Wat was ik me toch enthousiast toen tussen de tweede nichegolf Atkinsons zat. Een oud degelijk merk en voormalig hofleverancier midden 19de eeuw van het Engelse koningshuis, dat op het juiste moment het roer radicaal omgooide en van een inmiddels geworden middle of the road-merk opklom tot niche. Een ‘zijtak’ trouwens produceert nog steeds English Lavender (1799) naar ik heb begrepen.
Alles vond ik leuk: de mallotige storytelling, hun running gag (een beer), de sterke link met the English heritage met die typische understated humor. En natuurlijk de geuren.
Heb menig flacon tot op de bodem leeggespoten – zie mijn diverse recensies. Maar de lol was er snel vanaf toen het merk doordraaide: te veel geuren in te kort tijdspanne. Meer dan veertig binnen dertien jaar tijd die nu vaak met enorme kortingen worden aangeboden. Niet leuk voor de klant die trouwe fan werd – die kan zich zo maar beetgenomen voelen.
Moeilijk om dan nog met veel enthousiasme een geur van het merk te analyseren en je erin te verdiepen. Zal wel. Inspiratiebron voor Gold Fair in Mayfair: ‘De unieke en tegelijkertijd dynamische sfeer van de meest exclusieve wijk van Londen’. Verdomde origineel. Maar dan wel ‘verfijnd en geraffineerd’ vanzelfsprekend. Ronkende voortzetting: ‘En met zijn uitstraling van glamour en ingetogen elegantie gepresenteerd in een schitterend decadente gouden flacon – gaap, gaap – is het zonder meer duidelijk dat dit geen alledaagse geur is’.
Nou dat valt te bezien, met name de allerlaatste constatering. Vreemd eigenlijk omdat de ingrediënten contrastrijk zijn en je bij het lezen ervan denkt: ‘Kan wat interessants opleveren’. Ga maar na: absinth (groenig-wrang), nootmuskaat (kruidig-stoffig), iris (poederig), salie (bittergroen) en cacao (stoffig zoet), ambrox (amber, musk en hout verenigd), vetiver (houtig-hooiig-fris, wierook (rokerig-ijl).
Het is er wel, maar allemaal heel even, ik zie ze geen ‘dialoog’ met elkaar aangaan. Het is in dit geval de som der delen. Met als resultaat een eendimensionale warme, houtachtige ambergeur (geurkaars-associatie) met exotische accenten die je al tig, tig, tig maal hebt geroken – ook in 2018 toen Gold Fair in Mayfair verscheen.
En of je deze geur nu als niche, neoniche moet classifiëren? Daarvoor is die toch echt iets te alledaags – een Hugo Bossje en Giorgio Armanietje voor Vaderdag.
Als je een goede opvoeding hebt genoten en/of je hebt ‘vanuit jezelf’ een zwak voor de rijkheid van oude culturen, dan hoort de Helleense daar vanzelfsprekend bij. De eerste kennismaking zijn vaak de mythen, sagen over de strijd van de (half)goden die ‘boven ons’ hun problemen aan het oplossen/uitvechten waren: ‘Hé ouwe, hou eens op met dat gedonder, zo kan-ie wel weer’.
En dan is er dat epos van die – blinde – dichter Homeros. Ook al ben je gespeend van goede opvoeding en goede manieren, grote kans toch dat je ooit van zijn Odysseus heb gehoord: om de tien jaar wordt ergens er wel deze daadwerkelijke klassieker door een regisseur episch tot een blockbuster verfilmd met vanzelfsprekend een sterrencast. Altijd hetzelfde euvel: doet de interpretatie van de regisseur wel recht aan het verhaal? Ik denk dan: ‘Zal wel’, en het is net zoals met verfilmingen van ‘alle’ klassiekers – iedere generatie geeft er zijn eigen draai aan.
Geldt feitelijk ook voor geuren met een Helleense inspiratiebron. Die brengen ongezegd over dat de maker van chic, verfijning, goede smaak en – kan er ook nog wel bij – diepgang getuigt. En dat heeft heel wat moois opgeleverd – vooral aan de buitenkant, met name tijdens de Gouden Jaren van de parfumerie – het interbellum. Men neme: Le Baiser du Faune (1928) van Molinard.
Oprichter Jean-David Jacoby
Meer recent en cheaper gepresenteerd: Versace’s Eros en Rabanne’s Invictus en Olympea. Vergeet niet de übersuccesvolle godenangehauchte geurengolf begin jaren tachtig: Anteus (Chanel), Kouros (Yves Saint Laurent ) en Xeryus (Givenchy).
Maar een merk dat zich de Hellenistische cultuur als ‘drager’, als filosofie neemt, dat kende ik nog niet. Deze inspiratiebron mag dan nog zo verantwoord zijn, de toelichtingen betreffende wie, wat en waarom Hellenist (anno 2024) lopen over van de parfumclichés.
Neem de oprichter, tevens creative director en zelf Helleen, Jean-David Jacoby: ‘Is gedreven door een ware passie voor de Egeïsche en de Middellandse Zee, keert al zo’n 15 jaar terug en heeft meer dan 20 eilanden bezocht’. Sinds kindertijd gefascineerd door de onzichtbare wereld van geur. Met meer dan 20 jaar ervaring in de parfumindustrie waar hij belangrijke (!) functies bekleedde bij internationale concerns (volgen geen namen).
De kunstenaar Carlo Amen
Neem de kunstenaar in dienst van Hellenist, Carlo Amen: ‘Benadert zijn werk ‘neo-kubistisch’ dat hem ‘in staat stelt een deel van zijn realiteit weer te geven zonder erdoor beperkt te worden. Zijn vlakke oppervlakken, lijnen en gezichten worden de naïeve uitdrukking van zijn observaties van de hedendaagse maatschappij’. Je meent het, maar toch: hij is überschatplichtig aan Jean Cocteau.
Neem een van de neuzen, Suzy le Helley. Tekende voor À l’Ombre d’Artémis: ‘Haalt haar inspiratie uit de diversiteit aan geuren, planten en smaken die ze tijdens reizen ontdekt’. Dit is wel heel erg: ‘Ze ontwikkelde haar reukvermogen door haar neus in de rozenboeketten van haar grootmoeder te steken – en besloot parfumeur te worden zodra ze van dit beroep hoorde. Volgde een opleiding bij Symrise waar ze samenwerkte met de beste parfumeurs waaronder Annick Ménardo, die haar mentor werd.
Ménardo had wellicht wat strenger mogen zijn, want hoe poëtisch À l’Ombre d’Artémis ook klinkt, de geur is de zoveelste variatie op de vijg. Gaap gaap. Bij de opening lijkt wel of je direct in een regenbui van vijgendruppels staat. En het duurt lang (bij mij) voor je andere nuances waarneemt. Na heel intensief ruiken, neem ik zwarte bes waar, dat zurig-zoetige. En, oké, dat zoet-zurige komt wellicht op conto van roos. Wat ik dus niet ruik zijn de opgevoerde: bergamot, lelietje van de vallei (GoogleTranslate) en ambrette.
De neus Suzy le Helley
Nu maar hopen dat ik de basis kan detecteren – eikenmos, sandelhout, vetiver. Niet echt. Of laat ik het zo zeggen: na nog een keer heel intensief ruiken meen ik iets houtachtigs te bespeuren – voor mij blijf de geur van zoet-groenige ‘vijgennectar’ overheersen.
