‘When you showcase their darker and less innocent aspects, flowers can become so thrilling and beautiful, they could almost ruin you. That was the sensation I was after’. Zegt Tom Ford over zijn Jardin Noir. De derde bloem die ik ’s nachts in de door Tom Ford aangelegde tuin bezoek, is de meest toegankelijke van zijn dit najaar gelanceerde kwartet.
Logisch: de roos is wat geur betreft door zijn alomtegenwoordigheid in de parfumerie het bekendst en daardoor sneller herkenbaar en daardoor sneller geliefd. Herkenning wekt vertrouwen. Hou mensen een hyacint (Ombre de Hyacinth), een narcis (Jonquille de Nuit) en een lelie (Lys Fume) onder de neus, grote kans dat ze alleen de laatste ook direct herkennen door zijn alom-resonantie in de bloemenwinkel (en op begrafenissen).
Is vaak de snijbloem die alle andere overstemt. Café Rose is daarnaast voor mij ook het minst niche van Fords ‘nachtbloeiers’: zijn roos overrompelt niet zoals ik verwacht van, hoop van een niche-roos. Die gulle, pure zoete bloemsensatie eigen aan roos ontbreekt. En dat komt door de very fashionable behandeling die ze krijgt. Gourmand dus. En dat heb ik de laatste jaren al heel vaak geroken, met name in de masstige-sector. Kort maar krachtig: Café Rose is een mooi uitgewerkte compositie, alleen had die wat mij betreft beter in zijn gewone lijn gepast, selectief verkrijgbaar bij de parfumketens, zoals BlackOrchid (2006), White Patchouli (2008) en Noir (2012).
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Voorwaar: je ruikt roos – een ruimhartige blend van meiroos, Turkse en Bulgaarse roos – die wordt gelinkt aan een aantal ingrediënten die de laatste tijd ‘nieuw’ voor haar zijn en het in nichekringen erg goed doen: saffraan, peper (foto) en wierook. Het effect: de roos wordt anders sensueel: verliest haar onschuld, wordt stroef, alsof je tegen de vleug in van haar blaadjes strijkt, wordt pikant. Past goed bij de gourmandbasis.
Alleen ligt dat nou aan mij? Ik ruik meer cacoa dan koffie. Kan natuurlijk komen doordat koffie met behulp van de andere ingrediënten – met name zoetwarm amber – een ‘cacoa-gevoel’ geeft. Dit alles zit stevig vast in de houtnoten: sandelhout en patchoeli.
RUIK & VERGELIJK
Voor mij zweeft Café Rose tussen niche en masstige, dus bijvoorbeeld tussen:
Lekker? Vies? De combinatie – kauwgum en wierook – is in ieder geval gewaagd, leip en helemaal in lijn met de ‘onafhankelijkheidsverklaring’ van het nichehuis. Wat duidelijk wordt met art.1: ‘Door de expressievrijheid van neuzen te herstellen, eert Etat Libre Orange het individu boven de gemiddelde consument die zijn individualiteit met behulp van een uitgesproken, uitdagend parfum wil uiten. Voor hen die niet langer op willen gaan in de massa en het parfum juist als verleidingstool willen herontdekken’. De geur is gemaakt ‘voor alle madonna’s op deze wereld. Onverwacht gaan twee antagonistische geuren samen’.
Verder lezen we, leuk omschreven trouwens: ‘Heilig wierook en speels kauwgum. Een snoepachtige geur flirtend met mystieke inspiratie. Zo provocerend als een ster die kauwgom kauwt in een kerk, die speelt met kruizen en toch diep buigt voor het altaar. Als de zonde is gekleurd met erotische onschuld, voert de ondeugende sensualiteit van het kindvrouwtje de boventoon. Mannen kwijnen weg in wanhoop, het doet haar niets. Ze speelt kat en muis met ze, eet ze op en gaat door’. Aan wie doet me deze omschrijving toch denken… yep, Madonna toen ze nog in haar like a virgin-periode zat.
Etat Libre Orange mag dan het individu verheffen, in dit geval wordt die voor mij met Encens et Bubblegum beheurlijk bij de neus genomen: het is een door een niche-entourage gemaskeerde masstigegeur. Ik denk dan maar: ook veel nichemeisjes willen gewoon ruiken naar een in witte musk leeg gegooide fruitmand waar ‘voor de sier’ nog wat bloemen ronddrijven.
De geur is alleen minder zoet, minder fruitig en het (toch vergezochte) contrast tussen mierzoet kauwgum en voor velen nog steeds letterlijk adembenemende wierook, komt niet goed tot ontplooiing waardoor ik mijn vraag niet zie beantwoord: Lekker, vies? Of is Encens et Bubblegum toch gewoon lekker vies?
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Ik opteer voor het laatste. De opening is wat matter dan de gemiddelde ‘fruity white – musk- trash’-geur. Komt doordat de overdosis framboos (foto) wordt gekoppeld aan perzik die op haar beurt rust op een vanillebedje. Het heeft wel het beoogde effect: kauwgum in een notendop.
