GEURENGOEROE

P.O.P: POPE OF PERFUMES

  • Home

L’EAU D’ISSEY POUR HOMME SPORT

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op maart 13, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET L, GEURENALFABET S. Een reactie plaatsen

LEVENSADEM

Jaar van lancering: 2012

Laatst bijgewerkt: 13/03/12

Neus: Jacques Cavallier

Flaconontwerp: Taku Satoh

Zet sport achter (gebeurt meestal) of voor (zelden) een populaire, goedlopende geur en je krijgt eindelijk ook de man te pakken die er tot voor kort aan voorbij liep omdat het merk hem te onbekend of te elitair was. Sport heeft iets dus ongekends magisch (lees: commerciële potentie) bij geuren.

Alleen het probleem toch wel: elke populaire geur heeft inmiddels een sportieve variatie en die variatie – kan niet anders – overlapt geurtechnisch de concurrentie omdat hij hetzelfde gevoel wil oproepen: frisheid, energie en levenslust.

Opvallend: de nieuwe generatie sportgeuren wordt niet gepresenteerd als een ‘spin off’’ met korte termijnstrategie, maar als serieuze geur die voorlopig niet van plan is om zich te laten wegduwen door gelijkgestemde ‘tegenstanders’ in de parfumerie.

Dat merk je heel goed aan L’Eau D’Issey pour Homme Sport van Issey Miyake, want de geur ‘biedt een nieuwe ervaring: het beleven van de intensiteit van en de emotie van sport vanuit de unieke visie van de ontwerper van de geur’. En dat ‘draait hoofdzakelijk om de relatie van de man met de natuur: een pure en essentiële interactie met de elementen, boven competitie uitstijgend’.

Klinkt natuurlijk allemaal erg ‘Issey Miyake’. Wil zeggen een beetje raadselachtig, ‘zweverig’, niet-westers en dus artistiek door sport los te koppelen waarmee de gemiddelde man het associeert. Je kunt je afvragen of deze sportieveling met het volgende ‘rekening houdt’ als hij zoekt naar een sportieve geur: ‘Een sportman legt de natuur zijn wil niet op – hij overwint de elementen en wordt één met de natuur’.

Denk aan een surfer: die ‘gaat vol met een golf mee en wordt één met het water’. Denk aan een paraglider: ‘trotseert de leegte van de lucht, slechts uitgerust met een stukje stof’. Denk aan een bergbeklimmer: ‘enkel met een touw bedwingt hij een grillige rots’.

Het is duidelijk: L’Eau D’Issey pour Homme Sport verheft zich boven de in groepsverband opererende gewone voetballiefhebber en rugby-addict (actief en passief), hij zoekt contact met de ‘einzelgänger’-man die niet meeloopt met de massa.

En dat Issey Miyake serieuze intenties heeft met L’Eau D’Issey pour Homme Sport blijkt uit de speciaal gemaakte reclamecampagne – zag die vanochtend in de Volkskrant – de aan de geur gekoppelde site (www.sports-emotions.com) en natuurlijk de geur zelf. En die wordt…

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

… opgeroepen door ademen te vertalen in een geur. Ofwel, ‘de diepe ademteug van voldoening die een bergbeklimmer neemt wanneer hij de top van de berg heeft bereikt’. Jacques Cavallier doet dat in de opening – ‘de frisheid van oneindige open lucht en enorme hoogtes’ – met een volle injectie van bergamot en grapefruit.

Het hart is gevuld met nootmuskaat (foto) – ‘een vleug van de geur van overwinning’. En ‘hoewel lucht het basiselement is en water het actieve onderdeel vormt’, haalt L’Eau D’Issey pour Homme Sport zijn rokerige noten uit de aarde met vetiver en de houtachtige sfeer van cederhout die de geur karakter en elegantie verlenen’. Het resultaat: inderdaad een ‘andere’ sportgeur die de elementen lucht en aarde mooi aan elkaar koppelt en doeltreffend in zijn eenvoud door nootmuskaat als ‘tussenelement’ te laten fungeren. Aangenaam luchtig-houtig, aangenaam houtig-luchtig.

RUIK & VERGELIJK

Meer nieuwe sportieve geuren dit seizoen:

Givenchy Play Sport (2012)

Hugo Boss Bottled Sport (2012)

Dolce & Gabanna The One Sport (2012)

Chanel Allure Sport Eau Extrême (2012)

PURE, A DROP OF VERBENA DKNY

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op maart 8, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET P. Een reactie plaatsen

EEN GEUR DIE GOED DOET;

FIGUURLIJK EN LETTERLIJK

Jaar van lancering: 2012

Laatst bijgewerkt: 08/03/12

Neus: onbekend

Model: ‘onze’ Daphne Groeneveld

Heb je als modemerk een geweten, wil zeggen: maak je je net zoals veel van je klanten druk om de afnemende natuur en de manier waar, hoe en door wie grondstoffen worden gewonnen en verwerkt, dan draag je dat op een subtiele manier uit. Niet te hard van de daken schreeuwen dat je groen, eco en humaan bent, en daardoor dus voor recyclen, ‘sustainability’ en gezonde arbeidsomstandigheden, want anders gaan diezelfde klanten die steeds ‘waakzamer’ worden, je wantrouwen.

Donna Karan doet het met Pure, a drop of Verbena. Het is er natuurlijk op de eerste plaats voor de gebruikster. Die koopt met deze geur een groen, puur en ongedwongen luchtje met – het moet gezegd – een zeer verfrissend effect.

En dat zonder gebruik te maken van het cologne-recept. Op de tweede plaats doet de gebruikster tegelijkertijd iets goeds: want de verbena in deze geur is afkomstig van plantages uit Togo waar, naar het schijnt, vooral de vrouwen voor de inkomsten zorgen. Doordat Donna Karan (in samenwerking met stichting Care) met deze vrouwen een lange termijn-deal maakt, zijn die hier de komende tijd van verzekerd, en zo – nu volgt de slogan – ‘wordt een druppel Afrikaanse verbena, een druppel goodwill’. En: de druppelvormige flacon (als symbool van puurheid) is gemaakt van gerecycled glas, de verpakking van duurzaam gefabriceerd, composteerbaar karton (in een fabriek dat werkt met 100 procent ‘renewable’ energie).

