De overeenkomst tussen de marketing van een high end geur en een sollicitatie? Beide maken de beloftes meestal niet waar. Er wordt een beetje gespeeld (of is het gesjoemeld?) met ‘de waarheid’ en kwalificaties worden overdreven waardoor beide zich beter voordoen dan ze ‘in werkelijkheid’ zijn. Is dat erg? Nou, nee, want ‘iedereen’ doet het toch? Zegt men. Met die kennis indachtig, bekijk je alles met het ouder worden met een zekere reserve.
Waarom gebruik ik deze bespiegeling met betrekking tot de nieuwe Burberry, Hero? Nou, omdat de eau de parfum-versie (2022) zich voor mijn gevoel voordoet als een eau de toilette (2021), maar – en dat is dan weer sort of gunstig – ik bij de eau de toilette-versie juist het omgekeerde heb. Én omdat de compositie – opgebouwd rondom drie soorten cederhout – nogal eenvoudig en daardoor saai is, terwijl de boodschap ‘de traditionele stereotypen van mannelijkheid uitdaagt’. En als je dat vermogen in je hebt dan ben je een held – maar dat ben je tegenwoordig ook al als je een ‘best wel oud ogend’ iemand de straat over helpt.
Let wel: cederhout is een prachtingrediënt. Het kan zo elegant verschillende ingrediënten in zich opzuigen, en is ‘van zichzelf’ ook aangenaam: door de zon uitgedroogd hout met een lichte sensueel-warme ondertoon, denk het slijpen van een Caran d’Ache-potlood.
Ik weet niet of deze wel heel erg less is more-visie ten opzichte van de geur in lijn is met de huidige modestijl van het merk. Wat ik wel heb opgepikt is dat Riccardo Tisci – na vier jaar afgelopen september ingeruild door Daniel Lee, de nog maar net bij Bottega Veneta begonnen ontwerper met meer veronderstelde feel met de Tiktok-generatie, de doelgroep van nu waar Burberry op inzet.
Die Tisci dus, zou zich intensief met de totstandkoming van de geur hebben bemoeid. Tuurlijk. Zal wel. Zeggen ze allemaal. Mocht het dan toch zo zijn, dan is het alleen de keuze van het model – Adam Driver – en de sfeer geweest volgens mij. Ik zie de vergaderingen voor me. ‘Welke (just a tiny bit gay-ish) ambassadeur voor Hero moeten we kiezen. Riccardo? Difficult, difficult’. Terwijl het creatieve team wacht op marketing die de filosofie zal toelichten: ‘Hi Riccardo, listen, het idee is dat we een paard en een man samenbrengen om een moderne mythe te creëren in een ontzagwekkend landschap, en ondertussen onderzoeken we de codes van dualiteit en de kracht van het dierenrijk’.
Moet gezegd: het ‘afwijkend knappe’ – de maat der dingen in de modellenwereld op dit moment – model Adam Driver – is mooi of, zoals je wilt, best wel sensueel, of zoals je wilt best wel geil. En het totaalplaatje is eveneens less is more: wilde man, wild paard, wilde zee.
Alleen wordt er een big mistake gemaakt voor mijn gevoel als je kijkt: ik ruik dan eerder denkbeeldig een marinegeur – beetje ziltig, beetje rozemarijnachtig, beetje aangespoeld hout; een soort Cool WaterGeneration Next. Maar geen simpel houtgeurtje. Dán denk je toch eerder aan ‘ongerepte cederwouden’ waar ook paarden kunnen ronddraven, gemend door dezelfde stoer-geile, not-classic beauty.
Ik las van Hero een doeltreffend-korte omschrijving op www.colognoisseur.com: ‘Very office-appropriate, off-the-shelf done right’, maar ook ‘very unexciting’ en ‘olfactory prefab’. Natuurlijk staan hier honderden positieve reviews tegenover – ga naar Youtube for that matter. Maar dat neemt niet mijn bezwaren weg: ook al neem je vier soorten cederhout en je voegt een aantal smaakmakers toe – zwarte peper, bergamot, dennennaald, wierook, benzoïne -, als je dan in the end alleen maar Caran d’Ache blijft ruiken – dan ervaar je toch een teleurstelling. Die bij mij alleen maar groter werd toen ik aan mijn ‘Mottenvanger van Hamelen’-flesje rook: Ceder – dat is Hero zonder toeters en bellers als etherische olie. Even saai of zoals je wilt even lekker.
12 Noir Absolu Collection Prestige van JC Parfums is een treffend voorbeeld van hoe ‘echte niche’ steeds moeilijker te onderscheiden lijkt van ‘nepniche’. I love it, want het onderstreept des te meer dat ‘alles’ waar niche zich op beroept – exclusiviteit en allerbeste kwaliteit van ingrediënten en eigenzinnige en gewaagde composities – eigenlijk marketingonzin is. Maar wel een zeer goed geslaagde. Chapeau!
De ‘kenners’ moeten misschien denken aan La Collection Privée van Christian Dior – ik in ieder geval. Hoewel je je natuurlijk kunt afvragen of La Collection Privée wel ‘echte niche’ is, hebben beide merken dezelfde uitstraling. Want hoewel de een zwart, de ander wit gepresenteerd, is de etikettering, omdoos, gewicht van de flacon en dop, en presentatie bijna een laken van hetzelfde pak.
En de geur dan? Flauw (of niet) om te zeggen, maar blind geroken zou ik er – ik gebruik deze omschrijving niet graag in verband met geur, maar het is het eerste wat in me opkwam – in zijn gestonken; ‘Niche!” 12 Noir Absolu is warm, vol, gul en schommelt olfactorisch tussen Ambre Nuit en Patchouly Impérial met een vleugje Oud Isaphan.
Het verhaal achter de geur, klinkt wat vreemd en af en toe onbedoeld grappig, maar dat ligt hoogstwaarschijnlijk aan de vertaling: ‘Dit metaforische sap dompelt je onder in een onverwacht en vreemd concentraat van donkere bossen en witte bloemen. Deze geuren stuwen je soms op een reis naar de donkerste bossen met patchoeli, agarhout, dierlijk hout, zwarte bes, soms in een reis onberispelijk door jasmijn en narcissen. Het hele gebeuren is absoluut verontrustend tot het punt dat het bijna onwerkelijk wordt’. Let op het gebruik van soms.
De opgegeven ingrediënten. Top: zwarte bessensiroop, aquatische noten, hart: cyclaam, narcis, sambacjasmijn, roos, en basis; oud, patchoeli, wierook en benzoïne.
Eerlijk gezegd: het komt er allemaal niet uit wat erin zit. Aan de opening ontbreekt de sprankeling die deze twee kunnen oproepen met name als je zwarte bes onderdompelt in waternoten. Mijn maat der dingen wat frisse zwarte bes betreft: Hermès’ Amazone Eau Fraîcheur. Gebeurt niet.
Het hart is echt ‘spannend’ door de originele combi van (het weinig) gebruikte cyclaam en (dito) narcis. Ik ruik het alleen niet echt. Dus geen patsboem-effect van mierzoete cyclaam (think pink) en supergele, supergeile narcis. Samen moet dat iets ‘meeslepends sensueels’ opleveren. Gebeurt niet echt.
Dat komt voor een groot gedeelte op conto van de basis. De ingrediënten daarvan lijken overgedoseerd waardoor je er als het ware direct mee in aanraking komt, zonder opening en hart mee te krijgen. Dat is vaak de makke met oud-angehauchte geuren, de basis eist te snel de aandacht op.
Maar dat zullen waarschijnlijk – hier volgt een vooroordeel – de meeste gebruikers juist prettig vinden. Die zitten niet echt te wachten op – hier volgt er nog een – een bedwelmende ontmoeting tussen cyclaam en narcis. Wel op een gulle en krachtige geur – en nog een – en dat wordt tegenwoordig geassocieerd met niche.
Laten we de boel eens omdraaien: wat zou Dior gedaan hebben met deze ingrediënten? Ik vermoed en ik hoop dat het een verzwelgende bloemengeur zou zijn geworden gesmoord door oriëntaals hout. Nog iets: ik denk ook niet dat de liefhebber van La Collection Privée op zoek is naar JC Parfums. Andersom wel. Of is dit ook een vooroordeel?