En dit gevoel heb ik er helemaal niet bij: ‘À l’Ombre d’Artémis vangt de mysterieuze aura van heilige bossen, waar de houtachtige frisheid van vijg en mos zich zachtjes mengt met een nauwelijks ontluikende roos (inderdaad!). Zowel vrolijk als diepgaand, roept het de vrije en ontembare kracht van de godin op’. Whatever.
Dit ook niet: ‘Aan de rand van het bos, in het zachte ochtendlicht, tussen mist en dauw, zie ik de fluweelzachte bosbodem. In de verte stijgt de zoete melodie van een kabbelend beekje op, of misschien is het gedempt gelach dat vrolijk de hemel overstijgt’. Whatever.
Voor de liefhebbers: Artemis is een godin uit de Griekse mythologie en behoorde tot de twaalf goden van het Griekse Pantheon en is een dochter van de oppergod Zeus en Leto en tweelingzus van Apollo.
Is het je opgevallen? Nederlandse parfumeriewinkels – Parfumaria, Skins, Perfume Lounge – lanceren ‘steeds meer’ eigen geuren. De een nodigt een populair merk uit voor een exclusieve release, de ander gaat samenwerken met indy parfumeurs. Ook wel co-creatie genoemd.
Een specifieke dutch trend? Ik heb nog geen buitenlandse winkel(keten) ontdekt met dezelfde handelsgeest. Of het moet het New Yorkse Aedes de Venustas zijn. Deze überniche en -gay parfumerie (anno 1995) lanceerde in (2012) zijn eerste signature scent inmiddels gevolgd door weet ik niet hoeveel anderen.
Het slaat blijkbaar aan, maar ik kan me herinneren dat ik tóen al zo mijn twijfels had. Opborrelende gedachten: ‘schoenmaker hou je bij je leest’ en ‘slager keurt zijn eigen vlees’. Wat ik me ook kan herinneren en nu nog steeds geldt: verdrinken we al niet in de aanhoudende stroom nouveautés, lanceren parfumerieën ook nog eens hun eigen creaties. Kan er ook nog wel bij.
Niet bepaald bevordelijk gezien de heersende keuzestress en gewenste smartphonegebruikvermindering: steeds meer Gen Z-ers TikTokken om zich te laten influencen door tienduizenden amateuradviseurs.
Perfume Lounge
Het idee dat parfum (inclusief niche) nog een exclusief goed is (wat de merken, winkels en ketens ons nog willen laten doen geloven) kon al, maar kan door deze ‘eigen-parfum-eerst’-methode, helemaal door de shredder. U vraagt, wij leveren. En het wordt steeds erger, is al erger: influencers en ‘teleurgestelde’ neuzen, lanceren inmiddels eveneens hun eigen geuren/merken.
Nog even en iedereen kan dankzij AI aankloppen bij parfumproducenten en -huizen voor een bespoke fragrance – iets wat in het hoogste segment al eeuwen vanzelfsprekend is: Creed dankt er zijn roem aan. En ik kan me niet indenken dat Lauren Sánchez Bezos genoegen neemt met een doorsnee Guerlainnetje.
Even googelen: Lauren Sánchez Bezos favorite perfumes. Best kept secret blijkbaar. AI geeft natuurlijk wel wat vaag blablaba-geneuzel: ‘Ze geeft de voorkeur aan geuren die knus, fris en zacht zijn, in plaats van overweldigende bloemengeuren. Ze draagt vaak warme vanilletonen, zoals de parfumlijn van Miu Miu, en combineert haar geuren met lichaamsverzorgingsproducten zoals de arganolie bodybutter van Josie Maran’.
Skins
Maar toch, bekijk je dit verschijnsel met cynische blik, dan kun je je afvragen of je als eigenaar van de winkel geen verkeerd signaal afgeeft. Want, dit zou je kunnen denken als consument – tenminste dat doe ik: is het assortiment dat je verkoopt niet goed genoeg, ondermaats? Kun jij het zelf beter? Zijn de geuren die je door bestaande merken laat produceren perfecter?
En niet vergeten: wanneer attendeer je klanten erop aangezien de meesten op zoek zijn naar ‘iets bijzonders’ zonder deze limited ‘huismerkparfums’ in gedachten. En hoe introduceer je ze? Is het mosterd voor, tijdens of na de maaltijd? Ook niet onbelangrijk, wat vinden de ‘andere’ merken hiervan? Uit fatsoen zeggen ze misschien ‘Splendide!’, maar ondertussen wordt de kans kleiner dat men jouw kiest.
Krijg nou wat: zie net dat Douglas ook een huismerk heeft. Wordt geïntroduceerd met een clichéwervende slaapverwekkendheid (toepasbaar weliswaar op álle geuren): ‘met kwalitatieve ingrediënten en unieke samenstellingen biedt Douglas een nieuwe definitie van de wereld van geur. De combinaties stralen zelfvertrouwen, optimisme en positiviteit uit en onderstrepen je karakter. Laat je inspireren door de sensuele geuren, of ze nu bloemig, magisch, verleidelijk, subtiel of wild en mysterieus zijn’.
Douglas
Gaan we weer, hoe meer je het benadrukt, des te groter de twijfel: kwalitatief, uniek, nieuwe definitie… en – vraagje – zijn alle geuren nu sensueel in deze lijn Douglas?
De prijs van Beautiful Stories is in ieder geval very sympathiek (50ml € 14,99) en je wordt er zelf niet alleen goed van. Want met de door Givaudan geproduceerde geuren – negen stuks met 99,90 procent ingrediënten van natuurlijke oorsprong – zet Douglas zich via de Givaudan Foundation in voor lokale gemeenschappen die sommige van de ingrediënten produceren door ze te helpen met het beschermen ecosystemen en het bevorderen van de biodiversiteit. Onder anderen op de Comoren (ylang-ylang) en Haïti (vetiver).
Ik neem in dit geval even aan dat Parfumaria (één geur), Skins (die lijkt er een nieuwe traditie van te hebben gemaakt gezien de verschillende edities) en Perfume Lounge (vijf stuks) zichzelf als het goede doel beschouwen.
Ik had een paar jaar geleden wat betalende klanten die ik adviseerde over geuren. Kwam erop neer dat ik voorstellen gaf wat betreft hun formules in ontwikkeling: beetje meer van dit, beetje minder van dat. Het waren veelal jonge entrepreneurs die, als je ze dieper in hun ziel keek, dollartekens in hun ogen kregen. Mee gestopt toen ik erachter kwam dat ze ‘uiteindelijk’ kopieën wilden van succesnummers in de parfumerie. WTF! Teleurgesteld? Nee, want origineel zijn de meeste beginners – en ook arrivés – niet bepaald; ze doen exact wat de prestigemerken sinds jaar en dag als vanzelfsprekend zijn gaan beschouwen: copycatten.
Zodra er een weer nieuw parfum van een concurrerend luxeconglomeraat in de schappen ligt, koopt een producent een flesje – ‘Is het voor een cadeautje?’ – en laat die analyseren in zijn laboratoria. In no time heeft hij de lijst van gebruikte ingrediënten. Blijkt de aankoop ‘un succès fou’ (dus ‘het cadeautje’ doet het mondiaal niet verkeerd), wordt een vergelijkbare – maar nèt niet-identieke kloon geprepareerd. Het door de marketingpiepeltjes – ‘Doe maar iets met een verboden liefde en die andere iets met een oude bibliotheek’ – goedgekeurde eindresultaat kan dan in licentie worden gegeven aan een merk dat vaak onder de paraplu van hetzelfde luxeconglomeraat valt, hopende op dito succes.
