FRISHEID ‘ZOALS HET HOORT’
CITRUSNOTEN, BLOEMEN, GROEN EN HOUT
Jaar van lancering: 2018
Laatst aangepast: 29/05/18
Neus: onbekend
Het fijne, of het domme zoals je wil, aan clichés: ze kloppen, bevestigen iets van wat je al vermoedde of wist. Zo’n lekkere wat geuren betreft: zon in een flacon. Rijmt ook nog eens. Wordt de laatste jaren volgens mij voornamelijk gebruikt als mensen een glas net ingeschonken rosé voor zich zien – ik ettelijke het afgelopen weekend. Zon in een andere flacon: zeker de nieuwe Blu Mediterraneo. Een aantal recente olfactorische uitstapjes langs de eilanden en de Italiaanse kustlijn van Acqua di Parma zijn aan me voorbijgegaan, maar met Chinotto di Liguria zit ik er weer middenin.
Acqua di Parma deed Ligurië aan, de kustlijn tussen Pisa en San Remo om die te filteren op nieuwe geursensaties die passen het bij uitgangspunt van de Blu Mediterraneo-lijn: ontspannen en verfrissend geurgenot met een à twee ingrediënten op het hoofdmenu. Acqua di Parma vond er chinotto (Citrus myrtifolia), een citrusvrucht (lijkend op een minivariant van de sinaasappel, zie foto) die wordt verwerkt in de lokale keuken. Denk gebak, sorbet en likeur (amari). De geur kenmerkt zich door een intens en krachtig citrusaroma (ook nog eens bijzonder rijk aan vitamine C).
Dit wist ik dus niet: ‘Hoewel de chinottoboom een oosterse herkomst wordt toegedicht brengt deze bitterzoete, gastronomische en sinds kort hippe vrucht mensen bijeen; het blijkt een uitmuntend nicheproduct dat een plek heeft veroverd in het Slow Food Presidium.
WAT CHINOTTO DI LIGURIA IK EIGENLIJK?
Laatste bevestigt maar weer eens dat in de parfumwereld gourmand nog steeds een van de grootste inspiratiebronnen is. Alleen zie je nu de tendens dat merken kiezen voor ‘gourmand light’. En kun je je bij sommige geuren afvragen of de link echt wel nodig is en of die zonder een bijzonder ‘niche-ingrediënt’ anders geroken zou hebben. Dat geldt dus ook voor Chinotto di Liguria.
Moet gezegd een heerlijke frisse geur waarvan de citrusnoten de compositie van top tot bodem doorklieven met zoetige en sprankelende noten. In de opening is het vooral raak: hap ik nu een sorbet of proef ik limoncella on the rocks? Ik heb Bergamoto di Calabria (2010) niet bij de hand, maar die straalt in mijn gedachten terugruikend even fris, ware het niet dat Chinotto di Liguria blind geroken voor mij een droog-groeniger en houtiger fond heeft. En dat klopt. Groen wordt ingevuld door kardemom en rozemarijn (zorgen er ook voor dat de jasmijn en geranium niet te bloemig worden). Het hout door patchoeli – en die is niet blank maar wel zoals we ‘hem’ traditioneel kennen: bruin, vochtig, mossig. Voor mij weer een bewijs – call me old fashioned – dat een eau de cologne/eau fraîche beter – aan de huid – hecht aan hout dan witte musk.


Bij Sylvia Witteman denk ik geurtechnisch aan twee dingen. Haar ooit voor mij en vele andere landgenoten nog steeds krenkende omschrijving van de hyacint (in haar
De notoire RAF-terrorist Andreas Baader gebruikte Pitralon in de jaren zestig en zeventig als aftershave. Had ik wel getuige van willen zijn: hij kocht het aantoonbaar op de vlucht in een apotheek in Frankfurt en liet het later meerdere malen afleveren aan de gevangenis Stuttgart-Stammheim. Ik zeg altijd: ‘Stick to your classics’. En à la Esquire : ‘Style never goes out of date’. Leuk: in 1982 wekt Paul Breitner opzien door in het kader van het WK voetbal mee te doen aan een reclamecampagne voor Pitralon. Hij toucheerde 150.000 DM. Naar toenmalige maatstaven astronomisch. Helaas niet te vinden op Youtube. Wel op ‘oud papier’

(Groot)moeders die vandaag van hun (klein)dochter(s) Cool Water Woman (1996) cadeau krijgen, moeten heel erg gaan twijfelen aan de intenties van (klein)dochter(s)lief – of het moet toevalligerwijs haar favo fragrance zijn. Ici Paris XL loopt nu met deze geur te pronken op abri’s in de stad. Prijs: 100ml net geen € 25,00.
De plant heeft net zoals zoveel leden van de citroenfamilie zijn oorsprong in het huidige Verre Oosten – China, India, Japan – waar de vruchten worden gebruikt als luchtverfrisser en voor het parfumeren van kledij – in ieder geval beter dan wat luchtverfrissersfabrikanten op dit gebied leveren.
Let wel: voor zowel Boeddha’s hand als nachtjasmijn geldt: het wordt niet letterlijk aan de plant onttrokken. Het is eerder een toepassing van de head space-technologie of op het drukken van de juiste knoppen in het parfumlab. Niet de eerste keer trouwens: La Perla, Marc Jacobs en Dior gingen Mugler voor met respectievelijk J’aime la Nuit (2009), Blush Intense (2006) en Addict (2002).
Maar zoals Johan Cruijff zei: eluk nadeel hep sen fooordeel. Of was het nu andersom? In ieder geval: door deze Mugler-normalisering ontstaat er ruimte op de schappen van de ketenparfumerie (die geen interesse toont voor niche) voor een extreem designer/mode/couturelabel bekend bij het grote publiek vanwege hun ondraagbare kleding en ‘bijzondere kijk op het wezen van de vrouw en mode’ (noteerde de modefilosoof bij het aanschouwen al weer de derde collectie van Maison Impossible). Want Mugler, Jean Paul Gaultier en zelfs Viktor & Rolf hebben niet meer de verrassing van het nieuwe; zijn inmiddels onderdeel van de gevestigde, gezapige orde.