Lees net dat 12 Noir Absolu is ‘ontleend’ aan Matière Noire van Louis Vuitton. Interessant. Gemaakt door Jacques Cavallier. Nu denk ik dat ik mijn gewenste verzwelgende bloemengeur aangereikt zal krijgen.
OVER WIKIPARFUM, TE VEEL PARFUMS EN TE VEEL PARFUMS
VRIENDELIJKE, PRETTIGE & VOORSPELBARE Oud
Wikiparfum
Ik overweeg het al langer, maar na het doorscrollen van een recente nieuwe infosite die op mijn tijdlijn verscheen – www.wikiparfum.com in samenwerking met Michael Edwards en zo’n beetje alle geurproducenten: van Givaudan tot Takasago – wordt de gedachte sterker: stoppen met www.geurengoeroe.com.
Óf anders alleen nog maar ontwikkelingen en geuren bespreken die echt interessant zijn in (en voor) de wereld van parfums. Want dat die is doorgedraaid (Wikiparfum heeft, alsublieftdankuwel, bijna 20.000 geuren in zijn bestand) staat al langer vast.
Niet de eerste keer dat ik hierover geurzeur. Mag het allemaal – vul in wat je gevoel je ingeeft – een ietsiepietsie, een beetje, heel veel minder worden? Zelfreflectie – wat pietluttige ‘eco’-initiatieven daargelaten – is een deugd die de parfumindustrie vreemd is, of het moet een van de talloze karaktertrekken zijn betreffende de doelgroep voor een nieuwe geur – Calvin Klein of zo.
En om op deze parfumproductie in overdrive alleen maar cynisch commentaar te geven – ook zo makkelijk. De kans daarop wordt trouwens wel steeds groter. Ik was het van plan bij de nieuwste geur van Mona di Orio: Domaine. Tien jaar geleden zou ik onder de indruk zijn geweest, maar nu denk ik: ‘Nóg een lelietje-van-dalen-geur!’ Zal die echt een nieuw licht laten schijn op dit blommeke zo tere, kleine en fijne? Kan me het haast niet indenken; ben ook te lui om me er verder in te verdiepen.
Wat Wikiparfum betreft en de overweging tot stoppen: daar worden veel merken genoemd waarvan ik nog nooit gehoord heb. Moet ik me dan als insider echt zorgen maken? De site leeft gelukkig wel mee met ‘mijn’ twijfel. Ik hou er niet van, maar vooruit, ik laat een ‘persoonlijk’ geurprofiel opstellen. Een paar vraagjes. Favoriete parfum: Nuit Noire Mona di Orio. Nog een: Bandit Robert Piguet. Hun – waarschijnlijk door AI aangedreven – conclusie: ‘You love perfumes of the oriental and leather families. You also love nuances of the floral and woody subfamilies’. Nou, dan heb je bijna het hele spectrum te pakken.
Re-lelietje-van-dalen
De parfums die ze me aanraden: Benjoin 19 Le Labo en Leather Copper Lalique. Grappig: met beide merken heb ik niets (meer). Le Labo met zijn nep-exclusivisme en Lalique die lanceert gewoon too much. Speaking of which: bij Encre Noire Sport ontplofte ik bijna. Waarom in hemelsnaam van een vetiverbom een sportieve versie maken? Verder heeft Wikiparfum nog 48 (!) aanraders voor mij, maar om die te weten te komen moet je je inschrijven. Dikke doei.
Aangezien ik Oud for Glory van Lattafa bespreek – via dezelfde ruil tot me gekomen als Red Tabacco – ging ik bij het alfabetische overzicht van Wikiparfum naar de L om te zien welke andere merken ‘die daarmee beginnen’ me niets zeggen. Van de 65, 16 stuks: nada-niente-niets. Een stuk of 10 ken ik van naam maar het wie, wat, waar en waarom weet ik niet. Van de meesten interesseert het me ook niet. Lionel Richie, ik bedoel me maar – die heeft dus weinig vandoen met Wikiparfums slogan: ‘We bring the art of perfumery to you’. Trouwens – hoe vaak moet ik het nog zeggen! – daar is in 90 procent geen sprake meer van; gewoon commerciële negotie.
Nu dan echt Oud for Glory. Lataffa (anno 2014 opgericht in de Verenigde Arabische Emiraten), een samentrekking van Latif (vriendelijk) en Lateefa (prettig), is een van de vele Arabische merken die meevaren op de koers ooit in gang gezet door Amouage (waardoor dit merk genoodzaakt was om zelf te verhippen, dus met trends moest meegaan, dus lanceringen te versnellen) en later door Montale (2004). Dit was natuurlijk niet gebeurd als de verschillende landen op het Arabische schiereiland, naast olie – eens houdt het op – zich ook op andere inkomstenbronnen waren gaan concentreren – de opkomst van Abu Dhabi als luxe vakantieoord voor de middenklasse is in deze exemplarisch.
Deze opstuwing in de vaart der volkeren heeft ook tot een zekere bewustwording en trots bij de lokale bewoners geresulteerd: het benadrukken van hun eeuwenoude cultuur en kunst. Dat ‘noodzakelijkerwijs’ wel een moderne injectie moest krijgen om de met name westerse toerist een gevoel van sociale acceptatie – ‘Het gaat goed met de vrouwenemancipatie’ – en herkenning te geven – ‘Heb je die wolkenkrabbers gezien, je kunt er ook overdekt skiën!’ – terwijl die zich snikheet zit te vergapen aan de blingbling van de shoppingmalls – ‘heerlijk die airco!’ En aldaar wellicht ook bij de keel wordt gegrepen door doordringende parfums die daar zweven. Misschien valt de trendy toerist wel voor en/of door een creatie van Lataffa. Keuze uit 127 stuks.
My oud, my oud, my kingdom…
Wat ik het leukste aan de geur vind: de naam. Oud for Glory – ik weet helaas niet wat Bade’e Al betekent; Google Translate biedt geen uitkomst – maar het heeft voor mij een soort Shakespeare -achtige wanhopigheid. ‘My horse, my horse, my kingdom for a horse’. ‘My oud, my oud, my kingdom for an oud’. Gaat voor het merk zelf ook op, qua je wanhopig voelen dan, mocht je in de winkel staan omdat je van plan was een geurtje mee naar huis te nemen voor je buurman – ‘Doe maar iets met oudh’.
Wat een absurde hoeveelheid. En we gaan nog niet naar huis, nog lange niet, nog lange niet: Ameer Al Oud,Ameer Al Intense Oud, Amwaaj Oud, Chic Oud, Chic Oud Summer, Danhal Oud Kambodi, Deen Al Oud Al Ameeri, Just Oud, Just Oud Boulevard, Khurafi Oud, Lubb Al Oud, Mukhallat Oudh, Nakahat Al Oud, Night Oud, Oud Al Sahraa, Oud Mood, Oud Mood Elixir, Oud Mood Silver, Oud Salama, Oudain, Rouat Al Oud, Velvet Oud, Bade’e Al Oud Amethyst, Eternal Oud, Blue Oud, Opulent Oud.
Ach waarom niet, de ‘verantwoording’ bij de geur: ‘Een nieuwe dag, een nieuwe kans om uitdagingen aan te gaan. Badee Al Oud Oud for Glory verfrist je geest en zorgt dat je onbevreesd je instincten kan volgen. Ga elke dag het avontuur tegemoet’. Doen we.
Grappig, de opening: kan je op het verkeerde been zetten. Is het nu alleen saffraan wat ik ruik of resoneert op de achtergrond ook een volle roos? Wel origineel en onverwacht die combi met nootmuskaat. Het tempert de zoetheid van de saffraan, die voor mijn gevoel in geuren anders ruikt dan in de keuken. En dan: oud, of beter omschreven: ‘rook van agarhout’. Is dat niet hetzelfde dan? Het levert in ieder geval geen andere kijk op oud op. Want die is in Oud for Glory vriendelijk, prettig & voorspelbaar. Bijna gaap-gaap. Daar verandert de patchoeli ook niet echt veel aan. Ook al wordt dit herhaald in de basis: dus nog een keer ‘rook van agarhout’ en patchoeli uitgeleide gedaan door (een beetje zoete) musk.
