GEURENGOEROE

P.O.P: POPE OF PERFUMES

  • Home

CAPUCINE – EAU DE FLEURS – CHLOÉ

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op april 26, 2010
Geplaatst in: GEURENALFABET E. Een reactie plaatsen

EEN WILDE TUIN WAAR

DE OOST-INDISCHE KERS

ONSTUIMIG WOEKERT

Jaar van lancering: 2010

Laatst aangepast: 25/04/10

Neus: Louise Turner

Artistic direction: Hannah MacGibbon

Hannah MacGibbon, de huidige ontwerpster bij het modehuis, over Chloé en bloemen: ‘Sinds de oprichting hebben ze altijd een belangrijke rol gespeeld binnen het merk. Ik wilde daarom een collectie bloemengeuren met ingrediënten van de allerhoogste kwaliteit waarmee we teruggaan naar authenticiteit, naar datgene wat bijzonder en uitzonderlijk is’. Van dit Eau de Fleurs-trio is Capucine het meest eigenzinnig en onbekend. Logisch. Want hoe Lavande ruikt, dat weet iedereen. En Néroli… nou, minder mensen. Maar voor de gemiddelde parfumfan is oranjebloesem geen onbekende versierder.

Met Capucine ligt het anders. Als ik nu zeg dat het Oost-Indische kers is? Ja, dan zie je de knaloranje, knalgele tot knalrode bloemetjes met vlammende harten zomers overal door en tegenop groeien. Maar ruiken ze ook? Reken maar! Beetje bittergroen, beetje houtachtig met een lichte bloemenzweem. Zeg maar heel subtiel. Nauwelijks in een parfum echt te vangen. Kun je je hier niets bij voorstellen? Stop je neus eens in een bakje waterkers, hieraan is Oost-Indische kers qua geur sterk verwant.

De Oost-Indische kers past perfect bij het idee dat MacGibbon in gedachten had voor de Eau de Fleurs-collectie, want ‘zij droomde van geuren die aanwezig, maar tegelijkertijd ook discreet zijn en nooit inbreuk maken op iemands persoonlijke ruimte. Een cologne-signatuur met het raamwerk van een echt parfum. Overal aanwezig en met een voelbare sensualiteit’.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Denk niet dat je pure Oost-Indische kers of Capucine te ruiken krijgt. Het is meer het idee. Deze bittergroen ruikende bloem – voorafgegaan door een wervelwind van bergamot, citroen en oranjebloesem – wordt opgeroepen door een ‘herontdekt’ ingrediënt: galbanum. Een hars oorspronkelijk afkomstig uit Iran met een ongekend fris-groen, beetje bitterscherp effect met toch zonnige allure. Het effect aldus dus de neus: ‘het geeft een tijdloze touch aan Capucine’. Voor het extra-groene effect: salie. Voor het extra scherp-frisse effect jeneverbes.

Een mooie prelude op het hart dat is als een wilde tuin waar roos, pioenroos, jasmijn en lelietje-van-dalen in al hun ‘ongeciviliseerdheid’ groeien. Voor de licht-sensuele toets zorgt ambroxan (hout en ambers gecombineerd) en ‘katoenmusk’. Het eigenaardige: ondanks het bloemige en fijnzinnige karakter is Capucine stoer-chic… iets androgyn… een echo van een chique mannencologne van weleer.

RUIK & VERGELIJK

Galbanum is zoals gezegd herontdekt. Ik zeg: ‘Eindelijk!’ Tijd voor een chique-groene revolutie met behulp van galbanum in de parfumerie.

Vintage-klassiekers met een eigenzinnige galbanum-toets:

Balmain Vent Vert (1945)
Carven Ma Griffe (1945)

Klassiekers met een eigenzinnige galbanum-toets:

Chanel N°19 (1970)
Estée Lauder Private Collection (1973)

Nieuw galbanum:

Issey Miyake A Scent (2009)
Martin Margiela (untitled) (2010)

 

MYSTERE ROCHAS

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op april 22, 2010
Geplaatst in: GEURENALFABET M, KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN, VINTAGE. Een reactie plaatsen

HET MYSTERIE VAN EEN CHYPREPARFUM

Jaar van lancering: 1978

Laatst bijgewerkt: 22/04/10

Neus: Nicolas Mamounas

Flaconontwerp: Serge Mansau

De vrouw is een mysterie. Zo wil de overlevering. Parfum is een mysterie. Zo wil het verhaal. Noem een parfum Mystère en wat dan…? Je ziet de advertentie (geldt niet voor de campagne hierboven, die stamt uit de jaren tachtig, maar hieronder afgebeeld) en denkt wellicht: ‘Proberen’. Nou, dat deden heel veel vrouwen in het lanceringsjaar en ver daarna. Het hele concept pastte trouwens goed in de trend een jaar eerder in gang gezet door Yves Saint Laurents Opium (1977). De sensuele en ‘verboden’ verlokkingen van de Oriënt gevat in parfums die al dit moois beloofden bij opening. Niet alleen Mystère, maar ook Lancôme’s Magie Noire en Cinnabar van Estée Lauder waren in hetzelfde jaar sleutels tot deze wereld.