De presentatie is erg Donna Karan: de ‘kosmopolienne’ wordt met Pure, a drop of Verbena een pastorale sfeer ingetrokken. Terug naar het platteland, puur en uitlaatgasvrij. Toegeven aan je groene verlangens, je behoefte aan ongedwongenheid…

Leuk voor de Togoleze vrouwen, maar wat ik niet helemaal begrijp is waarom Karan verbena helemaal uit dit land betrekt. Want dit kruid groeit met evenveel gemak in koudere klimaatzones, en wordt als je niet oppast een onkruid, zo welig en overal – zelfs tussen stoeptegels – tiert het. Met vanille – ook afkomstig uit Togo – die zo voor haar eerste Pure-geur (2010) gebruikte ligt het natuurlijk anders. Het lijkt me dat Donna Karan (als parfumhuis) juist meer voordeel zou hebben bij cultivatie van bloemen in Togo die niet gedijen in de koude gebieden, zoals tiaré, ylang-ylang en champaca.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Ik vind de opening van de DKNY-geuren altijd verrassend: enorm fris, prikkelend en tegelijkertijd helder, clean en dat opgeroepen met – vaak – onorthodoxe ingrediënten. Ook opvallend: in één whiff kondigen zich alle ingrediënten aan zonder dat ze al ‘volgroeid’ zijn.

In dit geval – vanzelfsprekend – verbena dat wordt gekoppeld aan een ander kruid: basilicum. De eerste is fris, maar met een beetje bitttere, aardse ondertoon. De tweede is kruidiger, scherper en – vanzelfsprekend – zeer groen.

En hierover heen waait een wind van frisse, citrusachtige nuances die als het ware neerdaalt in een beschut beekje waar bloemen drijven: fris jasmijn, fris-bloemig pioenroos en ‘honing-fris’ kamperfoelie. Dat ‘beschutte’, maar transparante effect wordt in de basis voortgezet met witte amber, zeemos en vetiver.

RUIK & VERGELIJK

Hoe ruikt verbena (Verbena officinalis), ‘bij ons’ ook bekend als ijzerhard, ijzerkruid, strooikruid, duivengras en duivenkruid? De beste manier om hier achter te komen: zet van de gedroogde bladeren thee. Laat het trekken. Drink het warm of koud: in beide gevallen proef en ruik je een fris-bittere groenheid met fluwelige ondertoon. En verbena doet goed: verkwikt, kalmeert en helpt ook bij verkoudheid, griep, verstopte neus, bronchitis. En recent wetenschappelijk heeft aangetoond dat verbena een – mogelijke – hartversterkende en tumorwerende werking heeft.

Een hint van verbena in mannengeuren:

Cartier Santos (1981)

Boucheron Pour Homme (1990)

Calvin Klein Eternity Summer 2005 (2005)

Veel verbena ruik je in:

Givenchy Monsieur (1959, 2007)

Rochas Eau de Rochas pour Homme (1993)

Een hint van verbena in vrouwengeuren:

Clinique Aromatics Elixir (1971)

Nikos Sculpture (1994)

Guerlain – Les Parisiennes – Philtre d’Amour (2000)

Verbena voor hem en haar:

Calvin Klein cK One Summer 2006 (2006)

L’Occitane Verbena (????)

VETYVER INCENSO FARMACIA SS ANNUNZIATA DAL 1561

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op maart 7, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET V, NICHE. 2 reacties

VETIVER MET EEN WIEROOK-INFUSIE?

Jaar van lancering: 2012

Laatst bijgewerkt: 07/03/12

Neus: onbekend

Ik heb nog een aantal geuren van Farmacia SS Annunziata liggen. Zat te denken er weer een te beschrijven – Cara is de enige tot nu toe – omdat een paar geurengekken onlangs er mij zo enthousiast over vertelden. Krijg ik door de importeur een nieuw trio – Sweet Musk, Tale Gourmand en Vetyver Incenso – toegestuurd. De overkoepelende naam: Xllence. Waarom nou de e voor de x is weggelaten? Dat niet helemaal correct schrijven van woorden is, naar mijn mening, niet meer anno ‘nu’ maar eigenlijk só eighties! Je verwacht van een oud huis als Farmacia SS Annunziata eerder dat het bewust ‘extra ouderwets’ gaat schrijven.

Doen ze wel met vetiver – wordt dus Vetyver met daarachter Incenso. Het is de geur die mij van de drie het meest fascineert omdat ik me altijd verbaas dat merken het aandurven nóg een ‘vetiver’ te lanceren, het een van mijn favoriete ingrediënten is én omdat het gekoppeld wordt aan wierook waardoor – als het goed is – deze gedroogde wortel minder fris en groen wordt.

Een paar jaar geleden liet Mona di Orio mij een nieuwe vetiver ruiken die ze toegestuurd had gekregen van haar ingrediëntenleverancier: vetiver fumé. Dat rook naar verbrand gras, gedroogd hooi, vetiver die je als het ware ziet roken. Een parfum op zich. Dit stelde ik me dus ook voor bij Vetyver Incenso, maar dat roept de geur niet op.

De geuren worden geleverd in een 250ml flacon met peerverstuiver. Weliswaar in een mooie, maar simpele cilinderflacon verpakt in dito verpakking (die een beetje doet denken aan het cologne-trio van Dior uit 2004 en sinds 2010 onderdeel is van La Collection de Christian Dior behalve Cologne Blanche, die de overgang niet heeft gered).

Tip: om teleurstelling te voorkomen, verwissel de peer voor de gewone dop als je van plan bent de geuren te vervoeren. Lekken via de peer – wat nog steeds gebeurt – wordt zo vermeden.

Vraag me alleen af, hoe lang deze megaversie alleen te koop blijft. Bij Guerlain werden de maten van de neo-nichelijn Une Parfum, Une Ville van 250ml naar 100ml teruggebracht. En Chanel levert sinds 2010 Les Exclusifs naast 200ml ook in een 75ml-variatie.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Vetyver Incenso is een ‘maskerade-geur’. Dat wil zeggen: lange tijd heb je de indruk dat het geen ‘vetiver’ (tekening) betreft. De eerste minuten denk je eerder aan een crispy cologne door de subtiele, maar sterke hesperide-opening: bergamot en grapefruit. Moderne ‘sidekick’ is hier gember die zich mooi en origineel hecht aan jeneverbes en roze peper. Het effect: een prikkelende, heldere, beetje ijle frisheid. Lekker!

Als het goed is ruik je nu vetiver en wierook. De laatste moet als het ware de eerste laten branden. En dat gebeurt niet echt vind ik. Ik ruik namelijk eerst de basis die een elegante, warm-houtige zoetheid verspreidt van cederhout, patchoeli, eikenmos en ambergris. Pas daarna, als Vetyver Incenso wat langer op de huid zit, ruik je de vetiver – zij het nog steeds bescheiden. En de wierook laat ook lang op zich wachten. Eindresultaat: een zachte, houtige geur die ook zijn sterkte – eau de parfum – niet helemaal waar maakt.