Stel je het allerbeste adelaarshout (die hoop ik ooit nog eens in het echt te ruiken) voor gelayerd met pure patchoeli, en je krijgt volgen mij een intense eerst sompige, steeds droger wordende sensueel-warme houtbeleving die je naar adem doet snakken.
Het merk interesseert me eigenlijk geen mallemoer; de verleiding om me erin te verdiepen is nihil. Maar het is dat ik een Red Tobacco via een ruil – door een samenloop van omstandigheden voor het eerst gedaan via Marktplaats – kreeg toegestuurd. Dus moest ik me wel even verdiepen in het merk. Er zijn leukere dingen in het leven.
Let wel, het is tegenwoordig niet makkelijk om het ware ontstaan van parfumhuizen te vinden op internet. Zelfs, of juist meer, moet je twijfelen aan het ‘waarheidsgehalte’ op de officiële homepagina’s en de – ‘about us’ – van merken. Zo ook die van Mancera.
Eigenlijk maakt het me ook niet uit. Het doet maar, net zoals met zijn geuren – die draaien als een dolle wat productie betreft. Op mij komt het allemaal ongeïnspireerd over ondanks de veronderstelde boeiende storytelling. We’re only in it for the money, dat gevoel overheerst bij mij. Dat natuurlijk geldt voor bijna elk menselijk handelen, maar toch.
Dit maakt Google Translate van hun ‘about Mancera’ (door mij ingedikt): opgericht door Pierre Montale (ja die de man die met Montale Parfums oudh in 2004 in Europa introduceerde) in 2008. Mancera is een cadeautje aan zijn dochter, Amélie. Resulterend – hier begint de overdrijving – in een ‘unieke samenwerking tussen een vader en zijn dochter’. In 2017 wordt Amélie artistiek directeur ‘van dit multi-generatieproject’.
Pierre wordt omschreven als: ‘Een vertrouwd reiziger van het Verre Oosten, met een ouderlijke kennis aan hem overgedragen in de donkerste hoekjes van de workshops van meesterparfumeurs’. Amélie als: ‘Fotograaf en visionair visueel kunstenaar, gepassioneerd door art deco en verliefd op de geuren waarin ze is opgegroeid’.
Pierre
Amélie
Nou nog een zelfvoldane liefdesverklaring en dan vind ik het wel goed zo: ‘Mancera overstijgt westerse en oostelijke inspiratie waar vier handen aan het werk zijn. Deze familiesonate produceert een visuele en olfactorische dans, een reis naar de randen van afgelegen landen waar mythen worden geboren en de toekomst wordt gemaakt’.
Red Tobacco is een van de – ik ben gestopt met tellen – geuren van Mancera. Ik had liever een dikke vette oudh van ze gehad, kijken hoe die verschilt van mijn favoriete MontaleBlack Aoud.
Red Tobacco is een ‘van-alle-marktenthuis’-geur en je krijgt de volle mep, en – moet gezegd – waar voor je geld. Dus: beetje gourmand, beetje oud, beetje aromatisch, en iets meer oosters en iets meer oosters-kruidig. Wat die volle mep betreft: het lijkt wel of in de geur een soort van ve-tsin zit, het geheel wordt aangestuurd door iets waardoor de geur knalt, waardoor je het gevoel krijgt écht met een eau de parfum vandoen te hebben. Wat ik met heel veel geuren met dergelijke concentraties veel minder heb: zoals de Lancôme’s, de Armani’s van deze wereld.
Pats boem is de opening, een prettige wervelwind van zoet, zoete kruiden, exotisch, fruitig. Opgegeven smaakmakers: saffraan, kaneel, nootmuskaat, witte peer (of was het nu perzik?) en groene appel. Ik kan ze er niet stuk voor stuk uitpikken. Wel: een oudh-accent met iets rokerigs. Land van herkomst: Nepal (wist niet dat dit land ook een oudhproducent is).
Het hart klopt door patchoeli en jasmijn. Ook dat ik ervaar ik niet echt. Dat komt door het wervelwind-idee: je ruikt zoveel dat je neus in de war raakt. Ruik ik nu op de achtergrond een – gladde – patchoeli die opgaat in een tevens – gladde – tabak? Wil zeggen: ik ruik iets donkers, maar niet de typische aardse noten van beide – eerder een gepolijste versie. Dat moet haast wel op het conto komen van de toevoegingen: amber, vanille en witte musk (hier wel erg zoet gedoseerd) ondersteund door guaiac en vetiver. Maar het doet me allemaal niets.
Volgens Mancera is Red Tobacco ‘warm’ – kan ik in meegaan – ‘betoverend’ – niet echt – en ‘ongelooflijk potent en sexy’. Helemaal niet dus. Red Tobacco is, hoe omschrijf je het netjes, ‘middle-of-the-road’-niche waarvan de prijs-kwaliteitverhouding klopt. Maar voor de rest? Zal wel. Zie eerste zin.
Je denkt een geurtrend is voorbij, dan nies je even en daar komt die weer om de hoek kijken – ja hoor! In dit geval jeans. Toen dit (of denim) voor het eerst werd gekoppeld aan geur – begin van het millennium – was ik oprecht benieuwd. Zouden neuzen de moeite nemen het gevoel van jeans – dus niet de symboliek van ‘vrijheid’ en rebellie’ die het vertegenwoordigt, denk Jeans, sorry, James Dean – maar het olfactief gevoel van spijkerstof te vertalen?
Absolutely not! En al helemaal niet met de batterij aan jeansgeuren die Versace – stuk of veertien – op de markt kieperde. Jeans stond gelijk met sportief, dus fris, aqua, ozon, licht gekruid en met hier en daar een hint van zilt. Moet gezegd: Green Jeans van Versace (1996) was/is een favorite of mine: crispy, fris, groen met grappige ‘aldehyden-inbreng’.
Voor mijn gevoel kom je met het gebruik van iris aardig in de buurt, tenminste als je de stoffige-koele kant van de wortel benadrukt en dit vermengt met ingrediënten die deze sfeer versterken – denk wierook. Oh jee, zit je toch snel in de nichehoek en dat is jeans absolutely not – ook al zet je er couture voor zoals Versace deed.
Deze analyse nu wordt onderbroken door een commercial: ‘Leef voor het onvoorziene. Omarm creativiteit. Wees trouw aan jezelf. Dit is Hugo Jeans, een aromatische fougère die, net als de perfecte jeans, de seizoenen overstijgt. Word deel van de beweging en maak deze klassieker de jouwe. Grijp het moment, voer de energie op en til je iconische fit naar een hoger niveau. Hugo Jeans valt anders’.
In aromatische fougère van de commerciële boodschap ligt alles besloten, want Hugo Jeans is absolutely not fris, aqua en ozon, licht gekruid met hier en daar een hint van zilt. Licht gekruid dan uitgezonderd. Want als de frisse openingsnoten zijn vervlogen doen de ‘kruidjes’ hun werking: fris en uplifting munt waarvan de aqua-achtige frisheid wordt getemperd door jeneverbes. Ook soort van fris maar eerder ijl-kruidig, donkergroenig – met een beetje fantasie waan je je in de duinen bij de zee.
Maar het is de basis die de toon bepaalt. Nu doen natuurlijk de meeste geuren dat ‘in the end’, maar daar word je in Hugo Jeans nu sneller naar toe geleid. Op aangename manier. Vetiver springt er voor mij uit, geschraagd door sandel- en cederhout. En met dit hout-trio heb je feitelijk alles wat de mainstream-man van nu wil: geen rare fratsen – ‘Mijn laatste geur, Veen is Fern, is gebaseerd op de herinneringen van mijn overgroot-opa die turf moest steken in Drenthe’ – maar recht-aan-recht-toe-geuren die je een behaaglijk en zelfverzekerd gevoel geven.