Tja, en dan de bloemen: lelietje-van-dalen en oranjebloesem. Ik ruik ze niet echt. Niet de groen-knisperende frisheid van de eerste, niet de ‘cologne-crack’ van de tweede. Het is meer een idee van bloemen en dat komt natuurlijk omdat de vanille direct aansluiting zoekt met musk in de basis. En daar moet je dus ook wierook ruiken…
Tja, ook het ‘heilige verbrande hout’ bespeur ik niet. Eerder mirre dat een meer melkachtig en poederig geurspoor verspreidt. Wat ik vaak concludeer bij masstigegeuren, doe ik nu voor het eerst bij nicheparfums: Encens et Bubblegum was beter tot zijn recht gekomen als voor betere en ‘duidelijker’ ingrediënten was gekozen.
RUIK & VERGELIJK
Het was een van de handelsmerken in de beginjaren van dit huis: het zoeken naar twee contrastrijke hoofdingrediënten die, als je goed doorruikt, het eigenlijk goed met elkaar – zouden – moeten weten te vinden. Ervaar je ook met:
Etat Libre Orange Jasmin et Cigarette (2007)
Etat Libre Orange Viergos et Toreros (2007)
Maar de geur doet me qua vreemd en bizar het meeste denken aan onderstaande. Daarvan weet ik eigenlijk ook niet of die lekker, vies, of lekker vies is:
Dit is misschien wel mijn laatste recensie, want morgen is het 21/12/12 en breekt volgens de Maja-kalender hel en verdoemenis uit. Mocht Amargeddon echt gebeuren: bedankt voor het volgen van mijn blog. Traan. Anyway, je topografische en algemene kennis neemt toe als je je laat uitnodigen door nichehuizen. Veel zetten voor je plaatsen en oorden op de kaart die je zelfs niet kent ‘van horen zeggen’. Zo ook de 22ste geur van Parfumerie Générale waarmee Pierre Guillaume tegelijkertijd zijn tienjarig jubileum viert.
22 Djhenné is niet de naam van een hippe dj in het dancecircuit zoals ik dacht, maar van Djenne. Een plaats op een eiland dat ligt in de Nijldelta in Mali. Dan weet je wel ongeveer hoe de geur moet ruiken: een groen toevluchtsoord in een tropische setting.
Maar niet heus. Volgens Guillaume is de geur meer warm, meer zon dan ‘schaduw schenkend’. Hij omschrijft die zelf als een ‘warme schaduw, een leerachtige sluier van gouden koren en mirre bescherming biedend tegen de brandende hitte door munt en sering’.
Ik las ergens op internet dat Guillaume ‘never had been there, he don’t want any comparisons with this Malian city. It’s just a metaphor. I meant a fresh accord surrounded by hot sand.’ Ik zeg dan: noem de geur dan niet zo. Maar welke naam dan? Sables. Bestaat al. Annick Goutal uit 1985. Terwijl 22 Djhenné voor mij beter zand vertolkt in een geur door het poederige en ‘korrelige’ effect. Sables soufflés…?
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
De geur gaat erg ‘lavendel’ van start. Guillaume gebruikt drie soorten: lavandine, lavande pays en lavande Barrême. Hieraan koppelt hij munt, een vijgachtige noot (stemone), alsem en oranjebloesem. Geeft een prachtig frisgroene, maar zonnige opening die samen heel vaag lijkt op galbanum. En toch kun je ze stuk voor stuk detecteren. Ook de enige bloem: sering. Fris, zwoel en zacht. Laatste twee effecten worden versterkt door een hooi- en stroachtige noot die er vanaf het begin is. Even zonnig.
Dat is volgens mij dus die nieuwe graannoot (van producent Robertet) gecombineerd met cederhout die in de basis zowel een balsemachtig (versterkt door cacoa) als een geroosterd effect heeft (versterkt door de droog-stoffige noten van komijn en karwij). Stroachtig dus. Fascinerend hoe de kruidige noten in elkaar overlopen en mooi worden opgezogen door mirre.
Samen kun je het met een beetje fantasie warm zand noemen dat door je handen glijdt. Ik noem het ‘het nieuwe poeder’ in de parfumerie in tegenstelling tot het ‘oude’. Poeder dat meestal wordt opgeroepen met een melange van musk, heliotroop en amandel. Alleen wat mij bijna ontgaat: de leernoot. Of laat ik het zo schrijven: als het warme zand heel lang op je huid kleeft, neem je vaag iets van leer waar. Alleen niet zoveel als Guillaume had beloofd.
Mooi, elegant 22 Djhenné maar ook een beetje vaag. In die zin dat je niet een duidelijk omlijnd parfum ruikt maar een aaneenschakeling van impressies
RUIK & VERGELIJK
Heb de geur niet bij de hand, maar ik op de een of andere manier moet ik heel sterk denken aan onderstaande geur waarin sering wordt gecombineerd met de geuren van een bakker die je in het voorbijgaan opsnuift…
Mocht je het nog niet weten: Olivier Durbano is een juwelier die in Parijs woont en voornamelijk werkt met halfedelstenen. Hij hecht veel aan de ‘symbolische waarde’ van deze ‘ruwe stenen’ – door velen geassocieerd met alternatief – en de veronderstelde positieve uitwerking die ze op de psyche kunnen hebben. Alternatief dus, maar dat staat al lang niet meer voor ‘slechte smaak’. Sterker, wordt door steeds meer mensen als het summum van nieuwe chic gezien – zie het succes van Aveda.
