GEURENGOEROE

P.O.P: POPE OF PERFUMES

  • Home

SOIR D’ORIENT SISLEY

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op oktober 12, 2015
Geplaatst in: GEURENALFABET S, NICHE, NICHE IN DE PARFUMERIEKETEN. Getagd: SISLEY. Een reactie plaatsen

MIDDEN-OOSTEN MYSTIEK

VERY NICE, VERY NICHE (FOR BEGINNERS)

Jaar van lancering: 2015

Laatst aangepast: 12/09/15

Neus: helaas onbekend

Concept & realisatie: Hubert en Isabelle d’Ornano

SOIR D’ORIENT SISLEY MOOD 1Historische inspiratie voor Soir d’Orient. In het kort: Andalusië, in het bijzonder een paleis in Sevilla gebouwd ‘tijdens’ de Spaanse gouden eeuw, de periode van convivencia… we verlaten de tuinen en dringen door tot het van rijke ornamenten voorziene hart van het paleis’.

‘Gebouwd in de gotische mudejar-stijl tijdens de regeerperiode van Alfons X die ons herinnert aan de tijd van de Moorse invasies en Spaanse veroveringen… Een tijd waarin geuren van het westen zich mengden met die van het Nabije Oosten. In Andalusië valt de ondergaande zon over de oude muren, licht de azulejo-tegels met een metallic glans op en onthult de betoverende magie van Soir d’Orient’.

Iets exacter: convivencia betekent de wederzijdse religieuze, wetenschappelijke, culturele en artistieke beïnvloeding tussen moslims, joden en christenen in Spanje. En de Mudejar-stijl in het bijzonder verweeft moslim- en christelijke kunstvormen. Dat gebeurde vanaf de Moorse invasies (711) tot het moment dat het über-katholieke Spaanse koningspaar Isabella I van Castilië en Ferdinand II van Aragon met de door hun succesvol geleide Reconquista hier een einde maakte in 1492 – het jaar waarin Christopher Columbus een nieuwe weg over het water zocht naar Indië en verder.

Tijdens deze kruisbestuiving werd op het schiereiland de Arabische parfumcultuur geïntroduceerd (denk aan oranjebloesem) en door kruisvaarders ‘parfumingrediënten’ (iris, saffraan, hyacint, wierook) uit het ‘beloofde land’ mee naar Europa gebracht. Om de constante aanvoer van exclusieve waar (denk sandelhout, denk musk) voor de Europse elite via de Zijderoute (na de val van het Romeinse rijk in tact gebleven) niet te vergeten.

SOIR D’ORIENT SISLEY mood 3Geurengoeroe zegt: Soir d’Orient is heel mooi én is heel slim. Slim: de compositie is very marketing driven. En daar is niets op tegen. Want de geur beantwoordt helemaal aan de wens van een groeiend aantal consumenten die kennis wil maken met niche maar nog niet exact weet hoe dat precies ‘in zijn werk gaat’. Dat wil zeggen een krachtig parfum dat qua ‘beproeving’ verder gaat dan ‘niet-weer-hè’-gourmand en de roze gestemde lichte bloemenroes (vastgeplakt aan door witte musk poederig gemaakt blank hout) die nu vooral de toon bepalen.

Vinden ze dat in hun favoriete ketenparfumerie? Of moeten ze over de, voor velen hoge, drempel stappen van de nicheparfumerie? Geurengoeroe antwoordt: laat de drempel voor wat het is: Soir d’Orient is niche in de ketenparfumerie. Sisley vertolkt in deze geur de stemming die al langer in nichekringen heerst: en die is ‘gesluierd sensueel’, want geïnspireerd op het wonderhout dat vanaf ongeveer 2000 vanuit Saoedi Arabië de wereld heeft veroverd, nog steeds aan het veroveren is: oud, of oudh, of adelaarshout. Ruik je Soir d’Orient blind, grote kans dus dat je het Midden Oosten als herkomstgebied door je gedachten flitst. Want deze contreien staan al jaren synoniem voor oud in combinatie met volle, overdreven geuren die vooral lak hebben aan die één ding: bescheidenheid. En de bewoners van het Arabische schiereiland krijgen er maar niet genoeg van: Europese en Amerikaanse parfumhuizen maken special oud-collecties voor het Midden-Oosten die je, no problema’s, via internet ook thuis bezorgd krijgt.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Soir d’Orient is bij mijn weten een van de eerste geuren, afgezien van Yves Saint Laurents M7 (2001) en Christian Diors Fahrenheit Absolute (2009), die oud zo overtuigend in een geur verwerkt en die je in de ketenparfumerie kunt kopen en geen moeite doet om de werking ervan te maskeren. Verschil: Soir d’Orient is er slechts voor haar. Vertel je dat aan mensen op het Arabisch Schiereiland, die beginnen dan direct te lachen. Waarom: oud doe niet aan geslachtsdiscriminatie.

ERIK ZWAGA GEURENGOEROE SAFFRAANNu de grap: in Soir d’Orient schittert oud door afwezigheid, maar de ingrediënten roepen samen wel de kenmerkende oud-sensaties op die je op de achtergrond ruikt: smeulend, kamferachtig, apothekers-etherisch. Trouwens, volgens Frédéric Malle zitten in de als ‘echt oud’ gepresenteerde geuren geen druppel van dit kostbare hout. En dat zoiets heel goed mogelijk is, bewijst Baruti met zijn geur Nooud (2014). Ofwel, Geenoud of geen oud.

Hoe krijg je het oud-gevoel zonder oud in een geur? De kortste ‘keten’ in deze: patchoeli en wierook. Dat is de basis: wierook geeft de bosachtige, ‘vochtige’ patchoeli op alternatieve wijze het kamferachtig, apothekers-etherisch effect. Om dit minder cru te maken, wordt de compositie eigenlijk ‘vanaf onder’ opgebouwd om te garanderen dat deze oud-sensatie wordt opgesierd met andere ingrediënten zonder die weg te poetsen. En dat doe je dus met de ideale niche-combi van nu: saffraan (foto) en roos. De eerste geeft de pittig-frisse opening van Italiaanse citroen (meer) en Iraanse galbanum (minder) een licht-zoete, beetje stroef-ronde toets. En dat is nu synoniem met chic in parfumkringen. En hetzelfde doet saffraan met de Turkse roos en Egyptische geranium (ruikt naar roos alleen frisser en groener).

Maakt het ‘roosgevoel’ minder fruitig, minder zoet. Peper (uit Madagaskar) zorgt voor een extra dimensie en garandeert dat de patchoeli-basis van ‘oud’ blijft resoneren. En garandeert tegelijkertijd dat de Somalische wierook ondanks het zwaar-oosterse karakter ‘open’ en vol lucht blijft (is wat anders dan luchtig).

Soir d’Orient wordt gepresenteerd als een vrije interpretatie van Eau du Soir. Niet helemaal mee eens. Het is een op zichzelf staande geur die het klassieke chypre-concept eigenzinnig interpreteert. Meer oosters, minder Europees, door het accent op roos in plaats van op jasmijn. Moet wel gezegd: ben je al helemaal ‘into niche’, dan zal Soir d’Orient je bekend voorkomen door de bijna inmiddels klassieke ‘geur-dna’ van saffraan, roos en patchoeli. Alleen, ‘door dit alles’ bevindt zich voor mij het door Hubert en Isabelle d’Ornano gedroomde paleis niet op het Iberisch, maar op het Arabisch Schiereiland.

SOIR D’ORIENT SISLEY MOOD 2

LADY EMBLEM MONTBLANC

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op oktober 9, 2015
Geplaatst in: GEURENALFABET L. Getagd: MONTBLANC. Een reactie plaatsen

‘LE PARFUM EN ROZE’

SAKE-ROOS

Jaar van lancering: 2015

Laatst aangepast: 09/10/15

Neus: Nicolas Beaulieu, Dominique Ropion

Model: Lesley Masson

Fotografie: Carlotta Manaigo

LADY EMBLEM MONTBLANC FLACONEerste vraag: waar moet ik mee beginnen? Met de overeenkomsten die de flacon met andere parfums heeft? Vraag twee: de naam? Vraag drie: de zoveelste keer dat een link wordt gelegd tussen de facetten van edelstenen en die van parfums? Vraag vier: het ‘la-vie-en-roze’-gevoel dat het totaalplaatje uitstraalt?