Klonen is niets nieuws: Tosca (1921) van Muelhens werd beschouwd als de huishoudsterversie Chanel N° 5 (1921). Het beroemdste nummer werd vaker geïmiteerd, niet alleen in naam maar nog vaker in geur. Legendarisch voorbeeld: Arpège (1927) van Lanvin. Coco Chanels reactie hierop: ‘Gekopieerd worden is de mooiste vorm van vlijerij’.
Yves Saint Laurents Rive Gauche (1971) leek verdacht veel op Rabanne’s Calandre (1969) – grappig: gemaakt door dezelfde neus. Iets verderop: in 1980 klaagde Edmond Roudnitska dat parfums ‘schandalig en meerdere malen worden gekopieerd zodra ze op de markt komen’. Een van de redenen waarom het op steeds grotere schaal gebeurde: in 1975 oordeelde het Franse Hof van Cassatie (het hoogste rechtscollege) dat parfum, in tegenstelling tot muziek of literatuur, niet het werk is van een menselijke geest en dus niet onder het auteursrecht valt. Het gevolg: welkom in de wereld van vrije handel en jatterij: ‘Dit is onze Opium, dit is onze L’Eau d’Issey, dit is onze Pleasures’. Een tijdje ook wel een ‘me too’-er genoemd in vakkringen.
Ondertussen werden op parfumscholen leerlingen braaf getraind om klassieke parfums te recreëren. Vergelijkbaar met kunstacademiestudenten die je nog sporadisch in musea oude meesters ziet kopiëren om zodoende ‘het geheim van de meester’ te ontdekken. Maar toen GCMS (Gas chromatography–mass spectrometry) verscheen, dat een parfum kan opsplitsen in geurmoleculen en aangeven in een grafiek, was ontcijferen kinderspel; zo kon de sleutel van een formule in elk flesje worden gevonden. Het opsluiten in een kluis van je composities, zoals Jacques Guerlain begin van de twintigste eeuw deed, had geen zin meer.
Deze kopiedrift had/heeft ook een nadeel: de prikkel nieuwe en originele werken te creëren neemt af. Interessant in dit opzicht: veel geuren van Tom Ford lijken heredities van bij het grote publiek niet bekende niche avant la lettre geuren. Bij Gucci had hij er al last van. Op weg naar de lancering van Gucci’s Envy for Men (1999) vroeg de importeur aan mij: ‘Hoe denk je dat die zal ruiken?’ Ik antwoord: ‘Als hij slim is, heeft hij zich laten inspireren door Jicky van Guerlain. Zij verbaasd: ‘Hoe weet jíj dat?’ Ik: ‘Tja… inlevingsvermogen’.
Neem je nog de moeite iets grensverleggend te maken dan staat de concurrentie direct klaar met een door GCMS geduide versie. M7 van Yves Saint Laurent bijvoorbeeld was het tijdens de lancering. Bedacht door dezelfde Ford die weliswaar op zijn beurt het idee had afgekeken van oudhparfums uit Arabië, denk Montale.
Deze parfumpiraterij vindt niet alleen tussen de luxehuizen plaats, ook merken zelf – Armani, Gucci, Guerlain, Givenchy noem maar op – blijven aan de lopende band variaties op eigen succesnummers maken – en deze kopieën van kopieën van kopieën durven ze soms ook nog limited editions te noemen.
Dus de geur met de meeste hitpotentie is nu een kloon van een topper waaraan je je eigen toeters en bellen toevoegt die twee doelen dient. Ten eerste: het dient als vijgenblad om het plagiaat te verbergen. Ten tweede: het geeft de koper een reden jouw versie van dezelfde basisformule te kopen in plaats van het origineel omdat je nieuw in de parfumerie bent.
De prijs speelt natuurlijk ook een rol en de naam die de originele versie na-aapt. Koop je the real stuff of een dupe (die je toch echt vaak van de echte kunt onderscheiden) van Baccarat Rouge 540 uit 2015 van Maison Francis Kurkdjian? Deze geur is een treffend voorbeeld dat het echt de spuigaten uitloopt wat bootlegs betreft.
Google je ‘dupes Baccarat Rouge 540’ dan volgen er tientallen namaakgeurensites – instapprijs van een GCMS-parfumplagiaatapparaat is $ 30,000 – die je voorstellen doen. Waar ze het allemaal over eens om zijn: Cloud van Ariana Grande (2018) die is goed. Monte Carlo van Noted Aromas schijnt ook niet verkeerd te zijn. Maar als kopiëren fout is, is Cloud dan minder erg dan Monte Carlo? Neem in je oordeel mee dat Noted Aromas het jatwerk ruiterlijk erkent, Grande niet.
Niet vergeten: de klones die Zara en Lidl de wereld braaf instuurt. Je hebt nu een dagtaak aan om alle neppers met de echters te vergelijken. Je struikelt op Youtube over kanalen van die zich erin verdiepen. Mijn advies: koop direct het origineel – tijd is geld.
Het gevolg van dit alles: de creativiteit wordt niet meer uitgedaagd – zie mijn artikel Overwegingen. Naast lef zijn ideeën noodzakelijk en die zijn moeilijk te vinden, iets wat blijkt uit het enorme hoeveelheid parfums dat in de aanbiedingenbak verdwijnt.
Ook de kwaliteit neemt ‘zienderogen’ af (dito). Geen nieuws natuurlijk voor wie voor vintageparfums kent; moderne parfums lijken hiermee vergeleken vaak deodorantversies. De jus zelf vormt een steeds kleiner onderdeel van het budget, nu gemiddeld 1 dollar op een budget van 100. De resterende miljoenen geeft de luxebranche uit liever uit aan promotie: neem de mallotige commercial van Miss Dior. Natalie Portman vraagt de kijker: ‘What would you do for love?’ ‘Bemoei je met je eigen zaken, moppie!’
De parfumindustrie is verslaafd aan celebs. Als ik nu de nieuwe uit de duim gezogen, marketing-storytelling van Lancôme’s Trésor hoor word ik bijna kwaad – ‘moven bitch’ verzin eens wat anders! Jeetje wat origineel: Penolope Cruz haalt – blablaba – jeugdherinneringen op aan de geur uit haar jeugd en bejubelt ondertussen in een andere reclame ook de voordelen van vliegtuigmaatschappij Emirates.
En dat terwijl er bijna niemand meer interesse heeft in dit soort storytelling, iets wat bij de grote spelers maar niet schijnt door te dringen. Het levert natuurlijk veel likes op, maar of het de verkoop daadwerkelijk omhoogstuwt blijft de vraag gezien bijna ieder ‘zichzelf respecterend’ merk om het seizoen wel een aankomend of gearriveerde ster inhuurt voor de promotie. Kate Moss is net 50 geworden, welk parfum is er dit jaar ook 50 jaar jong…
Moraal van het verhaal: het idee is niet om een goede geur te maken, het idee is om goed geld te verdienen. Ook al doe je het zo bescheiden mogelijk – de indruk die nieuwe nichehuizen graag willen wekken – je hebt toch echt een goede backer nodig die gelooft in je tienjarenplan en alleen met je in zee gaat als je een variatie op een parfumhuis levert. En die vind je nog steeds gezien de potentie die het financieel heeft.
