WDB! – We Do Better!’
Iets anders: voor mij ontbreekt de subtiele perziknoot van Mitsouko die de chypre-diepte in a way luchtig maakt en – ‘Is het mogelijk?’ ‘Ja?’- ook diepte geeft; met andere woorden de kop met de basis in harmonie. Wat verder opvalt aan de geur: Diaghilev is helemaal anno nu door de übervolle laag die onder het geheel ligt en ook veel andere ‘pats-boem-binnen’-nicheparfums van nu kenmerkt. Een houtinjectie zwevend tussen oudh en cistus labdanum en andere harsen, met in dit geval een dierlijke touch.
Daarnaast heeft de geur iets stoffigs en oude bibliotheek (en daardoor vergane glorie in positieve zin), waardoor de associatie met oudh nog duidelijker is. Dat laatste is ook mijn bezwaar: voor een parfum van dit prijskaliber verwacht ik eigenlijk dat die deze bekende stemming/sfeer ontstijgt waardoor het een eigen parfum wordt, een klassieker van de toekomst als dat nog mogelijk is. Het komt mij te computerized over.
\Ter vergelijking, en we blijven even bij Guerlain: Quand vient la Pluie (2007). Een parfum met een duidelijk Guerlainsignatuur, maar het ontstijgt door de originele, indrukwekkende compositie waardoor het niche in de ware zin van het woord wordt: een extract dat indruk maakt door het anders zijn en daardoor in a way gedenkwaardig wordt. En dan hebben we het niet over de presentatie. Kan Roja Dove wat van opsteken.
Grappig: in zijn Chypré Extraordinaire (2018 duurder dan Diaghilev by the way), ruik ik de karakteristieke fruitnoot van Mitsouko geprononceerder; verdwijnt die niet zo snel in de rest van de overvolle compositie; krijgt tijd om te rijpen om zich langzaam maar zeker aan de – in dit geval – strakke, bijna kille-cleane houtbasis te hechten. Langer op de huid, doet het denken aan Yves Saint Laurents Yvresse (voorheen Champagne uit 1993) en dan met name de Eau Pétillante-versie die ik nergens meer (op internet) kan vinden, maar waarvan ik toch zeker een flacon heb leeggespoten.
Nóg langer huid komt Chypré Extraordinaire dicht in de buurt van het premièreparfum van Yves Saint Laurent – Y (1964). Moet wel gezegd: ondanks de talrijke ‘extra’ ingrediënten – Roja Dove grossiert in overdaad – ruik in Y (ik heb een vintage parfumextract) meer diepte, meer gelaagdheid, meer chypre.
Zou het kunnen zijn dat de kwaliteit van de ingrediënten van nu minder is dan pakweg 30/40 jaar geleden, dat de achtergang van de natuur hier een rol in speelt. Uitputting van de grond? Kunstmest versus echte bijvoorbeeld? Als een soort wraak: als jullie slecht met mij omgaan, dan lever ik ook minder kwaliteit? Of wordt er tegenwoordig gewoon meer gebruikt gemaakt van synthetische ingrediënten? Dit is geen ‘oh vroeger was alles beter’-geurgezeur, maar slechts een constatering.
En of je Roja Dove nu goed, slecht of er tussenin vindt, feit is wel dat hij toch een soort van autoriteit is geworden. ‘Mag’ je hem verkopen, dan word je als parfumerie direct een stuk serieuzer genomen en trek je een nieuwe klantenkring aan. Daarom is www.parfumaria.com ook erg blij dat ze hem sinds kort in het assortiment heeft. Als ik zin heb, ga ik binnenkort nog wat geuren van Roja Dove bespreken.