Of – vraag vijf – beginnen met het ‘vernieuwende’ ingrediënt waar Lady Emblem door gedragen wordt. Compositorische vernieuwing gebeurt nog zelden in een parfumformule, en het gaat Geurengoeroe uiteindelijk om de geur dus… Montblanc beweert dat Nicolas Beaulieu en Dominique Ropion de sake-geurnoot hebben uitgevonden. Dat klopt van de ene kant niet en van de andere kant wel. Niet: de sake-geurnoot wordt niet onttrokken aan de bekendste Japanse alcoholische drank gemaakt van rijst (en daardoor ook rijstwijn genoemd). Wel: het is een combinatie van een aantal geurmoleculen die samen het ‘idee van sake’ oproepen gecombineerd met roos.

Het aroma van sake – in het Japans seishu en sinds 1973 nihonshu (日本酒: betekent Japanse alcohol) – proef je over het algemeen meer dan dat je het ruikt. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor wodka, eau de vie, mare de champagne, ouzo en grappa. Wat je ruikt is een ‘bleke’ alcoholische noot met een scherpe, etherische, snel vervliegende prikkeling, maar toch met een fluwelen afdronk, finish.

SAKE ROSELady Emblem past perfect in de huidige trend van rode fruitgeuren met een poederige drydown. Dat je met sake, en niet een champagnenoot te maken hebt ruik je in de opening. De tinteling van roze grapefruit en de kruidige pittigheid roze peperkorrel (een van de laatste echt nieuwe natuurlijke ontdekte ingrediënten in de parfumindustrie) is van korte duur omdat die direct wordt verzacht door de zachte ‘sake’ voorzien van een fruitige noot.

Die zweeft tussen lychee en granaatappel gecombineerd met ‘groen’ – die zich als vloeibaar fluweel over de roos-jasmijncombinatie in het hart verspreidt. Dit alles gaat over in een vertrouwde basis van sandelhout en musk. De eerste geeft een romig, vloeiend blank hout-accent, de tweede zorgt voor een poederige zoetheid zwevend tussen vanille, amandel, heliotroop en amber. Eindresultaat en antwoord op vraag vier: een zachtbloemige geur helemaal passend in de ‘le parfum en roze’-trend van nu die niet de volheid van de roos, maar de zachtheid ervan benadrukt. Beschaafd, intiem, meer voor jezelf dan voor ‘je omgeving’.

En dit alles is gehuld in een flacon – hier volgt antwoord op de eerste vraag – die mij direct doet denken aan Wish (1997) van Chopard en minder direct aan Paco Rabanne’s Lady Million (2010) en ok, weliswaar cheaper maar toch: Killer Queen (2013) van Kate Perry.

LADY EMBLEM MONTBLANC MODELHet antwoord op vraag drie: ‘De flacon is een kopie van de Montblanc-diamant: het heeft dezelfde facetten, schittering en roept dezelfde dromen op’. En: ‘Doordat ze de overeenkomsten tussen edelstenen en parfum begrepen, richtten Ropion en Beaulieu hun talent op het concept van de schittering’. ‘Een tijdloze creatie geïnspireerd op het eeuwige… Elk element werd gebruikt om de zuiverheid te behouden en te versterken’. Aldus de neuzen.

Tot slot de naam. Ik vind Emblem een mannelijke, stoere naam en die wordt er voor mij niet vrouwelijker op door de toevoeging van Lady, eerder meer bourgeois. Emblem Femme had ik krachtiger en meer eigen gevonden. Ook vraag ik me af of ‘de vrouw van tegenwoordig’ diamanten als ‘a girl’s best friend’ beschouwt zoals het persbericht meldt – ik geloof eerder een trouwe, liefdevolle partner. Het ‘bewijs’: veel ‘voorbeeldvrouwen’, die zich deze beste vrienden in overvloed kunnen veroorloven, lenen altijd voor rode loper-performances deze schitterende waar van Van Cleef & Arpels, Boucheron, Chopard, Tiffany’s, Henry Winston en Cartier…

LADY EMBLEM MONTBLANC LOGO

RAUSCH J.F. SCHWARZLOSE

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op oktober 7, 2015
Geplaatst in: GEURENALFABET R, PORTET. Een reactie plaatsen

TESTERERONBOMMETJE!

OESTROGEENBOMMETJE!

Jaar van lancering: 2012

Laatst aangepast: 07/10/15

Neus: Véronique Nyberg (op foto onder)

Concept en realisatie: Lutz Hermann, Tamas Tagscherer (idem)

J. F. SCHWARZLOSE OLD ADIk sprak een tijdje geleden Lutz Hermann tijdens de officiële opening van www.thefragrancestore.nl in de Amsterdamse Pijp. Hij (ontwerper) is met Tamas Tagscherer (marketing-communicatie) en Véronique Nyberg (neus) ‘heroprichter’ van J. F. Schwarzlose. Een van de weinige in de loop van de twintigste eeuw verdwenen Duitse parfumhuizen waarvan de naam nog (niet) in bezit was van een cosmetica-reus. Want dat was het uitgangspunt: met een oud, vergeten parfumhuis van Duitse oorsprong aantonen dat Frankrijk – contrary popular belief – op parfumgebied niet alleen de scepter zwaaide.

Ter uwer informatie: tussen Parijs en Berlijn heerste in de 19de eeuw een concurrentiestrijd, een soort van wedloop, het elkaar aftroeven met grootscheepse industriële, stedenbouwkundige en kunstzinnige projecten die allemaal in het verlengde lagen van het prikkelen en opzwepen van de ‘eeuwige’ vijandschap tussen Frankrijk en Duitsland. Deze wederzijdse megalomanie resulteerde uiteindelijk in de Frans-Duitse oorlog van 1870 die door Napoleon III werd verloren. Dat was dus inderdaad – niet afhaken, er volgt nu een parfumlink – de man van keizerin Eugénie van Frankrijk aan wie Pierre-François-Pascal Guerlain in 1853 Eau de cologne Impériale opdroeg.

J.F. SCHWARZLOSE OLD PICTUREJ.F. staat voor de pianobouwer Joachim Friedrich die in 1856 een drogisterij opent om zijn vele kinderen – tien stuks – van werk te verzekeren. In 1870 – een jaar voor heel Duitsland werd verenigd onder een keizerrijk – levert het al aan het Pruisische hof in Berlijn. Twee zoons – Max en Franz – besluiten eigen parfums te ontwikkelen. Om dit proces te faciliteren kopen ze in 1895 het parfumhuis Treu & Nuglisch (anno 1820) dat ook al de koninklijke goedkeuring had van het Pruisische maar ook van het Oostenrijkse-Hongaarse hof.

Naam van het parfumhuis: J.F. Schwarzlose Söhne – Treu & Nuglisch. Het gaat goed zoals dat heet. De parfums slaan aan: Centifolia Rose, Chic, Finale, Frappante, Hohenzollern Veilchen, Hyazina, Jockey Club, Juchten, Kyphi, Meiglöckchen, Lilaflor, Royalin, Peau d’Espagne, Prachtnelke, Trance, Treffpunkt 8 Uhr, Violetta Sola Vera. En niet alleen ‘zu Haus’: de geuren wisten begin twintigste eeuw zelfs door te dringen tot het Chinese keizerlijke hof in de Verboden Stad te Peking.

J.F. SCHWARZLOSE PARFUMERIEInteressant: de grondstoffen werden geleverd door firma Spahn & Büttner (anno 1829) in 1839 omgedoopt tot Spahn und Schimmel en later tot Schimmel & Co. Volgens Lutz Hermann een van de grondleggers van de moderne parfumindustrie. Hermann beweert zelfs dat hierdoor J. F. Schwarzlose als eerste, en niet Chanel, een aldehydenparfum lanceerde – kom ik een keer op terug – met de naam 1A-33. Deze ‘code’ staat voor het toenmalige autokenteken van Berlijn (1A) en het Berlijnse district (33) waar de fabriek van Treu & Nuglisch was gevestigd.