De werking van die stenen heeft hij vertaald in parfums: Bijoux de Pierres Poèmes. Mocht je het nog niet weten: quartz (kwarts) behoort tot de meest voorkomende mineralen op de aardkorst (twaalf procent van het volume – onder andere in graniet en zand). Dat verklaart dat het zowel in grote kristallen als microscopisch kleine aggregaten voorkomt: de grootste (twintig tot vijftig meter) vind je in Farm Verloren in Namibië. Mocht je het nog niet weten: dit kristal is al lang bekend: de ‘oude Grieken’ gebruikten stukken om hun handen tijdens de zomer af te koelen, de ‘oude Romeinen’ dachten dat kwarts permanent gestold water was omdat het vooral in gletsjers werd gevonden.
Als ik het goed heb begrepen, helpt rozenkwarts (quartz rose) bij verdriet en trieste gevoelens, om in het reine te komen met jezelf en de liefde, om angsten en alles wat ons tegenhoudt om liefde te vinden los te laten, om een groter saamhorigheidsgevoel met onze partner en de natuur te bewerkstelligen. Dit in aanmerking nemend, is het eigenlijk niet meer dan logisch dat Olivier Durbano in Quartz Rose de roos laat stralen. En zijn roos straalt puur, fel en geeft af en toe de indruk dat hij ondergedompeld is in een licht bad van oud. Dat is wat het begin betreft. Maar na verloop van tijd, verliest deze roos zijn ‘gedoornde’ brutaliteit, wordt zacht….
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
… zonder zijn ‘zurigheid’ te verliezen. Het mooie: het is geen uit andere ingrediënten samengestelde roos, maar een ‘pure’ roos die Olivier Durbano met behulp van andere geurstoffen op haar mooist laat bloeien. Durbano houdt van een uitgesproken roos. Het opvallende aan Quartz Rose: de flamboyante en prikkelende opening die je ook op het einde ‘stilletjes’ blijft ruiken. Je ruikt direct een zoetige roos eerst omringd bergamot en roze grapefruit.
Deze frismakers zijn in combinatie met gember zo scherp (aangenaam dat wel) dat ze voor mij de doornen van de roos symboliseren. Met een beetje een rabarber-effect. Dan heel snel een omslagpunt: de roos begint volop te bloeien. Ze verliest haar fruitig-zurige noten, wordt warmer, nog zoeter. Voor mij zoals je de roos in India ruikt: diep, vol, zacht, ‘hippie-achtig’ en rokerig tegelijkertijd.
Het geheim volgens mij: de gember die in de damascusroos zit wordt nu gelinkt aan saffraan (foto). Zacht, ‘anders’ sensueel met een gelakt effect. Dat gladde wordt versterkt door het heel duidelijk waarneembare rozenhout en palmarosa. Beide geven de roos iets houtachtig (de India-associatie). In de basis onderga je een soort van ‘oud-ervaring’ door de rijke hoeveelheid wierook en mirre die ‘behoorlijk’ sensueel worden ondersteund door ambergris, patchoeli en witte musk. Dit is een rozengeur die langt houdt en die elke rozenfanaat moet ruiken. Alleen, voor een juwelier is de presentatie wel erg pover.
Vond het, achteraf gezien, eigenlijk raar dat ik niet ben begonnen met de recensie van Mandarina in plaats van Eszencia di Higo (2006). De reden: dacht dat ik de geur niet had. Niet goed gekeken: een sample bleek per ongeluk vastgeplakt op de flacon van Aqua di Rosas (2006). Die staat eigenlijk al een tijdje bij mijn rozengeuren, maar heb er eigenlijk nooit aandacht besteed. De reden? De ‘not niche’-uitstraling terwijl het merk dat wel is. Anyway: Mandarina (is 2006 wel de juiste lanceringsdatum, of betreft het een aangepaste versie) is dus ‘in het begin’ gemaakt door Camille Sorta met het door haar zelf gekweekte fruit en bloemen in haar tuin op Ibiza.
Klinkt natuurlijk leuk en werkt nog steeds op de fantasie van veel consumenten: ‘Wist je dat ze al roerende in de eigen keuken ooit is begonnen en dat het nu overal op de wereld wordt verkocht’.
Helemaal geloven doe ik het niet. De reden? Vraag me af of alle opgevoerde ingrediënten in haar tuin daadwerkelijk bloeiden. De vruchten prima, alhoewel het wel een aantal jaren duurt eer de bomen of struiken vruchten dragen. Verbena (ijzerkruid) heeft niet veel liefde nodig. Jasmijn ook niet echt. Groeit ook ‘vanzelf’. Lelietje-van-dalen… daarvan wordt al heel lang het parfum niet meer via dierlijk vet gevangen dat het vervolgens via stoomdestillatie ‘vrijgeeft’. Wordt in parfumlaboratoria nagebootst. Maar maakt dat uit? Nee, vooral als je de geur ruikt nu. Zie ruik & vergelijk.