RUIK & VERGELIJK

Je hebt meer vetivers die als het ware ‘om de wortel heen draaien’. Er wordt meer gespeeld met de naam dan op de uitwerking van de wortel. De pure vetiversensatie blijft hierdoor op de achtergrond of verkondigt zijn groene, frisse en aardse nuances later gedacht. Ervaar je ook bij:

Creed Original Vetiver (2004)

Guerlain – Les Parisiennes – Vetiver pour Elle (2004)

Mona di Orio – Les Nombres d’Or – Vetiver (2011)

CUIRS CARNER

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op maart 5, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET C, NICHE. Een reactie plaatsen

LEER IN MEERVOUD

LETTERLIJK EN FIGUURLIJK

Jaar van lancering: 2011

Laatst bijgewerkt: 05/03/12

Neus: Sonia Constant

Artistic direction: Sara Carner

Altijd leuk om te lezen over het hoe en waarom van een nieuw nichehuis: in negen van tien keer wordt de filosofie en inspiratiebron achter een label geschraagd door verfijnde parfums gemaakt van – het spreekt voor zich – de beste grondstoffen.

Ik kan niet wachten op het eerste nichehuis dat zoiets voor mekaar krijgt met de slechtste ingrediënten. Een groter uitdaging lijkt me niet mogelijk, want ‘niets zo makkelijk’ als het maken van verfijnde geuren met de beste ingrediënten – gezien de niet aflatende stroom van de laatste paar jaar.

Sara Carner (Catalaans van geboorte) filosofie: het vangen van belangrijke, maar de oh zo snel vervliegende momenten van het leven. Voor haar is dat de olfactorische verscheidenheid van Barcelona met zijn pleinen, rambla’s, lekkere eethuisjes en culturele schatten. Haar parfums vertellen verhalen van ‘weemoed, echte gevoelens, beleefde herinneringen en buitengewone ontmoetingen’. Alsof ze de ‘Barca’-boeken van Carlos Ruiz Zafon, Manuel Vazquez Montalbán, Idelfonso Falcones en Eduardo Mendoza in geuren heeft vastgelegd.

Beetje cliché, wat schrijf ik: behoorlijk. Maar heel veel consumenten zijn nog steeds gevoelig voor deze, al zo vaak vertelde verhalen. Haar fascinatie voor alles wat maar rook, leidde tot een enorme collectie parfumflacons én een carrière in de internationale cosmetica-industrie. Maar haar wens om een parfumhuis te openen werd steeds sterker, dus keerde ze terug naar Barcelona om daar Carner Barcelona te openen.

Drie geuren verschenen in 2011: Tardes, D600 en Cuirs. Laatste geur – dit jaar onderscheiden met een Fifi voor beste geur in de categorie ‘Indie’ – is haar herinnering aan de geuren die zie tijdens haar jeugdjaren vaak opsnoof in de ateliers van haar familie – ze stamt volgens de homesite uit een traditioneel ‘leerbewerkingsgeslacht’. Hoewel flacon, houten dop, etiket en verpakking herinneringen moeten oproepen aan ‘het traditionele handwerk’ uit Spanje en de leerbewerking van de Carner-familie, vind ik dat wel erg understated gepresenteerd. Om niet te zeggen saai. Wel nieuw voor niche: zonder green en eco te willen zijn, wel de uitdrukkelijke vermelding dat de gebruikte ingrediënten verantwoordelijk worden geoogst: mens en natuur worden hierbij zoveel mogelijk gerespecteerd. Wil zeggen: de eerste wordt naar verhouding eerlijk betaald voor zijn werk, op de tweede wordt geen roofbouw gepleegd.

Maar elke leer-fetishist zal blij zijn met Cuirs omdat het leer heel warm, rijk én zacht presenteert zonder dat het suède wordt. De geur heeft iets ruws, iets ongetemds en dat is toch wel een voorwaarde voor een echte leergeur, vooral in het niche-segment.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Een prachtige compositie doordat a: Cuirs niet citrusfris opent, b: om de rokerigheid van de leernoot te versterken veel houtsoorten worden gebruikt die van zichzelf al ‘roken’ (zonder dat het te ‘wierokeriger’ en ‘tabakkerig’ wordt) en c: de zoetheid van het leer niet plat, te gladgestreken en daardoor te makkelijk wordt.

Heel mooi en origineel de opening: komijn en saffraan (foto). De eerste is zoet-stroef, de tweede is stroef-zoet. De eerste aards warm, de tweede meer hemels warm. Ze houden elkaar perfect in evenwicht. Het zoet en poederzachte viooltje ruik ik in eerste instantie niet, daar is het ‘vers-geslepen-potlood’-gevoel van cederhout gecombineerd met sandelhout die daarop volgt te sterk. Wel aangenaam. Linkt mooi met de patchoeli die heel even voor een lichte ‘vochtige’ houtnoot zorgt.

Maar het mooiste is toch wel de basis waarin een ruige, ‘ongeprepareerde’ leernoot omringd wordt door rokerig hout: guaiac, amyris, oud en met name nagarmotha (ook wel bekend als cypriol)… al dat hout wordt iets zachter en zoeter door musk, tonkaboon, cistus labdanum en ‘droog amber’. En verdomd, door al dit rokerige hout verpakt in leer ruik je plotseling het zoete viooltje.

RUIK & VERGELIJK

Hoewel de Fifi natuurlijk mooi en wellicht terecht is – heb me niet verdiept in de andere vijf gegadigden – moet je daar niet veel te belang aan hechten. Daarvoor is de stichting (net zoals de Astir in Nederland) te gelieerd aan de grote parfumhuizen- en geurproducenten. Het probeert met de sinds een paar jaar geleden ingestelde Indie-categorie (staat voor independent) iedere schijn van zelf-felicitatie en belangenbehartiging te voorkomen. Het haalt de neus Sonia Constant in ieder geval wel uit haar anonimiteit, want tot nu maakte ze geuren zonder enige niche-aspiratie.