J.F. SCHWARZLOSE 1A-33Het bedrijf doorstond de wereldcrisis van 1929, maar hoe het precies de oorlog doorkwam, is onduidelijk. De fabrieken, kantoren en winkels (?) werden, zoals bijna heel Berlijn, in ieder geval in 1944 tijdens bombardementen van de geallieerden met de grond gelijk gemaakt.

De toenmalige directie kon met behulp van het Marshallplan opnieuw beginnen. Met de bouw van de Berlijnse muur, waren er wederom problemen aangezien die midden door het terrein liep waarop de J.F. Schwarzlose-fabriek stond. De parfumpret houdt in 1976 definitief op omdat door een nieuw bestemmingsplan de fabriek plaats moest maken voor sociale woningbouw en de toenmalige eigenaresse, Annemarie Köthner, geen zin had om te verhuizen naar een nieuw terrein. Rausch is een van de eerste vijf geuren die onder de nieuwe leiding werd gelanceerd en is samen met Zeitgeist niet gebaseerd op een oude formule uit het J.F. Schwarzlose-archief, zoals 1A-33, Trance en Treffpunkt 8 Uhr. Allemaal uit 2012. Nieuw: Fetish en Altruist – beide dit jaar.

J.F. SCHWARZLOSE LILAFLOROpvallend, afgezien van de vintage-versies: Lutz Hermann wil een nieuwe manier van excitement creëren die de sfeer van vooroorlogs Berlijn – denk de film Cabaret – combineert met de nightlifevibraties en -prikkels van nu. Wel een beetje cliché gezien de namen. Toont maar weer eens aan hoe ook ‘nieuwe’ huizen vaak niet out of the box kunnen denken. Neem Rausch: is dus roes of rush. Ook een gelijknamige geur van Gucci en het tijdelijk roesverhogende paardenmiddel: poppers.

Wat mij vooral aanspreekt in de geuren zijn de Duitse namen die volgens mij ook bij anderstaligen met een beetje ontwikkeling direct begrepen worden en die iets zeggen over de enorme invloed die de Duitse cultuur ooit had in de westerse invloedsfeer. Zoals Zeitgeist – in diverse andere talen als betekenis ook nog steeds een begrip. En in minder mate Rausch. En zoiets werkt en versterkt; ik herinner me van de Amerikaanse tv-serie The X Files dat enkele afleveringen Duits getiteld waren, en krachtig de boodschap duidelijk maakten: Unruhe en Die Hand die verletzt. Dat dan weer wel: jammer de te eenvoudige dertien-in-een-dozijn-standaardflacon – iets waar meer heropende huizen zich van bedienen. Lutz Hermann is nota bene flaconontwerper voor de parfumindustrie. De ‘noodzaak’ van deze herlancering was nog vanzelfsprekender geweest als gebruik was gemaakt van oude modellen uit het archief: die onderstrepen hoe goed de totaalpresentatie was en niet onderdeed voor ‘Parijs’.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Niets moeilijker dan een gevoel, een idee, een stemming samengebald in een pakkende parfumnaam om te zetten. Er zijn heel veel parfums die hierdoor – want niet in overeenstemming met de inhoud, de boodschap – zijn geflopt. Hoewel je als parfumsnob kunt beweren dat je je hierdoor niet laat leiden, werkt het volgens mij toch op onbewust niveau. Het kan de ‘acceptatie’ van de compositie positief of negatief beïnvloeden.

J. F. SCHWARZLOSE RAUSCHRausch doet met mij in ieder geval meer dan met Gucci’s Rush (1999) en Rush for Men (2000) – het is sensueler, opzwepend en heeft iets duisters-sexy, rauw op het lijf. Dat komt door de slimme compositie. Die verwerkt het nog steeds te hippe oudh – hier met mate toegepast waardoor ik me afvraag of het wel the real stuff is – met een overdosis vanille die zelfs bij vanille-haters een gevoelige snaar moet weten te raken.

De reden: de vanille krijgt verdieping, wordt mooi ondersteund door hout waardoor de gourmandlink op de achtergrond verdwijnt: cypriol (nagarmotha), sandelhout en patchoeli. Cypriol zorgt voor een krachtige rokerige en leerachtige noten – rauw op het lijf dus. Een testeronbommetje voor hem, een oestrogeenbommetje voor haar.

Sandelhout zorgt voor elegantie, maakt het andere hout ‘smeuïg’. Patchoeli versterkt die kamferachtige noot van oudh. En de amber legt onder de hele compositie een lekker smeulend vuurtje. Ben je geil en opgewonden – wel of niet door een pretpilletje – en je ruikt Rausch in iemands nek of op een ander lichaamsdeel, grote kans dat je nog geiler en opgewondener wordt. Kleren van het lijf en dergelijke. Ik bedoel: met onschuldig geparfumeerde bloemetjes of een witte musk gelaagd geurgevalletje vermoed ik dat de uitwerking ‘in the rush of the moment’ anders zal zijn.

J. F. SCHWARZLOSE TEAM

PATCHOULI BLANC REMINISCENCE

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op oktober 6, 2015
Geplaatst in: GEURENALFABET P. Getagd: Fabrice Pellegrin, reminiscence. 2 reacties

IN NAAM JA, IN GEUR NEE

‘HUIDEIGEN’ & CHIC

Jaar van lancering: 2015

Laatst aangepast: 06/10/15

Neus: Fabrice Pellegrin

Concept & realisatie: Zoé Coste en Nino Amaddeo

PATCHOULI BLANC REMINISCENCE BOTTLEHet mooie aan patchoeli? Reminiscence geeft in de toelichting van Patchouli Blanc zijn Patchouli (1970) eigenlijk een klap om de oren door te beweren dat deze onbetwiste patchoeli-klassieker ‘somber en onstuimig van karakter is’. Onstuimig – prima, somber – integendeel. Somber is volgens mij een nette typering van hoe pure patchoeli door velen nog steeds wordt ervaren: penetrant, vies, stank, kamferachtig, muffig, sleets.

Voor patchoeli-addicts slechts positieve kwalificaties, maar het zou toch mooi en eerlijk zijn als daar donker, sensueel, houtachtig en mysterieus aan wordt toegevoegd. Voor hen is patchoeli ontdaan van deze kenmerken, hetzelfde als peper zonder de scherpte, gember zonder de prikkeling, trassie zonder de gefermenteerde stink-noot.

Iets anders: witte patchoeli bestaat niet. Dus een geur Patchouli Blanc noemen is dus vreemd, ‘misleidend’, een contradictio in terminis. Het valt in een ontwikkeling die in de parfumindustrie steeds meer op de voorgrond treedt. Het schaarser en daardoor duurder worden van natuurlijke ingrediënten (en het verbod in bepaalde concentraties daarvan) heeft de parfumindustrie gedwongen tot het nog meer gebruik maken van synthetische moleculen. Dat heeft geleid tot kleurloze, witte ingrediënten die vaak alleen nog maar in naam aan hun oorspronkelijke werking herinneren. Ofwel, een nieuwe interpretatie van witwassen: blank hout, wit leer, witte patchoeli, witte musk. Als er in dit geval sprake van patchoeli is, dan alleen een druppel en dan ook nog verpakt in heel veel poederige noten.

Patchouli wordt in Patchouli Blanc gebruikt vanwege de naamsbekendheid en de ‘warme’ associaties. En Reminiscence staat in dit lenen niet alleen. Van Cleef & Arpels bijvoorbeeld past het toe op First (1976) en wordt dus First Edition Blanche (2013). Clinique op Aromatics uit Aromatics Elixir (1975) voor Aromatics in White (2014).

Het hoeft niet alleen bij wit te blijven om aan te geven dat een nieuwe variatie lichter (niet frisser!) en in de meeste gevallen meer musky is uitgevallen. Zoals Guerlains Shalimar Parfum Initial (2011) en zelfs Black Opium (2014). Sterker, deze variatie heeft niets met Yves Saint Laurents legendarische voorganger te maken, maar heeft wel een cleane, wit musky finish.