Daarom respect voor de makers die geuren maken uit ware bezieling – de indie-parfumeurs over het algemeen. Zolang ze het meest geërodeerde begrip in lifestylekringen – passie – maar niet in hun promotiepraatjes hanteren.
Bij deze, zich ook maar alsmaar uitbreidende, groep lijkt geld slechts bijzaak, maar ondertussen zij zullen ook moeten onderkennen dat bezieling geen garantie is voor originaliteit en creativiteit: mallotige storytelling gaat ook een keer vervelen.
Daarnaast zijn ze over het algemeen afhankelijk van dezelfde ingrediënten. Voor je het weet ga je als klant – helemaal doorgedraaid van alles – weer op safe en koop je in plaats van de indie-geur, L’ambre trouvé dans une Poubelle, toch maar L’Eau Ambre Extrême van L’Artisan Parfumeur.
Het grootste compliment dat je nu kunt krijgen als parfumhuis is natuurlijk dat je níet wordt gekopieerd. Kan liggen aan het feit dat niemand je kent, of wilt leren kennen of je geuren niet begrepen worden of gewoon niet goed genoeg – Tiktokwaardig – zijn.
Het zal de komende tijd, gezien de geplande bezuinigingen op het onderwijs en cultuur, niet gebeuren. Maar zou toch leuk zijn: wekelijkse les in parfum voor het voortgezet/secundair onderwijs. Niet facultatief, maar verplicht, net zoals filosofie dat eigenlijk zou moeten zijn. Dit is geen toppunt van decadentie, want net zoals wijsbegeerte leer je je zelf – als het goed is – beter kennen door parfum. Introspectie. Handig voor later. Je wordt er in ieder geval een plezieriger mens door als je ‘ervoor openstaat’.
Ik heb hiervoor een bewijs dat ik regelmatig opvoer: een zwager oprecht geïnteresseerd in geuren (hij was een van weinigen die door mijn geschonken geuren vaak teruggaf en kon uitleggen waarom hij ze niet lekker vond). Met Gucci Pour Homme zaten we eindelijk in de goede richting; we kwamen erachter dat hij van leergeuren hield. Hij draagt nu onder meer Knize Ten, Cuir de Russie en Oud Leather. Sindsdien is hij een gelukkiger mens. ‘Ik doe het ’s ochtends op; ik voel me prettig. Als iedereen dat zou doen, dan zou de wereldvrede een stukje dichterbij zijn’. Een leuke gedachte.
Ik wil maar zeggen: bij echte interesse, verdiep in je in geuren net zoals je dat ook met je favoriete hobby doet. Onderzoek, afvragen, verzamelen – je wordt een gelukkiger mens. Zolang het nog niet klassikaal verplicht wordt gegeven, volg dan een ‘masterclass’ bij een parfumeur. Kristof Lefebre – opgeleid aan de ISIPCA is volgens mij een geschikte docent. Hij is de man achter het parfumhuis Miglot (anno 2020) – een ‘verfransing’ van ‘my glow’. Want dat is de bedoeling: dat je door zijn geuren gaat glimlachen (iets wat volgens mij de meeste geuren doen, mits je ze aangenaam vindt).
De oprichter
Ik kreeg via via een perspakketje van hem en heb me er onlangs in verdiept. Ondanks de soms clichébenadering van zijn metier – ‘onze maisons zijn plekken om te ‘landen’, om de hectiek van de stad en de beslommeringen van alledag even te vergeten en je door je neus en je hart te laten leiden’ – vielen me twee dingen op.
Ten eerste: hij is opgeleid als apotheker. Nu wil het toeval dat ik me in de geschiedenis van de apotheker als parfumeur aan het verdiepen ben. Ik lees bijvoorbeeld op www.musee.info dat ‘de basisprincipes van de kunsten afhankelijk zijn van de farmacie, zoals de kunst van het banketbakken en die van geurwaters en tafellikeuren’, aldus Antoine Baumé in Elementen van de Farmacie (1795).
Ten tweede: Lefebre’s benadering. Volgens hem wordt één op twee parfums in België niet gedragen (Miglot is een Belgisch parfumhuis met vestigingen in Gent en Antwerpen). In Nederland zal het niet veel anders zijn. Hoe komt dat? Ik denk onder andere: geuren worden nog te veel als cadeau-artikel gezien (ben ik geen voorstander van mits je hem/haar begeleid tijdens de zoektocht) zonder met de voorkeuren van de ontvanger rekening te houden. De reden volgens Lefebre: ‘Bij veel parfumhuizen is de reden van bestaan onduidelijk. Waarom maken ze parfum? Wat is hun drijfveer? Ze hebben afstandelijke logo’s, het kloppende hart zijn geldmachines (een bestaansreden volgens mij). Emoties hebben plaatsgemaakt voor lege marketingverhalen’.
Miglot doet het anders. Dus: geen afstand creëren tussen maker en drager van het parfum. Het ingrediënt: menselijkheid. Maison Miglot is een ‘plek waar Kristof met zijn team klanten persoonlijk en in huiselijke sfeer ontvangt voor een boeiende geurreis’. Lefebre ligt toe: ‘Bij het kiezen is empathie even belangrijk als vakmanschap. Klanten bieden we als het ware een wit canvas aan. En alles begint bij luisteren. Ik begrijp dat een parfum kiezen moeilijk is. Samen gaan we op zoek naar wat de klant raakt. In alle openheid en zonder hokjesdenken. We zijn nieuwsgierig en geven oprecht om hoe iemand zich voelt bij het dragen van een parfum’.
Miglot-winkel
Origineel: om de klant nog dichter bij het vak van parfumeur te brengen, heeft Lefebre een Insiders-programma: tweemaal per jaar worden vijf personen geselecteerd, die gedurende vijf maanden aan vijf projecten binnen Miglot werken – een soort ‘open keuken’ – om het merk beter te leren kennen. Van nicheparfumkenners tot studenten; elke deelnemer is betrokken en geeft input wat betreft nieuwe formules tot feedback rond de verpakking.
Nu naar de geuren: in het kennismakingspakketje zitten 17 samples begeleid met kaartjes met ingrediëntenvermelding en op de voorkant een ‘sturende’ stemmingsfoto, katoenen proeflapjes (om de geuren op te spuiten) en categorie (green woody, fougère spicy, floral natural, floral musc, aquatic floral woody, balsamic woody enz. enz).
Het is niet onmogelijk, maar ik ga alle 17 niet per stuk behandelen. Ik pak er lukraak wat voor een algemene indruk. Formula 07 Floral. Een allerlieflijke bloemengeur. De citrus-intro is ingehouden, de iris, jasmijn, lelietje-van-dalen gaan gelijk op en de afronding is zacht-zalvend richting oosters door amber, cederhout, tonkaboon. Formula 08 Green Woody springt er direct uit en tintelt: je ruikt de komkommer goed die wiegend door citrusnoten mooi samengaat met de groene thee in het hart. Als je heel goed ruikt neemt je de galbnum waar. Koriander zorgt voor een kruidig randje zonder dat dat echt invloed heeft op het cederhout in de basis – strak-zonnig; een mooie bodem voor het groene geheel.