Als je nu aan de geur ruikt – als je hem nog kunt vinden; wordt helaas niet meer gemaakt – denk je misschien: ‘snap ut niet, wat is hier nou zo byzonder aan?’ Nou, dan moet je weten dat een chypre ooit als een soort standaard gold voor een klassiek Frans parfum. Sterker, het werd (wordt) door veel kenners beschouwd als de essentie van parfumcreatie door die fascinerende en ‘mysterieuze’ link tussen bergamot, bloemen en eikenmos die, voorzien van ‘eigen’ details van de verschillende huizen, in veel prachtparfums hebben geresulteerd. In Mystère is dat…

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

… de intens houtachtige en dierlijke basis van cipres, cederhout, eikenmos, musk en civet (verzacht door iris) waardoor de bloemen in het hart een donkere schaduw krijgen. Je ruikt het mysterie van het klassieke ‘chyprebloemenkwartet’ jasmijn, tuberoos, meiroos en ylang-ylang goed dat, met name door de voorjaarsvreugde van lelietje-van-dalen, hyacint, viooltje en narcis, hun overrompelende aroma iets getemperd ziet. Anjer wordt ook als bloem opgegeven, maar deze ‘gepeperde’ bloem neem ik niet echt waar.

Mooi door dit alles heen voegt zich het altijd groene galbanum, de kruidige noot van koriander en de kruidig-houtige noot van cascarilla. En hoe langer op de huid, hoe lichter de houttonen worden waardoor de bloemen opleven. Heel erg jammer dat Rochas Mystère uit de collectie heeft genomen. Dat komt omdat Rochas…

RUIK & VERGELIJK

… al jaren geen onafhankelijk parfumhuis meer is, maar onderdeel van multinationals. Eerst het Wella-concern dat in 2006 opging in Proctor & Gamble. En die luistert meer naar de markt dan de filosofie van de eigenzinnige couturier Marcel Rochas (1902-1955) en zijn vrouw Helène (jaartallen onbekend) als uitgangspunt te nemen.

Maar er gloort hoop aan de horizon. Proctor & Gamble stelde in 2008 Jean-Michel Duriez als huisneus aan (die al verantwoordelijk is voor de geuren van Patou, ook onderdeel van P&G).

Voor Rochas presenteerde hij tot nu toe Soleil (2008) en vervolgens Eau Sensuelle (2009). Niet bijster origineel qua presentatie. Qua geur: alle Rochas-parfums zijn goed van kwaliteit. Ik wacht op het moment dat hij het aandurft om Mystère in het kader van de vintage-trend opnieuw samen te stellen.

De klassiekers van Rochas voor de vrouw:

Rochas Femme (1945)
Rochas Madame (1960)
Rochas Eau de Rochas (1970)
Rochas Audace (1972)

De klassiekers van Rochas voor de man:

Rochas Moustache (1949)
Rochas Macassar (1980)
Rochas Eau de Rochas pour Homme (1993)

 

MIDNIGHT OUD JULIETTE HAS A GUN

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op april 20, 2010
Geplaatst in: GEURENALFABET M, NICHE. Een reactie plaatsen

OUD HOUT ‘GEHAKT’ MET EUROPESE HAND

Jaar van Lancering 2009

Laatst aangepast: 20/04/10

Neus: Francis Kurkdjian

Deze tekst is geschreven door Erik Zwaga en Maria van Geuren

Niet geïnteresseerd in de herkomst van oud? Scroll dan vier alinea’s verder. Oud (agar, aquillaria) is een snel groeiende houtsoort uit Zuid- en Zuid-Oost Azië. Dit ‘hout van de goden’ werd het eerst ontdekt in de driehoek begrensd door de Bengalen, Hong Kong en Nieuw Guinea. Diverse soorten van dit geslacht groeien in verschillende delen van de wereld. Aquilaria agallocha voornamelijk in India, Aquilaria malaccensis in Maleisië (met name in jungle van Terenggan en Pahang), terwijl Aquilaria crassna Indo-China als habitat heeft.

Aquillaria wordt gebruikt voor medische doeleinden door het te koken in water. Het extract hieruit is multi-inzetbaar: weert koorts, voorkomt maagstoornissen, is laxerend en windafdrijvend. Ook efficiënt in de behandeling van huidziekten, bronchitis, astma en reuma. Tevens opgenomen in Tibetaanse formules voor medische wierookstokjes. Waar het, net zoals in aromatherapie, wordt ingezet voor de behandeling van depressies, voor meditatie en ontspanning. Oud is een onvermijdelijk onderdeel van attar, ofwel Arabische parfumolie. Omdat oud-olie niet irriteert (gewonnen door destillatie, of het smelten van de ‘rozijnen’) kan het rechtstreeks en onverdund op de huid worden aangebracht of toegevoegd aan een parfumcompositie.

Oud is nog niet zo ‘en vogue’ in westerse parfums. De reden: het is in eerste instantie te medicinaal – en dat vinden we (nog) vreemd. Maar geef het een kans, het loont zich. Na een kwartier is de scherpte weg en treedt de verdieping op.