MEIDOORNEn, voor ik het vergeet: Tom Fords White Patchouli (2008) heeft ook weinig met patchoeli vandoen, is meer een roze chypre (maar dat is weer een ander verhaal).

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Ken je N° 5 (1921) van Chanel of Lanvins Arpège (1927)? Grote kans dat je bij de opening van Patchouly Blanc hieraan moet denken. Dat komt door aldehyden – het gebruik van deze synthetische, in essentie vies ruikende ingrediënten afkomstig uit aardolie en plantenresten hebben het vermogen bloemen op te tillen en daardoor parfumcomposities een diffuse uitstraling te geven die gelijk staat met chic en volheid.

Die krijgen in dit geval een moderne toets door steranijs – verantwoordelijk voor het subtiel-zoete aspect dat door de hele compositie gaat. Van bloemen is weinig sprake – alleen meidoorn (foto), en die bloeit heel subtiel, bijna niet waarneembaar deze zonnige, licht bloemige en beetje stroeve toets. Dat komt omdat het met name de poederige melange – afkomstig van diverse musk-soorten – zijn die de toon bepalen en die extra verzacht worden door sandelhout. Op de achtergrond lijkt het of je patchoeli waarneemt – er is ‘iets van’ een stoffige, aardse noot. Maar dan wel erg, erg schoongewassen op 90° C en gewiegd door grijze amber die voor een licht-sensuele noot zorgt.

Patchouli Blanc is goed voorbeeld van een huideigen parfum – het versterkt de geur van een zachte, gewassen huid besprenkeld met talkpoeder. Vroeger vast onderdeel van het badderen, maar wie doet dat tegenwoordig nog? Patchouli Blanc is ook chic en klassiek door het feit dat de geur – gelukkig – geen gourmandnoten bevat. Voorkomt een al te grote directe herkenning en verhoogt het tijdloze en diffuse karakter.

ERIK ZWAGA GEURENGOEROE PATCHOULI REMINISCENCE AD

EVER BLOOM SHISEIDO

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op oktober 5, 2015
Geplaatst in: GEURENALFABET S. Getagd: Shiseido. Een reactie plaatsen

TRANSPARANTE BLOEMEN VASTGEHOUDEN DOOR HOUT EN MUSK

FEEST DER HERKENNING

Jaar van lancering: 2015

Laatst aangepast: 05/10/15

Neus: Aurélien Guichard

Model: Tess Hellfeuer

Fotografie: Ben Hassett

De nieuwe leiding van Shiseido heeft de geschiedenis van het merk ontdekt en zet die in om nieuwe producten ‘story telling’ en meerwaarde te geven. Niet dat het allemaal even origineel is. Althans het ‘historische’ bericht, ooit uitgesproken door Shiseido’s eerste directeur (zoon van de oprichter) waarmee het persbericht van Ever Bloom opent. Niet bepaald nieuw en discutabel. Shinzo Fukuhara: ‘For the eyes, there is painting. For the ears, there is music. For touch, there is sculpture. But what is there for smell? I want to make perfume known as a true work of art’.

Waarom beantwoordde Fukuhara eigenlijk de laatste vraag niet in plaats van zijn verlangen een parfumkunstwerk te scheppen? Want voor het zintuig reuk is er… geur (en stank). Logisch, maar ook niet bepaald origineel: de vrouw is voor Shiseido een muse en alle geuren door het cosmeticahuis gemaakt zijn dus opgedragen aan haar. In gang gezet met Hanatsubaki (1917), Ume (1918), Yukihime (1919), Ginza (1925) en Snow Fairy (1934). Werd meer ‘werelds’ met Mémoire (1963), Zen (1964), Koto (1967), More (1971), Nishiki (1973), Inouï (1976), Suzuro (1976), Murasaki (1980).

Met Ombre Noir (1981) en de geuren die volgden – Mémoire (1983), Saso (1987) and Feminité du Bois (1992), Chant de Coeur (1993), Relaxing Fragrance (1997), Vocalise (1997), Energizing Fragrance (1999), Zen (2000) en Zen (2007) en zijn tig variaties – doet het definitief mee met de wereldwijde parfumwedloop.

EVER BLOOM SHISEIDO BOTTLESDe link met de nieuwe geur – Ever Bloom – is de karakusa: een Japanse arabesk in de vorm van een bloem – meestal lotus, chrysant of pioenroos – die om zichzelf ‘heen draait’ en symbool staat voor geluk en welvaart, de cirkel van het leven en eeuwigheid. Het is sinds 1915 het Shiseido-symbool. Opvallend: de karakusa alleen op de verpakking is nogal ‘uitgerekt’ daardoor moeilijk herkenbaar.

Nog meer inspiratie: een zwart-witfoto (zie foto) van een camelia gemaakt door Roso Fukuhara (zoon van Shiseido’s huisontwerper). Ingetogen, niet opdringerig en ‘vlekkenloos open en geraakt door een intense sierlijkheid’. Meer over deze camelia: ‘A flower with dazzling beauty and exquisite delicacy, almost fragile, one that could be swept away by the slightest April wind. A flower immobilized for eternity in lissome beauty. A flower with infinite charisma, the perfect allegory of a woman, able to captivate in an instant and remain in our memory… forever’.

Ik ga het niet verder over de vrouw hebben die Shiseido voor ogen had en wat je wel allemaal niet in de flacon kunt zien, want ik vind het nu wel genoeg storytelling voor een geur die eigenlijk niets Japans of ‘Verre Oosten’ in zich heeft. Het is namelijk een ‘wereldse’ een zeer toegankelijke geur die overal en door iedereen begrepen zal worden: fris, bloemig, musky poederig.

Logisch: Ever Bloom is onderdeel van Shiseido’s strategie die ook de gemiddelde jongere consument naar de counters van Shiseido moet trekken. Gaat wel lukken: de presentatie volgt de ongeschreven parfumwetten: een (niet te) mysterieuze sfeer gesymboliseerd door een interessant model al even interessant gefotografeerd.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

EVER BLOOM SHISEIDO CAMELIADe neus Aurélien Guichard over Ever Bloom: ‘I imagined a transparent floral heart, clean and natural. An abstract flower that you can’t quite identify, a flower with a ‘blurred’ outline. A silky, soft liquid that envelops skin. First of all, I looked for a way to find the scent of a woman’s neck, very pure and dewy’. Wil je hem zelf horen: luister naar het interview.

Shiseido over Ever Bloom: ‘A new floral expression with of modesty and the immense power to reveal the beauty of a woman’. Nieuw is het natuurlijk niet. De geur geeft maar weer eens aan hoe groot de invloed van Estée Lauders Pleasures (1997) nog is – een van de eerste die waterig kant van bloemen benadrukte. Gecombineerd met die andere invloedrijke geur: For Her (2003) van Narciso Rodriguez waarin een nieuw soort (witte) musk de toon bepaalt.

Ik kan me bijna niet indenken dat Guichard (volgens The Moodie Report) pas na meer dan 2000 versies tevreden was. Of het moet zijn dat alle eigenzinnigheid er tijdens consumententests is uit gezeefd – met name het hart. Want Ever Bloom is de eenvoud zelve. En zal voor velen een ‘feest der herkenning’ zijn: bloemen ondergedompeld in een aqua-feel die geleidelijk aan meer kracht krijgt (maar niet te veel) om uiteindelijk clean uit te rusten op een bedje van zacht hout en zachte musk.

Dus geen knallende citrusopening – dat is inmiddels ouderwets. Nee, een ‘presence’-akkoord dat opent als een zacht frisse regen van lotus, jasmijn en roos de geur die in het hart bloemiger – een ‘aura’-akkoord – wordt door een soort van sensuele oranjebloesem en een soort van koppige gardenia. Die kunnen samen knallen als ze kans krijgen, maar worden in Ever Bloom direct door de basis – het ‘captive’-akkoord – opgenomen en daardoor getemd in hun natuurlijke ambities. Ofwel door door hinoki (cipres) en musk (silkolide).