En Agua di Rosas is een ‘surprisingly fresh version of the classic’ die ik dus niet ken. Gemaakt door de dochter van Camille. Haar naam: Aurélie. Viel samen, zo lees ik op de homsite, met de geboorte van haar dochter Rebecca. Is ‘deeply sensual, it symbolises love, tenderness and the beauty of simple things’. Prima. Maar dan de uitsmijter: ‘It is the ultimate refuge of complex souls’. Beetje typisch deze extremen van gevoelens: intense sensualiteit versus de schoonheid zien in eenvoudige dingen en alles wat daar tussen zweeft voor de complexe zielen terwijl het een eenvoudig rozenwater is.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Dat is merkwaardig: geen verwachte mandarijnuitbarsting maar een bittergroene, beetje stroeve frisheid die direct is te herleiden tot verbena. Gaat mooi samen met mandarijn en bergamot: fruitig zoet gecombineerd met bloemig zoet. Ruik je goed door dan neem jasmijn waar, en verdomd daar komt het lelietje-van-dalen bescheiden om de hoek kijken.
Maar eigenlijk ruik ik meer: een houtige ondertoon, met name cederhout. En dat is dan weer het vreemde: www.frangrantica.com geeft als extra ingrediënten: koriander, basilicum, galbanum, amber, musk, benzoïne en cederhout. Misschien betreft het de aangepast versie. De groene kruiden: forget it. Galbanum idem. De rest weer wel. Met name de (witte) musk. Die is eigenlijk ‘best wel’ overheersend op het eind. Ik doe de geur nog één keer op om me te vergewissen of ik nu wel of niet veel mandarijn ruik… hetzelfde effect blijft bestaan: mandarijn met verbena. Op zich een originele combi… en de bloemetjes komen weer voorbij en de houtige noot en… veel witte musk.
En dan Agua de Rosas. Doet denken aan de vele luchtige variaties op Paris (1983) van Yves Saint Laurent. Dat wil zeggen: het is niet zo zeer de roos die de toon bepaalt maar de ingrediënten die haar omringen. Een roos besprenkelt met regendruppels. De roos ruik je, dat is zeker. Maar niet ‘deeply sensual’ doordat ze is omringd met frisse en luchtige noten. Ruik je vanaf de eerste spray: bergamot, mandarijn en appelbloesem zorgen voor een onschuldig voorjaarsgevoel. In het hart gaat de roos bloeien, maar ze wordt begeleid door frisse bloemen (fresia), zachte (magnolia), zoete (viooltje), kruidige (anjer) en sensuele (ylang-ylang) in de basis zacht-sensueel gemaakt door musk, mos en sandelhout. Maar of je dit nu echt niche moeten noemen… ik weet het niet.
RUIK & VERGELIJK
Mandarijn ruik je ook goed, zo niet beter in:
Serge Lutens Mandarine Mandarin (2006)
Guerlain – Aqua Allegoria – Mandarin & Basilic (2007)
Donna Karan Mandarin Neroli (2012)
En dan een roos als een water, als een rozenwater:
EEN NIEUW ‘MANYVESTO’ VOOR DE YVES SAINT LAURENT-VROUW
Jaar van lancering: 2012
Laatst aangepast: 15/12/12
Neus: Anne Flipo, Loc Dong
Model: Jessica Chastain (en Sergio Múñiz)
Concept & realisatie: Nicolas Winding Refn
‘Geurengoeroe wat waren de eerste gedachten toen je hoorde dat dit nieuwe geur van Yves Saint Laurent was?’ Hij antwoordde: ‘Kan niet anders, aan de eerste in 1999 met veel bombarie gelanceerde geur van The House of Issabella Rosselini’. ‘En toen je de flacon zag?’ Hij antwoordde: ‘Let wel, op de een of andere manier aan Woman van Gianni Versace uit 2000’. ‘En de campagne?’ ‘Bestond er al een nagellaklijn met de naam Manifesto bij Yves Saint Laurent?’ ‘De geur zelf?’ ‘Ik ben verbaasd door het direct-effect; je zit er direct in, maar het verbaast me nog meer dat de parfumindustrie denkt dat de vrouw in de straat nog steeds verleid wil worden met gourmandgeuren.
‘Verder nog iets?’ ‘Hoe gaat het eigenlijk met Saharienne (2010) – dat vond ik qua naam en flacon zo duidelijk in lijn met de codes van het voormalige couturehuis’. ‘En je latere gedachten?’ ‘Hoe komt het toch dat veel geuren worden gelinkt aan moderne kunst? Zou het omdat veel parfumpresentaties in musea en galeries plaatsvinden? Dat de marketeers dan denken dat deze veronderstelde exclusieve wereld voor veel vrouwen (en mannen) een hoog aspiratieniveau heeft. Het summum van chic: entre nous met een glaasje genieten in bijzijn van de kunstenaar hoe hij op het idee gekomen is en wat de exacte symboliek is’.
Was de vrouw van Elle (2007) een galeriehoudster, de vrouw van Manifesto is zelf kunstenaar. Ze schildert en doet het niet met penseel, maar met het hele lichaam in het bijzonder met haar handen. Haar ‘stijl’: een beetje zwevend tussen Yves Klein en James Pollock. Vervolgens komen we in een andere chique wereld terecht – die van veilinghuizen. Ze moet wel heel erg populair zijn als kunstenaar.