In het begeleidend boekwerk wordt iets dieper op elke geur ingegaan. Storytelling heet dat dan. Cliché ja of nee?Formula 28 Spicy Woody: ‘hiermee toon je je sterkste kant dankzij de kracht van peper en karaktervolle houtsoorten’. Meer voor mij. Een mooi-droge kruidige donkerte direct in de opening: inderdaad een flinke shot zwarte peper besprenkeld met kruidnagel. Snel dringt het hout zich op: oudh, kasjmier en cederhout sensueel gemaakt door labdanum, musk en tonkaboon.
Tien uur later, ik ruik nog een vaag-aangename nasleep van bovengenoemde geuren. Geen cleane finish gelukkig. Nog drie te gaan. Formula 16 Floral Musk. In alle opzichten elegant en sereen – zoals de groen-bloemige geranium zich door de heldere witte bloemennoot vlecht. Mooi zoet ondertoontje. Misschien is hier de lotus voor verantwoordelijk – meestal een synthetisch component met een aquatisch-zoete toon. Beetje verstilde Japan tuin, bepoederde geisha-impressie. Lefebre ziet het zo: ‘Een parfum dat de wereld van ballet oproept, vol gedrevenheid en elegantie met een vleugje poeder’.
Next: Formula 03 Balsamic Woody. Intrigerende opening van kruidige en ‘actuele’ frisheid: bergamot, kamille, gember en salie. Zomerse impressie, wandeling door een weide vrij van pesticiden waar kruiden en bloemen vrij spel hebben. Vooral de kamille springt eruit. Mooi om te ruiken hoe de iris dit alles in zich opzuigt en en daarna de oriëntaalse noten hun spel laten spelen terwijl de kruidigheid naresoneert.
De laatste: ik stop mijn hand in het door Miglot geleverde zakje en haal er – dat is toevallig – het hoogste nummer uit de collectie eruit: Formula 65 Citrus Floral Woody. Valt tegen in de zin dat ik dacht dat alles van Miglot erin samenkomt. Ook afgaande op de ingrediënten die hier in een soort niets verdwijnen. Het effect: een monotoon eindeffect die richting ambiancegeur gaat.
Dat is geen leuke afsluiting. Nog een dan. En het is… Formula 32 Woody Fruity Floral. That’s better. Sprankelende opening met direct een exotische twist. Tropisch fruit (ik meen ‘iets’ van passiefruit en vijg te bespeuren) versterkt door Europees fruit: nectarine en perzik die garant voor een zoet voluptueus maar zijdezacht effect. Heerlijk die bloemencombi van frisse fresia en zoete roos. Harmoniëren elegant met de ‘tropicana’. De basis: stoer-zwoel zou ik willen zeggen. Contrasterende noten gaan goed samen in deze fruitige chypre: eikenmos, leder, patchoeli ‘versus’ amber, musk, sandel- en cederhout.
Kristof Lefebre omschrijft zijn assortiment als affordable luxury. Ik denk ook: veilige chic, want de geuren zijn niet spectaculair, hebben geen pats-boem-effect en schrikken niet af. Eerder intiem en comfortabel. Toch mis ik er een die uitspringt – misschien zit die wel in nummers die ik niet heb besproken. Een meer uitdagende geur als statement dat je met een leuk verhaal naar de andere geuren leidt in het assortiment. Misschien kunnen nieuwe deelnemers aan het Insidersprogramma met wat extremere voorstellen komen. Niet tegenstaande: ik vind het knap dat iemand het in deze overvolle, door marketing verpeste markt toch nog een plek, een niche weet te creëren die mensen aanspreekt. Lefebre als rustpunt voor mensen nieuwsgierig en leergierig naar geuren en die niet willen afgaan op de cliché-glamour, cliché-verleiding en cliché-aanstellerigheid waarmee parfum meestal is omringd.
EN: NIEUWE KLANT BETAALT GRAAG EXTRA VOOR MEER MIDDELMATIGHEID
Grenzenloos geurplezier bij Parfumerie Die Grenze
Ik ben omringd door geuren. Sinds de poliepen in mijn neus noemenswaardig zijn geslonken, ruik ik voor twee. Elke dag weer. Een genot. Wat was het een gemis. Alleen lijkt het erop dat mijn olfactieve aandacht meer aan het verschuiven is richting culinair. Onlangs pruttelden geraspte citroenschillen (voor marmelade) en ‘home grown’ tamme kastanjes (voor kastanje-jam) in de pan. Deze twee smaken gebruikte ik als laagjes voor mijn basis vegancake (ik leef samen met een veganist; on s’adapte) voor Oudjaar.
Er kwamen nog twee laagjes bij. Eén met zelfgemaakte ’home grown’ zoete vijgenpickle (op basis van jalapeño-peper) en een met door onze Oekraïnse alleshulp gemaakte pompoenjam (‘home grown’ as well) met sinaasappel. Hij smaakte voortreffelijk volgens de gasten, maar ik dacht bij deze zoet-gepeperde fruitexplosie: kan altijd nog een dekkende laag cranberry’s bij (vergeten te koken tijdens de Kerst).
Marmelade, zoete kastanje, vijg, peper, pompoen, sinaasappel en cranberry ondersteund door een klodder met vanille geïnjecteerde musk en je krijgt, voor je het weet, een verdomde originele kijk op een geurende gourmand – werktitel, laten we gek doen: Grandma’s Failed Christmas Pudding. Kan ‘zomaar’ een parfumprijs kan winnen van een blog, een krant, vereniging, influencer of een door onbekende krachten aangestuurde kunstmatige intelligentie.
Laten we wel wezen: de wereld is in de war, de commercie is in de war, de luxe-industrie is in de war en de parfumindustrie is dat al veel langer. En net zoals bij zoveel menselijke activiteiten, keert ook deze in een verontrustende staat van ontkenning. Zou het komen doordat parfum ‘door de jaren heen’ een boodschap van positivisme, vreugde, blijdschap en (niet te vergeten) liefde heeft verkondigd, dat het daardoor geen rekening hoeft te houden, rekenschap hoeft af te leggen met klimaatverandering, voetafdrukken en ander door de mensheid veroorzaakt onheil… ‘Nee hè, pakken ze dit nu ook al van ons af!’ En: het is zo handig als Moeder- en Vaderdagscadeau!
Beyoncé CéLumière
Fascinerend: veel parfumbrands manifesteren zich als wereldverbeteraars en do-gooders die louter plezier brengen in dit aardse tranendal terwijl ze – klein of groot – toch onderdeel zijn van de mondiale marketingmachine met slechts een doel in het vizier: omzet. Niet erg. Het drijft de mens. Alleen: waarom verdrinken we in me too-ers (hoeveel nieuwe visies op een fruitgeur kan men verwerken) en worden deze als revolutionaire visies gepresenteerd. Er wordt zoveel (online) onzin verteld – onder het mom van storytelling – louter om de verkoop.