Heel mooi aan oud: het wordt steeds meer ‘zichzelf’ als het doordringt in de huid waar het zijn sensaties onthult. De karakteristieke geurnuance is voor velen niet direct wat je noemt aantrekkelijk. Denk: muffe oude bibliotheek, nat zompig leer, lades van antieke kasten. Het winnen van dit ‘zwarte goud’ is een tijdrovend en delicaat proces vandaar dat het nog een niche-link heeft. Hoewel hier bekend geworden door huizen met een sterk Arabische basis – Pierre Montale en Amouage – wordt oud steeds hipper omdat het Westen, na meer dan twee decennia van gourmandverleiding onder aanvoering van Thierry Muglers Angel (1992), klaar is deze nieuwe sensatie tot zich te nemen.

Na Tom Ford is Romano – kleinzoon van Nina – Ricci de tweede westerling die oud (in zijn Juliette Has A Gun-collectie) verwerkt. En deze Arabisch getinte Juliette is mooi. Midnight Oud is niet woest en ongepolijst zoals in vele Montalegeuren. Het is een geslepen diamant, aangepast aan de Europese smaak: een verfijnde, geconfectioneerde versie van het ‘klassiek-medicinaal’ ruikende oud.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Vanaf het moment dat je deze als chypre omschreven geur opent, treedt de betovering op… zie – vive le cliché – je zweven op een tapijt naar het Nabije Oosten waar vrouwen mysterieus en intrigerend achter hun sluiers hun geheim bewaren van Midnight Oud. De Arabische geest komt uit de fles in al zijn glorie met een flinke dosis oud en bergamot. Eerste associatie: een antieke kast met lades vol verborgen kersenbonbons.

Deze chocolade-nuance wordt begeleid door flarden patchoeli die met amber en saffraan, het comfort geven van een warme deken terwijl je zweeft door een mystiek woud van oud. Hoe dieper je er doordringt, des te intenser de ervaringen.

Leernoten (foto) nodigen je uit verder te gaan…. stijg dus op vanuit het bos op je barokke tapijt onder een zachte regen van vanille en sandelhout. Hoe hoger je zweeft, hoe rijker het oud in Midnight Oud zich openbaart en versmelt met Marokkaanse roos omringd door geranium. Het effect: Midnight Oud wordt zoeter, sexy. Een ding is zeker: je wilt niet meer naar huis, je wilt blijven vliegen – vive le cliché.

RUIK & VERGELIJK

De zeldzaamheid, grote vraag én risico’s die werknemers lopen tijdens het oogsten maakt van oud eigenlijk goud: de waarde wordt geraamd op anderhalf maal dit edelmetaal – vandaar de bijnaam. Weet ook dat zuivere oud-olie nog maar zelden wordt aangeboden op de markten van Bangkok en Bombay. Het merendeel is al verdund vóór het verlaten van het productiegebied. Voor het ‘Parijs‘ bereikt is het door de handen van tenminste tien handelaren gegaan wat de zuiverheid niet ten goede komt.

Montale Black Aoud (2007)
Tom Ford – Private Blend – Oud Wood (2007)
L’Artisan Parfumeur Al Oudh (2009)
Le Labo Oud 27 (2009)

HERITAGE GUERLAIN

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op april 19, 2010
Geplaatst in: GEURENALFABET H. Een reactie plaatsen

VOOR DE MAN MET GEVOEL

VOOR KWALITEIT DIE WAARDE

HECHT AAN TRADITIE

Jaar van lancering: 1992

Laatst bijgewerkt: 19/04/10

Neus: Jean-Paul Guerlain

Dit kun je met recht een van de laatste klassieke Guerlaingeuren noemen waarin inspiratie en creativiteit (hoewel in dit geval wel heel erg conventioneel en ‘conservatief’ gepresenteerd) het nog niet moest afleggen tegen de eisen van de marketingafdeling. Je ziet het aan de wereld die met de naam wordt opgeroepen – vul zelf maar in. Je ziet het aan de campangne: man en vintage vliegtuig in combinatie met geur is een verlangen om nieuwe horizonten te ontdekken. Een en al degelijkheid.

Je ruikt het aan de inhoud: met klassieke ingrediënten een klassieke geur maken, zonder ‘modern fratserige’ smaakmakers als cacao, koffie, karamel. Dit heb ik geschreven lang voor dat Guerlain met een nieuw charmeoffensief begon om de verfijnde neus weer terug te krijgen in zijn actieradius.

De drager van Héritage… dat is trouwens wel heel erg marketing: ‘Bewust, actief, een man met initiatieven met een gul en vastberaden temperament. Hij bezit een zelfverzekerd, warm karakter, is gevoelig voor kwaliteit en hecht waarde aan traditie. Hij richt zich op de toekomst en put zijn ervaring opgedaan in het heden en verleden’. Zo, nu jij weer!’ Klinkt van wel heel lang geleden…

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Heel veel prettigs. Alles wat je als ‘klassieke’ Guerlainliefhebber wilt ruiken, krijg je harmonieus in het klassieke driestappenplan gepresenteerd van Héritage. De opening: een elegante hesperidenoot op basis bergamot en lavendel. Maar meer bloemig dan fris. Dan het hart: een intense combinatie (heel erg niche eigenlijk) van peper en koriander (zowel warm, pikant als zwoel). Dit alles wordt in de houtachtige basis heel mooi opgevangen door een even intense combinatie van cederhout en patchoeli, lichtjes sensueel gemaakt door een typisch Guerlainingrediënt; tonkaboon (foto) met zijn naar vanille met rum neigende parfum.