Ben je niet zo’n geurhoutgeval, no worries: Boss lanceert binnenkort een geur ‘richting vakantie’ – embargo, dus kan verder geen mededelingen doen.
Nog drie dingen die (me) opvallen: heb je de naam Hugo Boss horen vallen? Not. En ook geen hippe videoclip met nieuwe en/of oude ambassadeur. Bezuinigingen nieuwe stijl? Wel leuk: als je de rode band op de flacon leest dan krijg je van links naar rechts (en dan doorlezen) HUGO HU GOHU GO. Met andere woorden GO HUGO. Kun je zowel positief als negatief interpreteren.
Zin in een gezellig ouderwetse geur. Zin in veilige tuttige chic waarvan je zeker weet dat hij nooit in de buurt zal komen van (de toenmalige) favoriete prestigegeuren (denk couturier) maar er ‘stiekem’ tegenaan schuurt. De reden? Op mijn Facebookpagina verschijnt al een tijdje Yves Rocher-reclame. Sale. 50 procent korting.
Nee, ik hoef geen cadeautje maar laat een boom planten. Dan toch maar eens Cléa kopen die voorbijkomt, nu ik lees dat Cuir de Nuit (wou ik eigenlijk aanschaffen), geen druppel leer bevat. Want Cléa is dat niet zo’n… lees eerste zin nog een keer.
Uit 1980 stamt die, toen het nog gewoon comme il faut was om direct een extract (ben benieuwd in hoeverre die verschilde van de eau de toilette) in het assortiment op te nemen. Cléa is volgens mij nu de oudste geur uit de Rochercatalogus. Afgaande op de opgegeven ingrediënten, ruik ik haar in gedachten. Een mix van vintage Nina Ricci, Chanel en Hermès besprenkeld met aldehyden.
Ik kom aardig in de buurt als ik de recensie op Make Up Alley lees: ‘Zo mooi en zo betaalbaar! Heel vrouwelijk (roos, jasmijn, lelietje-van-dalen), sensueel (amber, vanille), maar ook modern en spontaan dankzij de vetiver. Doet me denken aan de grote aldehyden-klassiekers (N°5, Calėche) maar ook aan Brosseau Ombre Rose (de manier waarop de bloemen zich vermengen met de vanille) en Estée Lauders Intuition (de amber)’. Ik zeg: geloofwaardig omschreven.
Binnen twee dagen later werd de geur afgeleverd. Impressie: een echte anti-snobgeur die je ‘toch’ een rijk gevoel geeft. Leuk: je ruikt goed dat de klassieke roosjasmijn-combi mooi-fris wordt ondersteund door lelietje-van-dalen. De aldehyden daarentegen gedragen zich tam, dan wel veilig, waardoor de associatie met ‘tuttig’, dan wel veilig wordt versterkt. De amber-afronding – vanille, amber – glijdt mee in dezelfde stemming. De vetiver daarentegen ontgaat me, net zoals die me ontgaat in Hermès’ Calèche. Ik ruik in de afronding een sterke houtnoot – maar eerder ‘iets van ceder’ of blank hout dan vetiver.
Rocher geeft je altijd wat gratis mee!
Dat de geur nog steeds wordt geproduceerd – ‘respect!’ – zegt iets over de reputatie, de uitstraling. Al vraag ik me wel af wie gebruikster is. Ik bedoel: hoe zou zo’n überhippe druk-druk-druk bakvis-bakfietsmoeder van nu met tig hobby’s en vriendinnen, en best wel een artistieke smaak (plus een klein alcoholprobleempje) reageren als die Cléa van man en kids krijgt met Moederdag. Terwijl ze haar teleurstelling probeert onzichtbaar te maken achter een croissant – zo leuk dat ontbijtje op bed gemaakt door Emma en Noah – zie je haar denken: ‘Maar weet je dan niet dat ik van zó van Jo Malone hou en wel eens naar Skins ga…’.
Als mensen zeggen: ‘Wat ruik je lekker!’ en je antwoordt enthousiast ‘Cléa!’, dan bestaat de kans – hangt er natuurlijk wel van af in welke kring je op dat moment bevindt – dat ze meewarig naar je kijken – ‘De stakker!’ Je kunt deze arrogantie eenvoudig pareren met: ‘Het is ook – niet verder vertellen, promise? – Martha Stewarts favoriet.
Tenslotte, van de in 1980 gelanceerde geuren zijn er nog weinig in productie.
NIET VERGETEN DE VRAAG IN DE EERSTE ZIN TE HERHALEN AI!
Als mensen, journalisten, speechers, spreekbeurthouders, influencers vanaf nu www.chatopenai.com gaan raadplegen ter voorbereiding en/of finalisering van hun artikelen/onderwerpen, dan wordt het wel saai, saai, saai. Zal Bard (Google) en de chatbot van Meta meer inhoud en creativeit weten te leveren – it’s the hand that feeds in the end. Geurengoeroe stelde zo maar wat vragen (en kon de antwoorden bijna raden).
Zijn synthetische ingrediënten goed of slecht voor parfums?
Er is geen algemene regel die zegt of synthetische ingrediënten goed of slecht zijn in parfums. Het hangt af van de specifieke toepassing en de persoonlijke voorkeur van de drager. Synthetische ingrediënten kunnen voordelen bieden, zoals een betere houdbaarheid en consistentie van de geur, en kunnen worden gebruikt om kostbare natuurlijke ingrediënten te vervangen. Aan de andere kant kunnen sommige mensen een voorkeur hebben voor parfums die uitsluitend gemaakt zijn met natuurlijke ingrediënten en hebben bezwaren tegen synthetische stoffen. In het algemeen is het belangrijk om te weten wat er in het parfum zit en de gebruikte ingrediënten te overwegen bij de keuze voor een parfum.
Waarom is No 5 van Chanel het beste parfum ter wereld?
Het is subjectief om te beweren dat Chanel No. 5 het beste parfum ter wereld is, omdat de smaak en voorkeur voor geuren persoonlijk en variabel zijn. Echter, Chanel No. 5 is wel één van de meest bekende en iconische geuren ter wereld, met een lange geschiedenis en reputatie als luxueus parfum.
Het heeft een unieke samenstelling van natuurlijke en synthetische ingrediënten, en is zorgvuldig gecreëerd om een signature geur te hebben. De populariteit van Chanel No. 5 wordt aangedreven door de aantrekkingskracht van de geur en de associatie met luxe en verfijning. Veel mensen waarderen het parfum om deze redenen en vinden het prettig om te dragen.
Echter, het is belangrijk te onthouden dat wat goed is voor één persoon, niet noodzakelijk het beste is voor een ander. Er zijn veel andere fantastische parfums die door veel mensen als evengoed of beter worden beschouwd, en het is aan de individuele smaak om te bepalen welk parfum het beste is voor hen.
Waarom is Joy van Jean Patou het beste parfum ooit gemaakt?
Er is geen objectieve manier om te bepalen welk parfum het beste is, omdat dit afhangt van persoonlijke smaak en voorkeur. Joy van Jean Patou wordt vaak beschouwd als een klassieker en heeft een lange geschiedenis van bekendheid en waardering. Het is echter belangrijk op te merken dat dit subjectief is en dat andere mensen andere parfums beter kunnen vinden.
Waarom vinden heel veel mensen het parfum Opium van Yves Saint Laurent niet lekker?
Er zijn verschillende redenen waarom sommige mensen Opium van Yves Saint Laurent niet lekker vinden. Dit kan variëren van persoonlijke voorkeur voor bepaalde geuren, tot allergische reacties op bepaalde geurstoffen in het parfum. Sommigen vinden het bovendien te sterk of overheersend, terwijl anderen het te specifiek vinden en niet geschikt voor elke gelegenheid. Het is belangrijk om te onthouden dat geurbeleving subjectief is en niet door iedereen op dezelfde manier beleefd wordt.
Waarom worden de parfums van Mona di Orio als uniek beschouwd?