Er wordt namelijk op een werk van haar geboden. Met name door een jongeman (Sergio Múñiz) die wel heel erg blijft hangen in zijn ‘rol’ van knap model met cliché killerlook. En dan verschijnt de kunstenaar zelf. Er is direct oogcontact tussen deze twee hoofdrolspelers. Múñiz moet naar adem happen. De rest ook. En wat doet ze: ze koopt zelf het werk. Múñiz is hiervan zo onder de indruk… ze ontmoeten elkaar nadien… terwijl de voice over de slogan zegt ‘Daring is an art’. Daring… was dat ook niet de naam van de tweede geur van Rossellini uit 2004…
Een terzijde: de geur staat symbool zoals Yves Saint Laurent de vrouw zag en waaraan hij zeker heeft meegedragen. Dus: onafhankelijk, vrouwelijkheid, onconventioneel, vrijgevochten, zonder beperkingen. Zowel in gedrag als gedachten. Dus: heel erg fijn, inmiddels heel erg cliché…
Een terzijde: de geur is nog bedacht voor Hedi Schlimane, de nieuwe creatief directeur van het huis, zijn intrede deed. Hij heeft ‘ons’ een breuk met het verleden opgelegd. Door hem is het niet meer ‘all about Yves’. De oprichter wordt losgekoppeld aan van het huis. We spreken nu van Maison Saint Laurent. Gaat dat ook voor de geuren gelden? Hoe lang houdt het stand? Tot Schlimane’s opvolger zie aandient? Tip voor L’Oréal (eigenaar) of Schlimane (als die zich gaat bemoeien met de geuren). Noem hem Maison Saint Laurent. En duik voor de inhoud de archieven in. Daar liggen nog twee parfumschatten: Eau Libre (1975) en Maison Couture (1994) dat in kleine oplage verscheen ter gelegenheid van zijn dertigste verjaardag als parfumeur.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Maar het gaat natuurlijk niet alleen om marketing. Manifesto zelf moet ook nog wat te zeggen hebben. In het interview met de twee neuzen, zeggen die dat ze alle facetten van de Yves Saint Laurent-vrouw in ingrediënten hebben vertaald. Vreemd alleen dat Anne Flipo het heeft over ‘the unusual choice of ingredients’. Want dat zijn de – in order of appearance – groene noten, bergamot, zwarte bes, lelietje-van-dalen, jasmijn, ceder- en sandelhout, vanille en tonkaboon dus bepaald niet.
En dat ruik je ook: het is au fond een ‘gevanilliseerde’ jasmijn waardoor Manifesto een duidelijke amberachtige gourmandfinish heeft. Het parfum is wel heel erg nu, goes with the flow in plaats van dat het manifesteert wat de ambassadrice in feite vertegenwoordigt: onconventionele chic. Opvallend inderdaad: het direct-effect door frisse opening van ruik je de zoete basis al. De groene noten en lelietjes-van-dalen geven de jasmijn eerst een frisgroene omlijsting en daarna zorgt de basis daarna ervoor dat de jasmijn zacht en zwoel wordt, maar niet die dierlijke noot (iets wat de neuzen wel beweren).
RUIK & VERGELIJK
Het probleem met Manifesto: ontegenzeggelijk aangenaam. Maar niet verrassend. Van dit soort soft flower gourmand zijn er de afgelopen jaren heel wat verschenen. Daarnaast mist het voor de dramatische impact en eigenzinnigheid al die andere Yves Saint Laurent-parfums die ook stuk voor stuk de bevrijde vrouw hoog in het vaandel hadden staan. De luchtige chypre-chic, de transparante ongedwongen bloemigheid, de wulpse weelde, de neoromantiek, de fruitige sprankeling, de ‘mannelijke’ rokerigheid en de koppige bloemigheid van respectievelijk:
Yves Saint Laurent – La Collection – Y (1964, 2011)
Yves Saint Laurent Rive Gauche (1971)
Yves Saint Laurent Opium (1977)
Yves Saint Laurent Paris (1983)
Yves Saint Laurent – La Collection – Yvresse (1983, 2011)
Yves Saint Laurent – La Collection – Nu (2001, 2011)
Voor ik verder ga: een topper zoals alle Parfum d’Empire-geuren. Dit las ik in een oud, bewaard persbericht: ‘Aziyadé siddert als de smaak van culturele rijkdom die hand in had gaat met luxe, extase, overvloed en overzadigbare erotiek. Fruit leidt naar de nacht waarin alles mogelijk is. De meest verfijnde kruiden werken lustopwekkend als een mystieke en fysieke zoektocht tot in alle uithoeken, vervult ons met sensualiteit, dompelt ons onder in de zwoele ambiance van het feest: patchoeli, ontvlamt op magische wijze sensuele driften, vanille wasemt wellustig haar tanige parfum, terwijl wierook neervalt uit het oosterse paleis en ons onderdompelt in de heilige dronkenschap van liefde’. Tjonge, wat heerlijk krom, prachtig slecht vertaald – ‘oververzadigbare’. Ik was dus benieuwd en ging verder zoeken. Wat blijkt? Het is de naam van een boek van Pierre Loti (zie foto onderaan) meer bekend als Constantinople.