Ben benieuwd of nieuwe en vaste Shiseido-klanten deze geur massaal omarmen. Want Ever Bloom heeft ondanks alle verhalen weinig ‘typsich Shiseido’ in zich. Voor de nieuwe klant maakt dat wellicht niets uit – de geur is de eerste kennismaking met het merk, dus niks aandehanda. Voor de vaste klant: die kan zich vragen stellen en dus twijfelen. Terecht?

EVER BLOOM SHISEIDO LOGO

LIVE IRRÉSITIBLE GIVENCHY

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op oktober 3, 2015
Geplaatst in: GEURENALFABET L. Een reactie plaatsen

ROL-TOP-MODELPARFUM

MET EEN VERTROUWDE, ‘HUIDEIGEN’ BASIS

Jaar van lancering: 2015

Laatst aangepast: 03/10/15

Neus: Dominique Ropion

Model: Amanda Seyfield

Videoclip: Matthew Frost

Fotografie: Mert & Marcus

LIVE IRRÉSITIBLE GIVENCHY FLACONSoms voel ik me – excusez le mot – echt een oude lul, een grumpy old man. Met name als ik iets lees wat ik al tig keer heb gelezen en me afvraag – hellup! – hoe tig keer ik het nog zal… Heb het dan met name over omschrijvingen, bezigheden, ‘twijfels’, gewoontes, ‘gekke dingetjes’, ‘ben-heel-zo-ontzettend-gewoon-gebleven’-gedrag van ambassadrices en muzen van geuren.

Eigenlijk onmogelijk volgens mij, al deze vaardigheden in één persoon te stoppen. Vraag me dan af: hebben ze daar geen volle dagtaak aan, houden ze hierdoor wel tijd vrij voor het werk waarvoor ze eigenlijk betaald worden: topmodel of actrice – of nog beter een combi van deze twee.

Ik wacht met smart op het masstige-merk dat het aandurft een ambassadrice te engageren die niet ‘zo onweerstaanbaar aantrekkelijk is’, die niet ‘zichzelf nooit serieus neemt’, die niet ‘charmant is en bruist’, die niet ‘van nature grappig is’, die niet ‘sierlijk en super enthousiast is’, die niet ‘zelfspot met veel finesse’ combineert.

Deze eigenschappen – en nog meer – worden de Amerikaanse actrice Amanda Seyfield toegedicht, sinds een paar jaar de muze van de Very Irrésistible-lijn anno 2003. Ik snap natuurlijk dat veel meisjes zich aangetrokken voelen tot dit wow-leventje. Met name zij die eenzelfde carrière ambiëren. Ook al moet dit pad gecatwalked worden via de (niet altijd goed voor jezelf zelfbeeld zijnde) ‘next topmodel’-tvprogramma’s. Jurylid a: ‘Ik vind je walk gewoon, te twijfelachtig, schatje’. Jurylid b: ‘Als je nog tien kilo verliest, dan garandeer ik je een gouden weg’. Jurylid c: ‘De nieuwe Kate Moss, applaus!’

Supermodels zijn naast zangeressen en actrices de nieuwe rolmodellen – toch? Daarom snap ik  natuurlijk ook dat met behulp van deze dreamgirls de parfumindustrie aansluiting zoekt bij deze interessante doelgroep. Ik snap natuurlijk ook dat de parfumindustrie de combinatie topmodel & ‘oh-la-la’-Parijs als dé manier ziet deze aansluiting zo verleidelijk mogelijk te presenteren.

In Live Irrésistible wordt dit opnieuw bevestigd. Leef onweerstaanbaar, haal uit elke minuut van het leven alles wat er in zit: ‘Amanda Seyfields charme heerst over de daken van Parijs en de stad ligt aan haar voeten. Blaadjes die zij ondeugend van een roos heeft geplukt worden om haar heen verspreid. Met een glimlach en een alles betekende blik, is ze zoals altijd prachtig’.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Maar het gaat natuurlijk om de geur, of niet? Interessant: Very Irrésistible is een zeer sterk merk ‘binnen’ Givenchy, en vertegenwoordigt met Ange ou Démon (anno 2006) het meer ‘bourgeois’, meer brave ‘Moederdagcadeau’-karakter van het huis in vergelijk met de meer artistieke Dahlia Noir-lijn (anno 2011) en de ‘alleen’ op de inhoud gerichte nichelijn Atelier de Givenchy (anno 2014).

De pure ‘soliflore’-roos die vanaf de eerste versie de toon bepaalde, is steeds minder aanwezig. Zo ook in Live Irrésistible: geen doel maar aanleiding. Het valt binnen de trend van licht bloemige, roze getinte geuren met zachte witte musk-finish.

ERIK ZWAGA GEURENGOEROE ANANASToch wordt de geur met de typische Givenchy-signatuur geschreven, want er is toch een zekere vorm van (kortstondige) verrassing. Althans, dat ervaar ik direct in de opening. Terug van weg geweest: ananas. Zoet, exotisch ver weg, ‘kwijlend’, met een pittige prikkel die wordt versterkt Jamaicaanse peper. Ofwel, een aroma dat nootmuskaat, kaneel en kruidnagel verenigt. Die geven de roos een donker gekruid randje zonder door te slaan – dat zou door de jonge consument van nu niet begrepen worden vermoed ik.

Die schrikt zich volgens mij helemaal te pletter als ze bij toeval Organza Indécence (1999) zou ruiken – de geur die terecht werd opgenomen in de ‘vintagecollectie’ van het huis: Les Parfums Mythiques (2007). Deze ‘spicebomb’ avant la lettre waarmee Givenchy gedurfd aantoonde dat mainstream niet altijd synoniem is met braaf. De afronding is ‘comme il faut’ volgens het huidige ‘grote-kans-op-succes’-protocol: een warm-poederige basis van amberachtige noten en witte musk die als het hart is vervlogen een bijna ‘huideigen’ gevoel achterlaat. Een geur die ruikt naar een gewassen, bepoederde huid.

LIVE IRRÉSITIBLE GIVENCHY MOOD

WANT DSQUARED2

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op oktober 1, 2015
Geplaatst in: GEURENALFABET W. Een reactie plaatsen

WANT: NIEUWE MANIER VAN ‘MUST – I – HAVE’ ZEGGEN

LOLITA WORDT ‘LOLLYTA’

Jaar van lancering: 2015

Laatst aangepast: 01/10/15

Neus: Aurélien Guichard

Model: Rianne ten Haken

Fotografie: Inez en Vinoodh

WANT DSQUARED2 BOTTLEZe zuigt aan een lolly. Likt lekker uitdagend met haar tong over haar lippen. En beleeft euforische momenten, zo naar het lijkt, deze hedendaagse versie van Lolita of ‘Lollyta’. Suggestief? Provocatief? Zeker, helemaal als je weet dat Dsquared2 de producent is. Seks verkoopt nog steeds – of in ieder geval door er in dit geval níet subtiel, zogenaamd suggestief, op te wijzen. Dan kun je dus Want interpreteren als zin hebben in… vul maar in.

Wat ik leuk aan vind aan de naam: Want als de nieuwe hebberig makende kreet voor achter alle trends aan huppelende fashionista’s, als opvolger voor ‘must have’ (of the season) en ‘it’ (zoals de ‘it’-bag).

De lolly vind je terug in de dop. Of althans dat ‘proef’ ik. Nu denk je misschien: de inhoud ruikt vast gourmand, naar kermiszoetheid. Niet dus. Zie ruik & vergelijk. De inspiratie – ‘de veelzijdige, eigentijdse vrouw’ – is bijna teleurstellend, want zo mainstream, so not Dean en Dan Caten – de mannen achter Dsquared2. Want: ‘Ze belichaamt vrouwelijkheid die zowel sterk, glamoureus als gedurfd is. Eenvoudig en vol spontaniteit. Dynamisch en vindingrijk. Haar vastberadenheid maakt haar spannend, authentiek en sexy. Ze is een verzameling van contrasten en al haar facetten zijn adembenemend’. Vandaar niet één foto van Rianne ten Haken, maar ‘een serie portretten uitdagend vastgelegd door Inez en Vinoodh die verschillende emoties oproepen’. Bij wie? Bij mij maar één: vul maar in. En staat Dan nu rechts of links van Rianne (met pruik?)? Of is het nu andersom?