De parfums van Mona di Orio worden als uniek beschouwd omdat ze bekend staan om hun complexiteit en diepte. Mona di Orio was een Franse parfumeur die bekend stond om haar gebruik van hoogwaardige, natuurlijke ingrediënten en haar vaardigheid om deze samen te voegen tot geuren met veel laagjes en verrassende twists. Haar parfums zijn bekend om hun verfijnde en elegante stijl en worden beschouwd als uniek in vergelijking met veel andere geuren die op de markt zijn. Veel parfumliefhebbers waarderen deze parfums om hun verfijnde en verleidelijke karakter.
Waarom wordt Bandit van Robert Piguet beschouwd als een van de meest uitgesproken chypreparfums?
Bandit van Robert Piguet wordt beschouwd als een van de meest uitgesproken chypreparfums vanwege zijn krachtige en onconventionele geurcompositie. Het is gemaakt met een unieke mix van noten, waaronder roze peper, jasmijn, roos, iris en leer, die samen een kenmerkend en duurzaam aroma creëren. Het is bekend om zijn sensuele en verleidelijke geur, die door velen wordt beschouwd als klassiek en tijdloos.
Waarom is oudh zo’n bijzonder parfumingrediënt?
Oudh, ook wel bekend als agarwood, is een bijzonder parfumingrediënt omdat het een unieke en complexe geur heeft die moeilijk te imiteren is. Het wordt gewonnen uit de schimmelachtige binnenkant van bepaalde soorten aquilaria-bomen en wordt beschouwd als een van de meest waardevolle en zeldzame parfumingrediënten ter wereld. Oudh heeft een diepe, houtachtige en kruidige geur die door velen wordt beschouwd als warm, sensueel en uitnodigend. Het wordt vaak gebruikt als basisnoot in parfums en wordt gewaardeerd om zijn vermogen om de houdbaarheid en intensiteit van een geur te verbeteren.
Wat doet civet in een parfum en waarom stinkt het zo?
Civet is een stof die afkomstig is van een bepaalde soort civetkat. Het wordt in de parfumindustrie gebruikt als fixatieve stof, wat betekent dat het de geur van de andere parfumcomponenten versterkt en verlengt. Civet heeft zelf ook een specifieke geur, die voor sommigen als sterk en onaangenaam wordt beschouwd. De geur van civet is afhankelijk van verschillende factoren, zoals de gezondheid en voeding van de civetkat, en sommige civetwinningprocessen kunnen de stof een nog sterkere geur geven.
Wat is 4711?
4711 is een parfummerk dat bekend staat om zijn signaturegeur, Echt Kölnisch Wasser, dat al meer dan 200 jaar bestaat. Het is een citrusachtige, frisse geur en wordt vaak beschouwd als de originele “Eau de Cologne”. Het parfum is genoemd naar het huisnummer van de oorspronkelijke productielocatie in Keulen, Duitsland. 4711 is ook een populaire producent van andere verzorgingsproducten, zoals zeep, aftershave en bodylotion.
Waarom zijn parfums zo duur?
Parfums zijn duur om verschillende redenen:
Kostbare ingrediënten: Veel parfums bevatten kostbare ingrediënten, zoals bloemen uit exotische locaties of zeldzame oliën, wat de kosten van het product verhoogt.
Grondige ontwikkelingsproces: Het ontwikkelen van een parfum is een tijdrovend en grondig proces, waarvan de kosten worden doorberekend.
Marketing en verpakking: Parfummerken besteden veel geld aan marketing- en reclamecampagnes, evenals op luxe verpakkingen, wat bijdraagt aan de hoge kosten.
Merkreputatie: Bekende parfummerken kunnen een hogere prijs vragen vanwege hun reputatie en prestige, en de associatie met de bekende merknaam.
Belastingen: Sommige landen hebben hoge belastingen op luxe goederen, waaronder parfums, wat ook de prijs verhoogt.
Wie is Tanja Deurloo?
Ik heb geen informatie gevonden over een bekend persoon genaamd Tanja Deurloo met een bekende verdienste of beroemdheid. Zonder verdere context is het moeilijk om precies te bepalen wie Tanja Deurloo is. Het is mogelijk dat het een privépersoon is die niet bekend is in de openbare domein.
Ik ben een AI-model getraind door OpenAI en heb geen specifieke informatie over de waardering voor de online winkel www.parfumaria.com. Ik kan alleen zeggen dat klanten waardering hebben voor een online winkel als ze tevreden zijn over factoren zoals productkwaliteit, prijs, beschikbaarheid, klantenservice, levering en retourbeleid. Het is belangrijk om te onthouden dat de waardering van een winkel afhankelijk is van persoonlijke ervaringen en verwachtingen en dat verschillende mensen verschillende dingen belangrijk vinden. Ik raad aan om recensies en beoordelingen te raadplegen voor meer informatie over de waardering van een specifieke winkel.
Wie is Geurengoeroe?
Er is geen bekend persoon of entiteit die bekend staat als de “Geurengoeroe”. Het is mogelijk dat het een bijnaam of een beroep is dat door sommigen wordt gebruikt om iemand aan te duiden die een expert is op het gebied van parfums en geuren. Zonder verdere context is het echter moeilijk om precies te bepalen wat er bedoeld wordt met deze term.
De eerste keer dat ik in aanraking kwam met de naam Paco Rabanne? Ik was een jaar of dertien of veertien. Een buurmeisje (zelfde leeftijd) ‘van de overkant van de sloot’, was al eerder dan mij op de hoogte van de dingen die het leven mooier maken. Dus gingen we een keer naar drogisterij Thomas gevestigd in het moderne jaren zestig buurtwinkelcentrum Deppenbroek, Enschede. Ik kende de winkel alleen maar van het kopen van zakken drop. Toevoeging – schoot me in een keer te binnen: de ‘afslankthee’ voor mijn moeder, Herbesan.
Het buurmeisje niet. Alsof het gewoonste zaak van de wereld was liep zij direct naar de parfumafdeling, en kocht na een paar keer testen het parfumextract van Calandre (1969) – ‘Oh, dat betekent dus niet kalender’. Ik was onder de indruk van haar én de geur, maar nog meer van het idee dat ik als Tukker – ja, ook toen al bestonden er de wederzijdse vooroordelen tussen ‘Het Verre Westen’ en in mijn geval ‘Het Verre Oosten’ – voor het eerst in aanraking was gekomen met een ‘touch of paradise’, Paris’ (mijn moeder had vroeger niets met geuren; het haar later door mijn vader geschonken Miss Dior, fungeerde voornamelijk als aftershave).
Toen ik me meer in parfums ging verdiepen, was ik helemaal verbaasd, bijna ontsteld dat Rive Gauche (1971) bijna hetzelfde rook als Calandre en dat die door dezelfde neus was gemaakt, Michel Hye.
Ik heb de meester driemaal ontmoet. Twee keer Parijs. Een keer Londen. En driemaal was het raak, du moment was er sprake van een vonk. Hij herkende in mij een zielsverwant, zoals hij het zei. Grappig om je ‘uitverkoren’ te voelen te midden van andere journalisten (de foto’s als bewijs heb ik een, twee, drie niet kunnen vinden). Ik moest naast hem zitten tijdens diners. Kan ook gelegen hebben aan het feit, dat de rest van de groep bijna louter uit vrouwen bestond.
Hij is een van die mensen in de business (geweest) waarvan ik dacht: als ik iets meer moeite doe, gaat hij me een baan geven – ‘iets met marketing of zo’, dan ontdekt hij later wel dat ik ‘ook iets met kleding en kunst heb’. Want de verwantschap voelde ik ook. In ons geval: een (mij wel eens verweten) aan arrogantie grenzende zelfverzekerdheid, de mensen in dubio laten wat je allemaal vertelt, of je daar ook echt zelf in gelooft. En most important of all dat mensen niet echt geïnteresseerd zijn in de waarheid, wel in een goed verhaal. Hij was ‘storyteller’ en ‘narratiever’ avant la lettre.
Zijn, voor mij, mooiste geur, bleek zijn grootste flop: La Nuit uit 1987. Goddomme, zo’n stylish-klassieke volbloemige chypre met dirty afloop – kom je zelden nog tegen. En de vintageversie van Pour Homme (1971), daar heb ik diverse flacons van leeggespoten.