Neem deze: www.parfumerie.nl vertelt dat Blonde Amber (2022) van Clive Christian (onderdeel van de Noble Collection afdeling XXL Art Deco) maar liefst 219 zeldzame ingrediënten bevat. We gaan het rijtje af: rum, wierook, bittere sinaasappel, kardemom, roze peper, gember, bergamot, grapefruit, gedroogd fruit, witte tabak, sandelhout, tuberoos, saffraan, osmanthus, iris, jasmijn, tonkaboon, mirre, vanille, labdanum, patchoeli, ceder, musk en vetiver. En dan moeten de 219 zeldzame ingrediënten nog blijkbaar komen…
www.parfumerie.nl neemt deze toegestuurde facts & figures (allemaal in het Engels tegenwoordig; ook niet erg) voor lief en denkt dat het allemaal wel goed zal zijn; het komt per slotte van rekening van een chic merk. Verbeteren en/of becommentariëren helpt niet (meer). Er wordt zelden gereageerd door potentiële klanten of de verkopende partij negeert het of lacht het uit onwetendheid weg: ‘Die maar doen dan?’
Dieptepunt vorig jaar in deze was voor mij het duidelijk door AI geschreven persbericht van Diors j’adore waarin Rihanna als ambassadrice werd gepresenteerd. De keuze voor haar is ‘bedenkelijk’ – zij draagt niets van de ‘waarden’ van het couturehuis uit tijdens de promoclip: slecht lopend door ik neem aan de Spiegelzaal van Versailles gekleed in gouden feestwinkel-couture. Waarom? Alle merken zijn druk ik de weer om de afro Americans olfactorisch in hun tuintje te harken. Helemaal nu Beyoncé die, na de bagger die bij Coty onder haam naam verscheen, een serieuze parfumcomeback wil maken. Best wel met een moeilijke naam Cé Lumière. Echt wel: ‘gemaakt in Frankrijk omhuld door kunst, en vervaardigd en ontworpen door de zangeres’ herself in een art deco geïnspireerde flacon. Gelukkig pittig geprijsd: 50ml 160,00 dollar. Gôh, wat origineel er is inmiddels ook een donkere versie: Cé Noir. Geurengoeroe waar maak je je druk om? Het is maar een lekker luchie.
J’adore Rihanna
Iets anders: ik las onlangs een artikel in The New York Times dat beschreef dat de luxsector zijn reputatie niet meer waarmaakt (inclusief Dior). Kort door de bocht: verhoogde prijzen (tassen van Chanel bijna verdubbeld) tegenoven verlaagde kwaliteitsnormen (grappige bijwerking: fake is bijna niet meer te onderscheiden van echt) met het gevolg dat tassen en andere lederwaren, en dry only clean-kleren steeds vaker gerepareerd moeten. Alleen: eigenaren van ‘gouden scharen’ en ‘hakkenbars’ vinden vaak geen opvolgers: dus wat doe je dan? Ik kan het beamen: afgelopen zomer wou ik mijn veel gedragen Gucci’s (loafers 30 jaar geleden – ‘toen kwaliteit nog vanzelfsprekend was’ – gekocht in de opruiming in de PC Hooftstraat) voor de tweede keer in hun bestaan laten verzolen. Goddomme, blijkt mijn vaste adres in de Jordaan zijn deuren te hebben gesloten. Geen opvolger in de familie, geen vervanging gevonden.
Terug naar de ‘normvervaging’. Die vindt ook al lang in de parfumsector plaats. Ik werd me er van de week weer van bewust. Ik was in Coevorden in Die Grenze – winkelketen gespecialiseerd in ‘over de datum’-producten. Daar eindigen ook geuren die zelfs op onderste plank bij Etos en D.A. geen indruk meer maken. Zoals de zoveelste remake van Grès’ Cabochard: 100 ml € 7,95. Tester weliswaar maar toch. Ik rook eraan en het leek wel een deodorantversie.
Dat viel me des te meer op omdat ik een tijdje geleden ook een vintage parfumextract van dezelfde geur op de kop had getikt: een donkere chypre-bom die onder je neus explodeert. Niets proefpanels, marketingplanning, puur inspiratie, puur parfum. Maar terwijl de ‘deodorantversie’ op mijn polsen zijn werk bleef doen op weg naar huis, viel me iets anders op: zelfs deze verwaterde versie – voor mijn gevoel een mix van vage patchoeli, vage amber en vage musk – zou nu ook als niche kunnen worden verkocht.
Want: een ‘nieuwe’ generatie gebruikers herkent de essentie van een goed parfum niet meer en neemt door marketing en slimme pr-campagnes alles voor waar aan. Het maakt ook niet uit. Is het duur is, dan is het lekker. Na het horloge is het bij veel mannen een show off-accessoire geworden. En de producenten voelen dat aan: de prijzen in de (niche)parfumerie zijn stijgende. Een goed voorbeeld Parfums De Marly. Opgericht in 2009. Doet minder moeilijk en elitair dan Amouage, maar het zijn duidelijk presente geuren. Inmiddels meer dan 40. De meest recente: Perseus uit 2024: € 200.00 (75ml), € 265.00 (125ml).
Ingrediëntengraadmeter
Een van de excuses, behalve winstoogmerk: de alsmaar duurder wordende ingrediënten en grondstoffen. Geloof jij het? Ik heb alleen nog nergens gelezen dat door de verandering van het klimaat door wateroverlast of droogte, de oogst van populaire ingrediënten dramatisch is afgenomen (plus het feit dat 80 procent synthetisch wordt vervaardigd). Ik volg wat kleine parfumproducenten in India, en die hoor ik nooit klagen over misoogsten en meer parfumpech onderweg. Wat wel interessant is: veel parfums die nu worden gemaakt (ook niche) bestaan uit ingrediënten die eigenlijk het minst duur zijn en dat er – ook bij niche – minder wordt geëxperimenteerd. Dat blijkt uit een onderzoek (zie grafiek) van Fitz Chao Li (data en fragrance nerd op LinkedIn) over de populariteit van ingrediënten door de jaren heen. De parfumblogger – a hundred million bottles – trekt hier uit de conclusie dat ‘we leven in het tijdperk van de flanker, waarin herhalingen van beproefde formules de voorkeur krijgen boven nieuwe ideeën’. Onder andere namen schijnen er al 37 versions van La vie est belle in omloop te zijn. De dupes – mijn favo fragrances nu – niet eens meegerekend.
Ik sluit me hierbij aan. Alleen, niet zeuren, zo werkt de huidige markt nu eenmaal. Ik wil alleen aan toevoegen dat we ons zo langzamerhand moeten gaan realiseren dat de creativiteit aan het einde van zijn latijn is, want het aantal ingrediënten en de daarmee gemaakte combinaties niet oneindig. Elk parfum is een variatie op een thema, dat afhankelijk van een onverwachte combinatie op het juiste moment – ‘het hing in de lucht’ – een gevoelige snaar weet te raken (meestal niet). Eerst bij een kleine groep, dan langzaam doorsijpelend naar de massa.
Veel wordt er verwacht van AI, maar ik denk dat die ons wat creativiteit betreft niet echt kan helpen. Die mag dan sneller zijn in zijn voorstellen voor nieuwe geuren, maar loopt uiteindelijk tegen toch dezelfde grenzen op. Dat blijkt wel uit de kunst die AI tot nu toe heeft gegenereerd: more of the same.