RUIK & VERGELIJK

De echte Guerlain-klassiekers voor de man:

Guerlain Eau de Cocq (1894)
Guerlain Mochoir de Monsieur (1904)
Guerlain Vetiver (1959)
Guerlain Habit Rouge (1965)

 

EAU DE CAMILLE ANNICK GOUTAL

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op april 17, 2010
Geplaatst in: GEURENALFABET E, NICHE. Een reactie plaatsen

GENIETEN VAN DE ZON IN EEN LENTEWEI

Jaar van lancering: 1983

Laatst bijgewerkt: 17/04/10

Neus: Annick Goutal

Prachtig hoor die ‘geurverniching’ van de afgelopen jaren, maar het belet je bijna om nog ‘oude’ geuren niet te koopt in de ketenparfumerie te beschrijven die de moeite waard zijn. Neem alleen al de parfums van Annick Goutal, de vrouw die zonder dat ze er erg in had het niche-principe in de parfumerie introduceerde. Ze had twee dochters: Charlotte en Camille.

Voor alle twee creëerde ze een geur. Ja, inderdaad Eau de Charlotte (bespreking volgt nog) en Eau de Camille. Annick vaarde hierbij niet op haar eigen kompas. Ze vroeg Camille hoe haar favoriete geur moest ruiken. Dit was haar antwoord: ‘Als ons Parijse terras’. Nou, het moet daar groen, fris en ‘bedauwd’ hebben geroken en in de buurt van een bos/park zijn, want Eau de Camille verrast nog steeds door zijn ongekende knisperende groenheid.

Het mooie: de ongekend lichte toets vol zon. Eau de Camille is verwant aan de lichte chypregeuren die eind jaren zestig, begin jaren zeventig zo populair waren. Met dit verschil: Eau de Camille ruikt minder aards, minder ‘bos’. In plaats van een door zon beschenen bos, zocht Annick Goutal naar een plek die ‘weidser’ was. Je ruikt aan de geur en je waant jezelf in een weiland aan de rand van een bos. Vers gras, gedroogd gras en de ‘honige’ zoetheid van kamperfoelie omringd door een transparant groene nuance. Je voelt je pretttig, want je ervaart het voorjaar vol van beloftes. Ja, ik wordt echt blij als ik aan Eau de Camille ruik. De geur maakt het zo vaak gebezigde cliché – lente in een flacon – waar.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Eau de Camille is zon. Een zon die door een regenbui een hemelboog tevoorschijn tovert. Komt door de gulle dosis bloemig-fris en honingachtige kamperfoelie (zon en regen ineen – foto). Er wordt ook melding gemaakt van boerenjasmijn. Ruik je ook; het is die licht-bloemige noot versterkt door sering. Eau de Camille is groen. Komt door vers geknipt gras, klimop en liguster.

Vooral laatste toevoeging maakt de geur origineel door zijn bitter-groene noot die toch licht blijft. Check het maar eens: pluk een tak liguster als die in bloei is, en je ruikt een parfum die zon, groen, hooi, weeigheid en bittere frisheid combineert.

RUIK & VERGELIJK

Annick Goutal, of beter gezegd, Camille Goutal heeft samen met de ‘huisneus’ Isabelle Doyen – allebei op de foto onder – een nieuwe groene geur gemaakt. Ook meer dan de moeite waard.

Annick Goutal Nimfeo mio (2010)

1804 HISTOIRES DE PARFUMS

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op april 17, 2010
Geplaatst in: GEURENALFABET CIJFERS, NICHE. Een reactie plaatsen

EEN PARFUM VOOR DE BEROEMDSTE

SCHRIJFSTER VAN FRANKRIJK

Jaar van lancering: 2001

Laatst bijgewerkt: 17/04/10

Neus: Gérald Ghislain

Van de eerste twaalf geuren die onder Histoires de Parfums vallen, zijn er zeven een ode op een historisch persoon waarvoor Gérald Ghislain grote bewondering heeft. Jaar van geboorte van desbetreffende persoon vormt de naam van deze ‘eaubades’. 1804 staat voor de beroemdste schrijfster van Frankrijk uit de 19de eeuw: George Sand. Nom de plume voor Amandine Lucile Aurore Dudevant.

Ik ben een groot fan van haar. Heb me een tijdje in haar leven verdiept naar aanleiding van de tienduizenden brieven die ze heeft geschreven aan familie, bevriende collega’s en kunstenaars (die ook vaak haar amant waren): Frédéric Chopin, Eugène Delacroix (het portret dat hij van haar schilderde in 1838 zie je hierboven), Alfred de Musset, Prosper Merimée. Bij sommige ‘modemensen’ is Sand erg geliefd als – hoe erg – stylingthema.