Ik geloof dat in Ultraviolet (1999) – waarover ik in het aangehechte artikel schrijf plus levensloop – nog enige creatieve inbreng van de space age couturier te bespeuren is, daarna neemt de marketing-afdeling het over. Wat hij Jean Paul Gaultier ooit verweet – geur als gagdet – dat hebben de creatievelingen verantwoordelijk na zijn vertrek zelfs als uitgangspunt genomen.
Met succes. Het merk is verjongd; kreeg een aanstekelijke jeugdige flair, humor en moderne sophistication. De ene gadget volgde de ander op: 1 Million (2007), Lady Million (2010), daarna de in een kermisflacon gehulde Invictus (2013) en Olympéa (2015) en hun talloze flankers. En ondertussen goede zaken blijven doen met de tig variaties op XS (1994).
Iets anders: een soort van verrassend vind ik de meest recente geuren: Phantom (2021) en Fame (2022). Neigen richting kunstzinnig. Een bewijs dat bij massageuren iets meer risico’s worden genomen. Hoop alleen niet dat consumenten denken dat de laatste een re-issue betreft van het flopperdeflopflop-parfumdebuut van die gek, Lady Gaga.
Waar ik nu echt benieuwd naar ben: hoeveel miljoenen Rabanne aan zijn geuren heeft verdiend en wie en wat hij financieel gedenkt in zijn testament. Zou hij nog in zijn laatste heldere uren aan mij gedacht hebben: ‘Ah, monsieur l’exécuteur testamentaire, n’oublie pas cette personnalité hollandaise exceptionelle, ‘Erique le Clairvoyant’ – zo zag hij mij, ja hoor, tuurlijk – il le vaut bien’.’
Je moet maar durven: een geur Perfect noemen. Dat is hetzelfde wanneer iemand (vaak een stylist- en/of fashionachtige persoonlijkheid) zegt: ‘Ik ben perfectionistisch!’ Ik denk dan: ‘Laat dit waardeoordeel maar aan anderen over, tante Truus. Dank u wel!’
Anyway, Perfect verscheen voor het eerst in 2020. En het (inmiddels slaapverwekkend) schering en inslag, parfumpolitieke pad perfect volgend, kwam in 2021 Perfect Intense. Nu is er Perfect Eau de Toilette. Volgend jaar misschien wel geflankeerd door een ‘fleuri’-versie. En daarna ‘eindelijk’ het extract.
Marc Jacobs heeft zijn visie – dat dan weer wel – op perfectie door de all-inclusive en ‘woke’ Florentijnse fles laten druppelen. Sterker, hij ziet het als zijn mantra: ‘Ik ben perfect zoals ik ben’ – vandaar de perfect-tattoo op zijn pols. Met andere woorden: imperfectie bestaat niet, iedereen is perfect op zijn/haar/hen manier. Bla-bla-di-bla-bla.
Zullen zich hierin wereldwijd girls herkennen, zich bevestigd voelen en dus de geur gaan kopen? ‘No worries’, zeg ik na het lezen van het Perfect-manifest. Wat een opeenstapeling van feel good marketingclichés: ‘Biedt een kwetsbaar en ongefilterd perspectief om jezelf te zien als je authentieke zelf; een krachtige viering van individualiteit, persoonlijke waarheid en authenticiteit met een inclusieve talentenreeks dat over hun geloof in ware eigenliefde spreekt’. Opa Olfactief haakt af.
Nu de geur: not bad, not bad at all. En tevens een goed bewijs dat neuzen de mainstream-business serieus – blijven – nemen. In dit geval: Domitille Michalon-Bertier, die bijvoorbeeld voor Comme des Garçons mijn favo ingrediënt bewerkte met het very niche Celluloid Galbanum (2019).En de eindconclusie die je kunt lezen op het persbericht klopt: ‘Een lichtgevende, vrolijke, schone en aangename bloemengeur met een elegant-houtachtig spoor’.
De opening: de roze peper had voor mij wat ‘lichtgevender’ – lees prikkelender – mogen ruiken, maar het vervolg is lekker. Wie narcis als extract heeft geroken – ik: Santa Maria di Novella had ooit Narciso Estratto Triplo (triple extract). Daaraan gesnoven, begreep ik direct dat in het woord narcis, narcotisch ligt besloten. Als ik eraan denk, begin ik weer lucht te happen. Bij Perfect Eau de Toilette hoef je daarvoor niet te vrezen.
Typisch narcis zou ik het ook niet noemen, eerder een witgeel bloemboeket-idee van geurmoleculen dat de essentie van een aantal witte bloemen combineert (tuberoos, jasmijn, oranjebloesem en ben er een vergeten, kan niet op de naam komen) plus een toefje narcis. Het resultaat: een elegant, ‘vloeiend’ idee van bloemen.
Wat polygonum – (knol)duizendknoop – toevoegt aan de compositie weet ik niet. Deze, voor Europa, invasieve exoot (het betreft meestal de Japanse variant) richt meer schade aan dan plezier als je de www-berichten moet geloven. De enige omschrijving die je krijgt is dat-ie ‘lekker ruikt’. Zal wel. Ben nu eerder benieuwd hoe de geur zonder zou hebben geroken.
De afronding is ook zoals het hoort in deze: hoewel, ik ruik meer blank hout dan het ‘opgegeven’ cederhout. Dat wil zeggen: dit fantastische geurmolecuul die zacht hout weet op te roepen. Het houdt de ‘cleane’ toets van witte musk mooi onder controle. Kun je je hier niets bij voorstellen: denk fluweel met een print van houtnerven.
Niets te geurzeuren? Jawel, maar dat geldt tegenwoordig voor zoveel geuren. Ook Perfect Eau de Toilette eindigt glad, alsof de flacon denkbeeldig uit je handen valt. Je zou wensen dat de geur wat strakker en ‘natuurlijker’ in lucht opgaat. Maar de ‘bedel’-dop is natuurlijk erg leuk.
Ging het Romeinse rijk ten onder aan aanvallen van buitenaf? Door de volksverhuizingen van Germanen, Fransen, Hunnen, Kelten, Saksen, Vandalen, Longobarden en al die andere barbaren die de Romeinse grenzen overstaken gedreven door – nu erg trending – klimaatsverandering? Óf kwam het door het nieuwe monotheïstische geloof geïnspireerd op het leven van Jezus Christus? Óf werd de teloorgang veroorzaakt ‘van binnenuit’ door decadentie; puur omdat de cultuur ‘op’ was, verstard en zich niet kon vernieuwen?
Ik opteer als amateurhistoricus voor het laatste. Aangenaam dat via een ingenieus buizensysteem in het Colosseum geuren werden verspreid om de stank van de door wilde dieren verscheurde lijken van de gladiatoren te maskeren. Je kunt ook stellen: ‘Moet dit nou echt? Niets beter te doen? Hannibal ad portas?’
Dit ‘einde-beschaving-nadert-moet-dat-nou’-gevoel ervoer ik ‘privé’ voor het eerst rond 2000. De Hema had een designwedstrijd: wie maakt de mooiste wc-borstel? Ik dacht: ‘Why? Niets beter te doen? Decadere ad portas?’ De tweede keer, 2020 volgens mij: ‘De Europese Unie stelt 2,8 miljoen euro beschikbaar om historische geuren weer tot leven te wekken’. Naam: Odeuropa. Ik dacht: ‘Er spelen nu andere problemen waaraan je het geld echt beter kunt besteden. Cultuur en kunst (me being a mediocre artist) belangrijk en zo, maar toch’.
Maar er was ook verwondering gevolgd door vragen. Wat zijn historische geuren? Hoe omschrijf je die? Wat zijn de criteria? Wie heeft dit voor elkaar gekregen? Wat laatste betreft: ik vermoed een doorgewinterde lobbyist die op de juiste plek, op het juiste tijdstip de juiste Europees ambtenaar wist te kietelen gevoelig voor dit idee. Je maakt er goede sier mee, staat goed op je cv, en de EG in zijn geheel kan hiermee onderstrepen dat het niet alleen maar in crisisbestendige transitiepatronen denkt.