Van Cleef & Arpels First Premier Bouquet (2007)

Mango Lady Rebel (2009)

Fragonard Etoile (2009)

Burberry Sport for Men (2010)

Vanderbilt Miss Vanderbilt (2010)

Escada Absolutely Me (2010)

SEDUCTIVE HOMME GUESS

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op februari 29, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET S. Een reactie plaatsen

VERLEIDINGSGEUR VOOR HET VERLEIDINGSSPEL

Jaar van lancering: 2012

Laatst bijgewerkt: 29/02/12

Neus: Ilias Ermenidis, Frank Voelkl

Model: Luca Loy met ‘sidekick’ Leticia Zuloaga

Fotograaf: Alix Malka

Valt niet te ontkennen wat Guess zegt als je Luca Loy ziet: ‘Hij is sexy en geraffineerd. Zelfverzekerd en daadkrachtig. Speels en charmant. Hij is een echte vrouwenverslinder met een geheel eigen stijl’. Hoe hij die stijl zich manifesteert, wordt niet duidelijk. Maar daar kan de klant die Guess in het vizier heeft zonder, want die is zelf ‘zelfverzekerd en aantrekkelijk, vrij van geest en altijd goed gekleed. Met zijn onweerstaanbare charmes weet hij elke vrouw voor zich te winnen’. Dat heeft hij dan weer gemeen met Luca Loy. Bijzonder volgens Guess: ‘Dit keer zijn de rollen omgedraaid en wordt de oogverblindende Guess-vrouw – symbool voor de ultieme verleiding – zelf versierd door deze doortastende man’.

Seductive Homme is de eerste mannengeur van Guess onder auspiciën van Coty. Paul Marciano, chief executive officer en medeoprichter van Guess hierover: ‘We weten zeker dat deze geweldige geur de huidige mannelijke Guess-fans zal aanspreken en dat tal van nieuwe klanten ons na de lancering zullen ontdekken’.

Wat wel valt te ontkennen: je moet over veel fantasie beschikken om in ‘de onmiskenbare mannelijke flacon’ een krachtig mannelijk lichaam te herkennen. Net zoals veel andere geuren is de dop voorzien van een magneet. Het effect bij Seductive Homme: ‘Bij het openen voel je de kracht van de Guess-man’.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

De neuzen Frank Voelkl en Ilias Ermenidis zijn niet de minsten. En dat ruik je bij Seductive Homme. Het is een aangename houtgeur met lichte sensuele basis die de Guessjeansdrager niet echt zal afschrikken.

De opening is niet-cliché citrusfris, maar eerder prikkelend, groen en fruitig zoet door respectievelijk roze peper, kardemom en mandarijn. Het hart geeft een licht oosterse toets door vanille die echter een fris-groene ondertoon krijgt door het nu in mannengeuren erg geliefde viooltjesblad (foto; fris en knisperend) en vetiver (aards, fris en groen). De afronding versterkt deze aardse houtnoot eigen aan vetiver met patchoeli, sensueel gemaakt door sandelhout, ‘amberhout’ en ‘huidmusk’.

RUIK & VERGELIJK

Frank Voelkl is vooral bekend door zijn niche-geuren. Met name:

Le Labo Iris 39 (2006)

Le Labo Musc 25 (2008)

Le Labo Baie Rose 26 (2010)

Le Labo Santal 33 (2011)

Ilias Ermenidis heeft meer dan vijftig geuren op zijn naam staan. Zijn meest gewaardeerde:

Salvador Dali Salvador (1992)

Oscar de la Renta So (1997)

Gucci Gucci (2007)

Samen maakten ze ook:

Christina Aguilera Royal Desire (2010)

L’EAU NEUVE LUBIN

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op februari 28, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET L, KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN, NICHE. 2 reacties

EAU NEUVE WORDT L’EAU NEUVE

EEN MISSING LINK-GEUR MET WOW-EFFECT!

Jaar van lancering: 1968/2007

Laatst bijgewerkt: 28/02/12

Neus: Roger Broudoux (old), Lucien Ferrero (new)

Model: onbekend

2005 is een belangrijk jaar voor de vintage-parfumindustrie: het legendarische Lubin (anno 1798) dat in de jaren tachtig van de vorige eeuw stilletjes van de markt verdween, maakt met de herlancering van Idole (1970) een doorstart. Jammer alleen dat deze geur zowel qua presentatie als inhoud niets van doen had met het origineel. Dus was ik in eerste instantie wat huiverig. Weer een poging een huis alleen qua naam nieuw leven in te blazen, zonder gebruiken te maken van de rijke geschiedenis.

Maar twee jaar later kiest Gilles Thévenin, de man die begin 2000 Lubin van Wella kocht, gelukkig voor een meer authentieke koers: de geuren die vanaf dan verschijnen zijn in ieder geval wat receptuur betreft zo zuiver mogelijk naar het origineel geïnterpreteerd. En dat is goed én belangrijk, want hierdoor begrijp je direct de ooit vanzelfsprekende status die Lubin genoot.

In het kort: het huis werd tijdens de revolutionaire jaren in Parijs in 1798 opgericht door Pierre François Lubin (tekening) – een voormalig colporteur in geuren. Zijn eerste creatie in hetzelfde jaar heette: Eau de Lubin. Het nieuwe bewind was hiervan gecharmeerd, in het bijzonder Pauline Borghèse (1780-1825), zus van Napoleon Bonaparte. Hij  creëerde twee parfums voor deze legendarische schoonheid, die hem hierdoor in 1808 aanstelde tot hofparfumeur (hij was trouwens niet de enige; Rancé, Creed en Roger & Gallet claimen ook deze onderscheiding). En ook, minder parvenu, meer echt oud blauw bloed raakte gecharmeerd: hij kreeg onder meer het brevet van hofleverancier van de Engelse koning George IV (in 1821) en de Russische tsaar Nicolas I (in 1823).

Zoals zoveel oude parfumhuizen (Guerlain, Millot, Roger & Gallet) beleefde Lubin ook zijn hoogtepunt tijdens de ‘gouden eeuw’ van de parfumerie. De jaren tien, twintig en dertig dus van de vorige eeuw. Waarvan de originele flacons van Enigma, Magda, Kismet (alle drie uit 1921), L’Océan Bleu (1925), Ferveur (1928), Fumée (1934), Ouvrez-moi (1936) en Nuit de Longchamp (1935) nog steeds getuigen. Ook na de Tweede Wereldoorlog weet Lubin zijn positie met Daïmo (1950), Gin Fizz (1955), Eau Neuve (1968) en Idole (1970) te handhaven. Daarna raakt het huis door de steeds sterkere groei van couture-, cosmetica- en designergeuren steeds meer op de achtergrond en sloot (op instigatie van de nieuwe eigenaar Wella) stilletjes zijn deuren om in… reeds boven gemeld.

Jammer alleen dat voor de nieuwe presentatie van oude geuren voor de vrouw voor een tamelijk saaie standaardflacon is gekozen (gebaseerd op Nuit de Longchamp). Wat mannengeuren betreft: de flacons ogen leuker en aantrekkelijker voor een nieuwe generatie gebruikers door de manier waarop de namen voluit op de flacon zijn ‘gezet’.