Een semi-autobiografisch relaas (uitgegeven in 1879) op basis van dagboeknotities van deze schrijver die als officier was gestationeerd in Griekenland en het toen nog bestaande Ottomaanse rijk tijdens de herfst en winter van 1876. Wat komen we te weten? Over de verboden liefde van de schrijver voor de achttienjarige Aziyadé die ‘leeft’ in een harem en daarnaast verhaalt over zijn vriendschap met zijn Spaanse hulp Solomon. Maar de laatste is just a side kick voor Marc-Antone Corticchiato, waar het hem om gaat is de liefde, passie, extase en erotiek die deze verboden liefde bij hem wist op te roepen.
Checking facts just for the fun: de schrijver is geboren in 1850, dus het betrof een echte, gezonde verliefdheid en hij kon er nog jaren van nagenieten want hij overleed in 1923. Grappig om te lezen is dat zijn eenvoudige, impressionistische aandoende stijl door critici niet echt als fantasievol werd gezien: de intrige komt vaak niet verder dan een liefde tussen een zeeofficier en een uitheemse schone. Zou Henk van der Meyden eens moeten vermusicalen. Wordt een geheid succes.
In Frankrijk geldt hij in literaire kringen toch nog steeds als quasi belangrijk. Niet in het minst omdat hij in 1893 werd verkozen tot lid van de Académie française. En is hij in niet-literaire kringen bekend door het feit dat hij zijn familiehuis in Rochefort ombouwde tot een oriëntaals paleis (zie foto) dat door de Franse overheid officieel is verklaard tot belangrijk historisch monument toegankelijk voor iedereen die het wil zien. Misschien heeft Marc-Antone Corticchiato niet alleen het boek gelezen, maar heeft hij ook door dit oosterse sprookje gehuisvest in een Franse setting, gewandeld en is geïnspireerd geraakt voor Aziyadé.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Wat ik niet vermeld zie, maar in de opening ruik: een bries van aldehyden die het gedroogde fruit – granaatappel, sinaasappel, pruim – prachtig begeleiden. Dat gedroogd moet je niet letterlijk nemen. Het zijn de kruiden die de fruitzoetheid (van met name de pruim) temperen. Maar wat ruik je de kardemon, komijn en gember goed. Apart én samen. Een poederachtige, ‘droge’ en elegante sluier waaruit het kaneel samen met amandel de overhand krijgt die mooi opgaat in de door alles heen kringelende wierook. Het vormt de verbinding tussen de opening en de intense patchoeli-basis die een sensuele injectie krijgt van een klein beetje tonkaboon, iets meer vanille, meer musk en nog meer cistus labdanum.
Het is alsof je over een Arabische souk loopt en telkens denkt: ‘Oh, dat kruid moet ik ook niet vergeten te kopen, en waar is dat stalletje met dat gekonfijte fruit ook al weer?’ Door dit alles heeft Aziyadé een sterke Serge Lutens-link. Sterker, het zou een geur van hem kunnen zijn. Wat ik door deze echte ‘spicebomb’ pas heel laat ruik: de roos, maar die lijkt alle kruidige zoetigheid in zich op te zuigen en wordt een woestijnroos waar de chergui over heen waait.
Ook knap: de kans is groot dat je met een dergelijke hoeveelheid kruidige exotiek het effect van een Dyptique-geurkaars oproept en dat gebeurt dus niet. Aziyadé blijft een echt huidparfum en een die echt ‘westers’ androgyn is (ik heb al anderhalf flacon ‘in de loop der jaren’ verbruikt) door de ‘neutrale’ behandeling van de ingrediënten.
RUIK & VERGELIJK
Meng onderstaande geuren en je komt heel dicht in de buurt van Aziyadé
Nee, dit is geen vergissing: Lavande 44 is niet van Le Labo, maar vormt met Rose Ishtar en Ambre Loup onderdeel van het premièretrio van Rania Jouaneh. Waar staat het nummer voor? Wordt niet vermeld. Maakt de geur niet interessanter, eerder moeilijker, moeilijkdoenerij en: al zo vaak gedaan. Misschien woonde ze als kind op dit nummer, misschien is het haar leeftijd…
Eerlijk gezegd: geen zin om Rania te mailen om er het fijne van te weten. Als ik het zou doen, dan zou ik vragen hoe ze het voor elkaar krijgt om honderd procent natuurlijke ingrediënten parfums te maken die verfijning en diepgang hebben – zie over het hoe waarom van dit merk mijn beschrijving van Rose Ishtar. Want gewoonlijk zijn daar synthetische werkstoffen voor verantwoordelijk: die vormen het geraamte waardoor natuurlijke ingrediënten zich beter kunnen ontplooien, zich beter met elkaar kunnen verstaan.
Weet niet hoe het komt, maar ik heb niet zoveel met lavendel. Zou ik het op onbewust niveau associëren met pesterijen en trauma’s uit mijn jeugd… (grapje). Dat is een ding. Ten tweede: hoe mooi je lavendel ook behandelt, lavendel blijft vaak lavendel. Zonnig, zacht, zoet met die ‘over all’ frisgewassen indruk – lavendel komt van het Romeinse lavare – wassen dus. Als onderdeel van een parfum, kan het een prachtig effect hebben. Ruik maar eens aan Jicky (1889) van Guerlain uit 1889 en (als je het nog ergens kunt vinden) aan Chamarré uit 2009 van Mona di Orio.