Chyprevogeltje op basis van schetsen van Leonardo da Vinci
Stel je stapt Het Louvre in Parijs binnen om gebruiksvoorwerpen uit de Renaissance te bekijken. Je verbaast je over het vakmanschap, de inventiviteit, de juiste verhouding, de perfect kleurstelling, de ‘toch wel’ overdaad en meer van dit soort kwaliteiten. Wat ik me de laatste tijd vaker afvraag: waren er – toen deze artefacts werden gemaakt en gebruikt – ook mensen zoals nu uit het alternatief-progressief vooruitstrevende circuit, die niet onder de indruk waren en het allemaal te veel blingbling, overdreven en nouveau riche vonden?
Want wat wel eens wordt vergeten: ‘oude spullen’ waardig genoeg om toe te voegen aan museumcollecties, hoeven per se niet alleen bewonderd te worden. Hoewel dat door de imposante presentatie (less is more kan ook intimiderend werken) bijna onmogelijk. Wat we nu mooi, grensverleggend ‘voor die tijd’ of van deze tijd vinden, kan over honderd jaar liggen te verstoffen in museumkelders.
Deze overwegingen heb ik bij het zien van het ‘Chypre-vogeltje’. Waren er toen mensen die het maar opzichtige kitsch en uitermate decadent vonden? Anno 2024 denk ik: wat een vakmanschap, inventiviteit, wat een plezier en genot. Bij de eerste aanblik daalde terstond over mij een (geparfumeerde) wolk neder vol van gelukzalige tevredenheid.
Schets van Leonardo da Vinci
Maar dit bungelde ook tegelijkertijd door mijn gedachten: ondanks oorlogen, natuurrampen, akelige ziekten en ander trammelant, bestaat bij de mens de behoefte het dagelijkse te ontstijgen, zich te omringen met dingen die het leven veraangenamen, de fantasie prikkelen en je een blik gunnen op een ‘betere wereld’, een soort van paradijs binnen handbereik.
Dit escapismegevoel valt lately steeds vaker neer op mijn gemoed, met name nu als je ziet hoe stuitende rijkdom zich schaamteloos manifesteert. Tiktok geeft, als je ernaar zoekt, een hallucinante tip van deze met diamanten en parels hand bestikte sluier.
Het Chypre-vogeltje heeft geen link met de gelijknamige parfumformule. Het is, een assemblage van gegoten, geparfumeerde harsen in de vorm van een vogel die werd verbrand in een vaak rijk uitgevoerde vogelkooi die diende als ‘wierookvat’. Deze gekooide vogel symboliseert de deugden van de liefde en met het vermogen zieken te genezen met zijn blik.
De vogel op de begeleidende foto’s is ontworpen door – nu volgt een cliché; in dit geval wel passend gezien de naam van de maker – niemand minder dan Leonardo da Vinci waarvan de originele schetsen zich bevinden in de Codex Atlanticus. De bolvormige kooi kon in het interieur worden geplaatst, maar afhankelijk van de grootte, ook aan een ceintuur worden bevestigd.
De Vinci is trouwens niet uitvinder van deze geurdiffuser avant la lettre – het duikt eind Middeleeuwen begin Renaissance voor het eerst op. De oorsprong van de naam met betrekking tot parfum gaat nog verder terug: in de 14e eeuw werd de naam Chypre voor het eerst aan een parfum gegeven, bestaande labdanum, storax, en kalmoes vermengd met tragacanth (gedroogde gom, denk: mastiek) en daarna gegoten in de vorm van een vogel.
Waarom ontwierp Da Vinci het Chyprevogeltje? Nu betreden we het gebied van wishful thinking. Afgaande op de tentoonstelling ‘Léonard de Vinci et les parfums à la Renaissance’ – dit jaar te zien in Chateau du Clos Lucé (voormalige koninklijke zomerresidentie in de Loirestreek) waar deze l’uomo universalis van 1516 tot aan zijn dood in 1519 op uitnodiging van Francois I verbleef, was zijn moeder de reden.
Hij wou hiermee de wereld die zij als jonge vrouw had moeten verlaten, weer oproepen. Zit namelijk zo: oorspronkelijk afkomstig uit Circassia (regio ten westen van de Zwarte Zee), werd Caterina (voornaam moeder) ontvoerd en vervolgens als slaaf verkocht in Constantinopel. Ze kwam in Venetië en uiteindelijk Florence terecht, waar ze als vrijgelaten slaaf Leonardo’s vader ontmoette.
Rondom deze gedwongen reis werd een hele tentoonstelling opgetuigd. Verschillende thematische zalen tonen de handelscontacten tussen Constantinopel en met wat nu Italië heet…. Ik heb het niet bezocht, maar ik lees op de site: ‘Een multi-sensorische, reuk- en meeslepende reis naar de wereld van parfums en de historische reis van twee elkaar kruisende lotsbestemmingen, die van Leonardo da Vinci en zijn moeder. De tentoonstelling onderzoekt Leonardo’s interesse in parfums en het culturele erfgoed van Caterina’. Ik bespeur wat vleugjes woke versterkt door ‘in het eerste deel van de expo volg je de route van oosterse parfums van Constantinopel naar Venetië en Genua – identiek aan die van slaven’.
Dit wist ik niet: Leonardo da Vinci had een grote belangstelling voor geuren en parfums. Uit zijn geschriften blijkt de fascinatie voor ‘de wetenschap achter de reuk’ en zijn idee een wetenschap te ontwikkelen gelijkwaardig aan die van het zicht of het gehoor. Hij noteert recepten op basis van enfleurage, maceratie en destillatie. Voor een nader niet toegelicht ‘innovatief reukapparaat’ had hij verschillende composities: ‘Leg schilloze amandel tussen bloemens van oranjebloesem, jasmijn, liguster of andere geurige bloemen’. Of: ‘Verwijder de schil die de sinaasappel bedekt, destilleer het in een ketel totdat kan worden gezegd dat het extract perfect is’.
Veel van de voor de chyprevogeltjes noodzakelijke ‘klassieke’ ingrediënten – civet, ambergrijs, musk, wierook, mirre, hysop en specerijen (kaneel, peper, nootmuskaat) – vonden in de dogestad hun bestemming als laatste aanlegplaats van de Zijderoute. Maar ook de zogenaamde ‘Cypriotische poeders’ werden geïmporteerd: korstmossen voorkomend op bepaalde bomen als eiken, ceder en spar. Die poeders werden ook gestopt in geurzakjes om linnengoed, kleding, accessoires (handschoenen) in kisten opgeslagen te parfumeren. Zelfs paarden werden er mee besproeid wanneer hun (vanzelfsprekend rijke) eigenaren (vaak eveneens besproeid met) op bezoek gingen bij al even rijke zakenrelaties en familie.
En toen dacht ik: ‘Mooi, het verhaal zit erop’. Maar wat verder rechercherend, ging er nog een andere wereld voor me open – tweet, tweet, tweet. Cliffhanger: het Chyprevogeltje heeft zijn oorsprong in… Cyprus. Wordt vervolgd.
Ben dol op de geuren van de Beckhams. Beter gezegd, hoe het powerduo zich met deze creaties aan de wereld (lees: hun onvoorwaardelijke fans) presenteert. Nog beter gezegd: hoe de marketing-afdeling achter dit celeb-paar denkt, hoe boeren, burgers en buitenlui zich succes, rijkdom, glamour en stijl voorstelt. Lees en geniet: ‘David en Victoria Beckham zijn het ultieme koppel; glamoureus, succesvol, stijlvol en… verliefd. De essentie van hun passie en de kracht van hun relatie komen nu tot uiting in Intimately Yours for Him en Intimately Yours for Her’.