Zoals bij L’Eau Neuve dat bij de introductie in 1968 nog Eau Neuve heette volgens mij. Maar wel verpakt in een zeer klassiek-degelijk doosje. Alleen de campagnefoto… ik weet het niet. Doet voor mij geen recht aan de inhoud en doet vermoeden dat het een typische vrouwengeur betreft.

Inmiddels heeft Lubin weer een boetiek in Parijs – 21 rue de Canettes – en worden de geuren in de Benelux exclusief verkocht bij Your in Antwerpen. Vergeet bijna te vermelden dat Lubin voor mij een van de meest interessante logo’s heeft in de parfumwereld: ingewikkeld, klassiek-degelijk en toch zie je de l, de u, de b, de i en de n in een oogopslag.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Ik heb de originele versie nooit geroken die altijd als een belangrijke klassieker gold. Maar mijn gevoel zegt dat de nieuwe versie heel dicht in de buurt komt omdat hij in lijn ligt met geuren die in dezelfde periode verschenen. Dat wil dus zeggen een groene frisheid, een frisse groenheid op een rijke en warme houtbasis. Zo niet: dan heb je toch een zeer elegante geur te pakken. L’Eau Neuve geeft goed het verschil aan tussen niche en ketenparfumerie. De ingrediënten ruiken allemaal nét wat rijker, voller en blijven langer hangen.

Ruik je direct in de opening: een soort wow-ervaring. De citrusvruchten lachen je tegemoet. Een en al zonnige frisheid geleverd door citroen, sinaasappel en bergamot die een zoetzachte en bloemige toets krijgen door lavendel en kamille. Raar maar waar: ik ruik ook een hint van sereh (citroengras) maar wordt niet opgevoerd als frismaker.

Heel elegant is de overgang van ‘geel’ naar ‘groen’ door salie, koriander en marjolein. De jasmijn-rooscombinatie neem ik niet zo goed waar omdat de houtsensaties (die al je vaag in de opening ruikt) alle aandacht opeisen. Maar dat maakt de geur niet très flower power zoals Lubin beweert. Daarvoor is de patchoeli in de basis toch te bescheiden die elegant samengaat met eikenmos maar vooral met het zonnig-droge ceder- en sandelhout. De melkige zoetheid van laatste wordt mooi benadrukt door witte musk. Ik vind L’Eau Neuve eerder très classique, très serré door het harmonieuze contrast tussen fris en warm.

RUIK & VERGELIJK

L’Eau Neuve kun je met een beetje fantasie een missing-link noemen van de frisse groene geurengolf die eind zestig, begin jaren zeventig de parfumerie binnenstroomde. Zowel bij vrouwen als mannen, want de geur is toch erg androgyn voor mij.

Dior Eau Sauvage (1965)

Nina Ricci Signoricci (1965)

Lancôme Balafre (1968)

Lancôme Ô (1969)

Rochas Eau de Rochas (1970)

Chanel N°19 (1970)

NUDA NASSAMOTO

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op februari 26, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET N, NICHE. 1 reactie

VAN EXPLICIET SEKSUEEL NAAR BEHAAGLIJK SENSUEEL…

MAAR WAT HEEFT ADELE BLOEMENDAAL DAARMEE VANDOEN…

Jaar van lancering: 2010

Laatst aangepast: 26/02/12

Neus: Alessandro Gualtieri

De parfums van Alessandro Gualtieri hebben bondige namen. Eén of twee woorden geven uitdrukking aan de inhoud. Geen poëtisch gemijmer en sentimentele verwondering. Puur, rauw als zweepslagen. En bovenal erotisch. En toch: mijn fantasie kan er wel door op hol slaan, uit de bocht raken. Kreeg ik direct bij het ruiken van Nuda. Naakt, huid, parfum, poederig en vooral… geil. Doet me denken aan het lied Na de seksuele revolutie van Adèle Bloemendaal.

Hoewel het voor Elly, de persoon die Bloemendaal speelt, elke keer weer op een sof uitdraait, zingt ze: ‘Toen-ie naast me plaatsnam aan de bar, dacht ik: Leuk, die slagen in zijn haar. Ook al zijn het er niet meer zo veel. En die mond is reuze sensueel’.

Even verder: ‘Elly, dacht ik, laat-ie fijn zijn meid, want jouw bedje is vannacht gespreid’. En weer wat verder: ‘Ik schoof mijn kruk wat dichterbij, en sloeg een arm om hem heen. En zei, terwijl mijn andere hand terechtkwam op zijn bovenbeen. En daarna slinks verdwaalde ergens in zijn kleren, vooruit stuk, laten we meteen gaan copuleren.’

Zo gedraagt Nuda zich ook. Geen langzaam opgevoerde versieringspoging die langzaam, stap voor stap, elegant het geheim van de geur onthult. Nee, een, twee drie, hupsake. Komt natuurlijk door de jasmijn die Gualtieri opvoert. Niet vrolijk, dartel en voorjaarsfris jasmijn, maar sensueel, dierlijk en op het randje van: ‘ruik ik nu wel of niet faeces?’

Er wordt beweerd dat de geur een hommage is aan de klassieke Franse parfumerie en de neus Dominique Ropion in het bijzonder. Met name zijn Fleur de Cassie (2000) die hij maakte voor Frederic Malle. Dat is inderdaad een vooroorlogse Guerlain revisited door de nadruk op volle bloemen in het hart afgerond met een sierlijke leernoot. Ook wordt als voorbeeld Thierry Muglers Alien uit 2005 (die Ropion samen met Laurent Bruyère samenstelde) aangehaald waarin hij sambacjasmijn in overdrive, zij het cleaner, combineert met een cashmeran wederom in overdrive. Valt wat voor te zeggen, met dien verstande dat Nuda heftiger en meer resoluut en minder ‘nice crowd pleasing’ is.

Opvallend aan Nuda: het is eigenlijk een ‘omgedraaide’ geur. Na de volle mep in de opening, transformeert de geur tot een zacht, verfijnd bijna ladylike parfum met een sterke vintage-connotatie. Van expliciet seksueel naar behaaglijk sensueel, door zijn romig-houtige nasleep. Je zou bijna denken dat Tom Ford aan deze geur heeft geroken toen hij Violet Blonde, Jasmin Rouge en Santal Blush (alle drie 2011) ontwikkelde. Ook extreem in hun opulentie, maar door het ‘bijgeleverde’ beeldmateriaal meer ‘inleefbaar’ dan het zonder toeters en bellen gepresenteerde Nuda.