Maar met Lavande 44 lijk ik mij gewonnen te geven. Gaat echt onbewust. Mijn verstand zegt ‘Nee, weg ermee’, mijn mind voelt zich er tot toe aan getrokken. Ik ben verbaasd over het effect en dat neemt toe als ik me weer realiseer dat de geur honderd procent natuurlijk is. Durf het bijna niet te zeggen: dit is een lavendel die ik zo maar zou kunnen gaan dragen. Al was het alleen maar om te genieten van die…
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
… prachtige opening. Ik ruik aarde, iets zuurs dat lijkt op rabarber, iets groen, vervolgens iets mineraalachtig… Kan dit allemaal in lavendel zitten? Of heeft Rania toch iets toegevoegd? Of is het de combinatie van met het aardse vetiver en ‘vochtige’ patchoeli? Ook eigenaardig… je kunt naast deze eerste rijke kennismaking de ingrediënten heel goed gescheiden blijven ruiken.
Zelfs als de zoete verleider zich er in mengt: tonkaboon. En die is heel rijk geschakeerd: warm, rumachtig en gloedvol. Kortom, ik ben over mijn eerste bezwaar (zie begin bespreking Rose Ishtar) heen gestapt. Rania j. is een verrijking voor de branche. Ben benieuwd naar de ambergeur.
Als je een geur van haar koopt – in de Benelux verkrijgbaar bij http://www.parfumaria.com – verricht je indirect een goede daad. Want één procent van de jaarlijkse opbrengst maakt ze over naar de organisatie (in San Francisco) 1% percent for the planet. Het financiert projecten die zich inzetten voor het behoudt van het ecologisch evenwicht en biodiversiteit van de aarde.
RUIK & VERGELIJK
Nog twee geuren die lavendel een nichebehandeling geven:
OFWEL: ORANJEBLOESEMGEUR DIE ZICH ‘TUBEROOS’ NOEMT
Jaar van lancering: 2006
Laatst aangepast: 11/12/12
Neus: Alberto Morillas
Concept & realisatie: Fabrice Penot, Eddie Roschi
Hoeveel pure tuberoosgeuren zijn er? Te veel (om op te noemen). Hoe zorg je er dan voor dat jouw tuberoos opvalt? Een mogelijkheid bedacht door Le Labo: door die te koop aan te bieden op slechts één plek. In dit geval New York. Fijn voor jullie ‘big appelers’. En voor de parfumpechvogels onder ons: die moeten echt wild gek zijn op tuberoosgeuren om speciaal een trip naar New York te plannen (maar niet heus).
Daar staat dan weer tegenover dat Le Labo Aldehyde 44 (2006) alleen voor Dallas maakte, Vanille 44 (2007) voor Parijs, Poivre 23 (2008) voor Londen, Musc 25 (idem) voor Los Angeles, Gaiac 10 (idem) voor Tokio en Baie Rose 26 (idem) voor Chicago. En, een zijspoor, wanneer is Amsterdam of Brussel aan de beurt?
Maar hoe komt Maria van Geuren dan aan dat testertje dat ze me onlangs gaf? Ze heeft bij mijn weten niet onlangs een transcontinentale vlucht geboekt. Maar een gewaarschuwd tuberoos-addict telt voor twee, want ik zeg: ga niet naar New York. Want, hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat je een geur Tubereuse 40 (het getal slaat op het aantal gebruikte ingrediënten – de filosofie van Le Labo om dat te vermelden) noemt, terwijl je haar nauwelijks ruikt. Sterker: ik ruik deze ‘g-spot-bloem’ in geen velden of wegen. Maar misschien is dat de grap. En ruiken Vanille 44, Poivre 23 en Musc 25 (nog niet getest) respectievelijk misschien wel naar cistus labdanum, iris en heliotroop.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Volgende vraag. Hoeveel pure oranjebloesemgeuren zijn er? Te veel (om op te noemen). Want dat is wat ik ruik in de opening die verdomde lang duurt vooral als je op tuberoos zit te wachten: oranjebloesem, oranjebloesem, oranjebloesem. Petitgrain, petitgrain, petitgrain. Neroli, neroli, neroli (voor alle drie zie tekening). En behoorlijk scherp (met dank aan rozemarijn, mooi detail dat wel) als een ouderwetse citruscologne. Wordt nog eens versterkt door citroen en mandarijn. ‘Hé geile tuberoos, waar blijf je?’ Maar dat is dus bedoeling, want ik lees op de site dat deze frisse opening een ‘surprising eau de cologne-effect’ heeft, ‘pure well-being’. En dan als het goed is ‘Tubereuse 40 then slowly develops to the woody, white floral heart that gives it unique character and comfort’.
Met andere woorden in het hart mimosa, roos en jasmijn waar de tuberoos het uiteindelijk voor het zeggen krijgt. Ik zeg nog een keer: ‘Hé geile tuberoos waar blijf je?’ Ik heb de geur nu vier maal getest… en telkens blijft de colognenoot omnipresent, omnipersistent. Ik wou dat ik de mimosa in harmonie met roos en jasmijn rook.