Nóg een ‘fluid’ Mondriaanparfum
Voor mij zijn historische geuren níet wat ‘men’ er over het algemeen onder verstaat: geuren die zonder vooropgezet plan ontstaan door ‘natuurlijk verloop’. Denk: groei/bloei/verrottingsproces/afsterven. Denk: ‘bijvangst’ van een productieproces. Denk: een combinatie van geurmoleculen die zich binnen een bepaald gebied, in een bepaalde ruimte onbedoeld ontwikkelt.
Neem Piet Mondriaan. Vorig jaar was het 150 jaar geleden dat deze kunstenaar werd geboren. Als ik het goed het begrepen: alle ateliers waarin hij ooit heeft gewerkt zijn omgezet in een geur. Die van New York resulteerde in Victory Boogie Woogie, vernoemd naar zijn schilderij dat het stratenpatroon van the big apple verbeeldt. Hier is sprake van een historische geur. Neem het Museum of London, Docklands: daar werd een paar jaar geleden een ‘scentscape’ ontwikkeld die het handelsverleden van de East End in geur wil uitdrukken. Hier is sprake van een historische geur.
Neem mout. Als kind woonde ik een paar kilometer van de Grolschfabriek in Enschede. Als het bier werd gebrouwen, verdween de geur van mout en gerst door de schoorsteen. Niet te harden, die warm-weeë, ‘gele’ lucht met ondertoon van overrijp. Bottel je dat nú in een flacon, en je produceert er een storytelling bij gelardeerd met historische referenties, en je nodigt de nog levende personen uit die letterlijk onder de rook van Grolsch hebben gewoond, en je presenteert deze geur (Mout & Memories) in aanwezigheid van de (loco)burgermeester en/of wethouder Cultuur… ook dan spreek je van een historische geur.
Ik kan doorgaan, want ‘historische geuren’ worden door de cultuursector regelmatig als lokmiddel ingezet. Denk aan musea die de bezoeker op een andere manier schilderijen wil laten beleven. Zoals het Catherijneconvent in 2018 deed met de tentoonstelling met Magische Miniaturen. De insteek: proberen de Middeleeuwen ‘extra’ op te roepen met geuren. Zoals het Mauritshuis in 2021 met Vervlogen Geuren in Kleuren. De insteek: geuren maken schilderijen uit de Gouden Eeuw, sorry Fouten Eeuw, breder en intenser.
Grappig om te lezen hoe de verantwoordelijken van Vervlogen Geuren in Kleuren alles door de olfactorische trechter gieten: ‘Op schilderijen uit de 17de eeuw worden veel dingen afgebeeld die iets met geur vandoen hebben. Bloemen, fruit – of andere dingen roepen iets op waardoor je positieverwijs aan geur moet/kan denken, of juist aan het andere spectrum daarvan: stank, een lichaam in staat van ontbinding’.
Ik zeg: dat geldt natuurlijk voor elk ooit gemaakt schilderij. Word je gericht gevraagd ‘wat ruik je als je dit ziet’, dan ruik je altijd wel ìets. Iets anders: de beste tentoonstelling over geur, is er een waar niets te ruiken valt volgens mij. Je hebt geen geuren nodig, om iets denkbeeldig te ruiken. Neem lavendel: als je het ziet, dan ervaar je iets fris, iets schoons, iets licht bloemigs, zie je de zon, zie je de Provence – althans zo werkt het bij mij.
Odeuropa kreeg veel aandacht. De lokale media pikte het op – zoals VPRO’S OVT geschiedenis-radioprogramma – de internationale ook. Ik las het op de BBC-site. Getriggerd benaderde ik de persoon die het project leidde. Waarom? Ik ben al járen bezig met ‘mijn historische geur’: civet. Ik dacht: waarom niet mijn kennis delen en mijn visie onderdeel van het project laten worden. Lang verhaal kort: na enthousiaste ontvangst en kennismaking (een samenwerking werd toegezegd) niets meer vernomen (ich bespüre, inmenging van lokale, invloedrijke ‘speurneuzen’).
Tot mijn stomme verbazing, ontving ik anderhalf jaar later een uitnodiging voor een online-seminar (corona), waar tot mijn dubbelstomme verbazing werd uitgelegd door medewerkers van diverse universiteiten en door museumconservatoren hoe zij tot bepaalde ‘historische geuren’ waren gekomen. Ik dacht bij veel voorbeelden: ‘Waarom het wiel opnieuw uitvinden? Is allemaal al gedaan.’
Zoals: hoe ruikt plastic speelgoed uit de voormalige DDR? Series Synthetic 6Skai (2004) van Comme de Garçons komt zeer dicht in de buurt. Zoals: de geur van benzine waarover Marcel Proust schreef toen de eerste auto’s in het straatbeeld/landschap verschenen – ruik aan Prétoleum van Histoires de Parfums (in dit geval what’s in name) en je weet het. Funny fragrance fact na het seminar: een belofte tot re-connecten hunnerzijds in het nieuwe jaar, kreeg een half jaar later een cc-mail van Odeuropa of ik mijn adres wilde opgeven zodat ze mij een persmap kon toesturen. Non merci.
Toch benieuwd. Ik naar http://www.odeuropa.eu en lees de ‘about us’. Wat een hip & happening taalgebruik (door mij gecursiveerd). ‘Bundles expertise in sensory mining (‘geleend’ van de crypto-wereld) and olfactory heritage (staat chic, maar inmiddels een hol begrip sinds de commerciële parfumbusiness het te pas en onpas gebruikt om hun veronderstelde rol en autoriteit te bevestigen – men neme Dior). We develop novel (voorheen heette dat new, zoals narratief voorheen verhaal heette) methods to collect information about smell from (digital) text and image collections’.
Wat ruik ik eigenlijk?
Een lovenswaardig streven, maar het blijft vooralsnog voor mijn gevoel hangen in ‘niche-achtige’ exercities. Zoals een Hollands aandoend 17de eeuws geschilderd tafereel (zie afbeelding) waarop een man afgebeeld die een soort van pijp rookt. Dit tafereel wordt ‘geurtechnisch’ geanalyseerd vanuit de e3 MUSTI Challenge. Een afkorting voor: Multimodal Understanding of Smells in Texts and Images. Ja lekker hip het gebruik challenge – very hashtag-able.
De twee vragen die Odeuropa stelt: voorspel of een tekstpassage en een afbeelding dezelfde geurbron oproepen of niet. Identificeer de gemeenschappelijke geurbron(nen) – personen, objecten of plaatsen die een specifieke geur hebben of geuren produceren; bijvoorbeeld plant, dier, parfum, mens – tussen de tekstpassages en afbeeldingen.
Ik zeg in mijn alwetende domheid: als ik iets moet ruiken, moet dat tabak zijn, iets van rook, en oké, hond in de buurt, kan ook nog wel verwerkt worden in de compositie – bont, vacht, stof, warm gevoel. Maar niet vergeten: het jaargetijde. De winter laat ‘ingrediënten’ immers anders ruiken dan de zomer (zoals de afgebeelde plavuizen, tegels en stucwerk, maar ook een hond – en koperpoets misschien?).
Hoe leuk: voor Amsterdam creëerde Odeuropa ‘City Sniffers, A smell tour of Amsterdam’s ecohistory’. Het bevat de geuren van Mokums verleden via een Rub’n’Sniff-kaart met ‘emblematische’ aroma’s: die van grachten, rozemarijn, civet en linde plus een reconstructie van pomander; gebruikt ter bescherming tegen ziekten tijdens de pest. Op de een of andere manier moet ik denken aan Polyester uit 1981 waar je op tien specifieken momenten tijdens de film wordt gevraagd om te scratchen en te sniffen op een odorama-kaart voor extra beleving: Odeuropa avant la lettre.