De reden: ze was een van de eerste vrouwen die af en toe een broek (plus stropdas) droeg en met haar ‘maten’ (Gustave Flaubert, Ivan Toergenjew) graag een sigaartje opstak in de betere restaurants van Parijs. Dit opvallende kleedgedrag (en haar non-conformistische levenswandel) is voor andere enthousiastelingen aanleiding geweest haar uit te roepen tot de eerste feministe. Met dit oordeel zal George het niet eens zijn geweest omdat de – getrouwde – Sand zich alleen maar als man verkleedde als ze weer eens liefdesverdriet had en dan een tijdje niet als vrouw door het leven wou gaan. Niet omdat de broek zo comfortabel zat. Werd de liefde haar te veel, dan vluchtte Sand per koets naar haar geboortekasteel bij Nohant om zich over te geven aan haar echte passie: schrijven.

Wat voor een soort parfum past bij deze ‘rebelse’ vrouw? Moet je haar zogenaamde mannelijke trekken in de geur verwerken? Ik denk van niet. Ze was een romantica pur sang in het diepst van haar verlangens. Dus ‘haar’ geur moet zoet, zacht en als het kan een beetje sentimenteel zijn. Ofwel: de geur van een zonnige dag terwijl ze in haar kasteeltuin weer een roman tot een goed einde brengt (waar ze in 1876 overleed).

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Hierin is Gérald Ghislain goed geslaagd. 1804 is zonnig, zoet en eindigt in een sensuele sluier. 1804 is hierdoor heel eigentijds en toch klassiek.

Prettig maar niet al te ‘moeilijk’. De opening maakt dat direct duidelijk: het nu erg in geuren populaire tiaré (zwoel, tropisch, bloemig) omringd door perzik en ananas. Zoet. Fruitig.

Het hart is als een wandeling door een zomerse tuin: jasmijn, lelietje-van-dalen en roos omringd door kruidnagel en nootmuskaat (laatste twee ruik ik niet zo duidelijk). De afronding is een beproefde sensuele combinatie van sandelhout, patchoeli, vanille, benzoïne en witte musk.

RUIK & VERGELIJK

Zoveel helden, zoveel geuren. Heb je het niet zo op George Sand, wel op Markies de Sade, Giacomo Casanova, keizerin Eugénie van Frankrijk, Jules Verne, Sidonie Gabrielle Colette, of, waarom ook niet, op Mata Hari… Gérald Ghislain eerde ze respectievelijk met:

Histoires de Parfums 1725 (2001)
Histoires de Parfums 1740 (2001)
Histoires de Parfums 1826 (2001)
Histoires de Parfums 1828 (2001)
Histoires de Parfums 1873 (2001)
Histoires de Parfums 1876 (2001)

JOHN GALLIANO JOHN GALLIANO

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op april 16, 2010
Geplaatst in: GEURENALFABET J. 1 reactie

EEN COLLAGE VAN BIJZONDERE IMPRESSIES EN MOMENTEN

Jaar van lancering: 2008

Laatst aangepast: 16/04/10

Neus: Aurélien Guichard, Christine Nagel

Model: Guinevere van Seenus

Art direction: John Galliano

Fotograaf: onbekend

Flaconontwerp: John Galliano

John Galliano. Voor modemensen introductie overbodig. Voor ‘parfummensen’ eigenlijk ook. Met name door zijn werk voor Dior: veel geuren van dit couturehuis kwamen tot stand door zijn artistieke inbreng. De bekendste: J’Adore (1999) waarvan de hals van de flacon is geïnspireerd op zijn Masaï-couturecollectie voor het huis. Twee jaar geleden lanceerde hij een parfum dat Galliano voor het eerst ondertekende met zijn eigen initialen. En het was volgens hem de hoogste tijd. Want zo lang hij zich kan herinneren droomde hij er al van een parfum voor zijn muze te maken.

Want parfum speelt voor Galliano een belangrijke in de beeldvorming van zijn muze. Het is de laatste dimensie die haar tot leven brengt. Kijkende naar zijn creaties zal je het niet verwonderen dat de Galliano-muze veelzijdig is; een jonge vrouw met veel tegenstrijdigheden. Hoe ze er ‘in het echt uitziet’: zie de foto-collage op de verpakking: een mix van diverse stijlen poëtisch en dromerig geassembleerd – het handelsmerk van Galliano.

Daarom duurde het zolang voordat John Galliano klaar was, voordat het parfum de essentie van zijn muze – ‘fragiel en toch sterk, romantisch en toch vrij van geest, excentriek en bohemien maar toch gericht naar de toekomst, mysterieus maar toch de beste vrienden’ met John – perfect had gevangen. Want parfum is volgens Galliano ‘ruw, evocatief, puur en eerlijk en kun je niet maskeren met strikken, linten en kleur. Het spreekt zonder woorden, verbaast zonder te bewegen’. Het is een geur ‘bij het binnenkomen en het verlaten van een ruimte in de lucht blijft hangen’. Dit tijdelijke, vervliegende moment vormt de essentie van John Galliano.