Not. Ik ruik witte bloemen, maar dat is oranjebloesem ook. In de basis is het de bedoeling dat ceder- en sandelhout unisono meezingen met eikenmos, diverse musksoorten en ambrette om je in ‘rockstemming’ te brengen van intensiteit, puurheid en zuiver plezier. Ja, er treedt een zekere ‘verhouting’ en verzachting op. Maar… geen tuberoos. Voor mij blijft de knisperende, schurende sensatie van een pure neroli-cologne overheersen. Niets mis mee. Noem het alleen geen Tubereuse 40, maar Agrumes 100.
RUIK & VERGELIJK
Laat je niet misleiden. Je hoeft als niche-neuroot niet naar New York voor een puur tuberoosparfum. De fans weten het al: er is altijd Fracas (1949) van Robert Piguet. En qua hip en niche: Parfums Générale en Histoires de Parfums kunnen er ook wat van. En wat verfrissende oranjebloesemnerolipetitgrain-colognesensatie in eau de parfum-concentratie betreft: onderstaande lijkt als twee druppels water op Tubereuse 40:
Tom Ford – Private Blend – Neroli Portefino (2007)
Wist je dat Estée Lauder een van de eersten was die de Middellandse Zee in een parfumflacon heeft gevangen? Met Azurée uit 1969. Wordt beschouwd als de vrouwelijke tegenhanger van haar eerste mannengeur Aramis (1964), nu verkocht als Classic. Wist je dat ze vervolgens ook een première had door het gebied olfactorisch in kaart brengen dat aan de basis lag van de renaissance.
Ze deed het wel via een omweg met haar mannenmerk Aramis: Tuscany per Uomo. Wist je eigenlijk hoe goed en degelijk de geur is? Er is niets ‘on-snobby’ om die nu (nog steeds) te dragen. De geur vormt sinds 2009 onderdeel van The Gentleman’s Collection: succesvolle Aramis-geuren gebottled in het kader van de vintage-trend. Moet op zich ‘best wel’ wennen zijn geweest voor Amerika – toen nog de belangrijkste afzetmarkt van Aramis.
Want om het die extra Italiaanse toets te geven, was het niet bestemd ‘for men’ maar ‘per uomo’. Gold trouwens voor de hele campagne: een visualisatie van hoe Amerika dat ver gelegen gebied met zijn tot de verbeelding sprekende rijke geschiedenis zag. Een ansichtkaart vol zomerse groeten. Met de geur zit je direct in het hart de Toscane door zijn frisse, groene en houtige noten met zalvende nasleep.
De geur sloeg aan met het gevolg dat in 1992 voor het eerst ook een vrouwelijke variant werd gelanceerd: Tuscany per Donna en twee jaar later een intense versie voor hem: Tuscany per Uomo Forte.
Tuscany per Uomo is een typische jaren tachtig-geur van Aramis: het vormt, gelijk Portos (1985) de mild-kruidige overgang van het krachtige kruidige Classic naar de meer ozon en oceaanachtige geuren van de jaren negentig (Havana uit 1995 uitgezonderd) die resulteerden in lichtere en zonnige variaties op Classic zoals Cracked Iced Cologne (1991) en Aramis Cool (2003) uitmondend in Life (idem).
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Let wel Tuscany per Uomois een echte mannengeur. Maar minder overdonderend dan de krachtige aromatische varengeuren die hem voorgingen. Zoals de klassiekers Pour Homme van Van Cleef & Arpels (1978), Azzaro’s Pour Homme (idem) en for that matter Kouros van Yves Saint Laurent (1981). Moet ook wel. Anders vernoem je een geur niet naar Toscane. Er wordt subtieler met de noten gespeeld.
De helaas onbekende neus geeft roept prachtig het beeld op van een wandeling door het Toscaanse landschap. Je ziet de pijnbomen voor je, je hoort de krekels tjirpen, leeuweriken hoog aan de wolkeloze hemel zingen. Maar vooral ruik je de kruiden verwarmd door de zon, klaar om geoogst te worden.
Eerst een fris-scherpe wind die komt vanuit de Middellandse Zee: limoen, citroen en bergamot. Maar niet te scherp doordat ze worden begeleid door lavendel.
Deze wind blijft lang waaien voor ze de door oranjebloesem omringde kruidentuin bereiken: basilicum, karwei, dragon (foto) en anijs. Mooi om te ruiken hoe het groene samengaat met lavendel en oranjebloesem, en hoe anijs de zoete lavendelnoot versterkt. En daar tussen kringelt kaneel. Maar het zijn geen losgetrokken kruiden, ze blijven vast in de grond zitten. De basis dus. En die is vol houttonen: sandelhout, patchoeli en mos zacht gemaakt, als beschenen door de zon, met tonkaboon en leer. Als de geur vol op de huid zit, valt op hoe lang de groen-kruidige noot present blijft.
RUIK & VERGELIJK
Verscheen wat eerder en was meer gericht op een denkbeeldig verblijf in de bossen van Amerika, maar het is een soort voorbode van Tuscany per Uomo:
Aramis – The Gentleman’s Collection – Devin (1977/2009)