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

WANT DSQUARED2WANT DSQUARED2 PARTYWat echt provocatief is aan Want: de inhoud. Die is in verhouding tot de uitstraling zeer klassiek. Geen enkel verrassend of ‘hedendaags’ ingrediënt te bespeuren. Of het moet ‘viooltjeshout’ zijn, maar dat is inmiddels een courante speler in de basis van geuren.

Want opent fris-sprankelend zoet door gember, mandarijn en roze peper. Mooi: de zuiverheid. In het hart straalt de damascena-roos (fruitig zoet met hints van framboos) waarvan de bloemigheid een sensuele ondersteuning krijgt van neroli-absolu. Echt diep-sensueel wordt het niet omdat naast deze bloemen heliotroop bloeit: geliefd om zijn poederige, amandelachtige vanillegeur.

Dat levert een andere sensualiteit op die je met een beetje fantasie gourmand kunt noemen doordat heliotroop in de basis wordt gelinkt aan een overdosis vanille: een variant uit Madagaskar versterkt door een geografisch niet nader geduide vanille-absolu. Eindresultaat: een oosterse bloemengeur (floriental), maar dan wel ‘vanilla driven’. De zoetheid wordt nog versterkt door ‘viooltjeshout’. Ofwel, zacht hout met zoet toets.

WANT DSQUARED2 CAMPAIGN

MON EXCLUSIF GUERLAIN

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op september 28, 2015
Geplaatst in: GEURENALFABET M. 1 reactie

MANNELIJKE VAREN EN VROUWELIJKE GOURMAND VERENIGD

‘PLAKLETTERPARFUM’

Jaar van lancering: 2015

Laatst aangepast: 28/09/15

Neus: Thierry Wasser

MON EXCLUSIF GUERLAIN BOTTLEWanneer wordt een geur helemaal ‘exclusief’ voor jezelf? Wetende dat je die met honderdduizenden zo niet miljoenen gelijkgestemden deelt? Nooit dus. Een in de ware zin van het woord exclusieve geur speciaal gemaakt overeenkomstig je wensen, is een op maat-parfum.

Deze haute parfumerie-service biedt Guerlain vanaf € 25.000.00. Nu wil ‘de parel in de kroon van de Franse parfumerie’ dit geprivilegieerde gevoel koppelen aan een masstige-geur. Wat de presentatie betreft dan. Niet de inhoud. Want Mon Exclusif kun je op bepaalde verkooppunten laten graveren met een zelf bedachte naam of je initialen. Of die van je moeder, zus, vriendin en ga zo maar door. Als je daar geen tijd voor of zin in hebt, dan kun je met bij de flacon geleverde plakletters (zie foto) Mon Exclusif je eigen naam maken. Moet je ook tijd voor en zin in hebben…

Guerlain ziet het als ‘a new concept to explore the intimate relationship that a woman can establish with her perfume by giving it a name of her own choosing’. Ik vraag me af of deze manier van ‘customizen’ de exclusieve beleving verhoogt. En of een parfumhuis zich als psychiater moet gedragen: ‘Je hebt weinig met deze geur, zeg je, hoe komt dat, zijn het jeugdherinneringen of ben je gewoon ontevreden met je man – wanneer was het voor het laatst dat hij je een geur gaf. En wat zegt dat over hem, wat zegt dat over jou… ?’

Daarnaast: bij elke hobbywinkel koop je tegenwoordig stickers en emoticons waarmee je van alles en nog wat kunt pimpen. Maar dat is iets voor peuters en kinderen volgens mij. Als ik zelf aan de slag zou gaan; ik vrees dat ik nogal melig zou gaan woordspelen.

MON EXCLUSIF GUERLAIN LETTERS OF CONSENTDe flacon, oorspronkelijk ontworpen door Michel Franck en voor de gelegenheid iets ronder gemaakt, komt uit het archief van Guerlain: ooit zat hier de jus in van Coque d’Or (1937) en Dawamesk (1945) dat eerder in 1942 op de markt werd gebracht onder de naam Kriss.

Coque d’Or is door Jacques Guerlain opgedragen aan en gevormd naar de smokingstrik standvastig gedragen door Serge Diaghilev van Les Ballets Russes en genoemd naar de gelijknamige opera van Nikolai Rimsky-Korsakov uit 1907.

Voor de echte verzamelaars: vorig jaar verscheen in een oplage van 29 stuks een nieuwe parfumversie (niet geroken door Geurengoeroe) door Thierry Wasser (hij is zo dicht mogelijk bij originele chypre-partituur gebleven) gepresenteerd in de originele Baccaratflacon – zie foto onder.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Met Mon Exclusif poogt Thierry Wasser de typische mannelijke varengeur te verbinden met vrouwelijke allure. Met vintage Jicky (1889) als referentie. Het is niet makkelijk deze spagaat te overbruggen – voor je het weet heb je een hybride als resultaat.

En dat is Mon Exclusif ook: varen versus oosters gourmand. Ruik je de geur blind, dan kom je wellicht in de verleiding te denken dat het een nieuwe variatie is op La Petite Robe Noire (2011): La Petite Robe Violette. Tenminste als je het eerste stadium van de geur hebt laten vervliegen: een enorme prachtige lavendelwolk.

LAVENDELIn eerste instantie fris gemaakt door mooie zuivere nevel van bergamot en mandarijn ‘aangezet’ door coumarine. Als de zoete amandel zich in de compositie mengt krijg je als man even een L’Homme Idéal-associatie – de geur uit 2014. Alleen is deze amandel zoeter en wel heel erg-erg gourmand. En dat wordt alleen maar versterkt in de verdere ontwikkeling. Ondanks de opgevoerde klassieke ‘Guerlainbloemen’ – jasmijn, roos, ylang-ylang – die baden in een zonakkoord met nectarine-effect, zij het zeer ingehouden.

Ze zorgen in ieder geval dat Mon Exclusif niet helemaal wordt ‘vastgezet’ door de verdere gourmandontwikkeling opgeroepen met sandelhout, iris, witte musk, vanille en een toffee-noot. Op het einde resteren de poederige noten van witte musk vermengd met het lactone-accent van sandelhout met op de achtergrond nog steeds een licht zuchtje van de lavendelopening.

Qua compositie is de geur – en dat weet Guerlain ook – niet echt exclusief: het is de zoveelste variatie op het gourmandconcept – ‘binnen’ Guerlain is het een uitwerking van Le Plus Beau Jour de Ma Vie (2015) en de ‘pistache-variatie’ La Petite Robe Noire Eau Fraîche (2015) – die voor mij wel erg dicht in de buurt komt van de nieuwe millennium-gourmandstandaard: Lancôme’s La vie est belle (2012).

Waar ik zit op te wachten: weer eens een Guerlain die niet mee wiegt op parfumtrends, maar de trend zet; nog liever ver vooruit is. En dan denk ik aan een klassieke chypre gemaakt met moderne ingrediënten à la Coque d’Or.

COQUE D'OR ORIGINAL

EVENING EDGED IN GOLD INEKE

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op september 27, 2015
Geplaatst in: GEURENALFABET E, NICHE. Getagd: INEKE. Een reactie plaatsen

GEURENGOEROE VERKEERT IN ‘COUPERIAANSE’ GEDACHTEN

GOUDEN GLOED, GOUDEN GEUR

Jaar van lancering: 2006

Laatst aangepast: 27/09/15

Neus: Ineke

Waarschuwing: a longread

Te koop bij: www.perfumelounge.nl

GOLDEN MOONEens vond ik het ‘reuze boeiend’ wanneer een parfum was geïnspireerd door een literair meesterwerk of wanneer een kunstenaar werd geciteerd om de boodschap nog duidelijker over te brengen. Later viel me pas op dat veel huizen in dezelfde vijver van ‘verdronken kunstenaars’ vissen met altijd de usual suspects aan de haak. Charles Baudelaire met zijn Fleurs du Mal. Marcel Proust wéér met zijn eeuwige madeleine, terwijl al ruikende aan vetiver bij hem ook allerlei jeugdherinneringen naar boven borrelden – daar hoor je niemand over. Pablo Picasso en zijn ‘ik-zoek-niet-maar-ik-vind’-stelregel. Bijna vergeten: William Shakespeare: Shall I compare thee to a summers’ dream?