De ‘collectable’-flacon – volgens Galliano ‘high tech romance’ – is geïnspireerd op 19de eeuwse draperietechnieken, het werk van de Italiaanse schilder Giovanni Boldini (1842-1931) gecombineerd met de lichtheid van een Galliano-jurk. De flacon wordt gesierd met een delicate Bulgaarse roos – hoofdcomponent van de geur – en de spray zit verborgen in de neo-gotische gestylde G… van Galliano.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Galliano: ‘Het is een erg zoet, licht, tamelijk klassiek en bloemig parfum, zoals een Engelse roos die bloeit in de tuin van mijn muze terwijl ze vlinders najaagt’. En: ‘We hebben met een roos gewerkt zoals nog nooit is gedaan’. Christine Nagel: ‘De geur is voor mij erg couture, erg belle epoque en toch modern gecombineerd met de kinderlijke onschuld van Galliano’s muze. En: ‘Ik wilde iets poederigs, feminien, zacht. Zoals de jurk (lees: flacon) van deze geur; vervliegend paars met poederige allure. Ik probeerde me in te denken hoe zo’n jurk zou aanvoelen’.

Ze ging naar het laboratorium en ging spelen met aldehyden – ‘erg sterk, als je met een Galliano-jurk in een sneeuwstorm zit, crispy’ – en een wit linnen-molecuul. Dit combineerde ze met roos en pioenroos. Die zowel zoete (viooltje, iris) als donkere accenten krijgen (engelenzaad, patchoeli, amber).

John Galliano valt op. Zwevend tussen niche- en masstigevermaak, is het geen geur die direct wil en kan pleasen, daarvoor is het te gelaagd. De opening is vreemd en verrassend. Je ervaart direct de zoete en licht-frisse bloemigheid ondersteund door een kruidige nuance (volgens mij engelenzaad) die mooi uitloopt in de basis. John Galliano is een geur die je past echt leert kennen na verloop van tijd. Hoop niet dat bij een teleurstellende ontvangst een lichte versie verschijnt. Zou zonde zijn. Wordt al zoveel gedaan.

RUIK & VERGELIJK

Nog een paar bijzondere rozen gevangen in een even bijzondere geuren:

Stella McCartney Stella (2003)
Guerlain – L’Art et la Matière – Rose Barbare (2005)
ByRedo Rose Noir (2008)
Andy Tauer Une Rose Chyprée (2009)

 

CEDRE L.T. PIVER

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op april 14, 2010
Geplaatst in: GEURENALFABET C, NICHE. Een reactie plaatsen

KLASSIEKE CEDERHOUTGEUR

VAN KLASSIEK PARFUMHUIS

Jaar van lancering: 2009

Laatst bijgewerkt: 14/04/2010

Neus: onbekend

Een van de oudste parfumhuizen – anno 1774 – keert met een geurkwartet terug naar de essentie van mannengeuren. Vetiver, Epices, Cuir en Cèdre vervelen niet, maar verbazen doen ze ook niet (echt). Goed voor mannen die, moe van alle toptiengeuren, meer willen.

Zeg maar, een rijpere meer volwassen geurervaring zonder dat de presentatie het pure ruiken te veel in de weg staat. Voor kenners voor wie dit al de normaalste zaak van de wereld is, zullen na ruiken beamen dat de geuren ‘niet verkeerd’ zijn, maar ook niet meer. Geldt ook Cèdre. Toch blijft het interessant om te ruiken, hoe een parfumhuis ‘puur’ cederhout interpreteert.

Deze conifeersoort is verwant aan de den en de spar, waarmee hij de kegelvormige groeiwijze gemeen heeft. Hij komt van nature voor in de westelijke Himalaya en het Middellandse Zeegebied. Niet alleen is de boom in de parfumwereld geliefd om zijn harmonieuze geur –  de olie wordt gewonnen uit houtsplinters en zaagsel, en laten een warme en volle indruk na – maar ook omdat hij het vermogen heeft om andere geuren te fixeren. Uit de tientallen cederboomsoorten (die afhankelijk van de soort zoet tot ‘zuur’ kan ruiken) worden de Cedrus atlantica (voornamelijk gekweekt in het Atlasgebergte), Juniperus virginiana (Virginia)) en Cedrus libani (Libanonceder) het meest in parfums verwerkt.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Cèdre is als ‘een boswandeling langs cederhout (foto), sandelhout en musk-harmonieën’ die fris van start van gaat met bergamot en bes (onduidelijk welke). De wandeling wordt voortgezet langs een haag van jasmijn en iris. Pas in de basis ‘verraadt’ de geur zich. Ofwel, het cederhout ontplooit zich met sandelhout, patchoelie en musk. Warm, volledig, zonnig. Zoals gezegd: klassiek mannelijk. Nog niet gezegd: elegant.

RUIK & VERGELIJK

Puur cederhout kan warm, zonnig, kruidig en natuurlijk houtig ruiken. Zelfs een beetje zoetig. Wat wel duidelijk is: wordt gezien als typisch mannelijk. En dat vond Serge Lutens maar niks. Zijn Féminité du Bois (tot 2010 verkocht onder de naam Shiseido) maakt voor het eerst hout vrouwelijk. ‘Zoethoutig’ zeg maar.