Maar neem gewoon Adèle Bloemendaal (foto) als ‘verbeelding’ zoals ze was in de jaren zeventig: volgens mij zonder dat ze het in de gaten had, ongelooflijk stylish en sexy. ‘Zoiets’ wordt nu – hellup! – een fashion icon genoemd. En: een leuke bevestiging van de oude, ongeschreven parfumwet dat blonde vrouwen witte bloemenparfums moeten dragen.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Dit is een vrije interpretatie, want Alessandro Gualtieri geeft zijn ingrediënten niet prijs. Door het volle dierlijke jasmijnabsoluut ruik je in Nuda eerst een kleine groene siddering (beetje minty, beetje fruity), maar de jasmijn (foto) speelt zijn spel overtuigend. Het is een overrompeling wellicht geholpen door ylang-ylang die als het ware het sensuele en animale aspect van jasmijn versterkt.

Nuda wordt getemperd door poederig iris en melkig sandelhout – beide ook van een uitzonderlijke kwaliteit. Musk en een leernoot lijken de geur te verzegelen. Maar beide zijn heel sierlijk, lijken omringd met bloemige nuances – ik moet denken aan Musc (2010) van Mona di Orio waarin ze speelt met heliotroop.

RUIK & VERGELIJK

Er zijn waarschijnlijk nog talrijke andere geuren waarin het dierlijke aspect van jasmijn wordt benadrukt, maar ik ken er slechts twee op dit moment:

Etro Royal Pavillon (1989)

Serge Lutens A la Nuit (2000)

FOUGERE BENGALE PARFUM D’EMPIRE

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op februari 24, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET F, NICHE. 1 reactie

VARENS VERDRONKEN IN EEN BENGAALSE JUNGLE

Jaar van lancering: 2007

Laatst bijgewerkt: 24/02/12

Neus: Marc-Antoine Corticchiato

Hij heeft zijn oorspronkelijke uitgangspunt steeds meer verlaten: met parfums roemrijke periodes en dito personen (soms een paard) te eren met geuren opgebouwd uit ingrediënten die tijdens deze periodes en vogue waren, door deze personen gedragen hadden kunnen worden (het paard uitgezonderd). Een besluit waarvoor ik Marc-Antoine Corticchiato dankbaar ben. Want: steeds meer nichehuizen nemen geschiedenis als inspiratiebron. Want: hiermee verbreedt Corticchiato zijn spectrum waarvan we wellicht anders niet hadden kunnen genieten. Fougère Bengale bijvoorbeeld.

Hierin ruik je treffend zijn fascinatie voor het ‘fabricatieproces’ van geur in planten. Hoe ontstaan parfums in planten? Hoe kan een plant verschillende geuren uitademen gedurende haar bloeicyclus? Deze vragen stimuleerden hem studies in chemie te volgen wat betreft de analyse van parfumhoudende planten. Het leverde hem een doctoraat op. Zijn thesis: het op punten stellen van een nieuwe analysetechniek van plantenextracten aan de hand van R.M.N van carbon-13 (magnetische nucleaire resonantie). Ruik je dit bijvoorbeeld in Fougère Bengale? Ik weet het niet, wel dat je weer door hem wordt getrakteerd op een volle, rijke geur die de finesse van ieder ingrediënt ‘respecteert’ en niet laat verdrinken in het totaal. Als je goed ruikt, onderscheid je ze stuk voor stuk, en nog meer.

Fougère betekent varen. Bengale dat zijn de Bengalen. Ook wel bekend als Bango of Bangladesh en is een regio in Zuid-Azië onderverdeeld in de Indiase staat West-Bengalen en het land Bangladesh. Door zijn rijke geschiedenis roept de naam, althans bij mij, een verloren wereld op van rijkdom, verfijning, cultuur er kunst (die inderdaad gepaard ging met een schrijnende armoede waar het gebied nog steeds onder gebukt gaat) vermengd met een vleugje ‘colonial chic’. Een van de hobby’s van de bovenklasse uit ‘die goede oude tijd’ was de jacht op Bengaalse tijgers, zie de foto uit 1903 waarop Lord en Lady Curzon best wel trots bij hun verovering staan. Het vormde merkwaardigerwijze de inspiratiebron van deze geur (waar inmiddels – wijselijk – geen melding meer van wordt gemaakt).

Neemt niet weg, dat geur een zeer exotische indruk maakt, je kunt je inderdaad een tocht voorstellen door de jungle van de Bengalen. Fougère Bengale zou ik willen omschrijven als een zwoele en warme varengeur… je hoort vanuit de hoge bomen, die af en toe een zonnestraal doorlaten, de lauwe vochtdruppels en de nectar van orchideeën van blad op blad vallen om uiteindelijk terecht te komen op een altijd vochtige, zeer aardse, beetje zoetige ondergrond waar varens gloeiend groeien.

Het ziltige zweet glijdt van je voorhoofd, druppel na druppel op je klamme lichaam… je verlangt naar een bevrijdende regen of douche, maar vindt eigenlijk de mix van zwoelte, zweet en zoet best aangenaam… door blijven lopen… ‘wat hoor ik daar, is dat niet de Bengaalse tijger, maar die was toch uitgestorven?’

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Mooi, rijk, vol en anders sensueel, en net zoals de geur waaraan Fougère Bengale sterk herinnert (het iets vlakkere en meer horizontale Sables van Annick Goutal uit 1985) niet een allemansvriend. De opening moet het gevoel oproepen van een ouderwetse Engelse barbershop. Dus een flinke lavendelwolk waarin groene noten ronddansen, waaronder dragon en geranium.

Dan een lichte hooinoot: zoet, droog die doet denken aan coumarine (zat vroeger ook veel in gezichtstonics voor na het scheren). Deze groen-droge frisheid houdt lekker aan voor het hart zich prijsgeeft van tabak (foto) dat ondergedompeld lijkt in honing (kan ook de coumarine zijn) en dat mooi aansluiting vindt in de ‘vochtig-zoete’ maar krachtige basis van patchoeli, vanille en tonkaboon.

Opvallend: Fougère Bengale heeft door zijn zoetheid een lichte gourmandtoets. En doet op de een of andere manier ook denken aan hoestdrank. En dus Eau Noire (uit 2004) van Dior er even bij gepakt. Die ruikt iets medicinaler, maar heeft toch dezelfde ‘zoetzalvende’ en daardoor ‘anders’ sensuele sfeer.