Als je het goed bekijkt, is het eigenlijk pronken met andermans veren. Het effect van deze toegevoegde waarde is gering, zo niet nihil, en laat je de geur niet anders ervaren volgens mij. En dan is het nog maar de vraag wie deze oudjes überhaupt nog wel iets zegt. ‘Shakespeare? Was dat niet die nieuwe Amsterdamse fitnessketen? Nee, man, dat schrijf je Shakespier – dûh!’

Alexander McQueen heeft met zijn parfumpremière geprobeerd moderne poëzie te integreren in de beleving. Bij Kingdom (2003) zat een ‘begeleidend schrijven’ van Jorie Graham (in 1996 onderscheiden met de Pullitzer Prize voor zijn The Dream Of The Unified Field): de eerste regel van een gedicht dat bij elke lijnextensie zou worden uitgebreid. Het mocht niet zo zijn. In dit geval jammer, want als je teruglezend McQueens dwingende verantwoording in je opneemt, valt op hoe krachtig de boodschap nog steeds is en – tragisch – tegelijkertijd dat het misschien wel een ‘s.o.s in disguise’ door hem verzonden was, gezien zijn zelfgekozen dood in 2010. Bijna zonde om het te linken aan parfum: een ander ‘autonoom’ kunstwerk zou volgens mij meer indruk hebben gemaakt.

EVENING EDGED IN GOLD INEKE BOTTLEToch kan een vleugje parfumpoëzie geen kwaad als het ‘oprecht’ en geen ‘ideetje’ van de marketingafdeling is. En dan heb je soms aan de naam al genoeg; het geeft je een prachtig perspectief. Zoals Evening Edged in Gold. Ofwel, Avond geëtst in Goud. Dat ‘klinkt als’ een gedicht, als de titel van een roman.

Ook prettig: geen echte verantwoording. Ineke strooit slechts met wat hints: ‘Basking in moonschadows, trumpets of angels greeting the night’. Maar het brengt mijn fantasie in een fast forward-modus van beelden, personen, landschappen… als ik tijd had zou ik zo een aantal hoofdstukken kunnen schrijven. Het boek wordt wel ‘Couperus-geïnspireerd’.

Ja, dat was dus een Nederlands schrijver (1863-1923) geliefd/gehaat om zijn decadente woordspielerei – ‘de meester van het tijdrekken’ – die mij soms amechtig deed verzuchten van ‘tut-tut-tut’, dan weer me direct bij de klauwen greep. Neem de eerste regels uit het eerste hoofdstuk van De Stille Kracht (1900): ‘De volle maan, tragisch dien avond, was reeds vroeg, nog in den laatsten dagschemer opgerezen als een immense, bloedroze bol… in de windstille benauwdheid der avondlucht, als was de matte avond moê van den zonneblakenden dag der Oostmoesson…’ Het is alsof ik Evening Edged in Gold op de achtergrond ruik. Het zindert, het smeult, de nevel druppelt als gouden sterren…

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Hoewel de datura (foto) als oorspronkelijke habitat Zuid-Amerika heeft en zich inmiddels over de hele wereld heeft verspreid, staat de ‘engelentrompet’ in parfumkringen bekend als een exotisch gevaarlijk monster – de plant is zeer giftig – wat uitwerking betreft. Je zou haar de zus van de tuberoos kunnen noemen. Het is volgens mij een combinatie van overgeleverde verhalen en de daadwerkelijke euforische werking van deze kelken die haar lot heeft bepaald: ze wordt zelden in geuren verwerkt. Officieel heet ze Brugmansia, genoemd naar de Nederlandse arts, botanicus en geleerde Sebald Justinus Brugmans (1763-1819).

DATURAEn de geur die ze verspreidt? Een zware zoete, bijna narcotische geur met eigenlijk geen enkel referentiekader – of misschien alleen de lelie. Dit wetende klinkt Evening Edged in Gold eigenlijk minder bekoorlijk, minder poëtisch. Toch is de geur elegant, maar anders. Niet zwaar, maar vol. Niet donker, maar gloedvol.

Het is niet de zon, maar de die maan schijnt over de ingrediënten, ze in goud etst. Eerst er pruim, of beter gezegd, in likeur gewiegde pruim die de geur een heerlijk zachtzoet alcholollaagje geeft weldra opgenomen door osmanthus die in dit geval een mooi rozijnlaagje heeft. Vervolgens ruim baan voor de datura, de engelentrompet, die de nacht groet: zwaar, zoet en narcotisch dus (en je laat ervaren dat je met een ‘andere’ bloemengeur vandoen hebt). De saffraan geeft de compositie een stroef-kruidige laagje mooi in contrast met het vleugje kaneel.

Eigenlijk is alles mooi aan een Evening Edged in Gold. Het heeft een vanzelfsprekende elegantie die je pas na verloop van tijd doorgrondt. De basis vervolmaakt het geheel. Is eigenlijk geen echte basis, maar een zachte ondergrond waarin in zacht leer verpakt hout het geheel een flou, een souplesse geeft, vloeibaar maakt. De door Ineke als ‘midnight candy’ omschreven gourmandnoot (die doet denken aan karamel) zorgt voor een ingehouden zoete toets zonder dat het plakkerig wordt.

In vergelijk met Serge Lutens’ Datura Noir (2001) is Evening Edged in Gold minder overrompelend, minder bedwelmend en daardoor meer prêt-à-porter. Vaak worden geuren vergeleken met goud, zelden gaat voor mij die vlieger op. Evening Edged in Gold komt met in hetzelfde jaar gelanceerde Oiro van Mona di Orio heel dicht in de buurt.

EVENING EDGED IN GOLD INEKE MOOD

EFFLORA, MILIEU ROSA, VERT RESEDA – WHITE LINE – ODIN

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op september 23, 2015
Geplaatst in: GEURENALFABET E, GEURENALFABET M, GEURENALFABET V. Getagd: ODIN. Een reactie plaatsen

DECONSTRUCTIVE FLOWERS

MODERN BLOEMSCHIKKEN

Jaar van lancering: 2014

Laatst aangepast: 23/09/15

Neus: Jean-Claude Delville

Deconstructed flowers: Fon Qi Wei

Concept & realisatie: Paul Birardi, Eddy Cha

DECONSTRUCTED FLOWERS 2Zoek je op www naar ‘deconstructed flowers’, dan kom je terecht bij allerlei crea-sites waar op diverse manieren bloemen ontleed worden. Toch in negen van de tien keer: voorzichtig losgetrokken bloemblaadjes – ‘hij houdt wel van me, hij houdt niet van me, hij houdt wel van me…’ – zo gerangschikt waardoor een nieuw arrangement ontstaat (vaak op papier).

Een ander effect krijg je als je bloemen atypisch rangschikt: in plaats van in één vaas wordt een boeket minimalistisch verdeeld over verschillende vazen of verwerkt in objecten. Zoals vaak met ‘nieuwe’ artistieke uitingen gebaseerd op klassieke thema’s is de grens tussen Pinterest-fröbelwerk en een daadwerkelijk originele kijk – Kristen Baumlier en Fon Qi Wei worden in deze zeer serieus genomen – dun.

Het verbaast me dat neuzen/modemerken niet eerder met dit idee aan de slag zijn gegaan – zoals Issey Miyake en Comme des Garçons. Of heb ik iets gemist? En de geuren van Martin Margiela – die als een van de eerste ontwerpers deconstructie in de mode presenteerde – schreeuwen er als het ware om. Want, hoewel het eindresultaat hetzelfde is, staat het zo avant garde en zo bewust haaks op het traditioneel beleven van geur. Dat Odin gedeconstrueerde bloemen in zijn White Line – ‘a bit lighter and more approachable than the Black Line’ (2013) – presenteert mag dus als verrassend worden beschouwd.