(Ceder)hout voor de vrouw:

Serge Lutens Féminité du Bois (1992)
Dior Dolce Vita (1994)

(Ceder)hout voor allebei:

06130 Cèdre (2003)
Serge Lutens Cèdre (2005)
Giorgio Armani – Armani Privé – Cèdre Olympic (2009)

NOIR PATCHOULI HISTOIRES DE PARFUMS

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op april 11, 2010
Geplaatst in: GEURENALFABET N, NICHE. Een reactie plaatsen

IS DIT WEL EEN PATCHOELIPARFUM?

Jaar van lancering: 2005

Laatst bijgewerkt: 11/04/10

Neus: Gérald Ghislain

Hoe meer patchoelie-geuren in het niche-segment verschijnen, hoe moeilijker het wordt te determineren wat nu werkelijk een echte patchoeli is. Noir de Patchouli (onderdeel van de Parfum de Couleurs-serie van Histoires de Parfums) maakt het niet makkelijk(er). Een ding is zeker: de geur is goed, maar de patchoelie wordt in dit geval gemaskeerd door een bloemenboeket met de nadruk op (een zoete) roos. Aangenaam, that’s for sure… maar ik heb niet het gevoel dat ik puur patchoeli ruik. Dat krijg ik wel bij Patchouli van Reminiscence (‘the one and only’ uit 1970).

In een iets mindere mate bij Etro’s Patchouly (1989): toch ruik je bij deze geuren dat aangename pure, donkere, aardse en bijna ‘muffige’. Alsof je ruikt aan een oud kledingstuk jarenlang verborgen in een reiskoffer op zolder. Gérald Ghislain omschrijft Noir Patchouli als volgt: ‘De patchoeliebloem gekweekt in het Verre Oosten verspreidt met zijn bladeren een intens en betoverend parfum. Deze bos-chypre is als een elixer dat de zintuigen stimuleert. Een vleugje mysterie zo donker als het zwart dat het licht absorbeert’.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Wat mij betreft: Noir Patchouli vind ik geen patchoeligeur, eerder een chypre. En zeker geen zwarte patchoeligeur. Het kruid laat Gérald Ghislain hechten aan een pergalo waaraan hij andere ingrediënten laat groeien. Niet dat de geur niet goed en elegant is. Het tegendeel: bij de opening ruik je direct de patchoeli snel gevolgd door een ‘onbestemde’ volbloemige noot met roosaccent.

Dit alles sierlijk omringd met kruidige noten – koriander, kardemon, jeneverbes – in de basis goed opgevangen door ‘zwarte’ patchoeli. En – ook wat mij betreft – door de duidelijke chyprenoten als vetiver en mos. De toevoeging van vanille (ruik je goed) en vooral leer (idem) versterkt het chyprekarakter. De musknoot ontgaat me een beetje.

RUIK & VERGELIJK

Pure patchoeli:

Reminiscence – The Classics – Patchouli (1970)
Etro Patchouly (1989)
Serge Lutens Borneo 1834 (2005)

Gekleurde patchoeli:

Tom Ford – Private Blend – Purple Patchouli (2007)
Tom Ford White Patchouli (2008)

En ruik voor de lol ook eens aan, als je hem nog kunt vinden, wat klassieke chypre-bloemen-patchoeli-combi betreft:

Rochas Mystère (1978)

EAU RADIEUSE HUMIECKI & GRAEF

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op april 11, 2010
Geplaatst in: GEURENALFABET E, NICHE. Een reactie plaatsen

EEN FUTURISTISCHE KIJK OP COLOGNE

Jaar van lancering: 2009

Laatst bijgewerkt: 11/04/10

Neus: Christophe Laudumiel, Christophe Hornetz

Artistic director: Sestbastian Fischeich, Tobias Müksch

Je moet maar durven: in deze warrige tijden nog een nieuw parfummerk oprichten met een andere kijk op niche. Sestbastian Fischeich en Tobias Müksch durfden het twee jaar geleden. Ze noemen hun huis naar de familienamen van hun grootmoeders – als eerbetoon. Het idee achter Skarb, Geste, Clemency, Multiple Rouge, Askew en Eau Radieuse (dit jaar uitgebreid met Bosque): ‘elke geur reflecteert een facet van het gehele spectrum van de menselijke emotie’. Een gewaagd uitgangspunt. En: hoe vertaal je zoiets in een geur?

Volgens Sestbastian Fischeich en Tobias Müksch door de neuzen tijdens de ‘inspiratiesessies’ een keer geen cliché’s voor te houden. Zoals: ‘We zoeken een geur voor de verliefde en onafhankelijke vrouw’. Of een meer marketinggestuurd verlangen: ‘We willen een geur die in de buurt komt van de nummer een in de taxfree toptien’. Deze alternatieve kijk – de menselijke emoties dus – had een groot en inspirerend effect op de neuzen. Chrsitophe Laudumiel licht toe: ‘Het uitzonderlijke verfijnde concept en idee voor elke geur was zo krachtig dat ik met de bestaande conventies moest breken. Het was noodzakelijk elke geur absoluut individueel te creëren, iets wat erg ongewoon is de huidige parfumwereld’.