En ik wist het: ‘De Beckhams zijn omgeven door roem en rijkdom, en leiden een luxueus droomleven dat ze opbouwden met hun natuurtalent, vastberadenheid en door hard werken. Al meer dan tien jaar getrouwd, zijn ze het bewijs van een echte, langdurige liefde. De individuele carrières en periodes waarin ze alleen zijn, hebben David en Victoria vrijheid en vertrouwen gegeven, in zichzelf en in elkaar. Hierdoor is hun relatie en liefde alleen maar sterker geworden’.
Daarom zijn deze geuren de weergave van een intiem privémoment van dit beroemde koppel. Een moment waarop ze alle spanningen en de paparazzi vergeten en gewoon een verliefd stel zijn. Op dat moment voelen ze met heel hun hart ‘hij is van mij’ en ‘zij is van mij’. David: ‘Victoria en ik wilden twee moderne, harmonieuze geuren die zowel onze individualiteit als ons samenzijn weergeven. Wij geloven ten stelligste dat je jezelf alleen aan andere kunt geven door jezelf te zijn’. Victoria: ‘Intimately Yours for Him en Intimately Yours for Her zijn een sensuele viering van liefde en verlangen in de moderne, hedendaagse wereld. Ontworpen voor zelfverzekerde mannen en vrouwen die gepassioneerd en spontaan leven en liefhebben, en die hun eigen intieme momenten durven te creëren’. Ze eindigt met een tip voor uitgebloeide lovers: ‘Om deze speciale momenten te vinden, hebben David en ik date nights. Dan gedragen we ons alsof we vreemden zijn voor elkaar, zodat we het spannende begin van een relatie opnieuw kunnen beleven’.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Mannen, kijk naar je vrouw, vriendin, vriend, partner (of hoe je haar of hem ‘relationeel’ ook wilt omschrijven) alsof het de eerste keer is. Begin met het kopen van Intimately Yours for Him. Is een stap in de goede richting. Je ruikt dan naar (eerst) bloedmandarijn, citroen en ‘verse groene blaadjes’, vervolgens naar salie, lavendel (foto), basilicum en uiteindelijk naar tonkaboon, sandelhout en vetiver. Reken maar, je relatie valt door deze kruidige geur met ‘zoethouten’ nasleep – weer – als een blok voor je.
Vrouwen, denk je wel eens weemoedig terug aan die eerste spannende dagen met je vriend, man, vrouw, vriendin, partner (of hoe je haar of hem ‘relationeel’ ook wilt omschrijven) koop Intimately Yours for Her. Voor je het weet, valt je relatie weer als een blok voor je. Niet zo vreemd. De geur doet je relatie vast weer denken aan die prille uren. Eerst was er de zoetfrisse mix van fresia (foto), perenblad en bergamot. Vervolgens de herinnering van sinaasappelbloesem, Casablanca-lelie en frangipani. En ja, zoals de eerste keer, de zachte houten finish van sandelhout, iris en vetiver…
RUIK & VERGELIJK
Ik ken geen ander droompaar dat samen geuren op de markt brengt.
Kun je zingen, zing dan mee: ‘I feel pretty, oh so pretty! I feel pretty and witty and bright! And I pity any girl who isn’t me tonight’.
Ga even vrolijk door: ‘I feel charming, oh, so charming, it’s alarming how charming I feel! And so pretty that I hardly can believe I’m real’. Wat hier Maria ten gehore brengt in een van de populairste musicals van de twintigste eeuw – West Side Story van Leonard Bernstein – is ook het effect dat Cartier met zijn vierde parfum So Pretty voor de vrouw voor ogen heeft.
Daarnaast koppelt de Parijse juwelier deze gelukzalige stemming aan een ring die op zijn gebied een van de populairste is: de Trinité. Je vindt hem symbolisch terug in de dop van de flacon. Werd in 1924 bedacht door (levens)kunstenaar Jean Cocteau (1889-1963) en uitgevoerd door zijn vriend Louis Cartier (1875–1942) .
De drie cirkels die samen één ring vormen – en, hoe ingenieurs, nooit verstrengeld kunnen raken – staan voor liefde, vriendschap en trouw. In ‘hippe-chique’ kringen werd hij vaak als alternatieve trouwring gebruikt. Cartier heeft inmiddels meer dan een miljoen exemplaren van verkocht.
Het leuke aan het idee van So Pretty is dat het cliché er zo dik bovenop ligt – het liedje, de ring – zonder dat het echt stoort. Want, het is toch waar – of niet? – dat veel vrouwen zich vaak ‘prettier’ gaan voelen als ze een parfum opdoen. En dat presenteert Cartier heel chic. De flacon is bijzonder. Roept herinneringen aan de art deco-stijl en heeft een lekkere zware dop (vergelijk die maar eens met Diors J’Adore uit 1999). En de geur: als je van volle bloemengeuren houdt, dan is So Pretty een aanrader.
Cartier zegt zelf over de geur: ‘Vol van gratie’. Klopt. ‘Tijdloze chic’. Kunnen we ons ook in vinden. ‘Grote bloemengeur’. Akkoord. ‘Een standaard voor die typische stijl van Franse vrouwelijkheid: stralend, zacht, zeer sensueel met de meest ultieme elegantie’. Mais oui!
Nog zoiets, de rijmende slogan die gebruikt werd voor de fotocampagnes: “Que serail l’audace sans la grace”. Daar kun je natuurlijk een filosofische boom over op zetten van heb ik jou daar die naar de hemel reikt en nog verder. Maar je moet volgens mij enkele jaren in Frankrijk vertoefd hebben – bij voorkeur in de chiquere kringen – om de waarheid van deze bespiegelingen te kunnen begrijpen en te kunnen bevestigen.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Zoals de Trinity-ring is ‘opgebouwd’, zo ontwikkelt zich ook de geur. Cirkel een: een frisse wervelwind van mandarijn, de beste neroli (uit Tunesië) en bergamot (uit Italië neem ik aan).
De tweede sluit daar naadloos op aan door een virtuoos verbond van poederig iris (foto) uit Toscane, zoet-fruitige centifoliaroos uit Grasse en de diamantorchidee (heb ik nog nooit geroken, maar schijnt wel in het echt te bestaan volgens sommige orchidee-sites).
Laatste ring: mooi, simpel en zuiver: de beste kwaliteit sandelhout (uit Mysore India) verdiept met vetiver, benzoïne en musk. Eindresultaat: een harmonieus, ‘vloeibaar’ en volbloemig parfum (door de mooie soepele overgang van de top via het hart naar de basis) dat lang blijft hangen en een warm, vol, rijk, maar bovenal behaaglijk ‘So Pretty’-gevoel oproept.
RUIK & VERGELIJK
Midden jaren negentig lanceren veel prestigemerken parfums die zich kenmerken door hun volle, overdadige bloemenweeldie die soms naar zwoel neigen (Guerlain, Versace) en soms een nadruk op de houttonen hebben (Dior, Hermès, Lancôme).
Dior Dolce Vita (1995)
Hermès 24, Faubourg (1995)
Lancôme Poême (1995)
Versace Blonde (1995)
Guerlain Champs-Elysées (1996)