WHITE LINE ODIN BOTTLES

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

In feite zijn alle bloemen die in geuren worden verwerkt op voorhand gedeconstrueerd – niet de hele bloem wordt verwerkt maar een onderdeel. Als een merk zegt (zoals Cartier) stengel, blad, bloem en stamper te hebben verwerkt (in Baiser Volé uit 2011) moet je dat niet letterlijk nemen. De eerste staat voor houtachtig, de tweede voor groen, de derde voor bloesem en bloem, en de laatste voor een honing-pollenachtige zachtheid. En dit alles hoeft niet van de bedoelde plant/bloem afkomstig te zijn.

In deconstructieve bloemen vloeien minimalistisch en ‘de essentie van’ eigenlijk samen. Maar levert met Efflora, Milieu Rosa en Vert Reseda geen geuren op die totaal anders zijn. Dat kan ook niet gezien de hoeveelheid bloemen per geur gebruikt: dat zou een wedstrijdje ‘wie kan het hardst ruiken?’ worden, want iedere bloem zou dan zijn ‘solifleur’-rol (moeten) opeisen.

LAVENDELTHEEDat gebeurt dus ook niet in Efflora. Is ‘gewoon’ een aangename citrus-bloemengeur die geleidelijk aan een bloemen-citrusgeur wordt. Fris en sprankelend. De mandarijn geeft de ‘quick fit’-noot van oranjebloesem een zoete ondertoon zonder de bloemige en cologne-noot te verliezen.

En die gaat mooi over in het hart waarin ‘roos’ (gespeeld door geranium) samenspeelt met jasmijn die fris blijft door grapefruitbloesem (tenminste in denk dat de lichte toon van het hart hierdoor wordt bepaald).

Leuk dat je de lavendel (foto) er ook uit pikt: zonnig, bloemig en fris. Deze frivole, onstuimige toon blijft gehandhaafd ook als de daling wordt ingezet. Die gaat, gezien de ingrediënten, richting chypre. Maar eikenhout, vetiver, patchoeli, witte mos en sandelhout vormen samen een zachter houtspoor dan je op basis van hun eigenschappen zou verwachten. Efflora heeft voor mij een hoog Dyptique-gevoel door de ongedwongen sierlijkheid en niet moeilijkdoenerij. Ook qua naam trouwens.

ERIK ZWAGA GEURENGOEROE DAMASCENA ROOS2En dat geldt ook voor Milieu Rosa. In plaats van deconstructed moet ik eerder denken aan blended. Nog beter: blender. Met name in de opening: zwarte bes en framboos worden luchtig geklopt met (Marokkaanse) roos. De mimosa-bolletjes detecteer ik niet, maar verklaart wellicht de zachtheid van de opening.

De geranium, meiroos en jasmijn gedragen zich erg klassiek, beetje parmantig zelfs. Wat nog eens versterkt wordt door litsea cubeba – goed voor een zeepachtig effect. Als je alles op je laat inwerken, valt op hoe klassiek deze bijna solifleur-roos is. Wordt in de basis versterkt door (Turkse) roos die ingepakt is een zachthoutige nuance van ‘amberhout’, vetiver en eikenblad.

Wat opvalt in Vert Reseda zijn de adjectieven die voor de verschillende ingrediënten worden gezet om hun specifieke werking te onderstrepen. De reseda bloeit in Vert Reseda zoals het hoort: bloemig, zonnig. luchtig, helder met een stroeve, houtachtige ondertoon. Laatste wordt versterkt door ‘berggalbanum’. Groeiend in berg of dal maakt voor galbanum niet uit – de geur niet verandert er niet door. Die blijft groen, knisperend, aards en is even verantwoordelijk voor het aangename wortel-, steel- en stengeleffect in de opening.

In het hart neemt de groenheid af en wordt de reseda omringd door wilde pioen en waterige gardenia. Het effect: een nevel van pure ochtenddauw. Ofwel, een mix van kruidig-zachte (zowel pioen als gardenia hebben van oorsprong een kruidige toets) en zoetbloemige noten. Maar waar bloeit deze wilde variant, waar bloeit deze waterige variant?

In de parfumlabs natuurlijk: want de geur van beide bloemen kun je niet aan ze onttrekken. De afronding van ‘wit’ wierook en ‘echt’ sandelhout zorgen voornamelijk voor zachtheid – je ruikt niet echt het hout – in Vert Reseda. Aangenaam maar zoals gezegd, maar niet gedeconstrueerd.

ERIK ZWAGA GEURENGOEROE ODIN LOGO

Berichtennavigatie

← Oudere inzendingen
Nieuwere berichten →
  • Meest recente berichten

    • LEEFTIJDSDISCRIMINATIE VERPLICHT?
    • NILA DOUCE ORENS
    • GEURVERSTERKERS BY SKINS 
    • DARK VINYL MUSK BOHOBOCO
    • GIFTIGE GEUREN
    • MON VETIVER ESSENTIAL PERFUMES
    • LA ROSE DE ROSINE LES PARFUMS DE ROSINE
    • DELIZIA OSCURA CALAJ
    • GEURENDE SCULPTUREN
    • MY BEST FRIENDS FRAGRANCE
  • Archief

  • Categorieën

    • AANBIEDINGENBAK
    • ACHTERGROND
    • CELEB FRAGRANCES
    • ECO
    • EDUCATIE
    • ENTERTAINMENET
    • ENTERTAINMENT
    • GEUR IN DE MEDIA
    • GEURENALFABET A
    • GEURENALFABET B
    • GEURENALFABET C
    • GEURENALFABET CIJFERS
    • GEURENALFABET D
    • GEURENALFABET E
    • GEURENALFABET F
    • GEURENALFABET G
    • GEURENALFABET H
    • GEURENALFABET I
    • GEURENALFABET J
    • GEURENALFABET K
    • GEURENALFABET L
    • GEURENALFABET M
    • GEURENALFABET N
    • GEURENALFABET O
    • GEURENALFABET P
    • GEURENALFABET Q
    • GEURENALFABET R
    • GEURENALFABET S
    • GEURENALFABET T
    • GEURENALFABET U
    • GEURENALFABET V
    • GEURENALFABET W
    • GEURENALFABET X
    • GEURENALFABET Y
    • GEURENALFABET Z
    • IL GIARDINO PROFUMATO
    • IN MEMORIAN
    • INTERESSANTE EN TIJDLOZE COLUMNS VAN ERIK ZWAGA 2005
    • KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • KLASSIEKERS IN DE AANBIEDINGENBAK
    • KLASSIEKERS OPNIEUW GEROKEN
    • KLASSIEKERS VAN DE TOEKOMST
    • LIMITED EDITION
    • MASSNICHE
    • MASSTIGE
    • MOET JE ECHT RUIKEN
    • NEO NICHE
    • NICHE
    • NICHE IN DE PARFUMERIEKETEN
    • NIEUW! NIEUW! NIEUW!
    • NIEUWE KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • NOSE JOB: PERFUMERS THAT MATTER(ED)
    • OPVALLEND PARFUMNIEUWS
    • OUDE FILMS MET PARFUMINFO
    • PARFUM = PARFUN
    • PARFUM IN DE MEDIA
    • PIEDESTAL POUR DES PARFUMS
    • PORTET
    • PORTRET
    • TAX FREE
    • TRENDANALYSE
    • TRENDS TOEGELICHT
    • Uncategorized
    • VINTAGE
    • WAT RUIK IK EIGENLIJK?
    • ZOU VERBODEN MOETEN WORDEN OF NIET?
  • Meta

    • Account maken
    • Inloggen
    • Berichten feed
    • Reacties feed
    • WordPress.com
Blog op WordPress.com.
GEURENGOEROE
Blog op WordPress.com.
  • Abonneren Geabonneerd
    • GEURENGOEROE
    • Voeg je bij 126 andere abonnees
    • Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.
    • GEURENGOEROE
    • Abonneren Geabonneerd
    • Aanmelden
    • Inloggen
    • Deze inhoud rapporteren
    • Site in de Reader weergeven
    • Beheer abonnementen
    • Deze balk inklappen
 

Reacties laden....