RUIK & VERGELIJK

Nog meer ‘old style colonial elegance’-geuren met een nostalgisch verlangen naar vervlogen tijden. Tabak lijkt de bindende smaakfactor. Heel erg jammer dat de eerste niet meer geproduceerd wordt.

Rochas Macassar (1980)

Aramis Havana (1994)

SUDDENLY MADAME GLAMOUR

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op februari 23, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET S, ZOU VERBODEN MOETEN WORDEN OF NIET?. 3 reacties

PLOTSELING: ‘COCO MADEMOISELLE TE KOOP BIJ LIDL’

Jaar van lancering: 2011

Laatst bijgewerkt: 23/02/12

Neus: onbekend (wel benieuwd)

Had er vorig jaar van gehoord, maar had geen zin om er voor naar Duitsland of Engeland (daar alleen te koop in eerste instantie) te gaan en wou, gezien de prijs, daar bekenden niet mee lastig te vallen: Suddenly van Madame Glamour – wat een bezopen jaren midprice-jaren-vijtig-naam – te koop bij Lidl. Ik liep gisteren een Brusselse vestiging binnen, en daar stond de geur hoog opgestapeld: € 3,49 voor 50ml die naar wordt beweerd sterk naar Coco Mademoiselle ruikt.

Nu is het zo dat deze zich snel tot nieuwe uitgegroeide klassieker (die een soort standaard in zijn categorie is geworden) ook door concullega’s van Chanel is gecopycat. Alleen die zorgen er wel voor dat hun variaties nét iets anders ruiken. Maar alle nieuwe chypres met fruitige opening en een basis van ‘heldere’ patchoeli, vanille en witte musk zijn Coco Mademoiselle in feite schatplichtig.

Het verbazingwekkende aan Suddenly: het ruikt inderdaad zó naar Coco Mademoiselle! Dat hebben inmiddels twee blinde consumentenpanels – georganiseerd door Lidl en waaraan 50 vrouwen deelnamen – uitgevoerd door de Perfumer’s Guild duidelijk gemaakt. Die vonden inderdaad dat… Heb ter vergelijking alleen het parfumextract van Coco Mademoiselle bij de hand en dat ruikt vanzelfsprekend voller, rijker en gelaagder. Maar toch.

Chanel zei ooit over haar werk dat gekopieerd worden de mooiste vorm van vleierij is. Maar het wordt volgens mij anders wanneer vleierij overgaat in ‘stelerij’. Suddenly roept trouwens een andere vraag op: is de contrabande-industrie even snel geëvolueerd als de ‘officiële’ parfumindustrie. Hadden tot voor kort de ‘ruikt-net-als’-geuren, voornamelijk te koop op de markt, alleen de topnoot van populaire parfums gemeen (die vervolgens heel snel verdween), nu slaagt men er ook in hart en basis overtuigend ‘natuurgetrouw’ te kopiëren.

Nee, ik ga het niet hebben over de geijkte ‘told-you-so’-gedachte: dat op parfums heel veel winst wordt gemaakt, dat je ‘alleen maar’ betaalt voor de naam. Ik zeg: je betaalt juist voor de naam! Chanel voor € 3,49 wie wil dat? En ik zou me ernstig zorgen maken als je van je partner, goede vriend, goede vriendin, zus, broer, vader, moeder en ga zo maar door Suddenly als ‘serieus’ cadeau krijgt. Schenkt je werkster het, ach, dan kun je denken: ‘Weet niet beter’. Alleen daarmee onderschat je toch haar ‘luxemerkbewustzijn’. Als je haar iets cadeau wil doen, geef dan wel het echte werk, anders krijgt ze nog medelijden met je ook.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Eerst een licht-fruitige opening die direct fluweelzacht wordt door een perziknoot. Dan, zoals zoveel nieuwe chypres bestemd voor de mass market (worden denigrerend ook wel ‘fruiticholis’ genoemd; een ‘collision’ van fruit en patchoeli) een zeer diffuus bloemenhart. Moeilijk te determineren, ik vermoed een boeket van jasmijn- en roosmoleculen (niet echte jasmijn en niet echte roos) met op de achtergrond een bescheiden bloeiend lelietje-van-dalen.

Dan de main attraction van Suddenly… een toch wel elegant, het moet gezegd, samentreffen van een ‘waterige’, suikerachtige vanille (foto), een heldere patchoeli en veel witte musk. Laatste zorgt niet voor een crispy en schoongewassen gevoel, maar eerder voor een zacht katoenpluis-effect. Let wel: Suddenly gedraagt zich ten opzichte van Coco Mademoiselle als een de toilette ten opzichte van een eau de parfum.

RUIK & VERGELIJK

Ik heb me er eigenlijk nog nooit in verdiept, maar bestaat er wel intellectueel eigendom wat parfumformules betreft? Opvallend is, dat voor zover bekend, Chanel zich niet heeft uitgelaten over Suddenly. Is maar goed ook; diegene die zich de echte kan veroorloven, gaat niet op zoek naar een goedkoop surrogaat. Zelfs niet in tijden van crisis lijkt me.

Maar toch lijkt me het belangrijk dat de ‘echte’ parfumindustrie deze ontwikkeling juridisch eens gaat onderzoeken (misschien heeft die het al gedaan). Voor je het weet gaat Madame Glamour grossieren in verkoopsuccessen van de ketenparfumerie. Ben benieuwd welke namen ‘ze’ dan verzint voor Thierry Muglers Angel (1992), J’Adore van Dior (1999) en bijvoorbeeld Dolce & Gabbana’s Light Blue (2001).

CEDRO ACCA KAPPA

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op februari 22, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET C, MASSTIGE. Een reactie plaatsen

CEDER-CHIC

Jaar van lancering: 1999

Laatst aangepast: 22/02/12

Neus: onbekend

Af en toe verlang je na alle niche-verfijning naar een simpele geur, een die niet ‘te moeilijk’ doet, maar je wel een prettig gevoel geeft en toch een smaakvolle indruk maakt en achterlaat, mocht iemand binnen je geur-actieradius terechtkomen.

Ook niet onbelangrijk: de geur mag ook niet overlopen van synthetische smaken waardoor die uiteindelijk een ‘kosmische soep’ wordt. Een goede optie: een geur op basis van cederhout. Is enorm populair in de basis van mannengeuren. Zorgt voor ‘gewicht’, vasthoudendheid, maakt een geur vaak af.

Pure cederhoutgeuren zijn minder in zwang. Dat vind ik vreemd en eigenlijk verbazingwekkend, aangezien hierbij wordt geprobeerd om de droog-zonnige en warme charme van het hout tot een hoogtepunt te brengen. Het cederhout wordt ontbloot in plaats van gemaskeerd.