Marketing Sheisido Group belde Narciso Rodriguez: ‘Kunnen we zeggen dat jij dit over Narciso Rouge hebt gezegd: ‘Ik wilde de verleidelijke basis van de originele Narciso vesterken. Het is niet alleen sexy, de geur wakkert de passie aan’.’ Dit gesprek is natuurlijk denkbeeldig en het antwoord zal natuurlijk positief zijn geweest. Hij kan niet anders, maar…
Als je vandaag, morgen of any time soon omringd door een romige parfumwolk drie jonge meiden innig met elkaar verbonden ziet… grote kans dat ze de boodschap van Marc Jacobs’ sisterhood-geur Daisy Love in praktijk hebben gebracht.
Daisy Love roept de verrukking op van het kijken naar de zon die weerspiegelt in de oceaan onder een helderblauwe hemel met noten van helder gekristalliseerde bergbraambess, zonnige en toch romige madeliefjesboomblaadjes, en een warme blend van kasjmiermusk en drijfhout’.
Droomde ik nu dat ik mocht aanschuiven bij Tijd voor Max, of was het gewoon een bad trip in verband met het 75jarig bestaan van L(ucy in the)S(ky with)D(iamonds)? Oordeel zelf.
André: ‘Wanneer heb je voor het laatst een Avongeur gekocht?’ ‘Dat is leuk dat je daarnaar vraagt, want heel toevallig onlangs nog, in Hoogeveen – of all places. Om precies te zijn in Het Goed, een tweedehandswinkelketen. In een gesloten vitrinekast gevuld met dingen, objecten en parafernalia die moeten doorgaan voor duur en zeldzaam maar het niet zijn, zag ik een parfumflescollectie ‘afgestaan’ naar ik vermoed door (klein)kinderen van een net overleden very old geworden, dat wel, (groot)oma. De verkoopster vroeg of ik ze allemaal wou kopen tegen een schappelijke prijs. Maar dat vond ik way too much. Want de meeste flacons, uitgezonderd een, vielen voor mij nu toch in de categorie heftige kitsch.’ Martine: ‘Jeetje wat gaat de tijd nog snel en we zouden nog uren met je kunnen praten, maar Karin Bloemen moet ook nog een door haar net ontdekt maatschappelijk probleem onder de aandacht brengen en Willeke Alberti wil nog een niet echt door zijn familie gemiste, maar toch gevonden opa toezingen, dus dat kom je, hoop ik, in een andere aflevering met ons delen.’ Geurengoeroe: ‘Hé, wat jammer nou, want ik had naast deze geur nog een ander aspect willen belichten…’.
Geurengoeroe bedoelt maar. En die heb ik dus voor € 9,00 gekocht. In die ‘Originalfassung’ verpakt in een glazen leeuw met plastic dop. Is het kunst, is het kitsch? Ik vind het, laat ik het zo zeggen, knap gedaan. Als het geen parfumflacon was geweest, dan was het gewoon een leuk deco-dingetje voor in je interieur. Had je ook nu nog zo maar op een inspiratiepagina kunnen vinden in een interieurglossy. Maar het gaat dus om de inhoud.
Dit is de bedoeling van de oprichter Cindy Guillemant: ‘Moresque is de harmonieuze synthese tussen vorm en inhoud, tussen esthetiek en essentie. Gemaakt om de oude oosterse traditie van parfums met tijdloze Italiaanse stijl aan te kleden, is Moresque een eerbetoon aan de pracht van de Moorse kunst. Het is ook een lofzang op de verfijning van oriëntaalse parfums en de knowhow van ‘made in Italy’.’
Mijn eerste totaalimpressie blind geroken: een intens poederige geur – musk, vanille, en vooral tonkaboon – die in het begin een fris-prikkelend, zoet-kruidig accent heeft. Ik gok op steranijs. Sorry, een intens poederig parfum met ‘lichtvonken’, want het betreft een extract, waar je door de poederregen heen af en toe verschillende bloemen oplichten.

Die persberichtschrijvers op de hoofdkantoren van de luxe merken toch. Die verliezen zichzelf steeds meer in lyriek en quasi literaire omschrijvingen. Alsof ze dingen naar de Pullitzer Prijs terwijl bij – ook vluchtige – analyse slechts met één speldenprik… Die van Etro kan er ook wat van: ‘De samensmelting van landen en culturen vormt de basis voor een verrassend esthetisch parfum dat volledig trouw is aan zichzelf’. Ik bedoel: klinkt indrukwekkend maar tegelijkertijd zeg je niets. En hoe kan een parfum ‘dat nog maar net komt kijken’ trouw aan zichzelf zijn. Het is toch geen levende entiteit met een ziel die kan reflecteren?