Tijdens de ontmoeting met Sestbastian en Tobias onlangs in Amsterdam werd me duidelijk wat ik me daar bij moest voorstellen. Ze spraken namelijk tijdens de toelichting van de diverse geuren over het ‘deconstrueren’ van klassieke ingrediënten. Tja, hoe doe je dat? Dat is natuurlijk het geheim van de neus. Maar wat zeker opvalt aan deze geuren – we beginnen met Eau Radieuse die de emotie verlangen moet verbeelden – is dat je zeker telkens iets anders en ongewoons ruikt. Maar naar verloop van tijd, als de transformatie van de geur op de huid heeft plaats gevonden, blijkt dat het eigenlijk heel klassieke geuren zijn, maar dan letterlijk en figuurlijk modern-minimalistisch verpakt. En daar iets niets mis mee.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Eau Radieuse is inderdaad een moderne cologne. Want de klassieke citrussensatie – goed voor instantfrisheid – bepaalt niet, maar ondersteunt de ‘anderszijnde’ ingrediënten die samen toch voor een ongekende verfrissende ‘emotie’ zorgen. Wat direct opvalt is de combinatie van heel munt en heel veel rabarber. Heel eenvoudig en ‘sec’ omringd met clementine en Italiaanse citroen. Als je nog iets vreemds ruikt, dan is dat banaanschil en bamboe. De eerste versterkt volgens mij de bittergroenheid van rabarber, de laatste versterkt volgens mij de groenheid van munt.

RUIK & VERGELIJK

Raar maar waar: wat groen-dan-anders-groen-sensatie betreft, moet ik denken aan:

Cartier Eau Concentrée (2001)

Nog drie modernistische colognes:

Thierry Mugler Cologne (2001)
Frederic Malle L’Eau d’Hiver (2003)
Acqua Colonia Royal Riesling (2009)

 

Berichtennavigatie

← Oudere inzendingen
Nieuwere berichten →
  • Meest recente berichten

    • Sal y Lemon Carner
    • Layton Exclusif Parfums de Marly
    • Cerana Nectar Olfactive
    • Walk like a Man (to Man)
    • Rose du Désert Houbigant
    • Orchidée Yves Rocher 
    • Cavort Fragrance du Bois
    • Beat Café Jusbox
    • Gold Fair in Mayfair Atkinsons
    • À l’Ombre d’Artémis Hellenist
  • Archief

  • Categorieën

    • AANBIEDINGENBAK
    • ACHTERGROND
    • CELEB FRAGRANCES
    • ECO
    • EDUCATIE
    • ENTERTAINMENET
    • ENTERTAINMENT
    • GEUR IN DE MEDIA
    • GEURENALFABET A
    • GEURENALFABET B
    • GEURENALFABET C
    • GEURENALFABET CIJFERS
    • GEURENALFABET D
    • GEURENALFABET E
    • GEURENALFABET F
    • GEURENALFABET G
    • GEURENALFABET H
    • GEURENALFABET I
    • GEURENALFABET J
    • GEURENALFABET K
    • GEURENALFABET L
    • GEURENALFABET M
    • GEURENALFABET N
    • GEURENALFABET O
    • GEURENALFABET P
    • GEURENALFABET Q
    • GEURENALFABET R
    • GEURENALFABET S
    • GEURENALFABET T
    • GEURENALFABET U
    • GEURENALFABET V
    • GEURENALFABET W
    • GEURENALFABET X
    • GEURENALFABET Y
    • GEURENALFABET Z
    • IL GIARDINO PROFUMATO
    • IN MEMORIAN
    • INTERESSANTE EN TIJDLOZE COLUMNS VAN ERIK ZWAGA 2005
    • KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • KLASSIEKERS IN DE AANBIEDINGENBAK
    • KLASSIEKERS OPNIEUW GEROKEN
    • KLASSIEKERS VAN DE TOEKOMST
    • LIMITED EDITION
    • MASSNICHE
    • MASSTIGE
    • MOET JE ECHT RUIKEN
    • NEO NICHE
    • NICHE
    • NICHE IN DE PARFUMERIEKETEN
    • NIEUW! NIEUW! NIEUW!
    • NIEUWE KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • NOSE JOB: PERFUMERS THAT MATTER(ED)
    • OPVALLEND PARFUMNIEUWS
    • OUDE FILMS MET PARFUMINFO
    • PARFUM = PARFUN
    • PARFUM IN DE MEDIA
    • PIEDESTAL POUR DES PARFUMS
    • PORTET
    • PORTRET
    • TAX FREE
    • TRENDANALYSE
    • TRENDS TOEGELICHT
    • Uncategorized
    • VINTAGE
    • WAT RUIK IK EIGENLIJK?
    • ZOU VERBODEN MOETEN WORDEN OF NIET?
  • Meta

    • Account maken
    • Inloggen
    • Berichten feed
    • Reacties feed
    • WordPress.com
Blog op WordPress.com.
GEURENGOEROE
Blog op WordPress.com.
  • Abonneren Geabonneerd
    GEURENGOEROE
    Voeg je bij 125 andere abonnees

    Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.

  • GEURENGOEROE
    Site in de Reader weergeven
    Beheer abonnementenAanmeldenInloggen
    Deze inhoud rapporteren
    Deze balk inklappen
Reacties laden....