Met een pure cederhoutgeur, krijg je – hier volgt een cliché – zon in een flacon. Ik moet altijd denken aan statige cederhoutbomen die in zonnige streken groeien – wind en weer lijkt ze niet te deren. Om een storm lachen ze. Fier blijven ze overeind, ieder jaar reiken ze verder naar de hemel, ieder jaar wordt hun parfum intenser. En de zon speelt met ze; zijn stralen doorboren het hout die de warmte ervan gretig lijkt op te slaan.

Acca Kappa heeft ook een pure cederhoutgeur. Cedro ‘toont de allure van mannelijkheid, moed en kracht. Majestueus en elegant, zijn zilveren bast omkleedt een aromatisch hardhout met krachtige en ontspannende ondertonen’. Ook allemaal clichés van het zuiverste water. Maar ze kloppen: cederhout wordt in, maar ook buiten de parfumerie, geassocieerd met de edele karaktertrekken van de man. Cedro, krijgt ook nog een gebruikersprofiel mee: ‘Voor de man die van het buitenleven houdt’. Ik voeg hier aan toe: ook zeer geschikt voor de binnenkamerse boekenwurm.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Elegant, ‘toch stoer’ én meesterlijk samengesteld. Ben erg benieuwd naar de neus – hij begrijpt zijn vak en de degelijke chic-uitstraling van Acca Kappa. In de opening heeft Cedro een sauna-feel.

Want nadat bergamot, citroen, petitgrain en bergamot zijn vervlogen, ruik je intense mix van kardemon en salie. Een bittergroene en ijle combinatie die niet al te lang blijft hangen doordat een lichte zoete rozennoot zich aandient. Deze roos komt bewust door de eerder opgevoerde kruiden niet tot volledige wasdom. Kruidnagel doet er nog een schepje bovenop.

En dat is ook de bedoeling, want het gaat om het cederhout. En die komt in al zijn sterkte naar boven en lijkt alle kruiden in zich op te nemen en weer uit te wasemen. Een lichte musknoot geeft, als Cedro langer op de huid zit de geur een lichte soapy toets. En: voor een ‘acqua di colonia’ houdt de geur opmerkelijk lang aan.

RUIK & VERGELIJK

Ik heb het nooit gezegd, geloof ik: maar het klinkt zo leuk: ‘Ik zeg wel eens… bij twijfel een cederhoutgeur’. Het is, let wel, het tegenovergestelde van casual. Geen ‘spijkerbroek-met-wit-T-shirt’-luchtje, wel een voor de man die een klassiek pak met flair en vanzelfsprekend weet te dragen. Niet geschikt voor de ‘alleen-op-een-bruiloft-en-begrafenis’-pakkendragers.

Opvallend: pure cederhoutgeuren zijn vaak niche of niche ‘angehaucht’, zoals de Duitsers het zo mooi weten te zeggen voor iets ‘dat daartoe geneigd, daarop ingesteld of daardoor beïnvloed is’.

Parfums 06130 Cèdre (2003)

Serge Lutens Cèdre (2005)

Armani Privé Cèdre Olympique (2008)

L.T. Piver Cèdre (2009)

Chopard Noble Cedar (2011)

Berichtennavigatie

← Oudere inzendingen
Nieuwere berichten →
  • Meest recente berichten

    • Sal y Lemon Carner
    • Layton Exclusif Parfums de Marly
    • Cerana Nectar Olfactive
    • Walk like a Man (to Man)
    • Rose du Désert Houbigant
    • Orchidée Yves Rocher 
    • Cavort Fragrance du Bois
    • Beat Café Jusbox
    • Gold Fair in Mayfair Atkinsons
    • À l’Ombre d’Artémis Hellenist
  • Archief

  • Categorieën

    • AANBIEDINGENBAK
    • ACHTERGROND
    • CELEB FRAGRANCES
    • ECO
    • EDUCATIE
    • ENTERTAINMENET
    • ENTERTAINMENT
    • GEUR IN DE MEDIA
    • GEURENALFABET A
    • GEURENALFABET B
    • GEURENALFABET C
    • GEURENALFABET CIJFERS
    • GEURENALFABET D
    • GEURENALFABET E
    • GEURENALFABET F
    • GEURENALFABET G
    • GEURENALFABET H
    • GEURENALFABET I
    • GEURENALFABET J
    • GEURENALFABET K
    • GEURENALFABET L
    • GEURENALFABET M
    • GEURENALFABET N
    • GEURENALFABET O
    • GEURENALFABET P
    • GEURENALFABET Q
    • GEURENALFABET R
    • GEURENALFABET S
    • GEURENALFABET T
    • GEURENALFABET U
    • GEURENALFABET V
    • GEURENALFABET W
    • GEURENALFABET X
    • GEURENALFABET Y
    • GEURENALFABET Z
    • IL GIARDINO PROFUMATO
    • IN MEMORIAN
    • INTERESSANTE EN TIJDLOZE COLUMNS VAN ERIK ZWAGA 2005
    • KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • KLASSIEKERS IN DE AANBIEDINGENBAK
    • KLASSIEKERS OPNIEUW GEROKEN
    • KLASSIEKERS VAN DE TOEKOMST
    • LIMITED EDITION
    • MASSNICHE
    • MASSTIGE
    • MOET JE ECHT RUIKEN
    • NEO NICHE
    • NICHE
    • NICHE IN DE PARFUMERIEKETEN
    • NIEUW! NIEUW! NIEUW!
    • NIEUWE KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • NOSE JOB: PERFUMERS THAT MATTER(ED)
    • OPVALLEND PARFUMNIEUWS
    • OUDE FILMS MET PARFUMINFO
    • PARFUM = PARFUN
    • PARFUM IN DE MEDIA
    • PIEDESTAL POUR DES PARFUMS
    • PORTET
    • PORTRET
    • TAX FREE
    • TRENDANALYSE
    • TRENDS TOEGELICHT
    • Uncategorized
    • VINTAGE
    • WAT RUIK IK EIGENLIJK?
    • ZOU VERBODEN MOETEN WORDEN OF NIET?
  • Meta

    • Account maken
    • Inloggen
    • Berichten feed
    • Reacties feed
    • WordPress.com
Blog op WordPress.com.
GEURENGOEROE
Blog op WordPress.com.
  • Abonneren Geabonneerd
    GEURENGOEROE
    Voeg je bij 125 andere abonnees

    Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.

  • GEURENGOEROE
    Site in de Reader weergeven
    Beheer abonnementenAanmeldenInloggen
    Deze inhoud rapporteren
    Deze balk inklappen
Reacties laden....