Het zal niemand verbazen, maar door de coronacrisis zit de parfumomzet in een dipje, very big dip in feite. Goed voorbeeld: Interparfums – producent van o.a. Abercrombie & Fitch, Anna Sui, Boucheron, Coach, Dunhill, Jimmy Choo, Karl Lagerfeld, Kate Spade MCM, Montblanc, Oscar de la Renta, Repetto, Van Cleef & Arpels – rapporteerde vorige week een netto-omzetdaling van 70,2 procent gedurende het tweede kwartaal van 2020. In cijfers: van 166,2 (2019) naar 49,5 miljoen dollar. De tweede kwartaal-cijfers van LVMH (o.a. Acqua di Parma, Dior, Guerlain, Francis Kurkdjian, Kenzo, Loewe) en Kering (o.a. Balenciaga, Bottega Veneta, Boucheron, Gucci, Saint Laurent) tonen dezelfde neerwaartse spiraal. Respectievelijk: een omzetdaling van 43,5 en 84 procent.
Iets anders, lees: wishful thinking. Zal deze ceisuur – ‘moeilijk’ maar chique woord voor ‘een ingrijpende wijziging in een handelwijze, ontwikkeling of proces, waardoor een bestaande situatie definitief eindigt en een nieuwe fase begint’ – een omdenken in gang zetten. Bijvoorbeeld minder geuren produceren, minder water bij de composities en meer focussen op kwaliteit. De meeste bedrijven doen alsof. Al decennia.
Cyclamen, Oeillet en Héliotrope van Gourdon A. M maken hun naam meer dan waar. Want zoveel jaar na dato (ik schat jaren zestig van de vorige eeuw) ruiken de namen naar wat je ‘verlangt’. Ik ben vooral gecharmeerd van de eerste omdat die dat mierzoete van de cyclaam in zich heeft, iets wat je tegenwoordig maar zelden ruikt, zonder gourmand te worden en toch bloemig blijft. Ze lijkt gekoppeld aan het viooltje (ook zo’n bloemetje die voordat je het weet te patisserie wordt). Mooi in balans. Ruikende aan Oeillet, geeft het gevoel alsof de anjers in de jaren dertig van de vorige eeuw zijn geplukt. Mooi die melange tussen kruidnagel en roos, en lekker vol. En Héliotrope kan de concurrentie aangaan met bijvoorbeeld de gelijknamige geur van Etro. In vergelijk glijden veel van de huidige populaire geuren – een vaker geuite klacht mijnerzijds – af naar het shampoo- en wasverzachtergehalte wat geurconcentratie en -ervaring betreft.
Lanvin: voor mij en andere parfumprofessionals en -liefhebbers een merk met een terecht klassieke status. De onzingeuren sinds de modernisering –
Er is diverse malen geprobeerd het merk nieuw leven in te blazen. Op geurengebied: vanaf 2000 zo’n 20 stuks. De meest domme, marketing technisch gezien dan: Mini Jupe (2018). Op modegebied: ik zag onlangs wat erg vermoeiende ‘neo space age’-ontwerpen voorbijkomen met een ‘echo’ van de filosofie van de ontwerper. Het deed voor mij gedateerd en tegelijkertijd derdejaars studenten modeacademie aan (zie de ‘oh-la-la’-Paris-foto).
Tijdens de oorlog schijnt ze te hebben doorgewerkt en wordt niet duidelijk – in tegenstelling tot Chanel – of ze nu goed of fout was. Na de oorlog was Dormoy wel een van de eerste couturiers die haar ontwerpen aan Amerikaanse warenhuizen wist te verkopen. In 1950 sluit ze haar business.
Een van de fijne eigenschappen van Geurengoeroe: hij past zich zo makkelijk aan de veranderende wereld. Zó fluïde – positief geïnterpreteerd. Zo glad als een aal – de negatieve blik. ‘Zal wel’ denkt hij heel vaak. Zoals bij het aantal ‘onafhankelijke’ parfumadviseurs die de klanten in de winkel en online helpen bij het vinden van het juiste parfum. Bij Skins en Galeries Printemps Parijs zag hij ooit ook zo’n hip Ipad-aangestuurd ‘Wizard of Eau’-apparaat voor weifelaars – ik weet niet of deze service nog wordt aangeboden.




Nou, nog eentje dan, maar dat dan is ook echt de aller-aller-laatste: Carven (de couturier overleed in 2015 op 105 jarige leeftijd – hoe vind je die?). Ooit klassiek vanzelfsprekende chic – Ma Griffe, Vétiver – in de jaren vijftig, zestig en zeventig. Daarna vergeten, nog verder vergeten en toen herontdekt, nieuw even ingeblazen zowel op mode- als parfumgebied – waaronder het passief-vreugdeloos herinterpreteren van haar klassiekers. Om daarnaast – hupsakee – met een sextet travel fragrances en Dans ma Bulle aansluiting te zoeken met meisjes die zich identificeren met graatmagere-verveeld kijkende NYTM-kanshebbers. Nog eentje, ik beloof het nu echt, of eerder gezegd 13. Van de hand van Céline, bedacht door Hedi Schlimane. Hoe leuk is dat (niet): gebaseerd op zijn geurherinneringen, niet die van Céline.


Op deze geur zou je bijna kunnen promoveren – want er gebeurt zoveel. Vooral ‘om’ Mémoire d’une Odeur heen en de ‘inclusieve’ ambities van Gucci die ook in deze geur geïncorporeerd zitten. En dan de presentatie. En laten we het sturende ingrediënt kamille niet vergeten. Geurengoeroe begint gewoon en ziet wel waar het eindigt.



Coty’s bezwaar kun je je wel enigszins voorstellen, met name de opening: kamille ruik je du moment je het opspuit. En dat is wennen voor de door mainstreamgeuren platgeslagen neus. Want je ondergaat een uitgesproken warme, aromatische ‘ruwe’ noot met groene en ‘stro-achtige’ nuances met een zoete hint die doet denken aan honing en stuifmeel – weeïg mag ook. Maar als de kamille is vervlogen, dan kom je terecht op bekend terrein. Morillas voegde een speciale variëteit van jasmijn toe: koraaljasmijn – ook bekend als ‘nachtjasmijn’ en ‘boom van verdriet’.