Geurengoeroe vraagt zich af: ecohistory. Is toch de studie van de economische aspecten van samenlevingen in het verleden; de geschiedenis van het economisch gebruik van hulpbronnen – land, arbeid en kapitaal? Of wordt het andere eco, van ecologisch, bedoeld? En waarom niet vertellen – betreft toch geur – dat pomander een samenstelling is van pomme (appel) en amber?
Tijdens de pest? Welke precies? ‘We’ hebben er verschillende gehad. Dus wanneer verscheen de pomander voor het eerst die, by the way, volgens mij ook werd gebruikt om ‘akelige’ lichaamsgeuren te maskeren. Althans, zo las ik ooit in Ivan Cloulas’ biografie over Catharina de Medici – ja, die van de dat boek Das Parfum. Emblematisch? Ik kan me ook andere ‘historische geuren’ indenken die ook ‘typisch Amsterdam’ zijn. Geur van de grachten: die zal anders ‘geroken’ hebben in de 14de eeuw (zonder resten van specerijen?) dan in de 17de eeuw (met restanten van V.O.C-specerijen?).
Wat fijn én (parfum)politiek correct: de inmiddels overbodige vermelding dat Odeuropa als cultuurhistorisch project all inclusive is en geen old white elitist male gaze vertegenwoordigt: ‘Naast portretten en objecten van de rich & famous, deelt het Amsterdam Museum verhalen vanuit andere perspectieven – over klasse- en genderverschillen, en het koloniale verleden die minder goed vertegenwoordigd zijn in de collectie. Geur is bij uitstek geschikt om die verhalen op een heel directe manier te vertellen’. Aldus Margriet Schavemaker, artistiek directeur van het Amsterdam Museum en participant Odeuropa.
Odeuropa avant la lettre
Het moge duidelijk zijn: ik zie historische geuren anders: parfums gemaakt met een commercieel doel die ooit populair waren, maar in de vergetelheid zijn geraakt. Voor parfumliefhebbers klinkt dit bekend in de oren. Het ‘her-orkestreren’ van originele formules is bijna een industrie op zich geworden (je kunt er in Frankrijk inmiddels een prijs mee winnen). Dit ‘alles’ is door Guerlain (anno 1828) eind jaren negentig van de vorige eeuw in gang gezet om zijn unieke positie – het was een van de weinige overgebleven ‘echte’ parfumhuizen tussen de alomtegenwoordigheid van couture- en designergeuren in de keten- en taxfreeparfumerie – te bevestigen.
Dit herontdekken van parfumhuizen van hun heritage, kwam door internet en de opkomst van vintage zelfs in een stroomversnelling en leidde ook tot het heropenen van lang geleden gesloten parfumhuizen (ouder dan Guerlain) die zo nauwkeurig mogelijk en met de kennis en restricties van nu hun historische geuren onder de aandacht van een nieuwe generatie brachten.
Historische beleving
Mijn allerheftigste ervaring in deze: Bandit 1944/1996 (eau de toilette-versie) van Robert Piquet – een gedenkwaardige, historische dag voor mij toen ik die in 1998 kocht: nog nooit had ik een overdosis van galbanum zo door mijn neus zien stromen. Zo erg is het niet gesteld bij mij, maar ik heb een vriendin van me die spontaan begint te huilen als je over een bepaalde geur begint te mesmerizen. Het gevoel kwam in ieder geval dicht in de buurt.
Trouwens, bij tientallen andere herformuleringen gebaseerd op authentieke receptuur, heb ik zelden een historisch aha-erlebnis. Ligt voor een deel aan het gegeven dat veel, met name dierlijke ingrediënten niet meer – ook niet speciaal voor deze gelegenheid – gebruikt mogen worden. Dan kun je dus de meeste geuren gefabriceerd voor 1975 afschrijven.
Bij Chypre Mousse van Oriza L. Grand uit 1914, opnieuw gemaakt 2013, heb ik wel die euforische sensatie. Het totaalidee is bemost groen, letterlijk ‘niet van deze tijd’. In eerste instantie denk je muf. Maar ruik je door, dan ruik je meer; verval in de goede zin van het woord (stro, vermolmd hout, natte herfstbladeren verworden tot humus) en, praise the lord, gevrijwaard van de tegenwoordige ‘schoonmakers’ die in geuren worden gestopt.
Nicht teurer
Le Snob (1952) van Le Galion is ook redelijk ‘historisch’ voor mijn gevoel. Ik krijg er zo’n lekker tuttig-chic gevoel bij. Zo achteloos smaakvol, ik zie me in een Chanel-pakje verloren borderline verlopen door Parijs lopen. Zo hoop ik ooit nog de inspiratiebron voor deze geur te ruiken: Joyvan Jean Patou uit 1936 – door The Fragrance Foundation uitgeroepen tot hèt parfum van de 20ste eeuw. Ben er helaas vergeten naar te vragen tijdens mijn laatste bezoek aan de Osmothèque in Versailles. De melange van dierlijk jasmijn (Patou had zijn eigen jasmijnvelden bij Grasse) en über-volle roos schijnt volgens overlevering letterlijk adembenemend te zijn geweest.
Nog een voorbeeld: je gelooft het niet: 4711van (voorheen Muelhens en, nee, de Nederlandse tak heette niet Boldoot) uit 1792. Dat fris-opbeurende ‘schurende’ gevoel van citrusvruchten vermengd met kleine toefjes rozemarijn en lavendel. Zo simpel, zo lekker. Krijg telkens weer bij applicatie, en dat is dus vaak, een soort van historisch besef: dat je weet dat miljoenen mensen wereldwijd al eeuwenlang van dit Wunderwasser genieten. Nu zullen de citrusvruchten vroeger intenser hebben geroken (bergamot is ook niet meer wat het is, dat weten ze bij Guerlain ook al langer), maar het all over-gevoel is – hier volgt een cliché – authentiek. Voor ik het vergeet: hoe het legendarische Iris Gris (1946) van Jacques Fath origineel rook kun je inmiddels ook ervaren.
Als je wilt kun je dat gevoel nog steeds ervaren met veel meer geuren. Tenminste als je een originele formule vindt. Niet zo moeilijk: de handel in vintagegeuren op Ebay bloeit – zie mijn verhaal Doos vol oude geuren.
Mijn meest recente belevenis in deze: in een tweedehands in het schone Drentse land, lag een bijna lege vintage-versie van L’Heure Bleue (1912) naar mij te lonken. € 5,00. Gezien de flacon, schat ik een jaren vijftig-versie. Ik reken af. Loop naar de auto. Ga zitten en laat het gebeuren. Wat een intensiteit, de nog steeds surprisingly modern aandoende bergamot- en anijscombi, de zoetigheid van het viooltje, de lichtscherpe aldehyden-toets. Alles is er. En ook zo elegant ‘vloeiend’ – de anjer en tuberoos op de achtergrond resonerend. En dan die, hoe moet je het omschrijven, dat zweempje zoetzurigheid. Wat een gelaagdheid, wat een caleidoscopische ervaring.
‘Oh Champs-Elysées, oh Champs-Elysées…’
In een Guy de Maupassant-stemming, waan ik me in een fiacre op de Parijse boulevards richting Bois de Boulogne. Geen zin om naar de kerk te gaan. Laat de klokken maar beieren. Ik hoor het gebries en gehinnik (tuig geleverd door Hermès bien entendu) van de paarden – onwennig als ze nog zijn aan auto’s. Het geklik-klak van hun beslagen voeten op de kasseien. Is dat een vermanend fluitje – tussen het geroezemoes van wandelaars door – van een gendarme die het ook niet meer weet? Jeetje. Het lijkt wel of die zwerm duiven me achtervolgt, hoe sierlijk zoeven ze voorbij….
Al die audio’s! Moet ik me toch eens echt in verdiepen. Guess what? Ik ga binnenkort misschien wel lobby-borrelen op het Luxemburgplein in Brussel (heb er jaren gewoond). Hoewel ik het niet meer van mijn looks moet hebben – ik kan nu doorgaan voor een old white elitist male. Het zijn nu de brains die een paar cultuurambtenaren moeten overtuigen een subsidie vrij te maken van mijn boude plan: www.noiseuropa.eu